Vissen
Sluierstaarten en goudvissoorten: herkennen en verzorgen
Alle goudvissoorten zijn kweekvormen van Carassius auratus: slanke enkelstaarten zoals komeet en shubunkin, en gedrongen sluierstaarten zoals ryukin, oranda en telescoopoog. Herken ze aan staart, rugvin, ogen en kopgroei. Sluierstaarten worden 15–25 cm en vragen 18–22 °C en een bak van minstens 100 cm, 150 liter voor twee.
· 13 min lezen
In het kort
- Alle goudvisvormen, van komeet tot hemelkijker, zijn kweekvormen van één soort: Carassius auratus.
- Staart, rugvin, ogen en kopgroei onderscheiden de kweekvormen; kleur zegt weinig.
- Sluierstaarten worden gemiddeld 15–25 cm, horen binnen op 18–22 °C en vragen een bak van minstens 100 cm lang.
- Houd snelle enkelstaarten en trage sluierstaarten gescheiden, want de snelle vissen verdringen de trage bij het voer.
- Kies bij aankoop de vis die vrij kan zien, zwemmen en eten, niet het meest extreme exemplaar.
Alle goudvissoorten zijn kweekvormen van één soort, Carassius auratus: de slanke gewone goudvis, komeet en shubunkin met een enkele staart, en de gedrongen sluierstaarten zoals fantail, ryukin, oranda, ranchu en telescoopoog met een dubbele staart. Je herkent ze aan staart, rugvin, ogen en kopgroei, niet aan kleur. Sluierstaarten worden gemiddeld 15–25 cm, vragen een bak van minstens 100 cm lang (150 liter voor twee volgens OATA) en water van 18–22 °C.
Zijn alle goudvissoorten dezelfde soort?
Ja: elke goudvisvorm in de handel, van komeet tot hemelkijker, is een kweekvorm van Carassius auratus en geen aparte biologische soort. De enorme variatie is het resultaat van langdurige selectie. Chen en collega's (2020) vergeleken het erfelijk materiaal van 185 gedomesticeerde goudvissen met dat van 16 wilde verwanten en vonden onder meer aparte groepen met en zonder rugvin.
'Sluierstaart' is in het Nederlands een verzamelnaam voor alle gedrongen vormen met een dubbele staart; het Engelse veiltail is één specifiek ras. Voor de verzorging telt vooral deze tweedeling:
- Enkelstaarten (gewone goudvis, komeet, shubunkin): slank, snel en groot. Zij horen bij de gewone goudvisverzorging.
- Dubbelstaarten of sluierstaarten (fantail, ryukin, veiltail, oranda, ranchu, telescoopoog, parelscale, hemelkijker, blaasoog): gedrongen, trager en gevoeliger voor kou.
Hoe herken je gewone goudvis, komeet en shubunkin?
Gewone goudvis, komeet en shubunkin hebben alle drie een slank lichaam en een enkele staart; staartvorm en schubbenpatroon maken het verschil. Een diep gevorkte staart is nog steeds een enkele staart. Bij een echte dubbele staart zijn de linker- en rechterhelft volledig van elkaar gescheiden.
| Kweekvorm | Lichaam en staart | Kleur of schubben |
|---|---|---|
| Gewone goudvis | Langgerekt; meestal korte, afgeronde vinnen | Metallische schubben; kleur varieert |
| Komeet | Slank; lange, diep gevorkte staart met spitse punten | De staartvorm herkent hem, niet de kleur |
| London shubunkin | Bouw als de gewone goudvis | Gevlekt calicopatroon |
| Bristol shubunkin | Brede, afgeronde staart die van opzij aan een B doet denken | Calicopatroon |
Bron: Goldfish Society of Great Britain, Varieties (z.d.).

Deze drie zijn zwemmers. Het LICG noemt voor de goudvis een lengte tot 40 cm en een bak van minstens 100 cm lang; grote dieren hebben meer ruimte of een vijver nodig. Een volwassen groep kometen of shubunkins hoort daarom eerder in een grote bak of vijver dan in een doorsnee huiskameraquarium.
Welke soorten sluierstaarten zijn er?
