Vissen
Cichliden aquarium: soorten, bakmaat, water en broedzorg
Cichliden kies je op volwassen formaat, water en territorium. De kleinste soorten passen in een bak van 60 cm lang, maanvissen vragen minstens 50 cm hoogte en grote soorten tot drie meter lengte. De meeste cichliden doen het goed bij 23–26 °C. Vergelijk hier zeven soorten op bakmaat, waterwaarden, sociale opzet en broedzorg.
· 14 min lezen
In het kort
- Kies een cichlide op volwassen maat, bodemvlak, bakhoogte en waterhardheid, niet op de verkoopmaat.
- De kleinste cichliden passen in een bak van 60 cm lang; voor de grootste soorten rekent het LICG met drie meter.
- Maanvissen en discussen vragen een bak van minstens 50 cm hoog.
- Malawi- en Tanganyikasoorten willen hard, alkalisch water; regenwoudsoorten zacht water met een lage pH.
- Houd per soort de juiste opzet aan, van paar en harem tot groep of familie, en plan uitwijkruimte voor broedterritoria.
- Vraag altijd de wetenschappelijke naam: green Texas, double red en papegaaicichlide zeggen weinig over de soort.
Cichliden kies je op volwassen formaat, waterwaarden en territorium, niet op de kleur in de verkoopbak. De kleinste soorten passen in een aquarium van 60 cm lang, maanvissen vragen minstens 50 cm bakhoogte en voor de grootste soorten rekent het LICG met drie meter lengte. De meeste cichliden doen het goed bij 23–26 °C, maar pH en hardheid lopen per soort uiteen van zacht en zuur tot hard en alkalisch.
Wat zijn cichliden en welke groepen zijn er?
Cichliden, ook bontbaarzen genoemd, vormen de vissenfamilie Cichlidae: meer dan duizend soorten die sterk verschillen in vorm, formaat, leefgebied en broedgedrag (LICG, z.d.). Ze delen één neusgat aan elke kant van de kop, waar de meeste vissen er twee hebben. In de aquariumwereld deel je ze in naar herkomst:
- Zuid-Amerika, met onder meer de maanvis en de discus. Soorten uit het regenwoud willen zacht water met een lage pH.
- Midden-Amerika, zoals Herichthys carpintis uit Noord-Mexico.
- De Afrikaanse meren Malawi, Tanganyika en Victoria: de grootste groep. Malawi- en Tanganyikasoorten vragen een hoge KH, GH en pH.
- Overig Afrika, zoals de kersenbuikcichlide uit Nigeria en Kameroen en Steatocranus casuarius uit de beneden-Congo.
- Azië en Madagaskar, met maar enkele soorten.
Binnen elke groep verschillen soorten sterk, en dwergcichliden is alleen een formaatnaam voor soorten onder 12 cm. Ook 'rustig' hangt af van het moment: paarvorming, een legsel of een nieuwe vis gooit de verhoudingen om. Kies daarom eerst één hoofdsoort en ontwerp bak en medebewoners daaromheen.
Welke cichliden passen bij jouw aquarium?
Welke cichlide past, bepalen het bodemvlak, de hoogte van je bak en de hardheid van je water; de zeven soorten hieronder laten zien hoe ver die eisen uiteenlopen. SL is de standaardlengte zonder staartvin (FishBase, z.d.), TL de totale lengte.
