Vissen
Guppen kopen: de sterfte begint bij de herkomst
Draait je bak al goed en gaan de nieuwe guppen tóch binnen een week dood, dan zoeken de meeste mensen de fout bij zichzelf: het voer, de warmte, iets in het water. Bij deze soort ligt hij vaker een stap eerder. Wat je meeneemt uit de winkel is een dier met een geschiedenis van tientallen generaties kweek, en die geschiedenis bepaalt de eerste weken meer dan jouw verzorging. Wat je koopt en waar je het koopt, kun je na het afrekenen niet meer bijstellen.
In het kort
- De soort is makkelijk, het dier uit de winkelbak niet altijd. Dat verschil is het hele onderwerp van dit stuk.
- Wie geen jongen wil, koopt mannetjes. Alleen vrouwtjes kopen werkt niet: een vrouwtje uit een gemengde winkelbak draagt zaad bij zich en werpt daar nog maanden op door.
- De markt loopt langs twee gescheiden sporen: grootschalige kweek voor de winkelbak, en kwekers en de vereniging. Of de prijs iets over de overlevingskans zegt, is nooit onderzocht.
- Een besmettingscijfer voor een gewone handelspartij bestaat niet: de twee cijfers die erover rondgaan komen allebei uit een groep waar al iets mis was. Dat je aan de winkelbak niet ziet wat een dier bij zich draagt, is dus geen slordigheid van jou maar de stand van de kennis.
- Wie bedrijfsmatig verkoopt moet schriftelijke informatie meegeven, ook bij een zakje guppen van een paar euro. Die plicht hangt aan de verkoper en niet aan de plaats: op een beurs geldt hij voor de handelaar wel en voor de liefhebber met eigen nakomelingen niet.
Eerst je eigen bak uitsluiten, dan pas de herkomst
Vier vragen gaan aan alles vooraf, en je kunt ze alle vier zelf beantwoorden. Op alle vier is ja het goede antwoord.
Staan ammoniak en nitriet allebei op nul?
Dit is de enige van de vier waarvoor je een test nodig hebt, en dan een druppeltest en geen strookje: op die twee stoffen geeft een strookje vaak een vals nulresultaat, en daar bouw je de rest van dit stuk niet op. [praktijkregel]
De andere drie kosten geen cent. Stond de bak een week of vier ingericht met de pomp aan voordat er dieren in gingen? [praktijkregel] Staat de temperatuur stabiel tussen 23 en 25 graden, ook 's nachts? [literatuurrichtlijn, LICG] En heb je de bak de afgelopen week met rust gelaten, dus geen grote wissel, geen nieuwe inrichting, geen dier erbij? [praktijkregel]
Vier keer ja, en de bak is niet de dader. Is er een vraag waarop je geen ja kunt geven, dan ligt de oorzaak thuis en niet in de winkel: dieren in een bak die het afval nog niet wegwerkt gaan dood aan hun eigen uitwerpselen, en dat geldt voor deze soort net zo goed als voor de rest. Die volgorde is niet van mij: bij de guppenziekten staat hij net zo. Eerst het water, dan de herkomst, dan pas een ziekte.
Vanaf hier is het simpel. Geef een paar dagen geen voer, meet dagelijks, en wissel water tot beide waarden op nul staan en daar blijven. [praktijkregel] Eén ding hoort er uitdrukkelijk níét bij, en dat scheelt een flesje: de waterontgifter is hier niet de verdachte, want aan Nederlands drinkwater wordt geen chloor toegevoegd. Waarom dat bij guppen anders ligt dan in vrijwel elk Engelstalig aquariumboek, staat in het profiel van de soort zelf.
Klopt alles en gingen de dieren tóch dood, dan is de herkomst de eerstvolgende verdachte. Bij deze soort is dat geen uitvlucht, maar de breedst gedragen verklaring die er is.
Eén dag of vier dagen is niet hetzelfde verhaal
Meten heb je hierboven gehad. Wat er nu bij komt is wannéér ze doodgingen, want dat zegt meer dan hoeveel er doodgingen.
