Vissen
Malawi cichliden: soorten, aquarium, water en gezelschap
Malawi cichliden kies je op volwassen formaat, voedselgedrag en temperament. De meeste worden zo'n 10 cm, sommige tot 25 cm. Ze vragen hard, alkalisch water (pH 7,5–9,0, 23–29 °C) en een bak die past bij hun leefwijze: rotsen voor mbuna, fijn zand voor zandzoekers en lange zwemruimte voor grote soorten.
· 15 min lezen
In het kort
- Kies een Malawi-cichlide op volwassen formaat, bodemoppervlak en gedrag, niet op kleur.
- Mbuna willen rotsgrotten, Aulonocara en Fossorochromis fijn zand en open vlakken.
- Malawi cichliden hebben hard, alkalisch water nodig; bij die hoge pH is ammoniak extra giftig.
- Combineer alleen soorten met hetzelfde temperament; viseters als Nimbochromis venustus eten kleine bakgenoten.
- Het vrouwtje draagt de eieren 21 tot 40 dagen in haar bek; laat haar dan met rust.
Malawi cichliden kies je op volwassen formaat, voedselgedrag en temperament, en pas daarna op kleur. De meeste soorten worden zo'n 10 cm, sommige tot 25 cm (OATA, z.d.). Ze vragen hard, alkalisch water: de vijf soorten hieronder worden gehouden bij 23–29 °C en pH 7,5–9,0, in een bak die past bij hun leefwijze: rotsen voor mbuna, open zand voor zandzoekers en lange zwemruimte voor de grote soorten.
Wat zijn Malawi cichliden en welke groepen zijn er?
Malawi cichliden zijn vissen uit de familie Cichlidae uit het Afrikaanse Malawimeer, en ze vallen uiteen in groepen met een totaal verschillende leefwijze. Het zuidelijke deel van het meer, met rotskusten en zandbaaien, is als Lake Malawi National Park sinds 1984 Werelderfgoed (UNESCO, z.d.). Die afwisseling van rots en zand zie je terug in de vissen. De meeste Malawi cichliden in de handel zijn nakweek (OATA, z.d.).
| Groep | Leefwijze | Voorbeeld | Wat de bak nodig heeft |
|---|---|---|---|
| Mbuna | Rotsbewoners, eten veel plantaardig voer en algen | Labidochromis caeruleus | Rotsgrotten, schuilplekken en open stukken |
| Aulonocara (pauwcichliden) | Zoeken prooi in en boven het zand | Aulonocara stuartgranti | Fijn zand met vrije zandzones |
| Utaka | Zwemmen in open water, eten plankton | Copadichromis | Zwemruimte boven de bodem |
| Zandbewoners en rovers | Grotere soorten boven zand, deels viseters | Placidochromis electra, Nimbochromis venustus | Grote bodem, rustig of juist zorgvuldig gekozen gezelschap |
Bron: OATA (z.d.), Seriously Fish (2026) en Malinsky et al. (2018).
"Rovers" beschrijft een dieet, geen aparte familie. Utaka wordt in de hobby ruim gebruikt; Malinsky et al. (2018) reserveren de term voor Copadichromis, planktoneters die op of bij de bodem broeden. Hun genoomonderzoek van 134 dieren uit 73 soorten en zeven ecologische hoofdgroepen liet zien dat die groepen door genenuitwisseling verweven zijn. Herkomst uit hetzelfde meer zegt dus weinig over welke soorten samen in één bak passen.
Wil je cichliden uit andere gebieden vergelijken, begin dan bij de algemene cichlidengids. Kies je bewust voor een rotsbak vol mbuna, dan is de mbunagids de volgende stap.
Welke Malawi-cichlide past bij jouw aquarium?
De juiste Malawi-cichlide volgt uit drie vragen: hoe groot wordt de volwassen vis, hoeveel bodemoppervlak heb je, en welk sociaal gedrag kun je opvangen. Werk het zo af:
- Meet je bak. Noteer lengte, breedte en netto inhoud; de bodemmaat bepaalt welke soorten überhaupt kunnen.
