Naar de inhoud
ALQUARIUM Vraag het Alquarium
Millionfish or Guppy (female), Poecilia reticulata, Family: Poeciliidae
Holger Krisp, CC BY 3.0

Vissen

Guppy zwanger: hoelang het duurt, en waaraan je het ziet

Je guppenvrouwtje zit al dagen dik en je wilt weten wanneer het gebeurt. Het eerlijke antwoord is een venster van vier tot zes weken, en de dag zelf is niet te zetten — ook niet door mensen die deze vis voor hun werk kweken. Wat je wél kunt: aflezen dát ze drachtig is, uitsluiten dat je naar iets anders kijkt, en zorgen dat er schuilruimte staat voordat de worp komt. En dan is er de vraag die in paniek gesteld wordt: er zwemt geen mannetje in de bak, en toch komen er jongen.

19 min lezen

4-6 wekendraagtijdofwel 28 tot 42 dagen. FishBase, Seriously Fish en LICG; RAVON houdt het op ongeveer een maand [literatuurrichtlijn]
10-70jongen per worp (6 opgaven: 5 tot 200)de band van LICG [literatuurrichtlijn]; onze keuze uit zes opgaven die van 5 tot 200 uiteenlopen, en die spreiding is zelf de informatie [praktijkregel]
circa 4 maandenna de laatste man25 vrouwtjes: gemeten maximum rond zes maanden, voor de meerderheid rond vier, want minder dan tien haalden een vierde worp [gemeten, via citerende publicatie]
2-3 maandentot ze zelf werptFishBase: mannen rijp op twee maanden, vrouwen op drie. LICG twee tot drie, RAVON vanaf drie [literatuurrichtlijn]

In het kort

  • De draagtijd is vier tot zes weken, dus achtentwintig tot tweeënveertig dagen. Wie achtentwintig dagen als hét getal leest, leest de ondergrens.
  • Waar jouw vrouwtje binnen dat venster van vier tot zes weken uitkomt, is niet gemeten. Warmer water verkort de dracht aantoonbaar, maar binnen de band die voor de huiskamer wordt geadviseerd is dat verband niet gemeten.
  • Een donkere driehoek laag achter op de buik, de zwangerschapsvlek, zegt dát ze drachtig is en niet wanneer. FishBase en Seriously Fish leggen die vlek aan verschillende kanten van de aarsvin, en op een donker vrouwtje blijft hij soms onzichtbaar.
  • Zes bronnen over het aantal jongen per worp lopen van 5 tot 200 uiteen. Wij houden tien tot zeventig aan; een gemiddelde is dat niet.
  • Zonder mannetje blijft ze werpen: reken op ongeveer vier maanden, met een gemeten maximum rond de zes. Dat maximum rust op één proef met vijfentwintig dieren.

Wat betekent dit voor jouw bak?

Alquarium leest dit artikel mee en denkt met je mee over jouw aquarium. Gratis, geen account nodig.

Een dikke buik is bij deze soort meestal dracht, maar niet altijd. Zie je laag achter op haar buik een donkere plek, liggen haar schubben glad tegen het lichaam, en zwemt er nu nog een mannetje mee?

  • Of begin hiermee:

De draagtijd is vier tot zes weken, en achtentwintig dagen is de onderkant

Bij guppen spreken vier naslagbronnen elkaar over de draagtijd niet tegen; een vijfde, het zorgblad van de Britse branchevereniging OATA, zit er met 24 tot 30 dagen onder.

Bron Wat er staat Wat dat is
FishBase "After a gestation period of four to six weeks females give birth to 20-40 live young" het hele bereik
Seriously Fish "gestation takes between 4-6 weeks" het hele bereik
LICG "De zwangerschap duurt vier tot zes weken" het hele bereik
RAVON "Na ongeveer een maand baart het vrouwtje..." het ondereinde
OATA "a pregnancy (which may last 24-30 days)" korter dan alle andere

Alle vijf [literatuurrichtlijn]. RAVON noemt de onderkant en de andere drie het bereik; dat is geen conflict. OATA is dat wél: 24 tot 30 dagen maakt de 28 dagen die verderop ter sprake komen geen eenzame uitschieter van een hobbysite, maar een getal dat ook een brancheorganisatie draagt. Wie na dertig dagen jongen ziet, zit dus binnen een gepubliceerde opgave; wie na vier weken nog niets ziet, ook. Omgerekend naar de eenheid waarin de meeste mensen zoeken: ruwweg achtentwintig tot tweeënveertig dagen.

