Naar de inhoud
ALQUARIUM Vraag het Alquarium
Mannelijke kersenbuikcichlide van opzij boven een grindbodem, met donkere lengteband, rode buik en spitse vinnen.
Mannetje van de kersenbuikcichlide. Foto: Tino Strauss / Wikimedia Commons. Licentie: CC BY-SA 3.0 (https://creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0/). Verkleind en omgezet naar WebP; niet gegenereerd. Tino Strauss, CC BY-SA 3.0

Vissen

Kersenbuikcichlide: aquarium, water, gezelschap en kweek

De kersenbuikcichlide (Pelvicachromis pulcher) is een West-Afrikaanse dwergcichlide van 8–11 cm die je als paar houdt, in een aquarium van minimaal 100 × 40 × 30 cm bij 24–26 °C. Het paar broedt in een hol en verdedigt de bodem fel, dus bodemvissen passen er niet bij. Reken op 8–10 jaar zorg.

12 min lezen

8–11 cmLengteFishBase 11 cm TL, Seriously Fish 10 cm SL, LICG 8–11 cm
100 × 40 × 30 cmAquarium voor één paarDierenwelzijn Vlaanderen
24–26 °CTemperatuurLICG en Dierenwelzijn Vlaanderen
2–3 dagenEieren komen uitSeriously Fish; vrijzwemmen na 7–8 dagen
8–10 jaarZorgduurDierenwelzijn Vlaanderen

In het kort

  • Houd kersenbuikcichliden als één paar in een aquarium van minimaal 100 × 40 × 30 cm.
  • Houd het water stabiel op 24–26 °C, in zacht tot middelhard, licht zuur tot neutraal water.
  • Zet geen corydorassen, modderkruipers of andere bodemvissen bij een paar dat gaat broeden.
  • De eieren komen na 2–3 dagen uit en de jongen zwemmen na 7–8 dagen vrij.
  • Let rond het uitzwemmen van de jongen op partneragressie en houd een scheiding achter de hand.

Wat betekent dit voor jouw bak?

Alquarium leest dit artikel mee en denkt met je mee over jouw aquarium. Gratis, geen account nodig.

Hoe lang en breed is jouw aquarium, en welke vissen zwemmen er nu al in?

  • Of begin hiermee:

De kersenbuikcichlide (Pelvicachromis pulcher) is een West-Afrikaanse dwergcichlide van 8–11 cm die je als paar houdt, in een aquarium van minimaal 100 × 40 × 30 cm bij 24–26 °C. Het paar legt de eieren in een hol, verdedigt de bodem rond dat hol fel en hoedt de jongen samen door de bak. Reken op 8–10 jaar zorg.

Wat is een kersenbuikcichlide?

De kersenbuikcichlide is Pelvicachromis pulcher, een holenbroedende dwergcichlide uit oostelijk Benin, zuidelijk Nigeria en westelijk Kameroen (FishBase). Boulenger beschreef de soort in 1901 als Pelmatochromis pulcher; die naam kom je in oudere literatuur nog tegen. De typevindplaats ligt bij de samenvloeiing van de Ethiop- en de Jamiesonrivier in de Nigerdelta (Eschmeyer's Catalog of Fishes, 2026). In de Engelstalige hobby heet hij kribensis of kortweg krib.

In de natuur leeft hij in ondiep, stil tot langzaam stromend water met veel begroeiing. Hij is geen pure vleeseter: in de Sombreirorivier in Nigeria bestond zijn voedsel vooral uit algen, plantaardig materiaal en detritus, naast kleine ongewervelden (FishBase). Vrijwel alle kersenbuiken in de handel zijn nakweek, en volgens Seriously Fish passen die zich veel makkelijker aan verschillende waterwaarden aan dan wildvang. De albino kweekvorm stelt dezelfde eisen.

Hoe herken je een mannetje en een vrouwtje?