Sterven ze in de eerste uren tot ongeveer een etmaal, kijk dan naar de reis en het overzetten. Een koude auto, een lange rit, een zak water die twee graden en een halve pH-eenheid naast jouw bak zit: dat is de val waar pas gekochte dieren in vallen, en dan gaat het over het overzetten en niet over de winkel. [praktijkregel] Hoe je dat overzetten aanpakt, en hoe je een tweede bak voor quarantaine inricht en hoelang je hem aanhoudt, staat in een eigen stuk. Dat is ook precies de maatregel waar dit artikel op uitkomt.
Valt de groep pas vanaf dag twee uit elkaar, verspreid over drie tot zeven dagen, zonder dat er iets aan te zien was, dan zit je in het beeld waarvoor je hier waarschijnlijk kwam. Een groep die kort na aankoop begint uit te dunnen zegt iets over de partij, niet over jouw bak. [praktijkregel]
Wat je dan doet is vooral iets níét doen. De overlevenden uit diezelfde winkelbak blijven mogelijke dragers. Vul de groep de eerste maand niet aan om de bak weer vol te krijgen; dan koop je hetzelfde risico een tweede keer. Blijft het daarna twee weken stil, dan kun je aanvullen, het liefst uit dezelfde bron als de dieren die het wél hielden. [praktijkregel] En laat één dier wél iets zien, dan begint het bij het beeld: wat daaraan af te lezen valt staat bij de guppenziekten.
Een makkelijke soort, een kwetsbaar handelsdier
Seriously Fish zet de gup op zijn eigen schaal op de laagste moeilijkheidsgraad, "Easy". Bij weerbaarheid, op die pagina "Hardiness", staat "unknown": niet beoordeeld. Daar hoort de aantekening bij dat die maat niet wordt meegemiddeld, maar de laagste beoordeling bepaalt die de vis kan krijgen, wat de andere maten ook zeggen. [literatuurrichtlijn] De weerbaarheid is dus niet beoordeeld, en "makkelijk" rust op de zes maten die daar los van staan én zijn ingevuld; ook voedsel is bij deze soort leeg gebleven. Twee alinea's verderop staat waarom dat geen toeval is: veel commercieel gekweekte guppen zijn volgens die bron niet sterk en juist vatbaar voor ziekte en vroege dood, en als oorzaak wijst zij inteelt bij guppen en overproductie aan. [literatuurrichtlijn] Kopen doe je daarom, zegt dezelfde alinea, bij kwekers of op "society auctions", veilingen van een vereniging. De Nederlandse tegenhanger daarvan is de visbeurs op een verenigingsbijeenkomst, en die staat verderop in dit stuk. De soort is makkelijk. Het dier in de winkelbak is dat niet altijd.
Aquarium Science laat de nuance vallen: guppen zijn daar geen beginnersvis meer, en dat komt door de manier waarop ze gekweekt worden. Honderden generaties lijnteelt, broer op zus. [praktijkregel, Aquarium Science] Als hoofdverwekkers in winkelbakken noemt die bron er drie: de darmworm Capillaria, de eencellige Tetrahymena die in de hobby guppykiller heet, en bacteriën, vooral columnaris en aeromonas. Van die eencellige beschrijft hij het beeld waarvoor je hier waarschijnlijk kwam: geen ziekteverschijnselen, dan snel dood, vaak de hele groep binnen een week of korter. [praktijkregel]
Een derde hobbybron, in het Nederlands, wijst dezelfde kant op. Op de site van de NBAT schrijft de Duitse guppykweker Hans-Peter Neuse: "Op de eerste plaats geldt ze nog steeds als beginnersvis, wat ze al lang niet meer is." Dezelfde tekst waarschuwt uitgerekend bij het spoor dat hieronder wordt aangeraden: stamboekkweekguppen noemt hij zeer gevoelig, en hun kweek en verzorging rekent hij tot de "hogeschool van de aquaristiek". Een bekende lijn is dus niet vanzelf een makkelijk dier. Wie een robuust, weerbaar dier zoekt, kan volgens hem beter een wildvorm proberen, of de nauwe verwant die verderop in dit stuk in hetzelfde winkelrek blijkt te liggen. [praktijkregel]
Eén bron zegt het tegenovergestelde, en dat is uitgerekend die waar dit artikel verderop op leunt. LICG schrijft onder Benodigde ervaring: "Voor het op een verantwoorde wijze houden van dit huisdier is geen specifieke ervaring nodig." [literatuurrichtlijn] Toch spreken die bronnen elkaar minder tegen dan het lijkt. LICG en Seriously Fish beschrijven de sóórt, Aquarium Science en Neuse het díér dat je in de winkelbak aantreft. Dat is precies waarom dit stuk over herkomst gaat en niet over verzorging.
