Vissen
Algeneters voor het aquarium: vier grazers vergeleken
Kies een algeneter op de lengte van je bak: Otocinclus (3,5 cm) in een groep van zes vanaf 60 cm, Amanogarnalen met tien vanaf 80 cm, één gewone Ancistrus (12,5 cm) op 60 × 30 cm bodem en Siamese algeneters (15 cm) pas met zes op 150 × 45 cm. Alle vier moet je bijvoeren; alleen de Siamese algeneter eet baardalg.
· 13 min lezen
In het kort
- Kies een algeneter op baklengte: Otocinclus vanaf 60 cm, Amanogarnalen vanaf 80 cm en Siamese algeneters pas op een bodem van 150 × 45 cm.
- Otocinclus, Amanogarnalen en Siamese algeneters zijn groepsdieren; een gewone Ancistrus houd je alleen of als paar.
- Elke algeneter heeft bijvoer nodig: zinkend plantaardig voer voor otos en Ancistrus, gevarieerd garnalenvoer voor Amano’s.
- Amano’s, otos, dwerggarnalen en slakken grazen vooral kiezelalg en groene aanslag; alleen de Siamese algeneter eet baardalg, en dan vooral jonge groei.
- Otocinclus hoort in een volwassen, begroeide bak; in een nieuwe, schone bak hongert hij na transport snel uit.
- Onder 60 cm baklengte zijn dwerggarnalen en kleine slakken de realistische grazers.
Een algeneter is een bewoner die aangroei begraast, geen schoonmaakdienst, en de vier gangbaarste keuzes vragen heel verschillende bakken. Otocinclus (3,5 cm) houd je met minstens zes vanaf 60 cm baklengte, Amanogarnalen met tien vanaf 80 cm, een gewone Ancistrus (12,5 cm) alleen op een bodem van 60 × 30 cm en de Siamese algeneter (15 cm) pas met zes op 150 × 45 cm. Alle vier moet je bijvoeren, en geen van hen neemt je onderhoud over (OATA, z.d.).
Welke algeneter past bij jouw aquarium?
De lengte van je bak beslist: vanaf 60 cm kan een groep Otocinclus of één Ancistrus, vanaf 80 cm komen Amanogarnalen in beeld en de Siamese algeneter hoort pas in een bak van 150 cm.
Is je bak korter, dan valt elk van deze vier af en kijk je naar dwerggarnalen of kleine slakken.
| Dier | Volwassen lengte | Temperatuur | pH | GH | Groep | Kleinste bak |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Amanogarnaal (Caridina multidentata) | man ca. 3 cm, vrouw 6 cm of meer | 16–28 °C | 6–8,5 | 5–30 °dH | 10 | 80 cm lang, liever 100 cm |
| Otocinclus (O. macrospilus) | 3,5 cm SL | 21–26 °C | 5,5–7,5 | 1–12 °dH | 6 of meer | 60 cm lang |
| Gewone Ancistrus (Ancistrus sp. 3) | 12,5 cm SL | 21–26 °C | 5,5–7,5 | 1–15 °dH | 1, of een paar | bodem 60 × 30 cm |
| Siamese algeneter (Crossocheilus langei) | 15 cm SL | 20–26 °C | 6–7,5 | 1–15 °dH | 6 of meer | bodem 150 × 45 cm |
Bron: Overtheil en Bauer (2018), Seriously Fish (2015, 2024, 2026), LICG (z.d.). SL is de standaardlengte, gemeten zonder staartvin.
Waar adviezen verschillen, kiezen we de ruimere. Voor Amano’s noemt Garnelenhaus minstens acht dieren en LICG minstens tien voor Caridina-garnalen; wij houden tien aan. Dennerle noemt vijf Amano’s in 54 liter, maar volgens Garnelenhaus horen deze fanatieke zwemmers in geen enkel nano-aquarium. Voor Otocinclus noemt OATA vijf dieren en Seriously Fish zes, op een bodem van 45 × 30 cm; LICG vraagt zeker 60 cm baklengte. Wij volgen zes dieren en 60 cm.
Reken je liters gerust uit met de aquariuminhoudhulp, maar deze adviezen gaan over centimeters lengte en bodem, niet over liters.
Op een smal scherm kun je het schema horizontaal verschuiven. Bekijk schema op volledige grootte.
