Vissen
Guppengezelschap: de bekendste combinatie is de slechtste
De meest gestelde combinatievraag bij een gup gaat over de kempvis, en dat is meteen de slechtste combinatie. Niet omdat het water knelt — op de opgaven van Seriously Fish overlappen die twee juist ruim — maar omdat een kempvismannetje een lange, slepende staart aanziet voor een rivaal. Het risico hangt dus aan de vinvorm en niet aan het soortenpaar. En voor wie een eigen kweeklijn wil houden, doet de combinatie zonder één beet de meeste schade: endlers erbij, en beide lijnen lossen in elkaar op. Hoe snel dat gaat, staat in geen enkele bron.
In het kort
- Het water sluit hier bijna niets uit, het gedrag wel. In Nederlands water zit de gup zelf onder de meeste geciteerde ondergrenzen, en dat gaat al jaren goed.
- De bekendste combinatie is de slechtste. Een kempvismannetje ziet een lange sleepstaart als rivaal, en het water zit die combinatie juist niet in de weg.
- Het risico hangt aan de vinvorm en niet aan het soortenpaar. LICG waarschuwt voor “sommige guppy’s”, en in dat woordje zit het hele verhaal.
- Garnalen kunnen, ook in zacht water. De echte ondergrens voor een vuurgarnaal ligt rond vier tot vijf graden en niet op de acht van de verzamelopgave; de schuilruimte beslist of de kolonie groeit.
- Wil je een zuivere lijn houden, dan is dít de schadelijkste combinatie: endlers en guppen kruisen, en er zijn tot in de tweede generatie vruchtbare hybriden gemaakt.
Het gedrag sluit uit, het water bijna nooit
Eerst iets rechtzetten, anders trekt het elke rekensom hieronder scheef. LICG geeft guppen 9 tot 20 °dH. Dat is een naslagopgave en geen vloer. Het gup-profiel van deze gids liep alle vijfentachtig waterkwaliteitsoverzichten van Vitens na: zesenzestig locaties leveren onder 8 °dH en achtenzeventig onder 9, mediaan 6,8. [gemeten] Het grootste deel van Nederland zit dus onder die ondergrens, en dat gaat al jaren goed. Wat daar telt is niet de hardheid zelf maar de buffering, de KH. Lees een opgave hieronder dus als "wat de bron zegt", niet als "wat er in mijn bak moet staan". En over de eenheid: LICG schrijft dH, Seriously Fish dGH, en dat is dezelfde grootheid. [literatuurrichtlijn] Hieronder staat overal °dH.
Dan het korte antwoord. Elke rij gaat over volwassen dieren en over guppen met de lange staarten die je in de winkel koopt.
| Combinatie | Kort antwoord |
|---|---|
| Kempvis, mannetje | Nee. Niet om het water, maar omdat hij een lange sleepstaart voor een rivaal aanziet |
| Vuurgarnalen | Ja, ook in zacht water. De schuilruimte beslist of de kolonie groeit, en koper moet eruit |
| Neontetra | Ja op hardheid, verwarmer op 24 graden. In pH zit vrijwel heel Nederland boven zijn bovengrens |
| Platy | Ja. Dezelfde ondergrens in de verhouding als de gup, en een tweede worpcyclus erbij |
| Molly | Niet in zestig centimeter. Hij vraagt negentig centimeter bodemmaat en het hardste water van de vier |
| Zwaarddrager | Alleen vanaf tachtig centimeter. Vrouwtjes worden twaalf centimeter, en hij vraagt méér vrouwen per man |
| Maanvis | Nee. Hij ziet een gup als voer, en hij vraagt een andere bak én ander water |
| Endlers | Nee, als je een zuivere lijn wilt. Er valt geen beet en toch verdwijnt die lijn |
| Sumatraantje | Nee. Allebei de bronnen zeggen dat onvoorwaardelijk, ook bij korte staarten |
De temperaturen, hardheden en aantallen komen van LICG en Seriously Fish [literatuurrichtlijn]; de vuistregels over schuilruimte en over wat je in de eerste weken afleest zijn hobbyervaring [praktijkregel]. De onderbouwing per rij staat hieronder.
