Algeneters voor het aquarium: vier grazers vergeleken
Kies een algeneter op de lengte van je bak: Otocinclus (3,5 cm) in een groep van zes vanaf 60 cm, Amanogarnalen met tien vanaf 80 cm, één gewone Ancistrus (12,5 cm) op 60 × 30 cm bodem en Siamese algeneters (15 cm) pas met zes op 150 × 45 cm. Alle vier moet je bijvoeren; alleen de Siamese algeneter eet baardalg.
Rubriek · 124 artikelen
Aquariumvissen en ongewervelden
Soortprofielen op basis van herkomst en gedrag: hoeveel ruimte een soort echt nodig heeft, in welke groep hij hoort, en de valkuil die je pas na maanden ziet.
Algeneters voor het aquarium: vier grazers vergeleken
Kies een algeneter op de lengte van je bak: Otocinclus (3,5 cm) in een groep van zes vanaf 60 cm, Amanogarnalen met tien vanaf 80 cm, één gewone Ancistrus (12,5 cm) op 60 × 30 cm bodem en Siamese algeneters (15 cm) pas met zes op 150 × 45 cm. Alle vier moet je bijvoeren; alleen de Siamese algeneter eet baardalg.


Apistogramma cacatuoides: bak, water, gezelschap en kweek
Apistogramma cacatuoides, de kakadudwergcichlide, is een holenbroedende dwergcichlide uit het Amazonegebied. Mannetjes worden 7,5 cm, vrouwtjes 5 cm (standaardlengte). Eén paar heeft minimaal 60 × 30 cm bodem nodig, met water van 24–25 °C, pH 6–7,5 en GH 5–15 °dH. Het vrouwtje bewaakt eieren en jongen alleen.
Apistogramma hongsloi: zacht water, schuilplaatsen en een strak afgedekte bak
Apistogramma hongsloi is een kleine cichlide uit het Orinocogebied die zacht, zuur water en een bak vol schuilplaatsen vraagt. Vooral nakweek past in een gezelschapsaquarium; een paar heeft al genoeg aan een bodem van circa 45 bij 30 centimeter. Houd de stroming rustig, wissel niet te veel water in één keer en dek de bak strak af: deze vis kan springen.

2 verdiepende artikelen in aquariumvissen kiezen
- Tropische aquariumvissen voor beginners De makkelijkste tropische aquariumvissen voor beginners zijn vreedzame soorten als cherrybarbeel, kegelvlekbarbeel, Pristella, platy en gup. Reken op een bak van circa 60 cm, zes tot tien of meer soortgenoten bij scholenvissen en water dat past: levendbarenden willen hard water, de meeste tetra's zacht water.
- Klein aquarium Voor een klein aquarium kies je uit zes soorten: chili-rasbora, galaxy, amandatetra, dwergpantsermeerval en endler (2–3 cm) als groep op een bodem van minstens 45 × 30 cm, of één kempvis in een bak van 40–60 cm lang. Kies daarna één hoofdbewoner die past bij je bodemmaat en je waterhardheid.
Axolotl houden: aquarium, temperatuur en verzorging
Een axolotl is een salamander van tot circa 30 cm die altijd onder water leeft en koel water van 16–18 °C nodig heeft. Eén volwassen dier vraagt minimaal 80 × 45 × 45 cm, een kale bodem en een filter met zwakke stroming. Boven 22 °C moet je direct koelen.
2 verdiepende artikelen in axolotl houden
- Wat eet een axolotl? Voer, hoeveelheid en hoe vaak Een axolotl eet alleen dierlijk voer: regenwormen als basis, aangevuld met zinkende axolotlpellets en muggenlarven, en voor larven artemia of watervlooien. Voer jonge dieren dagelijks en volwassen dieren om de andere dag tot elke 2–3 dagen. Eén regenworm per dag is volgens het LICG genoeg. Haal restjes snel weg en houd het water op 16–18 °C.
- Axolotl kleuren Axolotls bestaan in zeven klassieke kleurvormen: wildtype, wit (leucistisch), golden albino, white albino, melanoid, axanthic en copper, plus combinaties. Het verschil zit in de ogen en in drie soorten pigmentcellen: wit heeft donkere ogen, een white albino roze ogen. Een blauwe axolotl bestaat alleen in Minecraft.
Barbelen in het aquarium: vier soorten vergeleken
Barbelen kies je per soort. Een cherrybarbeel van 5 cm past op 60 × 30 cm bodem, Odessabarbeel en sumatraan vragen 80 × 30 cm en de torpedobarbeel (11 cm zonder staartvin) minstens 120 × 45 cm. Houd altijd één soort in een groep van minstens acht dieren en kies buren die bij het temperament passen.
Blackline algae eater (Paracrossochilus vittatus): stroomvis met weinig gedocumenteerde aquariumzorg
De blackline algae eater is een kleine, bodemgebonden karperachtige uit snelstromende, heldere beken van Borneo. De grootste opgegeven lengte is 7,5 cm zonder staartvin. Een echt aquariumrecept ontbreekt: de gelezen bronnen geven geen temperatuurbereik, bakmaat, groepsgrootte of dieet. Wie hem toch tegenkomt in de handel, houdt een vis waarvan de houderijbehoeften grotendeels ongedocumenteerd zijn.
Blauwe acara: vreedzaam voor een cichlide, maar reken op graven, nestverdediging en een bak van 120 cm
De blauwe acara is al jaren een vertrouwde cichlide voor het gezelschapsaquarium: voor zijn formaat rustig, opvallend getekend en goed te kweken. Een paar vraagt een bak met bodemmaten rond 120 bij 30 centimeter, een zachte zandbodem om in te graven en planten die je op hout of steen vastmaakt. Naslagwerken geven uiteenlopende wateradviezen; werk daarom met één stabiel, zelf gemeten verzorgingsbereik. Bedenk dat een broedend paar zijn nest verdedigt en dat kleine vissen en garnalen niet in dezelfde bak passen.
Boraras maculatus: een klein schooltje vraagt zacht water, rust en een rijpe bak
De dwergrasbora Boraras maculatus is een van de kleinste karperachtige vissen die je kunt houden, maar het piepkleine formaat is geen reden om hem in een minibak te stoppen. Hij is een schuwe schoolvis die pas tot zijn recht komt in een groep van minstens acht tot tien exemplaren, in zacht en zuur water. De echte keuze zit in jouw kraanwater en in geduld: deze vis hoort niet in een nieuwe, nog niet ingedraaide bak. Wie een rijpe, dicht beplante bak met rustige medebewoners biedt, krijgt er een rustiger en mooier gekleurd schooltje voor terug, dat soms zelfs zonder ingrijpen jongen oplevert.
Boraras merah: kleine zwartwaterschool voor zacht, rijp water
Boraras merah is een piepkleine, scholende karperachtige uit zuidelijk Borneo die in het aquarium zacht, zuur en stabiel water vraagt. Houd hem met minstens acht tot tien soortgenoten, geef dagelijks klein levend en diepvriesvoer naast droogvoer, en zet hem pas in een echt gerijpte bak. Wie die voorwaarden kan bieden, houdt een rustige, vreedzame school van een van de kleinste vissen in de hobby.
