Vissen
Guppy man of vrouw: het gonopodium beslist, niet de kleur
Bijna iedereen sekseert guppen op kleur, en bij de kweekvormen die in de winkel liggen is dat precies het kenmerk dat niet meer werkt. Er is er maar één die altijd klopt: de vorm van de aarsvin. Bij het mannetje is die omgebouwd tot een smal, stijf staafje vlak achter de buikvinnen, het gonopodium, waar het vrouwtje een brede waaier heeft. In dit stuk staat waar je moet kijken, vanaf wanneer je moet gaan kijken en wanneer je dus moet ingrijpen, en hoe groot man en vrouw echt worden, met de getallen die daarvoor circuleren netjes uit elkaar gehaald.
In het kort
- Het geslacht lees je af aan de vorm van de aarsvin: bij het mannetje een smal, stijf staafje, het gonopodium, bij het vrouwtje een brede, soepele waaier. Smal en stijf tegen breed en soepel is het kenmerk; de stand van die vin zegt niets.
- Kleur werkt maar één kant op. Een dof dier is waarschijnlijk een vrouwtje, maar een fel dier bewijst niets meer: LICG schrijft dat de kweekvormen vaak ook mooi gekleurde staarten hebben.
- Het vrouwtje wordt groter en voller dan het mannetje. FishBase, LICG en Seriously Fish wijzen alle drie dezelfde kant op; kom je ergens het omgekeerde tegen (man 6 cm, vrouw 4-5), dan klopt dat niet.
- Dat een mannetje kort na de volwassenheid stopt met groeien en een vrouwtje doorgroeit, wordt in de literatuur als vaststaand aangenomen maar in de geraadpleegde bronnen niet zelf gemeten. Het past wel bij het maatverschil, en het betekent dat een klein mannetje van drie maanden meestal geen kwakkelaar is maar gewoon volwassen.
- Zien kan eerder dan rijp worden: in een groeistudie waren de dieren op drie tot vier weken al te sekseren. Kijk dus vanaf week vier, en houd zes weken aan als deadline om te scheiden. De laagste opgave voor geslachtsrijpheid die wij vonden is vijfenveertig dagen; de twee tot drie maanden uit de naslagwerken ligt daar ruim boven.
Het kenmerk zit onderaan, en het is er maar één
Kijk niet naar de staart. Bij guppen beslist de vin op de onderkant van het lichaam, vlak achter de buikvinnen. Bij een vrouwtje zit daar een gewone aarsvin: een brede, soepele waaier. Bij een mannetje is diezelfde vin omgebouwd tot een smal, stijf staafje, het gonopodium, waarmee hij inwendig bevrucht.
LICG schrijft dat die vin bij de mannetjesgup "omgevormd tot een paringsorgaan, het gonopodium" is, Seriously Fish noemt de vorm "stick-like", en FishBase schrijft dat de aarsvin "is transformed into a gonopodium for internal fertilization". Drie bronnen, één kenmerk, geen ruimte voor interpretatie. [literatuurrichtlijn]
Op de foto boven dit stuk zwemt het mannetje bovenaan en het vrouwtje eronder. Bij hem loopt vanaf achter de buikvinnen een dunne, rechte lijn naar achteren; bij haar zit op precies diezelfde plek een uitstaande waaier. Dat is het hele verschil. Het is meteen het enige kenmerk dat altijd klopt; de andere kloppen vaak, en dat is iets anders.
| Wat je ziet | Mannetje | Vrouwtje |
|---|---|---|
| Aarsvin, vlak achter de buikvinnen | smal, stijf staafje | brede, soepele waaier |
| Lichaam | slanker en korter | voller en langer |
| Buik | vlak | vaak boller, met een donkere vlek laag achter op de buik |
| Kleur | vrijwel altijd fel | wisselend, bij kweekvormen ook fel |
Die donkere vlek heet de zwangerschapsvlek, en hij hoort bij een vrouwtje dat jongen draagt. Waar hij precies zit, daarover zijn de bronnen het niet eens: FishBase zet hem tussen buikvin en aarsvin, Seriously Fish juist erachter. [literatuurrichtlijn] Praktisch gaat het om hetzelfde plekje, laag achter op de buik bij de aars, en je hoeft niets af te meten. Een aanwijzing is het, geen bewijs: een jong, nog niet drachtig vrouwtje heeft er nauwelijks een, en bij een donker gekweekt dier zie je hem sowieso slecht. De vlek is dus een kwestie van meer of minder. De vórm van die vin is een kwestie van of-of.
