Naar de inhoud
ALQUARIUM Vraag het Alquarium
Carinotetraodon lorteti (roodoogkogelvis), vrouwtje of jong dier, in zijaanzicht: geel-bruin marmerpatroon op de rug, witte buik met donkere vlekken en rood-oranje ogen.
Foto: Павлик Лисицын. Licentie: CC BY 4.0 (https://creativecommons.org/licenses/by/4.0). Verkleind en omgezet naar WebP; niet gegenereerd. Павлик Лисицын, CC BY 4.0

Vissen

Redeye puffer (Carinotetraodon lorteti): een territoriale kogelvis voor de soortbak

Carinotetraodon lorteti, in de handel bekend als Redeye puffer, is een kleine zoetwaterkogelvis uit Zuidoost-Azië die in principe alleen hoort in een rijk ingerichte soortbak. De vis is territoriaal en bijt vinnen van medebewoners, vooral in kleinere bakken. Reken op een bodem van minstens 60 × 30 centimeter, zacht tot matig hard water, een rustige stroming en regelmatig voer met harde schelpdelen, zoals slakken, om de doorgroeiende tandplaten kort te houden. Regelmatige kleine waterwissels horen erbij, want de soort verdraagt verslechterende waterkwaliteit slecht.

8 min lezen

60 × 30 cmKleinste bodem volgens Seriously FishRichtlijn van één houderijbron, geen gemeten minimum; de bron noemt daarbij een volume van ongeveer 54 liter.
20–28 °CAquariumadvies Seriously FishFishBase-naslag noemt 24–28 °C. Geen van beide is een gemeten tolerantiegrens of optimum.
pH 5,0–7,5 · 1–12 dGHAquariumadvies Seriously FishFishBase noemt pH 6,5–7,0 en dH 3–10. dGH is de totale hardheid (GH); de bronadviezen zijn niet gemengd.
6 cm SLGemelde maximale standaardlengteFishBase (ref. 12693): grootste gemelde standaardlengte, een meetwaarde en geen bewezen maximum voor alle exemplaren.

In het kort

  • De onderbouwde basisopzet is één Redeye puffer alleen in een rijk ingerichte bak; de soort is territoriaal en bijt vinnen, en voor een groep zijn geen veilige aantallen vastgesteld.
  • Begin met een bodem van 60 × 30 cm, kienhout, veel planten en drijfplanten voor schaduw, eventueel een bladlaag en een rustige stroming.
  • Houd de waterbereiken per bron gescheiden: Seriously Fish adviseert 20–28 °C, pH 5,0–7,5 en 1–12 dGH; FishBase vermeldt als naslagbereik 24–28 °C, pH 6,5–7,0 en dH 3–10. Het zijn bereiken uit naslag en houderijadvies, geen gemeten grenzen.
  • Geef regelmatig harde schelpdelen zoals slakken, kleine krabpoten en kokkels voor de doorgroeiende tandplaten; droogvoer hoort niet de basis te zijn.
  • Wissel regelmatig kleine hoeveelheden water en houd de stroming zwak; de soort verdraagt verslechterende waterkwaliteit slecht.

Wat betekent dit voor jouw bak?

Alquarium leest dit artikel mee en denkt met je mee over jouw aquarium. Gratis, geen account nodig.

Past Carinotetraodon lorteti bij mijn aquarium?

Identiteit en naam

De Redeye puffer hoort bij de kogelvissen. Carinotetraodon lorteti (Tirant, 1885) staat als geaccepteerde soort in het register van GBIF (Catalogue of Life), z.d., geraadpleegd op 29 september 2026, binnen de familie van de kogelvissen, de Tetraodontidae. FishBase, z.d. gebruikt dezelfde combinatie en geeft als Engelse naam Redeye puffer; in de handel wordt de vis onder die naam aangeboden. Oudere boeken en etiketten kunnen nog Tetraodon lorteti gebruiken, want de vis werd eerder in het geslacht Tetraodon geplaatst (Seriously Fish, z.d.). Het eerste deel van de huidige geslachtsnaam verwijst naar de kiel (carina) op het lichaam van volwassen mannen; de soortaanduiding eert vermoedelijk de Franse zoöloog Louis Charles Émile Lortet (Seriously Fish, z.d.), al noemt FishBase die vernoeming zonder dat voorbehoud (FishBase, z.d.).