Botia kubotai: een levendige groepsvis voor een gestructureerde bak van minstens 120 cm
Botia kubotai is een levendige, sociaal levende modderkruiper uit de bovenlopen van het Salween-gebied op de grens van Myanmar en Thailand. Je houdt hem in een groep van minimaal vijf tot zes dieren, in een bak met een basis van ten minste 120 × 45 cm en veel structuur. Hij past bij stevige, vreedzame zwemmers, maar niet bij duidelijk kleinere vissen of trage, langvinnige soorten.

Carinotetraodon irrubesco: een kleine zoetwaterkogelvis voor een rustige, beplante bak
Carinotetraodon irrubesco is een zoetwaterkogelvis uit Sumatra en Borneo waarvan het grootste geregistreerde exemplaar 4,4 centimeter meet zonder staart. Hij hoort in een rijk beplante bak vanaf 60 bij 30 centimeter met zacht water dat licht zuur tot neutraal mag zijn, en hij is geen gezelschapsvis. Wie kiest voor deze vis met rode ogen en rode vinnen, kiest ook voor regelmatig slakken voeren en kleine, regelmatige waterwissels.
Cherrybarbeel: groep, aquarium, waterwaarden en kweek
De cherrybarbeel (Rohanella titteya) is een vreedzame barbeel van ongeveer 5 cm uit Sri Lanka. Houd minstens acht dieren samen in een beplant aquarium met een bodem van minstens 60 × 30 cm, bij 22–26 °C, pH 6–7 en GH 5–18 °dH. Wil je kweken, haal de ouders na het afzetten weg: ze eten hun eigen eieren.
Cichliden aquarium: soorten, bakmaat, water en broedzorg
Cichliden kies je op volwassen formaat, water en territorium. De kleinste soorten passen in een bak van 60 cm lang, maanvissen vragen minstens 50 cm hoogte en grote soorten tot drie meter lengte. De meeste cichliden doen het goed bij 23–26 °C. Vergelijk hier zeven soorten op bakmaat, waterwaarden, sociale opzet en broedzorg.
1 verdiepende artikelen in cichliden kiezen
Clownbotia: bakmaat, groepsgrootte, water en verzorging
De clownbotia (Chromobotia macracanthus) is een modderkruiper van 30 cm of meer die in een groep van minstens vijf à zes dieren leeft en meer dan twintig jaar oud kan worden. Geef hem een aquariumvloer van minstens 180 × 60 cm, water van 24–30 °C met pH 5–7, gericht bodemvoer en veel veilige schuilplaatsen.
Clown killi (Epiplatys annulatus): een West-Afrikaanse dwerg voor een rijpe soortenbak
De clown killi is een kleine, bandgetekende killivis uit de kustlaaglanden van West-Afrika. In een rijpe, dicht beplante soortenbak met zacht, zuur en stabiel water voelt een groep zich thuis en kunnen er zonder ingrijpen jongen verschijnen. Door zijn geringe grootte en specifieke eisen is hij geen vanzelfsprekende gezelschapsvis. Wie kiest voor een groep van acht tot tien dieren, een bodem van minstens zo'n 45 bij 30 centimeter en dagelijks klein levend of diepvriesvoer, geeft deze dwerg wat hij het hardst nodig heeft.
Corydoras elegans, nu Gastrodermus elegans: een pantsermeerval die groepen vormt in het middenwater
De elegant cory is een kleine, vreedzame pantsermeerval uit het westelijk Amazonebekken die anders leeft dan de meeste verwanten: geregeld vormt hij groepen in het middenwater, in plaats van alleen op de bodem te zoeken. Houd hem als groep van vier tot zes soortgenoten, op fijn zand of schoon afgerond grind, met enige dekking en eigen zinkend voer. Oorspronkelijk beschreven als Corydoras elegans, maar de actuele catalogus noemt hem Gastrodermus elegans; het is dezelfde vis, hanteer hem voorzichtig want zijn borstvinstekels kunnen steken.
Corydoras simulatus: een kleine Colombiaanse pantsermeerval voor een rustige groep
Corydoras simulatus, in het Engels Olga cory, is een kleine, vreedzame pantsermeerval uit het bovenste stroomgebied van de Río Meta in Colombia. Je houdt hem in een groep van minstens vier tot zes dieren op zand, bij 20–25 °C en, volgens Seriously Fish, zacht tot licht hard water. Het is een echte bodembewoner die eigen zinkend voer nodig heeft; wees voorzichtig met zijn scherpe borstvinstekels wanneer je hem vangt.

Danio kyathit: een actieve schoolvis voor zacht water, met een deksel dat echt sluit
Danio kyathit is een kleine, vreedzame scholenvis uit Myanmar met een luipaardtekening van strepen of stippen en roodoranje vinnen. Hij vraagt zacht, licht zuur tot licht basisch water (16–26 °C, pH 6,5–7,5, 1–5 dGH), een bakbodem van minstens 90 × 30 cm, een school van acht tot tien dieren en een goed sluitend deksel, want deze danio springt. Voeren is eenvoudig; vraag bij aankoop naar de herkomst, want sterk gelijkende vissen zijn in de handel geweest.
Discusvissen houden: aquarium, waterwaarden en kweek
Discusvissen houd je in een groep van minstens vijf, in een aquarium van minstens 150 cm lang en 50 cm hoog; zes volwassen dieren vragen circa 300 liter. Houd het water op 28–30 °C en neem pH en hardheid over van de kweker: nakweek leeft vaak goed bij pH 6,5–7,5, wildvang vraagt zacht, zuur water van pH 4–6.
Dwergbarbeel (Pethia phutunio): kleine schoolvis voor een rustige plantenbak
De dwergbarbeel Pethia phutunio is een heel klein barbeeltje: volwassen dieren meten 25 tot 30 millimeter zonder staart. Deze schuwe schoolvis past in een rustige, dicht beplante bak van minstens 60 bij 30 centimeter bodem, met zacht tot licht hard water en dagelijks klein levend of diepvriesvoer naast droogvoer. Houd hem in een groep van acht tot tien en controleer bij aankoop de naam: deze soort wordt geregeld verkeerd benoemd en is vrij zeldzaam in de handel.
Dwergbotia (Ambastaia sidthimunki): een echte groepsvis voor een rijpe, goed afgedekte bak
De dwergbotia blijft met zo'n 5,5 centimeter zonder staartvin klein en geldt als een van de weinige botia's die goed in een volledig beplante bak past. De echte keuze draait om drie andere zaken: een groep van ten minste vijf of zes, liefst tien of meer soortgenoten, een ingedraaide, goed doorzuurstofde bak met consequent schoon water, en een strak sluitend deksel, want deze vis kan springen. In een gezelschapsbak gaat het doorgaans goed, maar houders melden ook bijtgedrag richting rustige of langvinnige vissen. Wie hem als slakkenbestrijder koopt, koopt hem om de verkeerde reden.