En daar zit meteen de reden dat dit stuk bestaat. De Tropische Vissengids, een Nederlandse hobbysite over deze vis, zet in het gegevensblok letterlijk "Draagtijd: 28 dagen". [praktijkregel] Dat is geen afronding maar de ondergrens van hetzelfde bereik, neergezet als hét antwoord. Wie ermee rekent staat na vier weken tevergeefs voor de bak. LICG is óók een Nederlandse bron, en houdt gewoon vier tot zes weken aan.

Het venster heeft geen startdatum, en daarom ook geen einddatum

Dit moet erbij vóór je gaat tellen. De paringsdatum kent bijna niemand. Bij een dier uit een gemengde winkelbak is de aankoopdatum al helemaal geen beginpunt: zij was daar hoogstwaarschijnlijk al drachtig toen je haar meenam. Het enige beginpunt dat je in je eigen bak hebt, is het moment waarop de vlek zichtbaar wordt en gaat donkeren, en dat is een waarneming met een marge van dagen. [praktijkregel] Vier tot zes weken is dus een venster zonder harde ingang, en daarmee zonder harde uitgang. "Welke dag" is niet te beantwoorden; "de komende weken" wel.

Wat de spreiding binnen dat bereik vooral verklaart is warmte, en dat is niet geraden maar gemeten: warmer water verkort de dracht. De proefopzet, de gemeten dagen en de bovengrens staan bij de temperatuur voor guppen. Twee dingen horen daar hier bij. Die proef mat de tijd tussen waarneembare bevruchting en geboorte, en dat is een andere maat dan de draagtijd uit de naslagwerken; leg de twee dus niet naast elkaar. En hij werkte bovenop de band die voor de huiskamer wordt geadviseerd. Binnen die adviesband zelf is het verband niet gemeten [hiaat]. De richting is aannemelijk, het verschil in dagen niet.

Warmte is de best gemeten versneller, maar niet de enige. Verderop staat een tweede, ook gemeten: stress tijdens de dracht doet hetzelfde. Waar jouw vrouwtje binnen die twee weken speling uitkomt, is niet gemeten. [hiaat] Je kunt dus geen datum geven, wel een venster.

Waaraan je het ziet: een donkere driehoek onder aan de buik

Die donkere driehoek heet de zwangerschapsvlek, en dít teken staat wél in de naslagwerken. Drie van de vier noemen het, en op één punt zijn ze het niet met elkaar eens.

Bron Wat er staat Waar de vlek volgens die zin zit
FishBase "Pregnant females are recognizable by black triangle between anal and pelvic fins" tussen buikvin en aarsvin, dus vóór de aarsvin
Seriously Fish "the gravid spot (darkened area) behind her anal fin just behind the belly" achter de aarsvin
LICG "Zwangere vrouwtjes zijn te herkennen aan een donkere vlek op hun achterlijf" kiest niet

Alle drie [literatuurrichtlijn]. RAVON zwijgt erover.

Lees die eerste twee nog eens naast elkaar. De een zet de vlek vóór de aarsvin, de ander erachter. Dat is de andere kant van dezelfde vin. Praktisch gaat het om hetzelfde plekje, laag achter op de buik bij de aars. Je hoeft niets af te meten: je zoekt de donkerste plek laag achter de buik, en die is er of die is er niet.

Hoe die vlek zich gedraagt, staat niet in de naslagwerken

Dat hij donkerder en groter wordt naarmate de worp vordert, en dat je er vlak voor het werpen doorheen kunt kijken, komt uit de hobbyliteratuur. De Tropische Vissengids schrijft het zo op:

Net voor het werpen kan men in het zwarte gedeelte van de buik kleine puntjes waarnemen. Deze puntjes zijn de oogjes van de ongeboren jongen en geven een duidelijk signaal dat de geboorte binnenkort zal plaatsvinden.

[praktijkregel]

Weeg de tekens dan zo. De vlek zegt dát ze drachtig is, niet wanneer. Dat hij donkert en groeit geeft richting, geen datum. De puntjes zijn het enige teken met een moment eraan, en dat moment is "binnenkort".