| Soort | Volwassen maat | Temperatuur | pH | GH (°dGH) | Sociale opzet | Bakadvies |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Labidochromis caeruleus | 10 cm SL | 24–28 °C | 7,7–8,6 | 10–25 | Eén man met meerdere vrouwen | Bodem 90 × 45 cm; kweekharem 122 cm lang |
| Neolamprologus pulcher | 7,2 cm TL | 23–27 °C | 8–9 | 9–25 | Paar of familie met helpers | Bodem 120 × 30 cm voor een familie |
| Steatocranus casuarius | 12 cm SL | 24–28 °C | 6–7,5 | 2–15 | Paar | Bodem 75 × 30 cm |
| Kersenbuikcichlide (Pelvicachromis pulcher) | circa 10 cm | 24–26 °C | 5,8–7 | 2–9 | Paar | 100 × 40 × 30 cm |
| Apistogramma cacatuoides | man 7,5 cm, vrouw 5 cm SL | 24–25 °C | 6–7,5 | 5–15 | Paar | Bodem 60 × 30 cm |
| Maanvis (Pterophyllum scalare) | 15 cm SL, circa 20 cm hoog | 24–28 °C | 5,5–7,5 | zacht, tot 20 | Groep of passend paar | 200–300 liter, minstens 50 cm hoog |
| Herichthys carpintis | 30,5 cm SL | 24–26 °C | rond 7 | 8–14 | Geen vaste groepsgrootte; fel rond de kweek | Basisbodem circa 120 × 38 cm |
Bron: Seriously Fish (2026); kersenbuikcichlide: Dierenwelzijn Vlaanderen (2026); water Apistogramma cacatuoides: LICG (2021); water en volume maanvis: Fischwissen (z.d.).
Labidochromis caeruleus: gele mbuna voor hard water
Labidochromis caeruleus gebruikt rotsgrotten en open tussenruimten en leeft met meerdere vrouwen per man. Voor een kweekharem van één man en minstens drie vrouwen adviseert Seriously Fish een bak van 122 cm lang. Het LICG noemt hem geschikt voor beginners. Meer rotsbewoners vind je bij mbuna en in het overzicht van Malawi cichliden.
Neolamprologus pulcher: klein lichaam, groot familiegebied
Neolamprologus pulcher leeft aan de rotsige oevers van het Tanganyikameer, is met jongen zeer territoriaal en hoort meestal in een soortbak. De bodem van 120 × 30 cm geldt voor een familie waarin oudere jongen meehelpen; reserveer ruimte voor die groei en voor het herplaatsen van jongen.

Steatocranus casuarius: stroming met een rustplek
Steatocranus casuarius houdt zich met een aangepaste zwemblaas dicht bij de bodem. Geef een paar zand, stevige rotsen en vaste holen, sterke stroming in een deel van de bak en daarnaast een zone met rustig water (Seriously Fish, 2026). Een pomp die overal hard blaast, mist die combinatie.

Kersenbuikcichlide: een paar met een eigen bodemzone
De kersenbuikcichlide leeft in stilstaand of langzaam stromend, vaak dichtbegroeid ondiep water. Dierenwelzijn Vlaanderen adviseert per paar minstens 100 × 40 × 30 cm, Seriously Fish 60 × 37,5 × 30 cm. Kies de ruimere maat, want bij de kweek vallen ook partners elkaar aan. Corydoras en modderkruipers delen de bodemzone en worden opgejaagd; zoek gezelschap in de bovenste waterlagen.
Apistogramma cacatuoides: klein paar, duidelijke herkomst
Apistogramma cacatuoides komt uit trage zijwateren van de boven-Amazone, met bladstrooisel op de bodem. Voor één paar volstaat een bodem van 60 × 30 cm. De vaak gekopieerde pH 5–6 geldt volgens Seriously Fish alleen voor de kweek van sommige wildpopulaties; houd voor nakweek de LICG-waarden uit de tabel aan. Het vrouwtje kan de man tijdens de broedzorg aanvallen, dus hij heeft dekking nodig. Double red en orange flash zijn kweekvormen met dezelfde verzorging.
Maanvis: hoogte hoort bij de bakmaat
De maanvis vraagt volgens Seriously Fish minstens 100 × 40 × 50 cm, met 50 cm als minimale hoogte; Fischwissen rekent met 200–300 liter. Maanvissen leven tussen verticale wortels en planten, buiten de kweek in kleine groepen, en verdedigen een territorium zodra een paar afzet. Een maanvis alleen kan stress ervaren.

