Naar de inhoud
ALQUARIUM Vraag het Alquarium

Vissen

Guppentemperatuur: een snelheidsknop, geen comfortknop

Bij de gup is temperatuur geen comfortknop maar een snelheidsknop: warmer betekent sneller jongen, eerder rijpe mannetjes en al bij 27,8 graden gemeten sterfte onder de moeders. Dat er op internet alles tussen de vijftien en de dertig graden staat, komt doordat vrijwel geen pagina erbij schrijft of haar getal een advies is of een tolerantie. Kort: 24 graden, en zorg dat hij niet richting de 28 kruipt. Hieronder staan de elf opgaven met hun herkomst ernaast, en daarna wat er wél gemeten is.

23 min lezen

24graden, de stand die je aanhoudtbinnen 23-25, de enige adviesband waarop meer dan één bron uitkomt, en binnen de 23-24 uit de lopende tekst van FishBase, het enige temperatuurgetal in de vergelijking met referenties eronder [literatuurrichtlijn]
43 tegen 1dode vrouwtjes, 27,8 tegen 24,4 gradenvan 107 respectievelijk 109 dieren, in zestien weken na het volwassen worden [gemeten, Chung e.a. 2026]
4-12dagen embryotijd bij 30 gradentegen 18 tot 22 dagen bij 27 graden, in dezelfde proef en dezelfde maat [gemeten, Arfah e.a. 2005]
30graden, hier is de schade zichtbaarafwijkende wervels bij een deel van de jongen, en bij 33 graden geen nageslacht meer; tussen 27,8 en 30 graden is niets gemeten [gemeten, Arfah e.a. 2005]
18graden, hieronder blijft de verwarmer erineen praktijkregel van twee pagina's zonder bron, geen meting; tussen 18 en 22 graden zit je onder elk advies dat een bron ergens op steunt, en onder alle adviesbanden op een na: alleen de winkelpagina van Tom&Co zet 18 graden nog binnen zijn opdracht, en die pagina noemt geen bron [praktijkregel]

In het kort

  • Elf bronnen geven zeven verschillende temperatuurbereiken voor de gup. Twee banden komen meer dan één keer voor, 23 tot 25 en 18 tot 28, maar geen van die pagina's schrijft erbij waarop de band steunt; het enige getal dat op iets anders uitkomt dan een aquariumboek uit 1991 is de 23 tot 24 uit de lopende tekst van FishBase, met drie eigen referenties.
  • Temperatuur werkt op de klok: de gemeten embryotijd vóór de geboorte was 4 tot 12 dagen bij 30 graden, tegen 18 tot 22 dagen bij 27. In dezelfde proef kwamen er bij 30 graden ook minder jongen, gemiddeld tien tegen zestien.
  • Warmte kost, en dat is aan twee kanten gemeten: bij 27,8 graden gingen 43 van de 107 vrouwtjes dood in zestien weken tegen 1 van de 109 op 24,4 graden, en hoger komen daar afwijkende wervels bij 30 graden en helemaal geen nageslacht bij 33 graden bovenop.
  • Zonder aquariumverwarming kan het, maar alleen als je meet. Zakt de ochtendmeting onder de achttien graden, dan blijft de verwarmer erin. En tussen 18 en 22 graden zit je onder elk advies dat een bron ergens op steunt, en onder alle adviesbanden op een na: alleen de winkelpagina van Tom&Co zet 18 graden nog binnen zijn opdracht, en die pagina noemt geen bron. Dat is dus een bewuste inlevering op tempo en groei, geen gelijkwaardig alternatief.
  • De gup verdraagt zout water tot in de orde van zeewater, maar alleen als de gewenning maanden duurt. Dat is een tolerantie, en geen reden om een zoetwaterbak te zouten.

Wat betekent dit voor jouw bak?

Alquarium leest dit artikel mee en denkt met je mee over jouw aquarium. Gratis, geen account nodig.

Bij de gup bepaalt de stand van je verwarmer vooral hoe snel de bak volloopt, niet hoe gelukkig de vissen zijn. Wat staat er op je thermometer in het water, en wat staat er op de knop? Dat verschil is meestal het halve gesprek.

  • Of begin hiermee:

Elf bronnen, zeven bereiken, en één getal dat je kunt narekenen

Tussen de laagste en de hoogste opgave voor guppen zit vijftien graden. Dat lijkt onenigheid tussen deskundigen, maar meestal is het iets anders: de ene pagina schrijft op wat je moet instellen, de andere wat het dier verdraagt, en bijna niemand zegt erbij welke van de twee hij bedoelt. Daarom staat die vraag hier in een eigen kolom.

Bron Wat er staat Advies of tolerantie Waar het op steunt
LICG 23 tot 25 advies, uitgeschreven als opdracht voorlichting, geen bron per waarde
OATA 20 tot 28 niet te zien zorgblad van de Britse brancheorganisatie voor de siervishandel
FishBase 18 tot 28 tolerantie, het klimaatveld één referentie: een Duitse aquariumatlas uit 1991
Seriously Fish 17 tot 28 door ons als tolerantie gelezen, staat onder Water conditions houderijopgave, geen bron per waarde
Wikipedia NL 23 tot 25 niet te zien eigenschappenveld zonder voetnoot
Tropischevissengids niet lager dan 15 tot 18, optimaal 23 tot 25 allebei, netjes uit elkaar gehouden hobbysite, geen bron
Tom&Co 18 tot 28, en nooit onder 18 advies, uitgeschreven als opdracht winkelpagina, geen bron
SuperGuppy 18 tot 28 niet te zien: "hebben het naar hun zin bij" hobbysite, geen bron
GuppyClub 24 tot 28 advies, "de ideale" hobbysite, geen bron
AquaInfo 20 tot 30 niet te zien hobbysite, geen bron
Aquariumfans 20 tot 25 niet te zien hobbysite, geen bron

