Vissen
Apistogramma cacatuoides: bak, water, gezelschap en kweek
Apistogramma cacatuoides, de kakadudwergcichlide, is een holenbroedende dwergcichlide uit het Amazonegebied. Mannetjes worden 7,5 cm, vrouwtjes 5 cm (standaardlengte). Eén paar heeft minimaal 60 × 30 cm bodem nodig, met water van 24–25 °C, pH 6–7,5 en GH 5–15 °dH. Het vrouwtje bewaakt eieren en jongen alleen.
· 11 min lezen
In het kort
- Mannetjes worden tot 7,5 cm en vrouwtjes tot 5 cm standaardlengte, gemeten zonder staartvin.
- Eén paar heeft een bodem van minimaal 60 × 30 cm nodig met zand, hout, holen, gedempt licht en zwakke stroming.
- Nakweek doet het goed bij 24–25 °C, pH 6–7,5 en GH 5–15 °dH; pH 5–6 is alleen nodig voor sommige wildpopulaties die moeten kweken.
- Het vrouwtje verzorgt eieren en jongen in een hol en kan het mannetje zo fel verjagen dat hij apart moet.
- Combineer hem met rustige kleine vissen zoals potloodvissen en niet met andere Apistogramma-soorten.
- De levensduur is niet goed onderzocht; voor het hele geslacht Apistogramma wordt 5–8 jaar genoemd.
Apistogramma cacatuoides, de kakadudwergcichlide, is een holenbroedende dwergcichlide uit het boven-Amazonegebied. Mannetjes worden 7,5 cm standaardlengte en vrouwtjes 5 cm (Seriously Fish), en één paar past op een bodem van minimaal 60 × 30 cm met water van 24–25 °C, pH 6–7,5 en GH 5–15 °dH (LICG, 2021). Na het afzetten bewaakt het vrouwtje eieren en jongen alleen; in een kleine bak moet het mannetje dan soms weg.
Wat voor vis is Apistogramma cacatuoides?
Apistogramma cacatuoides is een Zuid-Amerikaanse dwergcichlide die in holen broedt, vooral dierlijk voedsel eet en in Nederland bekendstaat als kakadu- of kaketoedwergcichlide. Hij hoort bij de cichliden en is ondanks zijn formaat territoriaal: rond het broedhol wordt fel verdedigd.
J. J. Hoedeman beschreef de soort in 1951 in het tijdschrift Beaufortia. Hij gaf Paramaribo als herkomst op, maar die typelocatie is later als fout gecorrigeerd naar het Amazonebekken (Eschmeyer's Catalog of Fishes). De soort leeft langs de Ucayali, de Amazone en de Solimões in Peru en Brazilië; de U.S. Fish and Wildlife Service noemt ook Colombia.
Kullander (1986) vond hem in Peru vooral in wit- en helderwater, en daarnaast in een zure, theebruine poel. In een heldere beek met dode bladeren op een kleibodem noteerde hij pH 6,6 bij 27 °C. Hout, takken en een dikke laag blad bieden daar schuilplaatsen en ruimte voor broedterritoria.
Hoe groot wordt Apistogramma cacatuoides?
Een volwassen mannetje wordt tot 7,5 cm standaardlengte en een vrouwtje tot 5 cm, volgens Seriously Fish. Standaardlengte (SL) is de lengte zonder staartvin (FishBase); omrekenen naar totale lengte kan niet met een vaste optelsom.
| Bron | Mannetje | Vrouwtje | Meetwijze |
|---|---|---|---|
| Seriously Fish (2026) | 7,5 cm | 5 cm | standaardlengte |
| LICG (2021) | 5–9 cm voor de soort | 5–9 cm voor de soort | niet vermeld |
| U.S. Fish and Wildlife Service (2021) | 5,0 cm, hoogst geregistreerd | niet vermeld | standaardlengte |
| Hoedeman (1951) | 39,2 mm, één type-exemplaar | 33,4 mm, één type-exemplaar | standaardlengte |
Bron: Seriously Fish (2026), LICG (2021, bijlage 1), U.S. FWS (2021) en Hoedeman (1951).