Herichthys carpintis: een grote graver voor de ervaren houder
Herichthys carpintis leeft in lagunes rond het Pánuco-stroomgebied, graaft, ontwortelt planten en is vooral rond de kweek agressief. Seriously Fish noemt een basisbodem van circa 120 × 38 cm, het LICG rekent voor grote soorten met drie meter baklengte; plan op het volwassen dier, met een scheidingsmogelijkheid. Vraag bij green Texas de wetenschappelijke naam: Texas cichlid staat ook voor H. cyanoguttatus.
Hoe groot moet een aquarium voor cichliden zijn?
Een aquarium voor cichliden is minstens 60 cm lang voor de kleinste soorten en tot drie meter lang voor de grootste; voor maanvissen en discussen moet het daarnaast minstens 50 cm hoog zijn (LICG, z.d.). Reken de inhoud uit met lengte × breedte × hoogte in centimeters ÷ 1.000: 100 × 40 × 50 cm is 200 liter bruto. De inhoudrekenhulp doet dat voor je, maar bodemvlak en hoogte beslissen of een soort past.
Ruimte is bij cichliden ook veiligheid. Vechtende cichliden grijpen elkaar bij de bek; met genoeg ruimte trekt de verliezer zich terug, zonder uitwijkruimte kan een gevecht tot ernstige verwondingen of de dood leiden (LICG, z.d.).
- Noteer de volwassen maat met meetwijze (SL of TL), niet de maat in de verkoopbak.
- Zoek het bakadvies voor bodemvlak én hoogte.
- Tel de territoria. Elk paar, elke harem en elke familie krijgt een eigen zone, met holen of planten als grens.
- Plan een uitweg: genoeg schuilplaatsen en een mogelijkheid om een opgejaagd dier apart te zetten.
- Zet stenen heel stevig neer, zeker bij soorten die graven.
Hoeveel cichliden houd je samen, en met welke vissen?
Hoeveel cichliden je samen houdt, verschilt per soort: de een houd je als paar, de ander als harem of groep, en een nieuwkomer past moeilijk in een groep met een vaste rangorde (LICG, z.d.). Gebruik deze keuzehulp om je lijst kleiner te maken.
| Jouw uitgangspunt | Vergelijk eerst | Beslissende controle |
|---|---|---|
| Een rustige bak met een bodem vanaf 60 × 30 cm | Eén paar A. cacatuoides | Herkomst, dekking en uitwijkruimte voor de man |
| Een bodembak met plaatselijke stroming | Een paar S. casuarius | Holen én een rustige stroomzone |
| Een hoge, beplante bak van 200–300 liter of groter | Maanvissen | Minstens 50 cm hoogte, groepsplan en broedterritoria |
| Hard, alkalisch water en een rotsopbouw | L. caeruleus óf N. pulcher | Kies Malawi of Tanganyika en werk één soortopzet uit |
| Een groot aquarium voor een dominante hoofdbewoner | H. carpintis | Volwassen formaat en een noodscheiding |
Bron: eigen keuzehulp op basis van Seriously Fish (2026), Fischwissen (z.d.) en OATA (z.d.). Elke rij is een alternatief, geen combinatie.
Medebewoners stellen dezelfde eisen aan water en voer en zijn te groot om opgegeten te worden, want sommige cichliden eten veel kleinere vissen. Ze blijven bovendien uit de zone die de cichlide verdedigt: geen bodemvissen bij de kersenbuik, geen vinnenbijters bij maanvissen. Agressieve Afrikaanse meersoorten houd je het best in een biotoopaquarium met dieren uit hetzelfde meer. Meer hierover lees je bij gezelschap en agressie.
Rustig met weinig agressie zijn volgens het LICG de maanvis en de oranje cichlide (Etroplus maculatus); mannetjes van de zebracichlide zijn juist fel. De blauwe acara is vreedzaam voor een cichlide, maar graaft en verdedigt een nest.
Welk water, voer en onderhoud hebben cichliden nodig?