Eerlijk erbij: Aquarium Science en de NBAT-tekst zijn hobbybronnen met veel eigen praktijk, geen wetenschappelijke publicatie, en een gecontroleerde vergelijking tussen de sterfte van sierkweeklijnen en die van wildvormen bestaat niet. [hiaat] Gemeten is er op deelaspecten. Zet je broer-zusparing, willekeurige paring en onverwante ouders naast elkaar, dan dragen de ingeteelde dieren een significant hogere belasting met de huidworm Gyrodactylus turnbulli en ruimen ze die besmetting trager op. [gemeten]
En het getal dat op fora rondgaat, dat rond zeventig procent van de winkelguppen de eerste maand of twee niet haalt, is nooit gemeten. [hiaat, circuleert op fora, nooit gemeten] Er bestaat wél een cijfer van rond de zeventig procent bij handelsvis, maar dat gaat over besmetting en niet over sterfte, en het komt niet uit een doorsnee partij. Kim en collega's vonden in 2002 bij gekweekte guppen 59 van de 83 dieren besmet met een darmworm, 71 procent, en dezelfde publicatie die dat cijfer doorgeeft meldt erbij dat zij op een tropische guppenkwekerij een sterfte tot dertig procent zagen waar deze worm speelde. [gemeten, op een kwekerij met sterfte, via citerende publicatie] Het origineel uit 2002 kreeg ik niet open, dus hoe die 83 dieren precies verzameld zijn kan ik niet nalezen. Wat dat cijfer wel en niet waard is, staat verderop, bij de grens van wat aan een dier te zien valt.
Twee sporen, en vijf plekken waar ze uitkomen
De vis in de tuincentrumbak en de vis op een verenigingsbeurs komen zelden uit dezelfde wereld.
Het eerste spoor is grootschalige kweek. Singapore was in 2016 nog de grootste siervisexporteur ter wereld; in 2019 nam Japan die plaats over, en dezelfde bron noemt de gup bij de vijf best verkopende soorten van de Singaporese kwekerijen. [literatuurrichtlijn - handelsstatistiek, Lim 2022] Dichterbij is er een herkomst bij gekomen: een Nederlands aquariumservicebedrijf schrijft dat er steeds meer vissen in Tsjechië worden gekweekt omdat de kostprijs per vis daar veel lager ligt en het "slechts een nachtje rijden" is, en dat de Nederlandse en Duitse groothandels de aangevoerde dieren eerst een rustperiode geven. [praktijkregel - brancheobservatie van één partij over de eigen keten]
Het tweede spoor zijn gespecialiseerde kwekers en de vereniging. Bij Poecilia Nederland, de vereniging voor levendbarende aquariumvissen, vindt "4 maal per jaar" een bijeenkomst plaats, en daar hoort telkens een visbeurs bij "waarbij u, tegen een kleine vergoeding, in het bezit kunt komen van de door leden aangeboden levendbarende". [literatuurrichtlijn, poecilia.nl, geraadpleegd 5 september 2026] Dezelfde vereniging houdt een visregistratie bij van wat haar leden in stand houden. Die staat achter een inlog en je moet een van de beheerders om toegang vragen, dus het is geen lijst waarin je zelf even opzoekt wie welke lijn heeft; het is wel de reden dat een lid meestal binnen één telefoontje weet wie iets heeft. [literatuurrichtlijn, visregistratie.poecilia.nl, geraadpleegd 5 september 2026] Is er de komende maanden geen beurs in de buurt, dan nodigt de vereniging uit om vrijblijvend contact op te nemen met de secretaris, en een plaatselijke aquariumvereniging onder de NBAT opent vaak dezelfde deur.