Twee dingen doe je vóór je iets koopt. Reken de bakgrootte voor guppen na, want een levendbarende medebewoner telt niet één keer mee maar elke maand opnieuw. En reken de man-vrouwverhouding per soort uit: LICG geeft de platy één mannetje per twee tot vier vrouwtjes en de zwaarddrager één per tenminste drie, tegen twee tot vijf bij de gup. [literatuurrichtlijn] Alleen de zwaarddrager vraagt dus méér vrouwen per man; de platy heeft dezelfde ondergrens en alleen een nauwere bovenkant. Waaróm die verhouding zo bindt, staat bij de sekseverhouding bij guppen.
Verdraagzaamheid tussen soorten gaat op vier manieren mis: opeten, territorium, vinbijten en voedselconcurrentie. Die laatste wordt volgens ons eigen stuk daarover het vaakst gemist, "en de reden is precies dat er niets gebeurt". Hieronder staan de combinaties met naam en toenaam, niet de mechaniek erachter. En één ding vooraf, want het scheelt een verkeerde verdachte: een staart die rafelt hoeft niet van een bijter te komen, want slechte waterkwaliteit en de rotting die daarop volgt geven hetzelfde beeld. Die drie ingangen staan uit elkaar gehaald in het ziektedeel van deze gids.
Het risico zit in de vinvorm, niet in het soortenpaar
De waarschuwing bestaat wel, maar staat op de pagina waar de koper niet kijkt. Het guppenprofiel van LICG stelt juist gerust: "Guppy's combineren goed met allerlei andere vissen." Het enige dier dat daar bij naam als risico genoemd wordt, is het sumatraantje. De kempvispagina van dezelfde organisatie is preciezer dan de meeste mensen het navertellen: "kies geen soorten met lange siervinnen zoals sommige guppy's want de kempvis kan deze als concurrent zien en kan dan met hen vechten". [literatuurrichtlijn] Let op dat woordje sommige. Dat is geen slordigheid, dat is de kern van deze pagina.
Seriously Fish beschrijft het van de andere kant: soorten met bepaalde lichaamsvormen of slepende vinnen moeten zeker vermeden worden, want een mannetje kan ze als rivaal zien. Die bronzin is zelf onaf, want er staat niet wélke lichaamsvormen. Dezelfde bron noemt de gekweekte siervormen agressiever dan alle andere Betta-soorten en raadt het gewone gezelschapsaquarium voor deze vis af. [literatuurrichtlijn] Wat eruit volgt is bij allebei hetzelfde. Een gup met een korte staart is voor een kempvismannetje een ander dier dan een gup met een lange, slepende staart. Het gaat dus om wat er sleept: van de staartvormen die de kweek heeft opgeleverd — lange sluiers, delta's, waaiers en zwaardstaarten — doen de eerste drie dat. In de winkel kun je er weinig mee, want Seriously Fish schrijft dat de meeste aquariumvormen van de gup verlengde vinnen hebben. [literatuurrichtlijn] Of de vinvorm van de kempvis zélf verschil maakt, een kortvinnige plakat tegenover een halfmoon, staat in de geraadpleegde bronnen niet. [hiaat]
En als het een vrouwtje is?
Een Duitse hobbyforumdraad uit 2007 zegt van wel. Vrouwtjes gaan volgens die houder samen met guppen van beide geslachten, een mannetje redt het met guppenvrouwtjes maar niet met de langvinnige mannetjes, en de dubbelzwaardgup is ook bij een mannetje geen doelwit: die heeft geen lange vinnen maar zwaarden. De eerste reactie eronder spreekt hem tegen, want bettas zijn individuen. Eén ervaringsverhaal met tegenspraak is een richting, geen regel. [praktijkregel — één forumdraad, geen meting]
De ruimte is het argument niet
LICG geeft voor één kempvis een aquarium van veertig tot zestig centimeter. [literatuurrichtlijn] Dat is een minimummaat en geen bezettingsplafond: diezelfde pagina laat wél "hooguit enkele rustige medebewoners" toe, "een schooltje tetra's en wat slakken". Langvinnige guppen staan daar uitdrukkelijk niet bij. Het is dus geen ruimteprobleem maar hetzelfde gedragsprobleem.
