Vissen
Endler: een eigen soort, en hij lost op in de guppenbak
De endler ligt in de winkel naast de guppy, met “kleine broer” op het kaartje, en dat klopt aan geen van beide kanten. Hij heeft sinds 2005 een eigen wetenschappelijke naam, hij staat als bedreigd op de rode lijst, en zijn belangrijkste eigenschap voor jouw bak is er een die je niet ziet gebeuren: zet je hem bij guppen, dan kruisen ze, en de nakomelingen zijn zelf ook vruchtbaar. Hoe snel er dan niets zuivers meer overblijft, heeft niemand opgeschreven. Geen ruzie, geen dode vis, alleen een lijn die stilletjes in het gemiddelde verdwijnt.
In het kort
- De endler is een eigen soort, in 2005 beschreven in een Nederlands tijdschrift, met het naamdragende exemplaar in een Nederlandse museumcollectie.
- Of endler en gup echt twee soorten zijn is niet beslecht: een moleculaire studie uit 2009 zegt ja, een tweede moleculaire studie uit 2014 vindt in noordoost-Venezuela geen scheidslijn.
- Gup en endler kruisen, en de kruisingen zijn zelf ook vruchtbaar. Dat is niet alleen forumkennis: in Wageningen zijn er F1- én F2-hybriden mee gemaakt.
- Wil je geen aanwas en geen kruising, dan geeft de hoofdbron zelf de simpelste uitweg: koop alleen mannetjes.
- De 15 tot 35 dGH die voor de endler geadviseerd wordt, haalt geen enkel Nederlands drinkwaterbedrijf. De enige gemeten kweekproef liep op ongeveer 6 tot 7 dH en leverde gewoon jongen op.
Twee centimeter en een verkeerde naam op het kaartje
Naast de guppy staat in veel winkels een bakje met een visje van amper twee centimeter, en op het kaartje staat "endler guppy". Die naam is meteen het misverstand: hij belooft een kleurvariant en het is een andere soort, met een eigen wetenschappelijke naam en een eigen status op de rode lijst.
Wat je door het glas ziet, zit aan het mannetje. Seriously Fish houdt het kort: de mannen zijn kleiner en veel bonter dan de vrouwen, en de vrouwen zijn een stuk voller, vrijwel permanent drachtig. [literatuurrichtlijn] Bij een wildvorm-mannetje zie je een zwarte balk over de flank, een oranje zadel daarboven, een metaalgroene glans op de staartwortel en een klein, doorschijnend schepstaartje — geen waaier. [praktijkregel, naar het beeld bij dit artikel] De vrouwtjes van beide soorten zijn grijsbruin en verder weinig opvallend, dus bij hen lees je het verschil vooral aan het formaat af. [praktijkregel] Precies daarom begint een kruising ongemerkt: de dieren die het verschil verraden zijn niet de dieren waar je op let.
Op formaat is dat verschil groot. Seriously Fish geeft de endler 25 mm standaardlengte en FishBase 2,0 cm voor het vrouwtje; voor de gup geeft Seriously Fish 60 mm en FishBase 6,0 cm. [literatuurrichtlijn] Let op wat standaardlengte is: de lengte tot waar de staartvin begint. Wie tegen het glas meet komt hoger uit — bij een zuivere endlervrouw al gauw op ruim drie centimeter, staart meegerekend. Onthoud dat, want verderop is het het verschil tussen een verdacht dier en een gezond dier.
Eén kenmerk scheidt de twee hard, en dat is nou juist iets wat je door het glas niet ziet. Het paringsorgaan van het mannetje is de tot een buisje omgebouwde aarsvin. Bij de endler steekt daar een klein uitsteeksel voorbij de punt, de gonopodiale palp, en ontbreekt de haak op de derde vinstraal; bij de gewone gup is het andersom. [literatuurrichtlijn] Loepwerk aan een vis in de hand dus, geen winkelkenmerk.
