Vissen
Guppen kweken: kleurslagen, lijnen en wat inteelt kost
Gericht guppen kweken begint met gezonde dieren, bekende afkomst en voldoende ruimte voor álle nakomelingen. Een mooie kleur alleen vertelt je niet hoe een lijn overerft of hoe verwant de ouders zijn. Deze gids helpt je een kweekregistratie op te zetten, kleur- en vinvormen te begrijpen en onderzoeksuitkomsten over inteelt zorgvuldig te gebruiken, zonder een schema tot garantie te maken.
· 24 min lezen
In het kort
- Een vrouwtje uit een gemengde bak kan sperma van eerdere paringen dragen. Bekend vaderschap vraagt gecontroleerde afkomst en betrouwbare scheiding vóór eerdere paringen, niet alleen een nieuw mannetje erbij.
- In een onderzoek aan een Quare-laboratoriumlijn volgde geen van negen afzonderlijke kleurvlekken het verwachte zuivere Y-patroon. Dat bewijst niet dat alle guppenkleuren of handelslijnen hetzelfde overerven.
- De geraadpleegde IKGH-standaardversie noemt dertien vinvormen. Gebruik de versie van het betreffende evenement; keuringspunten zijn geen wetenschappelijke welzijnsscore.
- Een handelsnaam beschrijft doorgaans uiterlijk, geen gecontroleerde stamboom. Vraag naar ouderdieren, eerdere kruisingen en kweekregistratie.
- Inteelt kan verschillende eigenschappen benadelen. Een proef vond meer en langduriger Gyrodactylus-infecties; uitkruisen is geen gegarandeerd herstel van iedere eigenschap en geen vervanging voor quarantaine.
Kweken is verwantschap beheren, geen jongen redden
Gericht kweken betekent dat je paringen, afstamming en selectie bijhoudt. Het grootbrengen van jongen is daar een onderdeel van, maar een gemengde groep met onbekende ouderdieren levert niet vanzelf een gedocumenteerde lijn. Begin dus bij gezonde dieren en een haalbaar plan voor alle nakomelingen.
Het begint met een val die de meeste mensen pas achteraf zien. Ga er nooit van uit dat een vrouwtje uit een gemengde bak ongepaard is. Guppen slaan sperma op, en zij werpt na de laatste man nog maandenlang door; het gemeten maximum en de reden dat de opgaven daarover uiteenlopen staan bij spermaopslag bij guppen. De eerste worpen van een gekocht vrouwtje bewijzen dus niets over het mannetje dat jij ernaast hebt gezet. [praktijkregel]
Voor gecontroleerd vaderschap zijn vrouwtjes nodig die aantoonbaar nog niet gepaard hebben. Dat kan met betrouwbaar gedocumenteerde dieren van een kweker of met zorgvuldig apart opgegroeide eigen dieren. In een groeistudie konden jongen op drie tot vier weken worden ingedeeld, maar dat maakt zes weken niet tot een gegarandeerd veilige scheidingsdeadline. Begin vroeg, beoordeel herhaaldelijk en houd twijfelgevallen apart van de beoogde ongepaarde groep. Zie geslacht herkennen.
Beginnen met een vrouwtje uit een gemengde winkelbak
De eerste worp kan nakomelingen bevatten van eerdere paringen. Noem die vader daarom onbekend, tenzij er betrouwbare afzonderlijke registratie is. Die jongen zijn niet minder waard als dieren; voor een stamboom ontbreekt alleen een gegeven.
- Regel vóór de worp geschikte opkweekruimte en een bestemming voor dieren waarmee je niet verder kweekt.
- Noteer geboortedata en herkomst, beoordeel het geslacht vroeg en herhaaldelijk en voorkom onbedoelde paringen.
- Koppel alleen aantoonbaar ongepaarde, gezonde en voldoende ontwikkelde vrouwtjes aan de gekozen man. Houd contactduur en worpdatums bij.
Een kalenderberekening levert geen zekerheid over vaderschap. Evenmin bewijst een korte of lange kweekcarrière op zichzelf genetische weerbaarheid. Beoordeel ook latere conditie, afwijkingen en voortplanting, zonder oudere dieren door te laten kweken terwijl hun gezondheid achteruitgaat.
Een kweekronde kost meer bakken dan liters
Deze soort is snel volwassen, en dat bepaalt het tempo. FishBase komt op een generatietijd van 0,6 jaar [literatuurrichtlijn], en dat is ruim anderhalve generatie per jaar. Waar dat getal op rust en wat het níet voorspelt over de aanwas in een bak, staat bij het afvoerplan voor guppen.
In een keuringskweek ligt het hoger, en daar zit meteen een rekenfout die je moet kennen. Walstad haalt een Duitse kweker aan die schatte dat zijn vijftig jaar oude stammen tweehonderd generaties achter de rug hadden. Zij rekent dat in haar tekst om naar "een gemiddeld generatie-interval van slechts vier maanden (200 ÷ 50 = 4)", en dat klopt niet met haar eigen som: tweehonderd generaties in vijftig jaar zijn vier generaties per jáár, dus een interval van ongeveer drie maanden. [praktijkregel - schatting van één kweker, via Walstad; de omrekening in de bron is fout]
Een geschatte generatietijd voor een populatie is geen vast kweektempo, en de schatting van één kweker bepaalt geen maximum voor alle kweken. Noteer in je eigen administratie de leeftijd van beide ouders bij een worp. Morris en collega’s gaven hun onderzoeksparen vier tot acht maanden per generatie om meerdere worpen te kunnen gebruiken; dat is een onderzoeksopzet, geen streeftempo voor thuis.
