
Vissen
Tropische aquariumvissen voor beginners: 15 soorten
De makkelijkste tropische aquariumvissen voor beginners zijn vreedzame soorten als cherrybarbeel, kegelvlekbarbeel, Pristella, platy en gup. Reken op een bak van circa 60 cm, zes tot tien of meer soortgenoten bij scholenvissen en water dat past: levendbarenden willen hard water, de meeste tetra's zacht water.
· 15 min lezen
In het kort
- Seriously Fish noemt cherrybarbeel en kegelvlekbarbeel geschikt voor beginners en rekent de Pristella tot de beste keuzes voor nieuwkomers.
- Gup, platy en zwaarddrager willen hard water (pH 7–8); neontetra, kardinaaltetra en vuurneon zacht water (pH 6–7, GH tot circa 8 °dH).
- Scholenvissen houd je met minstens zes tot tien soortgenoten; het LICG wil kardinaaltetra's met minstens tien.
- Een kleine vis kan een lange bak nodig hebben: de zebradanio wordt 5 cm SL maar vraagt 90 × 30 cm.
- Laat het biologische filter visloos indraaien en zet nieuwe vissen minstens 30 dagen in quarantaine.
De makkelijkste tropische aquariumvissen voor beginners zijn vreedzame soorten zoals de cherrybarbeel, de kegelvlekbarbeel, de Pristella, de platy en de gup. Reken wel op een bak van ongeveer 60 cm of langer, een groep van zes tot tien of meer soortgenoten bij scholenvissen en water dat bij de soort past: levendbarenden willen hard water (GH 9–25 °dH), de meeste tetra's zacht water (GH tot circa 8 °dH). Hieronder staan vijftien kandidaten naast elkaar, met per soort de voorwaarde die de doorslag geeft.
Welke tropische vissen zijn makkelijk voor beginners?
Makkelijk zijn de soorten die vreedzaam zijn én bij jouw water en bak passen: Seriously Fish noemt de cherrybarbeel en de kegelvlekbarbeel uitdrukkelijk geschikt voor beginners en rekent de Pristella tot de beste keuzes voor nieuwkomers.
Makkelijk houden is iets anders dan makkelijk kweken of makkelijk combineren. De neontetra is volgens het LICG relatief gemakkelijk te houden, maar zijn kweek vraagt een veel nauwkeuriger watersamenstelling. Gup en platy vragen geen specifieke ervaring, alleen goede voorbereiding, maar ze planten zich zo vlot voort dat je vooraf moet weten waar de jongen blijven. En bij de kardinaaltetra is het LICG niet eenduidig: de soortbijsluiter vraagt geen specifieke ervaring, de bijsluiter over karperzalmen vindt ervaring gewenst.
De vijftien soorten hieronder zijn kandidaten, geen bezetting voor één aquarium: ze verschillen te veel in water, ruimte en gedrag. Kies één richting en bouw daar je bak omheen.
De vijftien beginnersvissen in één tabel
Volwassen maat en bakmaat strepen de meeste soorten al weg voordat je naar de waterwaarden kijkt, dus begin bij die twee kolommen.