Wie zwemt hier? Redeye puffer herkennen

Mannen en vrouwen zijn goed uit elkaar te houden. Volwassen mannen hebben duidelijke kielen op rug en buik, die ze bij dreiggedrag en balts opzetten, en een gelijkmatig gekleurde staart; vrouwen tonen een netpatroon op lichaam en staartvin (Seriously Fish, z.d.). FishBase voegt toe dat de vis van kleur kan veranderen afhankelijk van de omgeving, en dat mannen en vrouwen er zo verschillend uitzien dat ze vaak als verschillende soorten zijn beschreven (FishBase, z.d.).

De soort komt uit Zuidoost-Azië. Seriously Fish noemt het lager Mekongbekken in Thailand, Vietnam en Cambodja en het Chao Phraya-stroomgebied in centraal Thailand; de typelocatie (de vindplaats van het exemplaar waarmee de soort is beschreven) is Thu-dâu-môt in Vietnam. Mogelijk leeft de vis ook in kleinere riviersystemen daartussen (Seriously Fish, z.d.). FishBase beschrijft het verspreidingsgebied ruimer als Indochina, Maleisië en Indonesië, zonder vindplaatsdetail (FishBase, z.d.).

Grootte en ruimte

FishBase vermeldt als grootste gemelde standaardlengte (SL, gemeten zonder staartvin) 6,0 cm, genoteerd als mannelijk exemplaar of geslacht onbepaald (FishBase, z.d.). Dat is een opgegeven meetwaarde, geen bewezen grens voor ieder exemplaar. Seriously Fish rekent voor zijn bakadvies met ongeveer 60 mm SL (Seriously Fish, z.d.).

Als kleinste aquarium raadt Seriously Fish een bodem van 60 × 30 cm aan; de bron noemt daarbij een volume van ongeveer 54 liter, bij afmetingen van 60 × 30 × 30 cm of gelijkwaardig (Seriously Fish, z.d.). Dat is een richtlijn van één houderijbron, geen gemeten minimum. De inrichting telt minstens zo zwaar. Seriously Fish beschrijft een goed gedecoreerde bak met kienhoutwortels of takken en veel waterplanten, met drijfplanten voor extra schaduw (Seriously Fish, z.d.). Een laagje gedroogd blad past bij het natuurlijke beeld, geeft dekking en laat micro-organismen groeien die voor jonge visjes een vroege voedingsbron kunnen vormen (Seriously Fish, z.d.). In de natuur leeft de vis in langzaam stromend tot stilstaand water in beschaduwde bosbeken, zijriviertjes en overstromingsvlakten, waar de begroeiing vaak dicht groeit en de bodem met gevallen blad en takken bedekt kan zijn (Seriously Fish, z.d.); FishBase noemt daarnaast middelgrote tot grote rivieren (FishBase, z.d.). Daar hoort een rustige filterstroming bij, waarover verderop meer. Hoe je zo'n beplante bak opbouwt, staat bij aquariumplanten.

Adviezen voor de kleinere verwante dwergkogelvis (Carinotetraodon travancoricus) zijn niet zomaar op deze soort van toepassing; het zijn verschillende vissen met andere maten en eisen. Wie die kleinere soort zoekt, vindt alles over groep, voer en kweek bij de dwergkogelvis.