Heb je die combinatie al, let dan op drie dingen: een staartrand die rafelig wordt, guppen die zich wegdrukken in plaats van rond te zwemmen, en achtervolgen dat niet na een paar tellen ophoudt. Dat zie je in dagen tot weken. [praktijkregel] Zie je het, dan is extra schuilruimte een pleister en moet er een uit — en dan gaat de kempvis eruit en niet de guppen, want hij is de enige van de twee die in zijn eentje prima verder kan.
Dezelfde organisatie geeft per soort een andere opgave
Hieronder liggen zeven LICG-pagina's naast die van de gup. Adviezen uit één huis, geen metingen; de waarde zit erin dat ze onderling vergelijkbaar zijn. De laatste kolom staat uitsluitend op die LICG-opgaven en is dus niet het eindoordeel: per combinatie komt hieronder een tweede bron erbij. [literatuurrichtlijn]
| Pagina (LICG) | Temperatuur | pH | Hardheid | Alleen op deze opgaven |
|---|---|---|---|---|
| Gup | 23-25 °C | 7-8 | 9-20 °dH | — |
| Kempvis | 24-30 °C | 6,5-7,5 | 8-12 °dH | 24-25 °C, pH 7-7,5, 9-12 °dH |
| Zoetwatergarnaal | 20-24 °C | 6-8 | 8-12 °dH | 23-24 °C, pH 7-8, 9-12 °dH |
| Neontetra | rond 24 °C | 6-7 | tot 8 °dH | 24 °C, pH alleen 7, in hardheid niets; mét Seriously Fish erbij 8-12 °dH |
| Maanvis | 24-28 °C | 6-7 | tot 12 °dH | 24-25 °C, pH alleen 7, 9-12 °dH — maar het water is hier de reden niet |
| Platy | rond 24 °C (verdraagt 20-26) | 7-8 | 10-25 °dH | 23-25 °C, pH 7-8, 10-20 °dH |
| Zwaarddrager | rond 24 °C | 7-8 | 10-20 °dH | 24 °C, pH 7-8, 10-20 °dH |
| Sumatraan | 22-26 °C | 6,5-7,5 | 5-12 °dH | 23-25 °C, pH 7-7,5, 9-12 °dH |
Let op wat die ene graad speling bij de kempvis níét zegt: bij de zoetwatergarnaal blijft er net zo weinig over, en daar is dat geen bezwaar, want die LICG-pagina is een verzamelopgave over tientallen soorten. Neem er bovendien een tweede bron bij en het beeld kantelt. Op de opgaven van Seriously Fish overlappen gup en kempvis juist ruim: 22 tot 28 graden, pH 7 tot 8, 8 tot 15 °dH. [literatuurrichtlijn] Bij kempvis, endler en sumatraan past het water op díé cijfers gewoon, en dat is precies waarom die drie verkocht worden. De maanvis is de uitzondering: daar botst het water óók, en de bakmaat helemaal.
