Naar de inhoud
ALQUARIUM Vraag het Alquarium
Wildtype guppy's boven een kiezelbodem: een gekleurd mannetje boven en twee vrouwtjes daaronder.
Een mannetje en twee vrouwtjes van de guppy in wildtype uiterlijk. De toevallige verhouding in een foto bewijst geen optimale groepssamenstelling. Voor de website verkleind en omgezet naar WebP. Per Harald Olsen, CC BY 3.0

Vissen

Guppenverhouding: één man op twee tot vijf vrouwen

Bij de guppy (Poecilia reticulata) verdienen de verhouding tussen mannetjes en vrouwtjes én het gedrag aandacht. LICG adviseert één mannetje op twee tot vijf vrouwtjes, maar zo’n verhouding bepaalt niet hoeveel vissen in je aquarium passen. Hier lees je waar het advies op steunt, wat onderzoek naar opjagen laat zien en hoe je een onrustige groep beoordeelt.

15 min lezen

1 : 2-5man op vrouwenhouderijrichtlijn van LICG; geen vastgesteld universeel welzijnsoptimum. De gedragsexperimenten onderzochten specifieke verhoudingen en uitkomsten.
40%mannen in het wildin twee wilde populaties; 95 procent van 54 metingen zat op de helft of lager [gemeten]
1,6×zoveel ruzie binnen de eigen seksevan 17 naar 83 procent eigen sekse in de groep [gemeten, met eigen omrekening uit de gerapporteerde coëfficiënt]

In het kort

  • LICG adviseert één mannetje op twee tot vijf vrouwtjes. Gedrag bij verschillende sekseverhoudingen is wel onderzocht, maar daarmee is geen universeel welzijnsoptimum voor aquaria vastgesteld.
  • Een sekseverhouding is geen bezettingsadvies. Beoordeel de totale groep samen met de bak en voeg geen dieren toe alleen om een verhouding te bereiken.
  • In twee onderzochte wilde populaties was gemiddeld 40 procent van de volwassen dieren man. Zo’n populatiegemiddelde is geen voorschrift voor iedere groep of aquariumverhouding.
  • Hoe groter het aandeel van je eigen sekse in de groep, hoe vaker soortgenoten elkaar aanvallen. Dat geldt voor mannetjes én voor vrouwtjes, dus scheef is ook duur voor wie in de meerderheid zit.
  • Energiezuiniger zwemmen bewijst niet dat opjagen onschadelijk is. Beoordeel voedselopname, gedrag en gezondheid samen; gebruik een zwemproef niet om ziekte of sterfte uit te sluiten.

Wat betekent dit voor jouw bak?

Alquarium leest dit artikel mee en denkt met je mee over jouw aquarium. Gratis, geen account nodig.

Bij de gup telt niet alleen hoeveel dieren er zwemmen, maar hoe ze verdeeld zijn, en dat is de knop die je zelf in de hand hebt. Hoeveel mannen en hoeveel vrouwen zwemmen er nu bij jou, en heb je ze op de aarsvin geteld of op kleur geschat?

  • Of begin hiermee:

De regel, en wie hem stelt

LICG adviseert één mannetje op twee tot vijf vrouwtjes, met het aanhoudende opjagen door mannetjes als reden. Dat is een verzorgingsrichtlijn; de verhouding geeft op zichzelf geen volledige beoordeling van het welzijn.

Let op wat voor reden daar staat. Het gaat over gedrag, niet over voortplanting.

Seriously Fish zegt hetzelfde zonder getal: houd meerdere vrouwtjes per mannetje, want mannetjes kunnen behoorlijk fel zijn in hun voortdurende achtervolging. [literatuurrichtlijn]

De Nederlandstalige verzorgingspagina's die we ernaast legden geven alle drie 1:3. [eigen telling over drie pagina's, 4 september 2026] Aquariumfans zet er een reden bij die klopt: het mannetje kan zijn aandacht dan verdelen. Tom&Co (Belgische winkelketen) noemt het voorkomen van uitputting als reden en koppelt 1:3 aan een bak van minstens tachtig liter. De zwemproef verderop kan die gezondheidsclaim niet bevestigen of weerleggen. Tropischevissengids noteert "1 mannetje met 3 vrouwtjes" zonder reden en zonder bron.