| Soort | Volwassen maat | Temperatuur | pH / GH (°dH) | Groep | Zwemlaag | Bak minimaal |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Gup | 3–6 cm | 23–25 °C | 7–8 / 9–20 | 1 man : 2–5 vrouwen | Vooral boven | 60 cm |
| Platy | vrouw circa 6 cm | rond 24 °C | 7–8 / 10–25 | 1 man : 2–4 vrouwen | Vooral midden | 50–60 cm |
| Zwaarddrager | vrouw circa 12 cm, man circa 8 cm zonder zwaard | rond 24 °C | 7–8 / 10–20 | 1 man : ≥ 3 vrouwen | Vooral boven | 80 cm |
| Neontetra | tot circa 4 cm | rond 24 °C | 6–7 / tot circa 8 | ≥ 5, liever meer | Midden | 60 cm |
| Kardinaaltetra | circa 4 cm | 23–28 °C | 6–7 / tot circa 8 | ≥ 10 | Midden | 60 cm |
| Vuurneon | tot circa 4 cm | 24–28 °C | 6–7 / tot circa 8 | ≥ 5, liever meer | Onder en midden | 60 cm |
| Kegelvlekbarbeel | 4,5 cm SL | 21–28 °C | 5–7,5 / 1–12 | 8–10 of meer | Midden | 60 × 30 cm |
| Espei | 3 cm SL | 23–28 °C | 5,5–7,5 / 1–10 | 8–10 of meer | Midden | 60 × 30 cm |
| Cherrybarbeel | 5 cm SL | 20–27 °C | 6–8 / 2–20 | 6–10 of meer | Onder en midden | 60 × 30 cm |
| Zebradanio | 5 cm SL | 18–25 °C | 6–8 / 5–20 | 8–10 of meer | Boven en midden | 90 × 30 cm |
| Zwarte neon | 3,5 cm SL | 20–28 °C | 5–7,5 / 1–12 | 8–10 of meer | Midden | 80 × 30 cm |
| Citroentetra | 4 cm SL | 20–28 °C | 5–7,5 / 1–12 | 8–10 of meer | Midden en boven | 80 × 30 cm |
| Pristella | 4,5 cm SL | 22–28 °C | 6–7,5 / 2–20 | ≥ 6, liefst ≥ 10 | Midden | 60 × 30 cm |
| Honingdwerggoerami | 5,5 cm SL | 22–27 °C | 6–7,5 / 2–15 | paar of kleine groep | Moet het oppervlak bereiken | 60 × 30 cm |
| Gevlekte pantsermeerval | 7 cm SL | 22–26 °C | 6–7 / tot 12 | ≥ 5 | Bodem | 61 × 38 cm |
Bron: LICG (z.d.) voor gup, platy, zwaarddrager, neontetra, kardinaaltetra en vuurneon; Seriously Fish (2026) voor de overige soorten; LICG-groepsbijsluiters voor zwemlagen en de groep pantsermeervallen. SL is standaardlengte, gemeten zonder staartvin (FishBase, z.d.). Een maat als 60 × 30 cm is het minimale bodemvlak, een losse maat de minimale baklengte.
Welke beginnersvis past bij jouw kraanwater en bak?
Begin bij je kraanwater: hard water wijst naar gup, platy of zwaarddrager, zacht water naar neontetra, kardinaaltetra, vuurneon en de rasbora's, en een bak van 90 cm lang maakt de zebradanio mogelijk.
De hardheid van leidingwater hangt af van de hoeveelheid calcium en magnesium en verschilt per winningsgebied (Vitens, z.d.). Vraag de waarde op bij je waterbedrijf of meet GH en pH zelf; het verschil tussen die waarden lees je in hardheid, KH en pH uitgelegd. Cherrybarbeel en Pristella zitten tussen beide groepen in: zij verdragen GH 2–20 °dH.
| Jij zoekt | Kies | Regel eerst |
|---|---|---|
| Vissen voor hard kraanwater | Gup, platy of zwaarddrager | Verhouding man–vrouw, ruimte en een plan voor jongen |
| Een rustige school | Kegelvlekbarbeel, espei of een passende tetra | De hele groep en zacht water |
| Veel zwembeweging | Zebradanio | Een bak van minstens 90 cm lang |
| Rustig gedrag van dichtbij | Honingdwerggoerami | Kalme medebewoners en controle bij het voeren |
| Leven op de bodem | Gevlekte pantsermeerval | Zandbodem en eigen zinkend voer |
Bron: LICG (z.d.) en Seriously Fish (2026), huisvesting en gedrag per soort.
Op een smal scherm kun je het schema horizontaal verschuiven. Bekijk schema op volledige grootte.
Wil je eerst het hele aanbod zien, begin dan bij de keuzegids voor aquariumvissen. Met een kleinere bak lees je verder bij vissen voor een klein aquarium en aquariumvissen voor 60 liter.
Vijftien beginnersvissen: de voorwaarde per soort
Per soort is er één voorwaarde die beslist of hij bij jou past: bij levendbarenden de jongen, bij tetra's het zachte water en bij danio's en zwaarddragers de baklengte.
Gup
De gup (Poecilia reticulata) vraagt geen specifieke ervaring, wel voorbereiding (LICG, z.d.). Hij wil hard water en een bak van minstens 60 cm. Houd één man op twee tot vijf vrouwen en regel vooraf waar de jongen naartoe gaan: een vrouwtje krijgt tien tot zeventig jongen per worp.
