Naar de inhoud
ALQUARIUM Vraag het Alquarium
Boven staan twee vakken naast elkaar. Links tien visjes van twee centimeter, samen twintig centimeter vis. Rechts een enkele vis van twintig centimeter, op dezelfde schaal getekend en dus tien keer zo lang als een van de kleine. De centimeterregel telt allebei als twintig centimeter en noemt ze even belastend. Onder staan diezelfde twee groepen als balken op een gedeelde schaal, maar nu naar massa: de tien kleine visjes halen samen tien eenheden en zijn nauwelijks meer dan een streepje, de ene grote vis haalt duizend eenheden en vult de hele balk. Massa groeit met de derde macht van de lengte, dus tien keer zo lang is duizend keer zo zwaar, en daarom kan een regel die alleen centimeters optelt niet kloppen. Onder de plaat staat: Massa groeit met de DERDE macht van de lengte: tien keer zo lang is duizend keer zo zwaar. De vissen hierboven staan op schaal; voor de rekensom is uitgegaan van dezelfde lichaamsvorm, en dat is een benadering. De grote weegt zoveel als alle tien de kleine bij elkaar, honderd keer over. Daarom loopt de regel vast.
Boven wat de regel meet, onder wat de bak ervan merkt. Dezelfde twintig centimeter vis, en toch honderd keer zoveel belasting. AI Nerds, Eigen werk

Hoe het werkt

Bezetting: hoeveel vissen passen er echt in

De bekendste vuistregel van de hobby is een centimeter vis per liter, en die klopt niet. Niet een beetje niet: hij kan principieel niet kloppen, omdat hij lengte optelt terwijl de belasting met het gewicht meegaat. Hieronder wat er wel werkt, en waarom je bak minder liter heeft dan er op de doos staat.

5 min lezen

100xverschil dat de regel mist10 visjes van 2 cm tegen een vis van 20
10-25%gaat er van bruto afbodem, hardscape, techniek, rand
30cm is de grensdaarboven past het niet meer thuis

In het kort

  • De centimeterregel telt lengte op terwijl massa met de DERDE macht van de lengte meegroeit.
  • Reken op de VOLWASSEN maat, niet op de maat in de winkel.
  • Een bak van 100 liter houdt netto ongeveer 75 tot 90 liter water over.
  • Vanaf 30 cm volwassen lengte past een vis niet meer in een gangbare huiskamerbak.
  • Een school van drie is geen kleine school maar een dier dat permanent op zijn hoede staat.
  • Rekenen gaat over water en maat. Of soorten elkaar verdragen is een andere vraag.

Wat betekent dit voor jouw bak?

Alquarium leest dit artikel mee en denkt met je mee over jouw aquarium. Gratis, zonder account.

De centimeterregel kan niet kloppen, dus laten we het voor jouw bak echt narekenen. Hoeveel liter is hij, hoe lang en hoe hoog, en wie zwemmen er nu in?

  • Of begin hiermee:

Waarom de centimeterregel niet kan kloppen

De regel luidt: een centimeter vis per liter water. Hij is makkelijk te onthouden en hij wordt overal herhaald, ook in winkels.

Het probleem is niet dat hij te ruim of te krap is. Het probleem is dat hij de verkeerde grootheid optelt.

Wat een vis van je bak vraagt, hangt samen met hoeveel vis er is, niet met hoe lang hij is. En massa groeit met de DERDE macht van de lengte: een vis die tien keer zo lang is, is bij dezelfde lichaamsvorm duizend keer zo zwaar.

Tel dat na. Tien visjes van twee centimeter zijn samen twintig centimeter vis. Eén vis van twintig centimeter is óók twintig centimeter vis. De regel zet er een gelijkteken tussen, terwijl die ene vis er ongeveer honderd keer zoveel weegt als alle tien samen.

Een regel die twee situaties met een factor honderd ertussen gelijkstelt, is geen ruwe benadering. Hij meet gewoon het verkeerde.

Wat wel werkt

Er bestaat geen formule die het goed doet, en dat is eerlijker dan doen alsof. Wat er wél is, is een vuistregel die tenminste de goede kant op buigt, en dat is de regel die de rekenhulp op deze pagina ook toepast:

Liters ≈ de volwassen lengte in centimeters, in het kwadraat.