- Kies een leefwijze. Rots, zand of open water: de inrichting volgt daaruit.
- Kies één hoofdsoort en bepaal de groep; meestal is dat één man met meerdere vrouwen.
- Controleer je kraanwater op GH, KH en pH voordat je koopt.
- Kies pas daarna gezelschap: hetzelfde temperament en geen prooiformaat.
| Soort | Lengte (cm SL) | Temperatuur (°C) | pH | GH (°dGH) | Bodem minimaal (cm) | Groepsopbouw | Niveau |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Labidochromis caeruleus | 10 | 24–28 | 7,7–8,6 | 10–25 | 90 × 45 | Meerdere vrouwen per man | Eerste mbuna |
| Aulonocara stuartgranti | 13 | 23–29 | 7,5–9,0 | 10–25 | 120 × 45 | Eén man met 4–6 vrouwen | Ervaren |
| Placidochromis electra | 20 | 24–28 | 7,6–8,8 | 10–25 | 120 × 45 | Meerdere vrouwen per man | Ervaren |
| Fossorochromis rostratus | 25 | 25–29 | 7,5–8,8 | 10–25 | 150 × 38 | Groep, liefst 2–3 vrouwen per man | Zeer ervaren |
| Nimbochromis venustus | 25 | 24–28 | 7,6–8,8 | 10–25 | 120 × 45 | Alleen, of één man met meerdere vrouwen | Zeer ervaren |
Bron: Seriously Fish (2026), soortprofielen. SL is de standaardlengte, gemeten zonder staartvin. De bodemmaten gelden als ondergrens; een kweekgroep of meerdere volwassen mannen vraagt meer ruimte. De kolom Niveau is onze eigen keuzehulp.
Labidochromis caeruleus: de gele rotsbewoner
Met een bodem van 90 × 45 cm is Labidochromis caeruleus de logische eerste mbuna. Hij wordt 10 cm SL en leeft in het meer bij rotsen én in Vallisneria-velden, dus geef hem rotsgrotten met zand en open stukken ertussen. Seriously Fish adviseert meerdere vrouwen per man; voor kweek één man met minstens drie vrouwen in een bak van 48 inch (circa 122 cm).
Aulonocara stuartgranti: de zandzoeker
Heb je 120 × 45 cm bodem en een rustige bak, dan is Aulonocara stuartgranti een mooie keuze. Seriously Fish adviseert één man met vier tot zes vrouwen. Deze pauwcichlide zoekt zijn voedsel in het zand, dus houd tussen de rotsgroepen een vrije zandzone aan; een bak die van links tot rechts vol stenen staat, ontneemt hem zijn voerplek.

Placidochromis electra: rustig en groot
Placidochromis electra wordt 20 cm SL en is zachtaardig; in een drukke mbunagemeenschap past hij niet. In het meer leeft hij boven zand, meestal dieper dan 7 meter, en eet hij ongewervelde dieren die gravende vissen opwoelen. Mannen worden bij het paaien licht territoriaal en graven een kuil. Geef hem een zandbodem, bereikbare voerplekken en rustig gezelschap.

Fossorochromis rostratus: lange zwemroute en zand
De zandzever Fossorochromis rostratus wordt 25 cm SL en zwemt snel. Bij schrik graaft hij zich in, en grind kan hem verwonden, dus zand is verplicht. Zet stenen vooral langs de randen en houd het midden vrij als zwemroute. Seriously Fish raadt een groep aan met zo mogelijk twee of drie vrouwen per man; meerdere dominante mannen vragen veel meer ruimte dan 150 × 38 cm. Drukke soorten zoals mbuna passen er niet bij.
Nimbochromis venustus: een viseter
Nimbochromis venustus is een rover van 25 cm SL die in de natuur op vis jaagt en ook kleine mbuna en jonge vissen eet. Je kunt hem alleen houden; voor kweek noemt Seriously Fish één man met meerdere vrouwen, want mannen onderling vechten fel. Zijn onregelmatige donkere vlekken leverden hem de Engelse naam giraffe cichlid op.
Welke inrichting en bodem hebben Malawi cichliden nodig?
Malawi cichliden hebben een bodem en rotsopbouw nodig die bij hun voedselgedrag past: holen en rotsen voor mbuna, fijn zand en open vlakken voor zandzoekers. Rotsen vormen schuilplaatsen en territoria en breken zichtlijnen, wat agressie dempt (OATA, z.d.).
Zet elke steen stevig op de bodemplaat en controleer de stabiliteit voordat er vissen in gaan (LICG, z.d.); Malawi cichliden graven in de bodem en kunnen zo een losse stapel ondermijnen. Voor Aulonocara en Fossorochromis is fijn zand nodig: grover grind kan de kieuwen beschadigen en het foerageren hinderen (Seriously Fish, 2026). OATA noemt koraalzand of een vergelijkbare bodem die het water buffert. Vergelijk de soorten aquariumbodem en teken je indeling eerst van bovenaf.
Op een smal scherm kun je het schema horizontaal verschuiven. Bekijk schema op volledige grootte.
Planten hebben het zwaar: gravende Malawi cichliden trekken ze uit de bodem, en alleen stevige soorten die op steen of hout groeien houden stand. Omdat een Malawi-gemeenschap vrij dicht bezet is, adviseert OATA een ruim bemeten filter en krachtige beluchting voor genoeg opgeloste zuurstof. Zet de bak uit de zon en uit de tocht.
Wat eten Malawi cichliden?
Malawi cichliden eten niet allemaal hetzelfde: kleine mbuna zijn grotendeels planteneters, grotere utaka en rovers eten meer dierlijk voer (OATA, z.d.). Kies het menu daarom per soort.
- Labidochromis caeruleus eet bijna alles, maar plantaardig voer zoals spirulinavlokken en geblancheerde spinazie hoort een groot deel van het dieet te zijn, aangevuld met levend en diepvriesvoer (Seriously Fish, 2026).
- Aulonocara stuartgranti krijgt fijn voer met een deel plantaardig materiaal, plus kleine muggenlarven of Artemia. Geef liever drie à vier kleine porties per dag dan één grote maaltijd.
- Placidochromis electra krijgt een gevarieerd menu van levend, diepvries- en droogvoer met wat plantaardig voer.
- Nimbochromis venustus neemt dood voer zoals garnalen en vis gretig aan; levende voervissen zijn niet nodig.
Konings, Wisor en Stauffer (2021) combineerden bij A. stuartgranti duikwaarnemingen met microCT-scans van de kop: vergrote zintuigkanalen vangen de bewegingen van kleine prooien in het zand op. De vis hangt stil boven de bodem, hapt zand en zeeft het voedsel eruit.
OATA adviseert twee voerbeurten per dag, met zoveel als de vissen in een paar minuten opeten; voerresten belasten het water. Bewaar droogvoer koel en droog, buiten de warme aquariumkap: warmte en vocht breken vitaminen en vetzuren af (LICG, z.d.).
Welke waterwaarden hebben Malawi cichliden nodig?
Malawi cichliden hebben hard, alkalisch water nodig: OATA noemt 23–27 °C, een GH van 12–18 °dH en een KH van 10–15 °dKH, en de soortprofielen hierboven gaan uit van pH 7,5–9,0. Ammoniak en nitriet horen niet aantoonbaar te zijn. Houd GH en KH uit elkaar; de uitleg over pH, KH en GH helpt je de meetwaarden te plaatsen.
Nederlands kraanwater verschilt per woonplaats in hardheid, die vooral wordt bepaald door calcium en magnesium (Vitens, z.d.). Meet je eigen leidingwater voordat je een soort kiest.
Die hoge pH maakt ammoniak extra gevaarlijk. Een TAN-test meet ammoniak en ammonium samen, en bij een hogere pH of temperatuur stijgt het aandeel van het veel giftigere NH₃ (Watson et al., z.d.). Lees een TAN-uitslag dus altijd samen met pH en temperatuur; meer daarover in ammoniak en pH. De bacteriën in het filterbed hebben bovendien zuurstof en alkaliniteit nodig om afval om te zetten.
| Moment | Wat je meet | Wat je doet |
|---|---|---|
| Vóór de eerste vissen | Ammoniak en nitriet in een ingerijpte bak | Pas vissen toevoegen als beide niet aantoonbaar zijn |
| Wekelijks | Ammoniak, nitriet, nitraat, pH, hardheid en temperatuur | Ongeveer 25% water wisselen en de uitslagen noteren |
| Na nieuwe vissen of meer voer | Dezelfde reeks, vaker | Bezetting langzaam opvoeren |
| Bij ander gedrag of minder eten | Direct alles opnieuw | Water én gezondheid controleren |
Bron: OATA (z.d.) en Watson et al. (z.d.).
Een nieuwe bak moet eerst opstarten: te veel vissen tegelijk overbelast de bacteriën die afval verwerken (OATA, z.d.). Lees meer over waterwissels en kraanwater en reken het percentage om naar liters met de waterwisselrekenhulp. Ammoniak is kleurloos en bij schadelijke concentraties niet te ruiken: alleen een meting telt.
Welke Malawi cichliden kun je samen houden?
Malawi cichliden kun je alleen combineren als temperament, volwassen formaat, voer en water passen; uit hetzelfde meer komen is niet genoeg. OATA noemt alle Malawi cichliden agressief en raadt aan ze alleen te houden met andere Malawi cichliden of enkele Synodontis-meervallen uit het meer.
| Combinatie | Probleem | Advies |
|---|---|---|
| P. electra met drukke mbuna | Te onrustig voor deze zachtaardige soort | Rustige zandbewoners of een eigen bak |
| A. stuartgranti met de meeste mbuna | Te druk, territoriale spanning | Bouw de bak rond de Aulonocara |
| A. stuartgranti met andere Aulonocara | Kruisingen | Eén Aulonocara-soort per bak |
| N. venustus met kleine vissen | Wordt opgegeten | Niet combineren |
| F. rostratus met kleine vissen of mbuna | Eet kleine vissen; mbuna zijn te druk | Alleen grote, rustige soorten |
| Meerdere dominante F. rostratus-mannen | Broedterritoria vragen veel ruimte | Groep en bakmaat samen plannen |
Bron: Seriously Fish (2026), Behaviour and compatibility.
Voor mbunagemeenschappen beschrijft OATA minstens 15 vissen in minimaal 200 liter, licht overbezet om agressie te spreiden, met meer vrouwen dan mannen per soort; kleine groepjes vechten vaak. Voor een venustus geldt dat niet: die houd je alleen of als harem. Zet de rustigste soorten als eerste in de bak, voeg nieuwe dieren in groepjes toe en herschik bij onrust de rotsen, zodat iedereen nieuwe territoria moet zoeken (OATA, z.d.).

Koop vissen met heldere ogen, gave vinnen, normaal zwemgedrag en rustige ademhaling, nooit uit een bak met zieke dieren (OATA, z.d.), en zet ze eerst in quarantaine.
Geen van de vijf besproken soorten staat op de Unielijst van invasieve exoten (NVWA en EU-verordening 2016/1141, gecontroleerd op 18 oktober 2026).
Hoe kweek je Malawi cichliden?
Malawi cichliden zijn muilbroeders: het vrouwtje draagt de bevruchte eieren 21 tot 40 dagen in haar bek (OATA, z.d.). Voor het paaien kleurt de man fel op en begint hij te graven. Bij Labidochromis caeruleus telt een legsel 5–30 eieren, die het vrouwtje tot 3–4 weken draagt zonder te eten; stress kan haar het broed voortijdig laten uitspugen (Seriously Fish, 2026).
| Fase | Wat je ziet | Wat je doet |
|---|---|---|
| Paaien | Man kleurt op en graaft; vrouw neemt de eieren in de bek | Laat de paaiplek met rust |
| Dragen, tot 3–4 weken (L. caeruleus) | Bolle keel, vrouw eet niet | Niet vangen of verplaatsen |
| Vrijlaten | Vrijzwemmende jongen, groter dan de meeste visjongen | Zorg vooraf voor schuilplekken en fijn voer |
Bron: OATA (z.d.) en Seriously Fish (2026), Reproduction van L. caeruleus.