Kijk bij dat eerste spoor ook naar wat er nog meer in het rek staat. In het guppenassortiment van Hornbach stonden op 4 september 2026 tien artikelen: negen guppen en één "Endler Gup mixed (M/F)". [gemeten - eigen telling, één keten, één meetmoment] Endlers zijn een eigen soort. Ze kruisen moeiteloos met guppen, de nakomelingen zijn vruchtbaar, en wie beide meeneemt houdt op termijn geen van beide zuiver. De wildvorm waar Neuse het over heeft ligt daarentegen zelden in zo'n rek: die loopt in de praktijk via een kweker of een beurs. [praktijkregel]
| Waar je koopt | Wat je meestal krijgt | Wat je vraagt |
|---|---|---|
| Tuincentrum of bouwmarkt | Grootschalige kweek, gemengde bak, veel doorstroom | Hoe lang staan ze hier al, hangen deze bakken aan één gezamenlijk filtersysteem, en kunt u er alleen mannetjes uitvangen? |
| Aquariumspeciaalzaak | Dezelfde herkomst; of ze er langer staan en beter bekeken worden verschilt per zaak | Van welke leverancier komen ze, en wat is er de afgelopen weken uitgevallen? |
| Kweker of verenigingsbeurs | Bekende lijn, bekende ouders, minder dieren tegelijk | Hoe lang fok je al met deze lijn, en hoe vaak zet je er nieuw bloed bij? |
| Webwinkel met verzending | Winkelvoorraad of eigen kweek, met een nacht onderweg ertussen | Op welke dag gaan ze op de bus, en wat geldt er als een dier dood aankomt? |
| Particulier | Onbekende lijn, meestal overschot uit één lopende bak | Uit hoeveel bakken komen ze, en mag ik een foto van die bak zelf? |
De rit naar huis is de enige stap tussen winkel en bak die je zelf kunt verpesten, en er is weinig voor nodig om het goed te doen. [praktijkregel] Rijd rechtstreeks naar huis en hang er geen boodschappen achter. Houd de zak onderweg dicht en donker, bijvoorbeeld in een gesloten tas: fel daglicht en geschud kosten meer dan de tijd die je ermee wint. Laat hem niet in een geparkeerde auto staan, en doe hem bij vorst onder je jas of in een isolerende tas. En laat bij vorst of een hittegolf niet versturen, want dat is nu juist het weer waarin een pakket een nacht op een onverwarmd sorteercentrum staat.
Wat de prijs wel en niet zegt
LICG houdt aan: "Een guppy is een goedkope vis, per stuk bent u voor vrouwtjes ongeveer een euro kwijt, voor mannetjes enkele euro's." [literatuurrichtlijn] Naast die richtprijs stond op 4 september 2026 bij Hornbach een assortiment van tien artikelen, van 2,55 euro voor een vrouwtje uit de gemengde bak tot 3,95 euro voor een sneeuwwit mannetje. [gemeten - eigen telling, één keten, één meetmoment] Het goedkoopste vrouwtje kost daar al ruim het dubbele van de richtprijs. Waarschijnlijk kloppen beide opgaven gewoon, want LICG beschrijft de soort in het algemeen en dit is één keten op één dag. Reken dus niet met een landelijke prijs voor deze vis; die bestaat net zomin als een landelijk cijfer voor de hardheid van ons water.
Naast de winkel liggen twee routes die zelden een prijskaartje krijgen. Op een verenigingsbeurs gaat het om die "kleine vergoeding", en een controleerbare opgave van wat dat is bestaat niet. [hiaat] Particulier aanbod loopt verder uit elkaar. Op dezelfde dag stonden op de eerste pagina van het zoekresultaat bij Marktplaats jonge dieren onder de vijftig cent, volwassen dieren rond een euro, staffels als "1,00 euro per stuk, 4,00 euro per vijf", meerdere gratis aanbiedingen, en als duurste een tricolor koi guppy van 4,99 euro. [gemeten - eigen steekproef, 4 september 2026, eerste pagina van het zoekresultaat; die pagina wisselt per dag] Zulk aanbod is bijna altijd overschot uit één lopende bak: één bron, één water, geen transportketen, en dat is precies waarom het soms béter uitpakt dan de winkelbak. Daar staat tegenover dat er geen informatieplicht geldt en dat je niet ziet wat er verder in die bak zwemt. De vraag die het meeste oplevert gaat dan ook niet over de vis: vraag om een foto van de bak zelf.