Verhoog de temperatuur niet om sneller selectierondes te draaien. Effecten op ontwikkeling verschillen per geslacht, leeftijd, voeding en proefopzet. Houd geschikte verzorgingsomstandigheden aan en lees de specifieke bevindingen in de temperatuurgids; afzonderlijke studies geven geen algemene schadegrens boven dertig graden.
Dan de ruimte. De scherpste uitspraak daarover komt van de Oostenrijkse Guppygesellschaft, de vereniging die de internationale standaard in 1981 op gang bracht. In haar commentaar bij die standaard schrijft zij dat de selectie in de hoogkweek zich niet tot een paar kenmerken kan beperken en ook gekoppelde, ongewenste eigenschappen moet meewegen, en dat dat een wezenlijke meerinspanning aan kweekproeven vraagt "met de daarbij horende aantallen bakken". [literatuurrichtlijn - commentaar van die vereniging, niet de standaardtekst zelf]
De Nederlandse hobbysite guppyclub.nl noemt minstens zeven bakjes voor een serieus kweekproject, en verkoopt in hetzelfde stuk twaalf liter als instapbak voor één man met twee vrouwtjes. Dat laatste ligt ver onder wat de naslagbronnen aanhouden; wat de maat wél is, staat in het deel over de bak, elders in deze gids. [praktijkregel, hobbysite zonder bronvermelding]
Zeven is geen norm. Het is wat je uitkomt als je zelf opschrijft waarvoor elke bak dient: zeven bakken in zes functies.
| Bak | Waarvoor | Hoe lang |
|---|---|---|
| Twee opkweekbakken | de jonge dieren van twee families, apart van elkaar | tijdelijk, per worp |
| Mannenbak | de zonen die je nog beoordeelt | permanent |
| Vrouwenbak | de dochters, ongepaard, tot je ze koppelt | permanent |
| Paringsbak | één man bij enkele vrouwen, met de datum erop | tijdelijk, dagen |
| Ouderdierenbak | de dieren die je aanhoudt om te zien wie het lang volhoudt | permanent |
| Restbak | alles wat je niet doorkweekt | permanent |
Dit is een voorbeeldindeling, geen verplicht aantal bakken. Alle verblijven moeten passen bij hun dieren, gebruiksduur en belasting. Zorg ook in tijdelijke opkweek- of paringsruimte voor werkende biologische filtering, passende temperatuur en controle van de waterkwaliteit. Een liter per dag is zonder bakvolume en belasting geen bruikbaar waterwisseladvies.
Kies een groepssamenstelling en inrichting waarbij vrouwtjes aan aanhoudend najagen kunnen ontsnappen. Een kort gecontroleerd paarcontact is iets anders dan langdurig krap samenhouden. Geen vast aantal dagen of vaste man-vrouwverhouding garandeert welzijn; beoordeel het gedrag en grijp in bij uitputting of verwonding. Zie de groepsverhouding bij guppen.
De restbak wordt het vaakst vergeten; in de Nederlandse hobby heet hij ook wel de brolbak. Bij selectie houd je vaak niet alle jongen voor de volgende kweek aan. Het aantal overige dieren hangt af van de worpen, overleving en selectie; twee kweekrondes leveren niet automatisch een vast aantal honderden dieren op. Reken de bezetting van die bak dus vooruit en niet achteraf, en weet vóór de eerste worp waar de rest heen gaat. [praktijkregel]
Waarom zie je geen jonge guppen?
Begin met observeren, niet met warmer stoken of steeds een nieuwe man toevoegen. Controleer of beide geslachten daadwerkelijk aanwezig en ontwikkeld zijn. Bij jonge dieren is een verkeerde indeling mogelijk. Er kunnen ook jongen zijn geboren die zich verstoppen of worden opgegeten.
Loop vervolgens voeding, temperatuur, waterkwaliteit, gezondheid en eerder voortplantingsverloop na. Een kleinere worp of uitblijvende geboorte bewijst geen inteelt, ouderdom of uitgeputte spermavoorraad. Bij achteruitgang of ziekteverschijnselen hoort gerichte beoordeling, geen extra kweekdruk.
Een naam op het kaartje beschrijft het uiterlijk, niet de lijn
Een naam op een bakkaartje bestaat uit drie lagen: een basiskleur, een dekkleur of patroon, en een vinvorm. "Blue moscow delta" is dus basiskleur blauw, dekkleur moscow, vorm triangel.