Cichliden hebben water nodig dat lijkt op dat van hun herkomst: de meeste soorten doen het goed bij 23–26 °C, Malawi- en Tanganyikasoorten willen hard, alkalisch water en regenwoudsoorten zacht water met een lage pH (LICG, z.d.). Calcium en magnesium bepalen de hardheid van je kraanwater, en die verschilt per plaats en winning (Vitens, z.d.). Meet daarom pH, KH en GH voordat je kiest. Voor zacht, zuur water meng je leidingwater met osmosewater.
Laat het filter rijpen tot ammoniak en nitriet onmeetbaar zijn en breid de bezetting geleidelijk uit (OATA, z.d.). In alkalisch water telt dat zwaarder: een hogere pH en temperatuur vergroten het aandeel giftig NH₃ (Watson et al., z.d.). Het LICG geeft als richtlijn wekelijks ongeveer een derde van het water te verversen, OATA 25% per week; stem af op je metingen.
Voer eenmaal per dag zoveel als de vissen in één à twee minuten opeten (LICG, z.d.). Kies voer dat bij bek en eetplek past: kleine vlokken voor grote cichliden geven veel vervuiling, en bodembewoners krijgen zinkend voer in plaats van restjes (Petty et al., 2026). Ontdooid diepvriesvoer vries je niet opnieuw in, en haal levend en bevroren voer bij een vertrouwde leverancier: invriezen doodt niet alle ziekteverwekkers.
Wat verandert er als cichliden gaan kweken?
Bijna alle cichliden zorgen voor hun eieren en jongen, en die broedzorg vergroot de ruimte die een paar verdedigt: van een moeder die eieren in haar bek draagt tot een familie die samen een hol bewaakt. Het LICG onderscheidt muilbroeders, open substraatbroeders en holenbroeders; sommige Tanganyikasoorten leggen in lege slakkenhuizen. Eieren komen na één dag tot vier weken uit.
| Voorbeeld | Waar zitten eieren en jongen? | Tijd of zorgvorm | Gevolg voor de inrichting |
|---|---|---|---|
| L. caeruleus | In de bek van de moeder | 5–30 eieren, tot 3–4 weken dragen | Stress en onnodig vangen vermijden |
| S. casuarius | In een hol, later rond het paar | Uitkomen na 5–7 dagen, vrijzwemmen rond dag 11–14 | Hol en bewaakte bodemzone behouden |
| Maanvis | Op een verticale ondergrond | Ouders bewaaieren, verplaatsen larven en begeleiden jongen | Verticale afzetplek en een vrij territorium |
| N. pulcher | In een hol, binnen een familiegebied | Broedpaar met ondergeschikte helpers | Ruimte voor een groeiende familie |
Bron: Seriously Fish (2026), Fischwissen (z.d.) en Heg & Taborsky (2010).
Een gestrest Labidochromis-vrouwtje kan haar eieren voortijdig uitspugen; geef een paar dat afzet dus rust en plan vooraf ruimte voor opgroeiende jongen.
Op een smal scherm kun je het schema horizontaal verschuiven. Bekijk schema op volledige grootte.
Bij N. pulcher is die samenwerking in het wild onderzocht. Heg en Taborsky plaatsten in Zambia, op 9–11,5 meter diepte, 21 kooien rond natuurlijke groepen, met of zonder rover. Onder predatierisico aten de helpers minder en verdedigden ze, na correctie voor de afstand tot een schuilplaats, vaker het territorium (Heg & Taborsky, 2010). Samenwerking gaat er samen met rangorde en agressie, dus reken ook in het aquarium op conflicten binnen een familie.
Waar let je op als je cichliden koopt?
Koop pas als de volwassen bak, de wetenschappelijke naam en de sociale opzet vaststaan, en bekijk de hele verkoopbak: heldere ogen, gave vinnen, normaal zwemgedrag en een rustige ademhaling. Laat een gezond ogende vis staan als er zieke dieren bij zwemmen (OATA, z.d.), breng vissen vlot naar huis en zet ze bij voorkeur eerst in quarantaine.
