Vissen
Zebradanio: geen koudwatervis, en geen wegwerpvis
Twee dingen die iedereen over deze vis denkt te weten, kloppen niet. Hij hoort niet in een onverwarmde bak — krijgt hij de keuze, dan zwemt hij naar bijna 29 graden — en hij is niet geschikt om een bak mee in te draaien, juist omdat hij dat overleeft.
In het kort
- GEEN koudwatervis. Hij overleeft kamertemperatuur en leeft er slechter op: zet een verwarmer op 23 tot 25 graden.
- Bindend is de LENGTE van de bak, niet de inhoud. Dit is een baanzwemmer.
- Een bak indraaien mét vis erin is bij deze soort extra verraderlijk: hij overleeft het.
- Cypriniden zijn juist BETER tegen nitriet bestand dan neons. Dat maakt hem geen goede meetlat.
- Acht tot tien dieren. In een te kleine groep gaan ze elkaar opjagen.
- Hij leeft drie tot vijf jaar; dat is echt gemeten, niet geschat.
Hij is geen koudwatervis
Dit is het hardnekkigste misverstand over deze soort, en het wordt in Nederland actief verkocht: geschikt voor de onverwarmde kamerbak, en in de zomer kan hij zelfs in de vijver.
Wat er werkelijk gemeten is, wijst een andere kant op. Krijgt een zebradanio de keuze in een temperatuurgradiënt, dan gaat hij naar bijna 29 graden [gemeten]. Dat is zijn voorkeur, niet zijn grens.
En de koude kant is niet neutraal. In een besmettingsproef met een virus stierf bij 20 graden meer dan de helft van de dieren, terwijl er bij 24 graden geen sterfte optrad [gemeten]. Dat zegt niet dat 20 graden op zichzelf dodelijk is; het zegt dat koud water bij deze vis het verschil maakt tussen een infectie die hij wegzet en een infectie die hem doodt.
Overleven en gezond zijn is niet hetzelfde. Een zebradanio houdt kamertemperatuur uit. Hij leeft er alleen slechter op, en dat merk je pas als er iets bij komt.
Werkpunt: 23 tot 25 graden, met een thermostaatverwarmer.
Bindend is de lengte, niet de liters
Dit is een baanzwemmer. Bij zijn optimale snelheid legt hij ruwweg veertig centimeter per seconde af [gemeten] — in een bak van zestig centimeter is dat anderhalve seconde van kop tot staart.
Daarom is hier de LENGTE van de bak de eis en niet de inhoud. Negentig bij dertig centimeter bodemvlak is wat er gangbaar wordt aangehouden [praktijkregel]; een hoge smalle bak van hetzelfde volume is voor deze vis slechter dan een lage brede.
Waarom hij een slechte startvis is
De zebradanio is dé klassieke vis om een nieuwe bak mee "in te draaien": je zet hem erin om ammoniak te produceren terwijl het bacteriebed zich vestigt.
De reden dat hij daarvoor gekozen wordt, is precies de reden dat het misgaat.
Hij is namelijk echt taaier. Karperachtigen verdragen nitriet aanzienlijk beter dan bijvoorbeeld zalmachtigen; de dodelijke concentratie ligt bij deze groep een orde hoger [literatuurrichtlijn]. Dat is geen winkelpraatje.
En daar zit de val. De vis die je het probleem zou laten zien door dood te gaan, is precies de vis die je bewust niet gebruikt hebt. Je hebt de meetlat weggehaald en de meting daarna geslaagd genoemd.
Wat er ondertussen wél gebeurt, is goed beschreven. Zoetwatervissen nemen nitriet ACTIEF op over de kieuwen: een deel van het chloridetransport schakelt over op nitriet terwijl het chlorideverlies gewoon doorloopt. Gevolg is chloride-uitputting, kaliumverlies uit spier en bloedcellen, en bloed dat geen zuurstof meer draagt [literatuurrichtlijn].
Dat zijn schades die geen zichtbaar litteken achterlaten. "Hij heeft het overleefd" en "hem is niets overkomen" zijn twee verschillende uitspraken.
Draai je bak in zonder vis. Hoe dat gaat staat in het stuk over de stikstofkringloop.
Groep
Acht tot tien dieren is de richtlijn [literatuurrichtlijn]. Onder dat aantal richt het jaaggedrag zich naar binnen: in een te kleine groep gaan ze elkaar achtervolgen en vinnen bijten in plaats van samen te zwemmen.
Dat is dezelfde mechanica als bij de kegelvlekbarbeel elders in deze bibliotheek: de groep is er om gedrag te spreiden, niet om er gezellig uit te zien.
Verenigbaarheid
Drie dingen om op te letten, en ze werken langs verschillende wegen.
Tempo. Dit is een snelle, drukke eter. Een langzame of schuwe bakgenoot — een honingdwerggoerami, een pantsermeerval die op de bodem zoekt — verliest de voedselwedstrijd zonder dat er ooit agressie aan te pas komt.
Vinbijten. Langvinnige, traag zwemmende soorten zijn hier een slechte combinatie. Een sluierstaart kan niet weg.
Ziekteoverdracht. De zebradanio kan drager zijn van de parasiet achter neonziekte [gemeten]. Dat maakt hem in een bak met neons of kardinaaltetra's een reëel risico, en het is een reden om nieuwe dieren apart te zetten voor je ze bij een gevoelige bezetting voegt.
Nederlands kraanwater
Geen enkel bezwaar. Onze pH-mediaan van 7,84 en de hardheidsband van 3,7 tot 13,7 dH vallen binnen wat voor deze soort wordt aangehouden.
Dus ook hier: niet de pH verlagen. Er is geen enkele meting aan deze soort die om zuurder water vraagt, en een stabiele 7,8 is beter dan een 6,5 die na elke waterwissel terugveert.
Wat hier wél misgaat is de temperatuur, en dat staat hierboven.

