Vissen
Slakken in aquarium: soorten herkennen, eitjes en verzorging
Slakken in je aquarium herken je aan de schelp: een platte schijf is een posthoorn (tot 25 mm), een gladde schelp met de opening links een blaashoren (tot 15 mm) en een smalle toren een torenslak (17–24 mm). Ze eten algen en voerresten; een plotselinge toename wijst meestal op te veel voer. Zo herken je soorten en eitjes en houd je ze goed.
· 13 min lezen
In het kort
- Een platte schijf is een posthoorn, een ovale schelp met de opening links een blaashoren en een lange smalle toren een Maleisische torenslak.
- Kleur bepaalt de soort niet: van de posthoorn Planorbella duryi worden rode, roze, blauwe en gevlekte kleurvormen gekweekt.
- Een snelle slakkentoename is meestal een reactie op voerresten; minder voeren en vaker schoonmaken pakt de oorzaak aan.
- Harde witte puntjes zijn nerietcapsules en komen in zoet water niet uit; geleiklontjes zijn van posthoorns of blaashorens.
- OATA geeft voor slakken als groep 17–27 °C, pH 6,5–8,0, GH 4–18 °dH en minstens 10 liter met filter.
- De grote posthorenappelslak Marisa cornuarietis staat sinds 7 augustus 2025 op de Unielijst en mag niet worden verhandeld of gekweekt.
De meeste slakken in een aquarium horen bij drie groepen: posthoorns met een platte schijf (tot 25 mm), blaashorens met een gladde, linksgewonden schelp (tot 15 mm) en Maleisische torenslakken met een smalle toren (17–24 mm). Ze eten algen, voerresten en afgestorven plantdelen. Een plotselinge toename betekent meestal dat er meer voer in de bak ligt dan je vissen opeten.
Welke slakken zitten er in mijn aquarium?
De vorm van de schelp zegt het meest: een platte schijf is een posthoorn, een ovale schelp met de opening links is een blaashoren en een lange, spitse toren is een torenslak. Kleur zegt weinig, want van de posthoorn worden rode, roze, blauwe, groene, paarse en gevlekte kleurvormen gekweekt (Thunnissen e.a., 2024).
Houd de schelp met de top omhoog en de opening naar je toe; zit de opening links, dan is hij linksgewonden. Wil je hulp bij het determineren, fotografeer dan de opening met een liniaal ernaast en het levende dier met zijn tentakels.
Op een smal scherm kun je het schema horizontaal verschuiven. Bekijk schema op volledige grootte.
| Groep | Schelpmaat | Zo herken je hem | Waar je hem ziet |
|---|---|---|---|
| Posthoorn, Planorbella duryi | tot 25 mm | Platte schijf, geen afsluitplaatje | Op planten en andere oppervlakken |
| Blaashoren, Physella acuta | tot 15 mm hoog | Glad en ovaal, spitse top, opening links | Op planten, hout en steen |
| Maleisische torenslak, Melanoides tuberculata | 17–24 mm | Lange toren, bruine vlammen, afsluitplaatje | In zand en zachte bodem, ’s nachts erboven |
| Nerieten, meerdere soorten | verschilt per soort | Harde witte eicapsules op glas, steen en hout | Grazend op harde oppervlakken |
Bron: Thunnissen e.a. (2024), Australian Museum (2024), MISIN (z.d.) en Kano & Fukumori (2010).
Slakken zijn geen groepsdieren: de Ornamental Aquatic Trade Association (OATA) beschrijft ze als niet-sociaal. Hoeveel er passen, hangt af van het voedselaanbod en de totale bezetting.
Hoe herken je een posthoornslak?
Een posthoornslak heeft een schelp die in één plat vlak is opgerold, met hooguit 4,5 bolle windingen en zonder afsluitplaatje voor de opening. De posthoorn die in aquaria in allerlei kleuren rondkruipt, is de Florida-schijfhoren Planorbella duryi. Van nature is zijn schelp licht geelbruin tot oranje.
De schelp wordt tot 25 bij 10 mm, maar veel dieren blijven kleiner: in een populatie in Krakau mat het grootste exemplaar 9,4 bij 7,2 mm (Thunnissen e.a., 2024). De inheemse posthoornslak Planorbarius corneus lijkt er sterk op; bij twijfel gebruiken specialisten anatomie of DNA.
