Hoe het werkt
Artemia kweken: uitbroeden, oogsten en opkweken
Artemia kweken doe je in een aparte, doorzichtige houder met zout water en doorlopende beluchting. Bij 25–28 °C en pH 8–8,5 komen de cysten in ongeveer een dag uit tot naupliën van 0,4–0,5 mm. Oogst ze vers, laat de lege schalen achter en spoel ze. Opkweken tot volwassen dieren van 1 cm vraagt een aparte cultuur met voer.
· 12 min lezen
In het kort
- Broed Artemia uit in een aparte, doorzichtige houder met doorlopende beluchting vanaf de bodem, bij 25–28 °C en pH 8–8,5.
- Reken op ongeveer een dag tot het uitkomen, maar oogst op zwemmende naupliën: partijen kunnen zo'n 14 uur verschillen.
- Een verse nauplius is 0,4–0,5 mm, eet zelf nog niets en leeft van zijn dooier; voer hem zo vers mogelijk.
- Laat geoogste naupliën hooguit 5–10 minuten zonder lucht, vang ze op in een zeef onder 150 µm en spoel ze af.
- Opkweken tot volwassen dieren van 1 cm vraagt een aparte cultuur van 20–25 °C met fijn voer en wekelijks onderhoud.
Artemia kweken doe je in een aparte, doorzichtige houder met zout water en doorlopende beluchting. Bij 25–28 °C en pH 8–8,5 komen de cysten in ongeveer een dag uit tot naupliën van 0,4–0,5 mm (Van Stappen, 1996). Oogst ze vers, laat de lege schalen achter, spoel ze en voer ze aan dieren die zo'n prooi kunnen doorslikken.
Cysten, naupliën en volwassen Artemia: wat is het verschil?
Een cyste is een rustend embryo in een schaal, een nauplius is de pas uitgekomen larve en een volwassen pekelkreeftje is een dier van ongeveer 1 cm. De droge cyste blijft stil tot hij water opneemt; dan pakt het embryo zijn ontwikkeling weer op. De verse nauplius is bruinoranje, heeft één centraal oog en eet nog niets: hij leeft van zijn dooier. Pas na de eerste vervelling, naar instar II, filtert de larve deeltjes van ongeveer 1–50 µm uit het water (Van Stappen, 1996).
| Vorm | Herkenning | Gebruik |
|---|---|---|
| Droge cyste | Rustend embryo in een bruine schaal | Eerst laten uitkomen; schalen buiten de oogst houden |
| Nauplius (instar I) | 0,4–0,5 mm, bruinoranje, één centraal oog | Het kleine levende voer; eet zelf nog niets |
| Instar II | Na de eerste vervelling, ongeveer 8 uur na uitkomen | Eet deeltjes van 1–50 µm; heeft voer nodig om verder te groeien |
| Volwassen Artemia | Ongeveer 1 cm, twee zijogen, elf paar poten | Grote prooi; vraagt een aparte opgroeicultuur |
| Ontkapselde cyste | Geen bruine buitenschaal | Afhankelijk van de verwerking uitkomstmateriaal of direct voer; beweegt niet |
Bron: Van Stappen (1996), FAO-handleiding §4.1–4.2.
Ontkapselen is een chemische bewerking die de schaal verwijdert; voor een thuiskweek heb je dat niet nodig. Kies cysten die bedoeld zijn om uit te broeden.

In de natuur leeft Artemia in zoutmeren en zoute kustgebieden (Utah Division of Wildlife Resources, 2026). Dat een droge cyste zo lang goed blijft, komt door de cystewand, het suiker trehalose en beschermende eiwitten: samen maken ze het embryo bestand tegen uitdroging en andere stress (MacRae, 2016).
Wat heb je nodig om Artemia uit te broeden?
Je hebt een doorzichtige houder nodig met beluchting vanaf de bodem, water van 25–28 °C met pH 8–8,5, een gemeten zoutgehalte en licht. Een conische bodem voorkomt dode hoeken waar cysten bezinken en de zuurstof opraakt (Van Stappen, 1996). Het kleinschalige FAO-veldprotocol werkt met doorzichtige houders van 1–4 liter en continue beluchting (Peteri e.a., 1992).
| Factor | Waarde | Waarom |
|---|---|---|
| Temperatuur | 25–28 °C | Onder 25 °C komen de cysten trager uit |
| pH | 8–8,5 | Incubatiewaarde uit het FAO-werkblad |
| Zoutgehalte | 28–30 ppt (veldprotocol) | De reactie op zout verschilt per herkomst; meet met een refractometer of densitometer |
| Licht | Ongeveer 2000 lux aan het wateroppervlak | Vooral nodig in de eerste uren nadat de cysten volledig water hebben opgenomen |
| Beluchting | Doorlopend, vanaf de bodem | Houdt de cysten in beweging en voorkomt zuurstofarme plekken |
| Oogstzeef | Maas kleiner dan 150 µm | Houdt de naupliën tegen terwijl het water wegloopt |
Bron: Van Stappen (1996); Merchie (1996); Peteri e.a. (1992).