Geen van de zeven vergeleken soorten staat op de Unielijst van invasieve exoten (gecontroleerd op 18 oktober 2026 bij de NVWA en in de EU-verordening). Controleer bij bijzondere import of een afwijkende handelsnaam de exacte soort.
Veelgemaakte fouten bij cichliden
- Kopen op de winkelmaat. Een jonge maanvis wordt circa 20 cm hoog, een Herichthys carpintis 30,5 cm SL.
- Water van verschillende herkomst mengen. Een Labidochromis (pH 7,7–8,6) en een kersenbuik (pH 5,8–7) vragen elk een eigen bak.
- Een nieuwkomer bij een gevestigde groep zetten. Stel de groep in één keer samen.
- Bodemvissen in een verdedigde bodemzone. Corydoras bij een kersenbuikpaar worden opgejaagd.
- Kleine vissen bij grote cichliden. Sommige cichliden eten vissen die veel kleiner zijn.
- Op een handelsnaam vertrouwen. Green Texas, double red en papegaaicichlide zeggen niets over de soort; vraag de wetenschappelijke naam.
Veelgestelde vragen over cichliden
Hoe groot moet een aquarium voor cichliden zijn?
Reken voor de kleinste cichliden op minstens 60 cm baklengte en voor de grootste soorten op drie meter, volgens het LICG. Een paar Apistogramma cacatuoides heeft genoeg aan een bodem van 60 × 30 cm, een familie Neolamprologus pulcher vraagt 120 × 30 cm. Voor maanvissen en discussen moet de bak daarnaast minstens 50 cm hoog zijn.
Welke cichliden zijn niet agressief?
De maanvis en de oranje cichlide (Etroplus maculatus) horen volgens het LICG bij de rustige cichliden met weinig agressie. Ook zij verdedigen een territorium zodra ze een paar vormen of eieren hebben, terwijl mannetjes van bijvoorbeeld de zebracichlide juist fel zijn. Geef daarom altijd uitwijkruimte en genoeg schuilplaatsen, ook bij een rustige soort.
Welke vissen gaan samen met cichliden?
Kies medebewoners met dezelfde eisen aan water en voer die te groot zijn om opgegeten te worden. Agressieve Afrikaanse meersoorten houd je het best in een biotoopaquarium met dieren uit hetzelfde meer. Bij de kersenbuikcichlide passen geen Corydoras of modderkruipers, bij maanvissen geen vissen die aan de lange vinnen knabbelen.
Hoeveel cichliden kun je in een aquarium houden?
Dat bepaalt de sociale opzet van de soort, niet een vast aantal per liter. Kersenbuik, Steatocranus casuarius en Apistogramma cacatuoides houd je als paar, Labidochromis caeruleus als één man met meerdere vrouwen en maanvissen in een groep of als passend paar. Stel de groep in één keer samen, want een nieuwkomer past moeilijk in een bestaande rangorde.
Welke temperatuur hebben cichliden nodig?
De meeste cichliden doen het goed bij 23–26 °C; over de hele familie loopt het bereik van 18 tot 30 °C (LICG, z.d.). Per soort is het smaller: Apistogramma cacatuoides wil 24–25 °C, Labidochromis caeruleus en de maanvis 24–28 °C. Zet alleen soorten met een overlappend bereik bij elkaar en controleer de temperatuur dagelijks.
Hoe oud worden cichliden?
Cichliden worden in het aquarium gemiddeld tien jaar oud en sommige soorten halen achttien jaar, volgens het LICG. Dierenwelzijn Vlaanderen vraagt wie kersenbuikcichliden neemt of hij acht tot tien jaar voor ze kan zorgen. Reken bij elke cichlide op een verbintenis van vele jaren en regel ook verzorging tijdens vakanties.
Hoe zie je of een cichlide man of vrouw is?