P. duryi is hermafrodiet: elk dier heeft mannelijke en vrouwelijke geslachtsorganen. Toch planten ze zich vrijwel alleen voort via kruisbevruchting tussen twee dieren; zelfbevruchting levert meestal onvruchtbare nakomelingen op. Groei en eiproductie zijn optimaal bij 26–28 °C en nemen af onder 18 °C (Thunnissen e.a., 2024). Schijfhorens eten vooral algen, afgestorven planten en organisch afval. Meer over voeding en aantallen lees je bij de posthoornslak.
Hoe herken je een blaashoren?
Een blaashoren (Physella acuta, in de literatuur ook Physa acuta) heeft een gladde, ovale, linksgewonden schelp met een spitse top en wordt tot 15 mm hoog (Australian Museum, 2024). Door de halfdoorschijnende schelp zie je de gevlekte mantel. Het levende dier heeft lange, dunne tentakels, en de top is spitser dan die van de verwante Physa fontinalis (Conchological Society, z.d.).

Blaashorens leven op waterplanten, steen en hout en eten algen en organisch afval. Ze zijn zeer tolerant voor vervuild water en komen zelfs in rioolwaterzuiveringen voor (Australian Museum, 2024). Ze leggen een niervormige geleistrook met veel kleine eitjes, waaruit direct kleine slakjes komen, zonder vrijzwemmend larvestadium. De soort komt oorspronkelijk uit Noord-Amerika en is van daaruit over de wereld verspreid.
Hoe herken je een torenslak?
Een Maleisische torenslak heeft een lange, smalle, spitse schelp met 10 tot 15 windingen, licht bruin met roestbruine vlekken of vlammen, en kan zijn opening afsluiten met een operculum (MISIN, z.d.). De Australische determinatiesleutel geeft 17–24 mm; in de natuur zijn exemplaren tot ongeveer 8 cm gemeld.

Overdag graaft de torenslak zich in zand of zachte bodem in en ’s nachts komt hij eten, dus overdag zie je er veel minder dan er zitten. Hij houdt de bodem los; een plotselinge golf torenslakken betekent volgens Aqueon meestal dat de bak vaker schoongemaakt moet worden. Kies een aquariumbodem van zand of fijn grind als je ze wilt houden.
De voortplanting is bijzonder. Vrouwtjes kunnen zich zonder mannetje voortplanten (parthenogenese), waardoor populaties vaak volledig uit vrouwtjes bestaan; geslachtelijke voortplanting komt soms ook voor (USFWS, 2018). De eieren ontwikkelen zich in een broedbuidel en het vrouwtje zet kant-en-klare slakjes af, tot ongeveer 64 tegelijk (MISIN, z.d.). Eén meegelift dier kan dus een hele populatie beginnen.
Wat zijn nerietslakken en zebraslakken?
Nerieten zijn grazende slakken die in zoet water wel eitjes leggen, maar zich daar niet vermeerderen: voor de jongen is brak of zout water nodig (Aqueon). Een winkelnaam als zebraslak zegt weinig over de soort, dus vraag bij aankoop naar de wetenschappelijke naam.
Hun eicapsules zijn harde, platte bolletjes van 0,5–4,5 mm, vers wit en later bruinachtig. Kano & Fukumori (2010) vonden ze op glas, stenen, apparatuur en op schelpen van andere slakken: in vier dagen 688 capsules alleen al op slakkenschelpen. In een zoetwaterbak komen er geen slakken uit.
Zoek bij aangroei eerst uit welke algen je hebt voordat je een slak koopt; of hij past, hangt af van water, voedsel en medebewoners, niet van het etiket. Meer soorten vind je bij de algeneters.
Hoe herken je slakkeneitjes in je aquarium?
Doorzichtige geleiklontjes zijn van posthoorns of blaashorens, harde witte puntjes van nerieten, eitjes boven de waterlijn van appelslakken, en torenslakjes verschijnen zonder zichtbaar legsel.