Twee beperkingen die geen van de vier bronnen noemt. Op een donker of zwaar gekleurd vrouwtje kan de vlek vrijwel onzichtbaar blijven; daar bewijst het uitblijven ervan niets. [praktijkregel] En andersom staat er nergens of een níet-drachtig vrouwtje daar ook een schaduw kan tonen. [hiaat] Voor wie bewust alleen vrouwtjes kocht is dat juist de vraag.

Een dikke buik alleen zegt sowieso weinig, want een goed doorvoed volwassen vrouwtje is rond. Een bolle buik met afstaande schubben (schubopstand) is iets anders dan dracht. Dat beeld heet buikwaterzucht, en dat is een eindpunt en geen diagnose; hoe je van daaruit verder kijkt, staat bij de guppenziekten.

Dan het punt dat de hele vraag scheeftrekt. Vrijwel elk volwassen vrouwtje uit een gemengde winkelbak is bevrucht [praktijkregel], want die bakken zijn gemengd en zij slaat sperma op. "Is ze zwanger" is daarom bijna altijd met ja te beantwoorden. Wat je bij de aanschaf anders had kunnen doen, staat bij de herkomst van guppen. Twijfel je of het wel een vrouwtje is: aan kleur is dat niet te zien, aan de vorm van de aarsvin wel, en zo lees je het geslacht van een gup af.

Reken daarbij op jonge dieren. FishBase geeft mannen rijp op twee maanden en vrouwen op drie, LICG schrijft "na ongeveer twee tot drie maanden" en RAVON "vanaf 3 maanden" [literatuurrichtlijn]. Het jong dat in maart geboren werd is in juni zelf drachtig, en dat is de belangrijkste reden dat een bak sneller volloopt dan mensen vooraf inschatten.

Na zeven weken niets is nog geen probleem

Minder alarmerend dan het voelt, en de reden staat hierboven: je kent het beginpunt niet, dus je weet niet hoeveel weken er werkelijk om zijn. Een maximale draagtijd geeft geen van de vier naslagbronnen, en de kweekpublicaties die wij nalazen evenmin. [hiaat] Er is dus geen grens waarna "het duurt te lang" een medisch feit wordt. Wanneer het wél omslaat, staat verderop.

Wat je nu doet: één pol groen, en verder niets

Vier handelingen, en drie ervan zijn nietsdoen.

Zorg voor schuilruimte, en dan permanent. Je ziet het moment niet aankomen en ze werpt om de paar weken opnieuw, dus dit is geen voorbereiding per worp. Laat er altijd een dichte pol fijnbladig groen of een laag drijvers staan. Een pasgeboren jong meet ruim zeven millimeter [gemeten, met voorbehoud - via een citerende publicatie] en moet daarin kunnen verdwijnen. Die meting met haar voorbehoud, welk groen het beste werkt, en waarom dat plastic bakje aan de rand zelden de beste zet is, staan bij de opkweek van guppenjongen.

Blijf voeren zoals je altijd deed. In een gepubliceerd onderzoek raakte voedselbeperking de groei van de jongen niet, maar verkleinde ze wel de worp. [gemeten, via samenvatting] Dat is één kant. Dat ruimer voeren de worp juist vergroot is niet gemeten, want de controlegroep at normaal en niet méér. [praktijkregel, afgeleid] Extra voeren hoeft dus niet, en minder voeren is geen goed idee.

Laat haar met rust, en vang haar niet op de valreep weg. Daarvoor is een hardere reden dan alleen het gevoel. Onderzoekers stelden drachtige vrouwtjes bloot aan een schrikstof uit de huid van soortgenoten. De jongen van die vrouwtjes groeiden de eerste dagen na de geboorte slechter. Dat verliep volgens de auteurs waarschijnlijk via een kórtere dracht: hoe korter de draagtijd, hoe langzamer de groei in de eerste zes dagen. [gemeten, via samenvatting] Zij schrijven dat voorzichtig op, "appeared to be mediated by"; gemeten is de samenhang tussen draagtijd en groeisnelheid, de verklaring erbij is de hunne. Let ook op wát er gemeten is. Een schrikstof, geen schepnetje. De vertaling naar "vang haar niet op het laatste moment in een klein bakje" is onze [praktijkregel], maar hij rust op een gemeten verband.