Ook binnenshuis liepen de getallen uiteen. De gecureerde kennisbank waaruit de assistent op deze site put, hield twee tot drie vrouwtjes per mannetje aan. [praktijkregel] Dat bijt niet — twee tot drie valt binnen twee tot vijf — maar het is een smallere band dan LICG geeft, en in deze gids houden we LICG aan.

Dat 1:3 valt keurig binnen die band. Een verhouding binnen die band vraagt nog steeds om beoordeling van gedrag, ruimte en gezondheid. Wat er ontbreekt is de reden, en die is interessanter dan de regel.

Zwemmen er platy's naast je guppen, reken dan per soort. LICG geeft die soort één mannetje op twee tot vier vrouwtjes, de gup twee tot vijf. [literatuurrichtlijn] De ondergrens is bij allebei dezelfde; alleen de bovenkant verschilt, en die bindt niet.

Wat je meeneemt als je vandaag gaat kopen

Een verhouding vertelt hoe de seksen verdeeld zijn, niet hoeveel vissen jouw bak kan dragen. Gebruik haar daarom niet als boodschappenlijst. De guppenbak bespreekt hoe je afmetingen, inrichting, de hele bezetting en eventuele aanwas samen beoordeelt.

De bronnen verschillen over een minimale groep. Die verschillen verdwijnen niet door een groepsadvies met een sekseverhouding te combineren tot één getal. Voeg dus ook geen tweede mannetje toe omdat een rekensom of tabel dat voorschrijft.

Samenstelling Wat je vóór aankoop uitzoekt
Gemengd Past de hele groep en heb je een plan voor jongen? Bekijk de verhouding samen met het gedrag.
Uitsluitend mannetjes Zijn alle dieren correct gesekst, en kunnen zij in de beoogde inrichting goed samenleven?
Uitsluitend vrouwtjes Vraag naar eerdere huisvesting met mannetjes; na een eerdere paring kunnen nog jongen volgen.

Controleer het geslacht bij de aankoop aan de aarsvin. Een vrouwtjesgroep zonder aanwezige mannetjes is geen garantie tegen aanwas. Plan eventuele jongen vooraf; wacht daarvoor niet op een voorspeld moment waarop de bak vol zou zijn.

De guppenverhouding is een richtlijn, geen vastgesteld welzijnsoptimum

Chuard en collega’s vergeleken in 2022 groepen met 17, 50 en 83 procent mannetjes. De eerste verhouding komt bij zes dieren neer op één mannetje met vijf vrouwtjes. De vraag óf sekseverhoudingen experimenteel zijn onderzocht is dus duidelijk te beantwoorden: ja. Maar de proef vergeleek geen volledige reeks van 1:2, 1:3 en 1:5 op groei, gezondheid en overleving in huiskameraquaria. Een universeel welzijnsoptimum volgt er niet uit. (Chuard et al., 2022)

Dat verschijnsel is wél gemeten. Chuard, Grant en Brown werkten in 2022 op twee plekken in de Aripo op Trinidad. Bovenstrooms zit weinig roofvis, benedenstrooms veel. Ze zetten doorzichtige kooien van 40 bij 30 bij 30 centimeter op de rivierbodem, met zes dieren erin en het aandeel mannetjes zelf ingesteld op 17, 50 of 83 procent; dertig herhalingen per verhouding, per populatie. Daarin telden ze drie dingen: aanvallen tussen soortgenoten van dezelfde sekse, balts, en gedwongen paringspogingen. Wat er níet in zat: groei, conditie, overleving, en alle verhoudingen die tussen die drie cellen in liggen. [gemeten]

De uitkomst: hoe groter het aandeel van je eigen sekse in de groep, hoe vaker er binnen die sekse geknokt werd. Bij mannetjes én bij vrouwtjes, met een effect van 0,69 op de rekenschaal van het model per hele eenheid eigen-sekse-aandeel. [gemeten] Van de cel waarin je eigen sekse zeventien procent van de groep uitmaakt naar de cel waarin ze drieëntachtig procent uitmaakt, komt dat neer op ongeveer anderhalf keer zoveel aanvallen (1,6×) — voor mannetjes én voor vrouwtjes, elk binnen de eigen sekse. [gemeten, met eigen omrekening uit de gerapporteerde coëfficiënt] Let op de marge: het betrouwbaarheidsinterval van 0,18 tot 1,20 laat alles toe tussen ruim tien procent meer en ruim het dubbele. De richting staat vast, de grootte niet.