Garnalen kunnen, en zacht water is daarbij geen bezwaar
Dit is de rustigste combinatie op deze pagina, met twee voorbehouden: de jonge garnalen worden gegeten, en koper moet uit de bak blijven. Eerst wélke garnaal, want dat wordt bijna nooit gezegd: het gaat over de vuurgarnalen en hun kleurvarianten, de Neocaridina, die hier naast guppen verkocht worden. LICG gooit álle dwerggarnalen op één hoop en schrijft er zelf bij dat je bij aankoop naar de eisen van jóuw soort moet vragen; voor de bijengarnaal en de tijgergarnaal geeft die pagina geen eigen getallen, en wij hebben ze ook niet. [hiaat]
Dan de cijfers, en hier gaat het bij bijna iedereen mis. LICG vraagt dwerggarnalen 8 tot 12 °dH bij pH 6 tot 8 [literatuurrichtlijn] — dat is die verzamelopgave, en wie er een ja-of-nee-grens van maakt, zegt tegen ruwweg driekwart van Nederland nee. Ons eigen vuurgarnaalprofiel geeft de soortgrens die er wél toe doet: onder ongeveer vier tot vijf °dH treden vervellingsproblemen op, omdat er dan te weinig calcium en carbonaat beschikbaar is. [praktijkregel] Daarboven is de zuurgraad "over de hele band van 6 tot 8 vrijwel onbelangrijk, zolang hij stabiel is". In het zachte deel van het land zitten gup én garnaal dus onder de LICG-opgave, en toch werkt de combinatie daar gewoon, omdat die verzamelopgave voor de Neocaridina te hoog begint. Meet je onder de vier à vijf °dH, dan is de garnaal de eerste die het merkt; meet je erboven, dan is hardheid geen argument tegen deze combinatie.
Dan het voorbehoud, bij dezelfde bron. LICG schrijft dat veel vissen jonge garnalen eten: "Cichliden, karperachtigen, regenboogvissen en labyrinthvissen zijn niet geschikt, evenals vele andere, ook kleine vissen." Die staart maakt de uitsluiting open in plaats van een lijstje van vier. Wat er wél kan, zijn "onder andere kleine tetra soorten, endler guppen, kegelvlek barbeeltjes, dwerggourami's en algeneters". [literatuurrichtlijn] Let op die twee woorden: dat is een open opsomming, dus dat de gup er niet bij staat is een aanwijzing en geen uitsluiting.
Inrichten doe je op de jongen, en koper hoort er niet in
LICG geeft dwerggarnalen twee tot vier centimeter. [literatuurrichtlijn] Zo'n volwassen dier past niet in de bek van een gup, een pasgeboren garnaal wel. [praktijkregel] In een kale bak blijft de groep dus gelijk of loopt hij leeg. Wie aanwas wil, richt in op de jongen, en LICG maakt dat concreet: zand of fijn grind van één tot drie millimeter, schuilplaatsen van mos, kienhout en stenen, en fijnbladige planten zoals hoornblad en waterpest. Begin met tien tot twintig dieren, hoogstens vijf per tien liter. [literatuurrichtlijn] Zie je na een maand of drie geen garnaaltjes tussen dat mos, dan is er te weinig dekking of te veel bek. [praktijkregel]
Koper moet volgens diezelfde pagina laag blijven. [literatuurrichtlijn] Wie een vis wil behandelen leest dus eerst het etiket op koper, en behandelt niet ín de garnalenbak maar haalt het zieke dier eruit. Welk middel en hoeveel, hoort bij dat etiket en bij een dierenarts, niet bij ons. Verdwijnen er vólwassen garnalen, dan is de gup niet de verdachte, want die krijgt zo'n dier niet in zijn bek; kijk dan naar koper, naar mislukte vervellingen en naar dieren die zich verstopt houden. En één garnaal heeft het jongenvraagstuk niet: de larven van de amanogarnaal moeten naar brak of zout water en sterven in een zoetwaterbak binnen dagen. [literatuurrichtlijn]
De neontetra kan op hardheid, maar niet op zuurgraad
Hier zit de tegenspraak binnen één organisatie. LICG vraagt voor de gup pH 7-8 en 9-20 °dH, en voor de neontetra pH 6-7 en "vrij zacht water tot ongeveer acht DH". Die opgaven raken elkaar alleen op precies pH 7, en in hardheid nergens. Op de platypagina raadt diezelfde organisatie het gezelschapsaquarium intussen aan met "bijvoorbeeld guppy's of neontetra's", in één adem. [literatuurrichtlijn, drie LICG-pagina's naast elkaar] Niet omdat er iemand liegt, maar omdat de opgaven per soort zijn opgeschreven zonder ze over elkaar heen te leggen. Met een tweede bron erbij lost de hardheid op: Seriously Fish geeft de gup 8 tot 30 °dH en de neontetra 1 tot 12, dus de overlap loopt van 8 tot 12. [afgeleid uit literatuurrichtlijn]
De zuurgraad lost niet op, en dat is het punt dat bijna nergens staat. Seriously Fish kapt de neon af op pH 7,5, terwijl onze zuurgraad over die vijfentachtig Vitens-locaties van 7,47 tot 8,13 loopt met een mediaan van 7,85. [gemeten] Ons eigen neonprofiel vat het samen: onze mediaan ligt boven élke bovengrens die voor deze soort geciteerd wordt. Op die as zit dus vrijwel niemand in de overlap. Dat het in de praktijk toch goed gaat, komt door de commerciële kweek en niet door de soort. En wat je in geen geval doet, is de zuurgraad omlaag jagen: dat maakt de bak instabiel en lost niets op.