Meet de temperatuur in de kweekhouder zelf, niet op de knop van de aquariumverwarming. De lucht komt van een luchtpomp met een slangetje tot op de bodem. Is pH nog een vaag begrip, lees dan eerst over pH, KH en GH.
Hoe lang duurt het uitkomen van Artemia?
Reken op ongeveer een dag, maar oogst pas als je vrij zwemmende naupliën ziet. In twee FAO-voorbeelden was 90% van de uiteindelijke uitkomst bereikt na 23,5 en na 37,5 uur (Van Stappen, 1996). Twee partijen scheelden dus 14 uur, en bij een lagere temperatuur duurt het nog langer.
Op een smal scherm kun je het schema horizontaal verschuiven. Bekijk schema op volledige grootte.
Werk bij elke kweek in dezelfde volgorde:
- Voorbereiden: controleer houder, lucht, licht, thermometer en zoutmeter; zet zeef en opvangbakje klaar.
- Starten: noteer partij, tijdstip, temperatuur, pH en zoutgehalte. Dat is het begin van je kweeklog.
- Na ongeveer een dag: zoek een oranje wolk bewegende larven; drijvende korrels zeggen niets.
- Oogsten: oogst zodra er genoeg naupliën zwemmen voor de voerbeurt. Wacht niet op de laatste cyste, want de eerste naupliën teren intussen in op hun reserves (Merchie, 1996).
- Noteren: schrijf het resultaat en afwijkingen op. Verander bij de volgende kweek één factor tegelijk.
Voer een uitkomstkweek niet bij: instar I eet niets en instar II verschijnt pas ongeveer 8 uur na het uitkomen (Van Stappen, 1996).
Hoe oogst en spoel je de naupliën?
Zet de lucht uit, laat de lagen scheiden, vang de naupliën op in een zeef met een maas kleiner dan 150 µm en spoel het kweekwater weg. Lege schalen drijven boven, ongeopende cysten en vuil zakken naar de bodem en de naupliën verzamelen zich daartussen. Ze zwemmen naar licht: een lamp laag bij de houder trekt ze naar je aftappunt (Merchie, 1996).
- Scheiden: zet zeef en opvangbak klaar, zet de lucht uit en laat de lagen zich vormen.
- Vuil eerst: tap zo nodig het onderste vuil en de ongeopende cysten apart af.
- Opvangen: laat de naupliën in de zeef lopen en houd het zeefoppervlak onder water, zodat ze niet beschadigen.
- Spoelen: spoel ze grondig af, zodat er geen kweekwater en zout mee het aquarium in gaat (Peteri e.a., 1992).
- Lucht terug: onderbreek je het oogsten, zet de lucht dan meteen weer aan.
Op een smal scherm kun je het schema horizontaal verschuiven. Bekijk schema op volledige grootte.
Laat geconcentreerde naupliën nooit langer dan 5–10 minuten zonder lucht liggen: daarna raakt de zuurstof op en gaan ze dood (Merchie, 1996). Spoelen haalt kweekwater en afvalstoffen weg, maar bacteriën niet volledig; levend voer wordt er niet steriel van. Was je handen na het werken met kweek en voer (Carolina Biological Supply, z.d.). Waarom dicht opeengepakte dieren zo snel zuurstof tekortkomen, lees je bij zuurstof en temperatuur.
Hoe voer je Artemia aan je vissen?
Voer verse naupliën aan dieren die een prooi van 0,4–0,5 mm kunnen vangen en doorslikken, en kijk of ze echt eten. Voor de kleinste vislarven is zelfs een nauplius te groot (Merchie, 1996). Happen jongen zonder te slikken, dan is de prooi te groot voor hun bek.
Artemia is een aanvulling, geen compleet dieet. De RSPCA zet het in een gevarieerd, soortgericht menu en waarschuwt tegen overvoeren. De vetzuursamenstelling verschilt bovendien per herkomst en partij (Merchie, 1996). Combineer de oogst daarom met het voerplan voor guppenjongen, voor volwassen guppen, voor axolotls of voor de aquariumvissen die je houdt. Hoe je porties afmeet, staat bij voeren.
Waarom komt Artemia niet uit?