Amanogarnaal: de sterkste grazer, met een jachtinstinct
De Amanogarnaal is de sterkste grazer van de vier op zachte aangroei: hij graast kiezelalg, groene aanslag en draadalg, wordt 6–10 jaar oud en hoort in een groep van tien in een bak vanaf 80 cm.
Zijn naam dankt hij aan aquascaper Takashi Amano, die hem als algeneter bekend maakte. De oudere naam C. japonica op een etiket is hetzelfde dier: heronderzoek van de type-exemplaren bevestigde dat het een jonger synoniem van Caridina multidentata is (Cai et al., 2006).

Volwassen Amano’s leven in zoet water, maar hun larven ontwikkelen zich alleen in brak tot zout water. In een gewoon aquarium planten ze zich daardoor vrijwel nooit voort, en de meeste dieren in de handel zijn waarschijnlijk wildvang (Overtheil en Bauer, 2018). Aanwas komt er dus niet.
Amano’s eten aangroei en biofilm, maar ook garnalenvoer, diepvries- en levend voer, groente en afgevallen blad. Het zijn verzamelaars én jagers: ze vangen jonge dwerggarnalen en visjongen, en Garnelenhaus zag een Amano zelfs een volwassen Neocaridina grijpen vlak na de vervelling. Heb je een kweekgroep garnalen of jonge vissen, zet er dan geen Amano’s bij.
Ze zwemmen zo wild dat ze uit de bak kunnen springen, dus een sluitende afdekking is verplicht. Hun optimale temperatuur is 16–28 °C, al verdragen ze 10–30 °C. Daarmee zijn ze van de vier de enige kandidaat voor een onverwarmde bak, mits je meet dat het water ook ’s nachts en ’s winters boven 16 °C blijft.
Otocinclus: klein, sociaal en snel uitgehongerd
Otocinclus is de algeneter voor een rustige, ingedraaide plantenbak van minstens 60 cm: 3,5 cm groot, in een groep van zes of meer, en afhankelijk van aangroei die er al is.
De gewoonste ‘oto’ in de winkel is Otocinclus macrospilus, een geldige soort uit het Amazonebekken in Colombia, Ecuador en Peru. Vrijwel alle otos zijn wildvang. Ze eten bijna voortdurend en hongeren tijdens transport makkelijk uit; uitval na import komt vaak voor (Seriously Fish, 2015). In een volwassen, beplante bak met stabiel water en genoeg aangroei doen ze het duidelijk beter.

Otos grazen vooral op bladeren, hout en glas; Dennerle noemt kiezelalg, groene aanslag en jonge draadalg. Voer plantaardig bij, vers en gedroogd: plakjes courgette of komkommer, geblancheerde spinazie en algentabletten. Muggenlarven of watervlooien eten ze ook, maar geef die niet te vaak, want ze hebben weinig eiwit nodig.
Drukke of grotere bakgenoten verdringen deze schuwe vissen bij het voer, en grote vissen kunnen ze opeten (OATA, z.d.). Zet ze bij rustige vissen, in schoon, zuurstofrijk water met hout en dichte beplanting. Een oto die eenmaal goed eet, is volgens Seriously Fish over het moeilijkste deel heen.
Ancistrus: een bodemgrazer met een gemengd menu
Een gewone Ancistrus wordt 12,5 cm, past als enkel dier of paar op een bodem van 60 × 30 cm en eet algen als deel van een gemengd dieet, niet als volledig menu.
De vis die overal gekweekt wordt, heeft geen vaste soortnaam. Seriously Fish noemt hem Ancistrus sp. 3: van onbekende oorsprong, mogelijk een hybride en geen bevestigde A. cirrhosus of A. dolichopterus. Kleurvormen als albino of lange vinnen veranderen daar niets aan.

Geef hem zuurstofrijk water, schuilplaatsen en minstens één stuk hout om op te raspen (OATA, z.d.). Voer zinkend: plantaardige tabletten, groente en dierlijk voer zoals muggenlarven of Artemia. Blancheer groente kort en bind haar aan een steen of stuk hout; haal restjes na enkele uren weg, anders bederven ze en vervuilen ze het water (LICG, z.d.).
Ancistrus is territoriaal tegenover soortgenoten en andere platte bodemvissen. Houd per groep één mannetje; dat herken je aan de borstels op de snuit. Een paar met een geschikt hol kan zich in een gezelschapsaquarium voortplanten: de eieren komen in het hol en het mannetje bewaakt ze. Wil je geen aanwas, houd er dan één. Harnasmeervallen worden afhankelijk van de soort 5–15 jaar oud, soms ouder.