Volwassen lengte Vuistregel Wat dat betekent
3 cm 20 liter de ondergrens; kleiner rekenen we niet
5 cm 25 liter een neon of een garnalenbak
8 cm 64 liter een gewone gezelschapsvis
12 cm 144 liter hier begint het serieus te tellen
20 cm 400 liter dit is geen huiskamerbak meer
30 cm 900 liter en hier houdt het op

Die regel is nadrukkelijk een praktijkregel en geen meting. Wat hij goed doet, is meebuigen: van 5 naar 10 centimeter is een verdubbeling in lengte en een verviervoudiging in liters. Dat sluit beter aan bij wat er werkelijk gebeurt dan optellen.

Staat er voor een soort een gecureerd minimum in onze gegevens, dan gaat dát voor. Zo'n minimum komt uit de houderij en houdt rekening met dingen die geen formule kent: zwemgedrag, territorium, hoeveel bodemoppervlak een dier nodig heeft.

De liters die je niet hebt

Op de doos staat de bruto-inhoud: de bak tot de rand toe gevuld, zonder iets erin. Zo staat hij bij niemand.

Er gaat af: de bodem, het hardscape, de techniek, en de paar centimeter tussen de waterlijn en de rand. Samen is dat in de praktijk tien tot vijfentwintig procent.

  • Een kale bak met een dun laagje zand zit aan de gunstige kant: ongeveer tien procent eraf.
  • Een dikke plantenbodem met flink hout en steen zit aan de andere kant: tot een kwart eraf.

Een bak van honderd liter houdt dus vijfenzeventig tot negentig liter water over. Dat is geen detail bij het doseren van een middel, en het is ook geen detail bij bezetting: het scheelt zomaar een hele vis.

Reken op de volwassen maat

Dit is de fout die pas na twee jaar zichtbaar wordt, en dan niet meer terug te draaien is.

Wat er in de winkel zwemt is bijna altijd een jong dier. De gevlekte zeepaling die daar acht centimeter is, de roodstaartmeerval, de pangasius: allemaal dieren die vrolijk in een gezelschapsbak worden verkocht en die volwassen niet meer in een huiskamer passen.

De grens die wij aanhouden is dertig centimeter volwassen lengte. Daarboven past een dier niet meer in een gangbare huiskamerbak, hoe je het ook wendt of keert. En daar komt het echte probleem bij: er is in Nederland nauwelijks opvang voor. Een vis die te groot wordt, is geen probleem dat je later oplost.

Vraag dus niet hoe groot hij nu is, maar hoe groot hij wordt. En als het antwoord in de winkel vaag blijft, is dat op zichzelf een antwoord.

Aantal is geen luxe

Bij scholende soorten is de groepsgrootte geen smaakkwestie maar een verzorgingseis.

Een neon in een groep van drie gedraagt zich anders dan een neon in een groep van twaalf: bleker, schichtiger, minder zichtbaar, en permanent op zijn hoede. Het dier is niet ziek en het gaat ook niet dood. Het leeft alleen slechter, en dat is precies het soort probleem dat je nooit als probleem opmerkt.

Dat betekent ook dat "ik neem er drie, dan blijft er ruimte over" niet werkt. Zes van één soort is beter dan twee van drie soorten, ook al ziet dat er in de winkel minder gevarieerd uit.

Wat rekenen niet vertelt

Alles hierboven gaat over water, liters en centimeters. Dat is de helft van de vraag.

De andere helft is gedrag, en dat komt in geen enkele berekening voor. Twee soorten kunnen dezelfde temperatuur, dezelfde pH en dezelfde hardheid willen en elkaar alsnog het leven onmogelijk maken. Een kempvis en een sluierstaartguppy delen keurig hun waterwaarden; de een knipt de ander aan flarden.

Als de rekensom zegt dat het past, is dat geen groen licht. Het betekent alleen dat het water en de maat geen bezwaar zijn.

Vraag er dus altijd het gedrag bij: jaagt hij, is hij territoriaal, bijt hij vinnen, en heeft hij een bodemgebied nodig dat een ander ook claimt. Dat staat in het soortprofiel en niet in de rekensom.

BronnenMerck Veterinary Manual, Management of Aquarium Fish · LICG, Het tropisch zoetwateraquarium · Meetkunde: massa schaalt met de derde macht van de lengte bij gelijke lichaamsvorm

Wat betekent dit voor jouw bak?

Alquarium leest dit artikel mee en denkt met je mee over jouw aquarium. Gratis, zonder account.

Je hebt het stuk uit. Wat wil je weten over jouw eigen bak?

  • Of begin hiermee: