Hoe het werkt
Water verversen: wat het doet en wat het niet doet
De belangrijkste handeling in de hobby, en de handeling waar het meeste onzinnige advies omheen hangt. Twee dingen zijn hier anders dan in vrijwel elke Engelstalige bron, en allebei schelen ze je geld en moeite.
In het kort
- Verversen VERDUNT. Elke wissel haalt hetzelfde percentage weg, dus elke volgende levert minder op.
- Onder de waarde van je eigen kraanwater kom je nooit. Meet die eerst.
- Nederlands kraanwater bevat geen chloor en geen chlooramine: een waterontgifter is hier in de regel overbodig.
- Filtermateriaal mag hier gewoon onder de kraan. Wat bacteriën kost is het schrobben, niet het water.
- Wat wél telt is temperatuur, en het verschil in pH en hardheid tussen kraan en bak.
- Bij een gezonde bak nooit in paniek 80 tot 90 procent. Bij acute vergiftiging juist wél.
Waarom je het doet
Drie redenen tegelijk, en de eerste is de bekendste maar niet de belangrijkste.
Nitraat afvoeren. Het eindproduct van de kringloop hoopt op, en verversen is de directe route eruit.
Alles wat je niet meet. Opgeloste organische stoffen, fosfaat, stoffen die vissen zelf afgeven. Daar bestaat voor de meeste geen thuistest van, en die gaan mee met hetzelfde water.
Mineralen aanvullen. Dit wordt bijna altijd vergeten. De omzetting van ammoniak naar nitraat verbruikt carbonaathardheid, en dat is de buffer die je pH op zijn plek houdt. In een bak die lang niet ververst is, raakt die buffer op, en dan gaat de pH ineens bewegen. Vers kraanwater brengt hem terug.
Verversen verdunt, het legt niet leeg
Hier zit de meest gemiste rekensom van de hobby. Een wissel van een kwart haalt een kwart van je nitraat weg, niet een vast getal.
Neem een bak op 80 mg/l, en kraanwater dat zelf 20 mg/l nitraat bevat. Dat is een realistische Nederlandse situatie, en het is ook wat de grafiek hierboven laat zien. Een wissel van een kwart brengt je dan van 80 naar 65. Van 65 naar 54. Van 54 naar 45.
De eerste wissel levert dus vijftien punten op en de vierde nog maar zes. Dat is precies waarom "ik heb ververst en het zakt nauwelijks" bijna altijd klopt: het klopt, en het is geen teken dat er iets mis is.
Wil je een hoge waarde snel omlaag, dan werkt twee keer een kwart met een dag ertussen beter dan één keer de helft, en het is voor je vissen een stuk rustiger.
En dan de vloer. Zit er in jouw leveringsgebied al nitraat in het kraanwater, dan is dát je ondergrens. Ververs je met water van 20 mg/l, dan kom je met geen enkel wisselschema onder de 20. Wie zijn nitraat maar niet omlaag krijgt terwijl hij alles goed doet, moet eerst zijn kraan meten en pas daarna zijn bak verdenken.
Wat in Nederland anders is
Dit is het punt waarop vrijwel elke Engelstalige gids je het verkeerde vertelt.
Nederlands drinkwater bevat geen chloor. Het RIVM stelt dat letterlijk; het is een bewuste keuze in onze waterzuivering. Twee waterbedrijven doseren een klein beetje chloordioxide, en dat is bij intrede in het distributienet al niet meer meetbaar. Chlooramine, de Angelsaksische standaard die je er níet uit krijgt door water te laten staan, wordt hier helemaal niet gebruikt.
Daaruit volgen drie dingen die je geld en moeite schelen:
| Wat je overal leest | Wat hier geldt |
|---|---|
| altijd een waterontgifter gebruiken | in de regel overbodig |
| kraanwater 24 uur laten staan | zinloos voor chloor; wel handig om op temperatuur te komen |
| filtermateriaal nooit onder de kraan | mag hier gewoon |
Die laatste is de belangrijkste, want daar zit ook de meest gemaakte denkfout. Het spoelen van filtermateriaal kán bacteriën kosten, maar niet door het water: door het schrobben. Je spoelt de biofilm mechanisch weg. Voorzichtig uitknijpen tot het grove vuil eruit is en dan terugzetten, dat is de handeling. Schoon poetsen tot het er nieuw uitziet, dat is de fout.
Wat wél telt
Temperatuur. Vers water in de buurt van de baktemperatuur. Een emmer koud water er in één keer bij is een schok, en dat is de meest voorkomende echte schade bij een waterwissel.
Het verschil tussen kraan en bak. Meet je kraanwater één keer op pH en hardheid en vergelijk dat met je bak. Liggen die dicht bij elkaar, dan kun je rustig grote wissels doen. Liggen ze ver uit elkaar, bijvoorbeeld omdat je bak flink verzuurd is, dan doe je het in kleinere stappen.
Er is één specifiek Nederlands gevaar dat hierbij hoort. Heb je een bak met een lage pH én meetbare ammoniak, dan zit die ammoniak grotendeels in de onschuldige vorm. Ververs je dan flink met ons basische kraanwater, dan stijgt de pH en wordt precies dezelfde hoeveelheid ineens wél giftig. Je testkit laat het getal halveren terwijl het gif toeneemt. In dat geval: twee kleinere beurten met een paar uur ertussen, en de beluchting omhoog.
Hoeveel en hoe vaak
De gangbare richtlijn is tien tot dertig procent per week of per twee weken. Die is bruikbaar als startpunt en hij is geen wet.
De echte maatstaf is meetbaar: wissel zoveel als nodig is om je nitraat op een waarde te houden waar je tevreden over bent. Een dichtbeplante bak met weinig vis komt met veel minder toe; een drukke bak vraagt fors meer.
Zuig de bodem mee. Het bruine spul dat tussen het grind zit, is precies wat je eruit wilt hebben. Water alleen aftappen laat het liggen.
In paniek 80 tot 90 procent verversen is bij een gezonde bak een slecht idee. Zo'n schok doet vaak meer kwaad dan de waarde die je wilde verlagen.
Behalve bij acute vergiftiging. Meetbare ammoniak of nitriet, of iets wat in de bak terecht is gekomen dat er niet hoort: dán is een grote wissel juist de redding, en dan telt de schok niet op tegen wat er anders gebeurt.