Die middelste laag is in de keuring geen bijzaak. De standaard omschrijft de dekkleur als alles wat van de basiskleur afwijkt, beoordeelt kleur en patroon samen als één geheel, en zet daar tot zesendertig van de honderd punten op. [literatuurrichtlijn] Wat de standaard níet doet, is namen registreren of lijnen vastleggen. De patronen zelf staan er wel in, met omschrijving en al, en dat blijft in Nederlandse lijstjes meestal weg.
| Naam | Wat de standaard beschrijft |
|---|---|
| Snakeskin | een meanderend patroon in lichte en donkere tinten, als de bochten die een slang in beweging maakt |
| Lace of filigraan | een fijn, netachtig patroon uit lichte en donkere tonen |
| Halfzwart en driekwartzwart | de achterste helft of driekwart van het lichaam is zwart, zonder tekening erin |
| Moscow | een zeer intens blauw, zwart of groen op het voorlichaam met metaalglans, tot een volledig gekleurd lichaam aan toe |
| Mosaic | onregelmatige donkere vlekken met wit, geel, rood of blauw ertussen, scherp begrensd en gelijkmatig over de staart. Bestaat volgens de standaard niet bij zwaardstaarten |
| Blue grass, red grass | zeer fijne zwarte stippen gelijkmatig over rug- en staartvin, met een donkerblauwe wig die achter de borstvin begint |
| Japan blauw, singa blauw | metallic lichtblauw over het achterlichaam, of bij singa over het hele lichaam |
| Galaxy | uitdrukkelijk gedefinieerd als een combinatie van metallic en snakeskin-lace |
| Weens smaragd | smaragdgroen met rode en zwarte stippen tussen een meanderpatroon, plus een blauwe pauwoogvlek achterop |
| Santa Maria | een zwart of donkerblauw blok over de bovenkant, met daaronder een andere kleur |
[literatuurrichtlijn - IKGH-standaardtekst] De Amerikaanse IFGA-klassenlijst legt er bij snakeskin één harde eis bij: het kettingschakel- of rozetpatroon moet over minstens zestig procent van het lichaam liggen. [literatuurrichtlijn]
En dan de namen die je op Nederlandse kaartjes wél ziet maar in geen van beide teksten: tuxedo, cobra, koi, dumbo of elephant ear, en full red. [hiaat] In de handel wordt tuxedo gebruikt voor dieren met het halfzwart-beeld en cobra voor verticale zebrastrepen zónder dat kettingpatroon. Dat tweede patroon beschrijft de IFGA wel — zij spreekt van verticale zebrabalken, "voorheen snake genoemd", en zulke dieren gaan bij haar naar de kleurklasse van hun staart — maar de naam cobra gebruikt zij niet. [praktijkregel - gangbaar hobbygebruik; het koppelen van die twee handelsnamen aan die twee patronen is de onze en niet die van een standaard] Voor koi, dumbo en full red vonden we zelfs dat niet.
Dat is geen slordigheid van de standaard maar een procedure. Een nieuwe vorm komt erin als een aangesloten vereniging hem voordraagt nadat hij in twee opeenvolgende jaren op drie verschillende internationale keuringen als nieuwe standaardvorm is ingezonden, en er daarna een tweederdemeerderheid van de uitgebrachte stemmen voor is. [literatuurrichtlijn] Wat daar niet doorheen is gegaan, staat er niet in. Dat maakt zo'n naam niet waardeloos, alleen ongedekt.
En dan de eigenlijke valkuil, scherper dan "het is maar een naam": dezelfde naam staat niet eens voor dezelfde overerving. Een Duitse kwekersbron beschrijft dat het moscow-kenmerk aanvankelijk alleen door het mannetje werd doorgegeven en inmiddels ook door vrouwtjes, dat halfzwart precies de omgekeerde weg aflegde, en dat japan blauw dezelfde kant op schuift als moscow. [praktijkregel - kwekersbron, geen meting] Twee winkels kunnen dus allebei "blue moscow" verkopen uit lijnen die niets met elkaar te maken hebben en zich in de kweek ook nog eens anders gedragen.