Zo kijk je: vier dingen die het verschil maken tussen kijken en zien
Kijk van opzij, op ooghoogte met de bak. Van bovenaf is de aarsvin juist het enige wat je niet ziet.
Beoordeel de vorm van de vin, niet de stand. Smal en stijf, of breed en soepel: dat is de hele vraag. Van het gonopodium is beschreven dat het in rust langs de onderkant van het lichaam ligt en van daaruit naar een paringsstand beweegt, zodat de punt in de geslachtsopening van het vrouwtje komt (de Lira e.a. 2021). Hoe zo'n vin op één moment staat, zegt dus weinig; hoe hij gebouwd is, alles. Staartvorm en kleurintensiteit doen bij kweekmateriaal helemaal niet mee.
Gebruik gedrag als eerste indeling, niet als bewijs. Wie de ander achternazit, zich zijdelings voor haar opstelt en daarbij trilt, is vrijwel altijd een mannetje. Dat zie je van een meter afstand, en het verdeelt de groep grofweg voordat je op de vin gaat controleren. [praktijkregel]
Reken een twijfelgeval als mannetje. Een dier waarvan de aarsvin al smaller oogt maar nog geen staafje is, zit precies in de tussenfase waarin je het mis hebt. Tel het bij de mannen, want dat is de kant waarop een telfout je bak vult. Dat gaat over je telling. Aan de handeling verandert het niets: bij die eerste versmalling gaat het dier uit de gemengde bak. Alleen zijn bestemming mag wachten. Zet hem apart, dus niet bij de mannen en niet bij de vrouwen, en laat hem daar tot de vin uitsluitsel geeft. Twee weken later is dat meestal duidelijk. [praktijkregel]
Thuis is het makkelijker dan in de winkel, en toch maken de meeste mensen het zich daar moeilijker. Maak een foto van opzij en zoom in, in plaats van te turen naar een vis die niet stilhangt, en zet iets egaals achter de bak: tegen een drukke achtergrond verdwijnt de lijn van de vin. In de winkel heb je die tijd niet. Vraag daar om dieren uit een bak met alleen mannen of alleen vrouwen, en neem er niet "even zes" mee uit een gemengde bak als je een vaste samenstelling voor ogen hebt. [praktijkregel]
Kleur werkt maar één kant op
De regel "gekleurd is een mannetje" komt ergens vandaan: bij de wildvorm klopt hij gewoon. Seriously Fish beschrijft het mannetje als de kleurrijke sekse met verlengde vinnen, en RAVON noemt de vrouwtjes "vaak vrij kleurloos". [literatuurrichtlijn]
Maar de vis in de winkel is geen wilde vis. LICG zegt het in het Nederlands en zonder omhaal: "Vrouwtjes zijn overwegend grijsbruin gekleurd maar de kweekvormen hebben vaak ook mooi gekleurde staarten." Seriously Fish schrijft hetzelfde over aquariumvarianten: die vrouwtjes kunnen "quite intense colouration in the caudal fin" hebben. [literatuurrichtlijn] De een is de Nederlandse voorlichtingsinstantie voor houders van gezelschapsdieren, de ander een Engelstalige soortendatabank.