Draai niet aan de verwarmer. Je wint er hooguit dagen mee, en bovenin de adviesband begint gemeten schade aan de jongen. Waar die grens precies ligt en wat er dan misgaat, staat bij het temperatuurstuk. [praktijkregel]

Het moment van werpen kun je niet zien aankomen

Dit is de vraag waarmee mensen 's avonds voor de bak staan: ze zit al dagen dik, gebeurt het nu? Twee tekens hebben een bron. De Tropische Vissengids beschrijft de oogjes in de zwarte vlek als het duidelijke signaal, en noemt daarnaast dat ze vlak voor de bevalling vaak op de bodem rust. [praktijkregel] Vier andere circuleren op fora zonder dat een van de bronnen onder dit artikel ze noemt: een hoekige of blokvormige buik, terugtrekken tussen de beplanting, stoppen met eten, en schokkende bewegingen. [hiaat] Twee met een bron, vier zonder. Dat is eerlijker dan het lijstje van tien dat je elders krijgt.

En dan het antwoord dat niemand wil horen: de dag zelf is niet te zetten, ook niet in een kwekerij. Hernández-López en Luna-Vivaldo controleerden hun drachtige vrouwtjes elke twee uur, van tien uur 's ochtends tot zes uur 's avonds, om de worp niet te missen. Dat waren dieren van Poecilia wingei, de naaste verwant van de gup, en het zijn vijf kijkmomenten op een dag. [gemeten opzet] Israëlische onderzoekers vergeleken in guppenkwekerijen één tegen twee verzamelmomenten per dag, met verlichte opvangmandjes die de pasgeboren jongen wegtrekken bij de volwassen dieren. Mét verlichting maakte het aantal niets uit; zonder verlichting waren twee momenten beter dan één. [gemeten, via samenvatting] Eén tot vijf keer kijken per dag dus, en in alle gevallen is kijken de enige methode die er is.

Hoe lang een worp zelf duurt, geeft geen van de naslagbronnen. [hiaat] Uit die kweekopzetten valt wel een bovengrens af te leiden. Wie om de twee tot acht uur kijkt en de worp niet mist, praat over uren en niet over dagen. [praktijkregel, afgeleid uit de kweekopzetten] Wat de hobby erover schrijft sluit daarop aan: liggen er al jongen op de bodem terwijl zij nog dik is, dan loopt de worp meestal nog. [praktijkregel]

Wat je ziet als het misgaat

Een worp kan te vroeg komen. Dat is precies wat het onderzoek hierboven meet: een kortere dracht, en jongen die de eerste dagen langzamer groeien. [gemeten, via samenvatting] Zulke jongen zijn klein en soms nog niet goed zwemmend. Daarnaast beschrijft de hobby dat er onontwikkelde bolletjes op de bodem kunnen liggen, de paniekvraag "mijn guppy heeft eitjes gelegd". Geen van de vier naslagbronnen noemt dat beeld, dus wat het precies is durven wij niet te zeggen. [hiaat]

Waar de grens ligt is wél te zeggen. Ligt het alleen op de bodem en zwemt en eet zij normaal, dan haal je het eruit en verander je verder niets. Gaat het bij háár ook mis, met afstaande schubben, dichtgeklapte vinnen of stoppen met eten, dan kijk je niet meer naar een dracht en begint de triage aan de ziektekant.

Over het aantal jongen zijn de bronnen het oneens, en dat is zelf de informatie

Hier wordt het rommelig, en hier kiest bijna elke pagina één getal zonder te melden dat er vijf andere in omloop zijn.

Bron Jongen per worp Etiket
FishBase 20 tot 40 [literatuurrichtlijn]
OATA 20 tot 80 [literatuurrichtlijn]
LICG 10 tot 70 [literatuurrichtlijn]
Seriously Fish 5 tot 100 [literatuurrichtlijn]
RAVON enkele tientallen tot maximaal 200 [literatuurrichtlijn]
Urriola Hernández e.a. 2004a, geciteerd in AACL Bioflux 14(3) 7,89 tot 197,58 [gemeten, via citerende publicatie]
Tropische Vissengids 10 tot 70 [praktijkregel], dezelfde band als LICG

Zes opgaven dus, en een zevende regel die de LICG-band woordelijk herhaalt; tel die laatste niet als aparte stem mee. Twee kanttekeningen bij de naslagwerken, en daarna één bij de meetregel. Seriously Fish schrijft "from a single female" en niet uitdrukkelijk "per worp"; dat wij het als worpgrootte lezen komt doordat dezelfde zin de draagtijd noemt. En RAVON zet er geen milieu bij, dus de aanname dat die tweehonderd over vrij levende dieren gaat, zetten wij er ook niet in.