Mislukte uitkomst komt door de omstandigheden in de houder of door de cysten zelf; controleer ze in die volgorde. Meet eerst temperatuur, menging, zoutgehalte, pH en licht. Ouderdom, vocht en opslag van de cysten bepalen daarna hoeveel embryo's nog leven (Van Stappen, 1996).
| Probleem | Mogelijke oorzaak | Eerste actie |
|---|---|---|
| Cysten liggen stil in de hoeken | Te weinig menging | Controleer de luchttoevoer en de vorm van de houder |
| Uitkomst later dan verwacht | Lagere temperatuur of een andere partij | Meet de temperatuur en vergelijk met je kweeklog |
| Nauwelijks uitkomst | Verkeerde omstandigheden of slechte cysten | Controleer pH, zoutgehalte, licht en opslag; doe een kleine vergelijkingsproef |
| Sterfte tijdens het oogsten | Dichte hoop naupliën zonder zuurstof | Oogst sneller en zet de lucht eerder terug |
| Opgroeicultuur wordt steeds zouter | Verdamping aangevuld met zout water | Meet het zoutgehalte; vul verdamping aan met zoet water |
Bron: Van Stappen (1996); Merchie (1996); Carolina Biological Supply (z.d.).
Wil je weten hoe goed een partij is, reken dan het uitkomstpercentage uit. Tel in een kleine proef 100 volle cysten; komen er 80 naupliën uit, dan is het uitkomstpercentage 80 ÷ 100 × 100 = 80%. Dat is iets anders dan de opbrengst van een verpakking: die hangt ook af van het gewicht van de cysten en van onzuiverheden (Van Stappen, 1996). Voeg bij een mislukte partij geen middelen toe om een onbekende oorzaak te maskeren.
Veelgemaakte fouten bij Artemia kweken
- Schalen meevoeren. Lege schalen en ongeopende cysten horen niet in het aquarium; scheid ze af voordat je voert.
- Te lang zonder lucht oogsten. Na 5–10 minuten in een dichte hoop stikken de naupliën.
- De uitkomstkweek bijvoeren. Instar I eet niets, dus voer heeft in de uitkomstkweek geen zin.
- Wachten op de laatste cyste. De eerste naupliën verbruiken intussen hun dooier.
- Kweekwater meegieten. Spoel de oogst altijd.
- Alleen op de klok vertrouwen. Partijen verschillen zo'n 14 uur; kijk naar zwemmende naupliën.
- Verdamping aanvullen met zout water. Het zout verdampt niet mee, dus het zoutgehalte loopt op.
- Artemia buiten loslaten. Doe dat nooit; vraag de lokale instanties hoe je een cultuur afvoert (Carolina Biological Supply, z.d.).
Kun je Artemia opkweken tot volwassen dieren?
Ja, in een aparte opgroeicultuur met voer, beluchting en wekelijks onderhoud. Carolina Biological Supply houdt zo'n cultuur op 20–25 °C, pH 7,5–8 en een zoutgehalte van 35–40 ppt. Dat zijn andere waarden dan bij het uitbroeden, dus gebruik een eigen houder.

Vanaf instar II filteren de larven fijne deeltjes uit het water. Carolina noemt fijn spirulinapoeder of tot poeder vermalen visvoer als voer. Controleer dagelijks of de dieren bewegen en eten, en haal dode dieren eruit. Ververs wekelijks ongeveer een kwart van het water met zout water op de juiste sterkte. Vul water dat alleen verdampt is aan met zoet water, want het zout blijft achter. De waterwisselrekenhulp rekent het volume voor je uit.
Volwassen Artemia hebben elf paar romppoten. Mannetjes krijgen grote grijpvormige antennen; vrouwtjes herken je aan de broedbuidel achter het elfde paar poten (Van Stappen, 1996). Bij een pas uitgekomen nauplius zie je dat verschil nog niet.
Veelgestelde vragen over Artemia kweken
Hoe lang duurt het voordat Artemia uitkomt?
Reken op ongeveer een dag bij 25–28 °C. In twee FAO-voorbeelden was 90% van de uiteindelijke uitkomst bereikt na 23,5 en na 37,5 uur, dus partijen kunnen een halve dag verschillen. Onder 25 °C gaat het trager. Oogst zodra je genoeg vrij zwemmende, oranje naupliën ziet en noteer de tijd, zodat je weet wat jouw partij doet.
Hoeveel zout heb je nodig om Artemia te kweken?
Stuur op het gemeten zoutgehalte: het FAO-veldprotocol broedt cysten uit bij 28–30 ppt. Meet dat met een refractometer of densitometer in plaats van op het oog te mengen. Cysten van verschillende herkomst reageren anders op zout, dus houd per partij bij wat werkt. Een opgroeicultuur voor grotere Artemia staat bij Carolina Biological Supply juist op 35–40 ppt.
Welke temperatuur heeft Artemia nodig?