Waarom een mannetje meer kost is geen mysterie: je betaalt voor kleur en staartvorm, en dat is kweekwerk. Of de prijs iets zegt over de overlevingskans is nooit onderzocht. [hiaat] Wat je wél weet, is dat een dure speciale kweekvariant uit een strakker geselecteerde en dus smallere lijn komt, en dat Seriously Fish en Aquarium Science juist die lijnteelt als oorzaak van de zwakte aanwijzen. Duurder is bij deze soort dus eerder een reden tot voorzichtigheid dan een garantie. [praktijkregel]
Het geslacht kies je in de winkel, niet thuis
Naast de herkomst is er nog één keuze die je in de winkel maakt en thuis niet meer kunt terugdraaien: het geslacht.
Wil je geen jongen, koop dan mannetjes. Alleen vrouwtjes kopen werkt niet, en dat is de fout die het vaakst gemaakt wordt. Een vrouwtje uit een gemengde winkelbak is vrijwel nooit ongepaard en draagt zaad bij zich. [praktijkregel] Reken op vier tot zes maanden doorwerpen nadat de laatste man weg is; het gemeten maximum ligt rond zes maanden en voor de meerderheid rond vier. [gemeten, via citerende publicatie] Dat is geen ongelukje van jouw bak, maar een eigenschap van de bak waar ze vandaan kwam.
Eén kanttekening hoort bij het advies om mannetjes te kopen, en die komt uit dezelfde bron die hierboven de zwakte van handelsguppen aanwijst. Aquarium Science schrijft dat juist mannetjes het na de winkel slecht doen: hun lange sluiervinnen zijn voor het afweersysteem lastig te bereiken, zodat bacteriën via de staart binnenkomen. De auteur zegt ze zelf zelden langer dan twee weken in leven te houden terwijl de vrouwtjes uit dezelfde partij het prima doen, en noemt Diana Walstad, die hetzelfde rapporteert. [praktijkregel] Gemeten is dat niet. [hiaat]
Het advies aan wie geen jongen wil blijft toch een groep mannetjes, maar dan een grotere dan de drie waarmee de meeste mensen thuiskomen, zodat de onderlinge wrijving zich over meer dieren verdeelt. Hoeveel er in jouw liters passen, en waarom onder de veertig liter geen bak voor deze soort is, staat in de tabel bij hoeveel guppen in een bak. Die getallen herhaal ik hier bewust niet, want twee lijstjes die net iets van elkaar verschillen is precies hoe een gids zichzelf tegenspreekt. [praktijkregel]
Wil je wél een gemengde groep, dan is de band van LICG één mannetje op twee tot vijf vrouwtjes. [literatuurrichtlijn, LICG] Waar je binnen die band gaat zitten hangt af van hoeveel dieren je aankunt, en dat hangt weer aan je liters; dezelfde tabel geeft per bakmaat een startstand. Twee dingen liggen daarbij vast. FishBase houdt voor deze soort groepen van vijf of meer dieren aan, dus daar begint het aantal dat je meeneemt. [literatuurrichtlijn] En de onderkant van de LICG-band levert bij één mannetje drie dieren op; dat is voor deze soort geen groep. Bedenk verder dat je met een gemengde groep in feite de eerste generatie van veel meer vissen koopt, en dat je vóór het afrekenen bedenkt wat er met die jongen gaat gebeuren, niet erna.
Doe het uitzoeken niet op kleur. Bij moderne kweeklijnen hebben vrouwtjes volop gekleurde staarten, en wie op kleur sekseert komt met de verkeerde samenstelling thuis. Het enige harde kenmerk is het gonopodium, de tot een staafje omgevormde aarsvin van het mannetje; daar staat ook bij hoe je die bij jonge dieren en in een drukke bak beoordeelt. Laat de verkoper bij het uitvangen een voor een aanwijzen wat hij ziet, en tel zelf mee. [praktijkregel]
Kijken helpt, tot precies de grens van wat je niet ziet
LICG is hier concreet, en het is goed advies: "Kies de meest actieve vissen. Let erop dat de vissen een mooie schone huid hebben en niet mager zijn." [literatuurrichtlijn] Wat je aan de winkelbak zoekt is smaller dan wat je thuis bij een ziek dier zoekt. Je hoeft niet uit te vinden wát het is; je hoeft alleen te beslissen of je hier koopt.