Wat dat praktisch kost, laat galaxy zien. Dat patroon is metallic, dat gewoonlijk via het Y-chromosoom komt, gecombineerd met filigraan, dat via het X komt. Dezelfde kwekersbron schrijft dat het daardoor heel moeilijk is om drie showmannetjes met bijna hetzelfde patroon bij elkaar te krijgen, en dat je die dieren om die reden nauwelijks op tentoonstellingen ziet. [praktijkregel - kwekersbron, geen meting] Dat is precies wat een keuring vraagt: een inzending moet in alle kenmerken overeenkomen, en te grote afwijkingen binnen een set leiden tot uitsluiting. [literatuurrichtlijn] Vraag dus naar de kweker en naar hoeveel generaties zijn lijn al draait, niet naar het bakkaartje. [praktijkregel]
Dertien vinvormen, honderd punten, en de staart weegt het zwaarst
Er bestaat een echte standaard, en dat is wat guppenkleurslagen onderscheidt van een verkoopnaam. Die IKGH-standaard kwam er in 1981, op initiatief van de Oostenrijkse Guppygesellschaft en voortbouwend op het standaardwerk dat Dr. O.M. Störzbach volgens diezelfde vereniging al in de vroege jaren vijftig maakte, zodat op alle Europese keuringen dezelfde maat zou gelden. [literatuurrichtlijn]
Twaalf is het getal dat je in de hobby het vaakst tegenkomt, en het staat nog op de pagina van de vereniging die de standaard zelf op gang bracht: de Oostenrijkse somt er twaalf op zonder halvemaan en rekent verderop in diezelfde tekst met alle twaalf standaardvormen. De geraadpleegde IKGH-bestandsversie 2023, met besluiten van het congres van november 2018 erin, spreekt van dertien erkende standaarden en voert de halvemaanstaart op als nieuwe grootvinnige vorm; de bijbehorende nieuwe codering is vanaf het keuringsseizoen 2020 in gebruik. [literatuurrichtlijn - tegenspraak tussen die verenigingspagina en de standaardtekst zelf] Hoe breed dat oude getal verder nog rondgaat op Nederlandse en Duitse pagina's, hebben wij niet geïnventariseerd. [hiaat]
Alle dertien worden ingedeeld naar de staartvorm: de standaard kent drie groepen en die indeling hangt aan precies dat kenmerk. Een naam die over een andere vin gaat, zoals sailfin over de rugvin, kan er dus per definitie geen van zijn. Dat de rest daarmee vrij zou zijn, klopt niet. De standaard schrijft per vorm ook de rugvin voor, en die verschilt: bij de ene loopt hij steil op en eindigt in een punt, bij de andere is hij breed en stomp, bij weer een andere afgerond. [literatuurrichtlijn - IKGH-standaardtekst]
| Groep en naam | Op het kaartje | Wat je aan de staart ziet |
|---|---|---|
| Grootvinnig: waaierstaart | fan tail | driehoek van 45 graden, zo lang als het lichaam |
| Grootvinnig: triangel | delta tail | driehoek van 70 graden, acht tiende van de lichaamslengte |
| Grootvinnig: sluierstaart | veil tail | gebogen randen, breedst op driekwart van de lengte, achterrand hol |
| Grootvinnig: vlagstaart | flag tail | een rechthoek: acht tiende lang, vier tiende breed |
| Grootvinnig: halvemaanstaart | half moon tail | een halve cirkel van 180 graden, twee derde van de lichaamslengte lang en vier derde van die lengte hoog |
| Zwaardtype: dubbelzwaard | double sword | ovale basis, zwaardpunt boven én onder, buitenranden onder 30 graden |
| Zwaardtype: bovenzwaard | top sword | ovale basis, één zwaard aan de bovenrand, 15 graden omhoog |
| Zwaardtype: onderzwaard | bottom sword | hetzelfde, maar het zwaard steekt naar beneden |
| Zwaardtype: lierstaart | lyre tail | ronde basis, buitenste vinstralen naar buiten gebogen |
| Kortvinnig: spadestaart | spade tail | evenwijdige randen, half zo lang als het lichaam |
| Kortvinnig: speerstaart | spear tail | een speerpunt, acht tiende lang |
| Kortvinnig: rondstaart | round tail | een cirkel, doorsnede een halve lichaamslengte |
| Kortvinnig: naaldstaart | pin tail | ronde basis met de middelste stralen verlengd tot een naald |
[literatuurrichtlijn - IKGH-standaardtekst]
De Amerikaanse standaard beschrijft dezelfde vormen met een andere meetlat. Voor delta geeft hij een bereik van 55 tot 75 graden waar de IKGH één ideaal van 70 noemt, en voor veil geeft hij 40 tot 50 graden waar de IKGH helemaal geen hoek gebruikt maar de kromming van de randen. [literatuurrichtlijn] En de Nederlandse vormnamen zijn gewoon nog in gebruik: LICG noemt de vlagstaart, het onderzwaard, de rondstaart en de speerstaart, vier uit diezelfde reeks. [literatuurrichtlijn]
Gekeurd wordt er op een trio, en dat is iets anders dan de meeste mensen denken: drie mannetjes uit dezelfde lijn die in alles op elkaar moeten lijken. Er gaat wel een bijpassend vrouwtje mee de showbak in, maar dat dier wordt niet beoordeeld en krijgt geen punt; het is na afloop, net als de drie mannen, eigendom van de organisatie. Die keuring verdeelt honderd punten: lichaam 28 (lengte 8, vorm 8, kleur 12), rugvin 23 (lengte 5, vorm 8, kleur 10), staartvin 44 (lengte 10, vorm 20, kleur 14) en vitaliteit 5. [literatuurrichtlijn] De staart weegt dus zwaarder dan het hele lichaam, en vitaliteit weegt het lichtst van alles. Per kenmerk telt bovendien het gemiddelde van de drie dieren, dus één uitschieter trekt een set niet omhoog. [literatuurrichtlijn]