Dwergkogelvis in het aquarium: groep, voer en kweek
De dwergkogelvis (Carinotetraodon travancoricus) is een zoetwaterkogelvis van 2,5 cm uit Kerala. Houd minstens vijf dieren in een dichtbeplant aquarium vanaf 80 liter, bij 22–28 °C en pH 6,8–8,0. Hij eet kleine slakken, wormen en levend of diepvriesvoer, weigert droogvoer meestal en past het best in een eigen soortbak.
Electric blue hap (Sciaenochromis ahli): viseter uit het Malawimeer met een naamvalkuil
De electric blue hap (Sciaenochromis ahli) is een blauwe, visetende cichlide uit het Malawimeer. Hij vraagt hard en alkalisch water, een rotsinrichting met uitwijkruimte en zorgvuldig gekozen medebewoners. Let bij aankoop op de naam: de meeste onder deze naam verkochte vissen zijn de verwante S. fryeri.
Fossorochromis rostratus: zand, ruimte en een groep bepalen je keuze
Fossorochromis rostratus is een grote, snelle cichlide uit het Malawimeer die in een aquarium beslist een ruime bak met open zand en een groep nodig heeft; binnen die groep komen liefst 2 à 3 vrouwtjes per mannetje. Kleine vissen horen niet in het gezelschap. De vis zeeft de bodem door op kleine ongewervelden, kan zich bij schrik ingraven en laat pas bij dominante mannetjes zijn mooiste kleuren zien. Kweek blijft in aquaria zeldzaam: de soort is een maternale muilbroeder die pas op grotere lengte geslachtsrijp wordt en het broedsel wekenlang in de bek van het vrouwtje laat rijpen.
Fundulopanchax gardneri: kleurrijke killivis voor een eigen, goed afgedekte bak
De blue lyretail (Fundulopanchax gardneri) is een kleine, felgekleurde killivis uit Nigeria en Kameroen die je het beste in een eigen soortaquarium houdt. Drie punten wegen vooraf: hij springt en vraagt een goed sluitend deksel, de mannetjes zijn onderling pittig; geef schuilplaatsen en houd het best twee tot drie vrouwtjes per man aan, en naast droogvoer wil hij regelmatig kleine levende of diepgevroren maaltijden. Bied je dat, dan krijg je een relatief robuuste, kleurrijke vis terug.

1 verdiepende artikelen in garnalen houden
Garra rufa: koel water, een rijpe bak met biofilm en een strakke afdekking
Garra rufa wordt in de handel ook doctor fish genoemd, maar thuis hangt je succes af van heel andere eigenschappen: deze bodembewonende grazer hoort volgens Seriously Fish in koel water, een biologisch ingedraaide bak met biofilm, een ruime bodem en liefst een groepje. De medische huidclaims uit de spa-branche zijn niet bewezen en de handelsnaam dekt mogelijk meer dan één soort. Wie de vis koel, in een groep en met een eigen voedingsplan houdt, krijgt een vis die langs glas kan klimmen en daarom een strak sluitende afdekking nodig heeft.
Gastromyzon ctenocephalus verzorgen: stroming, biofilm en een rijpe bak
Gastromyzon ctenocephalus is een kleine, vreedzame algeneter uit snelstromende beekjes op Borneo. Beslissend voor je keuze zijn drie dingen: zuurstofrijk water met duidelijke stroming, een rijpe bak vol begroeide stenen en een groep van vier of meer dieren. Wie alleen helder water en een algentablet biedt, mist precies wat deze vis voor succes op lange termijn nodig heeft.
Glasmeerval: verzorging, aquarium, voer en de juiste naam
Een glasmeerval (Kryptopterus vitreolus) houd je in een groep van minstens zes, in een rijp aquarium van minimaal 90 × 30 cm grondvlak. Hij wordt 6,5 cm zonder staartvin en leeft bij 20–26 °C in zacht water met pH 4,0–7,0. Let bij aankoop op de naam: oude etiketten met K. bicirrhis horen bij een andere soort.

3 verdiepende artikelen in goudvissen houden
- Sluierstaarten en goudvissoorten Alle goudvissoorten zijn kweekvormen van Carassius auratus: slanke enkelstaarten zoals komeet en shubunkin, en gedrongen sluierstaarten zoals ryukin, oranda en telescoopoog. Herken ze aan staart, rugvin, ogen en kopgroei. Sluierstaarten worden 15–25 cm en vragen 18–22 °C en een bak van minstens 100 cm, 150 liter voor twee.
- Hoe oud wordt een goudvis? Levensduur, record en zorg Een gewone goudvis wordt bij goede verzorging 15–20 jaar oud en soms ouder (LICG); RSPCA Australia noemt gemiddeld 10–15 jaar, sommige kweekvormen tot 30. Het record staat op 43 jaar (Tish). Lees waarom veel goudvissen jong sterven, waarom je de leeftijd niet aan lengte of schubben afleest en welke zorg een goudvis oud maakt.
- Goudvis Een goudvis kan niet blijvend in een kom: het wateroppervlak is te klein voor goede zuurstofuitwisseling, er past nauwelijks een filter in en de vis wordt gemiddeld 15–20 cm lang. Geef gewone goudvissen een aquarium van minstens 100 cm lang, sluierstaarten minstens 100 liter plus 50 liter per extra vis, en verhuis pas als het filter is ingedraaid.

15 verdiepende artikelen in de guppengids
- Guppenbak De guppy (Poecilia reticulata) vraagt om een bak die past bij de volwassen vissen én de mogelijke aanwas. Hoeveel guppen je kunt houden, volgt niet uit het aantal liters alleen: afmetingen, inrichting, de hele bezetting en onderhoud tellen mee. Hier lees je hoe je een bak kiest, een bestaande groep beoordeelt en voorkomt dat je bij de aankoop al ruimte tekortkomt.
- Guppengezelschap De guppy (Poecilia reticulata) kan met passende medebewoners leven. Vergelijk vóór aankoop het water, de ruimte, het gedrag en de voedselbehoeften van beide soorten. Deze gids helpt je kiezen tussen vissen, garnalen en slakken, met aandacht voor vinbijten, jonge dieren en kruisingen met endlers.
- Guppen kopen Guppen kopen begint met een geschikte bak en zorgvuldig kiezen: hoe zien de dieren eruit, waar komen ze vandaan en hoe neem je ze veilig mee? Herkomst en kweeklijn kunnen een rol spelen bij uitval, net als transport, waterkwaliteit en ziekte. Sterfte na aankoop is daarom geen bewijs dat jij iets verkeerd deed, maar evenmin dat de oorzaak vaststaat bij de winkel.
