Naar de inhoud
ALQUARIUM Vraag het Alquarium

Rubriek · 124 artikelen

Aquariumvissen en ongewervelden

Soortprofielen op basis van herkomst en gedrag: hoeveel ruimte een soort echt nodig heeft, in welke groep hij hoort, en de valkuil die je pas na maanden ziet.

Kegelvlekbarbeel van opzij, met de zwarte wigvormige vlek op de achterste lichaamshelft. Aquariumvissen kiezen: zes zoetwatersoorten vergeleken Kies aquariumvissen op volwassen formaat, groepsgrootte, waterhardheid en baklengte. Guppen en platy's passen bij hard water, kardinaaltetra's en kegelvlekbarbelen bij zacht water. Kegelvlekbarbelen vragen minstens 60 × 30 cm bodemvlak, zebradanio's 90 × 30 cm, en kardinaaltetra's houd je met minstens tien.
2 verdiepende artikelen in aquariumvissen kiezen
Groenbruin gevlekte axolotl van opzij op een zandbodem, met brede kop, uitwendige kieuwen en vier poten. Axolotl houden: aquarium, temperatuur en verzorging Een axolotl is een salamander van tot circa 30 cm die altijd onder water leeft en koel water van 16–18 °C nodig heeft. Eén volwassen dier vraagt minimaal 80 × 45 × 45 cm, een kale bodem en een filter met zwakke stroming. Boven 22 °C moet je direct koelen.
2 verdiepende artikelen in axolotl houden
Paracrossochilus vittatus met donker, netvormig geschubd lichaam en een lichtgouden lengtestreep, rustend op een met algen begroeide steen in een rivierbedding. Blackline algae eater (Paracrossochilus vittatus): stroomvis met weinig gedocumenteerde aquariumzorg De blackline algae eater is een kleine, bodemgebonden karperachtige uit snelstromende, heldere beken van Borneo. De grootste opgegeven lengte is 7,5 cm zonder staartvin. Een echt aquariumrecept ontbreekt: de gelezen bronnen geven geen temperatuurbereik, bakmaat, groepsgrootte of dieet. Wie hem toch tegenkomt in de handel, houdt een vis waarvan de houderijbehoeften grotendeels ongedocumenteerd zijn.
Andinoacara pulcher: blauwe acara met donkere dwarsbanden, turquoise stippen op de flank, blauwe lijnen op wang en kieuwdeksel en een oranje omzoomde rugvin, tussen waterplanten in een aquarium. Blauwe acara: vreedzaam voor een cichlide, maar reken op graven, nestverdediging en een bak van 120 cm De blauwe acara is al jaren een vertrouwde cichlide voor het gezelschapsaquarium: voor zijn formaat rustig, opvallend getekend en goed te kweken. Een paar vraagt een bak met bodemmaten rond 120 bij 30 centimeter, een zachte zandbodem om in te graven en planten die je op hout of steen vastmaakt. Naslagwerken geven uiteenlopende wateradviezen; werk daarom met één stabiel, zelf gemeten verzorgingsbereik. Bedenk dat een broedend paar zijn nest verdedigt en dat kleine vissen en garnalen niet in dezelfde bak passen.
Boraras maculatus: klein, oranjerood visje met een donkere vlek midden op de flank, een donkere vlek op de staartwortelbasis en rood dat doorloopt tot in de kop, zwemmend tussen groene waterplanten en bruin blad in een aquarium. Boraras maculatus: een klein schooltje vraagt zacht water, rust en een rijpe bak De dwergrasbora Boraras maculatus is een van de kleinste karperachtige vissen die je kunt houden, maar het piepkleine formaat is geen reden om hem in een minibak te stoppen. Hij is een schuwe schoolvis die pas tot zijn recht komt in een groep van minstens acht tot tien exemplaren, in zacht en zuur water. De echte keuze zit in jouw kraanwater en in geduld: deze vis hoort niet in een nieuwe, nog niet ingedraaide bak. Wie een rijpe, dicht beplante bak met rustige medebewoners biedt, krijgt er een rustiger en mooier gekleurd schooltje voor terug, dat soms zelfs zonder ingrijpen jongen oplevert.
