Vissen
Platy: de rekensom die je pas na drie maanden ziet
De makkelijke beginnersvis, met één eigenschap die zich niet laat terugdraaien: hij is levendbarend, en de aanwas is al begonnen voordat je hem koopt. Daarnaast is dit een van de weinige soorten waarbij de vraag niet is of ons kraanwater te hard is, maar of het hard genoeg is.
In het kort
- Een vrouwtje draagt na één bevruchting nog drie tot vijf worpen. De man weghalen stopt niets.
- Het geslacht is op winkelmaat vaak niet te zien: late dieren worden pas na maanden volwassen.
- Verlaag de pH NIET. In zacht, zuur water gedijt hij juist niet.
- Op hardheid is de vraag hier of ons water hard GENOEG is: in de zachtste gebieden zit je eronder.
- Eén man op twee tot vier vrouwen. Dat is de platy-norm en niet die van de gup.
- Wat er in de winkel "platy" heet is vaak een kweeklijn met zwaarddrager- of variatus-bloed erin.
Wat je koopt is zelden één soort
Op het etiket staat Xiphophorus maculatus. In de bak zwemt vaak iets anders.
"Platy" dekt in de handel minstens drie dingen: deze soort, de grotere X. variatus, en kruisingen daartussen. Het LICG noemt die verwarring expliciet en voegt eraan toe dat er ook kruisingen voorkomen. Seriously Fish gaat verder en schrijft dat wilde dieren in de hobby vrijwel nooit te zien zijn, en dat een deel van de kweekvormen is ontstaan door kruising met de zwaarddrager of met variatus [praktijkregel].
Voor de dagelijkse verzorging maakt dat weinig uit. Voor de eindmaat en het gedrag wel, en het is de reden dat maten in bronnen zo uiteenlopen.
De rekensom
Dit is de klassieke fout, en hij is geen verkeerde keuze maar een optelsom die pas na drie maanden zichtbaar wordt.
Iemand koopt zes platy's, gemengd van kleur, omdat het de makkelijke beginnersvis is. Twee of drie daarvan blijken man. Dat was op winkelmaat niet te zien: bij deze soort worden late dieren pas na veertien tot vijfentwintig weken volwassen, en het LICG schrijft dat het bij sommige typen voor vrouwtjes zelfs meer dan een jaar kan duren [praktijkregel].
Dat verklaart meteen het verhaal dat platy-vrouwtjes in mannetjes veranderen. Het wás al een man, hij was alleen nog niet af.
En dan de tweede helft, waar het echt misgaat: geen van de voor de hand liggende noodgrepen werkt.
"Ik haal de man eruit." Vallowe isoleerde bevruchte vrouwtjes van deze soort, en die wierpen daarna nog drie tot vijf volledige worpen [gemeten]. Je bent een half jaar te laat.
"Ik koop alleen vrouwtjes." Die komen bevrucht uit de winkel, en dragen precies diezelfde drie tot vijf worpen mee naar huis.
Met twintig tot veertig jongen per worp is één bevruchting die je niet gezien hebt dus al gauw zestig tot tweehonderd vissen, verdeeld over een half jaar. De eerste lichting is zelf na een maand of drie geslachtsrijp.
Wat er wel werkt: één geslacht kopen en accepteren dat je het pas over maanden zeker weet, of vooraf regelen waar de jongen heen gaan. Rekenen op predatie door de andere bewoners is geen plan maar een hoop.
Nederlands kraanwater: hier is de vraag omgekeerd
Bij vrijwel elke soort in deze bibliotheek is de vraag of ons water niet te hard is. Bij de platy is het andersom.
Op pH zit je goed, en verlagen is schadelijk. Het LICG vraagt pH 7 tot 8, Seriously Fish 7,0 tot 8,2. Alle Nederlandse pompstations leveren boven pH 7,30, met een landelijke mediaan van 7,84. Dat valt er middenin. Geen turf, geen pH-min, geen osmosewater: Seriously Fish schrijft uitdrukkelijk dat deze soort in zacht, zuur water juist niet gedijt. Verlagen is hier niet overbodig maar contraproductief.
Op hardheid kan ons water juist te ZACHT zijn. Het LICG vraagt 10 tot 25 dH. Nederlands kraanwater loopt van 3,7 tot 13,7 dH. Alleen in de hardste leveringsgebieden haal je die ondergrens; in een groot deel van het land zit je eronder.
Dat is geen ramp — het is een kweekvis die veel verdraagt — maar het draait het gebruikelijke advies om. Zit je in een zacht gebied en zie je slechte groei of doffe kleur, dan is opharden hier wél een zinnige gedachte, terwijl dat bij bijna elke andere soort in deze bibliotheek precies de verkeerde reflex is. Zoek de hardheid van je eigen leveringsgebied op bij je waterbedrijf.
Verwarming
"De platy kan zonder verwarmer" is hobbypraktijk, geen meting. Ik heb er geen enkele publicatie met cijfers voor gevonden [praktijkregel].
Wat er wel staat: de ondergrens van élke geciteerde bron ligt op 18 tot 20 graden, en een Nederlandse woonkamer duikt daar in de winter geregeld onder. Een thermostaatverwarmer op 24 graden is het verdedigbare antwoord, en hij kost je in een kamer die toch al warm is bijna niets.
Geslachtsverhouding
Eén man op twee tot vier vrouwen, en dat is de norm die het LICG specifiek voor de PLATY geeft — niet de één-op-twee-tot-vijf die voor de gup geldt.
De reden is dezelfde en hij is kwalitatief: mannen blijven vrouwen opjagen, en meer vrouwen verdeelt die druk. Er is geen studie die welzijn of levensduur van deze soort tegen de geslachtsverhouding meet, dus neem het als een verstandige verdeling en niet als een gemeten optimum.
Praktisch betekent het dat een bak met vier mannen en één vrouw er mooi uitziet en voor dat ene dier slopend is.