Daarmee werkt kleur nog maar één kant op. Een dof, egaal dier is waarschijnlijk een vrouwtje. Een fel dier bewijst niets. [praktijkregel]
Precies die scheefheid is de gewoonste manier waarop iemand met een verkeerde groep thuiskomt: zes dieren uitgezocht op "vier mooie en twee saaie", en drie maanden later blijkt de rekensom anders te liggen dan de verhouding mannen en vrouwen bij guppen vraagt. De winkel duwt dezelfde kant op, want de kleur, en dus het mannetje, staat er vaak in een eigen bak en op een eigen kaartje. [praktijkregel]
Hoe die mannenkleur overerft is ingewikkelder dan de oude vuistregel dat kleur op het Y-chromosoom zit. Dat is geen vraag voor wie zijn groep wil sekseren, maar voor wie zelf lijnen aanhoudt, en die staat bij de guppenkleurslagen.
Vanaf wanneer je bij jonge guppen moet gaan kijken
Eerst de handeling, daarna de getallen waar hij op rust.
Kijk vanaf een week of vier wekelijks naar de aarsvin, en handel bij de eerste versmalling: dat dier gaat uit de gemengde bak. De aarsvin van een jong mannetje wordt eerst smaller en langer dan die van zijn zussen en loopt spits toe; pas daarna is het een strak staafje. Die tussenfase is het moment waarop je het ziet aankomen, en meteen het moment om te handelen. Weet je het nog niet zeker, dan zet je hem apart en niet terug: niet bij de mannen, niet bij de vrouwen, en niet in de gemengde bak. [praktijkregel]
Zes weken is je deadline, niet je kijkmoment. De laagste opgave voor geslachtsrijpheid die wij tegenkwamen is vijfenveertig dagen [gemeten, via een citerende publicatie], en dat is zes en een halve week. Zes weken ligt daar net vóór, en daarom leg je de grens daar. De twee maanden die overal als scheidingsmoment rondgaat komt uit de naslagwerken [literatuurrichtlijn] en ligt ruim twee weken later. Reken daarbij op spreiding binnen één worp: de laatste broer is later klaar dan de eerste. Hoe groot dat verschil bij deze soort is, is niet apart gemeten. [hiaat]
Regel de bestemming vóór het kijkmoment en niet erna. Een tweede bak, of een afnemer voor de dieren die je niet houdt, moet er zijn vóór week vier; anders zie je een mannetje en kun je er niets mee. Wat je met de aanwas doet hoort in een afvoerplan voor guppen thuis en niet in een opwelling. Voor guppyjongen die je toch laat opgroeien is een gemiste week geen ramp, maar wel een rekensom.
Rijp worden en zichtbaar worden zijn twee verschillende dingen
Hier lopen twee vragen door elkaar, en dat verschil is waar het om draait. Wanneer kunnen ze zich voortplanten, en wanneer kun jij het zien? De naslag beantwoordt de eerste vraag. Jij stelt de tweede.
Rijp. FishBase zet mannetjes op twee maanden en vrouwtjes op drie. Die opgave hangt daar aan één verwijzing, een Duitse aquariumatlas uit 1991; welke meting eronder ligt, is dus niet na te trekken. LICG houdt "ongeveer twee tot drie maanden" aan zonder onderscheid, RAVON noemt drie maanden. [literatuurrichtlijn] Twee opgaven liggen daaronder: vijfenveertig dagen (Reznick 1980, een proefschrift) en achtenveertig tot tweeënzestig dagen (Reznick & Bryga 1996). Allebei gelezen in een publicatie die ze aanhaalt en die wij wél hebben geopend; de originelen niet. [gemeten, via een citerende publicatie]
Kijk bij zulke uiteenlopende opgaven naar de onderkant en niet naar het gemiddelde. Vijfenveertig dagen is de laagste die wij vonden, en zes weken ligt daar net onder. Daar hoort je deadline te staan.
Zichtbaar. Dat kan eerder. In een groeistudie aan deze soort werden de jonge dieren op een leeftijd van drie tot vier weken ingedeeld, "when it could first be sexed". [gemeten als methodische opgave, Arendt & Reznick 2005] Dat is een geoefend oog onder laboratoriumomstandigheden, in een proef die sekseerbaarheid niet onderzocht maar in het voorbijgaan noteert. Het zegt dus vooral dat het kenmerk er dan al is.