Daarnaast bestaat er een paar-inzending, één man met één vrouw. Daar krijgt het vrouwtje wél punten, maar tien: grootte 3, vorm 3, overeenkomst met de man 2 en vitaliteit 2. Samen met de honderd van het mannetje is dat honderdtien. Een aparte kleurpost heeft zij niet; de standaard rekent haar kleur onder overeenkomst en haar vinnen onder vorm. [literatuurrichtlijn]
De opstellers zijn zelf het scherpst over wat daaraan schuurt. De Oostenrijkse vereniging schrijft dat acht punten voor de lichaamsvorm te weinig ruimte geven, terwijl acht punten voor lichaamsgrootte juist te veel zijn — groot worden kan bij een van nature kleine vis geen kweekdoel zijn. Störzbach gaf voor grootte in de jaren vijftig maar vijf punten, en hadden ze dat aantal niet verhoogd maar gehandhaafd, schrijft dezelfde tekst, dan was ons zeker veel bespaard gebleven. [literatuurrichtlijn] Over de aftrekpunten voor te lange vinnen die er in 1995 bij kwamen zegt zij iets anders dan je zou verwachten: die waren overbodig geweest als alle betrokkenen de standaard goed hadden begrepen en toegepast. En in dezelfde adem staat de zuurste zin van het hele stuk, namelijk dat die regel strenger wordt toegepast op vormen waarbij het voor het welbevinden van de vis weinig uitmaakt dan op vormen waarbij overmaatse vinnen veel zwaarder aankomen. [literatuurrichtlijn]
Dat puntenstelsel is ouder dan de standaard zelf. De NBAT beschrijft dat in 1941 op een tentoonstelling in Berlijn voor het eerst met honderd punten werd gewerkt, en dat dat aantal nooit meer is losgelaten. [literatuurrichtlijn]
Dan de basiskleuren, en daar begint het te schuiven. De standaardtekst somt er tien op: wildgrijs, goud, blond, blauw, pink, albino, wit, zilver, crème en lutino, en noemt zelf geen aantal. Drie daarvan zijn dubbelrecessieve combinaties van de eerdere: wit uit blond en blauw, zilver uit blauw en goud, crème uit blond en goud. [literatuurrichtlijn] De Oostenrijkse verenigingspagina schrijft dat de standaard er negen kent en drukt vervolgens diezelfde tien af; die bron spreekt zichzelf dus tegen. [literatuurrichtlijn] Een Berlijnse wedstrijdkweker komt op een derde lijst: zeven, of negen als je zijn drie blauwvarianten los telt, zonder pink, wit, zilver en crème maar mét hellblauw. Hij claimt uitdrukkelijk geen volledigheid en beschrijft wat er in zijn eigen kweekruimte zwemt. [praktijkregel - kwekersbron, geen meting] Wie een rond getal zoekt, moet weten dat het niet bestaat.
De kleur erft anders dan het handboek zegt
Het klassieke beeld kent iedereen: kleur gaat van vader op zoon, dochters blijven grijsbruin. Dat komt uit een inventarisatie die zestien sierkenmerken volledig aan de Y toeschreef, vierentwintig die recombineren tussen X en Y, en twee X-gebonden. [literatuurrichtlijn] Die inventarisatie hebben wij zelf niet kunnen inzien; de telling staat hier omdat de studie hieronder haar letterlijk aanhaalt.
In 2020 is daar iets belangrijks bijgekomen. Een onderzoeksgroep mat negen kleurvlekken apart in plaats van "de kleur" als geheel: vier oranje en vijf zwarte, bij 214 mannelijke nakomelingen uit negentien stamboomkruisingen over drie generaties, met 171 mannen uit de stampopulatie als vergelijking. De dieren kwamen uit een stam uit de Quare op Trinidad, in 1998 verzameld en sindsdien in grote aantallen vrij parend gehouden; geen keuringslijn dus. Geen enkele vlek vertoonde het overervingspatroon dat je bij een zuiver Y-gebonden kenmerk zou verwachten, namelijk dat álle zonen het kenmerk van hun vader dragen. Bij twee van de negen had de meerderheid van de zonen zelfs juist het tegenovergestelde. [gemeten]
Dat betekent niet dat er niets van vader op zoon gaat. Voor één oranje vlek leek negentig procent van de zonen op de vader, met een erfelijkheidsgraad van 0,776 [gemeten]. Alleen: negentig procent is geen honderd, en dat is precies waar het bij Y-koppeling om draait.
Voor het totale oranje oppervlak was het verband met de grootvader via de vaderlijn sterker dan via de moederlijn: modelcoëfficiënten 0,807 en 0,232. De analyse betrof 73 mannen uit zeven families. Dat wijst volgens de auteurs op een mogelijke Y-gebonden bijdrage, niet op “driemaal zoveel kleur overerven”. De erfelijkheidsschattingen voor totaal oranje en zwart oppervlak, 0,678 en 0,038, gelden voor deze populatie en omstandigheden; zwart is daarmee niet algemeen nauwelijks erfelijk.
De tegenspraak met de oude telling is niet dat één van beide fout is. De auteurs noemen zelf onder meer twee verschillen. Het eerste is de maat: wie de hoeveelheid kleur meet, ziet de vaderlijn; wie de losse vlekken meet, ziet hem niet. Het tweede is het materiaal: veel van het oude Y-bewijs komt uit kweekvormen die in het wild niet voorkomen, en dit werk komt uit een wilde stam. Zij zetten er ook twee voorbehouden bij hun eigen uitkomst bij: hun stam kan in ruim twintig jaar laboratorium de Y-koppeling zijn kwijtgeraakt, en Y-koppeling verschilt sterk tussen wilde Trinidadse populaties. Beide achten ze onwaarschijnlijk, maar ze noemen ze wel.