- Guppy man of vrouw Bij een volwassen guppy herken je het mannetje vooral aan het gonopodium: de smalle, omgevormde aarsvin onder het achterste deel van de buik. Een vrouwtje heeft daar een waaiervormige aarsvin. Bij jonge dieren is dat verschil nog niet altijd duidelijk. Kleur en formaat helpen bij het kijken, maar zijn geen betrouwbare vervanging voor dit kenmerk. Hier lees je hoe je rustig kijkt, wat je met twijfelgevallen doet en waarom een groep vrouwtjes toch jongen kan krijgen.
- Guppenverhouding Bij de guppy (Poecilia reticulata) verdienen de verhouding tussen mannetjes en vrouwtjes én het gedrag aandacht. LICG adviseert één mannetje op twee tot vijf vrouwtjes, maar zo’n verhouding bepaalt niet hoeveel vissen in je aquarium passen. Hier lees je waar het advies op steunt, wat onderzoek naar opjagen laat zien en hoe je een onrustige groep beoordeelt.
- Guppy temperatuur Voor de guppy (Poecilia reticulata) is 23–25 °C een bruikbare verzorgingsrichtlijn; ongeveer 24 °C is een praktisch uitgangspunt. Meet wat er werkelijk in het aquarium gebeurt, ook 's ochtends en tijdens warme dagen. Deze gids helpt je een passende instelling kiezen, beoordelen of een verwarmer nodig is en veilig reageren als de bak te warm of te koud wordt.
- Guppen voeren De guppy (Poecilia reticulata) kun je als startpunt eenmaal per dag voeren, met een kleine portie en controle van alle vissen. Leer passend voer kiezen, resten en achterblijvers herkennen, en de verzorging tijdens vakantie regelen. Jonge guppen vragen een eigen aanpak.
- Guppy zwanger Een zwangere guppy kan een vollere buik en een donkere buikvlek hebben, maar daarmee bepaal je geen exacte werpdatum. Het LICG noemt vier tot zes weken als richtlijn voor de dracht. Wanneer de bevruchting plaatsvond weet je meestal niet, en een vrouwtje kan na eerdere paringen sperma bewaren. Zorg daarom vooraf voor schuilruimte, passend voer en een plan voor de jongen; let tegelijk op signalen die niet bij gewone dracht horen.
- Guppenjongen verzorgen Guppenjongen hebben vanaf hun geboorte bereikbaar fijn voer, schuilruimte en goede waterkwaliteit nodig. Controleer eerst de filterinlaat en of alle jongen eten. Deze gids helpt je kiezen tussen opgroeien in de bestaande bak en aparte opkweek, problemen herkennen en bepalen wanneer overzetten verantwoord is.
- Te veel guppen Bij guppen gaat het zelden mis bij de aankoop. Het gaat mis in maand vier, als je niet meer kunt tellen hoeveel er zwemmen en elk vrouwtje er weer een stel bij heeft gedaan. Wie hier terechtkomt is dus per definitie te laat voor de goedkope oplossing, en dat is geen verwijt maar een uitgangspunt. Dit stuk legt eerst uit waarom het zo hard gaat en hoe je meet wanneer het te veel ís, geeft daarna de volgorde voor deze week, en zet dan de uitwegen naast elkaar met hun prijs erbij.
- Zieke guppy Een zieke guppy vraagt om controle van waterkwaliteit én ziekteverschijnselen. Noteer ook gedrag, herkomst en recente veranderingen: meerdere oorzaken kunnen tegelijk spelen. Dit artikel helpt je waarnemingen ordenen en herkennen wanneer snelle deskundige hulp nodig is, zonder uit één symptoom of testuitslag een diagnose te maken.
- Guppenleeftijd Een half tot twee jaar, 2,3 jaar, vijf jaar of drie maanden: dat zijn vier antwoorden op de vraag hoe oud een gup wordt, en ze komen alle vier uit een bron die serieus genomen wordt. Waar je in een gewone huiskamerbak op uitkomt is een half tot twee jaar. De rest van dit stuk gaat over waar die andere getallen vandaan komen, want zodra je weet wát er gemeten is en aan wat voor dier, kun je je eigen bak er eindelijk tegen afzetten.
- Guppen kweken Gericht guppen kweken begint met gezonde dieren, bekende afkomst en voldoende ruimte voor álle nakomelingen. Een mooie kleur alleen vertelt je niet hoe een lijn overerft of hoe verwant de ouders zijn. Deze gids helpt je een kweekregistratie op te zetten, kleur- en vinvormen te begrijpen en onderzoeksuitkomsten over inteelt zorgvuldig te gebruiken, zonder een schema tot garantie te maken.
- Endler (Poecilia wingei) De endler, Poecilia wingei, is een kleine levendbarende vis uit noordoost-Venezuela. De gebruikelijke taxonomie behandelt hem als een eigen soort, al is de afgrenzing ten opzichte van de guppy wetenschappelijk onderzocht en bediscussieerd. Voor de hobby is vooral belangrijk dat endlers en guppen vruchtbare nakomelingen kunnen krijgen. Kies daarom bewust je groep, vraag naar de afkomst en baseer wateraanpassingen op metingen en passend advies, niet alleen op een winkelnaam.
- Guppen niet loslaten Laat guppen niet los in een sloot, gracht of ander buitenwater. Een aquariumvis herplaatsen is iets anders dan hem uitzetten: kou, onbekende omstandigheden en mogelijke verspreiding van ziekten maken dat geen verantwoorde oplossing voor een volle bak. Ook een tuinvijver is niet vanzelf geschikte opvang. Regel eerst een aquarium, winkel of ervaren houder die de dieren daadwerkelijk kan overnemen.
Haplochromis aeneocolor: mondbroeder met een open verzorgingsdossier
Haplochromis aeneocolor is een kleine cichlide uit het Afrikaanse Lake George en het Kazinga-kanaal. Hij leeft dicht bij papyrusoeverzones, lijkt volgens maaginhoud vooral plantenresten en insectenlarven te eten, en de wijfjes broeden de eieren in de bek. Voor een aquariumhouder is hij een bewuste keuze met een open dossier: over bakmaat, waterwaarden, groepsgedrag en geschikt gezelschap is vrijwel niets gedocumenteerd. Je zorgt dus meer op eigen waarneming dan op uitgewerkte richtlijnen.
Haplochromis nubilus: territoriale muilbroeder voor een ruime bak vol rotsen en een harem
Haplochromis nubilus, de blue Victoria mouthbrooder, is een territoriale muilbroeder uit het Victoriameer. Hij vraagt een harem van één man met meerdere vrouwtjes, een bak van minstens 120 centimeter met stabiele rotsen en stevige planten, en hard, alkalisch water. Eén man met één vrouw loopt uit op voortdurende belaging. Omdat de soort makkelijk kruist met verwante cichliden, is een soortenbak de veiligste keuze.
Hemigrammus coeruleus: wat vaststaat, en wat je zelf moet meten
Hemigrammus coeruleus is een zoetwatertetra uit de stroomgebieden van de Solimões en de benedenloop van de Rio Negro. De soort is geldig beschreven, maar in de geraadpleegde naslagwerken ontbreekt een eigen verzorgingsrichtlijn. Wie hem houdt, werkt met een ingedraaide tropische bak en eigen metingen in plaats van een beproefd recept.
Herichthys carpintis: een graver met territorium die vaak verkeerd wordt verkocht
Herichthys carpintis, in het Engels ook lowland cichlid of pearlscale cichlid genoemd, is een Mexicaanse cichlide van rond de 17 cm standaardlengte (zonder staartvin) die graaft, territorium verdedigt en kleine vissen als prooi ziet. Reken op een bodemvlak van circa 120 × 38 cm, stenen in plaats van bodemplanten en zorgvuldig gekozen medebewoners. Water rond pH 7,0, matige hardheid en 24–26 °C past bij de verzorging.
Homaloptera ocellata: een bodemvis uit Sumatra en Java zonder eigen verzorgingsprofiel
Homaloptera ocellata is een zoetwatervis uit de familie Balitoridae die op Sumatra en Java voorkomt en op of nabij de bodem leeft. De naam is geldig in de registers, maar een eigen verzorgingsprofiel ontbreekt: bakmaat, waterwaarden, groepsgedrag en aquariumvoeding zijn voor deze soort niet gedocumenteerd. Wat wel bekend is, en de richtlijnen voor nauwe verwanten, helpen je beoordelen of je deze vis verantwoord kunt houden.

Hyphessobrycon jackrobertsi: school, zacht water en rustige buren
Hyphessobrycon jackrobertsi, in Engelstalige bronnen sickle tetra en in het Duits Sichelsalmler genoemd, is een kleine, vreedzame schoolvis uit het Río Pastaza-bekken in Peru. Mannetjes dragen een sterk verlengde, sikkelvormige rugvin. De vis past bij een dicht beplante bak met zacht, licht zuur water rond 22–28 °C en pH 5,5–7,2, een groep van zes of meer en alleen kleine, rustige medebewoners; vinnenbijters kunnen de lange rugvin beschadigen.
Hyphessobrycon paepkei: kleine tetra met een dun verzorgingsdossier
De Goldshoulder rosy tetra, Hyphessobrycon paepkei, is een kleine Zuid-Amerikaanse tetra die in 2014 een eigen naam kreeg en in 2018 regelmatig door de groothandel werd aangeboden. Met een beschreven maximale lengte van 3,4 cm zonder staartvin lijkt hij een toegankelijk klein visje, maar zijn verzorgingsdossier is dun: er zijn in de gelezen bronnen geen waterwaarden, bakmaat of schoolgrootte gepubliceerd. Deze gids zet op een rij wat wel is vastgelegd en hoe je daar verantwoord mee omgaat.


Keizertetra (Nematobrycon palmeri): school, water en passende medebewoners
De keizertetra (Nematobrycon palmeri) is een levendige, vreedzame scholenvis uit Colombia. Hij gedijt het best in een groep van minstens zes, liever tien of meer, in een bak met een bodem van 90 × 30 centimeter of groter. Houd het water op 23–27 °C met pH 5,0–7,5 en 1–12 dGH. Let bij aankoop op de ogen: een blauwe iris hoort bij het mannetje van deze soort.

Kersenbuikcichlide: aquarium, water, gezelschap en kweek
De kersenbuikcichlide (Pelvicachromis pulcher) is een West-Afrikaanse dwergcichlide van 8–11 cm die je als paar houdt, in een aquarium van minimaal 100 × 40 × 30 cm bij 24–26 °C. Het paar broedt in een hol en verdedigt de bodem fel, dus bodemvissen passen er niet bij. Reken op 8–10 jaar zorg.
Koudwatervissen: welke soorten passen zonder verwarming?
Koudwatervissen hebben geen verwarming nodig zolang je kamer het water binnen hun bereik houdt. Kies uit Chinese danio (14–22 °C, tien of meer, vanaf 60 × 30 cm), medaka (16–22 °C, acht of meer, vanaf 45 × 30 cm) of prachtbarbeel (16–24 °C, acht tot tien, vanaf 100 × 30 cm). Meet je water in winter én zomer.
Kreeft in het aquarium: soorten, bakmaat en Unielijst
Een kreeft voor het aquarium kies je op wetenschappelijke naam en volwassen formaat, niet op kleur. De oranje dwergkreeft (CPO) blijft 3–5 cm en heeft minstens 30 × 30 cm bodem nodig, de blauwe Floridakreeft wordt 8–15 cm en vraagt vanaf 60 × 30 cm, de roodklauwkreeft haalt circa 25 cm. Acht rivierkreeftsoorten staan op de Unielijst.
Labeotropheus trewavasae: een algenetende rotsbewoner uit het Malawimeer
Labeotropheus trewavasae is een slanke mbuna die met zijn overhangende snuit algen van rotsen schraapt. Thuis vraagt hij een rotsbak met alkalisch water, veel zuurstof en vooral plantaardig voer. Hij is duidelijk territoriaal: houd één mannetje met meerdere vrouwtjes en kies medebewoners bewust. Het profiel noemt 90 × 45 cm bodemoppervlak als uitgangspunt; voor een kweekharem noemt het een bak van circa 122 centimeter.
Labidochromis caeruleus: gele mbuna voor hard water, een rotsbak en een harem
De felgele electric yellow is in de handel de bekendste verschijning van Labidochromis caeruleus, maar in het Malawimeer is de blauw-witte vorm wijder verbreid en de gele juist zeldzamer. Wie deze vis kiest, haalt een betrekkelijk vreedzame mbuna in huis: in een groep te houden, tijdens het paaien territoriaal en met mannetjes die vrouwtjes fel kunnen achtervolgen. Dat vraagt om hard, alkalisch water van 24–28 °C, een ruime rotsbak met open zand en meerdere vrouwtjes per man.
Lasiancistrus heteracanthus: warm water, plantaardig voer en meerdere holtes
Lasiancistrus heteracanthus is een zelden aangeboden harnasmeerval uit het stroomgebied van de Río Napo in Ecuador en Peru. Hij wordt 15 tot 18 centimeter lang en staat in de houderij te boek als overwegend plantaardige eter die graag algen raspt. Plan voor deze vis warm water van 25–29 °C, een ruime bodem met meerdere holtes en voer dat echt beneden aankomt. Een groot mannetje kan territoriaal worden; medebewoners moeten hetzelfde warme water aankunnen.
Maanvis verzorgen: aquarium, groep, voer en medebewoners
De maanvis (Pterophyllum scalare) vraagt een hoge, ruime bak en een plan voor paarvorming. LICG adviseert minstens 120 cm baklengte en 50 cm bakhoogte. Beoordeel ook de breedte, volwassen vinnen en uitwijkruimte. Deze gids helpt je passend voeren, medebewoners kiezen en ingrijpen als een vis wordt belaagd.