Een leeftijd waarop een gewone houder het aan de bak betrouwbaar ziet, geeft geen van de geraadpleegde bronnen. [hiaat] Een lengte waarbij het leesbaar wordt geeft er ook geen. [hiaat] In een bak met doorlopende worpen weet je de leeftijd van een dier meestal toch niet. Kijk dus naar de vorm en niet naar de kalender.
Warmte verschuift het, en voor de twee seksen in tegengestelde richting. In een proef waarin guppen opgroeiden in water van 24,4 graden tegen 27,8 graden werden de mannetjes in het warme water eerder én kleiner volwassen, en de vrouwtjes juist later én groter. [gemeten] — Moura-Campos e.a. 2025. In een warm draaiende bak schuift jouw kijkmoment dus naar voren, en is vanaf vier weken kijken geen overdreven voorzichtigheid. Wat warmte verder met zo'n bak doet, staat bij de temperatuur voor guppen.
Nee, je vrouwtje verandert niet in een mannetje
Het gebeurt vaker dan je denkt: een dier dat maandenlang als vrouwtje meeloopt en dan alsnog een staafje blijkt te krijgen. Dat is een laat mannetje, geen omslag. Geen van de geraadpleegde bronnen beschrijft spontane geslachtsverandering bij deze soort; wat er in de literatuur staat, is steeds omkering door hormoonbehandeling. [hiaat]
Die omkering bestaat wel degelijk, maar in het laboratorium. Kavumpurath en Pandian gaven drachtige guppen oestrogeen via het voer en kregen worpen met honderd procent vrouwtjes, waaronder functionele vrouwtjes met een mannelijk genotype. [gemeten] Dat is een techniek uit de viskweek, geen gebeurtenis in een huiskamerbak. De simpele verklaring is hier bijna altijd de juiste: je hebt het staafje in de tussenfase over het hoofd gezien, of dit dier liep achter op zijn broers.
En als de groep al gemengd blijkt
Scheiden helpt dan nog steeds, alleen niet meteen. Een vrouwtje dat al gedekt is werpt door zonder dat er nog een mannetje bij zwemt: zij slaat sperma op, en dat loopt maandenlang door. Hoeveel worpen daar nog uit komen en hoe lang het duurt, staat bij de spermaopslag bij guppen. Tel dus, scheid, en ga ervan uit dat er nog worpen komen. De bak is pas rustig als de laatste opgeslagen worp eruit is.
Hoe groot wordt hij: drie soorten getal, en middelen mag niet
Het antwoord dat je in je eigen bak kunt gebruiken staat bij LICG: "De lengte van een guppy ligt ongeveer tussen drie en zes centimeter, waarbij de vrouwtjes groter zijn dan de mannetjes." [literatuurrichtlijn] Daaronder liggen drie soorten getal die niet hetzelfde meten, en die je dus ook niet mag middelen.
Naslagmaxima. FishBase geeft 5,0 cm standaardlengte voor "male/unsexed" — dat veld deelt het mannetje daar met niet-gesekste dieren — en 6,0 cm voor het vrouwtje. Seriously Fish houdt 60 mm standaardlengte aan en schrijft: "Females are larger, plumper and generally exhibit dull colouration." [literatuurrichtlijn] FishBase is het overigens niet met zichzelf eens: in de lopende tekst van diezelfde pagina staat dat het vrouwtje 5 cm standaardlengte haalt, in het structuurveld 6,0. [literatuurrichtlijn, met bronkritiek] Twee oudere naslagwerken wijzen dezelfde kant op: een Sri Lankaanse veldgids uit 1991 geeft mannetjes tot 4 cm en vrouwtjes tot 6 cm, een Duitse aquariumencyclopedie uit 1983 maximaal 60 mm voor het vrouwtje tegen ongeveer 30 mm voor het mannetje. [literatuurrichtlijn, via citerende publicatie]
Werkelijk gemeten in het veld. Twee studies hebben wilde dieren opgemeten, en ze komen niet op hetzelfde uit. In een vijver in Santo Domingo in Costa Rica lag het grootste vrouwtje op 51,1 mm en het grootste mannetje op 30 mm (Hernández e.a. 2004). [gemeten, via citerende publicatie] In het kanaalstelsel van Sri Jayewardenepura in Sri Lanka werden tussen januari 2016 en december 2017 op zes locaties 2.160 dieren gevangen en opgemeten: vrouwtjes gemiddeld 24,56 ± 5,46 mm (bereik 15-35 mm), mannetjes 20,19 ± 2,75 mm (bereik 15,0-24,5 mm). [gemeten] — Pethiyagoda, De Alwis & De Silva 2021.