Carinotetraodon irrubesco, vrouwtje: een kleine bruin gemarmerde kogelvis met rode ogen en een witte streep langs de buik, tussen aquariumplanten en mos. Carinotetraodon irrubesco: een kleine zoetwaterkogelvis voor een rustige, beplante bak Carinotetraodon irrubesco is een zoetwaterkogelvis uit Sumatra en Borneo waarvan het grootste geregistreerde exemplaar 4,4 centimeter meet zonder staart. Hij hoort in een rijk beplante bak vanaf 60 bij 30 centimeter met zacht water dat licht zuur tot neutraal mag zijn, en hij is geen gezelschapsvis. Wie kiest voor deze vis met rode ogen en rode vinnen, kiest ook voor regelmatig slakken voeren en kleine, regelmatige waterwissels.
Herichthys carpintis (parelcichlide) van opzij, met het groengele, netvormige parelschubbenpatroon over lijf en kop tegen een donkere achtergrond. Cichliden aquarium: soorten, bakmaat, water en broedzorg Cichliden kies je op volwassen formaat, water en territorium. De kleinste soorten passen in een bak van 60 cm lang, maanvissen vragen minstens 50 cm hoogte en grote soorten tot drie meter lengte. De meeste cichliden doen het goed bij 23–26 °C. Vergelijk hier zeven soorten op bakmaat, waterwaarden, sociale opzet en broedzorg.
1 verdiepende artikelen in cichliden kiezen
Epiplatys annulatus: kleine, slanke killivis in zijaanzicht met brede donkere dwarsbanden afgewisseld door lichte banden, iriserend blauw lichaam, helder blauw oog, blauwige staartvin met verlengde lobben en geeloranje ongepaarde vinnen, tegen een donkergroene onscherpe achtergrond. Clown killi (Epiplatys annulatus): een West-Afrikaanse dwerg voor een rijpe soortenbak De clown killi is een kleine, bandgetekende killivis uit de kustlaaglanden van West-Afrika. In een rijpe, dicht beplante soortenbak met zacht, zuur en stabiel water voelt een groep zich thuis en kunnen er zonder ingrijpen jongen verschijnen. Door zijn geringe grootte en specifieke eisen is hij geen vanzelfsprekende gezelschapsvis. Wie kiest voor een groep van acht tot tien dieren, een bodem van minstens zo'n 45 bij 30 centimeter en dagelijks klein levend of diepvriesvoer, geeft deze dwerg wat hij het hardst nodig heeft.
Gastrodermus elegans (Corydoras elegans): kleine zilvergrijze pantsermeerval met een donkere lengteband op de flank en een netvormig patroon van donkere dwarsstreepjes erboven, zwemmend tussen waterplanten. Corydoras elegans, nu Gastrodermus elegans: een pantsermeerval die groepen vormt in het middenwater De elegant cory is een kleine, vreedzame pantsermeerval uit het westelijk Amazonebekken die anders leeft dan de meeste verwanten: geregeld vormt hij groepen in het middenwater, in plaats van alleen op de bodem te zoeken. Houd hem als groep van vier tot zes soortgenoten, op fijn zand of schoon afgerond grind, met enige dekking en eigen zinkend voer. Oorspronkelijk beschreven als Corydoras elegans, maar de actuele catalogus noemt hem Gastrodermus elegans; het is dezelfde vis, hanteer hem voorzichtig want zijn borstvinstekels kunnen steken.
Corydoras simulatus in zijaanzicht in een beplant aquarium, met de lange snuit, donkere oogband en de donkere streep over de rug naar de staartwortel. Corydoras simulatus: een kleine Colombiaanse pantsermeerval voor een rustige groep Corydoras simulatus, in het Engels Olga cory, is een kleine, vreedzame pantsermeerval uit het bovenste stroomgebied van de Río Meta in Colombia. Je houdt hem in een groep van minstens vier tot zes dieren op zand, bij 20–25 °C en, volgens Seriously Fish, zacht tot licht hard water. Het is een echte bodembewoner die eigen zinkend voer nodig heeft; wees voorzichtig met zijn scherpe borstvinstekels wanneer je hem vangt.