Water: twee bronnen, twee bereiken

Er gaan twee verschillende waterbereiken rond; houd ze gescheiden in plaats van ze te mengen. FishBase vermeldt voor deze zoetwatersoort als naslagbereik pH 6,5–7,0, een totale hardheid van 3–10 dH en 24–28 °C (FishBase, z.d.). Seriously Fish adviseert voor het aquarium 20–28 °C, pH 5,0–7,5 en 1–12 dGH (Seriously Fish, z.d.). Het ene is een naslagbereik, het andere een houderijadvies; geen van beide is een gemeten tolerantiegrens. Dat Seriously Fish 20 °C als onderkant van zijn advies noemt, betekent niet dat de vis onder 24 °C sterft, en 28 °C is evenmin een bewezen bovengrens.

dH en dGH beschrijven hier hetzelfde, de totale hardheid (GH): vooral opgelost calcium en magnesium. Dat is iets anders dan de carbonaathardheid (KH), de buffer die de pH dempt; meet beide apart, zoals uitgelegd bij pH, KH en GH. Kies voor je eigen kraanwater waarden die binnen het passende bereik liggen en houd ze rustig; onnodig bijsturen naar één exact getal levert eerder schommelingen dan voordeel op.

Sociaal gedrag en samenhouden: in principe alleen

Dit is de echte keuze. Seriously Fish noemt de soort territoriaal agressief, met de neiging vinnen van medebewoners te bijten, vooral in kleinere aquaria; de bron vindt hem ongeschikt voor een algemene gezelschapsbak en raadt aan hem alleen te houden (Seriously Fish, z.d.). De onderbouwde basisopzet is dus één vis in een goed ingerichte bak.

Een groep kan volgens dezelfde bron, mits de bak juist is ingericht en er voldoende ruimte is, maar de bron noemt daarbij geen aantallen of sekseverhouding (Seriously Fish, z.d.). In de gelezen bronnen is daarom geen veilige groepsgrootte vastgesteld. Wil je het toch proberen, geef dan veel zichtbrekers en uitwijkplekken en kijk of elke vis kan rusten en eten; zorg dat je bij aanhoudend bijten kunt ingrijpen, bijvoorbeeld met een tweede bak. Wat daarbij helpt en wat niet, staat in de uitleg over gezelschap en agressie.

In de gelezen bronnen is voor geen enkele combinatie met een andere soort onderbouwd dat beide soorten het goed doen; daarom staat hier geen medebewonerslijst. Vinnenbijten is bovendien geen kleinigheid voor rustige of langvinnige vissen. Wie deze kogelvis wil, kiest een soortbak en steekt de aandacht in inrichting en water in plaats van in buren.

Voeding: schelpen voor de tandplaten

Kogelvissen hebben geen echte tanden; het kaakbeen vormt vier vergroeide, tandachtige platen die voortdurend doorgroeien. Daarom raadt Seriously Fish regelmatig voer met harde schelpdelen aan, zoals slakken, kleine krabpoten en kokkels, om de platen op een redelijke lengte te houden (Seriously Fish, z.d.). Daarnaast passen gehakte schelpdieren, kleine regenwormen en levende of diepgevroren muggenlarven (bloedworm) en Artemia (pekelkreeftjes). Droogvoer hoort geen hoofdbestanddeel te zijn, al kunnen zeer harde pellets nuttig zijn (Seriously Fish, z.d.).

FishBase noemt voor het natuurlijke menu zoöplankton, weekdieren, kreeftachtigen en andere ongewervelden (FishBase, z.d.). Seriously Fish merkt op dat aangroeisel (aufwuchs) op harde voorwerpen mogelijk een belangrijk deel van het natuurlijke dieet vormt; het kan daarom lonen wat algengroei op stenen of hout toe te laten (Seriously Fish, z.d.). Die opmerking is een aanwijzing uit het profiel, geen gelezen dieetstudie.

Slakken voeren is dus vooral tandverzorging en voeding. Verwacht niet dat de vis daarmee een slakkenoverschot volledig oplost; voor het beheersen van slakkenaantallen geldt een eigen aanpak, zie posthoornslak. Voer kleine porties die worden opgegeten, want ongegeten dierlijke resten belasten het water; de basis daarvan staat bij aquariumvissen voeren.