Siamese algeneter: alleen voor een grote stromingsbak
De Siamese algeneter wordt 15 cm, hoort in een groep van minstens zes op een bodem van 150 × 45 cm en is van de vier de enige die baardalg eet, al doet niet elk exemplaar dat even goed.
Onder deze handelsnaam worden meerdere bijna identieke Crossocheilus-soorten verkocht, en de naam ‘Crossocheilus siamensis’ op het etiket is ongeldig. C. langei herken je aan een donkere vlek vlak voor de aarsvin en een zijlijn die recht door de donkere lengtestreep loopt (Seriously Fish, 2026). OATA noemt hem C. oblongus en adviseert 120 cm met één dier of minstens vijf, maar volgens Seriously Fish is C. oblongus vrijwel zeker niet de handelsvis. Wij volgen de groep van zes: in kleine aantallen jagen de sterkste dieren de zwakkere voortdurend op.
Deze stromingsvissen vragen schoon, stabiel en zuurstofrijk water met stroming, harde oppervlakken met biofilm en een passend deksel. Op baardalg grazen ze wisselend: het verschilt per verhandelde soort en hangt af van wat er nog meer te eten is. C. langei is de beste baardalgeter van de groep, maar volgens meldingen alleen van jonge, zachte groei. Zet hem dus vóór een uitbraak in, niet als redmiddel achteraf.
Andere grazers: dwerggarnalen, slakken en stroomvissen
Voor een kleine bak zijn dwerggarnalen en kleine slakken de realistische grazers: Dennerle noemt Neocaridina-garnalen in een groep van tien vanaf 20 liter en Clithon-slakken vanaf 20 liter.
Racerslakken (Vittina) passen vanaf 54 liter, met als vuistregel één slak per 10 liter. Voor al deze dieren noemt Dennerle alleen kiezelalg en groene aanslag. Meer over slakken lees je bij aquariumslakken; de posthoornslak heeft een eigen profiel.
OATA noemt ook het geslacht Garra: veel soorten die verschillen in kleur, maat en karakter, en die allemaal zuurstofrijk water, een zachte bodem en dekking tussen keien en hout willen. Lees de profielen van Garra rufa en Gastromyzon ctenocephalus voordat je zo’n grazer koopt.
Welke algeneter eet welke alg?
Grazers pakken vooral zachte aangroei als kiezelalg, groene aanslag en draadalg; baardalg eet alleen de Siamese algeneter, en dan vooral jonge groei.
| Dier | Wat het graast | Bron |
|---|---|---|
| Amanogarnaal | kiezelalg, groene aanslag, draadalg | Dennerle |
| Otocinclus | kiezelalg, groene aanslag, jonge draadalg | Dennerle |
| Neocaridina-garnalen | kiezelalg, groene aanslag | Dennerle |
| Slakken (Vittina, Clithon) | kiezelalg, groene aanslag | Dennerle |
| Gewone Ancistrus | algen en plantaardig materiaal, binnen een gemengd dieet | Seriously Fish (2024) |
| Siamese algeneter | aangroei en biofilm, ook baardalg, wisselend per soort en vooral jonge groei | Seriously Fish (2026) |
Bron: Dennerle (z.d.), Seriously Fish (2024, 2026). Dit is een praktijkindeling, geen gemeten bestrijdingsresultaat.
De enige vergelijking met getallen komt van plantenkweker Tropica. Tegels met groene algen en kiezelalg gingen een vast aantal uren bij een groep dieren, waarna Tropica woog wat er over was. Per dier at de Amanogarnaal ongeveer twee keer zoveel als de zebraslak (Neritina) en zes keer zoveel als de cherrygarnaal. Per gram lichaamsgewicht bleef hij bijna twee keer zo efficiënt als de cherrygarnaal en ruim vijf keer zo efficiënt als de Siamese algeneter (Tropica, z.d.). Het is één commerciële proef met alleen groene algen en kiezelalg, dus hij zegt niets over hoeveel dieren jouw bak nodig heeft.