Voor het uitkomen is 25–28 °C het voorkeursbereik van de FAO; daaronder komen de cysten trager uit. Meet de temperatuur in de kweekhouder zelf, niet in het aquarium ernaast. Een opgroeicultuur voor grotere Artemia houdt Carolina Biological Supply op 20–25 °C. Uitbroeden en opkweken vragen dus elk hun eigen houder en hun eigen temperatuur.
Hoe bewaar je Artemia-eitjes?
Bewaar droge cysten afgesloten, droog en bij voorkeur koel. Zuurstof en vocht verlagen het uitkomstpercentage, en herhaald nat worden en weer opdrogen put de reserves van het embryo uit (Van Stappen, 1996). Komen je cysten uit de vriezer, laat ze dan eerst een week op kamertemperatuur wennen voordat je ze uitbroedt.
Hoe lang kun je verse naupliën bewaren?
Verse naupliën blijven tot ruim 24 uur goed als je ze onder 10 °C bewaart met lichte beluchting. Volgens Merchie (1996) gaan er dan nauwelijks dieren dood, verliezen ze minder dan 5% van hun energie en vervellen ze niet naar instar II. Zonder lucht zakken ze naar de bodem en stikken ze. Op kamertemperatuur voer je ze zo vers mogelijk.
Wat geef je Artemia te eten?
Een pas uitgekomen nauplius eet niets; hij leeft van zijn dooier. Vanaf instar II, ongeveer acht uur na het uitkomen, filtert de larve deeltjes van ongeveer 1–50 µm uit het water. In een opgroeicultuur voer je fijn spirulinapoeder of tot poeder vermalen visvoer, zoals Carolina Biological Supply beschrijft. Controleer dagelijks of de dieren eten en haal dode dieren eruit.
Welke vissen eten Artemia?
Verse naupliën zijn voer voor vissen en jongen die een prooi van 0,4–0,5 mm kunnen vangen en doorslikken. Voor de kleinste vislarven is zelfs een nauplius te groot, dus kijk altijd of de dieren echt slikken. Volwassen Artemia van ongeveer 1 cm passen bij grotere vissen. Geef Artemia als aanvulling op een gevarieerd, soortgericht menu, zoals de RSPCA adviseert.
Zijn pekelkreeftjes garnalen?
Nee. Pekelkreeftjes horen volgens CSIRO bij de kieuwpootkreeftjes (Branchiopoda), orde Anostraca; aquariumgarnalen zijn een andere groep kreeftachtigen. De Engelse naam 'brine shrimp' zorgt voor de verwarring. Noem dit voerdier daarom gewoon Artemia. Let ook op de herkomst die op de verpakking staat: cysten van verschillende herkomst reageren anders op het zoutgehalte.
- Van Stappen, G. (1996). 4.1. Introduction, biology and ecology of Artemia. In P. Lavens & P. Sorgeloos (Red.), Manual on the production and use of live food for aquaculture (FAO Fisheries Technical Paper 361). FAO. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.fao.org/4/W3732E/w3732e0m.htm
- Van Stappen, G. (1996). 4.2. Use of cysts. In P. Lavens & P. Sorgeloos (Red.), Manual on the production and use of live food for aquaculture (FAO Fisheries Technical Paper 361). FAO. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.fao.org/4/W3732E/w3732e0n.htm
- Merchie, G. (1996). 4.3. Use of nauplii and meta-nauplii. In P. Lavens & P. Sorgeloos (Red.), Manual on the production and use of live food for aquaculture (FAO Fisheries Technical Paper 361). FAO. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.fao.org/4/W3732E/w3732e0o.htm
- Peteri, A., Nandi, S., & Chowdhury, S. N. (1992). Appendix 2: Hatching of Artemia (brine shrimp) eggs and feeding of nauplii. In Manual on seed production of African catfish (Clarias gariepinus). FAO/UNDP. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.fao.org/4/ac378e/AC378E10.htm
- MacRae, T. H. (2016). Stress tolerance during diapause and quiescence of the brine shrimp, Artemia. Cell Stress and Chaperones, 21(1), 9–18. https://doi.org/10.1007/s12192-015-0635-7 (geraadpleegd op 18 oktober 2026 via https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC4679736/)
- Carolina Biological Supply. (z.d.). Care guide: Brine shrimp. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.carolina.com/teacher-resources/Interactive/living-organism-care-guide-brine-shrimp/tr10481.tr
- Utah Division of Wildlife Resources. (2026, 31 juli). Brine shrimp. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://wildlife.utah.gov/gslep/wildlife/brineshrimp
- CSIRO. (z.d.). CAAB taxon report 27 061002: Artemia franciscana. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.cmar.csiro.au/data/caab/taxon_report.cfm?caab_code=27061002
- RSPCA. (z.d.). What to feed your pet fish. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.rspca.org.uk/adviceandwelfare/pets/fish/diet