Mannetjes waren daarbij niet aantoonbaar agressiever dan vrouwtjes. De dieren bovenstrooms, waar weinig roofvis zit, waren wel duidelijk agressiever dan die benedenstrooms.

Deze uitkomst gaat over aanvallen tussen dieren van dezelfde sekse. Zij beschrijft niet rechtstreeks hoe vaak een mannetje een vrouwtje achtervolgt. De veldgemiddelden hieronder en het experiment beantwoorden verschillende vragen: een percentage boven een veldgemiddelde bewijst niet dat jouw aquariumgroep een onveilige verhouding heeft. Beoordeel het daadwerkelijke gedrag en de huisvesting.

Waar in de band ga je dan zitten

De hier besproken onderzoeken wijzen geen verhouding aan die voor iedere guppenbak het beste welzijn oplevert. Het midden van een adviesband is evenmin een gemeten optimum. Gebruik het verzorgingsadvies als vertrekpunt en beoordeel daarnaast of de dieren kunnen eten, uitwijken en tot rust komen. Kies geen extra vissen alleen om op een bepaalde verhouding uit te komen.

In het wild staat de verhouding juist andersom

Dezelfde onderzoekers telden in die twee populaties ook zonder kooien: twintig tellingen benedenstrooms en vierendertig bovenstrooms. In beide populaties was gemiddeld 40 procent van de volwassen dieren mannetje: benedenstrooms met een 95%-interval van 13 tot 54 procent, bovenstrooms van 23 tot 51 procent. Tel je elke waarneming los, dan komt het over alle 54 veldmetingen samen uit op 29 procent, met een interval van 25 tot 32 procent. En het scherpste getal van de hele reeks: 95 procent van die metingen zat op de helft of lager. [gemeten]

Afzonderlijke veldmetingen liepen op tot 71 procent mannetjes. Dat laat zien dat een gemiddelde niet iedere groep of ieder moment beschrijft. Ook in een aquarium kan de verhouding veranderen, bijvoorbeeld wanneer jongen opgroeien of de samenstelling wordt aangepast. Blijf daarom tellen en het gedrag volgen.

Waaróm die verhouding vrouwtjes-scheef ligt, is apart gemeten. Arendt, Reznick en López-Sepulcre volgden in 2014 vier uitgezette populaties met merken en terugvangen. Het overschot ontstaat doordat mannetjes eerder doodgaan en vrouwtjes langer leven, en nauwelijks doordat er meer vrouwtjes geboren worden. [gemeten]

De veldverhouding beschrijft de onderzochte populaties; zij maakt een aquariumgroep met evenveel mannetjes als vrouwtjes niet automatisch onnatuurlijk. Gebruik een veldgemiddelde evenmin als verzorgingsnorm. Controleer bij aankoop het geslacht aan de aarsvin en beoordeel de gekozen groep in de eigen huisvesting.

Opjagen: wat onderzoek wel en niet vertelt

Vier dingen die je makkelijk door elkaar haalt

Het mannetje kromt zich zijdelings vóór het vrouwtje en trilt. Dat is balts, en dat hoort erbij.

Het mannetje schiet van achteren of van onderen aan, zonder vertoning vooraf. Dat is een paringspoging zonder toestemming, in onderzoek sluikparing genoemd. Dat is de dure variant.

Twee dieren van dezelfde sekse kunnen naar elkaars vinnen happen of elkaar wegjagen. Beschrijf welke dieren betrokken zijn en beoordeel de inrichting, ruimte, voedselopname en gezondheid. Dat gedrag schrijft op zichzelf geen andere verhouding of extra vissen voor.

Een vierde situatie is een vrouwtje dat een mannetje wegjaagt of naar hem hapt. De hier besproken telling van Chuard betrof agressie binnen dezelfde sekse en verklaart dit gedrag dus niet rechtstreeks. Beoordeel welke dieren betrokken zijn, wanneer het gebeurt en of zij elkaar kunnen ontwijken; neem ook de overige omstandigheden mee.

De hier besproken onderzoeken geven geen grens waarmee je het aantal achtervolgingen in jouw aquarium als veilig kunt beoordelen. Kijk daarom naar het hele dier en de omstandigheden. Observeren bij het voeren kan helpen, maar stelt de oorzaak van klachten niet vast.

Wat er gemeten is

Killen, Croft, Salin en Darden hielden in 2016 vrouwtjes vijf maanden onder hoge mannetjesdruk (één op één) of lage mannetjesdruk (één op 5,7), twaalf bakken per behandeling en twintig dieren per bak. In hun eigen bakken waren de vrouwtjes onder hoge druk 1,9 keer zo actief en maakten ze ruim twee keer zoveel schietbewegingen per minuut, 1,06 tegen 0,48. Vóór de fysiologische metingen verbleven de vrouwtjes achttien dagen in groepen zonder mannetjes, om de directe sociale omstandigheden en lichaamsconditie te standaardiseren. Daarna werden tien vrouwtjes per behandeling in de zwemtunnel onderzocht. (Killen et al., 2016)

Tot zover het verwachte deel. Het onverwachte: hun stofwisseling bij een gegeven zwemsnelheid lag juist lager, en hun energiekosten per afgelegde afstand ook. In rust- en maximaalstofwisseling was geen verschil te vinden. [gemeten]

De onderzoekers maten een aanpassing in het zwemmen. Daaruit volgt niet dat een opgejaagd vrouwtje gezond is of geen ernstige schade kan ondervinden. De proef stelt bij een individuele vis geen uitputting, ziekte of doodsoorzaak vast. (Killen et al., 2016)

Ander onderzoek aan guppen richt zich op voortplanting en nakomelingen. Gasparini, Devigili en Pilastro lieten in 2012 vrouwtjes per voortplantingscyclus één dag of acht dagen met drie mannetjes samen, hun leven lang. Het totale aantal nakomelingen verschilde niet. Maar de zwaar lastiggevallen vrouwtjes kregen kleinere dochters, en zonen met een kortere paringsvin die het bij vrouwtjes slechter deden. De auteurs tekenen er zelf bij aan dat het verschil in sekseverhouding tussen beide behandelingen daarin kan meespelen. [gemeten]

Ook het foerageren is onderzocht. Yang, Grant, López-Sepulcre en Gordon volgden in 2023 telkens tien minuten lang één vrouwtje en telden haar happen, plus de balts en de sluikparingen die op haar gericht waren. Allebei die vormen van aandacht drukten het foerageren, maar niet op dezelfde manier: balts verlaagde vooral de kans dát ze aan het eten sloeg, terwijl de sluikparing ook het aantal happen omlaag haalde van een vrouwtje die al aan het eten was. [gemeten] Dat laatste verschilde per herkomst: bij vrouwtjes uit een lijn met veel roofvis ging elke extra sluikparing in die tien minuten samen met ongeveer achttien procent minder happen, bij de andere lijn was dat effect er niet, en het verschil tussen beide lijnen was zelf net niet significant. [gemeten, met eigen omrekening van de coëfficiënt] Reken dat niet door naar nul: het is een verband per extra poging binnen het gemeten bereik, en hoeveel een vrouwtje zonder die pogingen eet, staat niet in de publicatie.

Laat aanhoudend opjagen niet voortduren omdat er nog geen vis is gestorven. Kijk of het dier kan eten en tot rust komt, en let ook op andere klachten. Sociale belasting, een waterprobleem en ziekte kunnen tegelijk aandacht vragen. (LICG, z.d.)