Het mannetje is groter en heeft spitse rug-, staart- en aarsvinnen; het vrouwtje is kleiner, ronder en krijgt in broedconditie een diep paarsrode buik (Seriously Fish, 2026). Een rode buik alleen is te weinig om het geslacht te bepalen. Vergelijk altijd de lichaamsvorm en de vinpunten van beide dieren naast elkaar.

Vrouwelijke kersenbuikcichlide met ronde paarsrode buik, donkere lengteband en gele kop.
Vrouwtje. Ronde, paarsrode buik, gele kop en een gele rand langs de rugvin. Foto: Tino Strauss / Wikimedia Commons · CC BY-SA 3.0.

Hoe groot een kersenbuik wordt, hangt af van hoe je meet. Standaardlengte (SL) loopt tot het begin van de staartvin, totale lengte (TL) tot het eind ervan; een vaste omrekenfactor tussen beide bestaat niet (FishBase).

Bron Maximale lengte Meetwijze
FishBase 11 cm TL, inclusief staartvin (mannetje of geslacht onbekend)
Seriously Fish 10 cm SL, zonder staartvin
LICG 8–11 cm Niet vermeld

Bron: FishBase (z.d.), Seriously Fish (2026), LICG (2021).

Hoe groot moet het aquarium voor een paar zijn?

Voor één paar kies je een aquarium van minimaal 100 × 40 × 30 cm: dat is het advies van Dierenwelzijn Vlaanderen voor een koppel van 10 cm. Andere bronnen noemen minder. Seriously Fish houdt 60 × 37,5 × 30 cm (71 liter) aan, FishBase een lengte van minimaal 80 cm. Wij kiezen de ruimste maat: een broedend paar eist een stuk bodem op, en de rest van de bak moet dan uitwijkruimte bieden.

Bron Maat voor één paar Hoe wij het gebruiken
Dierenwelzijn Vlaanderen Minimaal 100 × 40 × 30 cm Uitgangspunt
FishBase Minimaal 80 cm lengte Alleen lengte opgegeven
Seriously Fish 60 × 37,5 × 30 cm (71 liter) Te krap voor een paar met medebewoners

Bron: Dierenwelzijn Vlaanderen (z.d.), FishBase (z.d.), Seriously Fish (2026).

Schema met twee bodemvlakken op gelijke schaal: 60 × 37,5 cm (0,225 m²) volgens Seriously Fish en 100 × 40 cm (0,400 m²) volgens Vlaanderen.

Op een smal scherm kun je het schema horizontaal verschuiven. Bekijk schema op volledige grootte.

Bijna twee keer zoveel bodem. Het Vlaamse advies geeft 0,400 m² bodem tegen 0,225 m² bij Seriously Fish. FishBase noemt alleen een lengte van 80 cm, daarom staat die maat niet als vlak getekend.

Reken de inhoud van je bak uit met de rekenhulp aquariuminhoud berekenen en lees bij hoeveel vissen in een aquarium hoe je territoriale soorten meetelt.

Hoe richt je een bak voor kersenbuiken in?

Een kersenbuikpaar heeft meerdere holen nodig, plus hout en planten die zichtlijnen breken, op een bodem van zand of fijn grind waarin het kan graven. Zo pak je de inrichting aan:

  1. Bodem. Kies zand of fijn grind zonder scherpe randen. Dierenwelzijn Vlaanderen noemt korrels van 1–8 mm; een donkere bodem laat de kleuren goed uitkomen. Meer over korrelgrootte lees je in de gids over aquariumbodem.
  2. Stenen eerst. Zet zware stenen direct op de bodemplaat en vul daarna pas het zand aan. Dan kunnen ze niet kantelen als de vissen eronder graven.
  3. Holen. Plaats meer holen dan je vissen hebt: een omgekeerde bloempot met een stukje rand eruit, een halve kokosnoot of holtes tussen stenen.
  4. Zichtgrenzen. Hout, stenen en planten langs de randen verdelen de bak in territoria.
  5. Licht en stroming. Gedempt licht, 10–12 uur per dag, geen direct zonlicht, en zuurstofrijk water met een lichte stroming (Dierenwelzijn Vlaanderen).
  6. Filter bij kweek. Kies een zachte filtering; vrij zwemmende jongen kunnen in een krachtige filterinlaat worden gezogen (Seriously Fish, 2026).

De algemene stappen vind je in de gids aquarium inrichten.

Welke waterwaarden en temperatuur hebben kersenbuikcichliden nodig?

Houd het water stabiel op 24–26 °C, in zacht tot middelhard, licht zuur tot neutraal water. Die temperatuur noemen zowel het LICG als Dierenwelzijn Vlaanderen. Voor pH en hardheid lopen de bronnen iets uiteen; nakweekdieren zijn daar vergevingsgezind in, zolang de waarden niet schommelen.

Waarde LICG Dierenwelzijn Vlaanderen Seriously Fish
Temperatuur 24–26 °C 24–26 °C 24–27 °C
pH 5,5–7,5 5,8–7,0 5,0–7,5
GH 5–12 °dH 2–9 °dH 0–12 °dH

Bron: LICG (2021), soortentabel p. 8; Dierenwelzijn Vlaanderen (z.d.); Seriously Fish (2026).

Stabiliteit weegt zwaarder dan een exact getal: schommelingen geven kersenbuiken veel stress (Dierenwelzijn Vlaanderen). Wil je je kraanwater bijstellen, doe dat dan vooraf in een emmer, laat dat water een dag staan en voeg het tijdens het verversen geleidelijk toe. Hoe hardheid en buffer samenhangen, lees je bij KH, GH en pH; zachter water maak je met de rekenhulp osmosewater mengen.

Ververs wekelijks ongeveer een vijfde van het water, ook met een goed filter: onzichtbare afvalstoffen hopen zich op en water verversen haalt ze weg. Meet regelmatig pH, hardheid, ammonium, nitriet en nitraat (LICG). Start een nieuwe bak minstens enkele weken op voordat er vissen in gaan; zie de gids aquarium opstarten.

Hangen de vissen stil, knijpen ze hun vinnen dicht of happen ze naar lucht, controleer dan eerst waterwaarden, filter en temperatuur. Voor ziekteonderzoek ga je naar een dierenarts met kennis van vissen.

Met welke vissen kun je kersenbuikcichliden samen houden?

Combineer een kersenbuikpaar met rustige scholen vissen in de midden- en bovenlaag en houd de bodem vrij van andere bodembewoners. Dierenwelzijn Vlaanderen ontraadt corydorassen en modderkruipers uitdrukkelijk: in dezelfde waterlaag worden ze voortdurend opgejaagd. Seriously Fish noemt Corydoras wel bij gewoon gezelschap, maar zegt voor de kweek: geen andere bodemvissen, en zeker geen meervallen, omdat die eieren en jongen eten. Wij volgen de strenge lijn, want een gezond paar gaat vroeg of laat broeden. Scholen van kleine zalmen of rasbora's in de bovenlaag zijn juist nuttig: ze maken het paar minder schuw (Seriously Fish, 2026).

Gezelschap Oordeel Waarom
Rustige scholen in midden- en bovenlaag Geschikt Zitten het paar niet in de weg en maken het minder schuw
Corydoras, modderkruipers, andere bodemvissen Afgeraden Zelfde waterlaag; worden opgejaagd en kunnen eieren en jongen eten
Grote of zeer drukke soorten Afgeraden Schrikken het paar af
Andere West-Afrikaanse dwergcichliden Alleen in een ruime bak Elk paar heeft een eigen territorium nodig
Een tweede kersenbuikpaar Alleen in een veel grotere bak Beide paren verdedigen een gebied

Bron: Dierenwelzijn Vlaanderen (z.d.), Seriously Fish (2026).

Meer over combineren lees je bij gezelschap en agressie. Twijfel je tussen dwergcichliden, vergelijk dan ook de kakadudwergcichlide en de ramirezi, of bekijk het overzicht van cichliden.

