Waterwaarden
Nitraat: de maat voor wat er ligt
Nitraat is het eindproduct van de kringloop en veel minder giftig dan wat eraan voorafging. De waarde is vooral interessant als thermometer: hij vertelt hoeveel er is opgehoopt sinds je laatste waterwissel.
In het kort
- Nitraat is de minst giftige van de drie, maar wel de beste maat voor ophoping.
- Waar nitraat hoog is, is meer opgehoopt dan alleen nitraat.
- De kringloop verbruikt ondertussen je carbonaathardheid, de buffer van je pH.
- Onder de 50 mg/l zit je voor de meeste gezelschapsvissen goed; garnalen willen lager.
- In sommige delen van Nederland zit er al nitraat in het kraanwater, dus je begint niet op nul.
- Let op de eenheid: NO3 en NO3-N schelen een factor 4,4. Waterbedrijven rekenen in NO3.
Waarom het je iets zegt
Nitraat is het laatste station. Vissen verdragen het bij normale aquariumwaarden redelijk, en planten nemen het op. Dat maakt het minder spannend dan ammoniak of nitriet.
Toch is het het getal dat je het vaakst zou moeten meten, om een reden die niets met giftigheid te maken heeft: nitraat loopt gelijk op met alles wat je níet meet. Fosfaat uit voer, opgeloste organische stoffen, hormonen die vissen afgeven. Die kun je thuis niet testen. Nitraat wel, en het beweegt met de rest mee.
Een hoge nitraatwaarde betekent dus zelden "er is te veel nitraat". Het betekent "er is te lang niets afgevoerd".
De buffer die stilletjes opraakt
Er is nog een reden om erop te letten. Het omzetten van ammoniak naar nitraat verbruikt carbonaathardheid, de buffer die je pH stabiel houdt.
In een bak die lang niet ververst is, zie je daarom vaak twee dingen tegelijk: nitraat kruipt omhoog en de carbonaathardheid zakt. Zolang die buffer er is, gebeurt er niets. Maar als hij op raakt, kan de pH ineens omslaan, en zo'n plotselinge daling is veel schadelijker dan een pH die altijd al aan de hoge kant was.
Dat is het verschil tussen een bak die langzaam vervuilt en een bak die op een dinsdagochtend ineens in de problemen zit.
Richtwaarden
- onder 25 mg/l — ruim. Ook geschikt voor garnalen en gevoelige soorten.
- 25 tot 50 mg/l — prima voor een gewone gezelschapsbak.
- 50 tot 100 mg/l — het kan, maar je zit tegen de grens. Kijk naar je wisselritme en je voerhoeveelheid.
- boven 100 mg/l — te veel, en vrijwel altijd samen met andere ophoping.
Wat het omlaag brengt
Eerst een rekensom die vaak ontbreekt. Een waterwissel haalt een PERCENTAGE weg, geen vast getal. Zit je op 80 mg/l en bevat je kraanwater zelf 20, dan brengt een kwart wisselen je naar 65, daarna naar 54, daarna naar 45. De eerste beurt levert vijftien punten op en de vierde nog maar zes.
Daarom klopt "ik heb ververst en het zakt nauwelijks" bijna altijd, en is het geen teken dat er iets mis is. Wil je een hoge waarde snel omlaag, dan werkt twee keer een kwart met een dag ertussen beter dan één keer de helft, en het is voor je vissen rustiger.
Water verversen is de directe weg. Snelgroeiende planten helpen echt mee, maar alleen de snelgroeiers: hoornblad, waterpest, vallisneria. Anubias en javavaren groeien te langzaam om verschil te maken.
En let op de bron. In delen van Nederland die op grondwater in landbouwstreken draaien, zit er al meetbaar nitraat in het kraanwater. Als je nitraat maar niet omlaag krijgt terwijl je alles goed doet, meet dan eerst je kraan.
Wat er al uit de kraan komt
Verversen verdunt alleen tot de waarde van je kraanwater, en niet tot nul. Dat klinkt vanzelfsprekend en het is de meest gemiste verklaring voor "mijn nitraat zakt niet".
Het Drinkwaterbesluit staat maximaal 50 mg/l nitraat toe in drinkwater [literatuurrichtlijn]. Dat is precies de bovengrens die hierboven voor een gezelschapsbak wordt genoemd. Zit jouw leveringsgebied hoog, dan kun je met de mooiste wisselroutine niet onder die waarde komen, want je vult bij met hetzelfde getal.
In de praktijk zit vrijwel geen enkel Nederlands leveringsgebied tegen die norm aan, en veel gebieden leveren water met maar een paar milligram per liter. Maar het loopt uiteen, en het is per gebied gepubliceerd. Meet je kraan, of zoek de waarde op bij je waterbedrijf.
De val die het vaakst misgaat, zit in de eenheid. Nitraat wordt op twee manieren opgeschreven, en het verschil is een factor 4,4:
| Notatie | Wat er gemeten wordt | 50 mg/l is dan |
|---|---|---|
| NO₃ | het hele nitraatdeeltje | 50 |
| NO₃-N (nitraatstikstof) | alleen de stikstof erin | 11,3 |
Waterbedrijven en de wetgeving rekenen in NO₃. De meeste Europese aquariumtests ook. Maar niet allemaal, en wie een getal in NO₃-N naast een getal in NO₃ legt, zit er ruim vier keer naast. Kijk dus op de verpakking van je test welke van de twee er staat voordat je hem met de waarde van je waterbedrijf vergelijkt.
Voor nitriet ligt het overigens anders: het Drinkwaterbesluit begrenst nitriet op 0,1 mg/l bij het verlaten van het pompstation [literatuurrichtlijn]. Meet je in je bak meetbaar nitriet, dan komt dat dus niet uit de kraan. Dat is een van de weinige diagnoses die je zonder tweede meting kunt uitsluiten.