Blijft de temperatuur, en daar hoort één getal uit te komen. LICG zet de neon op rond 24 graden en de gup op 23 tot 25; ons eigen neonprofiel houdt 22 tot 24 aan. Vierentwintig is de enige waarde die in alle drie past. [afgeleid uit literatuurrichtlijn] Zet hem daarop en laat hem staan: lager mag, hoger niet, want de neon zit met zijn bovengrens al op 24. En koop er genoeg — LICG vraagt tenminste vijf neontetra's, Seriously Fish acht tot tien [literatuurrichtlijn]. Met z'n tweeën is het geen neon meer.
Platy, molly en zwaarddrager: geen bijten, wel opjagen en rekenen
Dit is wat de meeste mensen zoeken zonder het zo te formuleren: iets erbij dat er leuk uitziet en geen gedoe geeft. De botsing zit hier niet in bijten, maar in aanwas en in dezelfde opjaagdruk die je bij de gup al kent. LICG geeft de gup tien tot zeventig jongen per worp, de zwaarddrager tien tot zeventig en de platy "gemiddeld twintig tot veertig". [literatuurrichtlijn] Geen vergelijkbare getallen — twee bereiken en een gemiddelde — maar wel dezelfde orde. Wat je erbij zet is dan ook geen extra worp maar een extra worpcyclus: reken op een tweede populatie, niet op een halve. [praktijkregel] De molly valt daarbuiten, en naar boven: Seriously Fish geeft Poecilia sphenops worpen tot honderdtwintig jongen bij een draagtijd van ongeveer acht weken. [literatuurrichtlijn]
Hij is ook de lastigste van het rijtje. Een eigen LICG-pagina heeft hij niet; de cijfers die als molly-eisen rondgaan komen van de groepspagina Levendbarenden en gelden voor de hele familie, dus ook voor de gup. Wat er wél specifiek staat: molly's zijn vaak gevoeliger voor de waterkwaliteit dan guppy's, platy's en zwaarddragers en hebben meestal vrij hard tot hard water nodig. [literatuurrichtlijn] Seriously Fish geeft hem acht centimeter lichaamslengte, 90 bij 30 centimeter bodemmaat en 15 tot 30 °dH, met de strengste zin van deze hele pagina erbij: vreedzaam, maar alleen te houden met vissen die dezelfde waterwaarden verdragen, en om die reden niet aan te raden voor het gewone gezelschapsaquarium. [literatuurrichtlijn] In een bak van zestig centimeter hoort dus geen molly. De zwaarddrager vraagt op zijn beurt minimaal tachtig centimeter tegen zestig voor de gup, met vrouwtjes die twaalf centimeter lang worden [literatuurrichtlijn]; "er een paar bij" is bij die soort een besluit over de bak.