Wat eten kersenbuikcichliden?

Voer een goede cichlidenkorrel als basis en wissel die regelmatig af met levend en diepvriesvoer (Seriously Fish, 2026). Kersenbuiken zijn alleseters: geef naast droogvoer ook algentabletten en voer als watervlooien en muggenlarven (Dierenwelzijn Vlaanderen).

  • Hoe vaak: liefst meerdere keren per dag een kleine portie, zoveel als de vissen in enkele minuten opeten. Resten vervuilen het water.
  • Droogvoer: verliest na openen vitamines. Kies een kleine verpakking die snel op is en let op de houdbaarheidsdatum.

Porties en voersoorten werkt de gids aquariumvissen voeren verder uit. Vrij zwemmende jongen eten meteen Artemia-naupliën of microwormen en grazen daarnaast op algen en detritus (Seriously Fish, 2026). Zet dat eerste voer klaar vóór het nest uitzwemt; hoe je zelf naupliën opkweekt, lees je bij Artemia kweken.

Hoe kweek je kersenbuikcichliden?

Een goed op elkaar ingespeeld paar in een rustige bak met genoeg holen kweekt meestal zonder hulp: de eieren komen na 2–3 dagen uit en de jongen zwemmen na 7–8 dagen vrij (Seriously Fish, 2026). Zo verloopt een broedsel:

  1. Balts. Na een periode van gevarieerd voer worden de kleuren feller. Het vrouwtje, wier buik diep paars kleurt, neemt meestal het initiatief en danst voor het mannetje.
  2. Hol. Het paar kiest een hol of graaft er een onder een steen of stuk hout en is daarna soms dagen nauwelijks te zien.
  3. Eieren. Die hangen aan de wand of het plafond van het hol. Het vrouwtje verzorgt het broed, het mannetje bewaakt de omgeving (Martin & Taborsky, 1997). Laat het hol met rust.
  4. Uitkomen en vrijzwemmen. Na 2–3 dagen komen de eieren uit; na 7–8 dagen verlaten de jongen in één wolk het hol, gehoed door beide ouders. Afgedwaalde jongen worden in de bek teruggebracht naar de groep.
  5. Opkweek. Voer naupliën of microwormen. Laat de jongen bij de ouders tot het volgende broedsel zich aankondigt; daarna kan vooral het mannetje agressief worden tegen zijn partner (Seriously Fish, 2026).
Vrouwelijke kersenbuikcichlide links achter een blad, met kleine gevlekte jongen bij de ingang van een kokoshol.
Jongen bij het hol. De kleine, gevlekte jongen blijven dicht bij de ingang van de kokosnoot; het vrouwtje houdt links vanachter een blad de wacht. Foto: Reinieraukema / Wikimedia Commons · Publiek domein.

Let vooral op het moment dat de jongen uitzwemmen: sommige vrouwtjes keren zich dan tegen hun partner (Seriously Fish, 2026). Houd een scheidingsruit of tweede bak achter de hand. Een samengekocht mannetje en vrouwtje vormen bovendien niet altijd een goed paar; ernstig partnergeweld komt voor. Mislukt het eerste nest, dan is dat gewoon: Martin en Taborsky (1997) lieten eerste broedpogingen buiten hun vergelijking, omdat eerste legsels vaak werden opgegeten of paren uit elkaar gingen.

Kweek je bewust, houd de pH dan op 6,5–7,0: dat geeft volgens Seriously Fish de meest evenwichtige verdeling tussen mannetjes en vrouwtjes (zie de vragen onderaan). Bedenk vooraf ook waar je de opgroeiende jongen laat.