Vrijgelaten jongen van Aulonocara stuartgranti kunnen nog een dooierzak hebben. Pas als die is opgenomen, hebben ze voer nodig, zoals pas uitgekomen Artemia-naupliën. Volgens Seriously Fish beginnen ze rond vier maanden geslachtsrijp te worden.
Wil je zuivere nakweek, houd dan één soort en één kleurvorm per bak. Aulonocara-soorten kruisen onderling, en bij A. stuartgranti dragen geografische kleurvormen verschillende handelsnamen. Ook kleurvormen en andere soorten van Labidochromis kruisen. Het geslacht van een gele Labidochromis lees je niet af aan de zwarte vinnen: dat kenmerk is onbetrouwbaar (Seriously Fish, 2026).
Veelgemaakte fouten met Malawi cichliden
- Kopen op kleur. Een gele, blauwe en gevlekte cichlide in één bak lijkt mooi, maar zandzoekers, mbuna en viseters vragen elk een eigen opzet.
- Rekenen met het formaat in de winkel. Een kleine N. venustus uit de winkel wordt 25 cm SL en eet daarna kleinere bakgenoten.
- Grind in een bak met zandzoekers. Aulonocara en Fossorochromis hebben fijn zand nodig om te zeven; grind kan kieuwen en lijf beschadigen.
- Een bak vol stenen. Mbuna vinden dat prima, maar een zandzoeker verliest zijn voerplek en een grote zwemmer zijn route.
- Soorten mengen voor de kweek. Aulonocara-soorten en Labidochromis-vormen kruisen; de nakweek is dan niet meer herkenbaar.
- Alleen op helder water vertrouwen. Bij een hoge pH is ammoniak giftiger; meet wekelijks en noteer de reeks.
- Te snel opvoeren. Veel vissen tegelijk in een jonge bak geeft een ammoniak- en nitrietpiek.
Veelgestelde vragen over Malawi cichliden
Hoe groot worden Malawi cichliden?
De meeste Malawi cichliden worden ongeveer 10 cm, sommige soorten tot 25 cm (OATA, z.d.). De vijf soorten in dit artikel lopen uiteen van 10 cm SL bij Labidochromis caeruleus tot 25 cm SL bij Fossorochromis rostratus en Nimbochromis venustus, gemeten zonder staartvin. Kies je bak op het volwassen formaat, niet op de maat in de winkel.
Hoeveel Malawi cichliden kun je samen houden?
Voor een mbunagemeenschap noemt OATA minstens 15 vissen in minimaal 200 liter, licht overbezet en met meer vrouwen dan mannen. Grotere soorten werken anders: Aulonocara stuartgranti houd je als één man met vier tot zes vrouwen, en Nimbochromis venustus alleen of als harem. Het juiste aantal hangt dus af van de soort.
Welke waterwaarden hebben Malawi cichliden nodig?
Malawi cichliden hebben hard, alkalisch water nodig: OATA noemt 23–27 °C, GH 12–18 °dH en KH 10–15 °dKH. De vijf soortprofielen in dit artikel gaan uit van pH 7,5–9,0. Ammoniak en nitriet moeten niet aantoonbaar zijn. Meet ook je kraanwater, want de hardheid verschilt in Nederland per woonplaats.
Welke bodem is het best voor Malawi cichliden?
Kies zand voor Malawi cichliden; voor zandzoekers zoals Aulonocara en Fossorochromis is fijn zand verplicht. Zij zeven zand om voedsel te vinden, en grind kan hun kieuwen beschadigen. OATA noemt koraalzand of een vergelijkbare bufferende bodem. Mbuna krijgen daarbovenop stevige rotsopbouw met grotten.
Met welke vissen kun je Malawi cichliden combineren?
Houd Malawi cichliden alleen samen met andere Malawi cichliden of enkele Synodontis-meervallen uit het meer, adviseert OATA. Ook binnen die groep passen niet alle soorten: een rustige Placidochromis electra hoort niet tussen drukke mbuna, en een viseter als Nimbochromis venustus eet kleine vissen. Combineer alleen soorten met hetzelfde temperament.