Onderling kruisen ze wél: volgens Seriously Fish is de overgrote meerderheid van de zwaarddragers in de hobby een hybride met de platy of zijn naaste verwant. [literatuurrichtlijn] En binnen hetzelfde geslacht? Gup en molly zijn allebei Poecilia, dus die vraag ligt voor de hand. Ik heb er geen peer-reviewed bron voor gevonden; wat er is, is hobbyliteratuur die de kruising zeldzaam noemt en de nakomelingen doorgaans onvruchtbaar. [hiaat] Voor kruising tussen de geslachten heen — gup of molly met platy of zwaarddrager — geldt hetzelfde: veel pagina's zijn stellig, geen bron onder dit stuk legt het vast. [hiaat]
De maanvis ziet een gup als voer
Hier is geen nuance nodig. LICG schrijft dat je geen erg kleine medebewoners zoals tetra's moet kiezen, "want die worden door de maanvissen voor voer aangezien". [literatuurrichtlijn] Een guppenmannetje zit in dezelfde maatklasse; jonge dieren en endlers zitten eronder. [praktijkregel]
Maar zelfs zonder die bek klopt het niet. LICG vraagt voor de maanvis minimaal 120 centimeter lang én 50 centimeter hoog, met pH zes tot zeven en een hardheid tot ongeveer twaalf °dH. [literatuurrichtlijn] Diezelfde regel noemt "een lage kaliumhardheid onder vier DH"; bedoeld is de carbonaathardheid, de KH. [literatuurrichtlijn, met kennelijke verschrijving in de bron] De hoogte is hier de bindende maat. Dat is een andere bak én ander water: geen medebewoner, maar een tweede project.
Het sumatraantje: allebei de bronnen zeggen onvoorwaardelijk nee
Het sumatraantje is het enige dier dat LICG op de guppenpagina zélf bij naam noemt, en Seriously Fish bevestigt het van de andere kant: houd de gup niet bij vinbijters zoals sumatraantjes en serpaesalmen. [literatuurrichtlijn]
De nuance in het profiel van de bijter is echt, maar hij redt de combinatie niet. Seriously Fish noemt hem berucht om het bijten van vinnen en tekent aan dat dat vooral opspeelt bij te kleine groepen of te weinig ruimte. Maar ná die nuance volgt de zin die meestal wordt weggelaten: hij is nogal onstuimig en geen ideale metgezel voor schuwe, traag zwemmende of langvinnige soorten "such as many livebearers, cichlids, and anabantoids". [literatuurrichtlijn] Levendbarenden worden daar dus als groep genoemd, niet alleen langvinnige vormen.
Twee keer nee is geen gok. De beslisregel is daarmee eenvoudiger dan hij meestal wordt gemaakt: bij sluierguppen niet doen, en bij kortstaartige guppen ook niet, want de uitsluiting gaat over jaagdruk en niet over vinvorm. Doe je het toch, houd de groep dan groot en de bak lang. LICG vraagt tenminste acht dieren bij tenminste tachtig centimeter, Seriously Fish acht tot tien bij dezelfde bodemmaat; neem de bovenkant, want juist te kleine groepen zijn het probleem. [literatuurrichtlijn] Je leest het in dagen tot weken af aan rafelrand, wegduiken en achtervolgen dat niet ophoudt. [praktijkregel] Zie je dat, dan gaat het sumatraantje eruit en niet de gup — die school heeft aan een handjevol niet genoeg.
De combinatie die een liefhebber het meeste kost
Tussen de volwassen dieren valt geen beet en scheurt geen staart. En toch gaat hier het meeste verloren, tenminste voor wie iets met zijn lijn van plan is. Seriously Fish zegt het op zijn endlerpagina in één zin: niet bij guppen houden, want ze kruisen — en de twee kruisen aantoonbaar en krijgen vruchtbare nakomelingen. [literatuurrichtlijn]
Dat is geen forumverhaal. In een gepubliceerd experiment zijn gup en endler over en weer gekruist en zijn er F1- én F2-hybriden opgekweekt; hun hersenanatomie en leervermogen lagen tussen die van de oudersoorten in. [gemeten, Vila-Pouca e.a. 2022] Voor deze pagina telt vooral dat er tot in de tweede generatie vruchtbare hybriden gemaakt zijn. Een kruising is dus geen doodlopende weg maar een nieuwe lijn, en die is niet terug te draaien. Wat er verder uit die kruising komt, en hoe zuiver de endlers in de handel eigenlijk nog zijn, staat bij de endlers. Hoe snel het gaat is niet vastgelegd: de vuistregel van twee generaties die overal rondgaat, staat in geen enkele bron onder deze gids. [hiaat] Dit is bovendien de enige combinatie op deze pagina waarbij het al fout kan zijn gegaan vóórdat je iets kocht, in de bak van de leverancier.