Platy
De platy (Xiphophorus maculatus) is volgens het LICG vrij gemakkelijk te houden en plant zich net zo gemakkelijk voort. Hij zwemt vooral in de middenlaag, wil hard water en past al in een bak van 50–60 cm.
Zwaarddrager
De zwaarddrager (Xiphophorus hellerii) is de grootste levendbarende in dit rijtje: een vrouwtje wordt circa 12 cm, een man zonder zwaard circa 8 cm. Het LICG adviseert daarom minstens 80 cm baklengte. Het is een snelle zwemmer die goed springt, dus een dekruit is verplicht.

Neontetra
De neontetra (Paracheirodon innesi) wil zacht, licht zuur water. Het LICG noemt vijf dieren als minimum en liever meer; de algemene bijsluiter over karperzalmen gaat uit van tien. Koop dus één flinke school in plaats van drie kleine. Zijn je neons 's ochtends bleek, dan is dat normaal: in het donker vervagen hun kleuren en na het aangaan van het licht kleuren ze weer bij.

Kardinaaltetra
De kardinaaltetra (Paracheirodon axelrodi) lijkt op de neon, maar het LICG adviseert minstens tien dieren, 23–28 °C en zacht water. Zet hem niet bij grote vissen die hem als prooi zien. Heb je nog geen ervaring met zacht water, kies dan eerst een soort met een breder bereik.
Vuurneon
De vuurneon (Hemigrammus erythrozonus) zwemt in de onder- en middenlaag en wil warm, zacht water (24–28 °C) en open zwemruimte. Hij is vreedzaam, maar grote medebewoners zien hem als voer.
Kegelvlekbarbeel
De kegelvlekbarbeel (Trigonostigma heteromorpha) is volgens Seriously Fish geschikt voor beginners. Houd er acht tot tien of meer op minstens 60 × 30 cm bodem: een rustige school voor de middenlaag van een beplante bak.
Espei
De espei (Trigonostigma espei) blijft met 3 cm SL kleiner dan de kegelvlekbarbeel, maar vraagt hetzelfde bodemvlak van 60 × 30 cm en ook acht tot tien of meer soortgenoten. Een kleiner lichaam betekent hier geen kleinere bak.
Cherrybarbeel
De cherrybarbeel noemt Seriously Fish een beginnersvis zonder voorbehoud. Hij is vreedzaam, verdraagt een breed bereik (pH 6–8, GH 2–20 °dH) en leeft in een groep van zes tot tien of meer. In de winkel heet hij vaak nog Puntius titteya; sinds de revisie van Sudasinghe, Rüber en Meegaskumbura (2023) is de geldige naam Rohanella titteya. Zoek op beide namen.
Zebradanio
De zebradanio (Danio rerio) is robuust en vreedzaam, maar zo actief dat Seriously Fish minstens 90 × 30 cm adviseert, terwijl hij maar 5 cm SL wordt. Hij verdraagt koeler water dan de rest (18–25 °C). Heb je die baklengte niet, kies dan een andere soort.
Zwarte neon
De zwarte neon (Hyphessobrycon herbertaxelrodi) is een vreedzame schoolvis van 3,5 cm SL die toch 80 × 30 cm en acht tot tien of meer soortgenoten vraagt (Seriously Fish, 2026).
Citroentetra
De citroentetra (Hyphessobrycon pulchripinnis) vraagt eveneens 80 × 30 cm en een groep van acht tot tien of meer. In die groep ontstaan wisselende rangordes waarin mannen om de aandacht van vrouwen wedijveren: vreedzaam, met zichtbaar onderling gedrag.
Pristella
De Pristella (Pristella maxillaris) rekent Seriously Fish tot de beste keuzes voor nieuwkomers: robuust, vreedzaam en goed verkrijgbaar. Met GH 2–20 °dH verdraagt hij harder water dan de meeste tetra's. Zet hem niet bij erg drukke of veel grotere vissen, want daar verliest hij het bij het voeren.
Honingdwerggoerami
De honingdwerggoerami (Trichogaster chuna) wordt 5,5 cm SL en haalt lucht aan het oppervlak, dus dat moet bereikbaar blijven. Hij beweegt rustig en verliest het voer snel aan vluggere vissen: kies kalme medebewoners en kijk bij elke voerbeurt of hij eet. Seriously Fish noemt zowel een paar als een groep van vier tot zes; stem de groepsvorm af op de ruimte en de inrichting.