Wat dat aan de bak verandert: selecteer op het totaalbeeld over een hele groep zonen, niet op één mooie vlek bij één zoon. Dat twee broers er verschillend uitzien, is geen fout in je lijn. Met één voorbehoud dat de auteurs zelf aanreiken: voor een sterk doorgekweekte keuringslijn is dit niet gemeten, en juist dáár kwam het oude Y-bewijs vandaan. [hiaat]
Deze studie geeft geen universele voorspelling voor een kruising tussen twee handelsnamen. Zij onderzocht één populatie en bepaalde kleurkenmerken, niet iedere kweeklijn of vinvorm. Registreer daarom beide ouders en beoordeel het nageslacht als groep; neem geen vast aantal generaties of automatisch mengbeeld als gegeven.
Lange vinnen kosten zwemvermogen, en dat is wél gemeten
Over staartvormen bij guppen wordt veel beweerd en weinig gemeten. Eén ding is wel netjes gemeten. Bij 36 mannetjes met staarten van 27,4 tot 85,2 procent van hun standaardlengte zwommen de langstaartige dieren significant slechter; hun kritische zwemsnelheid lag lager, ook nadat voor lichaamslengte was gecorrigeerd. De rugvinnen waren gestandaardiseerd; de gevonden samenhang met staartlengte is daarmee niet automatisch een bewijs dat ieder verschil uitsluitend door de staart wordt veroorzaakt. Bij de 35 vrouwtjes ernaast deed staartlengte niets; daar bepaalde de lichaamsgrootte het. [gemeten]
En in het veld, over tien vindplaatsen in een rivier op Okinawa waar de soort sinds de jaren zeventig verwilderd voorkomt, met stroomsnelheden van 0,8 tot 9,8 centimeter per seconde, hing de staartlengte van de mannen sterk negatief samen met de stroming (r = -0,86; P = 0,001): hoe sneller het water, hoe korter de staarten. [gemeten]
De Oostenrijkse vereniging is daar in haar commentaar opvallend eerlijk over. Vinnen zijn de voortbewegingswerktuigen van een vis, schrijft zij, en ze moeten die beweging mogelijk maken en niet bij het zwemmen hinderen, "zoals dat helaas vaak het geval is". [literatuurrichtlijn]
Wat je hier niet uit mag afleiden, is dat een sluierstaart sneller vinrot krijgt. Die claim staat op talloze hobbysites, maar er is geen meting voor gevonden. [praktijkregel] Wat er wel uit volgt is bescheidener: zet geen stevige stroming in een bak met grootvinnige dieren, en verwacht van zo'n vis geen sprint.
En één ding dat we niet kunnen invullen. Er is geen publicatie gevonden die het gen achter de sluierstaart bij deze soort aanwijst. De vormstandaards gaan ver terug — de eerste, van de vereniging Nymphea in Leipzig, dateert volgens de NBAT van kort na de Eerste Wereldoorlog en bleef tot in de jaren dertig in gebruik [literatuurrichtlijn] — maar het moleculaire verhaal erachter is voor deze soort niet rond. [hiaat]
Inteelt bij guppen kost het meest waar je het niet ziet
"Inteelt is slecht" is te grof. Het gemeten beeld is preciezer, en juist daardoor bruikbaar.
Het duidelijkst zit het effect op weerstand. In een opzet met drie kweekregimes naast elkaar — paring tussen volle broers en zussen, willekeurige paring als controle, en volledig uitgekruist — droegen de ingeteelde dieren een significant hogere gemiddelde belasting met de huidworm Gyrodactylus turnbulli, en ze waren trager in het opruimen van die besmetting. [gemeten]
Diezelfde onderzoeksgroep had eerder in Trinidad gemeten hoe hard dat kan uitpakken. Na vier generaties in gevangenschap werden dieren uit dezelfde drie regimes uitgezet in een afgesloten proefvijver; van die in gevangenschap gekweekte dieren overleefde 58 procent, tegen 96 procent van hun wilde soortgenoten. [gemeten] Reken dat getal niet door naar een winkelbak. De auteurs schrijven zelf dat er behalve inteelt ook het ontbreken van eerdere blootstelling aan die parasieten in zit, en het ging om een uitzetting buiten, niet om een aquarium.
Waar inteelt níet overal even hard aankomt, is bij de rest van het dier. Een Japanse studie mat zes eigenschappen bij broer-zusparing: lengte bij de geboorte, overleving op dag 120, het aandeel niet-dwergen op dag 120, lengte op dag 120, zouttolerantie en hittetolerantie. De achteruitgang liep per eigenschap uiteen van -1,0 tot 24,6 procent, en alleen bij overleving op dag 120 en bij zouttolerantie was het effect significant. Groei en hittetolerantie bleven binnen de ruis. [gemeten - samenvatting gelezen, artikel zelf afgeschermd]
In de Japanse proef liet uitkruisen voor dezelfde zes eigenschappen een effect van -1,3 tot 42,2 procent zien, significant bij overleving op dag 120 en zouttolerantie. Dat ondersteunt een mogelijk voordeel van uitkruisen in die onderzochte lijnen, niet volledig herstel van elke eigenschap. Het parasietenonderzoek was een andere proef; uit deze uitkruising volgt dus geen bewezen herstel van parasietenweerstand.