Eén correctie op de zin die je overal leest, ook in een eerdere versie van dit stuk. "Er gaat niets dood" klopt niet. Seriously Fish schrijft over de gup zelf dat volwassen dieren de jongen opeten. [literatuurrichtlijn] Wat er niet valt, is een beet tussen de volwassen dieren; de jongen worden door beide soorten gegeten, hun eigen ouders inbegrepen.
Wat er wél naast kan, en wat het aan bak en aantallen kost
Seriously Fish houdt het bij de gup simpel: een rustig gezelschapsaquarium met andere levendbarenden, rasbora's, kleine bodemmeervallen en tetra's, en wegblijven bij vinbijters. [literatuurrichtlijn] Hieronder staat wat daarvan overblijft als je alles tegen de guppenopgave van diezelfde bron legt: 17 tot 28 °C, pH 7,0 tot 8,5, 8 tot 30 °dH. Behandel die opgave als tolerantie en niet als insteladvies, en stel je verwarmer in op de smalste opgave in de rij. De eerste rij is de gup zelf, zodat elke andere rij meteen een vergelijking is.
| Soort | Bodemmaat | Minimaal aantal | Overlap met de gup | Pakt jongen | Oordeel |
|---|---|---|---|---|---|
| Gup (Poecilia reticulata) | 45 × 30 cm; LICG 60 cm lang | 1 man op 2-5 vrouwen | — | ja | — |
| Bronzen pantsermeerval (Osteogaster aenea, bij de bronnen nog Corydoras aeneus) | 80 × 30 cm | 4-6; ons profiel 8-10 | 21-27 °C, pH 7-8, 8-15 °dH | nauwelijks | ja, maar vraagt tachtig centimeter |
| Kegelvlekbarbeel (Trigonostigma heteromorpha) | 60 × 30 cm | 8-10 | 21-28 °C, pH 7-7,5, 8-12 °dH | ja | ja; onderkant van de guppenopgave, bovenkant van de zijne |
| Otocinclus (Otocinclus macrospilus) | 45 × 30 cm | 6; ons profiel 6-10 | 21-26 °C, pH 7-7,5, 8-12 °dH | nauwelijks | alleen in een bak die drie maanden draait, én gericht plantaardig bijvoeren |
| Honingdwerggoerami (Trichogaster chuna) | 60 × 30 cm | 4-6 | 22-27 °C, pH 7-7,5, 8-15 °dH | ja | ja, maar gericht voeren |
| Dwerggoerami (Trichogaster lalius) | geen opgave | niet in groep, geen twee mannen | 22-27 °C, pH 7-7,5, 8-18 °dH | ja | voorbehoud: schuw én territoriaal, handelsstam draagt een onbehandelbaar virus |
| Zebradanio (Brachydanio rerio) | 90 × 30 cm | 8-10 | 18-25 °C, pH 7-8, 8-20 °dH | ja | ja, maar vraagt negentig centimeter |
| Ancistrus (Ancistrus cirrhosus) | 60 × 30 cm; LICG 80-100 cm lang | 1 | past ruim | nee | nee in zestig centimeter; hij wordt 13 tot 15 cm |
| Posthoornslak | geen eigen eis | 1 | past | nee | ja, de rustigste medebewoner die er is |
Bodemmaten, opgaven en groepsgroottes komen van Seriously Fish, met LICG en onze eigen profielen erbij waar die afwijken. [literatuurrichtlijn] Ter vertaling, want de winkel rekent in liters, en dan gerekend met een gebruikelijke hoogte van dertig centimeter: 45 × 30 is ruwweg 40 liter, 60 × 30 ongeveer 54, 80 × 30 ongeveer 72 en 90 × 30 ongeveer 81. [afgeleid uit literatuurrichtlijn] We sturen toch op bodemmaat, want een liter zegt niets over de vloer waarop een bodemvis leeft. De endler ontbreekt met opzet: op de opgaven past hij prima, maar hij kruist, en dat staat hierboven.
