De bibliotheek
Alle 170 artikelen
De hele gids op één pagina, gegroepeerd per onderwerp. Elk artikel opent met een assistent die vraagt hoe het bij jou in de bak zit.
Hoe een aquarium werkt
De processen achter een aquarium: waar het afval blijft, waarom algen komen, hoeveel vissen er echt in kunnen en wat een waterwissel wel en niet doet.
- Algen in het aquarium Bruine aanslag, groene stippen, baardalg, draadalg, blauwalg of groen water: elke algensoort wijst op iets anders. Herken eerst welke alg je hebt, haal hem weg en pak dan de oorzaak aan: te veel of te lang licht, te weinig groeiende planten, voerresten of te weinig CO2. Per soort: wat het is, waarom het groeit en wat helpt.
- Aquarium 30 liter of 20 liter Een aquarium van 20 liter maak je het best tot plantenbak. Met 30 liter echt water houd je tien tot vijftien dwerggarnalen van één soort, of één bettamannetje in een bak van minstens 40 cm lang. Reken met het water na inrichting: een bak van 30 liter houdt al snel 26 liter over, een bak van 20 liter 16 liter.
- Aquarium 60 liter In een aquarium van 60 liter past bijvoorbeeld één betta of een school van tien neontetra's, als twee aparte plannen. Een bak van 60 × 30 × 30 cm bevat 54 liter vóór de inrichting. De baklengte telt zwaarder dan het etiket: neontetra's vragen volgens het LICG minstens 60 cm en zacht water, een betta 40–60 cm en weinig stroming.
- Aquariumbezetting Een passende aquariumbezetting begint bij de volwassen vissen: hun zwemruimte, groepsbehoefte, gedrag en verzorging. Het aantal liters is belangrijk, maar levert op zichzelf geen veilig aantal dieren op. Maak een plan voor de hele groep en controleer daarna of waterkwaliteit, voeding en onderlinge rust werkelijk op orde blijven.
- Aquarium inrichten Een aquarium richt je in vanuit de dieren en in vaste volgorde: plek en draagvlak, achterwand en bodem, techniek en decoratie, planten en dan het water. Leg het grind oplopend van 3–4 cm voorin naar 6–8 cm achterin, laat de bak na het vullen 24–48 uur proefdraaien en wacht met vissen tot het filter na enkele weken rijp is.
- Aquarium opstarten Een nieuw aquarium start je zonder vissen. Laat de apparatuur eerst 24–48 uur proefdraaien en geef het biologische filter daarna zes tot acht weken om bacteriën op te bouwen. Pas als ammoniak en nitriet nul meten en nul blijven, zet je de eerste vissen erin: een kleine groep tegelijk.
- Aquariumverlichting Aquariumverlichting levert energie voor plantengroei en bepaalt mee het dagritme in de bak. Kies een regelmatig schema en een lichtsterkte die past bij je planten, inrichting en vissen. Meer licht is niet automatisch beter: beoordeel eerst wat er bij de bladeren aankomt en of de rest van de verzorging aansluit.
- Aquariumvissen combineren Aquariumvissen passen bij elkaar als hun verzorging én hun onderlinge gedrag samengaan. Kijk vóór aankoop naar volwassen grootte, groepsbehoefte, territorium en toegang tot voer. Blijf daarna observeren: een rustige eerste dag zegt nog niet hoe de combinatie zich bij groei of voortplanting ontwikkelt.
- Aquariumvissen voeren Goed voeren betekent dat iedere vis passend voedsel krijgt zonder onnodige resten. Te veel voer kan de waterkwaliteit belasten, maar te weinig of verkeerd voer schaadt ook. Kijk daarom naar soort, levensfase, eetgedrag en conditie, niet alleen naar de klok of het voerbusje.
- Artemia kweken Artemia kweken doe je in een aparte, doorzichtige houder met zout water en doorlopende beluchting. Bij 25–28 °C en pH 8–8,5 komen de cysten in ongeveer een dag uit tot naupliën van 0,4–0,5 mm. Oogst ze vers, laat de lege schalen achter en spoel ze. Opkweken tot volwassen dieren van 1 cm vraagt een aparte cultuur met voer.
- Baardalg in het aquarium Baardalg is een roodalg die als donkere plukjes muurvast op bladranden, hout en de filteruitlaat groeit. Meestal zit de oorzaak in schommelende of te lage CO2, organisch afval, sterke stroming en oude bladeren. Knip aangetaste bladeren weg, schrap harde oppervlakken schoon, neem de oorzaak weg en reken op enkele weken herstel.
- Blauwalg in het aquarium Blauwalg in het aquarium is een laag cyanobacteriën die snel over bodem, stenen en hout groeit, in blauwgroen tot roodbruin. Zuig hem weg met een dunne slang, ruim voerresten op en verbeter filter en stroming. Houd de zuurstof boven 5 mg O₂/l, verduister alleen met filter en beluchting aan en gebruik geen bacteriedodende middelen.
- Draadalg in het aquarium Draadalg verwijder je door de groene draden met een borstel op te wikkelen en direct af te zuigen, en daarna de oorzaak aan te pakken: licht, voer, plantengroei en temperatuur. Houd het licht op hooguit 10 uur per dag, ververs wekelijks zo’n 30% water en blijf liefst onder circa 26 °C. Wacht niet: bij Spirogyra groeit een afgebroken stukje draad weer uit.
- Nieuwe vissen Nieuwe vissen overzetten vraagt aandacht voor temperatuur, watersamenstelling en de toestand van het transportwater. In de zak kan ammoniak ophopen terwijl de pH daalt. Dat maakt het water niet automatisch veilig, en ook langdurig wennen is niet in elke situatie de beste aanpak.
- Slakken bestrijden in je aquarium Slakken bestrijd je door hun voedsel weg te nemen: voer minder, haal voerresten en dode plantendelen weg en vang zichtbare slakken met lokvoer dat een nacht blijft liggen. Meet minstens wekelijks ammoniak en nitriet. Slakkengif treft ook planten, garnalen en gevoelige vissen, en een massale sterfte laat ammoniak en nitriet stijgen.
- Stikstofkringloop in het aquarium De stikstofkringloop helpt het stikstofhoudende afval in je aquarium te verwerken. Micro-organismen zetten ammoniak via nitriet om in nitraat; planten nemen ook stikstof op. Een nieuw filter heeft tijd nodig om die belasting aan te kunnen. Daarom zeggen metingen meer dan helder water of een vaste wachttijd.
- Water verversen Water verversen verdunt opgeloste stoffen en kan mineralen aanvullen. Het effect hangt af van hoeveel je wisselt én van wat je toevoegt. Met metingen van aquarium en vers water kun je beter kiezen dan met een vast percentage of een algemene regel over Nederlands kraanwater.
- Zuurstof en temperatuur Bij hogere temperatuur ligt de zuurstofverzadiging van water lager. Tegelijk kan de zuurstofvraag van vissen en andere organismen toenemen. Dat kan een aquarium kwetsbaarder maken, maar temperatuur alleen vertelt niet hoeveel zuurstof er werkelijk aanwezig is.
Waterwaarden in het aquarium
Ammoniak, nitriet, nitraat, pH, KH en GH: wat elke waarde betekent, wanneer hij er echt toe doet, en waarom het getal op je test niet altijd het hele verhaal is.
- Ammoniak en pH in het aquarium Je testset meet ammoniak en ammonium samen (TAN). Alleen vrije ammoniak (NH3) is sterk giftig, en het aandeel daarvan hangt af van pH en temperatuur: bij 25 °C is het 0,57% bij pH 7 en ruim 15% bij pH 8,5. Dezelfde meting kan dus onschuldig of gevaarlijk zijn. Met tabel, oorzaken, signalen en wat je direct doet.
- KH, GH en pH in het aquarium GH, KH en pH vertellen elk iets anders over je water. Kijk naar hardheid, buffer én zuurgraad, en streef naar rustige omstandigheden binnen het bereik dat bij je dieren past. Alleen een stabiele pH maakt water nog niet geschikt.
- Nitraat in je aquarium Nitraat ontstaat onder meer bij de biologische verwerking van ammoniak en nitriet. Een stijgende waarde helpt je de balans tussen toevoer, plantengroei en afvoer te volgen. Het is geen volledige vervuilingsmeter en er bestaat geen veilige grens die voor alle vissen en garnalen geldt.
- Nitriet in het aquarium Nitriet kan het zuurstoftransport in het bloed van vissen verstoren. Daardoor kunnen ze benauwd worden terwijl het water genoeg zuurstof bevat. Een nitriettest, het gedrag van de vissen en controle van de waterkwaliteit helpen je bepalen wat er aan de hand is.
Aquariumvissen en ongewervelden
Soortprofielen op basis van herkomst en gedrag: hoeveel ruimte een soort echt nodig heeft, in welke groep hij hoort, en de valkuil die je pas na maanden ziet.
- Algeneters voor het aquarium Kies een algeneter op de lengte van je bak: Otocinclus (3,5 cm) in een groep van zes vanaf 60 cm, Amanogarnalen met tien vanaf 80 cm, één gewone Ancistrus (12,5 cm) op 60 × 30 cm bodem en Siamese algeneters (15 cm) pas met zes op 150 × 45 cm. Alle vier moet je bijvoeren; alleen de Siamese algeneter eet baardalg.