Als het bij jou al scheef staat, in deze volgorde

Controleer water, gezondheid en achtervolging samen. Een dier dat zich terugtrekt is niet automatisch alleen een opgejaagd dier. Meet ammonium/ammoniak en nitriet en controleer temperatuur, beluchting en de overige waterwaarden. Een meetbaar probleem verdient aandacht, maar sluit ziekte of sociale stress niet uit. Observeer of het wegduiken samenvalt met achtervolging. Geknepen vinnen, snel ademen en stil hangen zijn geen bewijzen waarmee je sociale druk van ziekte kunt scheiden; gebruik daarvoor het hele beeld en zo nodig deskundig onderzoek. Zie guppenziekten. (LICG, z.d.; Francis-Floyd et al., 2026)

Observeer tijdens het voeren wie werkelijk eet en wie wordt weggejaagd. Noteer ook wat buiten de voerbeurt gebeurt. Minder eten bewijst op zichzelf geen te hoge mannetjesdruk. Wacht bij duidelijke verslechtering niet eerst drie dagen af: beoordeel de overige klachten en raadpleeg zo nodig een deskundige. Zie guppenziekten.

Sekseer de aanwas. Deze stap wordt het vaakst overgeslagen. Veel bakken met "ineens veel onrust" zijn bakken waarin de eigen jongen volwassen zijn geworden en de verhouding stilletjes is gekanteld. De naslagwerken zetten het scheidingsmoment op twee maanden [literatuurrichtlijn], terwijl in een groeistudie aan deze soort de jonge dieren al op drie tot vier weken werden ingedeeld, zodra ze te sekseren waren [gemeten als methodische opgave, Arendt & Reznick 2005; dat getal wordt in deze gids gedragen door het geslacht van een gup en is hier geleend]. Begin dus rond een week of vier met kijken in plaats van pas na twee maanden. Tel als iedereen boven staat, of maak een foto en tel op het scherm. Tel op de vin, niet op de kleur.

Zet er begroeiing en zichtbrekers in. Controleer na een aanpassing of dieren elkaar werkelijk kunnen ontwijken; inrichting garandeert niet dat de overlast verdwijnt. Concreet: dichte waterplanten tegen de achter- en zijwanden zodat een vrouwtje uit het zicht kan, iets drijvends voor schaduw, en een stuk hout dat de zichtlijn door de bak breekt. [praktijkregel]

Wat daaronder ligt: Manenti en collega's verdeelden in 2025 driehonderdzestig dieren over achttien bakken van zestig liter, twintig dieren per bak, waarvan vijftien proefbakken — vijf per niveau van inrichting — en drie reservebakken, 55 dagen lang, op een verhouding van één op één. De drie niveaus: kaal, bodemgrond met een stuk hout, of dat plus beplanting. Het stresshormoon cortisol in het bakwater lag in de kale bakken steeds tussen 30 en 35 nanogram per milliliter, tegen 20 tot 25 in de ingerichte bakken. [gemeten] Let op wat die proef is: een verrijkingsproef, geen verhoudingsproef. Ze laat zien dat een kale bak de druk verergert, niet dat begroeiing een scheve verhouding repareert. Bijten kwam in de rijkst ingerichte bakken zelfs vaker voor, en de auteurs koppelen dat aan mannetjes die om vrouwtjes vechten: er valt dan iets te verdedigen.

Beoordeel een verandering van de groep vóór je dieren bijplaatst. Meer vrouwtjes toevoegen verandert zowel de verhouding als de totale bezetting. Dat past alleen als de grotere groep geschikt te huisvesten is; extra dieren zijn geen automatische oplossing voor opjagen. Bespreek zo nodig een andere groepssamenstelling of herplaatsing, met de afmetingen, huidige dieren, inrichting en klachten erbij.

Bij herplaatsing hoort een geschikte bestemming. Informeer vooraf of een winkel, vereniging of andere ervaren houder de dieren verantwoord kan opnemen. Een groep van uitsluitend correct gesekste mannetjes brengt zelf geen jongen voort; kijk ook dan of de dieren goed samenleven. Zet aquariumvissen niet uit in buitenwater.