Zet je de grootste vrouwtjes naast elkaar, 51,1 tegen 35 mm, dan zit daar ruim anderhalve centimeter tussen. Dat is geen meetfout maar een verschil in populatie: een vijver levert andere dieren dan een stadskanaal. Let bij die Sri Lankaanse cijfers bovendien op wat een gemiddelde daar is. Er is niet op volwassenheid geselecteerd en de vangst loopt vanaf 15 mm, dus er zitten halfwas dieren in; vergelijk daarom maximum met maximum, zoals hierboven. De richting blijft in beide gevallen gelijk, en de omvang niet: wilde guppen worden fors kleiner dan het naslagwerk belooft.
Wat je in je eigen bak mag verwachten. Een dier dat goed te eten krijgt zit boven de veldwaarden en haalt het naslagmaximum zelden. [praktijkregel] Aan aquariumgehouden kweekguppen is dat nooit gemeten; er bestaat geen bron die dit voor de winkelvis narekent. [hiaat] De LICG-band van drie tot zes centimeter is dus het eerlijkste antwoord dat er is, en het dier dat je meeneemt is nog niet af.
De meetmaat, en daar zit het meeste misverstand
De maxima van FishBase en Seriously Fish staan in standaardlengte: tot het einde van het lichaam, zonder staartvin. De Sri Lankaanse studie meet volgens haar methodesectie totale lengte, mét staart — al noemen dezelfde auteurs diezelfde getallen in hun resultaten en discussie consequent "body length". Hier wordt de methodesectie aangehouden, maar het verschil is precies de staartvin waar het om gaat. [gemeten, met bronkritiek] Ook binnen FishBase lopen de maten door elkaar: de gangbare lengte van 2,8 cm die daar vaak uit wordt aangehaald staat er juist in totale lengte, en dan nog in het gecombineerde veld voor man en niet-gesekste dieren. [literatuurrichtlijn] Uit dat ene getal valt dus geen verhouding af te leiden.
Wil je je eigen dier met deze getallen vergelijken, meet dan tot de staartwortel, daar waar het lichaam ophoudt, en niet tot de punt van de vin. Een kweekvrouwtje met een flinke staart meet van kop tot punt meer dan zes centimeter zonder ook maar één millimeter groter te zijn.
Een mannetje is eerder af dan een vrouwtje
Mannelijke guppen groeien determinaat: ze stoppen kort nadat ze volwassen zijn. Vrouwtjes groeien indeterminaat door. Een groeistudie aan de soort koos daarom bewust vrouwtjes om te meten, "because male guppies show determinate growth, stopping soon after maturation". [literatuurrichtlijn, als vaststaand aangenomen in de opzet van een groeistudie] — Arendt & Reznick 2005.
Die studie meet het niet en zet er ook geen bron bij; het staat er als een gegeven waarop de opzet rust. Klopt het, dan verklaart het een deel van het maatverschil: zijn eindmaat ligt zo ongeveer vast op het moment dat zijn gonopodium af is, terwijl een vrouwtje van dezelfde leeftijd nog lang niet klaar is. Of hij tot dat moment even snel groeit als zij, zeggen deze bronnen niet. [hiaat] Wat er voor je bak uit volgt is hoe dan ook bruikbaar: een mannetje dat na drie maanden klein blijft, is meestal geen kwakkelaar maar gewoon volwassen. [praktijkregel]
FishBase zegt "half zo groot", en bedoelt niet lengte
Op diezelfde FishBase-pagina staat: "Males are about half the size of females". Tussen 5,0 en 6,0 centimeter zit geen halvering, dus als lengte valt die zin om: de Sri Lankaanse vangst gaf 20,19 tegen 24,56 mm, ruim vier vijfde. Als gewicht past hij wel: in diezelfde vangst wogen vrouwtjes gemiddeld 0,174 gram tegen mannetjes 0,075 gram, dus 43 procent. [gemeten] FishBase zegt zelf nergens welke maat het bedoelt, dus dit is een verklaring die past en geen bevestiging door de bron. En de maat die jij aan je bak beoordeelt, is lengte.