Veelgemaakte fouten met kersenbuikcichliden

  1. Alleen naar liters kijken. Een kersenbuikpaar heeft bodem nodig: lengte en breedte tellen zwaarder dan hoogte.
  2. Stenen op het zand stapelen. Ze graven eronder en de stapel kantelt. Zet stenen op de bodemplaat.
  3. Een man en een vrouw kopen en een paar verwachten. Kijk of de dieren werkelijk samen optrekken; partnergeweld kan ernstig zijn.
  4. Corydoras of andere bodemvissen erbij zetten. Ze worden opgejaagd en kunnen eieren en jongen eten.
  5. Na het uitzwemmen niet meer opletten. Juist dan keert een partner zich soms tegen de ander.
  6. Twee paren in een gewone bak. Elk paar verdedigt een eigen territorium; dat vraagt een veel grotere bak.

Waar let je op bij het kopen van kersenbuiken?

Kies nakweek, vraag waar de dieren vandaan komen en in welk water ze zijn opgegroeid, en neem geen zwakke, zieke of beschadigde vissen mee (Dierenwelzijn Vlaanderen). Het Merck Veterinary Manual adviseert nieuwe aquariumvissen minstens dertig dagen in quarantaine te houden, met eigen netten en emmers, en die bak als laatste te verzorgen. Hoe je dat aanpakt, staat in de gids over nieuwe vissen en quarantaine.

Pelvicachromis pulcher staat niet op de Unielijst van invasieve exoten van de EU en de NVWA (gecontroleerd op 18 oktober 2026); houden en verhandelen valt dus niet onder dat verbod. In Vlaanderen is het sinds 1 januari 2025 verboden in het wild gevangen dieren te houden.

Veelgestelde vragen over kersenbuikcichliden

Hoeveel kersenbuikcichliden houd je in een aquarium?

Houd in een gewoon aquarium één paar: één mannetje en één vrouwtje. Dierenwelzijn Vlaanderen adviseert daarvoor minimaal 100 × 40 × 30 cm. Wil je meerdere paren, dan heb je een veel grotere bak nodig, omdat elk paar een eigen territorium vormt en dat fel verdedigt. Een groep losse dieren in een kleine bak leidt tot voortdurend jagen.

Hoe groot wordt een kersenbuikcichlide?

Een kersenbuikcichlide wordt 8–11 cm. FishBase noemt maximaal 11 cm totale lengte, inclusief staartvin, en Seriously Fish 10 cm standaardlengte, gemeten zonder staartvin. Mannetjes worden groter dan vrouwtjes. Het verschil tussen de bronnen zit dus deels in de meetwijze; een vaste omrekening tussen beide maten bestaat niet.

Welke temperatuur hebben kersenbuikcichliden nodig?

Kersenbuikcichliden hebben een stabiele watertemperatuur van 24–26 °C nodig; dat noemen zowel het LICG als Dierenwelzijn Vlaanderen. Seriously Fish rekt dat op tot 27 °C. Gebruik een verwarming met thermostaat en controleer de temperatuur elke dag met een thermometer. Stabiel water is belangrijker dan precies één getal raken.

Hoe zie je of een kersenbuik een mannetje of een vrouwtje is?

Het mannetje is groter en heeft spitse, verlengde rug-, staart- en aarsvinnen. Het vrouwtje is kleiner en ronder en krijgt in broedconditie een diep paarsrode buik. Vergelijk de dieren naast elkaar op lichaamsvorm en vinpunten; de buikkleur alleen is te weinig om het geslacht met zekerheid te bepalen.

Zijn kersenbuikcichliden agressief?

Kersenbuikcichliden zijn buiten de broedtijd vrij rustig en zelfs schuw, maar tijdens het broeden verdedigen ze hun hol en territorium fel. Bodemvissen in dezelfde waterlaag worden dan voortdurend opgejaagd. Ook tussen partners kan het misgaan, vooral rond het uitzwemmen van de jongen. Genoeg holen, zichtgrenzen en bodemruimte houden de spanning beperkt.

Met welke vissen kun je kersenbuikcichliden samen houden?