Tijdelijk scheiden vraagt passende huisvesting. Het weghalen van een achtervolgend dier kan het contact tussen die dieren stoppen, maar neem waterkwaliteit, temperatuur en inrichting van de opvang mee in je plan. Een vrouwtje kan na een eerdere paring nog jongen krijgen als het mannetje weg is. Alleen scheiden garandeert daarom geen einde aan de aanwas.

Blijf na een ingreep dagelijks kijken of de overlast afneemt en ieder dier kan eten. Bij aanhoudende klachten of verslechtering is verder onderzoek nodig. Een proefduur van 55 dagen is geen wachttijd voor een opgejaagde of zieke vis. (LICG, z.d.)

Wat je concreet doet bij een onrustige groep

Beschrijf eerst wat er gebeurt: wie achtervolgt wie, kan elk dier eten en waar kunnen vissen uitwijken? Noteer daarnaast de bakafmetingen, alle aanwezige dieren en de watermetingen. Gebruik die informatie om de huisvesting en groepssamenstelling gericht te beoordelen.

Situatie Eerst beoordelen
Een vrouwtje wordt voortdurend achtervolgd Of het kan eten en rusten; beoordeel ook waterkwaliteit en gezondheid.
Je overweegt vrouwtjes toe te voegen Of de totale grotere groep passend te huisvesten is; een gewenste verhouding is geen vrijgave voor bijplaatsen.
Mannetjes jagen elkaar weg Welke dieren betrokken zijn en of ze kunnen uitwijken; koop niet automatisch extra vissen om de aandacht te verdelen.
De groep groeit door jongen Welke dieren er nu zijn en welke passende opvang of herplaatsing nodig is.

Een litergetal levert hierbij geen vaste doelbezetting op. De guppenbak helpt de hele bezetting te beoordelen. Bij duidelijke klachten hoort ook de route voor guppenziekten; wacht niet tot een zelfgekozen aantal dieren is bereikt voordat je problemen aanpakt.

Het getal van de kweker komt uit een andere hoek

In een gepubliceerde kweekproef aan een nauwe verwant van de gup gebruikten Hernández-López en Luna-Vivaldo in 2021 twaalf vrouwtjes en drie mannetjes in drie kweekgroepjes. Dus vier vrouwtjes op één mannetje, uitdrukkelijk omdat dat de verhouding is die bij levendbarende tandkarpers gebruikt wordt. Alle vrouwtjes werden drachtig, en in twee maanden leverden ze tien worpen. Hoeveel jongen dat samen waren, zegt die publicatie niet eenduidig: in dezelfde alinea staan 122 jongen én een gemiddelde van 17,33 jongen per worp, en tien worpen van 17,33 zijn er 173. Die 122 is wél precies het aantal dieren waarvan het geslacht is bepaald, 39 mannen en 83 vrouwen, dus één van die twee opgaven moet fout zijn. [gemeten als kweekresultaat, met een intern conflict in de bron, aan een verwante soort en niet aan de gup]

Dat is een productiegetal, geen welzijnsgetal. 1:4 valt keurig binnen de band van LICG, maar de kweker kiest die verhouding omdat hij álle vrouwtjes drachtig wil hebben. Wie zijn bak juist niet vol wil laten lopen, moet zich er dus niet door laten geruststellen. Een gepubliceerde kweekverhouding voor de gup zelf hebben we niet gevonden. [hiaat]

Alleen mannetjes houden is een reële optie

Een groep van uitsluitend correct gesekste mannetjes brengt zelf geen jongen voort. Kies de bezetting daarom nog steeds op huisvesting en gedrag: er volgt geen veilig aantal uit het ontbreken van aanwas.

De beschreven proef met verschillende sekseverhoudingen voorspelt niet rechtstreeks hoe een groep zonder vrouwtjes zich gedraagt. Observeer dus wat er in jouw aquarium gebeurt. Extra mannetjes bijzetten om onrust te verdelen is geen bewezen oplossing. Meer uitleg over het beoordelen van de hele groep staat bij de guppenbak.