Danio kyathit: een groepje slanke danio's met gestippelde, onderbroken lengtestrepen en oranje getinte vinnen tussen groene waterplanten. Danio kyathit: een actieve schoolvis voor zacht water, met een deksel dat echt sluit Danio kyathit is een kleine, vreedzame scholenvis uit Myanmar met een luipaardtekening van strepen of stippen en roodoranje vinnen. Hij vraagt zacht, licht zuur tot licht basisch water (16–26 °C, pH 6,5–7,5, 1–5 dGH), een bakbodem van minstens 90 × 30 cm, een school van acht tot tien dieren en een goed sluitend deksel, want deze danio springt. Voeren is eenvoudig; vraag bij aankoop naar de herkomst, want sterk gelijkende vissen zijn in de handel geweest.
Pethia phutunio in zijaanzicht, met donkere schoudervlek en vlekken op de achterste helft van het lichaam. Dwergbarbeel (Pethia phutunio): kleine schoolvis voor een rustige plantenbak De dwergbarbeel Pethia phutunio is een heel klein barbeeltje: volwassen dieren meten 25 tot 30 millimeter zonder staart. Deze schuwe schoolvis past in een rustige, dicht beplante bak van minstens 60 bij 30 centimeter bodem, met zacht tot licht hard water en dagelijks klein levend of diepvriesvoer naast droogvoer. Houd hem in een groep van acht tot tien en controleer bij aankoop de naam: deze soort wordt geregeld verkeerd benoemd en is vrij zeldzaam in de handel.
Ambastaia sidthimunki: twee slanke, lichtgeelbruine modderkruipers met een donkere rugstreep, een donkere midlaterale streep en verbindende dwarsbanden, rustend op grind in een aquarium met een wazige beplante achtergrond. Dwergbotia (Ambastaia sidthimunki): een echte groepsvis voor een rijpe, goed afgedekte bak De dwergbotia blijft met zo'n 5,5 centimeter zonder staartvin klein en geldt als een van de weinige botia's die goed in een volledig beplante bak past. De echte keuze draait om drie andere zaken: een groep van ten minste vijf of zes, liefst tien of meer soortgenoten, een ingedraaide, goed doorzuurstofde bak met consequent schoon water, en een strak sluitend deksel, want deze vis kan springen. In een gezelschapsbak gaat het doorgaans goed, maar houders melden ook bijtgedrag richting rustige of langvinnige vissen. Wie hem als slakkenbestrijder koopt, koopt hem om de verkeerde reden.
Fossorochromis rostratus: lichte, zandkleurige cichlide met een langgerekte snuit en rijen grote, onregelmatige zwarte vlekken op de flank, zwemmend boven een zandbodem tussen andere cichliden. Fossorochromis rostratus: zand, ruimte en een groep bepalen je keuze Fossorochromis rostratus is een grote, snelle cichlide uit het Malawimeer die in een aquarium beslist een ruime bak met open zand en een groep nodig heeft; binnen die groep komen liefst 2 à 3 vrouwtjes per mannetje. Kleine vissen horen niet in het gezelschap. De vis zeeft de bodem door op kleine ongewervelden, kan zich bij schrik ingraven en laat pas bij dominante mannetjes zijn mooiste kleuren zien. Kweek blijft in aquaria zeldzaam: de soort is een maternale muilbroeder die pas op grotere lengte geslachtsrijp wordt en het broedsel wekenlang in de bek van het vrouwtje laat rijpen.