| Wat zie je? | Van wie? | Wat gebeurt er? |
|---|---|---|
| Doorzichtig geleiklontje met eitjes | Posthoorn of blaashoren | Er komen kleine slakjes uit |
| Hard, plat wit puntje, later bruinachtig | Neriet | In zoet water komen er geen jongen uit |
| Eitjes boven de waterlijn, vaak onder het deksel | Appelslakken (in de handel mystery- en incaslakken) | Legsel ligt boven water; laat ruimte onder het deksel |
| Kleine torenslakjes zonder legsel | Maleisische torenslak | Jongen groeien op in het vrouwtje |
Bron: Thunnissen e.a. (2024), Australian Museum (2024), Kano & Fukumori (2010), Aqueon (z.d.) en USFWS (2018).
Eén posthoorn legde in een waarneming 20 eitjes in een wit geleiachtig vlies (Thunnissen e.a., 2024); een vaste uitkomstduur bestaat niet. Wil je appelslakken kweken, laat dan een luchtruimte tussen water en deksel. Meer daarover staat bij de appelslakken.
Op een smal scherm kun je het schema horizontaal verschuiven. Bekijk schema op volledige grootte.
Welke waterwaarden en welke bak hebben aquariumslakken nodig?
De meeste aquariumslakken doen het goed bij 17–27 °C, een pH van 6,5–8,0 en een GH van 4–18 °dH, in een gefilterde bak van minstens 10 liter (OATA). Dat zijn waarden voor slakken en garnalen als groep; check altijd ook de eisen van de soort die je wilt houden.
| Onderdeel | Richtwaarde |
|---|---|
| Temperatuur | 17–27 °C |
| pH | 6,5–8,0 |
| GH | 4–18 °dH |
| KH | 3–15 °dKH |
| Ammoniak en nitriet | niet meetbaar (nul) |
| Nitraat | hooguit 20 mg NO₃/l boven je kraanwater |
| Bakinhoud | minstens 10 liter voor een groep kleine slakken, ongeveer 20 liter voor appelslakken, meer met vissen erbij |
| Onderhoud | filter, wekelijks testen, wekelijks 25% water verversen |
Bron: OATA (z.d.), How to look after freshwater shrimp and snails.
Lees bij pH, KH en GH wat die waarden betekenen en bereken de inhoud van je bak met de inhoudrekenhulp. Leg een deksel op de bak, want slakken kruipen eruit.
Slakken gaan al dood aan lage concentraties koper, dus gebruik alleen behandelingen die veilig zijn voor ongewervelden. Voer twee tot drie keer per week plantaardig bij, geef ze een halfuur om te eten en haal daarna de resten weg (OATA). Breid het aantal geleidelijk uit, zodat de filterbacteriën het extra afval bijbenen.
Hoe komen slakken in je aquarium en wanneer grijp je in?
Slakken liften mee op levende planten, stenen, hout, decoratie en grind, of je koopt ze bewust; een snelle toename is meestal een reactie op beschikbaar voer (Aqueon). Juist de meeliftende soorten, posthoorns, blaashorens en torenslakken, vermenigvuldigen zich snel. Controleer nieuwe planten daarom voordat ze de bak in gaan.
Zo pak je een toename aan:
- Haal na het voeren alle resten weg en loop na hoeveel je voert.
- Ververs vaker water en zuig de bodem af.
- Maak het filter vaker schoon, in afgetapt aquariumwater.
- Verwijder overtollige slakken met de hand en verplaats ze nooit naar buitenwater.
- Tel een week later opnieuw.
Tel steeds op hetzelfde stuk voorruit en op hetzelfde tijdstip. Zie je op dag 0 twaalf slakken en op dag 7 achttien, dan is dat (18 − 12) ÷ 12 × 100 = 50% meer zichtbare slakken; torenslakken in de bodem tel je zo niet mee. Meer methoden staan bij slakken bestrijden.
Dood een plaag nooit in één keer met een slakkenmiddel. Zulke middelen schaden planten, garnalen en gevoelige vissen, en de afbraak van massaal gestorven slakken kan nitriet en ammoniak tot gevaarlijke hoogte laten stijgen (Aqueon).
Welke slak kies je en wanneer past een roofslak?
Kies een slak om zijn eigen gedrag en verzorging, en neem alleen een roofslak als je de andere slakken in je bak kwijt wilt. De roofslak Anentome helena eet namelijk andere slakken.