Elf bronnen, zeven verschillende bereiken. Vier ervan zijn naslag of voorlichting [literatuurrichtlijn]: LICG, OATA, FishBase en Seriously Fish. Wikipedia NL heeft de vorm van naslag, maar draagt bij deze waarde geen bronvermelding — verderop in dit hoofdstuk staat waarom dat uitmaakt. De zes daaronder zijn hobby- en winkelpagina's [praktijkregel].

Twee banden komen meer dan één keer voor. Op 23 tot 25 komen LICG, Wikipedia en Tropischevissengids uit; op 18 tot 28 het klimaatveld van FishBase, Tom&Co en SuperGuppy. Bij allebei geldt hetzelfde bezwaar: geen van die zes pagina's schrijft erbij waaróp de band steunt. LICG geeft de opdracht kaal, het Wikipedia-veld heeft geen voetnoot, en achter het FishBase-veld hangt precies één aquariumboek. Drie pagina's die hetzelfde zeggen zijn dus geen drie metingen; het kan net zo goed één keer overschrijven zijn.

Het verschil zit ook niet in de status van de site. De breedste opgaven komen deels juist van de naslagbronnen, en de 20 tot 28 komt van de brancheorganisatie voor de siervishandel. Wat verschilt is wat het getal wíl zijn. Seriously Fish zet zijn bereik onder het kopje Water conditions: de omstandigheden waarin de soort het hóudt. LICG schrijft een opdracht. Een tolerantie is geen aanbeveling, en bij zes van de elf pagina's is aan niets te zien welke van de twee je voor je hebt.

Dat Seriously Fish een tolerantie bedoelt, is wel onze lezing en geen mededeling van de site. Dezelfde pagina schrijft namelijk onder Equipment dat je voor een bak van deze maat ongeveer 50 watt nodig hebt om 17 tot 28 graden vast te hóuden, en dat zet precies dezelfde band neer als iets wat je instelt. Twee zinnen op één pagina die elkaar bijten. Wij lezen de eerste, omdat 17 graden vasthouden bij een tropische levendbarende geen doel is dat iemand serieus nastreeft. De rekenhulp uit die tweede zin gebruiken we verderop wél, maar dan als rekenhulp voor het vermogen en niet als temperatuuradvies.

Het enige getal dat niet op een aquariumboek uitkomt

Dat zit verstopt bij de bron die er tot nu toe het slechtst uitkomt. Op de FishBase-pagina staat het brede 18 tot 28 in het klimaatveld, en daaronder hangt precies één referentie: Ref. 1672, de Aquarien Atlas van Riehl en Baensch uit 1991, een Duits hobbyboek van 992 bladzijden. Twee alinea's lager schrijft dezelfde pagina in gewone zinnen dat de soort tamelijk warm water nodig heeft om te overleven, 23 tot 24 graden, en dáár staan drie heel andere referenties bij [literatuurrichtlijn].

Wie het eerste FishBase-getal overschrijft, kopieert een aquariumboek uit 1991 en denkt dat hij een database citeert.

Bij Wikipedia loopt het spoor de andere kant op dood. De 23 tot 25 in het eigenschappenveld draagt geen voetnoot; de 18 en de 15 graden die verderop voor Nederlands buitenwater genoemd worden wél. De eerste verwijst naar Nijssen en De Groot uit 1987, en in de guppenparagraaf van dat stuk staat geen enkel temperatuurgetal — ik heb hem nagelezen. De tweede verwijst naar een hobbysite.

Geen van de elf opgaven hierboven komt dus uit een proef. Wat temperatuur bij deze soort werkelijk doet, is wél gemeten, en dat staat hieronder.

Temperatuur werkt op de klok

Onderzoekers van de landbouwuniversiteit in Bogor hielden guppenmoeders op 27, 30 en 33 graden. Het eerste dat daaruit komt is de duur: de door de onderzoekers gemeten embryotijd vóór de geboorte was 18 tot 22 dagen bij 27 graden en 4 tot 12 dagen bij 30 [gemeten, Arfah e.a. 2005]. Vanaf welk moment die klok loopt, staat er niet bij; het abstract heeft alleen "incubation time of embryo before birth", en de Indonesische versie zegt hetzelfde [hiaat]. Dat is dus de duur binnen díe opzet; leg hem niet naast de draagtijd van de gup zoals de naslagbronnen die opgeven, want dat is een andere maat.

Het tweede is het aantal. Moeders op 27 graden kregen gemiddeld zestien jongen, op 30 graden tien [gemeten, Arfah e.a. 2005]. Het abstract zegt niet of dat per worp is of over de hele proef geteld, en dat is geen detail: zonder dat gegeven weet je niet welke maat je in handen hebt. Nog een kanttekening bij dezelfde zin: de Engelse samenvatting schrijft "16 males mean" waar de Indonesische "rata-rata 16 ekor" heeft, gemiddeld zestien stuks. De oorspronkelijke taal wint.