- Amanogarnaal De amanogarnaal (Caridina multidentata) is een actieve grazer die meer nodig heeft dan een tijdelijk algenprobleem. Volwassen dieren leven in zoet water, maar de larven hebben een zoute ontwikkelingsfase nodig. Goede voeding, een veilige inrichting en zorgvuldig gecontroleerd water vormen de basis.
- Ancistrus De Ancistrus is een grazende harnasmeerval die gericht voer, beschutte plekken en ruimte op de bodem nodig heeft. Plan de inrichting voor zijn volwassen formaat en controleer of hij van het aangeboden eten krijgt. Vraag bij aankoop ook welke soort of kweeklijn je mee naar huis neemt.
- Apistogramma cacatuoides Apistogramma cacatuoides, de kakadudwergcichlide, is een holenbroedende dwergcichlide uit het Amazonegebied. Mannetjes worden 7,5 cm, vrouwtjes 5 cm (standaardlengte). Eén paar heeft minimaal 60 × 30 cm bodem nodig, met water van 24–25 °C, pH 6–7,5 en GH 5–15 °dH. Het vrouwtje bewaakt eieren en jongen alleen.
- Apistogramma hongsloi Apistogramma hongsloi is een kleine cichlide uit het Orinocogebied die zacht, zuur water en een bak vol schuilplaatsen vraagt. Vooral nakweek past in een gezelschapsaquarium; een paar heeft al genoeg aan een bodem van circa 45 bij 30 centimeter. Houd de stroming rustig, wissel niet te veel water in één keer en dek de bak strak af: deze vis kan springen.
- Aquariumvissen kiezen Kies aquariumvissen op volwassen formaat, groepsgrootte, waterhardheid en baklengte. Guppen en platy's passen bij hard water, kardinaaltetra's en kegelvlekbarbelen bij zacht water. Kegelvlekbarbelen vragen minstens 60 × 30 cm bodemvlak, zebradanio's 90 × 30 cm, en kardinaaltetra's houd je met minstens tien.
- Tropische aquariumvissen voor beginners De makkelijkste tropische aquariumvissen voor beginners zijn vreedzame soorten als cherrybarbeel, kegelvlekbarbeel, Pristella, platy en gup. Reken op een bak van circa 60 cm, zes tot tien of meer soortgenoten bij scholenvissen en water dat past: levendbarenden willen hard water, de meeste tetra's zacht water.
- Klein aquarium Voor een klein aquarium kies je uit zes soorten: chili-rasbora, galaxy, amandatetra, dwergpantsermeerval en endler (2–3 cm) als groep op een bodem van minstens 45 × 30 cm, of één kempvis in een bak van 40–60 cm lang. Kies daarna één hoofdbewoner die past bij je bodemmaat en je waterhardheid.
- Axolotl houden Een axolotl is een salamander van tot circa 30 cm die altijd onder water leeft en koel water van 16–18 °C nodig heeft. Eén volwassen dier vraagt minimaal 80 × 45 × 45 cm, een kale bodem en een filter met zwakke stroming. Boven 22 °C moet je direct koelen.
- Wat eet een axolotl? Voer, hoeveelheid en hoe vaak Een axolotl eet alleen dierlijk voer: regenwormen als basis, aangevuld met zinkende axolotlpellets en muggenlarven, en voor larven artemia of watervlooien. Voer jonge dieren dagelijks en volwassen dieren om de andere dag tot elke 2–3 dagen. Eén regenworm per dag is volgens het LICG genoeg. Haal restjes snel weg en houd het water op 16–18 °C.
- Axolotl kleuren Axolotls bestaan in zeven klassieke kleurvormen: wildtype, wit (leucistisch), golden albino, white albino, melanoid, axanthic en copper, plus combinaties. Het verschil zit in de ogen en in drie soorten pigmentcellen: wit heeft donkere ogen, een white albino roze ogen. Een blauwe axolotl bestaat alleen in Minecraft.
- Barbelen in het aquarium Barbelen kies je per soort. Een cherrybarbeel van 5 cm past op 60 × 30 cm bodem, Odessabarbeel en sumatraan vragen 80 × 30 cm en de torpedobarbeel (11 cm zonder staartvin) minstens 120 × 45 cm. Houd altijd één soort in een groep van minstens acht dieren en kies buren die bij het temperament passen.
- Blackline algae eater (Paracrossochilus vittatus) De blackline algae eater is een kleine, bodemgebonden karperachtige uit snelstromende, heldere beken van Borneo. De grootste opgegeven lengte is 7,5 cm zonder staartvin. Een echt aquariumrecept ontbreekt: de gelezen bronnen geven geen temperatuurbereik, bakmaat, groepsgrootte of dieet. Wie hem toch tegenkomt in de handel, houdt een vis waarvan de houderijbehoeften grotendeels ongedocumenteerd zijn.
- Blauwe acara De blauwe acara is al jaren een vertrouwde cichlide voor het gezelschapsaquarium: voor zijn formaat rustig, opvallend getekend en goed te kweken. Een paar vraagt een bak met bodemmaten rond 120 bij 30 centimeter, een zachte zandbodem om in te graven en planten die je op hout of steen vastmaakt. Naslagwerken geven uiteenlopende wateradviezen; werk daarom met één stabiel, zelf gemeten verzorgingsbereik. Bedenk dat een broedend paar zijn nest verdedigt en dat kleine vissen en garnalen niet in dezelfde bak passen.
- Boraras maculatus De dwergrasbora Boraras maculatus is een van de kleinste karperachtige vissen die je kunt houden, maar het piepkleine formaat is geen reden om hem in een minibak te stoppen. Hij is een schuwe schoolvis die pas tot zijn recht komt in een groep van minstens acht tot tien exemplaren, in zacht en zuur water. De echte keuze zit in jouw kraanwater en in geduld: deze vis hoort niet in een nieuwe, nog niet ingedraaide bak. Wie een rijpe, dicht beplante bak met rustige medebewoners biedt, krijgt er een rustiger en mooier gekleurd schooltje voor terug, dat soms zelfs zonder ingrijpen jongen oplevert.
- Boraras merah Boraras merah is een piepkleine, scholende karperachtige uit zuidelijk Borneo die in het aquarium zacht, zuur en stabiel water vraagt. Houd hem met minstens acht tot tien soortgenoten, geef dagelijks klein levend en diepvriesvoer naast droogvoer, en zet hem pas in een echt gerijpte bak. Wie die voorwaarden kan bieden, houdt een rustige, vreedzame school van een van de kleinste vissen in de hobby.
- Botia kubotai Botia kubotai is een levendige, sociaal levende modderkruiper uit de bovenlopen van het Salween-gebied op de grens van Myanmar en Thailand. Je houdt hem in een groep van minimaal vijf tot zes dieren, in een bak met een basis van ten minste 120 × 45 cm en veel structuur. Hij past bij stevige, vreedzame zwemmers, maar niet bij duidelijk kleinere vissen of trage, langvinnige soorten.
- Bronzen pantsermeerval De meest verkochte pantsermeerval ter wereld, en vrijwel altijd om de verkeerde reden gekocht. Hij eet geen algen, ruimt geen afval op en gaat achteruit van eenzaamheid en scherp grind. Wie hem geeft wat hij wél nodig heeft, heeft een dier dat tien jaar of langer meegaat.
- Carinotetraodon irrubesco Carinotetraodon irrubesco is een zoetwaterkogelvis uit Sumatra en Borneo waarvan het grootste geregistreerde exemplaar 4,4 centimeter meet zonder staart. Hij hoort in een rijk beplante bak vanaf 60 bij 30 centimeter met zacht water dat licht zuur tot neutraal mag zijn, en hij is geen gezelschapsvis. Wie kiest voor deze vis met rode ogen en rode vinnen, kiest ook voor regelmatig slakken voeren en kleine, regelmatige waterwissels.
- Cherrybarbeel De cherrybarbeel (Rohanella titteya) is een vreedzame barbeel van ongeveer 5 cm uit Sri Lanka. Houd minstens acht dieren samen in een beplant aquarium met een bodem van minstens 60 × 30 cm, bij 22–26 °C, pH 6–7 en GH 5–18 °dH. Wil je kweken, haal de ouders na het afzetten weg: ze eten hun eigen eieren.
- Cichliden aquarium Cichliden kies je op volwassen formaat, water en territorium. De kleinste soorten passen in een bak van 60 cm lang, maanvissen vragen minstens 50 cm hoogte en grote soorten tot drie meter lengte. De meeste cichliden doen het goed bij 23–26 °C. Vergelijk hier zeven soorten op bakmaat, waterwaarden, sociale opzet en broedzorg.
- Malawi cichliden Malawi cichliden kies je op volwassen formaat, voedselgedrag en temperament. De meeste worden zo'n 10 cm, sommige tot 25 cm. Ze vragen hard, alkalisch water (pH 7,5–9,0, 23–29 °C) en een bak die past bij hun leefwijze: rotsen voor mbuna, fijn zand voor zandzoekers en lange zwemruimte voor grote soorten.
- Clownbotia De clownbotia (Chromobotia macracanthus) is een modderkruiper van 30 cm of meer die in een groep van minstens vijf à zes dieren leeft en meer dan twintig jaar oud kan worden. Geef hem een aquariumvloer van minstens 180 × 60 cm, water van 24–30 °C met pH 5–7, gericht bodemvoer en veel veilige schuilplaatsen.