Voortplanting: wat er beschreven is

Seriously Fish meldt dat de soort in aquaria is gekweekt. De man zet de balts in met intensere kleuren en opgezette kielen; het halfklevende legsel wordt tussen fijnbladig mos dicht bij de bodem afgezet. Taxiphyllum-mos, zoals javamos, is volgens de bron bijzonder geschikt. Daarna bewaakt de man alleen het broedsel; de eieren komen doorgaans na 60–72 uur uit (Seriously Fish, z.d.). De eerder genoemde bladlaag levert volgens dezelfde bron micro-organismen die voor de jongen een vroege voedingsbron kunnen vormen (Seriously Fish, z.d.). Aantallen en omstandigheden van die kweek staan er niet bij, en er is geen oorspronkelijke kweekstudie gelezen.

Valkuilen en onzekerheden

Seriously Fish beschrijft de soort als gevoelig voor verslechterende waterkwaliteit en raadt daarom een zwakke filterstroming en regelmatige kleine waterwissels aan (Seriously Fish, z.d.). Die gevoeligheid is een advies uit één houderijprofiel, niet met een tolerantietest onderbouwd; het sluit wel aan bij wat algemeen over voeren bekend is: ongegeten dierlijke resten belasten het water. Laat een nieuwe bak eerst goed indraaien tot ammoniak en nitriet aantoonbaar worden verwerkt, zoals beschreven bij de stikstofkringloop, en wissel daarna klein en regelmatig, met vers water dat qua temperatuur en samenstelling bij de bak past; zie water verversen.

FishBase meldt dat de soort populair is in de aquariumhandel (FishBase, z.d.). Hoeveel van de aangeboden dieren wildvang is en hoeveel nakweek, staat in de gelezen bronnen niet. FishBase vermeldt verder IUCN-status Least Concern uit een beoordeling van 14 maart 2011, en dat CITES en CMS niet zijn geëvalueerd (FishBase, z.d.); een recentere beoordeling is in de gelezen bronnen niet vastgelegd. Die status beschrijft dus de situatie van 2011, niet van vandaag.

Wat nog onzeker is

  • De waterbereiken (20–28 °C bij Seriously Fish; 24–28 °C bij FishBase) zijn advies- en naslagbanden, geen gemeten tolerantiegrenzen. De FishBase-temperatuurband (24–28 °C) rust op een niet zelf gelezen referentie; voor pH en dH toont de FishBase-pagina geen zichtbare referentie. Een gemeten temperatuur- of zuurgraadoptimum van de soort ontbreekt.
  • Seriously Fish geeft voor een groep geen aantallen of sekseverhouding; een veilige groepsgrootte voor deze soort is in de gelezen bronnen niet vastgesteld.
  • De verhouding wildvang/nakweek bij aangeboden Redeye puffers is in de gelezen bronnen niet vastgelegd; alleen 'populair in de aquariumhandel' (FishBase) is gedocumenteerd.
  • De IUCN-status Least Concern dateert van 14 maart 2011; een recentere beoordeling is niet gelezen.

Deze praktische basisgids is met AI samengesteld op basis van de vermelde bronnen. Bronnenonderzoek: 2026-09-29. Het artikel beschrijft algemene kennis; de omstandigheden in jouw aquarium kunnen verschillen.

Bronnen
  1. api.gbif.org. (z.d.). api.gbif.org. Geraadpleegd op 29 september 2026, van https://api.gbif.org/v2/species/match?scientificName=Carinotetraodon+lorteti&taxonRank=SPECIES&kingdom=Animalia&phylum=Chordata&strict=true&verbose=true&checklistKey=7ddf754f-d193-4cc9-b351-99906754a03b
  2. Carinotetraodon lorteti (Redeye Puffer). (z.d.). Seriously Fish. Geraadpleegd op 29 september 2026, van https://www.seriouslyfish.com/species/carinotetraodon-lorteti/
  3. Carinotetraodon lorteti summary page. (z.d.). FishBase. Geraadpleegd op 29 september 2026, van https://www.fishbase.se/summary/Carinotetraodon-lorteti

Wat betekent dit voor jouw bak?

Alquarium leest dit artikel mee en denkt met je mee over jouw aquarium. Gratis, geen account nodig.

Je hebt het stuk uit. Wat wil je weten over jouw eigen bak?

Verder lezen

Alles over vissen