Fundulopanchax gardneri: een mannetje met een lichtblauwgroen lichaam vol rode stippen en rugvin, aarsvin en staartvin met een rode band en een gele rand, boven een effen goudgeel vrouwtje, voor wazige groene waterplanten. Fundulopanchax gardneri: kleurrijke killivis voor een eigen, goed afgedekte bak De blue lyretail (Fundulopanchax gardneri) is een kleine, felgekleurde killivis uit Nigeria en Kameroen die je het beste in een eigen soortaquarium houdt. Drie punten wegen vooraf: hij springt en vraagt een goed sluitend deksel, de mannetjes zijn onderling pittig; geef schuilplaatsen en houd het best twee tot drie vrouwtjes per man aan, en naast droogvoer wil hij regelmatig kleine levende of diepgevroren maaltijden. Bied je dat, dan krijg je een relatief robuuste, kleurrijke vis terug.
Een amanogarnaal op een begroeide steen, met een doorschijnend lichaam, donkere streepjes langs de flank en lange antennen. Garnalen in je aquarium: bak, water, voer en kweek Garnalen houden doe je het best in een aquarium van minstens 30 liter met tien of meer dwerggarnalen. Kies de soort op voerwijze: de vuurgarnaal (3–4 cm) graast biofilm en kweekt in zoet water, de amanogarnaal (tot 5 cm) heeft larven die brak water nodig hebben, en een waaierhandgarnaal filtert voer uit de stroming.
1 verdiepende artikelen in garnalen houden
Garra rufa (doktersvis) rust op donker zand tussen stenen in een aquarium; de zuigmond onder de kop en het gevlekte olijfbruine lichaam zijn goed te zien. Garra rufa: koel water, een rijpe bak met biofilm en een strakke afdekking Garra rufa wordt in de handel ook doctor fish genoemd, maar thuis hangt je succes af van heel andere eigenschappen: deze bodembewonende grazer hoort volgens Seriously Fish in koel water, een biologisch ingedraaide bak met biofilm, een ruime bodem en liefst een groepje. De medische huidclaims uit de spa-branche zijn niet bewezen en de handelsnaam dekt mogelijk meer dan één soort. Wie de vis koel, in een groep en met een eigen voedingsplan houdt, krijgt een vis die langs glas kan klimmen en daarom een strak sluitende afdekking nodig heeft.
Goudvis (Carassius auratus) in zijaanzicht, met goudoranje schubben, een langgerekt lichaam en lange doorschijnende staartvinnen. Goudvis houden: bakmaat, temperatuur, voer en gezelschap Een goudvis hoort in een aquarium van minstens 100 cm lang of in een vijver, nooit in een kom. Gewone goudvissen doen het best bij 10–21 °C, sluierstaarten bij 18–22 °C. Houd er minstens twee, voer één keer per dag wat binnen een minuut op is en ververs wekelijks minstens 25% water. Met goede zorg kan een goudvis 15–20 jaar oud worden.
3 verdiepende artikelen in goudvissen houden
Guppy van opzij voor groene aquariumplanten, met een zwart-gele staart en andere vissen op de achtergrond. Guppy (gup) houden: verzorging, aquarium, waterwaarden en jongen De guppy of gup (Poecilia reticulata) is een levendbarende vis van 3 tot 6 cm uit het noorden van Zuid-Amerika. Hij wil 23-25 °C, pH 7-8 en middelhard water (GH 9-20), een bak vanaf 60 cm en één man op twee tot vijf vrouwen. Let op: een vrouwtje werpt elke vier tot zes weken jongen, ook maanden nadat de man weg is.
15 verdiepende artikelen in de guppengids
Haplochromis aeneocolor, mannetje met een rode rug en kop, geelgroene flanken met donkere banden en een zwarte borst, zwemmend tussen waterplanten en mos in een aquarium. Haplochromis aeneocolor: mondbroeder met een open verzorgingsdossier Haplochromis aeneocolor is een kleine cichlide uit het Afrikaanse Lake George en het Kazinga-kanaal. Hij leeft dicht bij papyrusoeverzones, lijkt volgens maaginhoud vooral plantenresten en insectenlarven te eten, en de wijfjes broeden de eieren in de bek. Voor een aquariumhouder is hij een bewuste keuze met een open dossier: over bakmaat, waterwaarden, groepsgedrag en geschikt gezelschap is vrijwel niets gedocumenteerd. Je zorgt dus meer op eigen waarneming dan op uitgewerkte richtlijnen.
