Naar de inhoud
ALQUARIUM Vraag het Alquarium
Een groepje gele Malawicichliden bij elkaar tussen stapelstenen, met schuilopeningen tussen de rotsen.
Rots en gezelschap. Bij mbuna is een volle bak geen overbevolking maar de manier waarop de agressie verdeeld blijft. Wat de vloer draagt telt daarbij zwaarder dan wat de bak aan liters heeft. bayral, CC BY 2.5

Vissen

Mbuna: het Malawimeer is zacht water, en de volle bak is een draagconstructie

Twee dingen die bijna iedereen omgekeerd heeft. Het Malawimeer is geen hard water maar zacht en sterk gebufferd, dus opharden is hier onnodig. En een volle bak is bij mbuna geen overbevolking maar de manier waarop het werkt — met een randvoorwaarde die niet geleidelijk bezwijkt.

5 min lezen

3,5-5dH in het meergemeten: zacht water, geen hard water
120 x 45cm bodemvlakdit is het bindende getal; de liters volgen eruit
1 : 3man op vrouwen, per soortpraktijkregel; één vrouw is een permanent doelwit
25,4graden aan het oppervlakgemeten in het meer; op 240 meter diepte 22,8

In het kort

  • Het meer is ZACHT (ruwweg 3,5 tot 5 dH) maar alkalisch en goed gebufferd: de KH ligt er hoger dan de GH.
  • Nederlands kraanwater zit daar op of boven. Malawizout en ophardproducten zijn hier vrijwel nooit nodig.
  • Bindend is het bodemvlak, niet de liters: ongeveer 120 bij 45 centimeter.
  • Vol zetten spreidt de agressie. Maar dat werkt alleen bij VOLLE bezetting, en er is geen tussenstand.
  • Per soort één man op meerdere vrouwen. Eén vrouw bij één man is een permanent doelwit.
  • Mbuna en gewone gezelschapsvissen gaan niet samen. Dat is geen kwestie van ruimte.

Wat betekent dit voor jouw bak?

Alquarium leest dit artikel mee en denkt met je mee over jouw aquarium. Gratis, zonder account.

Twee dingen liggen hier omgekeerd: het Malawimeer is zacht water, en een volle bak is bij mbuna geen overbevolking maar de manier waarop het werkt. Hoeveel liter is je bak, en wat weegt je stenenpartij ongeveer?

  • Of begin hiermee:

Eerst: mbuna is geen soort

Mbuna is een veldnaam, geen taxon. Het staat voor de rotsbewonende cichliden van het Malawimeer, verdeeld over veertien geslachten. Wat je in de handel tegenkomt zijn onder meer Labidochromis caeruleus, Maylandia estherae, Melanochromis auratus, Chindongo demasoni en Chindongo socolofi.

Let op die laatste twee: ze staan in vrijwel alle oudere literatuur en op vrijwel elk winkeletiket nog als Pseudotropheus. Ze zijn in 2016 naar het geslacht Chindongo verhuisd. Hetzelfde geldt voor Maylandia, dat je ook als Metriaclima tegenkomt.

Binnen die groep loopt de eindmaat flink uiteen. Labidochromis caeruleus staat op 8,1 cm standaardlengte [literatuurrichtlijn], Melanochromis auratus op 11,0 cm totale lengte [literatuurrichtlijn]. Die twee maten zijn niet met elkaar te vergelijken — standaardlengte meet tot de staartbasis, totale lengte tot het uiteinde — en ik reken ze hier niet naar elkaar om.

Het meer is zacht. Echt.

Dit is het hardnekkigste misverstand rond deze groep, en het kost mensen geld aan producten die ze niet nodig hebben.

Twee onafhankelijke metingen geven hetzelfde beeld [gemeten]. De totale hardheid van het oppervlaktewater ligt rond de 3,4 tot 4,8 dH, met een carbonaathardheid van ruwweg 6,5 tot 7,2 dKH. De geleidbaarheid zit rond de 210 tot 260 microsiemens.

Malawimeer Nederlands kraanwater
totale hardheid ongeveer 3,5 tot 5 dH 3,7 tot 13,7 dH
carbonaathardheid hoger dan de GH doorgaans ruim voldoende
pH alkalisch overal boven 7,30, mediaan 7,84

Het Malawimeer is dus alkalisch, goed gebufferd en mineraalarm — en dat is iets heel anders dan hard. De carbonaathardheid ligt er zelfs hóger dan de totale hardheid.

Wat mbuna nodig hebben is een stabiele, alkalische pH met genoeg buffer. Dat levert de Nederlandse kraan gewoon. Opharden met Malawizout of mineraalpoeder is hier in vrijwel het hele land overbodig, en het maakt het water alleen maar verder van het origineel af.

Het is eerlijk om te melden dat de bronnen elkaar hier tegenspreken. Het LICG schrijft in de lopende tekst van zijn cichlidenbijsluiter dat zowel een hoge KH als een hoge GH nodig is, terwijl de tabel in de bijlage van diezelfde bijsluiter juist KH 5 tot 15 met een lagere GH geeft. De tabel klopt met de metingen aan het meer; de lopende tekst niet.

Voor de pH van het meer worden waarden rond 8,5 genoemd. Die heb ik alleen via een tussenschakel kunnen inzien en niet in de oorspronkelijke publicatie zelf, dus behandel dat getal als een praktijkregel tot iemand het naslaat.