Een tweede, oudere meting legt het accent anders. Israëlische onderzoekers testten twee kweekstammen tussen 20 en 32 graden. Temperatuur veranderde bij beide stammen het broedinterval; de worpgrootte veranderde maar bij één van de twee, de red cobra. Hun conclusie: de beste jongenproductie kwam uit bij 25 tot 27 graden [gemeten, Dzikowski e.a. 2001, abstract]. Die nuance per stam wordt in navertellingen vrijwel altijd weggelaten, en dan wordt "de worpgrootte veranderde niet" een halve zin. Of de twee proeven elkaar op het aantal tegenspreken, valt uit de abstracts niet uit te maken: de een telt per worp, de ander telt jongen per moeder zonder erbij te zetten over welke periode.

Drie graden hoger is geen kwestie van comfort. Het is een embryotijd die in dezelfde proef anderhalf tot vijf keer zo kort werd.

Dat merk je niet aan het dier. Je merkt het aan het aantal dieren, drie maanden later, en aan de vraag wat je met dat guppenoverschot gaat doen.

Bij dertig graden gaat er zichtbaar iets stuk, maar het begint eerder

Het scherpste cijfer komt uit Australië. Een groep hield vrouwtjes vanaf de geboorte op 24,4 of 27,8 graden en volgde ze zestien weken lang nadat ze volwassen waren geworden. Bij de hoge temperatuur gingen 43 van de 107 vrouwtjes dood, tegen 1 van de 109 bij de lage [gemeten, Chung e.a. 2026]. Ze groeiden er bovendien langzamer en kregen minder en kleinere jongen.

Die proef had een tweede knop, en die hoort erbij: de helft van de dieren kreeg als jong bewust te weinig eten, en de studie is ook naar dat tekort genoemd. Op de sterfte maakte het niets uit. Het verschil hierboven hangt dus aan de temperatuur en niet aan het eten. De onderzoekers vatten hun uitkomst samen als leef snel, sterf jong; wat dat betekent voor de leeftijd die je dieren halen, staat bij de levensduur van de gup.

Hoger wordt het alleen maar duidelijker. In Bogor kwamen er bij 33 graden helemaal geen nakomelingen meer, en bij 30 graden hadden sommige jongen afwijkende wervels; om hoeveel jongen het ging staat er niet bij [gemeten, Arfah e.a. 2005]. In de Israëlische proef ging het bij 32 graden op vier fronten tegelijk mis: sterfte onder moeders én jongen, degeneratie van de eierstokken, kleinere worpen, en alle overlevende jongen werden mannetjes met vormafwijkingen [gemeten, Dzikowski e.a. 2001, abstract].

Let op waar die grens ligt, want het gaat vaak nét verkeerd om. De schade bij dertig graden is gemeten bij dertig, niet pas erboven. En tussen 27,8 en 30 graden is niets gemeten, dus waar het precies begint staat niet vast [hiaat]. Wie leest dat het "tot dertig graden mag" en zijn verwarmer daar netjes onder zet, staat op de rand van het gemeten gebied en niet erbinnen.

Een acuut dodelijk punt noemt dit artikel bewust niet. Zulke getallen bestaan, maar dat zijn laboratorium-eindpunten en geen houderijgrenzen. In de citerende literatuur duikt daarnaast al decennia een "bovenste dodelijke temperatuur van 32 graden" op, teruggevoerd op een studie uit 1954; dat origineel heb ik niet kunnen openen, dus staat het hier niet als feit [hiaat]. Wat je nodig hebt is het praktische plafond. Daar komt een algemener verband bij: hoe warmer het water, hoe minder zuurstof erin past.

Tussen 25 en 30 graden spreken de bronnen elkaar tegen

Veel gezelschapsbakken draaien op 26 tot 27 graden. Dat is wat je in winkels en op forums tegenkomt, geen gemeten Nederlands gemiddelde [praktijkregel]. Boven de adviesband, onder de gemeten schade, en precies daar is de literatuur het niet met zichzelf eens.

Wat naar boven wijst. De Israëlische proef vond de beste jongenproductie bij 25 tot 27 graden [gemeten, Dzikowski e.a. 2001, abstract]. Een Colombiaanse groep mat lengte, geboorten en sterfte bij 24, 28 en 30 graden en goot dat in een stelsel van zes differentiaalvergelijkingen, één per levensstadium, met daarna een populatieprojectie [gemeten plus modelberekening, Campos Gómez e.a. 2024]. Wélke van die drie standen in die projectie het hoogst uitkwam, heb ik bij de bron zelf niet kunnen nalezen: de uitgever gaf 403 en de samenvatting die ik wel kon openen noemt de uitkomst niet [hiaat]. Als steun voor "warmer is beter" telt die studie hier dus niet mee.

Wat naar beneden wijst. Diezelfde vrouwtjes op 27,8 graden: 43 doden op 107 tegen 1 op 109, langzamere groei na de volwassenheid, en minder én kleinere jongen [gemeten, Chung e.a. 2026]. Plus alles wat er bij dertig al stukgaat.

De tegenspraak wordt kleiner zodra je vraagt wát er optimaal is. "Beste jongenproductie" en "hoogste populatiegroei" zijn kweekdoelen: die meten hoeveel er uit de bak komt, niet hoe lang een individueel dier meegaat. De enige meting die rechtstreeks naar het lot van de moeders kijkt, wijst omlaag. In een huiskamerbak waar je geen jongen tekortkomt maar juist over hebt, is dat de maat die telt.