De meetregel staat in AACL Bioflux 14(3), en daar wordt hij toegeschreven aan het stuk van Urriola Hernández en collega's over samenstelling en groei. In diezelfde referentielijst staat van dezelfde auteurs en uit hetzelfde jaar ook een tweede stuk, en dat gaat juist over vruchtbaarheid. Welke van de twee het getal draagt, konden wij niet vaststellen. De twee decimalen verraden bovendien een berekend bereik en geen getelde worp, want 7,89 jongen bestaan niet.

Wij houden tien tot zeventig aan: de LICG-band, gekozen omdat hij de meeste andere overlapt. [praktijkregel] Middel deze bereiken niet tot een zesde getal, want dat er zoveel spreiding is, is zelf de informatie.

Eén verband is wél eenduidig. LICG: "Grotere vrouwtjes krijgen vaak meer jongen dan kleine vrouwtjes." [literatuurrichtlijn] Daar zit een gevolg aan dat mensen zelden vooraf bedenken. Een bak die goed draait, met ruimte en rust en volgroeide vrouwtjes, loopt sneller vol dan een bak waarin het krap zit. Goede verzorging is hier geen rem maar een gaspedaal.

Tussen twee worpen: FishBase geeft het snelste tempo, niet het bereik

In dezelfde alinea schrijft FishBase "After a gestation period of four to six weeks" én "may produce young every four weeks". Dat is geen tegenspraak: vier weken is de ondergrens van datzelfde bereik, en een vrouwtje dat aan die ondergrens draagt kan elke vier weken werpen. Het is het snelste tempo, niet het normale. Wie het als het normale interval overneemt, zoals de Tropische Vissengids doet met een tussenpoos van ongeveer achtentwintig dagen [praktijkregel], maakt van de snelste uitkomst de regel.

Wij rekenen met vier tot zes weken tussen twee worpen, gelijk aan de draagtijd. Dat staat zo in geen enkel naslagwerk. Het is onze eigen afleiding uit twee dingen die er wél staan: ze draagt één broedsel tegelijk, en dan kan de tussenpoos niet korter zijn dan de dracht zelf. [praktijkregel]

Eén vrouwtje levert daarmee in een half jaar vier tot zes worpen op. Wat je daarvan ziet zwemmen is een fractie, want een deel haalt de eerste weken niet en hoeveel precies weet niemand; dat staat bij de opkweek. Ook die fractie past niet in de gangbare bak van zestig centimeter. Welke uitwegen er dan zijn en wat elk ervan kost, staat in het afvoerplan voor guppen, en dat plan hoort er te zijn vóór de eerste worp.

Na de worp is ze niet meteen slank, en de vlek komt terug

Dit is de tweede avondvraag: er liggen jongen op de bodem en zij is nog steeds dik. Drie dingen lopen daar door elkaar. Een worp is geen moment maar een periode, dus wat je ziet kan gewoon de helft zijn. Een volgroeid, goed doorvoed vrouwtje is ook zonder dracht rond, dus "nog steeds dik" is op zichzelf geen aanwijzing dat er iets vastzit. [praktijkregel] En dan het derde, dat de meesten verrast: de vlek vervaagt na de worp en donkert binnen weken opnieuw, omdat het volgende broedsel al loopt. [praktijkregel]

Dat is geen tweede zwangerschap bovenop de eerste, maar de volgende in de rij. Waarom dat verschil ertoe doet, staat verderop bij Zonder mannetje blijft ze werpen. Geen van de vier naslagbronnen beschrijft dit verloop; het komt uit de hobby, en zo schrijven we het ook op. [hiaat]

Zonder mannetje blijft ze werpen, en dat heet spermaopslag

Dit is de vraag die in paniek gesteld wordt: geen man in de bak, en tóch jongen. Ze slaat sperma op. Dat heet spermaopslag, en LICG en FishBase schrijven het allebei op. LICG: "Bovendien kunnen vrouwtjes het sperma opslaan en verdelen over meerdere bevruchtingen." [literatuurrichtlijn]

Hoe lang dat duurt is een ander verhaal. Zoek erop en je vindt overal zes maanden. Seriously Fish zegt het letterlijk: "the females are still able to produce young for 6 months or more if no males are present." [literatuurrichtlijn]

Wat eraan gemeten is ziet er anders uit. Een onderzoek uit 2025 van de Wageningse groep experimentele zoölogie zette de bekende opgaven voor de gup op een rij. Elk met het aantal dieren erbij, en met de aantekening die de auteurs eronder plaatsten.