Haplochromis nubilus, historische tekening van een mannetje met donker lichaam, lichtere staartvin en eivlekken op de aarsvin (Boulenger, Fishes of the Nile). Haplochromis nubilus: territoriale muilbroeder voor een ruime bak vol rotsen en een harem Haplochromis nubilus, de blue Victoria mouthbrooder, is een territoriale muilbroeder uit het Victoriameer. Hij vraagt een harem van één man met meerdere vrouwtjes, een bak van minstens 120 centimeter met stabiele rotsen en stevige planten, en hard, alkalisch water. Eén man met één vrouw loopt uit op voortdurende belaging. Omdat de soort makkelijk kruist met verwante cichliden, is een soortenbak de veiligste keuze.
Herichthys carpintis (parelcichlide) van opzij, met het groengele, netvormige parelschubbenpatroon over lijf en kop tegen een donkere achtergrond. Herichthys carpintis: een graver met territorium die vaak verkeerd wordt verkocht Herichthys carpintis, in het Engels ook lowland cichlid of pearlscale cichlid genoemd, is een Mexicaanse cichlide van rond de 17 cm standaardlengte (zonder staartvin) die graaft, territorium verdedigt en kleine vissen als prooi ziet. Reken op een bodemvlak van circa 120 × 38 cm, stenen in plaats van bodemplanten en zorgvuldig gekozen medebewoners. Water rond pH 7,0, matige hardheid en 24–26 °C past bij de verzorging.
Homaloptera ocellata: ingekleurde historische illustratie (Bleeker) in zijaanzicht van een langgerekte, afgeplatte bodemvis met ronde donkere vlekken langs de flank en een gebandeerde staartvin. Homaloptera ocellata: een bodemvis uit Sumatra en Java zonder eigen verzorgingsprofiel Homaloptera ocellata is een zoetwatervis uit de familie Balitoridae die op Sumatra en Java voorkomt en op of nabij de bodem leeft. De naam is geldig in de registers, maar een eigen verzorgingsprofiel ontbreekt: bakmaat, waterwaarden, groepsgedrag en aquariumvoeding zijn voor deze soort niet gedocumenteerd. Wat wel bekend is, en de richtlijnen voor nauwe verwanten, helpen je beoordelen of je deze vis verantwoord kunt houden.
Hyphessobrycon jackrobertsi, mannetje in het aquarium: dieprood lichaam met een lange, sikkelvormige rugvin en donkere vinpunten. Hyphessobrycon jackrobertsi: school, zacht water en rustige buren Hyphessobrycon jackrobertsi, in Engelstalige bronnen sickle tetra en in het Duits Sichelsalmler genoemd, is een kleine, vreedzame schoolvis uit het Río Pastaza-bekken in Peru. Mannetjes dragen een sterk verlengde, sikkelvormige rugvin. De vis past bij een dicht beplante bak met zacht, licht zuur water rond 22–28 °C en pH 5,5–7,2, een groep van zes of meer en alleen kleine, rustige medebewoners; vinnenbijters kunnen de lange rugvin beschadigen.
Hyphessobrycon paepkei, een rozerode tetra, zijdelings in het aquarium met de rode rugvin met zwarte vlek en rode staartlobben. Hyphessobrycon paepkei: kleine tetra met een dun verzorgingsdossier De Goldshoulder rosy tetra, Hyphessobrycon paepkei, is een kleine Zuid-Amerikaanse tetra die in 2014 een eigen naam kreeg en in 2018 regelmatig door de groothandel werd aangeboden. Met een beschreven maximale lengte van 3,4 cm zonder staartvin lijkt hij een toegankelijk klein visje, maar zijn verzorgingsdossier is dun: er zijn in de gelezen bronnen geen waterwaarden, bakmaat of schoolgrootte gepubliceerd. Deze gids zet op een rij wat wel is vastgelegd en hoe je daar verantwoord mee omgaat.