Mbuna houden: soortkeuze, rotsinrichting, water en groepsgedrag
Mbuna zijn een diverse groep rotsbewonende cichliden uit het Malawimeer. Kies eerst de exacte soorten: hun dieet, territoriumgedrag en sociale samenstelling verschillen. Een geslaagde mbunabak vraagt een doordachte rotsinrichting, passende waterwaarden, betrouwbare filtratie en dagelijkse aandacht voor de minder dominante vissen.

Melanotaenia praecox: een actieve regenboogvis met ruimte voor de groep
Melanotaenia praecox is een kleine, vreedzame regenboogvis die je het beste in een school van zes tot acht of meer houdt. Ondanks het formaat zwemt hij actief; een richtlijn van ten minste 60 cm lengte helpt hem en zijn schoolgenoten de ruimte te geven, met warm water, planten en wat drijfplanten tegen fel licht. De mannetjes kleuren het mooist als ze elkaar in de groep kunnen imponeren.
Meloenbarbeel (Haludaria fasciata): vreedzame schoolvis, pittige eter
De meloenbarbeel is een kleine, scholende karperachtige uit de West-Ghats in Zuid-India. In de school is hij doorgaans zeer vreedzaam, maar aan het voer is hij een pittige eter die tragere of schuwere vissen kan wegconcurreren. Houd daarom een gemengde groep van minstens acht tot tien dieren in een bak met een bodem van minstens 90 bij 30 centimeter, bij 22 tot 26 graden. Koop bewust één kleurvorm: de geografisch geïsoleerde vormen meng je niet, omdat menging tot hybridisatie kan leiden.
Mesoheros festae (rode terrorcichlide): eerst de stevige solobak, dan de felle kleur
De rode terrorcichlide Mesoheros festae is een forse, felgekleurde cichlide uit Ecuador en Peru. Hij hoort in een ruime solobak of bij een gevestigd man-vrouwpaar: uitzonderlijk territoriaal, een dagelijkse graver en een springer die een goed gesloten bak vraagt. Stevige inrichting en krachtige filtratie horen erbij. Wie dat biedt, krijgt een indrukwekkende vis waarvan de vrouwtjes hun felle rood behouden.
Molly vissen houden: soorten, bak, water en jongen
Een molly is een levendbarende vis van 8 tot 15 cm (zonder staart) die hard, licht basisch water nodig heeft: GH 15–35 °dH, pH 7–8,5 en 21–28 °C. Er zijn drie soorten en veel kweekvormen, zoals de black molly en de ballonmolly. Houd minstens één man op twee vrouwen in een bak met een bodem van 76 tot 91 cm. Zout is niet nodig.
Nannostomus trifasciatus: een kleine potloodvis met duidelijke eisen aan ruimte, groep en voer
Nannostomus trifasciatus is een slanke, hooguit enkele centimeters lange potloodvis uit het Amazonegebied. De mannetjes zijn onderling pittig: zonder ruimte en een groep van liefst 10 of meer kan het tot letsel komen. Wie een bak van minstens 75 bij 30 centimeter, passend en liefst zacht water, plus dagelijks klein levend of diepvriesvoer kan bieden, krijgt er een levendige, sierlijke groepsvis voor terug.
Neolamprologus leleupi houden: één paartje, veel rotsen en strak waterbeheer
Neolamprologus leleupi is een gele rotsbewoner uit het zuiden van het Tanganyikameer. In het aquarium is het een vis voor wie hem als één paartje houdt in een ruime bak met veel holen, hard en basisch water en consequent onderhoud. Ondanks zijn populariteit is dit geen makkelijke vis: hij is agressief tegen soortgenoten en gevoelig voor verslechterende waterkwaliteit.
Neolamprologus pulcher (Daffodil): paarvis voor een rotsbak met hard, alkalisch water
De Daffodil-cichlide (Neolamprologus pulcher) is een kleine cichlide uit het Tanganyikameer die als hecht paar leeft: man en vrouw verdedigen samen hun territorium en grotere jongen verdedigen het broedgebied mee. Hij vraagt hard, alkalisch water, veel stabiel rotswerk en zorgvuldig gekozen medebewoners; andere leden van het Brichardi-complex horen er niet bij.

Nimbochromis fuscotaeniatus: een solitaire viseter uit het Malawimeer
Nimbochromis fuscotaeniatus is een forse, visetende cichlide uit het zuidelijke deel van het Malawimeer. Hij kan 25 cm lang worden, leeft in het meer meestal alleen en eet kleine vissen. Die drie punten bepalen je keuze: voldoende ruimte, geen kleine medebewoners en een voedingsplan voor een roofvis. Deze gids laat zien wat bronnen daarover onderbouwen en waar je vóór aankoop zelf moet controleren.
Nimbochromis venustus: ruimte, hard water en weloverwogen gezelschap voor een grote Malawiroofvis
Nimbochromis venustus, in de handel ook Giraffe Cichlid of Giraffe Hap genoemd, is een grote Malawi-cichlide die zich volgens naslagwerk roerloos als dood voordoet om prooi te lokken. Deze vis vraagt veel ruimte, warm hard basisch water en een bewuste keuze van het gezelschap: kleinere mbuna en jonge vissen tellen als voer. Een bodemvlak van 120 × 45 centimeter is het formaat dat Seriously Fish aanbeveelt bij een vis van 25 cm; plan daar niet zomaar onder. Bij een harem of grote medebewoners geeft de bron geen ruimere maat op, dus kies zo'n combinatie alleen in een bak die dat werkelijk aankan. De man houd je alleen of samen met meerdere vrouwen; kies buren die duidelijk te groot zijn om als prooi te dienen.
Notropis chrosomus (rainbow shiner): koel, zuurstofrijk water en een school vanaf tien
Notropis chrosomus, in het Engels rainbow shiner, is een kleine Noord-Amerikaanse schoolvis voor helder, zuurstofrijk en relatief koel water met wat stroming en een grindbodem. De vissen blijven rond de 5 tot 8 centimeter, zijn rustig en vooral bodemgericht. Houd er minstens tien samen: kleinere groepen kunnen schuw worden. Kamertemperatuur van 18 tot 22 graden volstaat; plotselinge temperatuurwissels vermijd je.
Otocinclus: verzorging, voeding en een geschikte groep
Otocinclus is een kleine grazende meerval voor een stabiel, beplant aquarium. Zorg voor blijvend beschikbaar voedsel, rustige medebewoners en een passende groep. Controleer dagelijks of ieder dier eet en op gewicht blijft; vermagering vraagt aandacht voor voeding, waterkwaliteit én mogelijke ziekte.

Paradijsvis: temperatuur, territorium, schuimnest en kweek
De paradijsvis (Macropodus opercularis) is een labyrintvis voor koel water: 10–22 °C, vaak zonder verwarming. Hij wordt 6,7–8 cm (SL), vraagt een grondvlak vanaf 80 × 30 cm voor een paar of 100 liter voor een man met twee vrouwen, en bouwt een schuimnest met 400–600 eieren. Houd nooit twee mannen samen in een gewone bak.