- Clown killi (Epiplatys annulatus) De clown killi is een kleine, bandgetekende killivis uit de kustlaaglanden van West-Afrika. In een rijpe, dicht beplante soortenbak met zacht, zuur en stabiel water voelt een groep zich thuis en kunnen er zonder ingrijpen jongen verschijnen. Door zijn geringe grootte en specifieke eisen is hij geen vanzelfsprekende gezelschapsvis. Wie kiest voor een groep van acht tot tien dieren, een bodem van minstens zo'n 45 bij 30 centimeter en dagelijks klein levend of diepvriesvoer, geeft deze dwerg wat hij het hardst nodig heeft.
- Corydoras elegans, nu Gastrodermus elegans De elegant cory is een kleine, vreedzame pantsermeerval uit het westelijk Amazonebekken die anders leeft dan de meeste verwanten: geregeld vormt hij groepen in het middenwater, in plaats van alleen op de bodem te zoeken. Houd hem als groep van vier tot zes soortgenoten, op fijn zand of schoon afgerond grind, met enige dekking en eigen zinkend voer. Oorspronkelijk beschreven als Corydoras elegans, maar de actuele catalogus noemt hem Gastrodermus elegans; het is dezelfde vis, hanteer hem voorzichtig want zijn borstvinstekels kunnen steken.
- Corydoras simulatus Corydoras simulatus, in het Engels Olga cory, is een kleine, vreedzame pantsermeerval uit het bovenste stroomgebied van de Río Meta in Colombia. Je houdt hem in een groep van minstens vier tot zes dieren op zand, bij 20–25 °C en, volgens Seriously Fish, zacht tot licht hard water. Het is een echte bodembewoner die eigen zinkend voer nodig heeft; wees voorzichtig met zijn scherpe borstvinstekels wanneer je hem vangt.
- Corydoras soorten De vijf bekendste corydoras worden 3 tot 7,5 cm (standaardlengte) en vragen elk iets anders. Reken voor kleine soorten op een bak van 60–80 cm en minstens tien dieren van één soort, houd 22–25 °C aan als je soorten combineert en geef eigen zinkend voer. Met per soort waterwaarden, bodemmaat en de nieuwe namen sinds 2024.
- Danio kyathit Danio kyathit is een kleine, vreedzame scholenvis uit Myanmar met een luipaardtekening van strepen of stippen en roodoranje vinnen. Hij vraagt zacht, licht zuur tot licht basisch water (16–26 °C, pH 6,5–7,5, 1–5 dGH), een bakbodem van minstens 90 × 30 cm, een school van acht tot tien dieren en een goed sluitend deksel, want deze danio springt. Voeren is eenvoudig; vraag bij aankoop naar de herkomst, want sterk gelijkende vissen zijn in de handel geweest.
- Discusvissen houden Discusvissen houd je in een groep van minstens vijf, in een aquarium van minstens 150 cm lang en 50 cm hoog; zes volwassen dieren vragen circa 300 liter. Houd het water op 28–30 °C en neem pH en hardheid over van de kweker: nakweek leeft vaak goed bij pH 6,5–7,5, wildvang vraagt zacht, zuur water van pH 4–6.
- Dwergbarbeel (Pethia phutunio) De dwergbarbeel Pethia phutunio is een heel klein barbeeltje: volwassen dieren meten 25 tot 30 millimeter zonder staart. Deze schuwe schoolvis past in een rustige, dicht beplante bak van minstens 60 bij 30 centimeter bodem, met zacht tot licht hard water en dagelijks klein levend of diepvriesvoer naast droogvoer. Houd hem in een groep van acht tot tien en controleer bij aankoop de naam: deze soort wordt geregeld verkeerd benoemd en is vrij zeldzaam in de handel.
- Dwergbotia (Ambastaia sidthimunki) De dwergbotia blijft met zo'n 5,5 centimeter zonder staartvin klein en geldt als een van de weinige botia's die goed in een volledig beplante bak past. De echte keuze draait om drie andere zaken: een groep van ten minste vijf of zes, liefst tien of meer soortgenoten, een ingedraaide, goed doorzuurstofde bak met consequent schoon water, en een strak sluitend deksel, want deze vis kan springen. In een gezelschapsbak gaat het doorgaans goed, maar houders melden ook bijtgedrag richting rustige of langvinnige vissen. Wie hem als slakkenbestrijder koopt, koopt hem om de verkeerde reden.
- Dwergkogelvis in het aquarium De dwergkogelvis (Carinotetraodon travancoricus) is een zoetwaterkogelvis van 2,5 cm uit Kerala. Houd minstens vijf dieren in een dichtbeplant aquarium vanaf 80 liter, bij 22–28 °C en pH 6,8–8,0. Hij eet kleine slakken, wormen en levend of diepvriesvoer, weigert droogvoer meestal en past het best in een eigen soortbak.
- Electric blue hap (Sciaenochromis ahli) De electric blue hap (Sciaenochromis ahli) is een blauwe, visetende cichlide uit het Malawimeer. Hij vraagt hard en alkalisch water, een rotsinrichting met uitwijkruimte en zorgvuldig gekozen medebewoners. Let bij aankoop op de naam: de meeste onder deze naam verkochte vissen zijn de verwante S. fryeri.
- Fossorochromis rostratus Fossorochromis rostratus is een grote, snelle cichlide uit het Malawimeer die in een aquarium beslist een ruime bak met open zand en een groep nodig heeft; binnen die groep komen liefst 2 à 3 vrouwtjes per mannetje. Kleine vissen horen niet in het gezelschap. De vis zeeft de bodem door op kleine ongewervelden, kan zich bij schrik ingraven en laat pas bij dominante mannetjes zijn mooiste kleuren zien. Kweek blijft in aquaria zeldzaam: de soort is een maternale muilbroeder die pas op grotere lengte geslachtsrijp wordt en het broedsel wekenlang in de bek van het vrouwtje laat rijpen.
- Fundulopanchax gardneri De blue lyretail (Fundulopanchax gardneri) is een kleine, felgekleurde killivis uit Nigeria en Kameroen die je het beste in een eigen soortaquarium houdt. Drie punten wegen vooraf: hij springt en vraagt een goed sluitend deksel, de mannetjes zijn onderling pittig; geef schuilplaatsen en houd het best twee tot drie vrouwtjes per man aan, en naast droogvoer wil hij regelmatig kleine levende of diepgevroren maaltijden. Bied je dat, dan krijg je een relatief robuuste, kleurrijke vis terug.
- Garnalen in je aquarium Garnalen houden doe je het best in een aquarium van minstens 30 liter met tien of meer dwerggarnalen. Kies de soort op voerwijze: de vuurgarnaal (3–4 cm) graast biofilm en kweekt in zoet water, de amanogarnaal (tot 5 cm) heeft larven die brak water nodig hebben, en een waaierhandgarnaal filtert voer uit de stroming.
- Zoetwatergarnalen Zoetwatergarnalen verschillen vooral in soort, niet in kleur. De vuurgarnaal (3–4 cm) kweekt in zoet water en verdraagt 16–28 °C, de amanogarnaal (5 cm) heeft larven die brak water nodig hebben, bijengarnalen willen zacht water met KH 0–6 °dH en waaierhanden worden 9–14 cm. Reken voor dwerggarnalen op minstens 30 liter en tien dieren.
- Garra rufa Garra rufa wordt in de handel ook doctor fish genoemd, maar thuis hangt je succes af van heel andere eigenschappen: deze bodembewonende grazer hoort volgens Seriously Fish in koel water, een biologisch ingedraaide bak met biofilm, een ruime bodem en liefst een groepje. De medische huidclaims uit de spa-branche zijn niet bewezen en de handelsnaam dekt mogelijk meer dan één soort. Wie de vis koel, in een groep en met een eigen voedingsplan houdt, krijgt een vis die langs glas kan klimmen en daarom een strak sluitende afdekking nodig heeft.
- Gastromyzon ctenocephalus verzorgen Gastromyzon ctenocephalus is een kleine, vreedzame algeneter uit snelstromende beekjes op Borneo. Beslissend voor je keuze zijn drie dingen: zuurstofrijk water met duidelijke stroming, een rijpe bak vol begroeide stenen en een groep van vier of meer dieren. Wie alleen helder water en een algentablet biedt, mist precies wat deze vis voor succes op lange termijn nodig heeft.
- Glasmeerval Een glasmeerval (Kryptopterus vitreolus) houd je in een groep van minstens zes, in een rijp aquarium van minimaal 90 × 30 cm grondvlak. Hij wordt 6,5 cm zonder staartvin en leeft bij 20–26 °C in zacht water met pH 4,0–7,0. Let bij aankoop op de naam: oude etiketten met K. bicirrhis horen bij een andere soort.
- Goudvis houden Een goudvis hoort in een aquarium van minstens 100 cm lang of in een vijver, nooit in een kom. Gewone goudvissen doen het best bij 10–21 °C, sluierstaarten bij 18–22 °C. Houd er minstens twee, voer één keer per dag wat binnen een minuut op is en ververs wekelijks minstens 25% water. Met goede zorg kan een goudvis 15–20 jaar oud worden.
- Sluierstaarten en goudvissoorten Alle goudvissoorten zijn kweekvormen van Carassius auratus: slanke enkelstaarten zoals komeet en shubunkin, en gedrongen sluierstaarten zoals ryukin, oranda en telescoopoog. Herken ze aan staart, rugvin, ogen en kopgroei. Sluierstaarten worden 15–25 cm en vragen 18–22 °C en een bak van minstens 100 cm, 150 liter voor twee.