Man of vrouw herkennen
Mannetjes zijn groter, kleuriger en hebben verder uitlopende vinnen. Het duidelijkste kenmerk zijn de verlengde voorste stralen van de rugvin, die Hoedeman in 1951 al beschreef. Vrouwtjes blijven kleiner met kortere vinnen, en kleuren tijdens de broedzorg goudgeel met zwarte tekening (Alves et al., 2009).
Welk aquarium en welke waterwaarden heeft hij nodig?
Eén paar heeft een bodem van minimaal 60 × 30 cm nodig, ongeveer 54 liter, en een groep vraagt een grotere bak (Seriously Fish). De inhoud van je eigen bak reken je uit met de rekenhulp voor aquariuminhoud.
Richt de bak in met een zachte zandbodem en hout en takken die schaduwplekken en holen vormen; bloempotjes of stukken buis werken ook als hol. Gedroogde bladeren van beuk, eik of ketapang geven een laag waarop microben groeien, extra voer voor jongen. Houd het licht gedempt en de stroming zwak, en zorg voor meerdere holen en zichtbrekers, zodat een opgejaagde partner kan wegduiken. Meer over de opbouw lees je in aquarium inrichten.
| Waarde | LICG (2021) | Seriously Fish (2026) |
|---|---|---|
| Temperatuur | 24–25 °C | 22–29 °C |
| pH | 6–7,5 | nakweek is weinig kieskeurig; sommige wildpopulaties hebben pH 5–6 nodig om te kweken |
| Totale hardheid | GH 5–15 °dH | GH 0–15 °dH, afhankelijk van de herkomst |
| Licht en stroming | niet vermeld | gedempt licht, zwakke stroming |
| Waterwissel | niet vermeld | 10–15% per week in een licht bezette bak |
Bron: LICG (2021, bijlage 1) en Seriously Fish (2026).
Houd voor nakweek de LICG-waarden aan; zuur water van pH 5–6 is alleen nodig voor sommige wildvangpopulaties die je wilt laten kweken. Meet KH, GH en pH van je kraanwater en bereken een menging met de rekenhulp voor osmosewater als het te hard is.
Zet de vissen pas in een biologisch ingedraaide bak: meetbare ammoniak of nitriet past niet bij een goed werkend filter (LICG). De stikstofkringloop en aquarium opstarten leggen uit hoe je daar komt, en bij water verversen lees je hoe je regelmatig en rustig ververst.
Met welke vissen kun je Apistogramma cacatuoides combineren?
Nakweek past in een gezelschapsaquarium met rustige, kleine vissen; wildvang houd je beter als paar alleen of met kleine begeleidende vissen zoals potloodvissen (Nannostomus), volgens Seriously Fish. De grens ligt bij de broedzorg: na het afzetten duldt het vrouwtje in een kleine bak soms zelfs het eigen mannetje niet meer.
| Mogelijk gezelschap | Oordeel | Waar je op let |
|---|---|---|
| Rustige kleine vissen in de middelste en bovenste waterlaag | Goed bij nakweek | Gelijke waterwaarden, voer dat ook de cichliden bereikt, vrije ruimte buiten het territorium |
| Potloodvissen (Nannostomus) | Goed, ook bij wildvang | Seriously Fish noemt ze als begeleiders van wildvang |
| Andere Apistogramma-soorten | Vermijden | Seriously Fish raadt mengen af |
| Een tweede bodemcichlide | Niet in een bak van 60 × 30 cm | Een extra territorium botst met de kleine bodem en de broedagressie |
| Het eigen mannetje tijdens de broedzorg | Zolang het rustig blijft | Bij aanhoudende achtervolging apart zetten |
Bron: Seriously Fish (2026); de laatste rij ook Alves et al. (2009).
Kies je potloodvissen, kijk dan eerst wat bijvoorbeeld Nannostomus trifasciatus vraagt aan ruimte, groep en voer. Een tweede Apistogramma, zoals Apistogramma hongsloi, hoort niet in deze bak. Meer over botsingen en voerconcurrentie staat in aquariumvissen combineren.
Wat eet Apistogramma cacatuoides?