Vijf kanttekeningen bij die tabel
De bodemmaat geldt voor de soort alléén, en jouw guppen zitten er al. Zes van de acht medebewoners zijn groepsdieren, en dan is het aantal het bindende getal en niet de maat. Wie op "60 × 30 cm is ongeveer 54 liter" afgaat en één kegelvlekbarbeel meeneemt, koopt de verkeerde helft van het advies.
De otocinclus krijgt overal een kale ja, en die is fout. Ons eigen profiel heet niet voor niets "Otocinclus: hij sterft van de honger, niet van ziekte": hij hoort niet in een nieuwe bak, want hij graast aufwuchs en die groeit pas op een ingedraaide bak, en hij is te schuw om zijn deel te pakken naast snelle eters. De gup is precies die snelle eter. Op zuurgraad én hardheid zit hij in ons water bovendien aan of boven zijn bovengrens. [literatuurrichtlijn]
Twee namen lopen door elkaar. De honingdwerggoerami is Trichogaster chuna; de dwerggoerami die het vaakst verkocht wordt is Trichogaster lalius, een andere vis. Seriously Fish geeft die tweede een uitdrukkelijk voorbehouden aanbeveling voor de gezelschapsbak, "not least because of associated health issues", en noemt een onbehandelbaar virus dat bij tweeëntwintig procent van de dieren uit één exportstroom werd aangetroffen. [literatuurrichtlijn]
De zebradanio krijgt hier geen "wil het koeler" mee, want dat is precies het misverstand dat ons eigen zebradanioprofiel bestrijdt: zijn opgave loopt lager door, maar in een temperatuurgradiënt zwemt hij naar bijna 29 graden, en het werkpunt daar is 23 tot 25. [gemeten]
De kolom "pakt jongen" is geen meting: voor geen van deze soorten is een telling gevonden. [hiaat] Het is bek en gedrag, en de vuistregel is dat alles wat een jong in zijn bek krijgt het ook opeet, de eigen ouders inbegrepen. [praktijkregel] Lees die kolom vooral niet als een plan om de aanwas te remmen: een medebewoner eet ongelijkmatig en op de verkeerde momenten. Wat er wél werkt bij een guppenoverschot, en hoe de opkweek van guppenjongen gaat, staat in twee eigen delen van deze gids.
Waar je een dier laat, en hoe je er een bij zet
Moet er een dier uit, dan is de winkel waar je hem kocht de eerste route en een liefhebbersvereniging de tweede. Terugzetten in een sloot of vijver is geen optie. De volledige afweging staat in het deel van deze gids over overtollige guppen; dat gaat over guppen, maar de routes zijn dezelfde.
Zet je er iets bíj, doe dat dan niet uit de zak in de bak: nieuwe vissen gaan eerst in quarantaine, of op zijn minst rustig wennen aan jouw water. Bij de neontetra is dat geen formaliteit, want met elke nieuwe partij komt neonziekte de bak weer in, en daar bestaat geen behandeling voor. [literatuurrichtlijn]
En dan de vraag die eigenlijk vóór "wie mag erbij" komt, met het antwoord erbij. Is er nog ruimte? Reken dat eerst na, want een levendbarende medebewoner telt niet één keer mee maar elke maand opnieuw — en een bak die op zes guppen is gekocht, staat een half jaar later vol met guppen.