Twee dingen om er eerlijk bij te zeggen. De twee Australische uitkomsten komen uit één onderzoeksgroep met dezelfde opzet en grotendeels dezelfde auteurs; dat zijn geen twee onafhankelijke bevestigingen. En niemand heeft ooit overleving bij 24 tegen 26 graden vergeleken, terwijl dat precies het stapje is dat de meeste lezers overwegen [hiaat].

Staat jouw bak al jaren op 26, dan is dat geen fout. Maar de enige meting die dit rechtstreeks vergelijkt wijst naar beneden, dus zakken mag. Langzaam, en hoe langzaam staat verderop.

Eén tegenwerping hoort hier meteen bij, want vrijwel iedereen heeft hem: in de hobby geldt warmer juist als middel tégen ziekte. Het bekendste geval is opstoken bij een stipuitbraak, om de cyclus van de parasiet te versnellen. Kuren die daarvoor op 28 tot 30 graden mikken, zitten op of over de grens waar hierboven schade is gemeten — en wat drie dagen doet tegenover een heel jaar is nooit vergeleken [hiaat]. Scheid daarom twee dingen. Of een lagere stand bínnen de adviesband meer ziekte oplevert, is bij deze soort niet onderzocht [hiaat]. Dat een plotselinge dáling een aanleiding kan zijn, komt uit de hobby en is voor guppen niet gemeten [praktijkregel]; het is wel de reden om te zakken in plaats van de knop om te draaien. Wat er bij deze soort werkelijk misgaat en in welke volgorde je dat nagaat, staat bij guppenziekten.

Warmte duwt mannetjes en vrouwtjes uit elkaar

De zusterstudie uit hetzelfde lab, met dezelfde 24,4 tegen 27,8 graden, keek naar het opgroeien. De uitkomst gaat tegen de intuïtie in: bij de hogere temperatuur werden vrouwtjes later volwassen en groter, en mannetjes juist eerder volwassen en kleiner [gemeten, Moura-Campos e.a. 2025].

Ook hier zat een voedselknop in. Een tekort in de eerste weken stelde de volwassenheid van de vrouwtjes uit, en bij de hoge temperatuur veel sterker dan bij de lage: 12,4 tegen 4,9 dagen [gemeten, Moura-Campos e.a. 2025]. De bron zet die twee getallen in een volgorde die je ook andersom kunt lezen; de zin ernaast is ondubbelzinnig dat het verschil bij de hoge temperatuur het grootst was. Warmte maakt een tekort dus niet lichter maar zwaarder.

En het gevolg dat je terugziet zodra een bak echt te warm loopt: in Bogor werd bij 30 graden een hoger aandeel mannetjes geboren dan bij 27, en bij 32 graden werden in de Israëlische proef alle overlevende jongen man [gemeten, Arfah e.a. 2005 en Dzikowski e.a. 2001]. Meer mannen op hetzelfde aantal vrouwen betekent meer opjagen, en dat is bij deze soort de belangrijkste welzijnsknop die je zelf in de hand hebt: zie de sekseverhouding bij guppen.

Kan de verwarmer eruit? Meet het, en meet het goed

Bij de meeste tropische vissen is dat geen serieuze vraag. Bij de gup wel, want de rest van de waterchemie past hier al zonder ingrijpen. Warmte is bij deze soort de enige instelling waar je werkelijk iets aan hebt te kiezen. Denk in drie banden.

  • 23 graden en hoger. Je zit op het advies, en op de enige band die ook in de lopende tekst van FishBase terugkomt.
  • 18 tot 22 graden. Hier zit je onder elk advies dat een bron ergens op steunt, en onder alle adviesbanden op een na: alleen de winkelpagina van Tom&Co zet 18 graden nog binnen zijn opdracht, en die pagina noemt geen bron. Je zit wel binnen alle tolerantie-opgaven, maar leun daar niet op: dat zijn precies de velden waarvan hierboven bleek dat ze hun herkomst niet kunnen tonen. Wat je inlevert is met redelijke zekerheid tempo en groei; over gezondheid zegt geen enkele bron iets, en een meting die overleving bij twintig tegen vierentwintig graden vergelijkt bestaat niet [hiaat]. Dit is dus een bewuste inlevering, geen gelijkwaardig alternatief.
  • Onder de 18 graden. Buiten alles. Verwarmer erin [praktijkregel]. En weet waar die achttien vandaan komt: Tropischevissengids houdt "niet lager dan 15 - 18 graden" aan en Tom&Co schrijft dat het water nooit onder de 18 mag zakken. Meer is er niet, twee pagina's zonder bron [hiaat].

Het punt waarop een gup in een laboratorium daadwerkelijk omvalt ligt daar nog ver onder, is wél gemeten, en is geen houderijgrens; die proef staat bij loslaten in de vijver.

Een betrouwbare Nederlandse wintermeting van een onverwarmde bak in een ónverwarmde kamer bestaat niet. Wat er wél ligt zijn twee waarnemingen, allebei uit een verwarmd huis [praktijkregel, forumwaarnemingen]:

  • Februari 2020, een bak in de woonkamer waarvan de verwarmer was uitgevallen: 19,7 graden, in een kamer die "nooit kouder is dan 17 °C".
  • Een open bak van 130 bij 50, het jaar rond zonder verwarming: 20 tot 21 graden in de winter, 25 tot 26 in de zomer. De eigenaar zet er zelf de juiste voetnoot bij: het wordt bij hem 's nachts niet kouder dan 17 à 18 graden, en dat geldt lang niet voor iedereen.