Dezelfde bron naast dezelfde bron
Een vergelijking is alleen eerlijk als beide kolommen uit hetzelfde boek komen. Vandaar deze tabel op Seriously Fish, met FishBase erbij waar het over lengte gaat.
| Endler (Poecilia wingei) | Gup (Poecilia reticulata) | |
|---|---|---|
| Maximale lengte | 25 mm SL; FishBase 2,0 cm SL vrouw | 60 mm SL; FishBase 6,0 cm SL vrouw |
| Temperatuur | 24-30 °C | 17-28 °C |
| pH | 7,0-8,5 | 7,0-8,5 |
| Hardheid | 15-35 dGH | 8-30 dGH |
| Bodemvlak | 45 × 30 cm, ruim 40 liter | 45 × 30 cm, ruim 40 liter |
| Worp | 5-25 jongen, nieuwe worp elke 23-24 dagen | 5-100 jongen; dracht 4-6 weken, geen worpinterval opgegeven |
| Zoet of brak | alleen zoet (FishBase) | zoet én brak (FishBase) |
Alles hierin is [literatuurrichtlijn]; dGH en dH zijn dezelfde eenheid, alleen anders geschreven.
Zo naast elkaar is het verschil kleiner dan de losse soortprofielen doen vermoeden. De pH is identiek, de hardheid overlapt over de hele band van 15 tot 30, de bakmaat is dezelfde, en alleen de óndergrenzen lopen uiteen. De Nederlandse en de andere naslagbronnen wijken daar weer van af, en dat hoort erbij: LICG geeft de gup 23 tot 25 °C, pH 7 tot 8, 9 tot 20 dH, tien tot zeventig jongen en zestig centimeter baklengte; FishBase geeft 9 tot 19 dH. [literatuurrichtlijn] Voor de endler bestaat zo'n tweede opgave niet, en dat is de kern van dit hele profiel: bij de gup kun je bronnen tegen elkaar wegen, bij de endler heb je er één.
Drie regels verdienen een zin. De temperatuur is bij deze familie geen comfortknop maar een snelheidsknop: warmer betekent sneller volwassen en sneller een volgende worp, hetzelfde mechanisme als bij de temperatuur voor guppen. Let daarbij op de bovenkant van die endlerband, want die dertig graden is een opgave zonder meting eronder, terwijl bij de gup rond precies dat getal de gemeten schade begint. De worpregel is geen dubbeltelling: bij de endler geeft Seriously Fish een echte tussenpoos tussen twee worpen, bij de gup geeft geen enkele bron er een — daar staat alleen hoe lang een dracht duurt. En één rij ontbreekt omdat er niets in kan: FishBase geeft voor Poecilia wingei geen maximumleeftijd, en geen van de bronnen onder dit stuk noemt er een. [hiaat] Voor de gup bestaan die getallen wel, van drie maanden tot vijf jaar, maar geen twee bronnen geven hetzelfde; dat is elders in deze gids uitgezocht.
Klein zijn is het praktische verschil
Seriously Fish noemt een bodemvlak van 45 bij 30 centimeter, ongeveer 41 liter, en zegt er twee dingen bij die je allebei moet horen: kleiner dan dat moet niet, en zó'n bak is groot genoeg voor een flinke kolonie. [literatuurrichtlijn] Het is dus een ondergrens en geen ruime maat. Voor de gup geeft dezelfde bron exact dezelfde afmeting; LICG vraagt daar zestig centimeter baklengte. [literatuurrichtlijn] En in een Nederlandse kamer van twintig graden haal je de onderkant van 24 graden niet vanzelf: Seriously Fish rekent voor deze bakmaat op 75 tot 100 watt aan verwarming. [literatuurrichtlijn] Deze vis kan hier niet zonder.
Over de groepssamenstelling is dezelfde bron opvallend vaag: meerdere vrouwen per man, zonder getal. [literatuurrichtlijn] Voor de endler bestaat geen eigen norm. [hiaat] Het enige getal dat er in het Nederlands ligt, is dat van LICG voor de gup: één man op twee tot vijf vrouwen. [literatuurrichtlijn] De kweekproef verderop gebruikte vier vrouwen op één man, en alle vrouwtjes werden drachtig. [gemeten, als kweekpraktijk]
Die bak is dan groot genoeg voor de dieren die je koopt, wel te verstaan. Er komt om de 23 tot 24 dagen een worp bij van 5 tot 25 jongen [literatuurrichtlijn], en die jongen doen bij 27 tot 28 graden zelf 37 dagen over het volwassen worden [gemeten]. Wat er een half jaar later zwemt, is geen groep meer maar een kolonie.
De bek is nog kleiner dan die van een gup, dus vlokvoer wrijf je voor deze dieren fijn. [praktijkregel] Seriously Fish noemt hem een alleseter die wat plantaardigs in het menu hoort te hebben. [literatuurrichtlijn] Verder eet hij wat een gup eet.