En de eerlijke andere kant: kwekers doen dit niet uit onwetendheid. Nauw verwante dieren aan elkaar paren is precies wat een kleurslag vasthoudt. De vraag is niet óf je verwantschap opbouwt, maar hoe snel, en met hoeveel vangnet.
Verwantschap beheren: houd de ouders bij, niet alleen het baklabel
Een schema met drie bakken of drie letters voorkomt inteelt niet vanzelf. Na kruisingen tussen A, B en C kunnen de volgende generaties nog steeds veel dezelfde voorouders delen. Het relevante gegeven is de verwantschap van de gekozen ouders, niet of ze nu in verschillende bakken zwemmen.
Praktisch helpt een registratie met:
| Noteer | Waarom het helpt |
|---|---|
| Identiteit en afkomst van beide ouders | Onderscheid bekende, onbekende en gedeelde voorouders. |
| Parings- en worpdatums | Maak duidelijk welke contacten mogelijk zijn geweest. |
| Welke families daadwerkelijk nakomelingen leveren | Eén populaire man kan een groot deel van de volgende generatie bepalen. |
| Groei, conditie, afwijkingen en uitval | Beoordeel meer dan alleen kleur; een afwijking heeft niet automatisch een genetische oorzaak. |
| Nieuwe dieren en quarantaine | Genetische aanvulling mag geen excuus zijn om ziektepreventie over te slaan. |
De bekende vuistregel 1/(2Ne) beschrijft onder vereenvoudigde populatiegenetische aannames het verwachte verlies aan heterozygositeit per generatie. Ne, de effectieve populatiegrootte, is niet simpelweg het aantal vissen op je lijst. Scheve ouderbijdragen, verwantschap en paringspatronen doen ertoe. Met alleen zes of twintig dieren kun je dus geen exact verliespercentage voor je eigen lijn berekenen, en een lijn is niet na tien generaties automatisch “op”.
Vermijd herhaald nauw verwante paringen wanneer het behoud van variatie het doel is. Werk zo nodig samen met kwekers die afstamming werkelijk bijhouden. Een nieuwe herkomst is niet automatisch onverwant of gezonder; plan quarantaine en beoordeel de dieren vóór introductie.
Kwekers zoals Diana Walstad beschrijven selectie op latere conditie en langere voortplantingscarrières. Dat zijn nuttige aandachtspunten, geen gecontroleerd bewijs dat haar exacte leeftijdsgrenzen optimaal zijn. Een achteraf gekozen groep van de acht beste en acht slechtste vrouwtjes bewijst evenmin dat je op jonge leeftijd niets kunt voorspellen. Het verhaal over vinrot bij een oudere man maakt vinrot nog niet tot een betrouwbare verouderingsdiagnose.
Laat welzijn zwaarder wegen dan een keuringsplaats. Kweek niet doelbewust door met een dier dat slecht zwemt, ernstig vermagert of blijvend misvormd is. Bij kromme ruggen of uitval moet je ook voeding, waterkwaliteit en ziekte laten beoordelen; voer niet op eigen gezag een erfelijke diagnose in je administratie in.
Voor een gedocumenteerde guppenlijn houd je endlers en onbekende hybriden gescheiden. Label dieren met onzekere afkomst eerlijk en regel een goede bestemming voor nakomelingen waarmee je niet verder kweekt. “Niet geselecteerd” betekent niet dat hun verzorging mag stoppen.
Nederland heeft de vereniging, maar niet het register
Poecilia Nederland gaat terug op de Nederlandse Guppenkring van 1950, werd in 1984 als werkgroep opnieuw opgezet en is sinds 1988 een vereniging met statuten. [literatuurrichtlijn] Er lopen hier twee keuringstradities door elkaar. Bij Poecilia hoort bij elke bijeenkomst een tafelschouw: een keuring van de dieren die leden zelf meebrengen, met een beker voor het Nederlandse guppenkampioenschap. De NBAT doet iets anders: daar beoordelen bondskeurmeesters vivaria, dus aquaria, terraria en vijvers, aan de hand van keuringsrichtlijnen van het College Bondskeurmeesters. Dat is een keuring van een bak, niet van een vis. [literatuurrichtlijn] Wie zijn dieren wil laten beoordelen, moet dus bij de eerste zijn.
De band met de internationale standaard loopt via personen, niet via een reglement: Poecilia Nederland schrijft dat haar guppenkenner als vertegenwoordiger voor Nederland de vergaderingen van de IKGH bezoekt. Of de Nederlandse NBAT-richtlijnen formeel aan die standaard hangen, hebben wij niet bevestigd gekregen. [hiaat]
En dan het eerlijkste stuk van die verenigingsgeschiedenis. De eigen visregistratie komt volgens de vereniging al jaren niet goed van de grond, omdat de mutaties niet of veel te langzaam worden doorgegeven, en er staat onomwonden bij dat echt goede en standvastige kwekers er altijd te weinig zijn geweest. [literatuurrichtlijn] Wat daar wél werkt, is het interessantst voor wie een lijn wil vasthouden: voor een aantal soorten hebben groepen leden de kweek gezamenlijk op zich genomen, en door roulatie en uitwisseling blijven die soorten in Nederland en België in stand. [literatuurrichtlijn] Let op wat daar staat: dat gaat over het in stand houden van sóórten, niet over kleurslagen binnen één soort. Dat hetzelfde mechanisme ook voor een kweeklijn werkt, is onze gevolgtrekking en niet die van de vereniging. [praktijkregel - eigen gevolgtrekking] Vers bloed komt in de praktijk uit een kring van mensen die dezelfde lijn draaien, niet uit een register.