Apistogramma cacatuoides eet vooral dierlijk voer: geef regelmatig levend of diepvries Artemia, watervlooien en muggenlarven (Seriously Fish). In de natuur zoekt hij kleine ongewervelde dieren op de bodem. De meeste exemplaren leren ook droogvoer eten, en dan liefst kleine korrels in plaats van vlokken.
Kijk bij elke voerbeurt of beide partners echt eten, volg dagelijks gedrag en eetlust, en haal voerresten weg (LICG). Hoeveel en hoe vaak je voert, staat in aquariumvissen voeren; levend voer maak je zelf met artemia kweken.
Hoe kweek je Apistogramma cacatuoides?
Voor de kweek heb je een paar, een beschut hol en rust nodig: het vrouwtje zet de kleverige eieren tegen het plafond van het hol af en verzorgt eieren en jongen zelf. De U.S. Fish and Wildlife Service noemt tot 80 eieren per legsel.
Alves, Rojas en Romagosa (2009) volgden twaalf paren in een laboratorium. Het vrouwtje verhuisde het broed na twee à drie dagen naar een kuiltje onder het hol en nam eieren en larven kort in de bek om ze schoon te maken, te beschermen of te verplaatsen. Na de afzet verjoeg ze het mannetje, en afgewezen partners werden soms ernstig aangevallen. Toen de onderzoekers het mannetje weghaalden, keerde de rust terug.
Op een smal scherm kun je het schema horizontaal verschuiven. Bekijk schema op volledige grootte.
| Kweekgegeven | Waarde | Bron |
|---|---|---|
| Aantal eieren | tot 80 per legsel | U.S. FWS (2021) |
| Leeftijd bij eerste afzet | 190–301 dagen, gemiddeld 214,7 dagen | Alves et al. (2009) |
| Legsels met overlevende larven | 29 van de 88 | Alves et al. (2009) |
| Overgang naar droogvoer | vanaf dag 21 van zelf eten, met drie dagen mengvoer | Zanfurlin-Lima et al. (2024) |
Bron: Alves, Rojas en Romagosa (2009), pp. 587–592; U.S. FWS (2021); Zanfurlin-Lima et al. (2024).
Laat het broedhol met rust en grijp niet in als het vrouwtje het broed verplaatst: dat hoort bij de verzorging.
Jongen opkweken

Zodra de jongen vrij zwemmen, moet er voer klaarstaan; in de proef aten ze vanaf dag 8–9 na de afzet pas uitgekomen Artemia. Een bladlaag levert daarnaast microben als tussendoortje. Schakel geleidelijk over op droogvoer, met een paar dagen levend en droogvoer naast elkaar (Zanfurlin-Lima et al., 2024).
Verdwijnt een legsel, kijk dan niet meteen naar het mannetje. Alves en collega's zagen ook vrouwtjes die alleen zaten hun eigen eieren opeten, en slechts 29 van de 88 legsels leverden overlevende larven op. Wacht een volgend legsel rustig af voordat je de bezetting omgooit.
Veelgemaakte fouten met Apistogramma cacatuoides
De meeste problemen ontstaan door te weinig bodemruimte, onnodig zuur water en te laat ingrijpen bij agressie. Deze fouten voorkom je vooraf:
- De minimummaat als gezelschapsbak gebruiken. 60 × 30 cm geldt voor één paar; elke extra bodembewoner vraagt meer ruimte.
- Elke vis naar pH 5–6 brengen. Dat zure kweekwater geldt alleen voor sommige wildpopulaties; nakweek doet het goed bij pH 6–7,5.
- Het mannetje laten zitten bij aanhoudende achtervolging. Zowel een afgewezen vrouwtje als een verjaagd mannetje kan ernstig aangevallen worden; zet de belaagde vis apart.
- Broed terugleggen dat het vrouwtje verplaatst. Verhuizen en kort in de bek nemen horen bij de broedzorg.
- Twee Apistogramma-soorten of vindplaatsvormen mengen. Hobbyisten houden vormen gescheiden en noteren de vindplaats om kruisingen te voorkomen (Seriously Fish).