Wat kan er dan wél naast?
Dat kleine formaat bepaalt ook wat ernaast kan, en Seriously Fish is daar strenger over dan je zou verwachten: voor een gewone gezelschapsbak vindt hij de endler ongeschikt, puur op formaat. Wat hij wél noemt zijn kleine, vreedzame soorten — dwergmeervalletjes, kleine regenboogvisjes en rustige tetrasoorten. [literatuurrichtlijn] Alles met een bek van enig formaat ziet een dier van twee centimeter als hapje, en waar een volwassen gup nog nét te groot is, is een endler dat niet. [praktijkregel] De afweging per soort, met bodemmaten en overlappende banden, staat bij medebewoners voor guppen.
Voor garnalen ligt er één Nederlands gegeven dat alleen over de endler gaat. LICG somt op zijn pagina over zoetwatergarnalen op wat er bij kleine garnalen kan: "Vissoorten die wel met kleine garnalen kunnen worden gecombineerd zijn onder andere kleine tetra soorten, endler guppen, kegelvlek barbeeltjes, dwerggourami's en algeneters." [literatuurrichtlijn] De endler staat er bij naam bij en de gup niet. Let wel op die twee woorden: onder andere. Het is een open opsomming, net als de uitsluitingszin ervoor, die eindigt op "evenals vele andere, ook kleine vissen". Een aanwijzing dus, geen uitsluiting van de gup — maar wel de enige plek in de Nederlandse voorlichting waar deze soort bij naam voorkomt.
En dan twee botsingen die bijna nooit worden uitgesproken. LICG vraagt voor garnalen 8 tot 12 dH; voor de endler wordt 15 tot 35 dGH geadviseerd. Allebei kan niet. Verderop laat ik zien waarom ik dat hoge getal niet zou volgen, maar reken je daar niet rijk: de enige gemeten kweekwaarde die er is, ligt op ongeveer 6 tot 7 dH en valt dus óók buiten die garnalenband. Er is geen waarde waarop alle drie de opgaven samenvallen. Wat vuurgarnalen in ons drinkwater werkelijk aankunnen, heeft in deze gids een eigen profiel en een eigen antwoord.
De tweede botsing zit in de temperatuur en wordt nog minder genoemd. LICG geeft garnalen 20 tot 24 graden en noemt boven 28 graden dodelijk; Seriously Fish geeft de endler 24 tot 30. [literatuurrichtlijn] De twee aanbevolen banden raken elkaar op precies één punt: 24 graden. Wil je die combinatie, houd zo'n bak dan op 24 tot 25 graden en niet hoger. De endler zit daarmee aan de trage kant van zijn eigen band, en dat is hier geen nadeel.
Waarom hij oplost tussen de guppen
Dát het gebeurt, weet elke forumganger. Wat er precies uit die kruising komt is gemeten, en dat staat nergens in het Nederlands. Seriously Fish is er zelf kort over: houd ze niet bij guppen, want ze kruisen, en de nakomelingen zijn zelf ook vruchtbaar. [literatuurrichtlijn]
Het mechanisme is saai, en juist daarom onontkoombaar. Er is geen voortplantingsdrempel: geen andere paartijd, geen andere plek in de bak, geen onvruchtbare eerste generatie die de zaak stopzet. Elke generatie mengt dus terug in de vorige, en van de twee verdwijnt de zeldzaamste het eerst in het gemiddelde — in een gemengde bak vrijwel altijd de endler, want er zwemmen er meestal minder van rond. Eerlijk erbij: hóé snel dat gaat, legt geen bron onder dit stuk vast. [hiaat] De vuistregel van twee generaties die je overal leest, staat in geen van de geraadpleegde bronnen.
In het wild gaat het overigens niet vanzelf. Op de plek waar de soort is teruggevonden, trof men hem volgens Seriously Fish aan náást een wilde vorm van de gup, zonder dat ze kruisten. [literatuurrichtlijn] Wat daar de scheiding maakte, weten we niet. In een aquarium is die scheiding er in elk geval niet.