Bij veel cichliden is het verschil moeilijk te zien; mannetjes zijn vaak groter en feller gekleurd. In de paartijd is de geslachtspapil bij het vrouwtje stomp en bij het mannetje spits (LICG, z.d.). Bij maanvissen is die papil meestal pas tijdens het afzetten goed zichtbaar, dus twee willekeurige jonge vissen vormen nog geen zeker paar.
Zijn papegaaicichliden een goede keuze?
Nee, het LICG raadt de gekweekte papegaaicichliden met een vervormd lichaam en een kleine vervormde bek af, omdat die vorm hun gezondheid en welzijn schaadt. Verwar ze niet met de natuurlijke papegaaicichlide Hoplarchus psittacus. Vraag bij elke cichlide met 'papegaai' in de naam naar de wetenschappelijke naam en kijk of het dier normaal eet.
- Landelijk InformatieCentrum Gezelschapsdieren. (z.d.). Cichliden (vissengroep). Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.licg.nl/aquariumdieren/cichliden-vissengroep/
- Landelijk InformatieCentrum Gezelschapsdieren. (2021, juni). Cichliden [Huisdierenbijsluiter, bijlage 1]. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.licg.nl/media/gccde1ao/cichliden_bijsluiter5_12r.pdf
- Seriously Fish. (2026). Labidochromis caeruleus. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.seriouslyfish.com/species/labidochromis-caeruleus/
- Seriously Fish. (2026). Neolamprologus pulcher. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.seriouslyfish.com/species/neolamprologus-pulcher/
- Seriously Fish. (2026). Steatocranus casuarius. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.seriouslyfish.com/species/steatocranus-casuarius/
- Seriously Fish. (2026). Pelvicachromis pulcher. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.seriouslyfish.com/species/pelvicachromis-pulcher/
- Seriously Fish. (2026). Apistogramma cacatuoides. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.seriouslyfish.com/species/apistogramma-cacatuoides/
- Seriously Fish. (2026). Pterophyllum “scalare”. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.seriouslyfish.com/species/pterophyllum-scalare/
- Seriously Fish. (2026). Herichthys carpintis. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.seriouslyfish.com/species/herichthys-carpintis/
- Fachstelle Fischwissen. (z.d.). Skalar: Pterophyllum scalare. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://fischwissen.ch/de/artenportraits/skalar-pterophyllum-scalare
- Dierenwelzijn Vlaanderen. (2026). Kersenbuikcichliden. Huisdierinfo. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.vlaanderen.be/huisdierinfo/huisdierwijzers/vissen/kersenbuikcichliden
- Heg, D., & Taborsky, M. (2010). Helper response to experimentally manipulated predation risk in the cooperatively breeding cichlid Neolamprologus pulcher. PLoS ONE, 5(5), e10784. https://doi.org/10.1371/journal.pone.0010784
- Ornamental Aquatic Trade Association. (z.d.). How to look after American cichlids. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://ornamentalfish.org/what-we-do/advice-information/care-sheets/caresheets-tropical-freshwater-fish/how-to-look-after-american-cichlids/
- Petty, B. D., Francis-Floyd, R., & Yanong, R. P. E. (2026, juni). Nutritional diseases of fish. Merck Veterinary Manual. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.merckvetmanual.com/exotic-and-laboratory-animals/aquarium-fish/nutritional-diseases-of-fish
- Vitens. (z.d.). Waterhardheid. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.vitens.nl/service/waterkwaliteit/waterhardheid
- Watson, C., Francis-Floyd, R., Petty, D. B., & Pouder, D. B. (z.d.). Ammonia in aquatic systems (FA16/FA031). UF/IFAS Extension. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://ask.ifas.ufl.edu/publication/FA031
- FishBase. (z.d.). SL. FishBase Glossary. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.fishbase.se/Glossary/Glossary.php?language=english&q=SL&sc=is
- Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. (z.d.). Unielijst invasieve exoten. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.nvwa.nl/onderwerpen/invasieve-exoten/unielijst-invasieve-exoten
- Europese Commissie. (2025). Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1141, geconsolideerde versie 7 augustus 2025. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:02016R1141-20250807