Opgave Dieren Maximale opslag Wat het is
Schmidt 1920 1 7 maanden of meer gemeten aan één dier, proef te vroeg afgekapt
Purser 1937 1 ongeveer 6 tot 8 maanden die zes tot acht komt uit een mondelinge mededeling; zelf getest tot ongeveer 4 maanden
Winge 1937 1 ongeveer 7 maanden acht worpen na het scheiden gerapporteerd, geen eigen opslagproef
Kadow 1954 niet vermeld 8 maanden opgegeven zonder eigen proef en zonder verwijzing
Gasparini & Evans 2018 25 ongeveer 4 tot 6 maanden gemeten; minder dan tien vrouwtjes haalden een vierde worp

Alle vijf zoals ze in Ernst e.a. 2025 staan [gemeten, via citerende publicatie].

Lees die tabel van links naar rechts en het beeld kantelt. Twee van de vijf opgaven zijn helemaal geen meting. Twee andere zijn wél gemeten, maar aan één enkele vis, en met een proef die te vroeg ophield. Eén regel is een proef met meer dan één dier. De auteurs zeggen het zonder omhaal: er is weinig meetbewijs voor deze opgaven, en onderzoekers leunen vaak op losse waarnemingen of op gegevens uit heel weinig vissen.

Wat die ene proef inhield: vijfentwintig vrouwtjes die elk met twee mannetjes paarden, natuurlijk of via kunstmatige inseminatie, en die daarna van álle mannen gescheiden werden. Daar kwam een maximum van ongeveer zes maanden uit. De vier maanden voor de meerderheid is de lezing van Ernst en collega's: minder dan tien van de vijfentwintig haalden een vierde worp. De tussenstap van worpen naar maanden zetten zij er niet bij. Wij lazen van dat origineel de samenvatting en de vindplaatsgegevens; de methodensectie zelf zit achter een betaalmuur. [gemeten, via citerende publicatie]

Reken dus op maanden: ongeveer vier voor de meerderheid, met een gemeten maximum rond de zes. Wie "zes maanden of meer" leest, leest dat maximum plus een open eind; de oude opgaven van zeven en acht maanden rusten stuk voor stuk op één dier of op geen enkele proef.

Er valt weinig aan te doen. Het is geen fout in de bak en niet op te lossen met betere verzorging. Je wacht het uit. Dat verklaart ook waarom "ik heb de mannetjes eruit gehaald" zo weinig oplevert: alleen mannetjes bij guppen is een besluit dat je vooraf neemt, geen reparatie achteraf.

Wat erop lijkt is geen tweede zwangerschap

Op fora duikt bij de gup het woord superfoetatie op: een vrouwtje dat tegelijk meerdere broedsels in verschillende ontwikkelingsstadia draagt. Dat bestaat binnen de familie van de levendbarende tandkarpers, bij ongeveer vijfendertig procent van de soorten [literatuurrichtlijn], en het onderzoek van Ernst en collega's gaat juist over zo'n soort. Maar in hun tabel staat de gup in de kolom van de niet-superfoetate soorten. [literatuurrichtlijn] Ze draagt dus één broedsel per keer, en worp na worp zonder man in de buurt is opgeslagen sperma. Dat verschil is niet academisch: bij superfoetatie zou het weghalen van de man meteen iets veranderen aan wat er in haar zit, bij opslag duurt dat maanden.

In het wild loopt het verder door, en waarom dat niet jouw maat is

Voor jouw bak is de aquariumproef hierboven de juiste maat: daar werden vrouwtjes na hun paringen van álle mannen gescheiden, en dat lijkt op wat jij doet. In het veld staat een veel groter getal, en dat is een antwoord op een andere vraag.