Labidochromis caeruleus: gele cichlide in de electric yellow-kleurvorm, met een zwarte band in de rugvin en zwarte buikvinnen met een witte voorrand, zwemmend in een donker aquarium. Labidochromis caeruleus: gele mbuna voor hard water, een rotsbak en een harem De felgele electric yellow is in de handel de bekendste verschijning van Labidochromis caeruleus, maar in het Malawimeer is de blauw-witte vorm wijder verbreid en de gele juist zeldzamer. Wie deze vis kiest, haalt een betrekkelijk vreedzame mbuna in huis: in een groep te houden, tijdens het paaien territoriaal en met mannetjes die vrouwtjes fel kunnen achtervolgen. Dat vraagt om hard, alkalisch water van 24–28 °C, een ruime rotsbak met open zand en meerdere vrouwtjes per man.
Het holotype van Lasiancistrus heteracanthus in zij-, rug- en buikaanzicht. Lasiancistrus heteracanthus: warm water, plantaardig voer en meerdere holtes Lasiancistrus heteracanthus is een zelden aangeboden harnasmeerval uit het stroomgebied van de Río Napo in Ecuador en Peru. Hij wordt 15 tot 18 centimeter lang en staat in de houderij te boek als overwegend plantaardige eter die graag algen raspt. Plan voor deze vis warm water van 25–29 °C, een ruime bodem met meerdere holtes en voer dat echt beneden aankomt. Een groot mannetje kan territoriaal worden; medebewoners moeten hetzelfde warme water aankunnen.
Haludaria fasciata (melon barb): drie vissen met een zalmroze lijf, brede zwarte dwarsbanden en rode vinnen in een aquarium met hout, stenen en planten. Meloenbarbeel (Haludaria fasciata): vreedzame schoolvis, pittige eter De meloenbarbeel is een kleine, scholende karperachtige uit de West-Ghats in Zuid-India. In de school is hij doorgaans zeer vreedzaam, maar aan het voer is hij een pittige eter die tragere of schuwere vissen kan wegconcurreren. Houd daarom een gemengde groep van minstens acht tot tien dieren in een bak met een bodem van minstens 90 bij 30 centimeter, bij 22 tot 26 graden. Koop bewust één kleurvorm: de geografisch geïsoleerde vormen meng je niet, omdat menging tot hybridisatie kan leiden.
Nannostomus trifasciatus: drie slanke, langwerpige potloodvisjes met donkere horizontale strepen over de flank en een roodachtige tint achter de kieuwdeksel, zwemmend tussen groene waterplanten in een aquarium. Nannostomus trifasciatus: een kleine potloodvis met duidelijke eisen aan ruimte, groep en voer Nannostomus trifasciatus is een slanke, hooguit enkele centimeters lange potloodvis uit het Amazonegebied. De mannetjes zijn onderling pittig: zonder ruimte en een groep van liefst 10 of meer kan het tot letsel komen. Wie een bak van minstens 75 bij 30 centimeter, passend en liefst zacht water, plus dagelijks klein levend of diepvriesvoer kan bieden, krijgt er een levendige, sierlijke groepsvis voor terug.
Nimbochromis venustus (giraffecichlide) in zijaanzicht: blauw gezicht, geel voorhoofd en gele rugvin, en een geelgroen lijf met grote donkere vlekken als bij een giraffe. Nimbochromis venustus: ruimte, hard water en weloverwogen gezelschap voor een grote Malawiroofvis Nimbochromis venustus, in de handel ook Giraffe Cichlid of Giraffe Hap genoemd, is een grote Malawi-cichlide die zich volgens naslagwerk roerloos als dood voordoet om prooi te lokken. Deze vis vraagt veel ruimte, warm hard basisch water en een bewuste keuze van het gezelschap: kleinere mbuna en jonge vissen tellen als voer. Een bodemvlak van 120 × 45 centimeter is het formaat dat Seriously Fish aanbeveelt bij een vis van 25 cm; plan daar niet zomaar onder. Bij een harem of grote medebewoners geeft de bron geen ruimere maat op, dus kies zo'n combinatie alleen in een bak die dat werkelijk aankan. De man houd je alleen of samen met meerdere vrouwen; kies buren die duidelijk te groot zijn om als prooi te dienen.