In het experiment van Berkhout & Morozov (2022) kregen helena’s veertien dagen lang (in één opzet 28 dagen) posthoorns, Maleisische torenslakken, poelslakken en Tarebia granifera aangeboden. Alle vier werden gegeten, posthoorns relatief veel en torenslakken relatief weinig, en elke helena had zijn eigen voorkeur. Helena’s eten volgens OATA ook gewoon voer, zodat je ze kunt bijvoeren als de prooislakken op zijn.
Wil je je slakken houden, kies dan ook geen vissen die slakken eten, zoals kogelvissen en modderkruipers (OATA); een dwergkogelvis en een slakkenbak gaan niet samen. Slakken passen wel goed bij garnalen; posthoorns, blaashorens en torenslakken zijn nuttige opruimers in garnalen- en opkweekbakken (Aqueon).
Unielijst. De grote posthorenappelslak Marisa cornuarietis staat sinds 7 augustus 2025 op de Europese Unielijst van invasieve exoten. Ook de Chinese moerasslak (Cipangopaludina chinensis) staat op die lijst. Je mag deze soorten in de EU niet verhandelen, kweken, vervoeren of importeren (NVWA, gecontroleerd op 18 oktober 2026). Let op de naam: de posthorenappelslak is een appelslak en geen posthoornslak. Zet nooit slakken, planten of aquariumwater uit in een sloot of vijver.
Veelgemaakte fouten met aquariumslakken
- De soort bepalen op kleur. Een rode of blauwe posthoorn is dezelfde soort als een bruine.
- Een plaag wegvergiftigen. Massale sterfte laat ammoniak en nitriet stijgen; pak liever het voer aan.
- Een kopermiddel gebruiken. Slakken sterven al bij lage koperconcentraties.
- Een helena kopen voor één slakkensoort. Hij eet ook de slakken die je wel wilt houden.
- Overtollige slakken in de sloot zetten. Zo verspreid je exoten.
Veelgestelde vragen over slakken in het aquarium
Zijn slakken goed voor je aquarium?
Ja, de meeste slakken zijn nuttig: ze eten algen, voerresten en afgestorven plantdelen en houden zo de bak schoon. Torenslakken houden daarnaast de bodem los. Het enige nadeel is dat posthoorns, blaashorens en torenslakken zich snel vermeerderen als er veel voer ligt. Met zuinig voeren houd je hun aantal in de hand.
Eten slakken aquariumplanten op?
De meeste aquariumslakken laten gezonde planten met rust en eten vooral algen, afgestorven blad en organisch afval. Posthoorns eten soms wel levende planten, vooral als er niets anders te eten is (Aqueon). Zie je vraatschade, kijk dan of er genoeg ander voer is.
Hoe verwijder ik slakken uit mijn aquarium?
Verminder eerst het voer, want een slakkenexplosie is meestal een reactie op voerresten. Ververs daarna vaker water, zuig de bodem af, maak het filter vaker schoon en haal overtollige slakken met de hand weg. Gebruik geen slakkengif: de massale sterfte kan ammoniak en nitriet gevaarlijk laten stijgen. Zet weggevangen slakken nooit uit in buitenwater.
Hoeveel helena slakken heb je nodig in een aquarium?
Er bestaat geen onderbouwd aantal helena’s per liter of per prooislak. In het onderzoek van Berkhout & Morozov (2022) at elke helena op zijn eigen manier, en torenslakken werden relatief weinig gegeten. Voeg ze geleidelijk toe en houd in de gaten wat er gebeurt. Helena’s eten ook gewoon voer, dus je kunt ze bijvoeren als de prooislakken op zijn.
Hoe kweek je slakken in een aquarium?
Posthoorns, blaashorens en torenslakken vermenigvuldigen zich zonder hulp zolang er voedsel en schuilplaatsen zijn. Posthoorns hebben daarvoor wel minstens twee dieren nodig, omdat zelfbevruchting meestal onvruchtbare jongen geeft; hun eiproductie is optimaal bij 26–28 °C. Een torenslak kan in zijn eentje jongen krijgen. Nerieten kweek je niet in zoet water: hun jongen hebben brak of zout water nodig.
Hoe herken je slakkeneitjes in het aquarium?