- Nieuwe vissen direct bij de rest zetten. Het Merck Veterinary Manual adviseert minimaal 30 dagen quarantaine, met eigen netten en emmers; zie nieuwe vissen laten wennen en quarantaine.
Welke kleurvorm kies je?
Alle kleurvormen in de handel zijn gewoon Apistogramma cacatuoides, op kleur doorgekweekt: Seriously Fish noemt onder meer sunset, sunburst, double red, triple red, gold, white gold, orange flash en albino. Ook wilde mannetjes uit één populatie kunnen verschillend gekleurd zijn (Schäfer, 2020).
Vraag bij aankoop naar nakweek of wildvang, het water waarin de vissen zijn opgegroeid en het voer dat ze echt eten. Twijfel je aan de naam, kijk dan naar de bouw: Kullander (1986) beschrijft de verwante A. juruensis en A. luelingi, die in tekening en vinbouw sterk op A. cacatuoides lijken.
Apistogramma cacatuoides staat niet op de Unielijst van invasieve exoten (NVWA en Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1141, gecontroleerd op 18 oktober 2026).
Veelgestelde vragen over Apistogramma cacatuoides
Wat is een kakadudwergcichlide?
De kakadudwergcichlide is de Nederlandse naam voor Apistogramma cacatuoides, een holenbroedende dwergcichlide uit het boven-Amazonegebied in Peru, Brazilië en Colombia. Mannetjes hebben verlengde voorste rugvinstralen en worden tot 7,5 cm standaardlengte. Het vrouwtje verzorgt eieren en jongen in een hol. Je ziet ook de spelling kaketoedwergcichlide.
Hoe groot wordt Apistogramma cacatuoides?
Een mannetje wordt tot 7,5 cm en een vrouwtje tot 5 cm standaardlengte, dus gemeten zonder staartvin (Seriously Fish). Het LICG noemt 5–9 cm voor de soort, zonder meetwijze. Met staartvin is een vis langer, maar een vaste omrekening bestaat niet. Reken dus op een klein mannetje en een duidelijk kleiner vrouwtje.
Welke temperatuur heeft Apistogramma cacatuoides nodig?
Houd een temperatuur van 24–25 °C aan, met pH 6–7,5 en GH 5–15 °dH, zoals het LICG adviseert. Seriously Fish geeft een bredere marge van 22–29 °C. Nakweek uit de handel past binnen die waarden; alleen sommige wildvangpopulaties hebben zacht, zuur water van pH 5–6 nodig om tot kweek te komen.
Hoe zie je of een Apistogramma cacatuoides man of vrouw is?
Het mannetje is groter, kleuriger en heeft lange voorste stralen in de rugvin, die als een kam omhoogsteken. Het vrouwtje blijft kleiner en heeft kortere vinnen. Tijdens de broedzorg kleurt ze goudgeel met zwarte tekening. Bij volwassen dieren is het verschil daardoor goed te zien, vooral als je ze naast elkaar ziet zwemmen.
Kun je Apistogramma cacatuoides in een groep houden?
Ja, maar een groep vraagt duidelijk meer bodem dan de 60 × 30 cm die Seriously Fish voor één paar noemt. Elk broedend vrouwtje verdedigt een hol en kan andere vissen, ook het eigen mannetje, fel verjagen. Zorg daarom voor veel holen en zichtbrekers, en houd een tweede bak klaar om een belaagde vis apart te zetten.
Met welke vissen kan Apistogramma cacatuoides samen?
Nakweek kan samen met rustige, kleine vissen die in de middelste en bovenste waterlaag zwemmen en hetzelfde water verdragen. Voor wildvang noemt Seriously Fish kleine potloodvissen (Nannostomus) als begeleiders. Combineer hem niet met andere Apistogramma-soorten en niet met een tweede bodemcichlide in een kleine bak, want die strijden om dezelfde holen.
Hoe oud wordt een Apistogramma cacatuoides?
De levensduur van deze soort is niet goed onderzocht; reken op enkele jaren. Aquarium Industries noemt 5–8 jaar voor het geslacht Apistogramma als geheel, maar dat getal is niet specifiek voor A. cacatuoides gemeten. Stabiel water, gevarieerd dierlijk voer en een bak zonder voortdurende gevechten geven je vissen de beste kans op een lang leven.