Notropis chrosomus, mannetje in paaikleed met roze-paarse flanken, een zilveren lengtestreep met zwarte stippen en rode vinnen met blauwwitte toppen, in een aquarium. Notropis chrosomus (rainbow shiner): koel, zuurstofrijk water en een school vanaf tien Notropis chrosomus, in het Engels rainbow shiner, is een kleine Noord-Amerikaanse schoolvis voor helder, zuurstofrijk en relatief koel water met wat stroming en een grindbodem. De vissen blijven rond de 5 tot 8 centimeter, zijn rustig en vooral bodemgericht. Houd er minstens tien samen: kleinere groepen kunnen schuw worden. Kamertemperatuur van 18 tot 22 graden volstaat; plotselinge temperatuurwissels vermijd je.
Placidochromis electra in een aquarium: een zilvergrijze cichlide met een donkere streep door het oog en een donkere verticale band achter het kieuwdeksel, zwemmend tussen kalkstenen. Placidochromis electra (Deepwater Hap): rustige Malawi-cichlide voor een ruime zandbak Placidochromis electra, in het Engels Deepwater Hap genoemd, is een vreedzame cichlide uit het Malawimeer die boven open zandbodems leeft. Hij kan zonder staartvin zo'n 20 centimeter lang worden, met staartvin dus langer, en vraagt daarom een ruime bak met een zachte zandbodem, meerdere wijfjes per man en rustig gezelschap. In een drukke mbuna-gemeenschap past hij niet. Wie ruimte en zand kan bieden, krijgt een kalme vis met een eigen, rustige manier van foerageren.
Platydoras costatus in zijaanzicht op grind tussen waterplanten, met de donkere romp, de lichte lengtestreep van snuit tot staart en de rij benige schildjes langs de zijlijn. Platydoras costatus: schuilende bodemmeerval met een naamverwarring Platydoras costatus leeft op de bodem en verschuilt zich in zand of tussen ondergedompeld hout. De vis die in de handel onder deze naam wordt verkocht is doorgaans een andere soort, Platydoras armatulus; het verzorgingsadvies hieronder volgt die handelsvis, die nachtactief en schuw is. Reken op 24 centimeter zonder staartvin en een bak van minstens 120 centimeter, met gedempt licht, ruime schuilplaatsen en zinkend voer na het licht uit. Kleinere vissen zijn niet veilig; bij het vangen let je op stekels die in het net blijven haken.
Mannetje Pseudomugil furcatus van opzij, met een helder blauw oog, een gevorkte staart en gele randen aan de verlengde vinnen. Pseudomugil furcatus: verzorging, voeding en kweek van de vorkstaart-blauwoog Pseudomugil furcatus is een kleine, vreedzame blauwoog die pas echt tot leven komt in een groep van acht tot tien dieren. De vis vraagt een biologisch rijpe, dicht beplante bak met helder en zuurstofrijk water, plus klein voer dat hij uit de waterkolom opneemt. Wie een bodemoppervlak van 60×30 centimeter kan bieden en klein, passend voer gecontroleerd aanbiedt, krijgt een levendige school waarin mannetjes zichtbaar om de aandacht van de vrouwtjes pronken.
Chili rasbora (Boraras brigittae) in zijaanzicht, oranjerood met een langwerpige donkere streep op de flank. Rasbora: zes soorten vergeleken op water, groep en ruimte Rasbora is een handelsnaam voor kleine schoolvissen uit vier geslachten, met elk eigen eisen. De zes bekendste worden 2 tot 4,5 cm, vragen minstens 45 × 30 of 60 × 30 cm bodem en een groep van 8–10 dieren; de galaxy liefst 20. De hardheid loopt uiteen van GH 1–5 tot 5–15 °dH. Zo kies je de soort die bij jouw water past.