Alleen vrouwtjes sluit jongen niet uit

Vraag bij aankoop hoe de vrouwtjes zijn opgegroeid en of zij eerder met mannetjes samen zaten. Door spermaopslag kunnen na een eerdere paring nog jongen volgen. Een huidige scheiding van de seksen bewijst dus niet dat de vrouwtjes onbevrucht zijn. Hoeveel jongen een individueel vrouwtje nog krijgt en wanneer, kun je uit deze informatie niet voorspellen.

Bronnen
  1. LICG, Guppy — de norm van één mannetje per twee tot vijf vrouwtjes, met het opjagen als reden — https://www.licg.nl/aquariumdieren/guppy/
  2. LICG, Platy — één mannetje per twee tot vier vrouwtjes — https://www.licg.nl/aquariumdieren/platy/
  3. Seriously Fish. (z.d.). Poecilia reticulata. https://www.seriouslyfish.com/species/poecilia-reticulata/ — meerdere vrouwtjes per mannetje en spermaopslag: eerder bevruchte vrouwtjes kunnen ook zonder aanwezige mannetjes nog jongen krijgen. Geraadpleegd 15 september 2026.
  4. FishBase, Poecilia reticulata — houderijadvies: groepen van vijf of meer dieren — https://www.fishbase.se/summary/Poecilia-reticulata.html
  5. Alquarium. (2026). Guppenbak: bakmaat, inrichting en bezetting kiezen. https://alquarium.nl/vissen/gup-bak — beoordeling van afmetingen, inrichting, de hele groep en mogelijke aanwas; geen vaste aantallentabel per liter.
  6. Alquarium, Guppy man of vrouw: het gonopodium beslist, niet de kleur — draagt in deze gids de sekseerbaarheidsgetallen: de drie tot vier weken uit Arendt & Reznick 2005 en de twee maanden uit de naslagwerken. Dit artikel leent die twee getallen daar en heeft die publicatie zelf niet geopend
  7. Alquarium-kennisbank, gecureerde chunk bij de entiteit Gup, nagelopen 4-9-2026 — die houdt twee tot drie vrouwtjes per mannetje aan, een smallere band dan LICG; hier expliciet naast de LICG-norm gezet
  8. Chuard, Grant & Brown 2022, Mating competition and adult sex ratio in wild Trinidadian guppies, Behavioral Ecology 33(4):892-900, DOI 10.1093/beheco/arac058 — volledige tekst geraadpleegd op academic.oup.com: de kooiproef (doorzichtige bakken van 40 × 30 × 30 cm, zes dieren, aandeel mannetjes 0,17 / 0,50 / 0,83, dertig herhalingen per behandeling per populatie), de drie getelde gedragingen (agressie binnen de eigen sekse, balts, gedwongen paringspogingen), de modelcoëfficiënt β = 0,69 met CI 0,18-1,20 (z = 2,66; P = 0,0077), en de veldtellingen: 20 schattingen in de Lower Aripo (gemiddeld 0,40; CI 0,13-0,54) en 34 in de Upper Aripo (0,40; CI 0,23-0,51), over alle 54 samen 0,29 (CI 0,25-0,32), waarvan 95 procent op 0,5 of lager. De datasetbeschrijving op Dryad is als tweede spoor nagelopen — https://academic.oup.com/beheco/article/33/4/892/6608197 en https://datadryad.org/dataset/doi:10.5061/dryad.bg79cnpd1
  9. Killen, Croft, Salin & Darden 2016, Male sexually coercive behaviour drives increased swimming efficiency in female guppies, Functional Ecology 30(4):576-583 — volledige tekst geraadpleegd — https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC4949636/
  10. Yang, Grant, López-Sepulcre & Gordon 2023, Female foraging strategy co-evolves with sexual harassment intensity in the Trinidadian guppy, Behavioral Ecology 34(4):593-601, DOI 10.1093/beheco/arad027 — volledige tekst geraadpleegd op academic.oup.com; het foerageermodel geeft voor sluikparingen β = −0,20 (SE 0,07; z = −2,77; P = 0,006) bij vrouwtjes uit de roofvisrijke lijn tegen β = −0,02 (SE 0,06; z = −0,35; P = 0,729) bij de andere lijn, met een interactie herkomst × sluikparing van β = 0,18 (SE 0,09; z = 1,92; P = 0,055); balts drukte wel de kans dát een vrouwtje foerageerde maar niet het aantal happen van een vrouwtje die al at — https://academic.oup.com/beheco/article/34/4/593/7100322