Blijft draadalg of blauwalg terugkomen, kijk dan naar onderhoud en waterchemie: volgens OATA kunnen hardnekkige algenproblemen op een fout in het onderhoud wijzen. Met het overzicht om algen te herkennen bepaal je welke alg je hebt en waar de oorzaak zit.
Zo kies je een algeneter in vijf stappen
Kies een algeneter in deze volgorde: eerst de alg, dan je bak, dan het water, dan het gezelschap en als laatste het voerplan.
- Benoem de alg. Een grazer voor kiezelalg is een andere dan een voor baardalg.
- Meet lengte en bodem. Onder 60 cm: dwerggarnalen of slakken. Vanaf 60 cm: Otocinclus of één Ancistrus. Vanaf 80 cm: Amano’s. Vanaf 150 × 45 cm bodem: Siamese algeneters.
- Leg het water ernaast. Vergelijk temperatuur, pH, KH en GH met de tabel. Leidingwater verschilt per leveringsgebied (Vitens, z.d.), dus meet je eigen aquariumwater.
- Check het gezelschap. Otos niet bij drukke of grote vissen, Amano’s niet bij een kweekgroep dwerggarnalen of visjongen, een tweede Ancistrus alleen met genoeg holen en bodem.
- Maak een voerplan. Bodemgrazers krijgen voer dat snel zinkt, in een korrel die ze makkelijk opnemen (Petty et al., 2026). Kijk bij het gericht voeren welk dier daadwerkelijk eet, niet alleen of het voer weg is. Was groente goed, want er kunnen resten bestrijdingsmiddel op zitten (OATA, z.d.).
Zit er een ziek dier in de verkoopbak, koop dan niet, en test je water extra na nieuwe bewoners (OATA, z.d.).
Geen van de gecontroleerde namen (Caridina multidentata en C. japonica, Otocinclus macrospilus, het geslacht Ancistrus, Crossocheilus langei en C. oblongus) staat op de Unielijst van invasieve exoten (gecontroleerd op 18 oktober 2026). Laat aquariumdieren nooit vrij in de natuur.
Veelgemaakte fouten met algeneters
- Een algeneter kopen tegen een oorzaak. Grazers eten aangroei weg, maar hardnekkige algen wijzen op onderhoud en waterchemie.
- Otocinclus in een nieuwe, schone bak. Zonder aangroei verhongeren ze, zeker na transport.
- Amano’s bij een kweekgroep. Ze jagen op jonge garnalen en visjongen.
- Twee Siamese algeneters in een 100 cm-bak. Te kleine groepen leiden tot opjagen. Zes dieren op 150 × 45 cm, of niet.
- De hele bak kaal poetsen. Laat bij garnalen en slakken de achterruit begroeid; dat is hun graasveld (Dennerle, z.d.).
- Geen deksel. Amano’s en harnasmeervallen springen; harnasmeervallen happen bovendien soms lucht, dus vul de bak niet tot de rand (LICG, z.d.).
- Een Ancistrus uit het net trekken. Zijn stekelige vinstralen en de tandachtige stekeltjes op zijn huid (odontoden) haken in het net. Maak hem voorzichtig los.
Veelgestelde vragen over algeneters
Wat is de beste algeneter voor een aquarium?
Voor een beplante bak vanaf 80 cm is de Amanogarnaal de beste grazer: in de proef van Tropica at hij per dier twee keer zoveel algen als een zebraslak. In een bak van 60 cm kies je een groep van zes Otocinclus, en alleen in een bak van 150 cm een groep Siamese algeneters, de enige die ook baardalg eet.
Hoeveel algeneters zet je bij elkaar?
Houd Amanogarnalen met tien, Otocinclus en Siamese algeneters met minstens zes, en een gewone Ancistrus alleen of als paar. De Ancistrus is territoriaal tegenover soortgenoten, terwijl otos sociale, schuwe vissen zijn. Siamese algeneters jagen elkaar in te kleine groepen op, dus kies liever een soort waarvoor je de hele groep kwijt kunt.
Welke algeneter past in een klein aquarium?
In een bak korter dan 60 cm past geen van de klassieke algenetende vissen; kies dwerggarnalen of kleine slakken. Dennerle noemt Neocaridina-garnalen in een groep van tien vanaf 20 liter en Clithon-slakken vanaf 20 liter. Ze grazen kiezelalg en groene aanslag. Amano’s passen hier niet: het zijn snelle zwemmers die minstens 80 cm lengte nodig hebben.