2 verdiepende artikelen in rasbora’s kiezen
Carinotetraodon lorteti (roodoogkogelvis), vrouwtje of jong dier, in zijaanzicht: geel-bruin marmerpatroon op de rug, witte buik met donkere vlekken en rood-oranje ogen. Redeye puffer (Carinotetraodon lorteti): een territoriale kogelvis voor de soortbak Carinotetraodon lorteti, in de handel bekend als Redeye puffer, is een kleine zoetwaterkogelvis uit Zuidoost-Azië die in principe alleen hoort in een rijk ingerichte soortbak. De vis is territoriaal en bijt vinnen van medebewoners, vooral in kleinere bakken. Reken op een bodem van minstens 60 × 30 centimeter, zacht tot matig hard water, een rustige stroming en regelmatig voer met harde schelpdelen, zoals slakken, om de doorgroeiende tandplaten kort te houden. Regelmatige kleine waterwissels horen erbij, want de soort verdraagt verslechterende waterkwaliteit slecht.
Oranjerode posthoornslak met een plat opgerolde schelp naast een waterplant, boven de grindbodem. Slakken in aquarium: soorten herkennen, eitjes en verzorging Slakken in je aquarium herken je aan de schelp: een platte schijf is een posthoorn (tot 25 mm), een gladde schelp met de opening links een blaashoren (tot 15 mm) en een smalle toren een torenslak (17–24 mm). Ze eten algen en voerresten; een plotselinge toename wijst meestal op te veel voer. Zo herken je soorten en eitjes en houd je ze goed.
1 verdiepende artikelen in aquariumslakken herkennen
Thoracocharax stellatus (zilverbijlzalm): twee levende dieren tussen vallisneria in een aquarium, met de opvallend diepe borstkiel goed zichtbaar. Thoracocharax stellatus (spotfin hatchetfish): schoolvis voor een grote, goed afgedekte bak Thoracocharax stellatus is een zilverglanzende bijlzalm die in een school vlak onder het wateroppervlak leeft. Hij is vreedzaam maar schrikachtig en kan in één sprong meerdere meters overbruggen. De vis vraagt daarom een ruime bak met een oppervlak van minstens 120 × 45 cm, zacht tot middelhard water, een strak sluitende afdekking, drijfplanten en een groep van minstens vijf tot zes dieren. Wie daarbij insectenrijk voer biedt, haalt een bijzondere oppervlaktebewoner in huis.
Trichopsis pumila (dwerggoerami) van opzij: blauw oog, roodbruine stippen langs het lijf en blauw gestippelde vinnen met een rode rand. Trichopsis pumila (pygmy gourami): klein en thuis tussen de planten De pygmy gourami (Trichopsis pumila) is een kleine labyrintvis uit Zuidoost-Azië. Je houdt haar in een paar of kleine groep in een dichtbegroeide, kalme bak met een bodemoppervlak van 45 × 30 centimeter of gelijkwaardig. Ze vraagt zacht tot matig hard water van 22–28 °C, rustig gezelschap van dezelfde grootte en fijn voer met kleine levende of diepvrieshapjes. Dek de bak goed af: ze springt en haalt als labyrintvis af en toe adem uit de vochtige luchtlaag boven het water.
Trigonopoma pauciperforatum (roodstreeprasbora), vermoedelijk een vrouwtje, van opzij gezien in een aquarium, met de doorlopende oranjerode lengtestreep van snuit tot staart. Trigonopoma pauciperforatum (redstripe rasbora): schoolvis voor zacht, zuur water De redstripe rasbora (Trigonopoma pauciperforatum) is een slanke, rustige schoolvis voor zacht water met een pH van zuur tot neutraal. Hij vraagt een bakvoet van minstens 90 bij 30 centimeter, een school van acht of meer en rustige medebewoners die hem bij het voeren niet wegjagen. Klein droogvoer plus muggenlarven, Daphnia en Artemia houden hem in conditie; de kleur van zijn lengtestreep verschilt per dier en moment.

Staat je vraag er niet bij?

Beschrijf je situatie, dan zoekt de assistent het artikel erbij dat erover gaat — en vertaalt het naar jouw bak.

Vraag het Alquarium