Gevlekte pantsermeerval
De gevlekte pantsermeerval (Hoplisoma paleatum, in de handel nog vaak Corydoras paleatus) wordt 7 cm SL en zoekt zijn voer op de bodem. Hij wil een goed onderhouden zandbodem en eigen, gevarieerd zinkend voer; restjes van de bovenzwemmers zijn niet genoeg. Het LICG adviseert pantsermeervallen vanaf vijf soortgenoten.
Welke tropische vissen kunnen bij elkaar?
Tropische vissen kunnen samen als ze dezelfde temperatuur en waterwaarden verdragen, elkaar niet als prooi zien en elkaar niet van het voer verdringen.
In de tabel vallen twee groepen op. Gup, platy en zwaarddrager delen pH 7–8 en hard water; neontetra, kardinaaltetra en vuurneon delen pH 6–7 en GH tot circa 8 °dH. Cherrybarbeel en Pristella overlappen met beide groepen door hun brede GH-bereik. Let daarna op drie dingen:
- Groot eet klein. Grote medebewoners zien vuurneons en kardinaaltetra's als voer (LICG, z.d.).
- Rustige eters eerst. De honingdwerggoerami en de Pristella verliezen het bij het voeren van drukke of veel grotere vissen (Seriously Fish, 2026).
- Verdeel de waterlagen. Een bodemgroep pantsermeervallen vult een andere laag dan een school tetra's in het midden, maar heeft wel eigen zinkend voer nodig.
Meer over gedrag, agressie en voerconcurrentie lees je bij vissen combineren.
Wat moet klaar zijn vóór de eerste vis?
Voordat de eerste vis erin gaat, moet het biologische filter werken: in een nieuwe bak kunnen ammoniak en nitriet schadelijk oplopen, en visloos indraaien met herhaalde metingen bereidt het filter daarop voor (Petty e.a., 2026). Hoe dat werkt, lees je bij de stikstofkringloop; het complete opstartplan zet de stappen op een rij.
- Meet je bak. Vergelijk lengte en breedte met de kolom "Bak minimaal" en schrap wat niet past.
- Ken je water. Vraag de hardheid op bij je waterbedrijf of meet GH, pH en temperatuur zelf.
- Draai het filter visloos in. Meet ammoniak en nitriet herhaaldelijk; vissen mogen pas als beide op nul staan.
- Kies één soort en koop de groep. Een school heeft soortgenoten nodig, geen losse dieren van vijf soorten.
- Breid langzaam uit. De filterbacteriën moeten met elke nieuwe vis en elke extra voerbeurt meegroeien (OATA, z.d.).
| Moment | Wat doe je? | Waarom? |
|---|---|---|
| Dagelijks | Kijk of elke vis eet en normaal zwemt, controleer de temperatuur en haal voerresten weg | Je ziet veranderingen vroeg |
| Wekelijks | Test het water en noteer de waarden | Je volgt de ontwikkeling en breidt rustig uit |
| Warme periode | Volg de werkelijke watertemperatuur | Warm water kan minder opgeloste zuurstof bevatten |
| Bij elke voerbeurt | Kijk waar het voer terechtkomt en wie het bereikt | Rustige eters en bodemvissen komen ook aan bod |
Bron: LICG (z.d.), OATA (z.d.), USGS (2026), RSPCA (z.d.) en Seriously Fish (2026).
Nieuwe vissen gaan bij voorkeur eerst in quarantaine: het Merck Veterinary Manual adviseert minstens 30 dagen, met eigen netten en emmers voor die bak. Hoe je vissen daarna veilig laat wennen, lees je bij nieuwe vissen en quarantaine.
Reken ook op meer dan de visprijs. Een zwaarddrager kost enkele euro's, maar daarnaast betaal je voor het aquarium, voer, testmateriaal, filtermateriaal en energie voor verwarming en licht (LICG, z.d.). Met de stroomkostentool reken je je eigen apparatuur en brandtijden door. Ga je op vakantie, laat dan iemand elke dag de vissen en de apparatuur controleren (RSPCA, z.d.).
Veelgemaakte fouten bij beginnersvissen
- Kopen op winkelmaat. Een jonge zwaarddrager is klein, een volwassen vrouwtje circa 12 cm. Kijk altijd naar de volwassen maat.