- Hoe oud wordt een goudvis? Levensduur, record en zorg Een gewone goudvis wordt bij goede verzorging 15–20 jaar oud en soms ouder (LICG); RSPCA Australia noemt gemiddeld 10–15 jaar, sommige kweekvormen tot 30. Het record staat op 43 jaar (Tish). Lees waarom veel goudvissen jong sterven, waarom je de leeftijd niet aan lengte of schubben afleest en welke zorg een goudvis oud maakt.
- Goudvis Een goudvis kan niet blijvend in een kom: het wateroppervlak is te klein voor goede zuurstofuitwisseling, er past nauwelijks een filter in en de vis wordt gemiddeld 15–20 cm lang. Geef gewone goudvissen een aquarium van minstens 100 cm lang, sluierstaarten minstens 100 liter plus 50 liter per extra vis, en verhuis pas als het filter is ingedraaid.
- Guppy (gup) houden De guppy of gup (Poecilia reticulata) is een levendbarende vis van 3 tot 6 cm uit het noorden van Zuid-Amerika. Hij wil 23-25 °C, pH 7-8 en middelhard water (GH 9-20), een bak vanaf 60 cm en één man op twee tot vijf vrouwen. Let op: een vrouwtje werpt elke vier tot zes weken jongen, ook maanden nadat de man weg is.
- Guppenbak De guppy (Poecilia reticulata) vraagt om een bak die past bij de volwassen vissen én de mogelijke aanwas. Hoeveel guppen je kunt houden, volgt niet uit het aantal liters alleen: afmetingen, inrichting, de hele bezetting en onderhoud tellen mee. Hier lees je hoe je een bak kiest, een bestaande groep beoordeelt en voorkomt dat je bij de aankoop al ruimte tekortkomt.
- Guppengezelschap De guppy (Poecilia reticulata) kan met passende medebewoners leven. Vergelijk vóór aankoop het water, de ruimte, het gedrag en de voedselbehoeften van beide soorten. Deze gids helpt je kiezen tussen vissen, garnalen en slakken, met aandacht voor vinbijten, jonge dieren en kruisingen met endlers.
- Guppen kopen Guppen kopen begint met een geschikte bak en zorgvuldig kiezen: hoe zien de dieren eruit, waar komen ze vandaan en hoe neem je ze veilig mee? Herkomst en kweeklijn kunnen een rol spelen bij uitval, net als transport, waterkwaliteit en ziekte. Sterfte na aankoop is daarom geen bewijs dat jij iets verkeerd deed, maar evenmin dat de oorzaak vaststaat bij de winkel.
- Guppy man of vrouw Bij een volwassen guppy herken je het mannetje vooral aan het gonopodium: de smalle, omgevormde aarsvin onder het achterste deel van de buik. Een vrouwtje heeft daar een waaiervormige aarsvin. Bij jonge dieren is dat verschil nog niet altijd duidelijk. Kleur en formaat helpen bij het kijken, maar zijn geen betrouwbare vervanging voor dit kenmerk. Hier lees je hoe je rustig kijkt, wat je met twijfelgevallen doet en waarom een groep vrouwtjes toch jongen kan krijgen.
- Guppenverhouding Bij de guppy (Poecilia reticulata) verdienen de verhouding tussen mannetjes en vrouwtjes én het gedrag aandacht. LICG adviseert één mannetje op twee tot vijf vrouwtjes, maar zo’n verhouding bepaalt niet hoeveel vissen in je aquarium passen. Hier lees je waar het advies op steunt, wat onderzoek naar opjagen laat zien en hoe je een onrustige groep beoordeelt.
- Guppy temperatuur Voor de guppy (Poecilia reticulata) is 23–25 °C een bruikbare verzorgingsrichtlijn; ongeveer 24 °C is een praktisch uitgangspunt. Meet wat er werkelijk in het aquarium gebeurt, ook 's ochtends en tijdens warme dagen. Deze gids helpt je een passende instelling kiezen, beoordelen of een verwarmer nodig is en veilig reageren als de bak te warm of te koud wordt.
- Guppen voeren De guppy (Poecilia reticulata) kun je als startpunt eenmaal per dag voeren, met een kleine portie en controle van alle vissen. Leer passend voer kiezen, resten en achterblijvers herkennen, en de verzorging tijdens vakantie regelen. Jonge guppen vragen een eigen aanpak.
- Guppy zwanger Een zwangere guppy kan een vollere buik en een donkere buikvlek hebben, maar daarmee bepaal je geen exacte werpdatum. Het LICG noemt vier tot zes weken als richtlijn voor de dracht. Wanneer de bevruchting plaatsvond weet je meestal niet, en een vrouwtje kan na eerdere paringen sperma bewaren. Zorg daarom vooraf voor schuilruimte, passend voer en een plan voor de jongen; let tegelijk op signalen die niet bij gewone dracht horen.
- Guppenjongen verzorgen Guppenjongen hebben vanaf hun geboorte bereikbaar fijn voer, schuilruimte en goede waterkwaliteit nodig. Controleer eerst de filterinlaat en of alle jongen eten. Deze gids helpt je kiezen tussen opgroeien in de bestaande bak en aparte opkweek, problemen herkennen en bepalen wanneer overzetten verantwoord is.
- Te veel guppen Bij guppen gaat het zelden mis bij de aankoop. Het gaat mis in maand vier, als je niet meer kunt tellen hoeveel er zwemmen en elk vrouwtje er weer een stel bij heeft gedaan. Wie hier terechtkomt is dus per definitie te laat voor de goedkope oplossing, en dat is geen verwijt maar een uitgangspunt. Dit stuk legt eerst uit waarom het zo hard gaat en hoe je meet wanneer het te veel ís, geeft daarna de volgorde voor deze week, en zet dan de uitwegen naast elkaar met hun prijs erbij.
- Zieke guppy Een zieke guppy vraagt om controle van waterkwaliteit én ziekteverschijnselen. Noteer ook gedrag, herkomst en recente veranderingen: meerdere oorzaken kunnen tegelijk spelen. Dit artikel helpt je waarnemingen ordenen en herkennen wanneer snelle deskundige hulp nodig is, zonder uit één symptoom of testuitslag een diagnose te maken.
- Guppenleeftijd Een half tot twee jaar, 2,3 jaar, vijf jaar of drie maanden: dat zijn vier antwoorden op de vraag hoe oud een gup wordt, en ze komen alle vier uit een bron die serieus genomen wordt. Waar je in een gewone huiskamerbak op uitkomt is een half tot twee jaar. De rest van dit stuk gaat over waar die andere getallen vandaan komen, want zodra je weet wát er gemeten is en aan wat voor dier, kun je je eigen bak er eindelijk tegen afzetten.
- Guppen kweken Gericht guppen kweken begint met gezonde dieren, bekende afkomst en voldoende ruimte voor álle nakomelingen. Een mooie kleur alleen vertelt je niet hoe een lijn overerft of hoe verwant de ouders zijn. Deze gids helpt je een kweekregistratie op te zetten, kleur- en vinvormen te begrijpen en onderzoeksuitkomsten over inteelt zorgvuldig te gebruiken, zonder een schema tot garantie te maken.
- Endler (Poecilia wingei) De endler, Poecilia wingei, is een kleine levendbarende vis uit noordoost-Venezuela. De gebruikelijke taxonomie behandelt hem als een eigen soort, al is de afgrenzing ten opzichte van de guppy wetenschappelijk onderzocht en bediscussieerd. Voor de hobby is vooral belangrijk dat endlers en guppen vruchtbare nakomelingen kunnen krijgen. Kies daarom bewust je groep, vraag naar de afkomst en baseer wateraanpassingen op metingen en passend advies, niet alleen op een winkelnaam.
- Guppen niet loslaten Laat guppen niet los in een sloot, gracht of ander buitenwater. Een aquariumvis herplaatsen is iets anders dan hem uitzetten: kou, onbekende omstandigheden en mogelijke verspreiding van ziekten maken dat geen verantwoorde oplossing voor een volle bak. Ook een tuinvijver is niet vanzelf geschikte opvang. Regel eerst een aquarium, winkel of ervaren houder die de dieren daadwerkelijk kan overnemen.
- Haplochromis aeneocolor Haplochromis aeneocolor is een kleine cichlide uit het Afrikaanse Lake George en het Kazinga-kanaal. Hij leeft dicht bij papyrusoeverzones, lijkt volgens maaginhoud vooral plantenresten en insectenlarven te eten, en de wijfjes broeden de eieren in de bek. Voor een aquariumhouder is hij een bewuste keuze met een open dossier: over bakmaat, waterwaarden, groepsgedrag en geschikt gezelschap is vrijwel niets gedocumenteerd. Je zorgt dus meer op eigen waarneming dan op uitgewerkte richtlijnen.
- Haplochromis nubilus Haplochromis nubilus, de blue Victoria mouthbrooder, is een territoriale muilbroeder uit het Victoriameer. Hij vraagt een harem van één man met meerdere vrouwtjes, een bak van minstens 120 centimeter met stabiele rotsen en stevige planten, en hard, alkalisch water. Eén man met één vrouw loopt uit op voortdurende belaging. Omdat de soort makkelijk kruist met verwante cichliden, is een soortenbak de veiligste keuze.
- Hemigrammus coeruleus Hemigrammus coeruleus is een zoetwatertetra uit de stroomgebieden van de Solimões en de benedenloop van de Rio Negro. De soort is geldig beschreven, maar in de geraadpleegde naslagwerken ontbreekt een eigen verzorgingsrichtlijn. Wie hem houdt, werkt met een ingedraaide tropische bak en eigen metingen in plaats van een beproefd recept.