Wat er uit die kruising komt
De metingen komen uit Nederland. De leerstoelgroep Gedragsecologie van Wageningen University & Research publiceerde in 2022 twee proeven waarin gup en endler doelbewust op elkaar zijn gezet: guppen uit de bovenloop van de Aripo op Trinidad, endlers uit Cumaná in Venezuela. Er kwamen zowel F1- als F2-hybriden uit, en dat tweede is het bewijs dat de eerste generatie zelf ook vruchtbaar was. [gemeten]
De eerste proef mat de hersenen van 232 dieren en het leergedrag van 259. De hybriden zaten in hersengrootte, in de omvang van de hersengebieden, in leervermogen en in gedragsflexibiliteit netjes tússen de oudersoorten in, en overschreden het ouderbereik nauwelijks. De conclusie van de auteurs: kruising is bij deze vissen geen sterke motor van variatie in hersenbouw en cognitie. [gemeten]
Een gup-endlerkruising is dus niet het beste van twee. Op groepsniveau is hij het gemiddelde van twee.
De tweede proef, over kleurassociatie- en omkeerleren, komt op datzelfde gemiddelde uit maar draagt een andere kop: kruising kán juist variatie opleveren. Bij een deel van de hybriden ontstonden nieuwe combinaties van eigenschappen, en het gemiddelde van één hele hybridegroep week af van de variatie-as van de ouders. [gemeten] Intermediair is dus het groepsgemiddelde, niet het hele verhaal.
In een Nederlandse aquariumdraad staat het praktischer verwoord: er komen geen misvormingen uit zo'n kruising, maar na een paar generaties is de kleur uit de vissen verdwenen, en het advies is om het niet zonder doel of controle te doen. [praktijkregel, forumbron]
Wat je wél kunt narekenen is het tempo. De eerste kruisingsjongen zwemmen er na vier tot zes weken, de duur van een dracht, en niet eerder — achtentwintig dagen is de onderkant van die band en niet de regel. Daarna duurt het bij 23 tot 25 graden nog drie tot vier maanden voordat zo'n mannetje zelf geslachtsrijp is [literatuurrichtlijn, via citerende publicatie; het origineel heb ik niet geopend]; bij 27 tot 28 graden is dat 37 dagen [gemeten]. Reken dus in maanden en niet in weken.
Nog een addertje voor wie een eigen lijn opbouwt. Een vrouwtje dat ooit bij vreemde mannen heeft gezeten, draagt opgeslagen sperma mee en werpt daarna nog maanden door. Haar uit een gemengde bak halen is dus geen scheiding maar uitstel; op hoeveel maanden je moet rekenen en waarom de opgaven daarover uiteenlopen, staat bij spermaopslag bij guppen.
Drie routes, en wat elke route kost
Tot zover het probleem. Dit zijn de uitwegen, en ze hebben allemaal een prijs.
Wil je geen aanwas, koop dan alleen mannetjes. Seriously Fish geeft dat voor deze soort met zoveel woorden als advies. [literatuurrichtlijn] Je houdt de kleur, je verliest de voortplanting, en het kruisingsprobleem is meteen weg omdat er niets te bevruchten valt. Dezelfde route werkt bij de gup, en hoe je zo'n groep samenstelt staat bij alleen mannetjes bij guppen.
Zitten ze al samen, dan is de mannen van één soort eruit halen een halve maatregel. Nieuwe kruisingen stoppen, lopende worpen niet, want de vrouwtjes dragen sperma mee. Reken op maanden voordat er niets meer bijkomt, en bedenk vooraf waar de jongen heen gaan die er in die maanden nog uit komen: dat is een aparte vraag met een eigen afvoerplan voor guppen.
Wil je een zuivere lijn, dan is scheiden van de dieren die je al hebt geen oplossing maar uitstel. Wie het serieus doet, begint opnieuw met dieren waar een herkomstverhaal bij hoort, in een bak waar nooit een gup in heeft gezeten. Wat zo'n verhaal waard is, staat verderop.
Wat er van zijn levensloop gemeten is
Er is één studie die zijn levensloop in samenhang heeft opgemeten, en die is klein. Twaalf vrouwtjes en drie mannetjes van de handelsvorm "blue Japan", in bakken van twintig liter, vier vrouwen op één man, bij 27 tot 28 graden. [gemeten] Eén ding hoort daar meteen bij: de dieren kwamen rechtstreeks van een importbedrijf voor siervissen. Er zat dus geen herkomstverhaal bij, en dit is gemeten aan handelsendlers en niet aan een gedocumenteerde wildlijn — precies het onderscheid waar de volgende paragraaf over gaat.
| Gemeten | Waarde |
|---|---|
| Jongen per worp | 17,33 ± 4,68 (10 worpen, 122 jongen — zie hieronder) |
| Lengte bij de geboorte | 7,75 ± 1,97 mm TL |
| Mannen geslachtsrijp | 37,33 ± 8,08 dagen, bij 18,44 ± 3,51 mm TL |
| Sekseverhouding van het nageslacht | 1 : 2,11 (39 mannen, 83 vrouwen) |
Alles [gemeten], bij 27 tot 28 graden. Let op de maatsoort: deze studie meet totale lengte, staartvin inbegrepen, terwijl de naslagcijfers hierboven standaardlengte geven. Die twee zijn niet zomaar naast elkaar te leggen.