- Een te kleine school. Vijf neontetra's is het minimum, geen streefgetal; kardinaaltetra's wil je met minstens tien.
- Geen plan voor jongen. Gup en platy krijgen elke worp tientallen jongen; die hebben schuilplaatsen of een andere bestemming nodig.
- De pantsermeerval laten leven van restjes. Bodemvissen hebben eigen zinkend voer nodig.
- Droogvoer op de lichtkap. Daar wordt het potje te warm en gaan vitaminen verloren (LICG, z.d.).
- Kopen uit een bak met zieke vissen. Ook een gezond ogende vis uit die bak laat je staan (OATA, z.d.).
Veelgestelde vragen over tropische vissen voor beginners
Wat zijn de makkelijkste tropische vissen voor beginners?
De cherrybarbeel, de kegelvlekbarbeel en de Pristella zijn de makkelijkste keuzes: Seriously Fish noemt alle drie vreedzaam en geschikt voor beginners. Gup en platy zijn ook eenvoudig, mits je hard water hebt en een plan voor de jongen. Kies uiteindelijk de soort waarvoor je bak lang genoeg is en waarvan de waterwaarden overeenkomen met je kraanwater.
Welke tropische vissen kunnen bij elkaar?
Vissen die dezelfde temperatuur, pH en hardheid verdragen en ongeveer even groot zijn, kunnen samen. Gup, platy en zwaarddrager passen bij elkaar in hard water van pH 7–8; neontetra, kardinaaltetra en vuurneon in zacht water van pH 6–7. Zet kleine tetra's nooit bij grote vissen en geef rustige eters zoals de honingdwerggoerami kalme medebewoners.
Hoeveel vissen van één soort moet je samen houden?
Scholenvissen houd je in een groep van minstens zes tot tien. Seriously Fish adviseert acht tot tien of meer voor kegelvlekbarbeel, espei, zebradanio, zwarte neon en citroentetra, zes tot tien voor de cherrybarbeel. Het LICG noemt minstens tien kardinaaltetra's en minstens vijf neontetra's, liever meer. Bij gup en platy telt vooral de verhouding: meer vrouwen dan mannen.
Welke temperatuur hebben tropische vissen nodig?
Voor bijna alle beginnersvissen in dit overzicht ligt het advies tussen 22 en 28 °C; rond 24 °C past bij gup, platy, zwaarddrager en neontetra. Er zijn uitschieters: de zebradanio verdraagt 18–25 °C, de vuurneon wil 24–28 °C. Kies je soorten zo dat hun bereiken overlappen, stel de verwarming daarop in en controleer de temperatuur dagelijks met een thermometer.
Krijgen guppen en platy's veel jongen?
Ja, guppen en platy's krijgen veel jongen: een gupvrouwtje krijgt tien tot zeventig jongen per worp, een platyvrouwtje gemiddeld twintig tot veertig. De dracht duurt vier tot zes weken en vrouwtjes kunnen sperma bewaren voor meerdere worpen (LICG, z.d.). Zonder schuilplaatsen worden de jongen opgegeten; met schuilplaatsen moet je een bestemming hebben voor de aanwas.
Hoe oud worden beginnersvissen?
Dat verschilt sterk per soort: een gup leeft ongeveer een half tot twee jaar, een platy hooguit drie tot vier jaar en een zwaarddrager drie tot vijf jaar. Neontetra's en kardinaaltetra's kunnen vijf tot tien jaar oud worden, vuurneons twee tot vier jaar (LICG, z.d.). Kies je voor neon- of kardinaaltetra's, dan kies je dus voor een lange verzorgingsperiode.
Moet een nieuwe vis eerst in quarantaine?
Ja, zet nieuwe vissen bij voorkeur minstens 30 dagen apart, adviseert het Merck Veterinary Manual. Geef die quarantainebak eigen netten en emmers, zodat je niets overbrengt naar je hoofdbak. Ook de quarantainebak vraagt een geschikte verzorging en goede waterkwaliteit. Dat geldt net zo goed voor gangbare beginnerssoorten als voor zeldzame vissen.
Hoe kies je gezonde vissen in de winkel?