- Herichthys carpintis Herichthys carpintis, in het Engels ook lowland cichlid of pearlscale cichlid genoemd, is een Mexicaanse cichlide van rond de 17 cm standaardlengte (zonder staartvin) die graaft, territorium verdedigt en kleine vissen als prooi ziet. Reken op een bodemvlak van circa 120 × 38 cm, stenen in plaats van bodemplanten en zorgvuldig gekozen medebewoners. Water rond pH 7,0, matige hardheid en 24–26 °C past bij de verzorging.
- Homaloptera ocellata Homaloptera ocellata is een zoetwatervis uit de familie Balitoridae die op Sumatra en Java voorkomt en op of nabij de bodem leeft. De naam is geldig in de registers, maar een eigen verzorgingsprofiel ontbreekt: bakmaat, waterwaarden, groepsgedrag en aquariumvoeding zijn voor deze soort niet gedocumenteerd. Wat wel bekend is, en de richtlijnen voor nauwe verwanten, helpen je beoordelen of je deze vis verantwoord kunt houden.
- Honingdwerggoerami De honingdwerggoerami (Trichogaster chuna) past bij een rustig, beplant aquarium met beschutting en vrije toegang tot het oppervlak. Let erop dat ieder dier aan eten toekomt en kan uitwijken voor een dominante buur. Controleer bij aankoop de soortnaam: de dwerggoerami, Trichogaster lalius, is een andere vis.
- Hyphessobrycon jackrobertsi Hyphessobrycon jackrobertsi, in Engelstalige bronnen sickle tetra en in het Duits Sichelsalmler genoemd, is een kleine, vreedzame schoolvis uit het Río Pastaza-bekken in Peru. Mannetjes dragen een sterk verlengde, sikkelvormige rugvin. De vis past bij een dicht beplante bak met zacht, licht zuur water rond 22–28 °C en pH 5,5–7,2, een groep van zes of meer en alleen kleine, rustige medebewoners; vinnenbijters kunnen de lange rugvin beschadigen.
- Hyphessobrycon paepkei De Goldshoulder rosy tetra, Hyphessobrycon paepkei, is een kleine Zuid-Amerikaanse tetra die in 2014 een eigen naam kreeg en in 2018 regelmatig door de groothandel werd aangeboden. Met een beschreven maximale lengte van 3,4 cm zonder staartvin lijkt hij een toegankelijk klein visje, maar zijn verzorgingsdossier is dun: er zijn in de gelezen bronnen geen waterwaarden, bakmaat of schoolgrootte gepubliceerd. Deze gids zet op een rij wat wel is vastgelegd en hoe je daar verantwoord mee omgaat.
- Kardinaaltetra De kardinaaltetra (Paracheirodon axelrodi) herken je aan zijn rode streep over vrijwel de hele onderzijde van het lichaam. Geef hem een eigen school, open zwemruimte en beschutte beplanting. Kies passend zacht water, meet de temperatuur en kijk tijdens het voeren of ook de achterblijvers genoeg krijgen.
- Kegelvlekbarbeel (harlekijnbarbeel) De kegelvlekbarbeel (Trigonostigma heteromorpha) is een vreedzame scholvis van zo'n 4,5 cm uit de veenbossen van Maleisië en Singapore. Houd minstens 8 tot 10 dieren in een beplante bak vanaf 60 cm, met zacht, licht zuur water van 21-28 °C. Hieronder: herkennen, inrichten, gezelschap en de opvallende ondersteboven-paai.
- Keizertetra (Nematobrycon palmeri) De keizertetra (Nematobrycon palmeri) is een levendige, vreedzame scholenvis uit Colombia. Hij gedijt het best in een groep van minstens zes, liever tien of meer, in een bak met een bodem van 90 × 30 centimeter of groter. Houd het water op 23–27 °C met pH 5,0–7,5 en 1–12 dGH. Let bij aankoop op de ogen: een blauwe iris hoort bij het mannetje van deze soort.
- Kempvis verzorgen De kempvis (Betta splendens) vraagt een ingericht aquarium met rustige stroming, geschikte warmte en vrije toegang tot het oppervlak. Geef een mannetje bij voorkeur een eigen bak. Lees hoe je zwemruimte, voeding en waterkwaliteit beoordeelt en wanneer rusten of niet eten aanleiding is om in te grijpen.
- Kersenbuikcichlide De kersenbuikcichlide (Pelvicachromis pulcher) is een West-Afrikaanse dwergcichlide van 8–11 cm die je als paar houdt, in een aquarium van minimaal 100 × 40 × 30 cm bij 24–26 °C. Het paar broedt in een hol en verdedigt de bodem fel, dus bodemvissen passen er niet bij. Reken op 8–10 jaar zorg.
- Koudwatervissen Koudwatervissen hebben geen verwarming nodig zolang je kamer het water binnen hun bereik houdt. Kies uit Chinese danio (14–22 °C, tien of meer, vanaf 60 × 30 cm), medaka (16–22 °C, acht of meer, vanaf 45 × 30 cm) of prachtbarbeel (16–24 °C, acht tot tien, vanaf 100 × 30 cm). Meet je water in winter én zomer.
- Kreeft in het aquarium Een kreeft voor het aquarium kies je op wetenschappelijke naam en volwassen formaat, niet op kleur. De oranje dwergkreeft (CPO) blijft 3–5 cm en heeft minstens 30 × 30 cm bodem nodig, de blauwe Floridakreeft wordt 8–15 cm en vraagt vanaf 60 × 30 cm, de roodklauwkreeft haalt circa 25 cm. Acht rivierkreeftsoorten staan op de Unielijst.
- Labeotropheus trewavasae Labeotropheus trewavasae is een slanke mbuna die met zijn overhangende snuit algen van rotsen schraapt. Thuis vraagt hij een rotsbak met alkalisch water, veel zuurstof en vooral plantaardig voer. Hij is duidelijk territoriaal: houd één mannetje met meerdere vrouwtjes en kies medebewoners bewust. Het profiel noemt 90 × 45 cm bodemoppervlak als uitgangspunt; voor een kweekharem noemt het een bak van circa 122 centimeter.
- Labidochromis caeruleus De felgele electric yellow is in de handel de bekendste verschijning van Labidochromis caeruleus, maar in het Malawimeer is de blauw-witte vorm wijder verbreid en de gele juist zeldzamer. Wie deze vis kiest, haalt een betrekkelijk vreedzame mbuna in huis: in een groep te houden, tijdens het paaien territoriaal en met mannetjes die vrouwtjes fel kunnen achtervolgen. Dat vraagt om hard, alkalisch water van 24–28 °C, een ruime rotsbak met open zand en meerdere vrouwtjes per man.
- Lasiancistrus heteracanthus Lasiancistrus heteracanthus is een zelden aangeboden harnasmeerval uit het stroomgebied van de Río Napo in Ecuador en Peru. Hij wordt 15 tot 18 centimeter lang en staat in de houderij te boek als overwegend plantaardige eter die graag algen raspt. Plan voor deze vis warm water van 25–29 °C, een ruime bodem met meerdere holtes en voer dat echt beneden aankomt. Een groot mannetje kan territoriaal worden; medebewoners moeten hetzelfde warme water aankunnen.
- Maanvis verzorgen De maanvis (Pterophyllum scalare) vraagt een hoge, ruime bak en een plan voor paarvorming. LICG adviseert minstens 120 cm baklengte en 50 cm bakhoogte. Beoordeel ook de breedte, volwassen vinnen en uitwijkruimte. Deze gids helpt je passend voeren, medebewoners kiezen en ingrijpen als een vis wordt belaagd.
- Mbuna houden Mbuna zijn een diverse groep rotsbewonende cichliden uit het Malawimeer. Kies eerst de exacte soorten: hun dieet, territoriumgedrag en sociale samenstelling verschillen. Een geslaagde mbunabak vraagt een doordachte rotsinrichting, passende waterwaarden, betrouwbare filtratie en dagelijkse aandacht voor de minder dominante vissen.
- Meervallen in het aquarium Een aquariummeerval kies je op volwassen maat, voer en gezelschap, niet als opruimer. Otocinclus blijft 3,5 cm SL en leeft in groepen van minstens zes, een gewone Ancistrus wordt 12,5 cm SL, en een gibbiceps haalt 50 cm TL en vraagt een bak van 2–3 meter. Geen enkele meerval leeft van alleen algen of restjes.
- Melanotaenia praecox Melanotaenia praecox is een kleine, vreedzame regenboogvis die je het beste in een school van zes tot acht of meer houdt. Ondanks het formaat zwemt hij actief; een richtlijn van ten minste 60 cm lengte helpt hem en zijn schoolgenoten de ruimte te geven, met warm water, planten en wat drijfplanten tegen fel licht. De mannetjes kleuren het mooist als ze elkaar in de groep kunnen imponeren.
- Meloenbarbeel (Haludaria fasciata) De meloenbarbeel is een kleine, scholende karperachtige uit de West-Ghats in Zuid-India. In de school is hij doorgaans zeer vreedzaam, maar aan het voer is hij een pittige eter die tragere of schuwere vissen kan wegconcurreren. Houd daarom een gemengde groep van minstens acht tot tien dieren in een bak met een bodem van minstens 90 bij 30 centimeter, bij 22 tot 26 graden. Koop bewust één kleurvorm: de geografisch geïsoleerde vormen meng je niet, omdat menging tot hybridisatie kan leiden.