Op 16 maart 2008 werden zesenzeventig gemerkte guppen uitgezet in een zijstroom van de Guanapo in Trinidad, en tot maart 2009 werd er elke maand teruggevangen. Van 567 jongen kreeg negentig procent op grond van DNA een vader toegewezen. In de gegevens staan 278 mannen: de uitgezette dieren plus alle mannen die in dat jaar ter plekke opgroeiden en gemerkt werden. Daarvan plantte 54,6 procent zich minstens één keer voort. De posthume telling loopt over de 540 geboortes waarmee het model rekent, iets meer dan de 512 met een toegewezen vader. Daarvan waren er 73 verwekt door een inmiddels dode vader: 13,5 procent. Het maandelijkse aandeel liep in tien maanden op van nul naar 23,7 procent. [gemeten]

Twee dingen erbij, want beide gaan in naverteling mis. Die tien maanden zijn wat de gegevensreeks maximaal toeliet; de auteurs zetten er zelf "(the maximum allowed by the length of the dataset)" bij, bij een reeks die twaalf maanden liep. Het is dus geen biologische grens. En "bijna de helft van de mannen kreeg posthuum jongen" klopt alleen met de voortplanters als noemer. Van hen kreeg 33,6 procent ook ná zijn dood jongen en 15,6 procent uitsluitend ná zijn dood, samen 49,2 procent. Op alle 278 mannen is het ruwweg een kwart.

Het artikel schrijft zelf dat mannen tot minstens acht maanden na hun dood nog levensvatbaar nageslacht verwekken, "as has been found in laboratory studies". Daarvoor verwijst het naar Winge (1937) en naar een overzichtshoofdstuk van Constantz (1984). Winge is precies één van de opgaven die hierboven op één dier blijkt te rusten, en volgens Ernst en collega's rapporteert Winge zelf helemaal geen opslagproef. Het veldcijfer staat overeind [gemeten]; de aansluiting op het laboratorium is zwakker dan die zin doet vermoeden.

Het vervolg is belangrijker dan de bevalling

Kort samengevat, met de etiketten erbij, want daar hangt het aan. Ze is vier tot zes weken drachtig [literatuurrichtlijn]. Aan de zwangerschapsvlek zie je dát ze drachtig is en niet wanneer ze werpt; de dag zelf kun je niet voorspellen [literatuurrichtlijn plus hiaat]. Er komen tien tot zeventig jongen, onze keuze uit vijf opgaven die van 5 tot 200 uiteenlopen, en over vier tot zes weken opnieuw [praktijkregel]. Nadat de laatste man weg is gaat dat nog maanden door: ongeveer vier voor de meerderheid [gemeten, via citerende publicatie].

Het vervolg is dus belangrijker dan de bevalling zelf. En de jongen die er nu aan komen, zijn over twee tot drie maanden zelf aan de beurt. [literatuurrichtlijn]