Placidochromis electra (Deepwater Hap): rustige Malawi-cichlide voor een ruime zandbak
Placidochromis electra, in het Engels Deepwater Hap genoemd, is een vreedzame cichlide uit het Malawimeer die boven open zandbodems leeft. Hij kan zonder staartvin zo'n 20 centimeter lang worden, met staartvin dus langer, en vraagt daarom een ruime bak met een zachte zandbodem, meerdere wijfjes per man en rustig gezelschap. In een drukke mbuna-gemeenschap past hij niet. Wie ruimte en zand kan bieden, krijgt een kalme vis met een eigen, rustige manier van foerageren.
Platydoras costatus: schuilende bodemmeerval met een naamverwarring
Platydoras costatus leeft op de bodem en verschuilt zich in zand of tussen ondergedompeld hout. De vis die in de handel onder deze naam wordt verkocht is doorgaans een andere soort, Platydoras armatulus; het verzorgingsadvies hieronder volgt die handelsvis, die nachtactief en schuw is. Reken op 24 centimeter zonder staartvin en een bak van minstens 120 centimeter, met gedempt licht, ruime schuilplaatsen en zinkend voer na het licht uit. Kleinere vissen zijn niet veilig; bij het vangen let je op stekels die in het net blijven haken.
Platy (Xiphophorus maculatus): verzorging, aquarium en jongen
De platy is een vreedzame, kleurrijke levendbarende vis van 4 tot 6 cm uit Midden-Amerika en een van de beste vissen voor beginners. Houd hem in middelhard tot hard water (pH 7-8, GH 10-25) bij 20-26 °C, in een bak vanaf 60 cm, met één man op twee tot vier vrouwen. Reken op jongen: elke vier tot zes weken een worp van gemiddeld 20 tot 40.
Posthoornslak in het aquarium: herkennen, verzorgen en beheersen
De posthoornslak (in het Engels ramshorn snail) is een platte, opgerolde slak die algen, aanslag en voerresten opruimt. In de handel gaat het meestal om de Florida-schijfhoren Planorbella duryi, in rood, roze, blauw of bruin. Hij plant zich snel voort, dus het aantal slakken laat zien hoeveel voer er over is. Herkennen, verzorgen en te veel slakken aanpakken zonder gif.
Pristella maxillaris (x-ray tetra): school, ruimte en rustig gezelschap
De x-ray tetra (Pristella maxillaris) is een kleine, vreedzame schoolvis met een fijne zwart-wit-gele tekening. Een bak van 60 cm of een bodem van 60 bij 30 cm geldt in de naslagen als kleinste te overwegen formaat. Houd hem met minstens 6, liever 10 of meer soortgenoten, geef gevarieerd klein voer en combineer hem liever met rustige vissen van vergelijkbare grootte.
Protomelas fenestratus (Fenestratus): rotsbak, hard water en rustig Malawigezelschap
Protomelas fenestratus, kortweg Fenestratus, is een Malawicichlide die in de natuur sediment van rotsen blaast om er eetbaars uit te peuteren. Hij geldt als zachtmoedig voor een cichlide, maar mannen verdedigen een broedterritorium. Je kiest hem voor een ruime rotsbak met zand, hard basisch water en rustige Malawi-medebewoners in plaats van een drukke mbuna-groep.
Protomelas taeniolatus (Red Empress): rotsbak, harem en vezelrijk voer
Protomelas taeniolatus is een robuuste maar vreedzame Malawi-cichlide; Red Empress is een populaire kleurvorm ervan. Hij vraagt een rotsbak met hard, alkalisch water, een bodemvlak van minimaal 120 × 45 cm, één mannetje met meerdere wijfjes en een dieet met een groot aandeel plantaardig voer; hou de porties klein, want de vis is gulzig en wordt snel te zwaar.
Pseudomugil furcatus: verzorging, voeding en kweek van de vorkstaart-blauwoog
Pseudomugil furcatus is een kleine, vreedzame blauwoog die pas echt tot leven komt in een groep van acht tot tien dieren. De vis vraagt een biologisch rijpe, dicht beplante bak met helder en zuurstofrijk water, plus klein voer dat hij uit de waterkolom opneemt. Wie een bodemoppervlak van 60×30 centimeter kan bieden en klein, passend voer gecontroleerd aanbiedt, krijgt een levendige school waarin mannetjes zichtbaar om de aandacht van de vrouwtjes pronken.
Ramirezi houden: warm water, een rijpe bak en een beschutte bodem
De ramirezi (Mikrogeophagus ramirezi) is een kleine dwergcichlide voor een warm, rijp aquarium met beschutting en fijn zand. Een richtpunt binnen 27–30 °C, passend zacht water en aandacht voor zuurstof vormen samen de basis. Kijk vooral bij het voeren: deze bodemgerichte vis moet ook tussen zijn medebewoners werkelijk aan eten komen.
Rasbora: zes soorten vergeleken op water, groep en ruimte
Rasbora is een handelsnaam voor kleine schoolvissen uit vier geslachten, met elk eigen eisen. De zes bekendste worden 2 tot 4,5 cm, vragen minstens 45 × 30 of 60 × 30 cm bodem en een groep van 8–10 dieren; de galaxy liefst 20. De hardheid loopt uiteen van GH 1–5 tot 5–15 °dH. Zo kies je de soort die bij jouw water past.
2 verdiepende artikelen in rasbora’s kiezen
- Galaxy rasbora houden De galaxy rasbora (Danio margaritatus) wordt hooguit 2,1 cm en hoort in een groep van liefst twintig dieren, op een bodem van minstens 45 × 30 cm. Houd 20–26 °C, pH 6,5–7,5 en GH 5–15 °dH aan, plant de bak dicht en geef klein voer dat onder het oppervlak blijft: deze schuwe Danio eet zelden bovenaan.
- Chili rasbora houden De chili rasbora (Boraras brigittae) wordt ongeveer 2 cm en is een schuwe schoolvis uit de zwartwaterbeken van Borneo. Houd minstens 8 tot 10 dieren in een rijpe, dichtbeplante bak met een bodem van 45 × 30 cm en zacht water van 20–28 °C en pH 4–7. Zo herken je de echte chili, kies je medebewoners en kweek je de jongen op.
Redeye puffer (Carinotetraodon lorteti): een territoriale kogelvis voor de soortbak
Carinotetraodon lorteti, in de handel bekend als Redeye puffer, is een kleine zoetwaterkogelvis uit Zuidoost-Azië die in principe alleen hoort in een rijk ingerichte soortbak. De vis is territoriaal en bijt vinnen van medebewoners, vooral in kleinere bakken. Reken op een bodem van minstens 60 × 30 centimeter, zacht tot matig hard water, een rustige stroming en regelmatig voer met harde schelpdelen, zoals slakken, om de doorgroeiende tandplaten kort te houden. Regelmatige kleine waterwissels horen erbij, want de soort verdraagt verslechterende waterkwaliteit slecht.