Precies daarom meet je het zelf. Hang een thermometer in het water, niet als plakstrip op de ruit, want die meet de kamerlucht mee. Kies de kant tegenover de verwarmer en niet de uitstroom, en lees hem een week lang af: 's ochtends vroeg en 's avonds, in de koudste week die je te pakken kunt krijgen.

Eén getal beslist, het tweede is context. Zakt de ochtendmeting onder de achttien, dan blijft de verwarmer erin. Het verschil tussen je koudste ochtend en je warmste avond beslist niets, maar het is wel de maat waarmee je twee winters met elkaar vergelijkt; voor een grens daaraan bestaat bij deze soort geen meting [hiaat]. En leg er voor een besluit een tweede thermometer naast. Wijken ze meer dan een halve graad van elkaar af, dan meet je je band en niet je bak [praktijkregel] — over de afwijking van gewone hobbythermometers is niets bruikbaars gemeten [hiaat].

Welk vermogen, als hij erin blijft. Naslag en handel schrijven de verwarmer voor als vast onderdeel van een tropische bak — OATA zegt het plat, en de rest van deze gids sluit daarbij aan. Wat hier staat is de rekenhulp daarachter, en die laat ruimte; waar het zonder kan, staat hierboven. Reken op ruim één watt per liter, ongeveer 1,2. Concreet: veertig liter zo'n 50 watt, zestig liter zo'n 75 watt [praktijkregel, twee rekenhulpen, geen norm]. Neem er een regelbare en stuur op de losse thermometer, niet op de knop. Te zwak houdt in een koude kamer de stand niet bij; te zwaar schiet sneller door als de thermostaat blijft hangen.

Zit er koeler gezelschap in de bak, dan is de keuze al gemaakt. LICG zet de neontetra op rond 24 graden, ons eigen neonprofiel op 22 tot 24, en de gup op 23 tot 25. Vierentwintig is de enige waarde die in alle drie past [afgeleid uit literatuurrichtlijn]. Zet hem daarop en laat hem staan: lager mag, hoger niet, want de neon zit met zijn bovengrens al op 24. De volledige som, ook voor de andere gangbare combinaties, staat bij medebewoners voor guppen.

Wat de verwarmer kost, en waarom twee Nederlandse sommen niet gelijk uitkomen

De vraag hier is niet "wat kost een aquarium", maar "kost die verwarmer mij genoeg om hem eruit te halen". Neem daarvoor de rekenvorm en niet iemands uitkomst:

vermogen in watt × uren dat hij echt aanslaat × 365 ÷ 1000 × jouw tarief per kWh.

Alles hangt aan dat tweede getal, en dat is precies het getal dat niemand kent zonder tussenstekker [hiaat]. Twee scenario's ter indicatie, allebei met 75 watt en 0,40 euro per kWh [praktijkregel, eigen rekensom op een aangenomen brandduur]. Koude kamer, effectief zes uur per etmaal: ongeveer 164 kWh, zo'n 66 euro per jaar. Kamer die zelf al 21 graden is, effectief anderhalf uur: ongeveer 41 kWh, zo'n 16 euro.

Ter context de twee Nederlandse sommen die over de héle bak gaan, inclusief pomp en lampen. Milieu Centraal rekent aquaria onder de "grote energieslurpers": een bak van 60 liter komt daar op ongeveer 300 kWh per jaar, een groot tropisch aquarium met pomp kan naar 1.000 kWh lopen. Die pagina rekent met 0,21 euro per kWh en noemt 60 respectievelijk 210 euro [literatuurrichtlijn, vuistregelberekening, geen eigen meting]. Het eerste bedrag is afgerond, want 300 maal 0,21 is 63. Een Nederlandse verbruikspagina komt voor diezelfde zestig liter uit op 107,28 euro per jaar, ruwweg 268 kWh, gerekend met 0,40 euro per kWh [praktijkregel, rekenpagina]. In kWh liggen die twee dicht bij elkaar; in euro's schelen ze bijna een factor twee, en dat verschil zit niet in het aquarium maar in de aangenomen stroomprijs. Neem dus het kWh-getal en vermenigvuldig met je eigen tarief.

Het antwoord op de vraag hierboven: zestien tot zesenzestig euro per jaar is voor de meeste huizen geen reden om de verwarmer eruit te halen. Wel is hij in een koude kamer meer dan de helft van het verbruik van de hele bak en in een warme kamer ongeveer een zesde. Dat verschil koop je met dat weekje meten.

In de zomer is de verwarmer de eerste verdachte, niet de zon

Begin bij het apparaat en niet bij het weer. Loopt de bak meer dan een graad of twee wármer dan de kamer, dan is de verwarmer de eerste verdachte; een graad of twee brengen de lampen en de pomp er zelf al in, zeker onder een dichte kap [praktijkregel]. Een thermostaat die blijft hangen is de gewoonste reden dat een bak in een huis van 21 graden op 29 staat. Trek de stekker eruit en meet een paar uur later opnieuw. Zakt hij dan, dan is de thermostaat de dader en vervang je hem; eentje die één keer blijft hangen doet dat vaker.

Mag de verwarmer er dan 's zomers standaard uit? Het levert niets op, en het is zelfs onhandig: een werkende thermostaat springt boven zijn instelpunt vanzelf niet aan, dus hij kost dan niets en doet dan niets. Eruit trekken levert alleen het risico op dat je vergeet hem terug te zetten.