Kan een algeneter in koud water?
Van de vier gangbare algeneters kan alleen de Amanogarnaal in een onverwarmde bak, mits het water niet onder 16 °C zakt. Zijn optimale bereik is 16–28 °C. Otocinclus en Ancistrus vragen 21–26 °C en de Siamese algeneter 20–26 °C. Meet de temperatuur ook ’s nachts en in de winter voordat je de verwarming weglaat.
Eet de Siamese algeneter baardalg?
Ja, maar wisselend: Crossocheilus langei is de beste baardalgeter, alleen eet hij volgens meldingen vooral jonge, zachte groei. Andere soorten die onder dezelfde naam worden verkocht, eten minder baardalg, en met ander voer in de bak grazen ze minder. Zet ze dus vóór een uitbraak in, in een groep van zes op een bodem van 150 × 45 cm.
Moet je algeneters bijvoeren?
Ja, elke algeneter heeft bijvoer nodig, ook als er algen genoeg lijken te zijn. Geef Otocinclus en Ancistrus zinkend plantaardig voer zoals algentabletten en geblancheerde courgette, de Ancistrus ook dierlijk voer. Amano’s eten garnalenvoer, diepvriesvoer en blad. Haal groenterestjes na enkele uren weg, zodat ze het water niet vervuilen.
Hoe oud wordt een algeneter?
Een Amanogarnaal wordt 6–10 jaar oud, en harnasmeervallen zoals Ancistrus en Otocinclus worden afhankelijk van de soort 5–15 jaar, soms ouder. Koop een algeneter dus als vaste bewoner, niet als tijdelijke oplossing voor een algenprobleem. Kies daarom een dier dat je ook wilt houden als de ruiten allang schoon zijn.
- OATA. (z.d.). How to look after tropical algae eaters. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://ornamentalfish.org/what-we-do/advice-information/care-sheets/caresheets-tropical-freshwater-fish/how-to-look-after-tropical-algae-eaters/
- Seriously Fish. (2015). Otocinclus macrospilus. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.seriouslyfish.com/species/otocinclus-macrospilus/
- Seriously Fish. (2024). Ancistrus sp. ‘3’. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.seriouslyfish.com/species/ancistrus-cf-cirrhosus/
- Seriously Fish. (2026). Crossocheilus langei. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.seriouslyfish.com/species/crossocheilus-langei/
- LICG. (z.d.). Harnasmeervallen (vissengroep). Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.licg.nl/aquariumdieren/harnasmeervallen-vissengroep/
- LICG. (z.d.). Zoetwatergarnalen. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.licg.nl/aquariumdieren/zoetwatergarnaal/
- Overtheil, K., & Bauer, U. (2018, 31 oktober). Amanogarnele. Garnelenhaus. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.garnelenhaus.de/wiki/amanogarnele
- Tropica. (z.d.). Test of algae eaters. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://tropica.com/en/guide/algae-control/test-of-algae-eaters/
- Dennerle. (z.d.). Beginner Guide Part 3. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://dennerle.com/en/blogs/guide/beginner-guide-part-3
- Cai, Y., Ng, P. K. L., Shokita, S., & Satake, K. (2006). On the Species of Japanese Atyid Shrimps (Decapoda: Caridea) Described by William Stimpson (1860). Journal of Crustacean Biology, 26(3), 392–419. https://doi.org/10.1651/C-2572.1
- Petty, D. B., Francis-Floyd, R., & Yanong, R. P. E. (2026). Nutritional Requirements of Fish. Merck Veterinary Manual. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.merckvetmanual.com/exotic-and-laboratory-animals/aquarium-fish/nutritional-diseases-of-fish
- Vitens. (z.d.). Waterhardheid. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.vitens.nl/service/waterkwaliteit/waterhardheid
- Fricke, R., Eschmeyer, W. N., & Van der Laan, R. (red.). (2026). Eschmeyer’s Catalog of Fishes: Otocinclus macrospilus. California Academy of Sciences. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://researcharchive.calacademy.org/research/ichthyology/catalog/fishcatget.asp?spid=5283
- Europese Commissie. (2025). Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1141, geconsolideerd op 7 augustus 2025. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:02016R1141-20250807
- Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. (z.d.). Unielijst invasieve exoten. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.nvwa.nl/onderwerpen/plant/invasieve-exoten/unielijst-invasieve-exoten