En die eerste rij klopt niet met zichzelf. Tien worpen van gemiddeld 17,33 jongen zijn 173 jongen, geen 122. Dat getal 122 is wél het aantal waarvan het geslacht is bepaald, 39 plus 83, dus één van de twee opgaven in dezelfde alinea moet fout zijn. Reken zelf op ergens tussen 12 en 17 jongen per worp [gemeten, met een intern conflict in de bron]; het valt hoe dan ook binnen de 5 tot 25 van Seriously Fish. Ik zet die 17,33 daarom niet als kerngetal boven dit stuk.
Het tempo daarna. Zevenendertig dagen tot een volwassen mannetje is snel. Dezelfde publicatie haalt een andere proef aan waarin ze er bij 23 tot 25 graden drie tot vier maanden over deden, en wijt dat verschil aan voer en temperatuur. [literatuurrichtlijn, Řežucha & Reichard 2014 zoals aangehaald in de kweekstudie; die publicatie heb ik zelf niet geopend] Warmer is dus niet comfortabeler, het is sneller.
Dan de geboortelengte, want dat is het enige getal dat je naast de gup kunt leggen. Dezelfde bron noemt 7,12 ± 0,09 mm voor de gup, ook als totale lengte, maar haalt dat cijfer uit ander werk, en een spreiding van negen honderdsten staat niet in verhouding tot de ± 1,97 mm van haar eigen endlermeting. [gemeten, met voorbehoud] Houd het erop dat beide soorten op ruim zeven millimeter geboren worden: de endler wordt niet kleiner geboren, ondanks zijn formaat.
Eén getal uit die studie gebruik ik bewust niet. Als gewicht bij geslachtsrijpheid staat er 1,67 ± 0,21 gram, bij een lengte van 18,44 millimeter. Dezelfde alinea noemt voor een gup 0,05 gram en vergelijkt die 1,67 gram vervolgens met een zwaarddrager van 31 tot 50 millimeter. Een visje van anderhalve centimeter weegt geen anderhalve gram. [gemeten, en door mij verworpen] Ook een peer-reviewed bron loop je dus na in plaats van over te schrijven.
Tot slot een uitkomst die makkelijk verkeerd wordt overgenomen: er werd géén verband gevonden tussen de worpgrootte en de lengte of het gewicht van de jóngen, niet van de moeder. [gemeten] Het bekende verband bij de gup gaat juist wél over het moederdier — LICG schrijft dat grotere vrouwtjes vaak meer jongen krijgen [literatuurrichtlijn] — en of dat bij de endler ook opgaat, is niet onderzocht. [hiaat]
Kraamnetje of niet?
Hier spreken de bronnen elkaar tegen, en voor je aankooplijstje is dat het handigst om te weten. De kweekstudie legde stroken plastic raffia in de bakken om te voorkomen dat de vrouwtjes hun eigen jongen zouden opeten. [gemeten] Seriously Fish schrijft daarentegen dat volwassen endlers hun jongen zelden opeten. [literatuurrichtlijn] Eén laboratoriumvoorzorg is geen soorteigenschap, en één zin in een naslagwerk is geen garantie; dichte beplanting of een flinke pol mos is hier de goedkope verzekering die beide kanten dekt.
Wat Seriously Fish er wél uitdrukkelijk bij zegt: gebruik voor deze soort geen kraamnetje of legbakje, want de jongen zijn er te klein voor en zwemmen er zo doorheen. En ze eten vanaf de geboorte artemia-nauplii of fijngewreven vlok. [literatuurrichtlijn] De kweekstudie deed het net anders: de eerste dag uitsluitend azijnaaltjes (Turbatrix aceti), daarna vlokken erbij. [gemeten] Verder verschilt er weinig van de opkweek van guppenjongen.
Zuiverheid koop je als verhaal, niet als kenmerk
Aan het dier zelf zie je het niet. Wat je koopt is een herkomstverhaal, geen meting.