Kies vissen met heldere ogen, onbeschadigde vinnen en een rustige, regelmatige ademhaling, en kijk naar de hele verkoopbak. OATA raadt af een gezond ogende vis te kopen als er zieke dieren in dezelfde bak zwemmen. Neem de exacte soortnaam en de maten en waterwaarden van je bak mee, zodat je ter plekke kunt vergelijken.
- LICG. (z.d.). Guppy. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.licg.nl/aquariumdieren/guppy/
- LICG. (z.d.). Platy. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.licg.nl/aquariumdieren/platy/
- LICG. (z.d.). Zwaarddrager. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.licg.nl/aquariumdieren/zwaarddrager/
- LICG. (z.d.). Neontetra. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.licg.nl/aquariumdieren/neontetra/
- LICG. (z.d.). Kardinaaltetra. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.licg.nl/aquariumdieren/kardinaaltetra/
- LICG. (z.d.). Vuurneon. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.licg.nl/aquariumdieren/vuurneon/
- LICG. (z.d.). Karperzalmen (vissengroep). Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.licg.nl/aquariumdieren/karperzalmen-vissengroep/
- LICG. (z.d.). Pantsermeervallen (vissengroep). Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.licg.nl/aquariumdieren/pantsermeervallen-vissengroep/
- LICG. (2022, mei). Barbelen, danio’s en rasbora’s [Huisdierenbijsluiter]. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.licg.nl/media/5207/barbelen_danios_rasboras_bijsluiter6_2tr.pdf
- LICG. (z.d.). Het tropisch zoetwateraquarium. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.licg.nl/aquariumdieren/het-tropisch-zoetwateraquarium/
- Seriously Fish. (2026). Trigonostigma heteromorpha. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.seriouslyfish.com/species/trigonostigma-heteromorpha
- Seriously Fish. (2026). Trigonostigma espei. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.seriouslyfish.com/species/trigonostigma-espei
- Seriously Fish. (2026). Puntius titteya. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.seriouslyfish.com/species/puntius-titteya
- Seriously Fish. (2026). Danio rerio. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.seriouslyfish.com/species/danio-rerio
- Seriously Fish. (2026). Hyphessobrycon herbertaxelrodi. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.seriouslyfish.com/species/hyphessobrycon-herbertaxelrodi
- Seriously Fish. (2026). Hyphessobrycon pulchripinnis. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.seriouslyfish.com/species/hyphessobrycon-pulchripinnis
- Seriously Fish. (2026). Pristella maxillaris. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.seriouslyfish.com/species/pristella-maxillaris
- Seriously Fish. (2026). Trichogaster chuna. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.seriouslyfish.com/species/trichogaster-chuna
- Seriously Fish. (2026). Hoplisoma paleatum. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.seriouslyfish.com/species/hoplisoma-paleatum
- Sudasinghe, H., Rüber, L., & Meegaskumbura, M. (2023). Molecular phylogeny and systematics of the South Asian freshwater-fish genus Puntius (Teleostei: Cyprinidae). Zoologica Scripta, 52(6), 571–587. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://doi.org/10.1111/zsc.12618
- Fricke, R., Eschmeyer, W. N., & Van der Laan, R. (red.). (2026). Eschmeyer’s Catalog of Fishes: Rohanella titteya. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://researcharchive.calacademy.org/research/ichthyology/catalog/fishcatget.asp?genus=Rohanella&tbl=species
- Petty, B. D., Francis-Floyd, R., & Yanong, R. P. E. (2026, juni). Management of aquarium fish. Merck Veterinary Manual. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.merckvetmanual.com/exotic-and-laboratory-animals/aquarium-fish/management-of-aquarium-fish
- OATA. (z.d.). How to look after rasboras. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://ornamentalfish.org/what-we-do/advice-information/care-sheets/caresheets-tropical-freshwater-fish/how-to-look-after-rasboras/
- RSPCA. (z.d.). What to feed your fish. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.rspca.org.uk/adviceandwelfare/pets/fish/diet
- Vitens. (z.d.). Waterhardheid. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.vitens.nl/service/waterkwaliteit/waterhardheid
- USGS. (2026, 24 augustus). Dissolved oxygen and water. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.usgs.gov/water-science-school/science/dissolved-oxygen-and-water
- FishBase. (z.d.). List of symbols and abbreviations. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.fishbase.se/manual/english/fishbaselist_of_symbols_and_abbreviation.htm