BronnenFishBase, Poecilia reticulata (Peters, 1859) — draagtijd vier tot zes weken en 20-40 jongen, de zwarte driehoek tussen aarsvin en buikvin, spermaopslag en “may produce young every four weeks”, rijping op twee en drie maanden — https://www.fishbase.se/summary/Poecilia-reticulata.html · Seriously Fish, Poecilia reticulata — draagtijd 4-6 weken, de gravid spot achter de aarsvin, 5 tot 100 jongen “from a single female”, en “produce young for 6 months or more if no males are present” — https://www.seriouslyfish.com/species/poecilia-reticulata/ · LICG (Landelijk InformatieCentrum Gezelschapsdieren), Guppy — zwangerschap vier tot zes weken, tien tot zeventig jongen, donkere vlek op het achterlijf, sperma opslaan en verdelen over meerdere bevruchtingen, grotere vrouwtjes vaak meer jongen, voortplanting na twee tot drie maanden — https://www.licg.nl/aquariumdieren/guppy/ · RAVON, Gup — “Na ongeveer een maand baart het vrouwtje enkele tientallen tot maximaal 200 jonge guppies” en voortplanting vanaf drie maanden — https://www.ravon.nl/vissen/gup/ · Tropische Vissengids, Guppy (Nederlandse hobbysite) — “Draagtijd: 28 dagen”, een tussenpoos van ongeveer 28 dagen, 10 tot 70 jongen per worp, de oogjes in de zwarte buikvlek en het rusten op de bodem vlak voor de bevalling — https://www.tropischevissengids.nl/vissen/levendbarende-tandkarpers/guppy · Ernst, Hogers, Kwant, Korosi, van Leeuwen, Kotrschal & Pollux, 2025, Long-Term Sperm Storage in a Superfetatious Live-Bearing Fish (Poeciliopsis gracilis, Poeciliidae), Ecology and Evolution 15(9):e72086 — bron voor de tabel met vijf opgaven van spermaopslag bij de gup, voor de indeling van Poecilia reticulata bij de niet-superfoetate soorten, voor de circa 35 procent superfoetate poeciliiden, en voor “there is limited empirical data supporting these claims, with researchers often relying on anecdotal reports or data generated from very few fish” — https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC12410990/ · López-Sepulcre, Gordon, Paterson, Bentzen & Reznick, 2013, Beyond lifetime reproductive success: the posthumous reproductive dynamics of male Trinidadian guppies, Proceedings of the Royal Society B 280(1763):20131116 — 76 gemerkte guppen op 16 maart 2008, 278 mannen, 512 van 567 jongen met toegewezen vader, 73 van 540 geboortes posthuum, “the maximum allowed by the length of the dataset”, en de verwijzing naar Winge 1937 en Constantz 1984 voor de acht maanden — https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC3774245/ · Ord, Holmes, Holt, Fazeli & Watt, 2020, Premature birth stunts early growth and is a possible driver of stress-induced maternal effects in the guppy Poecilia reticulata, Journal of Fish Biology 96(2):506-515 — alleen de samenvatting gelezen, opgehaald via de Europe PMC-databank; daar staan de schrikstof uit de huid van soortgenoten, “appeared to be mediated by shortening of the gestation period” en “dietary restriction, did not significantly affect offspring growth, though brood size was reduced” — https://doi.org/10.1111/jfb.14235 · Hernández-López & Luna-Vivaldo, 2021, Life history traits of Endler's fish (Poecilia wingei), AACL Bioflux 14(3):1727-1733 — bron voor de controle van drachtige vrouwtjes elke twee uur van 10:00 tot 18:00, en voor het geciteerde bereik van 7,89 tot 197,58 jongen per worp bij Poecilia reticulata. Dat bereik schrijft zij toe aan Urriola Hernández, Cabrera Peña & Protti Quesada 2004a (samenstelling, groei en conditie-index, Revista de Biología Tropical 52(1):157-162), terwijl dezelfde referentielijst van dezelfde auteurs ook een 2004b over vruchtbaarheid noemt (52(4):945-950). Beide originelen zijn niet ingezien — https://bioflux.com.ro/docs/2021.1727-1733.pdf · Barki, Zion, Shapira & Karplus, 2013, The effects of illumination and daily number of collections on fry yields in guppy breeding tanks, Aquacultural Engineering 57:108-113 — alleen de samenvatting gelezen, opgehaald via de Europe PMC-databank; daar staan “no difference in fry yield was found between one and two daily collections” en het voordeel van twee verzamelmomenten boven één wanneer de mandjes niet verlicht zijn — https://doi.org/10.1016/j.aquaeng.2013.09.001 · Gasparini & Evans, 2018, Female control over multiple matings increases the opportunity for postcopulatory sexual selection, Proceedings of the Royal Society B 285(1888):20181505 — de vindplaatsgegevens en de samenvatting zijn zelf nagelopen via de Europe PMC-databank en komen overeen met de referentie in Ernst e.a. 2025; in die samenvatting staat de opzet met dubbele natuurlijke paringen tegenover kunstmatige inseminatie met sperma van dezelfde twee mannen. De volledige methodensectie is niet ingezien; het aantal van 25 vrouwtjes en de opslagduur zijn zoals Ernst e.a. 2025 die rapporteren — https://doi.org/10.1098/rspb.2018.1505 · OATA (Ornamental Aquatic Trade Association), zorgblad How to look after guppies and mollies, draagtijd 24-30 dagen en 20-80 jongen — https://ornamentalfish.org/what-we-do/advice-information/care-sheets/caresheets-tropical-freshwater-fish/how-to-look-after-guppies-and-mollies/

Wat betekent dit voor jouw bak?

Alquarium leest dit artikel mee en denkt met je mee over jouw aquarium. Gratis, geen account nodig.

Je hebt het stuk uit. Wat wil je weten over jouw eigen bak?

  • Of begin hiermee:

Verder lezen

Alles over vissen