De volle bak: hoe het werkt en waar het breekt

Bij vrijwel elke andere vis in deze bibliotheek is een volle bak een probleem. Bij mbuna is het de strategie.

Het mechanisme is verdeling. Bij twintig tot veertig vissen kan geen enkele man een territorium vasthouden, en raakt de agressie uitgesmeerd over te veel doelwitten om er één kapot te maken. Ervaren houders zetten daarom bewust vol.

Dat is universele en consistente hobbypraktijk, maar ik heb er geen gecontroleerde studie voor gevonden die agressie tegen bezettingsdichtheid afzet. Het is dus een praktijkregel, geen meting — en dat is bij een regel die zo tegen de intuïtie ingaat de moeite van het benoemen waard.

En hier zit de valkuil, want deze constructie bezwijkt niet geleidelijk. Elke vis die wegvalt maakt de verdeling grover. Elke soort die terugzakt naar één man en één vrouw levert een permanent doelwit op. De bak functioneert, functioneert, functioneert, en dan ineens niet meer.

Het eerste teken is bovendien geen teken: het is "die ene zit wat vaker achter de stenen". Tegen de tijd dat je gescheurde vinnen ziet, staat dat dier al weken onder druk.

En bijkopen om het te herstellen werkt slecht: een gevestigde groep behandelt een nieuwkomer als indringer. Het LICG waarschuwt daar expliciet voor.

De randvoorwaarde die er onlosmakelijk bij hoort: een volle bak vraagt filtercapaciteit en een strak wisselritme. Vol zetten zonder dat is geen strategie maar overbevolking.

Ruimte

Bindend is het bodemvlak, niet de inhoud: ongeveer 120 bij 45 centimeter [praktijkregel]. Een bak met dat vloeroppervlak en een gebruikelijke hoogte komt op ruwweg 270 liter uit.

De rekenhulp op deze pagina houdt 300 liter aan als gecureerd minimum. Dat is iets ruimer dan wat uit het bodemvlak volgt, en dat is bewust de veilige kant.

Wat je met die vloer doet telt trouwens net zo zwaar: stapelstenen tot bovenaan, veel zichtlijnen die gebroken worden, en meer schuilplekken dan dieren. Een lege bodem van 120 bij 45 is voor deze groep slechter dan een volgebouwde van dezelfde maat.

Waarom ze niet bij gezelschapsvissen kunnen

Drie redenen tegelijk, en geen ervan is met ruimte op te lossen [praktijkregel].

Agressie en territorium. Wat hierboven staat over de volle bak werkt alleen tussen dieren die dit spel spelen. Een neon of een goerami is geen medespeler maar een doelwit.

Voeding. Dit zijn aufwuchs-eters: ze raspen de begroeiing van rotsen. Standaard eiwitrijk visvoer past slecht bij een darm die op plantaardig materiaal is gebouwd, en overvoeren met het verkeerde voer is bij deze groep een bekend probleem. Wat er precies misgaat wordt in de hobby aan het voer geweten; een gedegen onderbouwing daarvoor heb ik niet gevonden, dus houd het bij: geef plantaardig voer en voer spaarzaam.

Waterchemie. Al is die overlap groter dan mensen denken, want het meer is zacht — de alkalische, sterk gebufferde kant blijft wel een eis, en veel zachtwatersoorten willen precies het omgekeerde.

Geslachtsverhouding

Per soort één man op meerdere vrouwen, in de praktijk ongeveer één op drie [praktijkregel]. Mannen kunnen onderling niet binnen dezelfde soort: dat loopt uit op één winnaar.

De reden voor de vrouwenoverschot is dezelfde als bij levendbarenden en hij weegt hier zwaarder: één vrouw bij één man is het permanente doelwit van zijn balts, en die kan nergens heen.

Nederlands kraanwater

Dit is een van de zeer weinige groepen waarvoor ons water niet iets is om te verdragen maar een voordeel.

Onze pH ligt overal boven 7,30 met een mediaan van 7,84 — precies de alkalische kant die deze dieren willen. De hardheid van 3,7 tot 13,7 dH ligt op of boven die van het meer. Er zit geen chloor of chlooramine in, dus een waterwissel vraagt geen middel.

Concreet: geen Malawizout, geen ophardpoeder, geen pH-verhoger. Vers kraanwater kan er zo in. In de bibliotheek staat bij deze groep een hardheidsband van 10 tot 25 dH; lees die als wat een mbuna verdrággt, en niet als wat hij nodig heeft.

BronnenTalling & Talling 1965, Int. Revue ges. Hydrobiol. (waterchemie van Afrikaanse meren) · Branchu e.a. 2010, Hydrological Sciences Journal (hydrochemie Malawimeer; onafhankelijke bevestiging) · LICG, huisdierenbijsluiter Cichliden, inclusief bijlage 1 met de waterwaarden · Konings e.a. 2021 (kopvorm en eetgedrag binnen de groep) · Seriously Fish, soortpagina's van de gangbare handelssoorten (hobbydatabase, dus praktijkregel) · Dunea, kwartaalrapportage waterkwaliteit rein water (Nederlands kraanwater ter vergelijking)

Wat betekent dit voor jouw bak?

Alquarium leest dit artikel mee en denkt met je mee over jouw aquarium. Gratis, zonder account.

Je hebt het stuk uit. Wat wil je weten over jouw eigen bak?

  • Of begin hiermee:

Verder lezen

Alles over vissen