Kersenbuikcichliden passen bij rustige scholen vissen die in de midden- en bovenlaag zwemmen, zoals kleine zalmen en rasbora's. Die maken het paar zelfs minder schuw. Zet er geen corydorassen, modderkruipers of andere bodemvissen bij en vermijd grote of zeer drukke soorten. Andere dwergcichliden kunnen alleen als elk paar ruim eigen bodem heeft.

Hoe oud wordt een kersenbuikcichlide?

Een gemeten levensduur voor deze soort ontbreekt; reken op 8–10 jaar zorg. Dat is de termijn die Dierenwelzijn Vlaanderen toekomstige houders vraagt in te plannen. Het LICG noemt voor cichliden in aquaria gemiddeld tien jaar. Goede waterkwaliteit, stabiele temperatuur en gevarieerd voer dragen bij aan een lang leven.

Bepaalt de pH of je mannetjes of vrouwtjes krijgt?

Ja, de pH tijdens de vroege ontwikkeling beïnvloedt de geslachtsverhouding; dat bevestigden Reddon en Hurd (2013) experimenteel. Seriously Fish adviseert pH 6,5–7,0 voor een evenwichtige verdeling: alkalischer water geeft vooral mannetjes, zuurder water vooral vrouwtjes. Verander de pH nooit plotseling om een broedsel te sturen; schommelingen geven de ouders veel stress.

Bronnen
  1. Froese, R., & Pauly, D. (red.). (z.d.). Pelvicachromis pulcher (Boulenger, 1901). FishBase. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.fishbase.se/summary/Pelvicachromis-pulcher.html
  2. Binohlan, C., Froese, R., & Pauly, D. (z.d.). The LENGTH-LENGTH table. FishBase. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.fishbase.se/manual/FishbaseThe_LENGTHLENGTH_table.htm
  3. Seriously Fish. (2026). Pelvicachromis pulcher (Kribensis). Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.seriouslyfish.com/species/pelvicachromis-pulcher/
  4. Landelijk InformatieCentrum Gezelschapsdieren. (2021, juni). Cichliden (vissengroep), soortentabel p. 8. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.licg.nl/aquariumdieren/cichliden-vissengroep/
  5. Dierenwelzijn Vlaanderen. (z.d.). Kersenbuikcichliden. Huisdierinfo. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.vlaanderen.be/huisdierinfo/huisdierwijzers/vissen/kersenbuikcichliden
  6. Fricke, R., Eschmeyer, W. N., & Van der Laan, R. (red.). (2026). Pelvicachromis pulcher. Eschmeyer’s Catalog of Fishes. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://researcharchive.calacademy.org/research/ichthyology/catalog/fishcatget.asp?spid=22179
  7. Martin, E., & Taborsky, M. (1997). Alternative male mating tactics in a cichlid, Pelvicachromis pulcher: A comparison of reproductive effort and success. Behavioral Ecology and Sociobiology, 41, 311–319. https://doi.org/10.1007/s002650050391
  8. Reddon, A. R., & Hurd, P. L. (2013). Water pH during early development influences sex ratio and male morph in a West African cichlid fish, Pelvicachromis pulcher. Zoology, 116(3), 139–143. https://doi.org/10.1016/j.zool.2012.11.001
  9. Petty, B. D., Francis-Floyd, R., & Yanong, R. P. E. (2026, juni). Management of aquarium fish. Merck Veterinary Manual. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.merckvetmanual.com/exotic-and-laboratory-animals/aquarium-fish/management-of-aquarium-fish
  10. Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. (z.d.). Unielijst invasieve exoten. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.nvwa.nl/onderwerpen/plant/invasieve-exoten/unielijst-invasieve-exoten
  11. Europese Commissie. (2025). Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1141, geconsolideerde versie 7 augustus 2025. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:02016R1141-20250807

Wat betekent dit voor jouw bak?

Alquarium leest dit artikel mee en denkt met je mee over jouw aquarium. Gratis, geen account nodig.

Je hebt het stuk uit. Wat wil je weten over jouw eigen bak?

  • Of begin hiermee:

Verder lezen

Alles over vissen