Roodkopzalm (Petitella bleheri): schoolvis voor zacht water en gedempt licht
De roodkopzalm is een kleine, vreedzame schoolvis die je niet als solitair of in hard water moet houden. Petitella bleheri vraagt om een school van minstens 7 exemplaren, zacht en licht zuur water, en een bak met open zwemruimte, planten en gedempt licht. Wie rustige medebewoners kiest en de waterwaarden meet, krijgt een levendige school die vooral in de onderste en middelste waterlaag beweegt.
Satanoperca jurupari (Demon Eartheater): zand, groep en een rijpe bak
Satanoperca jurupari, in de hobby bekend als Demon Eartheater of aardeter, zeeft zijn eten uit het zand. Zacht substraat is daarom de kern van zijn verzorging, samen met een bakbodem van ten minste 210 × 60 cm voor een groep van vijf tot acht vissen. Buiten de broedtijd is hij vreedzaam, maar hij hoort alleen in een biologisch rijpe bak met grote wekelijkse waterwissels.
Slakken in aquarium: soorten herkennen, eitjes en verzorging
Slakken in je aquarium herken je aan de schelp: een platte schijf is een posthoorn (tot 25 mm), een gladde schelp met de opening links een blaashoren (tot 15 mm) en een smalle toren een torenslak (17–24 mm). Ze eten algen en voerresten; een plotselinge toename wijst meestal op te veel voer. Zo herken je soorten en eitjes en houd je ze goed.
1 verdiepende artikelen in aquariumslakken herkennen
Steatocranus casuarius: hoppende lionhead-cichlide voor een paar met zand en rotsholen
De lionhead-cichlide (Steatocranus casuarius) is een Afrikaanse cichlide die niet vrij zweeft maar met korte hopjes over de bodem beweegt. Je houdt hem als paar in een bak met zand, stevig vastgezette rotsholen en wat stroming. Hij eet gevarieerd, niet te vet voer en verdedigt zijn hol fel, zeker rond het broed.
Sumatraan: schoolgrootte, ruimte en passende medebewoners
De sumatraan (in deze gids Puntigrus tetrazona) is een actieve groepsvis die ruimte en zorgvuldig gekozen medebewoners nodig heeft. Acht tot tien of meer dieren is het aangehaalde praktijkadvies; Alquarium rekent met minimaal 100 liter én voldoende zwemlengte. Een passende groep helpt, maar is geen garantie tegen opjagen of vinbijten.
Synodontis njassae: hard water, rotsholen en robuuste medebewoners
Synodontis njassae, ook Malawi squeaker genoemd, is een meerval uit het Malawimeer. Hij hoort in hard, alkalisch water met rotshopen die holen vormen, en past alleen bij robuuste medebewoners. Reken op een bodemoppervlak van minstens 120 × 30 cm, water van 23–28 °C en een weinig kieskeurige eter die kleine vissen als prooi kan zien.

Thoracocharax stellatus (spotfin hatchetfish): schoolvis voor een grote, goed afgedekte bak
Thoracocharax stellatus is een zilverglanzende bijlzalm die in een school vlak onder het wateroppervlak leeft. Hij is vreedzaam maar schrikachtig en kan in één sprong meerdere meters overbruggen. De vis vraagt daarom een ruime bak met een oppervlak van minstens 120 × 45 cm, zacht tot middelhard water, een strak sluitende afdekking, drijfplanten en een groep van minstens vijf tot zes dieren. Wie daarbij insectenrijk voer biedt, haalt een bijzondere oppervlaktebewoner in huis.
Trichopsis pumila (pygmy gourami): klein en thuis tussen de planten
De pygmy gourami (Trichopsis pumila) is een kleine labyrintvis uit Zuidoost-Azië. Je houdt haar in een paar of kleine groep in een dichtbegroeide, kalme bak met een bodemoppervlak van 45 × 30 centimeter of gelijkwaardig. Ze vraagt zacht tot matig hard water van 22–28 °C, rustig gezelschap van dezelfde grootte en fijn voer met kleine levende of diepvrieshapjes. Dek de bak goed af: ze springt en haalt als labyrintvis af en toe adem uit de vochtige luchtlaag boven het water.
Trigonopoma pauciperforatum (redstripe rasbora): schoolvis voor zacht, zuur water
De redstripe rasbora (Trigonopoma pauciperforatum) is een slanke, rustige schoolvis voor zacht water met een pH van zuur tot neutraal. Hij vraagt een bakvoet van minstens 90 bij 30 centimeter, een school van acht of meer en rustige medebewoners die hem bij het voeren niet wegjagen. Klein droogvoer plus muggenlarven, Daphnia en Artemia houden hem in conditie; de kleur van zijn lengtestreep verschilt per dier en moment.
Vuurgarnalen houden: verzorging, waterwaarden en kweek
De enige garnaal in de hobby die zijn hele levenscyclus in zoet water doorloopt. Een handvol dieren wordt binnen een jaar een kolonie, zonder dat jij iets doet. En wie hier op osmosewater overstapt "omdat dat beter is voor garnalen", veroorzaakt precies de vervellingsproblemen die hij dacht te voorkomen.
Vuurneon (vuurzalm): verzorging, school en medebewoners
De vuurneon of vuurzalm (Hemigrammus erythrozonus) is een klein, vreedzaam schoolvisje met een opvallende oplichtende streep, dat het mooist uitkomt in een passend ingericht aquarium met gedempt licht, een donkere bodem en beschutting. Hij vraagt een rustige school van voldoende grootte en rustige medebewoners van vergelijkbaar formaat.
Vuurstaartlabeo: ruimte, voeding en rekening houden met territorium
De vuurstaartlabeo, Epalzeorhynchos bicolor, is een actieve bodemgerichte karperachtige uit Thailand. Zijn rode staart maakt hem opvallend, maar vooral zijn territoriumgedrag bepaalt of hij bij je aquarium past. Plan voor een volwassen dier, geef hem eigen schuilruimte en voedsel, en kies medebewoners zorgvuldig.
Zebradanio (zebravis): verzorging, temperatuur en school
Twee dingen die iedereen over deze vis denkt te weten, kloppen niet. Hij hoort niet in een onverwarmde bak — krijgt hij de keuze, dan zwemt hij naar bijna 29 graden — en hij is niet geschikt om een bak mee in te draaien, juist omdat hij dat overleeft.
Zwaarddrager houden: zwemruimte, gezelschap en aanwas
De zwaarddrager (Xiphophorus hellerii) is een actieve levendbarende voor een lange bak met vrije zwemruimte en beschutting. Kies passend water en een doordachte groepssamenstelling, en maak vooraf een plan voor de jongen. Ook een eerder bevrucht vrouwtje zonder aanwezige man kan nog nakomelingen krijgen.
Staat je vraag er niet bij?
Beschrijf je situatie, dan zoekt de assistent het artikel erbij dat erover gaat — en vertaalt het naar jouw bak.
Vraag het Alquarium