- Mesoheros festae (rode terrorcichlide) De rode terrorcichlide Mesoheros festae is een forse, felgekleurde cichlide uit Ecuador en Peru. Hij hoort in een ruime solobak of bij een gevestigd man-vrouwpaar: uitzonderlijk territoriaal, een dagelijkse graver en een springer die een goed gesloten bak vraagt. Stevige inrichting en krachtige filtratie horen erbij. Wie dat biedt, krijgt een indrukwekkende vis waarvan de vrouwtjes hun felle rood behouden.
- Molly vissen houden Een molly is een levendbarende vis van 8 tot 15 cm (zonder staart) die hard, licht basisch water nodig heeft: GH 15–35 °dH, pH 7–8,5 en 21–28 °C. Er zijn drie soorten en veel kweekvormen, zoals de black molly en de ballonmolly. Houd minstens één man op twee vrouwen in een bak met een bodem van 76 tot 91 cm. Zout is niet nodig.
- Nannostomus trifasciatus Nannostomus trifasciatus is een slanke, hooguit enkele centimeters lange potloodvis uit het Amazonegebied. De mannetjes zijn onderling pittig: zonder ruimte en een groep van liefst 10 of meer kan het tot letsel komen. Wie een bak van minstens 75 bij 30 centimeter, passend en liefst zacht water, plus dagelijks klein levend of diepvriesvoer kan bieden, krijgt er een levendige, sierlijke groepsvis voor terug.
- Neolamprologus leleupi houden Neolamprologus leleupi is een gele rotsbewoner uit het zuiden van het Tanganyikameer. In het aquarium is het een vis voor wie hem als één paartje houdt in een ruime bak met veel holen, hard en basisch water en consequent onderhoud. Ondanks zijn populariteit is dit geen makkelijke vis: hij is agressief tegen soortgenoten en gevoelig voor verslechterende waterkwaliteit.
- Neolamprologus pulcher (Daffodil) De Daffodil-cichlide (Neolamprologus pulcher) is een kleine cichlide uit het Tanganyikameer die als hecht paar leeft: man en vrouw verdedigen samen hun territorium en grotere jongen verdedigen het broedgebied mee. Hij vraagt hard, alkalisch water, veel stabiel rotswerk en zorgvuldig gekozen medebewoners; andere leden van het Brichardi-complex horen er niet bij.
- Neontetra verzorgen De neontetra (Paracheirodon innesi) past in een rustige groep met voldoende zwemruimte, zacht water en bereikbaar fijn voer. LICG adviseert ongeveer 24 °C, pH 6–7 en een aquarium vanaf 60 cm lang. Controleer ook je hardheid, medebewoners en filterwerking voordat je vissen toevoegt.
- Nimbochromis fuscotaeniatus Nimbochromis fuscotaeniatus is een forse, visetende cichlide uit het zuidelijke deel van het Malawimeer. Hij kan 25 cm lang worden, leeft in het meer meestal alleen en eet kleine vissen. Die drie punten bepalen je keuze: voldoende ruimte, geen kleine medebewoners en een voedingsplan voor een roofvis. Deze gids laat zien wat bronnen daarover onderbouwen en waar je vóór aankoop zelf moet controleren.
- Nimbochromis venustus Nimbochromis venustus, in de handel ook Giraffe Cichlid of Giraffe Hap genoemd, is een grote Malawi-cichlide die zich volgens naslagwerk roerloos als dood voordoet om prooi te lokken. Deze vis vraagt veel ruimte, warm hard basisch water en een bewuste keuze van het gezelschap: kleinere mbuna en jonge vissen tellen als voer. Een bodemvlak van 120 × 45 centimeter is het formaat dat Seriously Fish aanbeveelt bij een vis van 25 cm; plan daar niet zomaar onder. Bij een harem of grote medebewoners geeft de bron geen ruimere maat op, dus kies zo'n combinatie alleen in een bak die dat werkelijk aankan. De man houd je alleen of samen met meerdere vrouwen; kies buren die duidelijk te groot zijn om als prooi te dienen.
- Notropis chrosomus (rainbow shiner) Notropis chrosomus, in het Engels rainbow shiner, is een kleine Noord-Amerikaanse schoolvis voor helder, zuurstofrijk en relatief koel water met wat stroming en een grindbodem. De vissen blijven rond de 5 tot 8 centimeter, zijn rustig en vooral bodemgericht. Houd er minstens tien samen: kleinere groepen kunnen schuw worden. Kamertemperatuur van 18 tot 22 graden volstaat; plotselinge temperatuurwissels vermijd je.
- Otocinclus Otocinclus is een kleine grazende meerval voor een stabiel, beplant aquarium. Zorg voor blijvend beschikbaar voedsel, rustige medebewoners en een passende groep. Controleer dagelijks of ieder dier eet en op gewicht blijft; vermagering vraagt aandacht voor voeding, waterkwaliteit én mogelijke ziekte.
- Panda-pantsermeerval De panda-pantsermeerval (Hoplisoma panda, eerder beschreven als Corydoras panda) is een vreedzame bodemvis die je in een groep van minstens zes houdt. Zijn opvallendste praktische behoefte is relatief koel water: 22–25 °C is het verzorgingsadvies, en langdurig warmer wordt voor deze vis afgeraden. Met een schone zandbodem en eigen zinkend voer wordt hij een actief, herkenbaar schooltje voor de onderste waterlaag.
- Paradijsvis De paradijsvis (Macropodus opercularis) is een labyrintvis voor koel water: 10–22 °C, vaak zonder verwarming. Hij wordt 6,7–8 cm (SL), vraagt een grondvlak vanaf 80 × 30 cm voor een paar of 100 liter voor een man met twee vrouwen, en bouwt een schuimnest met 400–600 eieren. Houd nooit twee mannen samen in een gewone bak.
- Placidochromis electra (Deepwater Hap) Placidochromis electra, in het Engels Deepwater Hap genoemd, is een vreedzame cichlide uit het Malawimeer die boven open zandbodems leeft. Hij kan zonder staartvin zo'n 20 centimeter lang worden, met staartvin dus langer, en vraagt daarom een ruime bak met een zachte zandbodem, meerdere wijfjes per man en rustig gezelschap. In een drukke mbuna-gemeenschap past hij niet. Wie ruimte en zand kan bieden, krijgt een kalme vis met een eigen, rustige manier van foerageren.
- Platydoras costatus Platydoras costatus leeft op de bodem en verschuilt zich in zand of tussen ondergedompeld hout. De vis die in de handel onder deze naam wordt verkocht is doorgaans een andere soort, Platydoras armatulus; het verzorgingsadvies hieronder volgt die handelsvis, die nachtactief en schuw is. Reken op 24 centimeter zonder staartvin en een bak van minstens 120 centimeter, met gedempt licht, ruime schuilplaatsen en zinkend voer na het licht uit. Kleinere vissen zijn niet veilig; bij het vangen let je op stekels die in het net blijven haken.
- Platy (Xiphophorus maculatus) De platy is een vreedzame, kleurrijke levendbarende vis van 4 tot 6 cm uit Midden-Amerika en een van de beste vissen voor beginners. Houd hem in middelhard tot hard water (pH 7-8, GH 10-25) bij 20-26 °C, in een bak vanaf 60 cm, met één man op twee tot vier vrouwen. Reken op jongen: elke vier tot zes weken een worp van gemiddeld 20 tot 40.
- Posthoornslak in het aquarium De posthoornslak (in het Engels ramshorn snail) is een platte, opgerolde slak die algen, aanslag en voerresten opruimt. In de handel gaat het meestal om de Florida-schijfhoren Planorbella duryi, in rood, roze, blauw of bruin. Hij plant zich snel voort, dus het aantal slakken laat zien hoeveel voer er over is. Herkennen, verzorgen en te veel slakken aanpakken zonder gif.
- Pristella maxillaris (x-ray tetra) De x-ray tetra (Pristella maxillaris) is een kleine, vreedzame schoolvis met een fijne zwart-wit-gele tekening. Een bak van 60 cm of een bodem van 60 bij 30 cm geldt in de naslagen als kleinste te overwegen formaat. Houd hem met minstens 6, liever 10 of meer soortgenoten, geef gevarieerd klein voer en combineer hem liever met rustige vissen van vergelijkbare grootte.
- Protomelas fenestratus (Fenestratus) Protomelas fenestratus, kortweg Fenestratus, is een Malawicichlide die in de natuur sediment van rotsen blaast om er eetbaars uit te peuteren. Hij geldt als zachtmoedig voor een cichlide, maar mannen verdedigen een broedterritorium. Je kiest hem voor een ruime rotsbak met zand, hard basisch water en rustige Malawi-medebewoners in plaats van een drukke mbuna-groep.
- Protomelas taeniolatus (Red Empress) Protomelas taeniolatus is een robuuste maar vreedzame Malawi-cichlide; Red Empress is een populaire kleurvorm ervan. Hij vraagt een rotsbak met hard, alkalisch water, een bodemvlak van minimaal 120 × 45 cm, één mannetje met meerdere wijfjes en een dieet met een groot aandeel plantaardig voer; hou de porties klein, want de vis is gulzig en wordt snel te zwaar.
- Pseudomugil furcatus Pseudomugil furcatus is een kleine, vreedzame blauwoog die pas echt tot leven komt in een groep van acht tot tien dieren. De vis vraagt een biologisch rijpe, dicht beplante bak met helder en zuurstofrijk water, plus klein voer dat hij uit de waterkolom opneemt. Wie een bodemoppervlak van 60×30 centimeter kan bieden en klein, passend voer gecontroleerd aanbiedt, krijgt een levendige school waarin mannetjes zichtbaar om de aandacht van de vrouwtjes pronken.