Doorzichtige geleiklontjes op glas of planten zijn van posthoorns of blaashorens, harde witte puntjes van 0,5–4,5 mm van nerieten. Eitjes boven de waterlijn, vaak onder het deksel, komen van appelslakken zoals mystery- en incaslakken. Torenslakken leggen geen zichtbaar legsel: hun jongen groeien in het vrouwtje en verschijnen ineens als kleine slakjes.
Welke temperatuur hebben aquariumslakken nodig?
Voor slakken als groep geeft OATA 17–27 °C als richtlijn, met een pH van 6,5–8,0 en een GH van 4–18 °dH. Posthoorns groeien en leggen het meest bij 26–28 °C; onder 18 °C neemt hun eiproductie af. Controleer daarnaast altijd de eisen van je eigen soort, want de OATA-waarden gelden voor slakken en garnalen als hele groep.
Hoe oud worden aquariumslakken?
Reken op een paar jaar: volgens OATA worden zoetwaterslakken niet bijzonder oud, maar halen ze in een goed ingelopen bak met schoon water enkele jaren. De meeste aquariumslakken, ook appelslakken, nerieten en helena’s, worden daarbij niet groter dan ongeveer 5 cm.
- Thunnissen, N. W., Collas, F. P. L., Leuven, R. S. E. W., van der Velde, G., & Jongejans, E. (2024). Risicobeoordeling van de Florida-schijfhoren (Planorbella duryi) (Rapport Ecology 2024-03). Radboud Universiteit/NVWA. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.nvwa.nl/site/binaries/site-content/collections/documents/dieren-in-de-natuur/exoten/risicobeoordelingen/risicobeoordeling-van-de-florida-schijfhoren/risicobeoordeling-florida-schijfhoren-planorbella-duryi.pdf
- Conchological Society of Great Britain and Ireland. (z.d.). Identifying British freshwater snails: Family Physidae. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://conchsoc.org/aids_to_id/Physidae.php
- Ponder, W. F., Hallan, A., Shea, M. E., Clark, S. A., Richards, K., Klunzinger, M. W., & Kessner, V. (2024). Australian Freshwater Molluscs: Physa acuta. Australian Museum. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://keys.lucidcentral.org/keys/v3/freshwater_molluscs/key/australian_freshwater_molluscs/Media/Html/entities/physa_acuta.htm
- Ponder, W. F., Hallan, A., Shea, M. E., Clark, S. A., Richards, K., Klunzinger, M. W., & Kessner, V. (2024). Australian Freshwater Molluscs: Melanoides tuberculata. Australian Museum. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://keys.lucidcentral.org/keys/v3/freshwater_molluscs/key/australian_freshwater_molluscs/Media/Html/entities/melanoides_tuberculata.htm
- Midwest Invasive Species Information Network. (z.d.). Malaysian trumpet snail (Melanoides tuberculata). Michigan State University. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://learn.misin.msu.edu/webapp/facts/detail/?cname=Malaysian+trumpet+snail&id=279&project=misin
- Kano, Y., & Fukumori, H. (2010). Predation on hardest molluscan eggs by confamilial snails (Neritidae) and its potential significance in egg-laying site selection. Journal of Molluscan Studies, 76(4), 360–366. https://doi.org/10.1093/mollus/eyq018
- Aqueon. (z.d.). Aquarium snail facts. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.aqueon.com/articles/aquarium-snail-facts
- NVWA. (z.d.). Unielijst invasieve exoten. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.nvwa.nl/onderwerpen/plant/invasieve-exoten/unielijst-invasieve-exoten
- Ornamental Aquatic Trade Association. (z.d.). How to look after freshwater shrimp and snails. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://ornamentalfish.org/what-we-do/advice-information/care-sheets/caresheets-tropical-freshwater-invertebrates/how-to-look-after-freshwater-shrimp-and-snails/
- U.S. Fish and Wildlife Service. (2018). Red-rim melania (Melanoides tuberculatus): Ecological risk screening summary. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.fws.gov/sites/default/files/documents/Ecological-Risk-Screening-Summary-Red-rim-Melania.pdf
- Berkhout, B. W., & Morozov, A. (2022). Assassin snails (Anentome helena) as a biological model for exploring the effects of individual specialisation within generalist predators. PLOS ONE, 17(3), e0264996. https://doi.org/10.1371/journal.pone.0264996