De bekende sluierstaartvormen verschillen in veel meer dan vinlengte: ook ruglijn, rugvin, kopgroei en ogen veranderen. De telescoopoog wordt ook wel telescoopvis genoemd. Een handelsnaam zegt pas iets als de zichtbare bouw erbij past.
| Vorm | Herkenning | Waar je als houder op let |
|---|---|---|
| Fantail | Kort, diep lichaam; dubbele staart; rugvin aanwezig | Zwemt hij soepel rechtuit en kan hij goed sturen? |
| Ryukin | Steile rugstijging direct achter de kop; dubbele staart | Mate van verkorting en zwemgedrag verschillen per vis |
| Veiltail | Hoge rugvin; lange, breed afhangende, volledig gedeelde staart | Lange vinnen weghouden van ruwe decoratie |
| Oranda | Kopgroei ('wen'); rugvin aanwezig | Ogen en mond moeten vrij blijven |
| Ranchu | Geen rugvin; kopgroei; korte staart | Balans en stuurvermogen extra goed bekijken |
| Telescoopoog / black moor | Uitpuilende ogen; de black moor is de donkere vorm | Ogen beschermen; controleren of hij voer vindt |
| Parelscale | Bolle, verhoogde schubcentra in regelmatige rijen | Nieuwe, algemene zwelling is iets anders: laten onderzoeken |
| Hemelkijker | Ogen naar boven gericht; geen rugvin | Beperkt zicht en minder stabiliteit |
| Blaasoog | Met vocht gevulde zakken onder de ogen; meestal geen rugvin | Zeer kwetsbare oogzakken en weinig stabiliteit |
Bron: Goldfish Society of Great Britain, Varieties (z.d.); LICG, Sluierstaart en Overzicht erfelijke aandoeningen bij vissen (z.d.).
Kleur is bij sluierstaarten een slechte herkenningsgrond. De bekende redcap-oranda, met een wit lijf, witte vinnen en een rode kap boven op de kop, is één kleurvariant; oranda's komen in veel andere kleuren voor. De kopgroei en de vinbouw maken een oranda tot oranda.

De extreme kenmerken hebben een prijs. Het LICG beschrijft kwetsbare ogen bij alle oogvormen, aanwijzingen voor slechter zicht bij telescoopogen, aantasting van het netvlies bij hemelkijkers en balansproblemen bij vormen zonder rugvin. Overmatige kopgroei kan de ogen hinderen, en de verdikte kophuid is gevoelig voor infecties. Kies daarom altijd de vis die vrij kan zien, zwemmen en eten, ook als een ander exemplaar een 'mooiere' kap heeft.
Waarom zwemmen sluierstaarten slechter dan gewone goudvissen?
Een kort, diep lijf en een ontbrekende rugvin kosten zwemkracht: in de proef van Blake, Li en Chan (2009) verbruikten fantail en eivis ruim het dubbele aan energie per afgelegde meter vergeleken met gewone goudvis en komeet. De onderzoekers vergeleken vier vormen van ongeveer 50 mm. De korte vormen hadden een hogere weerstand, en de transportkosten liepen op van ongeveer 0,6 naar 1,3 milligram zuurstof per kilogram lichaamsgewicht per meter. De eivis, een vorm zonder rugvin, rolde en slingerde bovendien tijdens het zwemmen, verloor daardoor extra energie en had een zwakke snelle start.
Op een smal scherm kun je het schema horizontaal verschuiven. Bekijk schema op volledige grootte.
Ook de dubbele staart is goed onderzocht. Abe en collega's (2014) koppelden hem aan een stopcodonmutatie in een van de twee chordin-genen. In hun terugkruisingsproef hadden 296 van de 670 getypeerde nakomelingen een dubbele staart, en alle 296 droegen de variant in tweevoud.
Selectie veranderde ook wat je niet ziet: CT-scans van 30 goudvissen uit 16 hoofdvormen toonden verschillen in schedel, Weberse gehoorbeentjes en zwemblaas (Le Verger e.a., 2024). Laat een sluierstaart met nieuwe drijfproblemen daarom onderzoeken; drijfproblemen, niet eten en opgezette schubben hebben volgens de Merck Veterinary Manual meerdere mogelijke oorzaken.
Hoe groot moet een aquarium voor sluierstaarten zijn?