| Wat je door het glas ziet | Wat het aan de winkelbak betekent |
|---|---|
| Witte korrels op vin of flank, als fijn zout | witte stip, en dan zit de hele bak eronder, ook de dieren die er goed uitzien |
| Vinnen met een uitgesleten, doorschijnende rand | vinrot, en hier telt vooral wat dat over dit water zegt |
| Rode draadjes uit de anus | een meegekomen darmworm, bij deze soort Camallanus |
| Vinnen strak tegen het lichaam geknepen | een dier dat ziek is voordat er iets aan de huid te zien is |
| Een kromme rug bij een jong dier | laat staan; de oorzaak is aan de kromming niet af te lezen en dat uitzoekwerk hoort bij een dier dat je al hebt |
Zie je er één, dan koop je uit die bak niets, ook niet het ene exemplaar dat er goed uitziet. En kijk dan niet alleen naar díé bak: in veel zaken en bouwmarkten hangt een hele wand aan één gezamenlijk filtersysteem, en dan koop je twee bakken verderop hetzelfde water. Vraag het gewoon. [praktijkregel] Wat er achter zo'n beeld kan zitten, en waarom LICG bij vissen met een kromme rug eerst een vitamine C-tekort wil uitsluiten, staat bij de ziekten; aan de winkelbak blijft er maar één regel over, en dat is: koop hem niet.
Kijk daarna nog een keer, maar dan naar het water in plaats van naar de vis. Ligt er een dood dier onderin, dan koop je in elk geval het water waar de rest in stond. Waaraan dat dier stierf weet je niet, en juist daarom is het geen bak om uit te kopen. [praktijkregel] Vraag ook hoe lang de partij er staat: dieren die net binnen zijn hebben transport en een andere waterchemie achter de rug en hebben hun problemen nog niet laten zien. Kom in dat geval over een week of twee terug. [praktijkregel]
En dan de grens van dat kijken, want die is hard. Uiterlijk gezonde kwekerijvis kan een mycobacterie dragen zonder één ziekteverschijnsel; dat is aan Thais kwekerijmateriaal gemeten. [gemeten] Bij de darmworm van hierboven liggen twee getallen naast elkaar, en samen zeggen ze iets anders dan elk apart. Op de siervismarkt van Kolathur in Chennai werden zestien guppen onderzocht die op uiterlijke ziekteverschijnselen waren uitgezocht; elf ervan droegen de worm, en bij die dieren staken de rode draadjes uit de anus. [gemeten, op verdachte dieren geselecteerd] Het andere getal, die 71 procent, komt van gekweekte dieren met een lopend sterfteprobleem eromheen. Een besmettingsgraad van een gewone handelspartij bestaat dus niet: allebei de cijfers die hierover te vinden zijn komen uit een groep waar al iets aan de hand was. [hiaat] Dat maakt kijken niet nutteloos, maar het zet er een grens omheen die je met beter kijken niet verschuift.
Dat is het hele argument voor een aparte bak, en het is de maatregel die de meeste mensen pas na de tweede partij nemen. LICG raadt hem bij deze soort trouwens zelf aan: "Laat de dieren geleidelijk wennen aan de nieuwe wateromstandigheden, nog beter is het om nieuwe vissen in een quarantainebak te plaatsen." [literatuurrichtlijn] Heb je die tweede bak niet, dan neem je bewust risico, en dan is de tegenmaatregel simpel: koop alles in één keer, uit één bak, bij één bron waar je iets over weet, en zet er de eerste maand niets bij. [praktijkregel]
De winkel moet schriftelijke informatie meegeven, ook bij een zakje guppen
Dit is zwart op wit geregeld, en het wordt zelden genoemd.