Liefhebbers houden dat verhaal bij in klassen. Het systeem komt van Adrian Hernandez en Guy Smith en werd gangbaar via de Amerikaanse liefhebbersvereniging Endler's Livebearer Association of America. Drie klassen: N — herleidbaar tot wildvangsten in Venezuela, P — lijkt zuiver, maar zonder papieren, K — bekende kruising. Voor de N-status moet een lijn een ononderbroken herkomstadministratie hebben, van kweker op kweker terug tot de oorspronkelijke vangst. [praktijkregel, hobbybron] Er zit dus geen DNA-test onder; het is een administratie. Let ook op de werkwoordstijd in die bron zelf: die vereniging hield het register bij, verleden tijd, en de documentatie is daarna verschoven naar registers van individuele kwekers. Of het stelsel vandaag nog actief wordt bijgehouden, heb ik niet kunnen vaststellen. [hiaat]
Hoe zuiver de winkelendler is, weet niemand: dat getal bestaat niet. [hiaat] Wat er wél staat, staat bij Seriously Fish: een groot deel van de natuurlijke variatie van deze soort is in de hobby verloren gegaan door inteelt, en endlers zijn nog altijd betrekkelijk zeldzaam in de liefhebberij — vooral te krijgen bij toegewijde kwekers, en maar af en toe in een winkel. [literatuurrichtlijn] Dat is geen uitspraak over hoeveel handelsdieren gekruist zijn. Het verklaart wel waarom die klassenadministratie überhaupt bestaat.
Wil je toch ergens op letten, dan zijn dit aanwijzingen en geen bewijs. Een guppy-achtige waaierstaart tussen dieren die verder allemaal het schepstaartje dragen, is verdacht. En dieren die aan het glas ruim boven de drie centimeter uitkomen, staartvin meegerekend, passen niet meer bij de 25 millimeter standaardlengte uit de naslag. [praktijkregel] Meet dus niet zomaar tegen de tabel aan: precies drie centimeter aan het glas is bij een gezonde zuivere endlervrouw normaal, en zegt niets.
En dan iets ongemakkelijks. In de wilde populaties is de vermenging óók aangetroffen. Herdegen en collega's vonden wijdverbreide introgressie van mitochondriaal DNA vanuit het San Juan-stroomgebied — het gebied van de gewone gup — het Cariaco-stroomgebied in, waar de endler thuishoort, en beschrijven dat als een invasie die zich in enkele jaren voltrok. [gemeten] "Zuiver" is in de eerste plaats een hobbybegrip.
Praktisch komt het hierop neer. Een dier uit de bulkhandel komt zonder verhaal; een dier uit de liefhebberskweek komt er mét. Poecilia Nederland omschrijft zichzelf als de vereniging voor het houden en kweken van levendbarende aquariumvissen, bestaat sinds 1988 en houdt vier bijeenkomsten per jaar, telkens met een visbeurs waar leden hun eigen kweek aanbieden. [organisatiegegeven, poecilia.nl, geraadpleegd 4 september 2026] Diezelfde vereniging publiceerde in 2023 een stuk over ziektedruk in de aquariumhandel, op grond van onderzoek van Maceda-Veiga en Cable uit 2019 onder 312 soorten. De endler staat daarin op de tiende plaats van de meest aangedane soorten in de handel, en het advies eronder is onomwonden: "Mocht je deze vissen willen hebben, probeer dan vissen bij een kweker te krijgen." [literatuurrichtlijn, via een Nederlandse verenigingspublicatie] Twee losstaande redenen dus om dezelfde route te nemen.
Stel bij aankoop drie vragen: waar komt de lijn vandaan, hoeveel generaties draait hij al bij de verkoper, en hebben er ooit guppen bij gezeten. Hoe je zo'n kweeklijn van guppen opbouwt en uit elkaar houdt, staat apart in deze gids; hoe je die route in de winkel loopt en wat een winkelbak je wel en niet vertelt, staat bij de herkomst van guppen.
Het watergetal dat niet klopt met onze kraan
Het advies voor de endler wijkt af van dat voor de gup, en er zit maar één bron onder.