Reken voor sluierstaarten op een bak van minstens 100 cm lang; OATA hanteert 100 liter voor de eerste volwassen vis en 50 liter voor elke volgende, dus 150 liter voor twee. Het LICG adviseert direct groot te beginnen, omdat jonge dieren doorgroeien, en minstens twee sluierstaarten samen te houden. Met de rekenhulp aquariuminhoud berekenen controleer je wat je bak werkelijk bevat, en de uitleg over bezetting helpt bij het aantal.
| Groep | Volwassen maat | Temperatuur; pH; GH | Gezelschap | Bak |
|---|---|---|---|---|
| Gewone goudvis, komeet, shubunkin | Tot 40 cm | 10–21 °C; pH 7–8; GH 6–16 °dH | Minstens twee | Vanaf 100 cm lang; grote dieren meer ruimte of vijver |
| Sluierstaarten | Gemiddeld 15–25 cm | 18–22 °C; pH 7–7,5; GH 6–16 °dH | Minstens twee met vergelijkbaar zwem- en eetvermogen | Vanaf 100 cm lang; 150 liter voor twee |
Bron: LICG, Goudvis en Sluierstaart (z.d.); OATA (2022).
| Onderdeel | Praktische keuze | Waarom |
|---|---|---|
| Temperatuur | 18–22 °C, zonder sterke schommelingen | Gunstigste band voor sluierstaarten |
| pH en GH | pH 7–7,5; GH 6–16 °dH | Water meten en nooit abrupt veranderen |
| Ammoniak en nitriet | Niet aantoonbaar | Bak volledig ingedraaid vóór de eerste vis |
| Filteruitstroom | Rustig en verspreid | Sterke stroming maakt zwemmen zwaar |
| Decoratie | Afgerond, zonder scherpe randen of nauwe gaten | Beschermt uitpuilende ogen en lange vinnen |
| Licht | Hooguit 10 uur per dag, minstens 8 uur donker | Ook voor black moors en andere oogvormen |
| Waterwissel | Minstens 25% per week, met wekelijkse metingen | Aanpassen aan de gemeten belasting |
Bron: LICG, Sluierstaart (z.d.); OATA (2022); RSPCA Australia (2024).
Laat eerst het aquarium opstarten tot de stikstofkringloop draait. Zet planten en beschutting langs de randen en houd een open zwemroute in het midden; het inrichtingsplan helpt om techniek en decoratie daarop af te stemmen. Spoel biologisch filtermateriaal alleen in afgetapt aquariumwater en vervang nooit alles tegelijk; de filtergids legt uit waarom. Een kom is voor geen enkele goudvisvorm geschikt. Zit je vis nu nog in een kom, volg dan het plan voor overstappen uit een kom.
Reken op een lange verplichting: volgens het LICG kunnen sluierstaarten met goede verzorging twintig jaar of ouder worden. Betrouwbare levensduurcijfers per kweekvorm bestaan niet; de rasgetallen op fora berusten op losse ervaringen. Meer daarover lees je bij hoe oud een goudvis wordt.
Kun je gewone goudvissen en sluierstaarten samen houden?
Liever niet: snelle gewone goudvissen, kometen en shubunkins verdringen trage sluierstaarten bij het voer, dus combineer alleen vormen met een vergelijkbaar zwem- en eetvermogen. Dat waarschuwen zowel OATA als de RSPCA. Ook binnen de sluierstaarten is een vlotte fantail sneller bij het voer dan een slechtziende hemelkijker. Iedere vis moet kunnen rusten, normaal zwemmen en genoeg eten; de gids over gezelschap en voerconcurrentie werkt dat verder uit.
Hoe voer je sluierstaarten zodat iedere vis genoeg krijgt?
Geef sluierstaarten bij voorkeur zinkend voer, verdeel het over minstens twee plekken en kijk per vis of hij eet. De RSPCA adviseert bij meerdere vissen op twee of meer plaatsen te voeren. Een volle buik bij de snelste eter zegt niets over wat de langzaamste binnenkrijgt.

Een compleet goudvisvoer is de basis, aangevuld met geschikt levend of diepvriesvoer en plantaardig materiaal (OATA, 2022). Het LICG adviseert volwassen sluierstaarten eenmaal per dag te voeren, zoveel als in ongeveer één minuut opgaat, zonder resten. Geef een slechtziende telescoopoog wel de tijd om zijn deel te vinden, en haal resten weg. Meer over porties staat in de gids over vissen voeren.