Een Nederlandse hobbysite draait het om
Aquariumfans.nl geeft "Mannetje: 6cm" en "Vrouwtje 4-5 cm" (geraadpleegd 4 september 2026). Dat is precies omgekeerd, tegen FishBase, LICG en Seriously Fish in, en het is geen kwestie van een andere meetmethode: dezelfde pagina schrijft even verderop dat mannen "een grotere staart en een kleiner lichaam" hebben. De pagina zet er geen bron bij. [hobbysite zonder bronvermelding — weerlegd]
Geen hoon, want dit is de makkelijkst te maken fout van allemaal: een mannetje met een grote siervin oogt in een winkelbak langer dan een vrouwtje zonder. Wie op totale indruk meet in plaats van op lichaamslengte, komt vanzelf hierop uit. RAVON hoort trouwens niet in dit rijtje; die pagina noemt alleen een soortmaximum van zes centimeter, en dat is geen uitspraak over welk geslacht groter wordt. [literatuurrichtlijn]
Endlers: hetzelfde kenmerk, kleiner, en bij warmte eerder
Bij endlers werkt exact hetzelfde kenmerk, alleen op een kleinere vis. FishBase geeft voor die soort een maximum van 2,0 cm standaardlengte voor het vrouwtje; een aparte maat voor het mannetje geeft die pagina niet. [hiaat] Wel noteert dezelfde pagina een uitgesproken geslachtsverschil, met bontgekleurde mannetjes en egale vrouwtjes. [literatuurrichtlijn]
Het moment waarop je moet kijken hangt daar sterk aan de temperatuur. In een kweekproef bij 27 tot 28 graden waren de mannetjes na 37,33 ± 8,08 dagen geslachtsrijp, bij een gemiddelde totale lengte van 18,44 ± 3,51 mm. [gemeten aan de endler] Dezelfde publicatie haalt een andere proef aan waarin dat bij 23 tot 25 graden juist drie tot vier maanden duurde, en wijt het verschil aan voer en temperatuur. [literatuurrichtlijn, via citerende publicatie] In een warm draaiende bak sekseer je bij endlers dus nog eerder dan bij guppen; in een koele bak heb je juist meer tijd. [praktijkregel]
En wie ze door elkaar houdt, heeft een tweede probleem. Seriously Fish is kort over de endler guppy: de twee soorten "are proven to hybridise and produce fertile offspring". Houd ze dus niet bij elkaar als je zuivere lijnen wilt. [literatuurrichtlijn]
Tel je groep vandaag na
Weten wat je in je bak hebt is stap één; wat je ermee doet is een aparte vraag. Doe dus eerst het saaie werk, en doe het niet door de ruit.
Vang de dieren één voor één in een klein doorzichtig bakje en bekijk ze daarin van opzij, of maak per dier een foto tegen een egale achtergrond. Noteer hoeveel staafjes en hoeveel waaiers je telt, en schrijf twijfelgevallen op als twijfelgeval. Tel in twee rondes op verschillende dagen: de meeste twijfelgevallen vallen dan vanzelf uiteen. [praktijkregel]
Met dat lijstje in de hand zijn pas de twee vragen te beantwoorden die er echt toe doen. Hoeveel dieren worden het, en hoeveel guppen in een bak van jouw formaat er eigenlijk passen? En hoe staan de mannen tegenover de vrouwen, want daar hangt het welzijn van je vrouwtjes aan: de verhouding mannen en vrouwen bij guppen.