Wat eten jongen van Apistogramma cacatuoides?
Jongen eten vanaf hun eerste voerdag pas uitgekomen Artemia-naupliën; in de kweekproef van Alves et al. (2009) was dat dag 8–9 na de afzet. Een bladlaag levert daarnaast microben als tussendoortje. Stap geleidelijk over op droogvoer: in een proef uit 2024 werkte dat het best vanaf dag 21 van zelf eten, met drie dagen mengvoer.
- U.S. Fish and Wildlife Service. (2021). Cockatoo Cichlid (Apistogramma cacatuoides): Ecological risk screening summary. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.fws.gov/sites/default/files/documents/Ecological-Risk-Screening-Summary-Cockatoo_Cichlid.pdf
- Landelijk InformatieCentrum Gezelschapsdieren. (2021, juni). Cichliden (vissengroep) [Huisdierenbijsluiter, bijlage 1]. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.licg.nl/media/gccde1ao/cichliden_bijsluiter5_12r.pdf
- Landelijk InformatieCentrum Gezelschapsdieren. (z.d.). Cichliden (vissengroep). Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.licg.nl/aquariumdieren/cichliden-vissengroep/
- Seriously Fish. (2026). Apistogramma cacatuoides. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.seriouslyfish.com/species/apistogramma-cacatuoides/
- Schäfer, F. (2020, 16 oktober). Apistogramma cacatuoides Yellow wild. Aquarium Glaser. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.aquariumglaser.de/en/25-perchlike-fishes/apistogramma-cacatuoides-yellow-wild-2/
- Aquarium Industries. (z.d.). Apistogramma [Care sheet]. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://aquariumindustries.com.au/wp-content/uploads/2015/03/Apistogramma.pdf
- Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. (z.d.). Unielijst invasieve exoten. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.nvwa.nl/onderwerpen/plant/invasieve-exoten/unielijst-invasieve-exoten
- Europese Commissie. (2025). Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1141, geconsolideerde versie van 7 augustus 2025. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:02016R1141-20250807
- Hoedeman, J. J. (1951). Notes on the fishes of the cichlid family I. Apistogramma cacatuoides sp. n. Beaufortia, 1(4), 1–4. https://repository.naturalis.nl/pub/505021/BEAU1951001004001.pdf
- Fricke, R., Eschmeyer, W. N., & Van der Laan, R. (red.). (2026). Apistogramma cacatuoides. Eschmeyer’s Catalog of Fishes. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://researcharchive.calacademy.org/research/ichthyology/catalog/fishcatget.asp?spid=16397
- Kullander, S. O. (1986). Cichlid fishes of the Amazon River drainage of Peru. Swedish Museum of Natural History. https://svenkullander.se/publications/Kullander_Peru_1986.pdf
- Alves, F. C. M., Rojas, N. E. T., & Romagosa, E. (2009). Reprodução do “ciclídeo-anão amazônico”, Apistogramma cacatuoides, Hoedeman, 1951 (Perciformes: Cichlidae) em laboratório. Boletim do Instituto de Pesca, 35(4), 587–596. https://institutodepesca.org/index.php/bip/en/article/download/886/867/3148
- Zanfurlin-Lima, E., Abe, H. A., Gonçalves-Junior, L. P., & de Freitas, T. M. (2024). Feeding protocol for the Amazonian ornamental cichlid Apistogramma cacatuoides and a histological approach to the nutritional condition of larvae. Journal of Animal Physiology and Animal Nutrition, 108(6), 1867–1876. https://doi.org/10.1111/jpn.14020
- Petty, B. D., Francis-Floyd, R., & Yanong, R. P. E. (2026, juni). Management of aquarium fish. Merck Veterinary Manual. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.merckvetmanual.com/exotic-and-laboratory-animals/aquarium-fish/management-of-aquarium-fish
- Binohlan, C., Froese, R., & Pauly, D. (z.d.). The LENGTH-LENGTH table. FishBase. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.fishbase.se/manual/FishbaseThe_LENGTHLENGTH_table.htm