Waar let je op bij het kopen van een sluierstaart?
Koop alleen een vis die goed zwemt, rustig ademt en intacte ogen, huid en vinnen heeft, en alleen uit een bak zonder zieke dieren. Zo pak je het aan:
- Bak klaar vóór de aankoop. Ammoniak en nitriet zijn niet meer aantoonbaar en de pH, KH en GH zijn gemeten.
- Bekijk de hele verkoopbak. OATA raadt af een ogenschijnlijk gezonde vis te kopen uit een bak waarin zieke dieren zwemmen.
- Kijk naar het zwemmen. Rolt de vis om, hangt hij scheef of komt hij moeilijk vooruit, laat hem staan.
- Controleer ogen en kop. Ogen en mond moeten vrij zijn van kopgroei; oogzakken en telescoopogen moeten onbeschadigd zijn.
- Kies de minder extreme vis. Een gematigde bouw die goed functioneert is meer waard dan het grootste kenmerk.
- Houd de nieuwe vis apart. De Merck Veterinary Manual adviseert 30–60 dagen quarantaine, en opnieuw beginnen als er tussentijds een vis bijkomt. Werk dat uit in een quarantaineplan.
Breid de groep geleidelijk uit. Meer vissen en meer voer betekenen meer afval, en de bacteriën in het filter hebben tijd nodig om mee te groeien. Ook een stabiele bak kan na bijplaatsen tijdelijk nitriet laten zien.
De goudvis staat niet op de Europese Unielijst van invasieve exoten (gecontroleerd op 18 oktober 2026).
Veelgemaakte fouten met goudvisvormen
- Kopen op kleur. De vorm van staart, rugvin, ogen en kop bepaalt wat de vis nodig heeft, niet zijn kleur.
- Snelle en trage vormen samen. Kometen en shubunkins eten sluierstaarten de kaas van het brood.
- Een te kleine bak of een kom. Ook een jonge sluierstaart groeit door naar 15–25 cm.
- Een krachtige stroming. Een kort, diep lijf kost al extra energie; sterke stroming maakt het erger.
- Scherpe decoratie. Ruwe stenen, scherpe ornamenten en nauwe gaten beschadigen telescoopogen, oogzakken en lange vinnen.
- Alleen drijvend voer. Trage vissen en slechtzienders komen dan te kort; zinkend voer op meerdere plekken werkt beter.
- Een sluierstaart buiten laten overwinteren. Hij kan minder goed tegen kou dan de gewone goudvis.
- Doorkweken met extreme kenmerken. Kweek nooit met vissen waarvan ogen, kop of bouw het zwemmen, zien of eten belemmeren.
- Drijfproblemen zelf verklaren. 'Lucht gehapt' is een gok; laat een vis met nieuwe drijfproblemen onderzoeken.
Veelgestelde vragen over goudvissoorten en sluierstaarten
Hoe oud kan een sluierstaart goudvis worden?
Een sluierstaart kan volgens het LICG met goede verzorging twintig jaar of ouder worden. Dat vraagt een ruime, ingedraaide bak, stabiel water van 18–22 °C en voer dat iedere vis bereikt. Ga bij een oranda, ryukin of telescoopoog dus net zo goed uit van een verplichting van vele jaren.
Hoe groot wordt een sluierstaart?
Sluierstaarten worden volgens het LICG gemiddeld 15–25 cm. Bij vormen met een lange staart, zoals de veiltail, telt de staart flink mee in die totale lengte. Gewone goudvissen, kometen en shubunkins worden groter: het LICG noemt tot 40 cm. Koop daarom op de volwassen maat en niet op de maat van het visje in de winkel.
Hoeveel liter moet een aquarium voor twee sluierstaarten hebben?
Reken op minstens 150 liter voor twee volwassen sluierstaarten: OATA hanteert 100 liter voor de eerste vis en 50 liter voor elke volgende. Het LICG adviseert daarnaast een baklengte van minstens 100 cm, omdat jonge dieren doorgroeien. Lengte en vrije zwemruimte tellen dus net zo zwaar als het aantal liters.
Welke temperatuur heeft een sluierstaart nodig?