Wordt het buiten dertig graden, dan loopt een afgedekte bak in een warme kamer daar rustig achteraan. En dertig is precies het getal waarbij hierboven schade is gemeten. Wat je dan kunt doen, in volgorde van effect:

  • Een ventilator schuin over het wateroppervlak. Veruit de zwaarste maatregel, en de enige waar een ordegrootte bij te vinden is: drie ventilatoren op 170 liter geven 2 tot 3 graden. Een handvol ventilatoren — de waarnemer meent zes — haalde er continu draaiend zo'n 4,5 af, zonder dat het bakvolume erbij staat [praktijkregel, forumwaarnemingen, geen gecontroleerde proef]. Voor één ventilator op een gewone bak is nergens een getal te vinden [hiaat]. Het werkt door verdamping, en daarom kán het onder de kamertemperatuur zakken; daarom blaas je ook over het water en niet de kamer in. Keerzijde: het peil zakt merkbaar, dus vul dagelijks bij.
  • Haal de kap eraf of zet hem op een kier, zodat die verdamping kan gebeuren.
  • Laat de lampen korter branden en houd de zon van de bak af.
  • Geef minder eten. Warm water houdt minder zuurstof vast terwijl de vissen juist actiever zijn, en verteren kost zuurstof.

IJsblokjes in de bak gooien hoort niet in dit rijtje. Niet omdat kou verkeerd is, maar omdat het een sprong is in plaats van een daling. Een Nederlandse guppensite doet het netter: een bevroren plastic fles in het water, die langzaam smelt, en niet overdrijven [praktijkregel].

Eén ding is niet gemeten: het verschil tussen drie dagen dertig graden in een hittegolf en een bak die er het hele jaar op staat. In Bogor en in Israël werden de dieren permanent op die temperatuur gehouden. Een korte zomerpiek is dus niet zomaar dezelfde schade, maar ook geen reden om er niets aan te doen [hiaat].

Verander de stand langzaam, want ook hier beslist het tempo

Staat je bak op 28 en wil je naar 24, dan is dat vier graden. Vier graden in één middag is iets heel anders dan vier graden in vier dagen, en die vraag krijgt zelden antwoord.

Voor temperatuur is het bij de gup niet gemeten [hiaat]. Wat er wél ligt is de zoutproef hieronder, en die laat zien dat bij deze soort het tempo van een verandering de afloop kan bepalen. Direct overgezet ging boven 28 gram zout per liter alles dood. In stapjes van twee weken overleefden dezelfde dieren 38 [gemeten, zie hieronder]. Hetzelfde eindpunt, een andere afloop. Dat is een analogie en geen bewijs — osmotisch wennen is een ander mechanisme dan opwarmen — maar het is wel de reden dat de vuistregel hier zo luidt: ongeveer één graad per dag, en stuur op de losse thermometer [praktijkregel].

Die regel gaat over de stand waarop je bak blijft staan, niet over de tijdelijke dip als je een deel van het water ververst; dat vangt de rest van het volume meteen weer op. Toch is dat wel de plek waar het in de praktijk misgaat. Een Nederlandse guppensite waarschuwt tegen "extreme" verversingen met koud water, en in één van de geraadpleegde forumdraden wordt een te koude beurt genoemd als aanleiding voor een stipuitbraak, daar overigens niet over guppen maar over kardinaaltetra's [praktijkregel, forumwaarneming]. Vul dus aan met water dat ongeveer op temperatuur is, en meet dat een paar keer voor je het op gevoel gaat doen.

Aquariumzout: dat hij het verdraagt is iets anders dan dat hij het nodig heeft

Dat de gup brak water aankan is geen hobbypraatje. Het is gemeten, en verrassend precies. Eerst de eenheid: ppt is delen per duizend, grofweg gram zout per liter, en nul is zoet.

Onderzoekers in Sri Lanka namen wilde dieren uit een kanaalstelsel en zetten twee reeksen naast elkaar. In de eerste werden ze twaalf weken lang direct overgezet naar negen zoutgehalten tussen 0 (controle) en 35 ppt; welke standen daartussen precies zijn getest, staat niet in de samenvatting. Daar vielen de eerste vissen om bij 10 ppt, tien procent sterfte na dag vier. Bij 28 ppt haalde de helft het einde van week twaalf, en boven 28 ging alles dood. In de tweede reeks werd het zout stapsgewijs opgevoerd, 5 ppt per twee weken, tot 38 ppt. Die vissen overleefden dat met twintig procent sterfte, en plantten zich nog voort bij 35 ppt, een zoutgehalte in de orde van zeewater [gemeten, Pethiyagoda e.a. 2019]. Dit waren wilde guppen, geen kweekdieren uit de handel; of een winkelvis met een zware staart hetzelfde verdraagt is niet gemeten [hiaat].

Het tempo beslist, niet het eindpunt. Precies daarom is "guppen kunnen in zeewater" een halve waarheid, en geen argument om ergens zout in te gooien.

Wat er in de hobby wordt ingeschept blijft daar ruwweg een factor drie tot tien onder: de gangbare hobbydosering ligt rond één tot drie gram zout per liter [praktijkregel], tegen de 10 ppt waar in deze proef de eerste sterfte begon. Het bezwaar is dus niet dat een schepje meteen dodelijk is, maar dat het nergens voor nodig is en dat planten en garnalen een veel smallere marge hebben dan de gup zelf.