  11. Gasparini, Devigili & Pilastro 2012, Cross-generational effects of sexual harassment on female fitness in the guppy, Evolution 66(2):532-543, DOI 10.1111/j.1558-5646.2011.01455.x — samenvatting geraadpleegd via Europe PMC — https://europepmc.org/article/MED/22276546
  12. Arendt, Reznick & López-Sepulcre 2014, Replicated origin of female-biased adult sex ratio in introduced populations of the Trinidadian guppy, Evolution 68(8):2343-2356, DOI 10.1111/evo.12445 — samenvatting geraadpleegd via Europe PMC — https://europepmc.org/article/MED/24816221
  13. Manenti e.a. 2025, Effect of different levels of environmental enrichment on the welfare of guppy (Poecilia reticulata), Frontiers in Fish Science 3 — 360 dieren in 18 bakken van 60 liter, waarvan 15 proefbakken (vijf herhalingen per verrijkingsniveau) en 3 reservebakken, 20 dieren per bak, 55 dagen — https://www.frontiersin.org/journals/fish-science/articles/10.3389/frish.2025.1581493/full
  14. Hernández-López & Luna-Vivaldo 2021, Life history traits of Endler's fish (Poecilia wingei), AACL Bioflux 14(3):1727-1733 — twaalf vrouwtjes en drie mannetjes in drie kweekgroepjes op vier vrouwtjes per mannetje; let op: de opgaven “tien worpen, 122 jongen” en “17,33 ± 4,68 jongen per worp” staan in dezelfde alinea en sluiten elkaar uit — https://bioflux.com.ro/docs/2021.1727-1733.pdf
  15. Alquarium, Endler: een eigen soort, en hij lost op in de guppenbak — daar is deze kweekproef uitgeplozen, inclusief de vaststelling dat tien worpen van gemiddeld 17,33 jongen 173 dieren zijn en geen 122, en dat die 122 het aantal geslachtsbepaalde jongen is (39 mannen, 83 vrouwen). Dit artikel neemt dat voorbehoud daarvandaan over en heeft de publicatie op dat punt niet zelf herteld
  16. Tom&Co. (z.d.). De guppy: een kleine, kleurrijke vis. https://www.tomandco.com/nl-be/blog/de-guppy-een-kleine-kleurrijke-vis.html — winkeladvies over sekseverhouding; de genoemde reden van uitputting is geen uitkomst van de hier besproken zwemproef.
  17. Tropischevissengids.nl, Guppy — "1 mannetje met 3 vrouwtjes", zonder bron of reden — https://www.tropischevissengids.nl/vissen/levendbarende-tandkarpers/guppy
  18. Aquariumfans.nl, Guppy in je aquarium — 1:3, met als reden dat het mannetje zijn aandacht dan verdeelt — https://www.aquariumfans.nl/guppy-in-je-aquarium/
  19. Francis-Floyd, R., Yanong, R. P. E., & Petty, B. D. (2026, juni). Environmental diseases of aquatic animals in aquatic systems. Merck Veterinary Manual. https://www.merckvetmanual.com/exotic-and-laboratory-animals/aquatic-systems/environmental-diseases-of-aquatic-animals-in-aquatic-systems — laatste update juni 2026; volledige beoordeling mei 2023. Onderscheid totale hardheid en alkaliniteit, pH en ammoniak, en meerdere mogelijke oorzaken van sterfte. Algemene veterinaire naslag, geen guppyproef. Geraadpleegd 10 september 2026.

Wat betekent dit voor jouw bak?

Alquarium leest dit artikel mee en denkt met je mee over jouw aquarium. Gratis, geen account nodig.

Je hebt het stuk uit. Wat wil je weten over jouw eigen bak?

  • Of begin hiermee:

Verder lezen

Alles over vissen