- Ramirezi houden De ramirezi (Mikrogeophagus ramirezi) is een kleine dwergcichlide voor een warm, rijp aquarium met beschutting en fijn zand. Een richtpunt binnen 27–30 °C, passend zacht water en aandacht voor zuurstof vormen samen de basis. Kijk vooral bij het voeren: deze bodemgerichte vis moet ook tussen zijn medebewoners werkelijk aan eten komen.
- Rasbora Rasbora is een handelsnaam voor kleine schoolvissen uit vier geslachten, met elk eigen eisen. De zes bekendste worden 2 tot 4,5 cm, vragen minstens 45 × 30 of 60 × 30 cm bodem en een groep van 8–10 dieren; de galaxy liefst 20. De hardheid loopt uiteen van GH 1–5 tot 5–15 °dH. Zo kies je de soort die bij jouw water past.
- Galaxy rasbora houden De galaxy rasbora (Danio margaritatus) wordt hooguit 2,1 cm en hoort in een groep van liefst twintig dieren, op een bodem van minstens 45 × 30 cm. Houd 20–26 °C, pH 6,5–7,5 en GH 5–15 °dH aan, plant de bak dicht en geef klein voer dat onder het oppervlak blijft: deze schuwe Danio eet zelden bovenaan.
- Chili rasbora houden De chili rasbora (Boraras brigittae) wordt ongeveer 2 cm en is een schuwe schoolvis uit de zwartwaterbeken van Borneo. Houd minstens 8 tot 10 dieren in een rijpe, dichtbeplante bak met een bodem van 45 × 30 cm en zacht water van 20–28 °C en pH 4–7. Zo herken je de echte chili, kies je medebewoners en kweek je de jongen op.
- Redeye puffer (Carinotetraodon lorteti) Carinotetraodon lorteti, in de handel bekend als Redeye puffer, is een kleine zoetwaterkogelvis uit Zuidoost-Azië die in principe alleen hoort in een rijk ingerichte soortbak. De vis is territoriaal en bijt vinnen van medebewoners, vooral in kleinere bakken. Reken op een bodem van minstens 60 × 30 centimeter, zacht tot matig hard water, een rustige stroming en regelmatig voer met harde schelpdelen, zoals slakken, om de doorgroeiende tandplaten kort te houden. Regelmatige kleine waterwissels horen erbij, want de soort verdraagt verslechterende waterkwaliteit slecht.
- Roodkopzalm (Petitella bleheri) De roodkopzalm is een kleine, vreedzame schoolvis die je niet als solitair of in hard water moet houden. Petitella bleheri vraagt om een school van minstens 7 exemplaren, zacht en licht zuur water, en een bak met open zwemruimte, planten en gedempt licht. Wie rustige medebewoners kiest en de waterwaarden meet, krijgt een levendige school die vooral in de onderste en middelste waterlaag beweegt.
- Satanoperca jurupari (Demon Eartheater) Satanoperca jurupari, in de hobby bekend als Demon Eartheater of aardeter, zeeft zijn eten uit het zand. Zacht substraat is daarom de kern van zijn verzorging, samen met een bakbodem van ten minste 210 × 60 cm voor een groep van vijf tot acht vissen. Buiten de broedtijd is hij vreedzaam, maar hij hoort alleen in een biologisch rijpe bak met grote wekelijkse waterwissels.
- Slakken in aquarium Slakken in je aquarium herken je aan de schelp: een platte schijf is een posthoorn (tot 25 mm), een gladde schelp met de opening links een blaashoren (tot 15 mm) en een smalle toren een torenslak (17–24 mm). Ze eten algen en voerresten; een plotselinge toename wijst meestal op te veel voer. Zo herken je soorten en eitjes en houd je ze goed.
- Appelslakken Appelslakken mag je in Nederland niet meer kopen, verkopen of kweken. Alle Pomacea-soorten zijn een EU-quarantaineorganisme met meldplicht bij de NVWA, ook voor eieren. De platte Marisa cornuarietis staat sinds 7 augustus 2025 op de Unielijst; alleen aantoonbaar ouder bezit mag je onder voorwaarden houden.
- Steatocranus casuarius De lionhead-cichlide (Steatocranus casuarius) is een Afrikaanse cichlide die niet vrij zweeft maar met korte hopjes over de bodem beweegt. Je houdt hem als paar in een bak met zand, stevig vastgezette rotsholen en wat stroming. Hij eet gevarieerd, niet te vet voer en verdedigt zijn hol fel, zeker rond het broed.
- Sumatraan De sumatraan (in deze gids Puntigrus tetrazona) is een actieve groepsvis die ruimte en zorgvuldig gekozen medebewoners nodig heeft. Acht tot tien of meer dieren is het aangehaalde praktijkadvies; Alquarium rekent met minimaal 100 liter én voldoende zwemlengte. Een passende groep helpt, maar is geen garantie tegen opjagen of vinbijten.
- Synodontis njassae Synodontis njassae, ook Malawi squeaker genoemd, is een meerval uit het Malawimeer. Hij hoort in hard, alkalisch water met rotshopen die holen vormen, en past alleen bij robuuste medebewoners. Reken op een bodemoppervlak van minstens 120 × 30 cm, water van 23–28 °C en een weinig kieskeurige eter die kleine vissen als prooi kan zien.
- Tetrasoorten Tetra’s zijn kleine scholenvissen die je in een groep van minstens 8–10 soortgenoten houdt. Neon- en kardinaaltetra passen vanaf 60 × 30 cm, de citroentetra vanaf 80 cm, keizertetra en roodkopzalm vanaf 90 cm. De temperatuur loopt per soort uiteen van 21–25 °C bij de neon tot 23–29 °C bij de kardinaal.
- Thoracocharax stellatus (spotfin hatchetfish) Thoracocharax stellatus is een zilverglanzende bijlzalm die in een school vlak onder het wateroppervlak leeft. Hij is vreedzaam maar schrikachtig en kan in één sprong meerdere meters overbruggen. De vis vraagt daarom een ruime bak met een oppervlak van minstens 120 × 45 cm, zacht tot middelhard water, een strak sluitende afdekking, drijfplanten en een groep van minstens vijf tot zes dieren. Wie daarbij insectenrijk voer biedt, haalt een bijzondere oppervlaktebewoner in huis.
- Trichopsis pumila (pygmy gourami) De pygmy gourami (Trichopsis pumila) is een kleine labyrintvis uit Zuidoost-Azië. Je houdt haar in een paar of kleine groep in een dichtbegroeide, kalme bak met een bodemoppervlak van 45 × 30 centimeter of gelijkwaardig. Ze vraagt zacht tot matig hard water van 22–28 °C, rustig gezelschap van dezelfde grootte en fijn voer met kleine levende of diepvrieshapjes. Dek de bak goed af: ze springt en haalt als labyrintvis af en toe adem uit de vochtige luchtlaag boven het water.
- Trigonopoma pauciperforatum (redstripe rasbora) De redstripe rasbora (Trigonopoma pauciperforatum) is een slanke, rustige schoolvis voor zacht water met een pH van zuur tot neutraal. Hij vraagt een bakvoet van minstens 90 bij 30 centimeter, een school van acht of meer en rustige medebewoners die hem bij het voeren niet wegjagen. Klein droogvoer plus muggenlarven, Daphnia en Artemia houden hem in conditie; de kleur van zijn lengtestreep verschilt per dier en moment.
- Vuurgarnalen houden De enige garnaal in de hobby die zijn hele levenscyclus in zoet water doorloopt. Een handvol dieren wordt binnen een jaar een kolonie, zonder dat jij iets doet. En wie hier op osmosewater overstapt "omdat dat beter is voor garnalen", veroorzaakt precies de vervellingsproblemen die hij dacht te voorkomen.
- Vuurneon (vuurzalm) De vuurneon of vuurzalm (Hemigrammus erythrozonus) is een klein, vreedzaam schoolvisje met een opvallende oplichtende streep, dat het mooist uitkomt in een passend ingericht aquarium met gedempt licht, een donkere bodem en beschutting. Hij vraagt een rustige school van voldoende grootte en rustige medebewoners van vergelijkbaar formaat.
- Vuurstaartlabeo De vuurstaartlabeo, Epalzeorhynchos bicolor, is een actieve bodemgerichte karperachtige uit Thailand. Zijn rode staart maakt hem opvallend, maar vooral zijn territoriumgedrag bepaalt of hij bij je aquarium past. Plan voor een volwassen dier, geef hem eigen schuilruimte en voedsel, en kies medebewoners zorgvuldig.
- Zebradanio (zebravis) Twee dingen die iedereen over deze vis denkt te weten, kloppen niet. Hij hoort niet in een onverwarmde bak — krijgt hij de keuze, dan zwemt hij naar bijna 29 graden — en hij is niet geschikt om een bak mee in te draaien, juist omdat hij dat overleeft.
- Zwaarddrager houden De zwaarddrager (Xiphophorus hellerii) is een actieve levendbarende voor een lange bak met vrije zwemruimte en beschutting. Kies passend water en een doordachte groepssamenstelling, en maak vooraf een plan voor de jongen. Ook een eerder bevrucht vrouwtje zonder aanwezige man kan nog nakomelingen krijgen.
Aquariumplanten
Welke plant wortelt in de bodem en welke juist niet mag, waarom nieuw blad wegsmelt, en welke soorten in Nederland niet meer verkocht mogen worden.