FishBase noemt de soort zoet én brak, en LICG schrijft dat guppen van nature in zowel zoet als brak water voorkomen [literatuurrichtlijn]. Wat in geen van beide staat, is dat zout een gup in zoet water goed doet. De proef laat zien wat hij vérdraagt, niet wat hij nódig heeft. Voor een gewone gezelschapsbak is het oordeel dus kort: niet doen. Eén praktisch bezwaar wordt daarbij zelden genoemd: zout verdampt niet mee. Wie bijvult tegen verdamping en af en toe "een schepje" doet, bouwt het op zonder het te merken.

Zout als middel tégen een ziekte is een ander gesprek. Dat is een behandeling, met een middel en een etiket, en een doseeradvies voor zo'n behandeling staat hier niet; dat reken je na op de verpakking.

De stand die je aanhoudt

  • 24 graden. Binnen 23 tot 25, de enige adviesband waarop meer dan één bron uitkomt, en binnen de 23 tot 24 uit de lopende tekst van FishBase, het enige temperatuurgetal in de hele vergelijking met referenties eronder [literatuurrichtlijn].
  • 24 blijft het ook als er koeler gezelschap in zit. Vierentwintig is de enige waarde die in de opgaven voor de gup én voor de neontetra past; lager mag, hoger niet, want de neon zit met zijn bovengrens al op 24 [afgeleid uit literatuurrichtlijn]. Of één graad lager ook merkbaar minder jongen oplevert, is niet gemeten; het gemeten verband zit hoger, tussen 27 en 30 [hiaat].
  • Boven de 26 wordt het duur. Bij 27,8 graden gingen 43 van de 107 vrouwtjes dood tegen 1 van de 109 op 24,4 [gemeten]; bij 30 komen misvormde wervels erbij en bij 33 stopt de voortplanting [gemeten].
  • Ongeveer één graad per dag als je iets verandert [praktijkregel].
  • Meten met een thermometer in het water, aan de andere kant van de bak dan de verwarmer, en het verschil met de knop noteren. Een instelknop is een instelling, geen meting.

De verwarmer helemaal weglaten is een afweging per huis, niet een eigenschap van de soort: één winterweek meten kost niets en beslist het. En zet er, op welke stand je ook uitkomt, alvast een plan naast voor de jongen die er hoe dan ook komen. Dat aantal beweegt met de temperatuur mee, maar het verdwijnt er niet door.