Zijn Malawi cichliden agressief?
Ja, OATA noemt alle Malawi cichliden agressief, en in kleine groepjes vechten ze vaak. Je dempt dat met rotsopbouw die zichtlijnen breekt, meer vrouwen dan mannen en de rustigste soorten als eerste in de bak. Een herschikte inrichting dwingt de vissen nieuwe territoria te zoeken. Zachtaardige soorten zoals Placidochromis electra bestaan wel.
Wat is het verschil tussen mbuna en Aulonocara?
Mbuna zijn rotsbewoners die veel plantaardig voer eten; Aulonocara, ook pauwcichliden genoemd, zoeken hun prooi in het zand. Een Aulonocara stuartgranti hangt stil boven de bodem en vangt bewegingen op met vergrote zintuigkanalen in de kop. Mbuna willen dus rotsgrotten, Aulonocara open fijn zand, en de meeste mbuna zijn te druk voor Aulonocara.
Hoe lang houdt een Malawi-vrouwtje de eieren in haar bek?
Een Malawi-vrouwtje draagt de eieren en jongen 21 tot 40 dagen in haar bek, afhankelijk van de soort (OATA, z.d.). Bij Labidochromis caeruleus is dat tot 3–4 weken, waarin ze niet eet. Laat een dragend vrouwtje met rust: stress kan haar het broed voortijdig laten uitspugen. Malawi cichliden worden in een goed ingerichte bak enkele jaren oud.
- Ornamental Aquatic Trade Association. (z.d.). How to look after African Malawi Cichlids. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://ornamentalfish.org/what-we-do/advice-information/care-sheets/caresheets-tropical-freshwater-fish/how-to-look-after-african-malawi-cichlids/
- Konings, A. F., Wisor, J. M., & Stauffer, J. R., Jr. (2021). Microcomputed tomography used to link head morphology and observed feeding behavior in cichlids of Lake Malaŵi. Ecology and Evolution, 11(9), 4605–4615. https://doi.org/10.1002/ece3.7359
- Seriously Fish. (2026). Labidochromis caeruleus. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.seriouslyfish.com/species/labidochromis-caeruleus/
- Seriously Fish. (2026). Placidochromis electra. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.seriouslyfish.com/species/placidochromis-electra/
- Seriously Fish. (2026). Fossorochromis rostratus. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.seriouslyfish.com/species/fossorochromis-rostratus/
- Seriously Fish. (2026). Nimbochromis venustus. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.seriouslyfish.com/species/nimbochromis-venustus/
- Seriously Fish. (2026). Aulonocara stuartgranti (Grant’s Peacock). Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.seriouslyfish.com/species/aulonocara-stuartgranti/
- Landelijk InformatieCentrum Gezelschapsdieren. (z.d.). Cichliden (vissengroep). Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.licg.nl/aquariumdieren/cichliden-vissengroep/
- Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. (z.d.). Unielijst invasieve exoten. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.nvwa.nl/onderwerpen/plant/invasieve-exoten/unielijst-invasieve-exoten
- Europese Commissie. (2025). Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1141, geconsolideerde versie van 7 augustus 2025. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:02016R1141-20250807
- UNESCO World Heritage Centre. (z.d.). Lake Malawi National Park. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://whc.unesco.org/en/list/289/
- Vitens. (z.d.). Waterhardheid. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.vitens.nl/service/waterkwaliteit/waterhardheid
- Malinsky, M., Svardal, H., Tyers, A. M., Miska, E. A., Genner, M. J., Turner, G. F., & Durbin, R. (2018). Whole-genome sequences of Malawi cichlids reveal multiple radiations interconnected by gene flow. Nature Ecology & Evolution, 2(12), 1940–1955. https://doi.org/10.1038/s41559-018-0717-x
- Watson, C., Francis-Floyd, R., Petty, D., & Pouder, D. B. (z.d.). Ammonia in Aquatic Systems (FA16/FA031). UF/IFAS Extension. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://ask.ifas.ufl.edu/publication/FA031