- Amazonezwaardplant De amazonezwaardplant vormt een brede rozet met lange bladeren. Kies hem op de volledige plantennaam én de ruimte die hij later krijgt. Plant de wortels in de bodem, houd het hart vrij en beoordeel voeding en groei voordat je de waterwaarden verandert.
- Anubias Anubias is een langzaam groeiende plant voor hout of steen. Houd de dikke wortelstok vrij; de dunne wortels mogen wel de bodem in. Kies een passende plek met bescheiden licht en controleer de bevestiging en nieuwe bladeren regelmatig.
- Aquariumplanten Aquariumplanten beginnen goed met de juiste plaatsing: wortels in de bodem waar dat past, een vrije wortelstok bij Anubias en Javavaren, en ruimte voor nieuwe groei. Bladverlies na aankoop kan aanpassing zijn, maar kijk ook naar licht, voeding en de toestand van de plant.
- Cryptocoryne wendtii Cryptocoryne wendtii kan na aankoop of een verandering veel blad verliezen. Haal zacht, rottend blad weg, controleer de plantdiepte en geef een nog stevige plantbasis rust. Nieuwe groei is een goed teken; afwachten is geen vervanging voor onderzoek als het verval doorgaat.
- Drijfplanten aquarium Drijfplanten geven je aquarium schaduw en beschutting. Kies Hydrocharis voor lange wortels, Phyllanthus voor rode blaadjes van 12–20 mm, Salvinia minima voor een snelle laag blaadjes van 1–2,5 cm of Riccia als schuilplek voor jongen. Houd voerplek en uitstroom vrij, dun op tijd uit en koop geen watersla: die is sinds 2 augustus 2024 verboden.
- Guppygras (Najas guadalupensis) Guppygras (Najas guadalupensis) is een zeer snel groeiende waterplant uit Amerika met broze stengels tot 60–90 cm en smalle blaadjes van hooguit 3 cm. Het verdraagt 4–32 °C, groeit het best bij 20–30 °C en pH 5–8, en kan drijvend of geplant. In kweekbakken biedt het dichte schuilruimte voor jonge guppen en garnalen.
- Hoornblad in het aquarium Grof hoornblad (Ceratophyllum demersum) is een snelgroeiende stengelplant zonder echte wortels: je laat hem drijven of klemt hem licht vast. Hij vraagt weinig licht en geen CO2, neemt snel voedingsstoffen op en is daardoor een van de beste planten voor een nieuwe bak of een algenprobleem. Zo houd je hem groen en vol.
- Javamos Javamos geeft hout en stenen een zachte groene laag en biedt kleine vissen beschutting. Spreid het dun uit, houd het vrij van ophopend vuil en snoei voordat de buitenkant alles eronder overschaduwt. Vraag bij aankoop ook naar de wetenschappelijke naam.
- Javavaren (Microsorum pteropus) Javavaren is een van de makkelijkste aquariumplanten: weinig licht, geen CO2, langzame groei en 15 tot 30 cm hoog. De gouden regel: begraaf de wortelstok nooit, maar bind of lijm de plant op hout of steen. Zwarte stippen onder het blad zijn sporenhoopjes, geen ziekte. Zo zet je hem vast, voorkom je bruine bladeren en vermeerder je hem.
- Makkelijke aquariumplanten Anubias, javavaren, javamos en Cryptocoryne wendtii zijn de makkelijkste aquariumplanten als je weinig wilt snoeien: ze groeien langzaam en vragen weinig licht en CO2. Hygrophila, Limnophila en hoornblad stellen even weinig eisen, maar vragen wekelijks snoeiwerk. Let op de eindmaat: Sagittaria kan 50 cm hoog worden, hoornblad stengels tot 80 cm.
- Vallisneria in het aquarium Vallisneria vormt lange lintbladeren en maakt nieuwe plantjes aan uitlopers. Kies een passende soort of kweekvorm, geef de rozet ruimte en let op wat er verandert na planten of doseren. Hier lees je hoe je de plant onderhoudt en waarom bladafbraak niet automatisch een onschuldige gewenningsfase is.
- Waterpest (Egeria densa) in het aquarium Waterpest is een snelgroeiende stengelplant die veel voedingsstoffen opneemt en zo algen tegengaat. In het aquarium gaat het meestal om Egeria densa (Braziliaanse waterpest). Let op: smalle waterpest (Elodea nuttallii) staat op de Europese lijst van invasieve exoten en mag niet verhandeld worden. Zo herken je de soorten, plant en stek je waterpest en houd je hem in toom.
Ziektes bij aquariumvissen
De ziektebeelden die je in een huiskamerbak tegenkomt, met het onderscheid met wat erop lijkt, en waarom een kuur juist mislukt op het moment dat hij lijkt te slagen.
- Buikwaterzucht bij vissen Buikwaterzucht (waterzucht, dropsy) is geen ziekte maar een symptoom: vocht hoopt zich op in het lichaam, waardoor de buik opzwelt en de schubben als een dennenappel uitstaan. Oorzaken lopen uiteen van een bacteriële infectie tot nierschade of een tumor. Meet direct je water, zet de vis apart en schakel een dierenarts met visexpertise in.
- Camallanus bij aquariumvissen Camallanus zijn rondwormen die bij aquariumvissen de darm kunnen aantasten. Rode draadjes die uit de anus steken zijn verdacht, maar een foto bepaalt niet welke wormsoort aanwezig is. Laat de oorzaak onderzoeken, beperk verspreiding en spreek een behandel- én controleplan af met een dierenarts met viservaring.
- Neonziekte Neonziekte door Pleistophora hyphessobryconis tast vooral skeletspieren aan. Een bleke plek kan daarbij passen, maar bewijst de diagnose niet. Voor bevestigde microsporidiose noemen de veterinaire handboeken geen betrouwbaar genezende behandeling; juist daarom moet een mogelijk andere oorzaak zorgvuldig worden onderzocht.
- Vinrot bij vissen Een rafelende of verdwijnende vin beschrijft een beschadiging, nog geen oorzaak. Waterproblemen, verwonding en bacteriële infectie kunnen op elkaar lijken en ook samengaan. Kijk daarom zowel naar de vis als naar zijn leefomstandigheden voordat je een behandeling kiest.
- Waterschimmel bij vissen Waterschimmel kan grijswitte, draderige aangroei geven op vissen of eieren. Vaak spelen beschadiging, stress of ongeschikte omstandigheden mee, maar een zichtbare wond is geen voorwaarde om hulp te zoeken. Een wattige plek bewijst niet zelfstandig dat Saprolegnia de oorzaak is. Onderzoek de afwijking én de omstandigheden.
- Witte stip bij vissen Witte stip wordt veroorzaakt door Ichthyophthirius multifiliis. De parasiet leeft deels op de vis en deels in het aquarium. Daarom bewijzen verdwenen stippen nog geen genezing. Laat de diagnose onderbouwen en stem de behandeling af op de aanwezige dieren, het middel en de temperatuur.
Techniek in het aquarium
Het filter als woonwijk in plaats van als zeef, en CO2 als versneller in plaats van als voorwaarde.
- Aquariumbodem kiezen Voor de meeste plantenbakken volstaat grof zand of fijn grind met voeding bij de wortels. Een voedingsonderlaag leg je ongeveer 1 cm dik onder grind, een complete soil ligt zelfstandig en kan de pH verlagen. Reken het volume met lengte × breedte × gemiddelde dikte ÷ 1000: 60 × 30 cm bij gemiddeld 5 cm is 9 liter.
- Aquariumfilter Een aquariumfilter vangt vuil op, huisvest de bacteriën die ammoniak omzetten en draait dag en nacht. Kies een sponsfilter, binnenfilter of buitenfilter op bakgrootte, bezetting en bereikbaarheid. Een pompopgave van 440 liter per uur is op 100 liter water 4,4 bakvolumes per uur, geen bezettingsnorm. Spoel filtermateriaal in aquariumwater, nooit onder de kraan.
- Aquariumverwarming Een aquariumverwarming kies je op waterinhoud, gewenste watertemperatuur en de koudste kamertemperatuur. Bij 20 °C kamer en 25 °C water volstaat ongeveer 1 W per liter; 100 liter van 15 naar 30 °C vraagt 200 W. Plaats de staaf in stromend water, controleer met een losse thermometer en reken het verbruik uit.
- CO2 in het aquarium CO₂ is een koolstofbron voor aquariumplanten. Extra CO₂ doseren kan de groei ondersteunen, maar een aquarium hoeft niet automatisch een gasinstallatie te hebben. Kies eerst planten en verlichting die bij je onderhoud passen. Voeg je CO₂ toe, dan komen de veiligheid van de dieren en een betrouwbare controle vóór een zo groen mogelijke indicator.
- Het aquariumfilter Een aquariumfilter vangt deeltjes af én biedt oppervlak aan micro-organismen die afvalstoffen verwerken. Goed onderhoud houdt het water stromend zonder onnodig veel biofilm te verwijderen. Bruin materiaal is niet automatisch een bewijs dat alles goed werkt.
- Luchtpomp aquarium Een luchtpomp blaast omgevingslucht naar een luchtsteen of sponsfilter en helpt zo zuurstof in het water te brengen. Kies hem op waterdiepte en taak, niet op liters: op 40 cm diepte moet hij al 3,9 kPa extra druk leveren. Zet hem droog naast en boven de bak, met een terugslagventiel in de slang.