BronnenLICG, Guppy - "Zorg ervoor dat de watertemperatuur tussen de 23 en 25 graden ligt" - https://www.licg.nl/aquariumdieren/guppy/ · LICG, Neontetra - "De watertemperatuur moet rond 24 graden Celsius liggen" (gebruikt voor de gezamenlijke stand met koeler gezelschap) - https://www.licg.nl/aquariumdieren/neontetra/ · OATA (Ornamental Aquatic Trade Association), How to look after guppies and mollies - "Temperature: between 20-28°C" en "A heater is required to maintain a suitable temperature all year round", zonder bron per waarde - https://ornamentalfish.org/what-we-do/advice-information/care-sheets/caresheets-tropical-freshwater-fish/how-to-look-after-guppies-and-mollies/ · FishBase, Poecilia reticulata - klimaatveld "Tropical; 18°C - 28°C (Ref. 1672)" en in de lopende tekst "requires fairly warm temperatures (23-24 °C) ... for survival" met Ref. 7248, 44894 en 79840 - https://www.fishbase.se/summary/Poecilia-reticulata.html · FishBase, referentie 1672 = Riehl, R. & H.A. Baensch 1991, Aquarien Atlas Band 1, Mergus, 992 p. (de enige bron onder het klimaatveld 18-28 graden) - https://www.fishbase.se/references/FBRefSummary.php?ID=1672 · Seriously Fish, Poecilia reticulata - 17-28 °C onder Water conditions, en onder Equipment "To hold 17-28 °C in a tank this size you need roughly 50 W" bij circa 41 liter en een kamer van rond 20 °C - https://www.seriouslyfish.com/species/poecilia-reticulata/ · Wikipedia NL, Gup - de eigenschappenwaarde 23-25 graden draagt geen voetnoot; de ondergrenzen van 18 en 15 graden verwijzen naar respectievelijk Nijssen & De Groot 1987 en worldwidebase.com - https://nl.wikipedia.org/wiki/Gup · Nijssen, H. & S.J. de Groot 1987, In de Nederlandse wateren ingevoerde of uitgezette vissoorten, paragraaf 8 Gup - de guppentekst noemt geen enkele temperatuur - https://web.archive.org/web/20130513013559/http://members.casema.nl/b.zoetemeyer/exoten.htm · Arfah, Mariam & Alimuddin, Effect of Temperature on Reproduction and Sex Ratio of Guppy (Poecilia reticulata Peters), Jurnal Akuakultur Indonesia 4(1):1-4, uitgave 2005, DOI 10.19027/jai.4.1-4 - alleen de samenvatting (Engels en Indonesisch); die zegt niet of de zestien tegen tien jongen per worp of over de hele proef geteld zijn - https://journal.ipb.ac.id/index.php/jai/article/view/3869 · Dzikowski, Hulata, Karplus & Harpaz 2001, Effect of temperature and dietary l-carnitine supplementation on reproductive performance of female guppy (Poecilia reticulata), Aquaculture 199(3-4):323-332, DOI 10.1016/S0044-8486(01)00561-0 - alleen het abstract was bereikbaar; de uitgever gaf 403 op de volledige tekst - https://www.sciencedirect.com/science/article/abs/pii/S0044848601005610 · Chung, Zang, Moura-Campos, Jennions & Head 2026, Does Early-Life Food Shortage Alter Female Life History at Elevated Temperatures?, The American Naturalist 207(4):546-563, DOI 10.1086/739304; hier gelezen als voorpublicatie bioRxiv 2024.07.24.605022 - "at 28°C in total 43 of 107 females died, compared to only 1 of 109 females at 24°C", bij watertemperaturen van 27,8 en 24,4 graden - https://www.biorxiv.org/content/10.1101/2024.07.24.605022v1.full · Moura-Campos, Chung, Lawrence, Jennions & Head 2025, Temperature-dependent differences in male and female life history responses to a period of food limitation during development, Journal of Animal Ecology 94(5):1076-1087, DOI 10.1111/1365-2656.70037 - "the difference was much greater at the high temperature (4.9 days vs. 12.4 days)" - https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC12056356/ · Campos Gómez, Barros Algarra & Maldonado Uribe 2024, Influence of temperature on the population dynamics of the guppy (Poecilia reticulata), Journal of Freshwater Ecology 39(1):2410799, DOI 10.1080/02705060.2024.2410799 - de uitgeverspagina gaf 403; de samenvatting is hier gelezen via Semantic Scholar en noemt de geteste standen (24, 28 en 30 °C) en de zes differentiaalvergelijkingen, maar niet welke stand in de projectie het hoogst uitkwam - https://api.semanticscholar.org/graph/v1/paper/DOI:10.1080/02705060.2024.2410799 · Pethiyagoda, De Alwis & De Silva 2019, Salinity tolerance of wild Poecilia reticulata (guppy) under laboratory conditions, International Journal of Multidisciplinary Studies 6(2) - negen zoutgehalten van 0 tot 35 ppt bij directe overzetting, en een tweede reeks met 5 ppt per twee weken tot 38 ppt - https://journals.sjp.ac.lk/index.php/ijms/article/view/4338 · Milieu Centraal, Grote energieslurpers - "Een aquarium van 60 liter kan ongeveer 300 kWh per jaar verbruiken" en 1.000 kWh voor een groot tropisch aquarium, gerekend met 0,21 euro per kWh - https://www.milieucentraal.nl/energie-besparen/apparaten-in-huis/grote-energieslurpers/ · Apparaatverbruik.nl, Hoeveel stroom verbruikt een aquarium - 60 liter met 10 watt pomp, 8 watt verlichting en 75 watt verwarming komt op 107,28 euro per jaar bij 0,40 euro per kWh (rekenpagina, geen meting; geraadpleegd 4 september 2026) - https://apparaatverbruik.nl/aquarium/hoeveel-stroom-verbruikt-een-aquarium/ · AquaForum.nl, draad Aquarium zonder verwarming (2020, hobbybron; de meting van 19,7 graden bij een uitgevallen verwarmer, en de opmerking over een te koude verversing bij kardinaaltetra's) - https://aquaforum.nl/threads/aquarium-zonder-verwarming.167084/ · AquaForum.nl, draad verwarming nodig of niet? (2023, hobbybron; de onverwarmde bak van 130x50 op 20 a 21 graden in de winter, en de ventilatorwaarnemingen) - https://aquaforum.nl/threads/verwarming-nodig-of-niet.180610/ · SuperGuppy.nl, Zijn je guppen op zoek naar verkoeling? (2021, hobbybron zonder bronvermelding; 18 tot 28 graden, de bevroren fles en de waarschuwing tegen extreme verversingen) - https://superguppy.nl/2021/06/08/zijn-je-guppen-op-zoek-naar-verkoeling/ · GuppyClub.nl, Wat is de ideale watertemperatuur voor guppen? - "De ideale watertemperatuur voor guppen ligt tussen de 24°C en 28°C" (hobbybron zonder bronvermelding) - https://guppyclub.nl/aquarium-basics/waterkwaliteit/wat-is-de-ideale-watertemperatuur-voor-guppen/ · Tropischevissengids.nl, Guppy - "Temperatuur: Niet lager dan 15 - 18 graden, optimaal is 23 - 25 graden Celsius" (hobbybron) - https://tropischevissengids.nl/vissen/levendbarende-tandkarpers/levendbarende-tandkarpers-2/guppy · AquaInfo.nl, Poecilia reticulata - Gupje - "Temperatuur: 20-30 graden" (hobbybron) - https://aquainfo.nl/artikel/poecilia-reticulata-gupje/ · Tom&Co, De guppy: een kleine, kleurrijke vis - "verwarm het water tussen 18°C en 28°C" en "Deze mag nooit zakken onder 18° Celcius" (winkelbron, zonder bronvermelding) - https://www.tomandco.com/nl-be/blog/de-guppy-een-kleine-kleurrijke-vis.html · Aquariumfans.nl, Guppy in je aquarium - "Watertemperatuur 20-25 graden" (hobbybron, zonder bronvermelding) - https://www.aquariumfans.nl/guppy-in-je-aquarium/

Wat betekent dit voor jouw bak?

Alquarium leest dit artikel mee en denkt met je mee over jouw aquarium. Gratis, geen account nodig.

Je hebt het stuk uit. Wat wil je weten over jouw eigen bak?

  • Of begin hiermee:

Verder lezen

Alles over vissen