Houd een sluierstaart op 18–22 °C; dat noemt het LICG de gunstigste temperatuur. Belangrijker dan het exacte getal is dat de temperatuur niet sterk schommelt. Sluierstaarten kunnen minder goed tegen kou dan gewone goudvissen, die volgens het LICG het best gedijen tussen 10 en 21 °C. Daarom horen sluierstaarten in een binnenaquarium.
Kunnen sluierstaarten en gewone goudvissen samen in één aquarium?
Beter niet, omdat snelle gewone goudvissen, kometen en shubunkins trage sluierstaarten bij het voer verdringen. Ze hebben bovendien een andere temperatuurvoorkeur en meer zwemruimte nodig. Combineer sluierstaarten met soortgenoten die ongeveer even goed zwemmen en zien, en houd er minstens twee samen, liefst meer als de bak groot genoeg is.
Kan een sluierstaart in de vijver?
Een sluierstaart kan hooguit in de zomer tijdelijk in een vijver, en moet vóór de winter weer naar binnen. Het LICG raadt overwinteren buiten af, omdat sluierstaarten minder bestand zijn tegen kou dan gewone goudvissen. Bij een zomerverblijf hebben ze beschutting en bescherming tegen roofdieren nodig, want trage, opvallende vissen worden makkelijk gegrepen.
Hoe zie je of een sluierstaart een mannetje of vrouwtje is?
Je ziet het geslacht meestal pas tussen één en drie jaar, en het duidelijkst in de paaitijd. Mannetjes krijgen dan paaiuitslag op de kieuwdeksels en de borstvinnen. Bij jonge vissen en buiten de paaitijd is het onderscheid lastig Wie wil kweken, begint daarom met volwassen dieren.
Hoe kweek je sluierstaarten?
Sluierstaarten zetten hun eieren af tussen planten en zorgen niet voor hun broed; de ouders eten eieren en jongen zelfs op. Haal de eieren of de ouders dus apart, en zorg voor een opkweekbak, klein voer en een bestemming voor de jongen. Kweek alleen met vissen die goed zwemmen, zien en eten, zodat je geen beperkingen doorgeeft.
- LICG. (z.d.). Goudvis. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.licg.nl/aquariumdieren/goudvis/
- LICG. (z.d.). Sluierstaart. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.licg.nl/aquariumdieren/sluierstaart/
- LICG. (z.d.). Overzicht erfelijke aandoeningen bij vissen. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.licg.nl/aquariumdieren/overzicht-erfelijke-aandoeningen-bij-vissen/
- RSPCA Australia. (2024, 1 mei). How should I care for my goldfish?. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://kb.rspca.org.au/categories/companion-animals/fish/how-should-i-care-for-my-goldfish
- Francis-Floyd, R., & Petty, B. D. (2026, april). Routine health care of fish. Merck Veterinary Manual. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.merckvetmanual.com/all-other-pets/fish/routine-health-care-of-fish
- Chen, D., et al. (2020). The evolutionary origin and domestication history of goldfish (Carassius auratus). PNAS, 117(47), 29775–29785. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC7703540/
- Blake, R. W., Li, J., & Chan, K. H. S. (2009). Swimming in four goldfish Carassius auratus morphotypes: understanding functional design and performance employing artificially selected forms. Journal of Fish Biology, 75(3), 591–617. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://doi.org/10.1111/j.1095-8649.2009.02309.x
- Abe, G., Lee, S.-H., Chang, M., Liu, S.-C., Tsai, H.-Y., & Ota, K. G. (2014). The origin of the bifurcated axial skeletal system in the twin-tail goldfish. Nature Communications, 5, 3360. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.nature.com/articles/ncomms4360
- Goldfish Society of Great Britain. (z.d.). Varieties. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.goldfishsociety.co.uk/goldfish
- Ornamental Aquatic Trade Association. (2022, september). How to care for fancy goldfish. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://ornamentalfish.org/wp-content/uploads/Fancy-Goldfish-Jan-2023.pdf
- Le Verger, K., Küng, L. C., Fabre, A.-C., Schmelzle, T., Wegmann, A., & Sánchez-Villagra, M. R. (2024). Goldfish phenomics reveals commonalities and a lack of universality in the domestication process for ornamentation. Evolution Letters, 8(6), 774–786. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC11637523/
- Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. (z.d.). Unielijst invasieve exoten. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.nvwa.nl/onderwerpen/plant/invasieve-exoten/unielijst-invasieve-exoten