Begin met dieren waarvan de afkomst bekend is, houd paringen en worpen bij en regel geschikte opvang vóór je start. Beoordeel jonge dieren vroeg en herhaaldelijk op geslacht; wacht niet tot een kalenderdeadline om ongewenste paringen te voorkomen. Een haalbaar kweekplan houdt ook rekening met dieren die je niet voor de volgende generatie kiest.
- Arendt, J. D., & Reznick, D. N. (2005). Evolution of juvenile growth rates in female guppies (Poecilia reticulata): Predator regime or resource level? Proceedings of the Royal Society B, 272(1560), 333–337. https://doi.org/10.1098/rspb.2004.2899
- FishBase. (z.d.). Poecilia reticulata. https://www.fishbase.se/summary/Poecilia-reticulata.html
- Guppies Onli. (z.d.). IFGA standard [Weergave van een showstandaard]. https://guppiesonli.wordpress.com/judging-standards/ifga-standard/
- Guppy Club of Great Britain. (z.d.). Principals [Showstandaard]. https://www.gcogb.co.uk/page12.html
- Guppy Hochzucht Berlin. (z.d.). Grundfarben des Guppy [Kwekersinformatie]. https://guppy-berlin.de/grundfarben-des-guppy/
- GuppyClub.nl. (z.d.). Een guppy aquarium beginnen voor beginners en kwekers [Hobbyartikel]. https://guppyclub.nl/aquarium-basics/guppy-aquarium-beginners-kwekers/
- Hernández-López, M., & Luna-Vivaldo, I. (2021). Life history traits of Endler’s fish (Poecilia wingei). AACL Bioflux, 14(3), 1727–1733. https://bioflux.com.ro/docs/2021.1727-1733.pdf
- Internationales Kuratorium Guppy Hochzucht. (z.d.). International Guppy High-Breed Standards [Bestandsversie 2023; standaardtekst met kopjaar 2018]. http://www.ikgh.org/wp-content/uploads/2023/05/IHS-Version-2023.pdf
- Karino, K., Orita, K., & Sato, A. (2006). Long tails affect swimming performance and habitat choice in the male guppy. Zoological Science, 23(3), 255–260. https://doi.org/10.2108/zsj.23.255
- Landelijk InformatieCentrum Gezelschapsdieren. (z.d.). Guppy. https://www.licg.nl/aquariumdieren/guppy/
- Magoschitz, H. E. (z.d.). Deckfarben [Kwekersinformatie]. http://www.guppy-hobby.de/?topic=bestimmung&sub=deckfarben
- Morris, J., Darolti, I., van der Bijl, W., & Mank, J. E. (2020). High-resolution characterization of male ornamentation and re-evaluation of sex linkage in guppies. Proceedings of the Royal Society B, 287, 20201677. https://doi.org/10.1098/rspb.2020.1677
- Nakadate, M., Shikano, T., & Taniguchi, N. (2003). Inbreeding depression and heterosis in various quantitative traits of the guppy Poecilia reticulata. Aquaculture, 220, 219–226. https://researchportal.helsinki.fi/en/publications/inbreeding-depression-and-heterosis-in-various-quantitative-trait/
- Nederlandse Bond Aqua Terra. (z.d.). Het miljoenenvisje, de gup. https://nbat.nl/het-miljoenenvisje-de-gup/
- Nederlandse Bond Aqua Terra. (z.d.). Keuringen. https://nbat.nl/keuringen/
- Österreichische Guppy Gesellschaft. (z.d.). Bewertung: IKGH-Guppystandard. https://www.oegg.net/guppyzucht/ikgh-guppystandard/
- Poecilia Nederland. (z.d.). Geschiedenis. https://poecilia.nl/geschiedenis/
- Smallbone, W., van Oosterhout, C., & Cable, J. (2016). The effects of inbreeding on disease susceptibility: Gyrodactylus turnbulli infection of guppies, Poecilia reticulata. Experimental Parasitology, 167, 32–37. https://doi.org/10.1016/j.exppara.2016.04.018
- van Oosterhout, C., Smith, A. M., Hänfling, B., Ramnarine, I. W., Mohammed, R. S., & Cable, J. (2007). The guppy as a conservation model: Implications of parasitism and inbreeding for reintroduction success. Conservation Biology, 21(6), 1573–1583. https://doi.org/10.1111/j.1523-1739.2007.00809.x
- Walstad, D. (2022). Guppy longevity [Kweekverslag]. https://dianawalstad.com/wp-content/uploads/2022/03/longevity-march-2022a.pdf