Seriously Fish geeft 24 tot 30 graden, pH 7,0 tot 8,5 en een hardheid van 15 tot 35 dGH. [literatuurrichtlijn] FishBase geeft voor deze soort géén temperatuurbereik, geen pH, geen hardheid en geen voortplantingsgegevens: het profiel is dun omdat de soort pas twintig jaar bestaat. Voor de hardheid is er dus één opgave, zonder tweede opgave ernaast en zonder meting eronder. En die bron nuanceert zichzelf meteen: in dezelfde alinea staat dat de soort het in zacht en zelfs zuur water wel redt, maar dat je hem op de lange duur beter in middelhard of harder water houdt. [literatuurrichtlijn] Dat is een houderijvoorkeur, geen grens waaronder het misgaat.
En die ene opgave botst met ons land. In het profiel van de guppy staat het uitgezocht: de tien drinkwaterbedrijven publiceren van 3,2 tot ongeveer 12,5 dH, met een mediaan rond 6,8 over de vijfentachtig productielocaties die Vitens per stuk online zet. [gemeten, ons eigen naslagwerk bij de tien bedrijfssites en de vijfentachtig Vitens-locatieoverzichten, 4 september 2026] Geen enkel bedrijf komt in de buurt van 15. Het zachtste Nederlandse water zit op ongeveer een vijfde van de geadviseerde ondergrens.
Voordat je koraalgruis gaat halen: de enige gemeten kweekproef met deze soort spreekt dat cijfer tegen. Hernández-López en Luna-Vivaldo hielden hun endlers op GH 110 tot 120 en KH 90 tot 95 milligram per liter, pH 7 tot 7,5, bij 27 tot 28 graden. [gemeten] Dat is ongeveer 6 tot 7 dH [eigen omrekening uit gemeten waarden], precies de band waarin het Nederlandse drinkwater ligt, en minder dan de helft van die geadviseerde ondergrens. Alle vrouwtjes werden drachtig en er kwamen tien worpen uit. Eén voorbehoud: het artikel schrijft niet op waar die milligrammen op slaan, dus de omrekening is van mij en niet van de auteurs.
De slotsom is rustiger dan de getallen doen vermoeden. Jaag het water niet omhoog voor deze vis. Er is één advies met een hoge ondergrens dat zichzelf al nuanceert en geen meting onder zich heeft, en er is één meting waarin hij bij onze eigen hardheid gewoon jongen kreeg. Wat je met dat lagere getal níét moet doen, is denken dat het daarmee ook de garnalenband van 8 tot 12 dH raakt: die zes tot zeven ligt daar juist onder.
Hij heeft pas sinds 2005 een eigen naam
Tot 2005 was de endler een handelsvorm zonder status: een klein, fel visje dat als guppy over de toonbank ging. In dat jaar beschreven Poeser, Kempkes en Isbrücker hem formeel als Poecilia wingei, in Contributions to Zoology 74(1/2):97-115. [literatuurrichtlijn] De primaire tekst heb ik niet geopend; de vindplaats komt uit de naamcatalogus van de California Academy of Sciences en uit FishBase.
Dat is geen willekeurig detail, want dat tijdschrift is Nederlands. De catalogi voeren beide namen naast elkaar: de naamcatalogus en FishBase indexeren de beschrijving nog onder de Nederlandse titel Bijdragen tot de Dierkunde, terwijl Practical Fishkeeping en de literatuurlijst van de kweekstudie de Engelse gebruiken. [literatuurrichtlijn] Het holotype, het ene exemplaar waar de naam voorgoed aan vastzit, draagt collectienummer ZMA 123704: het Zoölogisch Museum Amsterdam, waarvan de collectie in 2011 opging in Naturalis. [literatuurrichtlijn] De endler is dus in Nederland op naam gezet, en het naamdragende dier ligt hier nog steeds.