Wat er precies in moet staan
Het Besluit houders van dieren noemt in artikel 1.1 als gezelschapsdier een "zoogdier, vogel, vis, reptiel of amfibie, kennelijk bestemd om te houden voor liefhebberij of gezelschap", met uitzondering van de soorten uit bijlage II. Die bijlage wijst de productiedieren aan; onder het kopje "Van de superklasse Pisces (Vissen)" staan ruim twintig soorten, onder meer de spiering, de forellen, de zalm, de aal, de meervallen, de tilapia's en een reeks zeevissen. De gup staat er niet bij, dus een gup is gewoon een gezelschapsdier. [literatuurrichtlijn, primaire wettekst]
Artikel 3.17, eerste lid, bepaalt dat bij verkoop aan de koper "schriftelijke, of indien de koper (...) daarmee instemt, digitale informatie" over het dier verstrekt wordt, "teneinde hem in staat te stellen het gezelschapsdier zo goed mogelijk te verzorgen". Het derde lid noemt de onderwerpen: verzorging, huisvesting, gedrag en kosten; artikel 3.18 zet daar de gezondheidsstatus naast. Mondeling advies bij de bak is dus niet genoeg, en de wet maakt geen uitzondering naar prijs. Twee artikelen verderop staan nog twee regels die niemand bij een zakje vissen verwacht. Artikel 3.19: "Een gezelschapsdier wordt niet verkocht aan een persoon jonger dan zestien jaar." En artikel 3.20 eist dat een dier dat bij verkoop wordt verpakt, zo verpakt wordt dat zijn welzijn of gezondheid "niet onnodig worden benadeeld". Dat gaat letterlijk over de zak waarin je hem meekrijgt: hoe korter die zak onderweg is, hoe beter. [literatuurrichtlijn, primaire wettekst]
Voor wie de plicht geldt, en voor wie niet
De plicht hangt aan de verkoper, niet aan de plaats. Artikel 3.6, tweede lid, zet de hele paragraaf opzij als de verkoper aannemelijk maakt dat er van bedrijfsmatige activiteiten geen sprake is. Artikel 3.7 gaat blijkens zijn eigen opschrift over het verrichten van bedrijfsmatige activiteiten in een inrichting of onder voorwaarden op een tentoonstelling, beurs of markt, en verklaart 3.17 tot en met 3.20 daar uitdrukkelijk van toepassing. Bij de bouwmarkt en de speciaalzaak geldt de plicht dus, en bij een handelaar op een beurs ook. Bij een liefhebber die op een verenigingsbeurs een paar eigen nakomelingen doorgeeft niet. Waar de grens tussen "bedrijfsmatig" en "liefhebber" precies ligt, bepaalt de wet aan de hand van de omstandigheden, en bij een fanatieke kweker is dat geen scherpe lijn. [hiaat]
En herkomst staat niet in het rijtje onderwerpen; "in ieder geval" laat ruimte, maar wie wil weten waar zijn dieren vandaan komen moet dat zelf vragen. Toezicht ligt bij de NVWA, die schrijft dat deze regels "niet alleen voor zoogdieren" gelden maar "bijvoorbeeld ook voor vissen", en die inspecteert "naar aanleiding van meldingen". Hoe vaak deze plicht bij een verkoop van een paar euro wordt nageleefd of gecontroleerd is niet te achterhalen. [hiaat]
Krijg je niets mee, vraag er dan om. De huisdierenbijsluiter van LICG bestaat gewoon: vier bladzijden, versie november 2018, met huisvesting, verzorging en kosten als eigen rubrieken, en het gedrag onder "Van nature". [literatuurrichtlijn]
En dan de vraag die je écht hebt als het misgaat: krijg je je geld terug? Een garantietermijn of sectorregeling speciaal voor vis bestaat niet. [hiaat] Wat er wel is, is de gewone consumentenkoop bij een bedrijfsmatige verkoper: ACM ConsuWijzer schrijft dat de wet ervan uitgaat dat een product al niet goed was toen je het kocht als het binnen een jaar kapotgaat, en dat je het daarna zelf moet aantonen. [literatuurrichtlijn] Die pagina spreekt over producten en niet over levende dieren, dus reken er niet mee als op een garantie. In de praktijk hanteren veel zaken een eigen coulanceregeling en vragen ze dan om het dode dier, om een monster van je water, en om melding binnen een korte termijn. [praktijkregel] Dat verschilt per winkel, dus regel het vooraf: vraag vóór het afrekenen wat ze doen als een dier binnen een paar dagen doodgaat, en bewaar de bon.