Over de plaats horen drie namen bij elkaar, en dat is geen ruzie tussen bronnen. De typelocatie is de brug in de weg van Cariaco naar Carúpano, tussen de Laguna Buena Vista en de Laguna Campoma. Die ligt op het Paría-schiereiland in Venezuela, en dat schiereiland staat ook in de titel van de beschrijving zelf. FishBase geeft geen typelocatie maar een verspreidingsgebied, en komt op dezelfde twee lagunes uit. [literatuurrichtlijn] Seriously Fish zet daar een derde plek naast: de Laguna de Patos bij Cumaná, waar John Endler de vis in 1975 terugvond. En het is dáár dat volgens diezelfde bron een vuilstort naast het meer de vis waarschijnlijk heeft doen verdwijnen. [literatuurrichtlijn]
De soortnaam eert Øjvind Winge (1886-1964), de Deense geneticus die vooral bekendstaat als grondlegger van de gistgenetica en die in 1927 de overerving van kleur en geslacht bij de gup in kaart bracht. Seriously Fish en Practical Fishkeeping geven die etymologie allebei; de levensjaren komen van de eerste. [literatuurrichtlijn]
Of hij écht een aparte soort is, is niet beslecht
In 2009 beschreven Schories, Meyer en Schartl een derde soort uit Trinidad, Poecilia obscura, en legden daarbij de verhoudingen binnen de ondergroep opnieuw vast met een fylogenie op mitochondriaal DNA. [literatuurrichtlijn] Seriously Fish vat de uitkomst samen: P. wingei is daarmee ondubbelzinnig als geldige soort gedefinieerd. De volledige tekst is afgeschermd; ik heb alleen de metagegevens gezien.
Vijf jaar later kwam er een studie die precies het omgekeerde vond, en niet met een zwakkere methode. Herdegen en collega's bemonsterden 519 vissen uit 20 populaties in twee stroomgebieden in noordoost-Venezuela en analyseerden vijftien microsatellieten, een stuk mitochondriaal DNA van 953 baseparen en vier vormkenmerken. Hun conclusie, letterlijk: hun gegevens rechtvaardigen het onderscheiden van een aparte soort P. wingei niet. [gemeten] Dat is dus geen laboratorium tegenover veldwerk; het zijn twee moleculaire studies, en de tweede heeft de bredere bemonstering.
De ene moleculaire studie maakt er een soort van; de tweede, met de bredere bemonstering, vindt geen scheidslijn.
Wat wél vaststaat: FishBase, Seriously Fish, de naamcatalogus van de California Academy of Sciences en de rode lijst van de IUCN hanteren Poecilia wingei alle vier als geldige soort. Dat is de gangbare stand, en daarom staat "een eigen soort" boven dit stuk. Voor je bak maakt de discussie weinig uit, want de reden dát er discussie is, is precies wat er in jouw bak gebeurt: die twee mengen moeiteloos.
Bedreigd in het wild, gewoon te koop hier
FishBase geeft voor Poecilia wingei de status Endangered, criterium B1ab(iii,v), met 8 maart 2021 als beoordelingsdatum. [literatuurrichtlijn] Zijn hele natuurlijke verspreiding zit in een paar kustlagunes in noordoost-Venezuela. De rode-lijstpagina zelf is voor mij niet te openen, dus die datum is wat FishBase weergeeft en niet noodzakelijk het moment waarop de status is gepubliceerd.
De vraag die daar meteen achteraan komt: koop je dan een bedreigd dier weg? Nee. Wat hier in de handel ligt is nakweek, en dat is aannemelijk op twee gronden: de soort plant zich in gevangenschap zo makkelijk voort dat wildvangst geen zin heeft, en de dieren van de enige kweekstudie kwamen van een gewoon importbedrijf, in een gekweekte handelsvorm. Hard te maken is het niet, want een herkomstopgave per winkelbak bestaat niet. [praktijkregel]
Eén kanttekening bij de bron, met meteen de eerlijke tegenkant. In de FishBase-gegevens waaruit onze eigen soortenlijst is opgebouwd, staat de endler als "zelden of nooit" in de aquariumhandel; op de soortpagina zelf is dat veld niet terug te vinden, en met de Nederlandse winkelpraktijk komt het niet overeen. [literatuurrichtlijn, met bronkritiek] Maar Seriously Fish wijst wel dezelfde kant op: betrekkelijk zeldzaam in de hobby, vooral bij kwekers, af en toe in een winkel. Dat veld is dus eerder verouderd of grof dan onzin.
De Nederlandse voorlichting behandelt hem nergens als eigen dier. Het LICG heeft een huisdierenbijsluiter voor de guppy maar geen voor de endler, en op de groepspagina over levendbarenden — die tientallen soorten en geslachten bij naam noemt, tot Carlhubbsia en Heterandria formosa aan toe — komt hij niet voor. [literatuurrichtlijn] De enige plek waar hij bij naam opduikt, is de garnalenpagina hierboven.
Blijft over wat je vóór de aankoop moet weten. De endler is geen kleine guppy en geen kleurvariant, maar een apart dier met een eigen naam en een eigen rode-lijststatus. En hij verdwijnt in het gezelschap van guppen zonder dat er iets misgaat wat je kunt zien.



