
Vissen
Goudvis houden: bakmaat, temperatuur, voer en gezelschap
Een goudvis hoort in een aquarium van minstens 100 cm lang of in een vijver, nooit in een kom. Gewone goudvissen doen het best bij 10–21 °C, sluierstaarten bij 18–22 °C. Houd er minstens twee, voer één keer per dag wat binnen een minuut op is en ververs wekelijks minstens 25% water. Met goede zorg kan een goudvis 15–20 jaar oud worden.
· 14 min lezen
In het kort
- Een goudvisaquarium is minstens 100 cm lang; een kom is voor elke goudvis ongeschikt.
- Gewone goudvissen doen het best bij 10–21 °C, sluierstaarten bij 18–22 °C (LICG).
- Houd minstens twee goudvissen en zet snelle, slanke vormen niet bij trage sluierstaarten.
- Voer één keer per dag wat binnen een minuut op is; sluierstaarten krijgen zinkend voer.
- Ververs wekelijks minstens 25% water en houd ammoniak en nitriet onmeetbaar laag.
Een goudvis hoort in een aquarium van minstens 100 cm lang of in een vijver met een deel van minstens 1 m diep, nooit in een kom. Gewone goudvissen doen het best bij 10–21 °C, sluierstaarten bij 18–22 °C, en beide leven in een groep van minstens twee. Met één kleine voerbeurt per dag, wekelijks minstens 25% vers water en schone metingen kan een goudvis 15–20 jaar oud worden (LICG; OATA, 2022).
Welke goudvis past bij jouw aquarium?
Kies eerst tussen slanke goudvissen en gedrongen sluierstaarten, want die keuze bepaalt bakmaat, temperatuur, stroming en gezelschap. Komeet, shubunkin, oranda en ryukin zijn allemaal kweekvormen van één soort: Carassius auratus (Linnaeus, 1758), oorspronkelijk beschreven als Cyprinus auratus.
De goudvis is in China gedomesticeerd en daar al meer dan duizend jaar op uiterlijk geselecteerd. Chen en collega's (2020) vergeleken de genomen van 185 gedomesticeerde en 16 wilde exemplaren: de gewone goudvis staat genetisch dichter bij de wilde vorm dan de sterk veranderde sierlijnen.
Dat verschil zie je terug in het zwemmen. Blake, Li en Chan (2009) maten vier vormen van ongeveer 50 mm: fantails en eivissen hadden meer weerstand dan gewone goudvissen en kometen, en eivissen zonder rugvin verloren extra energie door te rollen en te slingeren. Het LICG noemt zulke kenmerken schadelijke raskenmerken: uitpuilende ogen raken snel beschadigd en zonder rugvin houdt een vis slecht zijn evenwicht.
| Kenmerk | Slanke goudvis (gewoon, komeet, shubunkin) | Sluierstaart (ryukin, oranda, telescoop) |
|---|---|---|
| Bouw | Lang lichaam, enkele staart | Kort, gedrongen lichaam, dubbele staart |
| Zwemmen | Snel en beweeglijk | Langzaam, moeite met stroming |
| Gemiddelde lengte | 15–20 cm, in een vijver tot 40 cm | 15–25 cm |
| Buiten overwinteren | Ja, in een vijver met een diep deel | Nee |
| Voer | Drijvend of zinkend | Zinkend |
Bron: LICG, Goudvis en Sluierstaart (z.d.).
Alle kleur- en lichaamsvormen staan in het overzicht van goudvissoorten en kweekvormen.

Hoe groot moet een goudvisaquarium zijn?
Een aquarium voor goudvissen is minstens 100 cm lang, ook voor jonge sluierstaarten, en grote slanke goudvissen hebben uiteindelijk een nog grotere bak of een vijver nodig (LICG, z.d.). Een kom valt af: het wateroppervlak is te klein voor voldoende zuurstofuitwisseling, er past nauwelijks een filter in en de vis groeit er snel uit. Zit je goudvis nu in een kom, volg dan het overstapplan voor een goudvis in een kom.
Koop de bak voor het volwassen formaat, niet voor het visje in de winkel. De USGS geeft voor de soort 12–22 cm standaardlengte als gebruikelijk en 41 cm als maximum; OATA verwacht dat sierlijnen zelden groter worden dan 20 cm.
| Situatie | Richtlijn | Bron |
|---|---|---|
| Gewone goudvissen | Minstens 100 cm baklengte; worden ze groter, dan een grotere bak of vijver | LICG |
| Twee jonge sluierstaarten | 60 cm volstaat kort; na ongeveer zes maanden minstens 100 cm, dus begin direct groot | LICG |
| Volwassen sluierstaarten | 100 liter voor de eerste vis plus 50 liter per extra vis: twee vissen = 150 liter | OATA |
| Vorm van de bak | Lengte ≥ 4×, breedte ≥ 2× en hoogte ≥ 3× de volwassen lichaamslengte | RSPCA |
| Vijver | Een deel van minstens 1 m diep om buiten te overwinteren | LICG |
Bron: LICG (z.d.); OATA (2022); RSPCA Australia (2024).
Slanke goudvissen zijn actieve zwemmers en hebben volgens RSPCA een langere bak nodig dan hun lichaamslengte doet vermoeden. Bereken de inhoud met de aquariumvolumerekenhulp en stem het aantal vissen af met de uitleg over bezetting.
Op een smal scherm kun je het schema horizontaal verschuiven. Bekijk schema op volledige grootte.
Welke temperatuur en waterwaarden heeft een goudvis nodig?
Gewone goudvissen doen het best bij 10–21 °C en pH 7–8, sluierstaarten bij 18–22 °C en pH 7–7,5; voor beide is een GH van 6–16 °dH goed (LICG, z.d.).
| Waarde | Gewone goudvis | Sluierstaart |
|---|---|---|
| Gunstige temperatuur | 10–21 °C | 18–22 °C |
| Ruimere grenzen | Verdraagt 2–28 °C | Houden tussen 12–24 °C |
| pH | 7–8 | 7–7,5 |
| GH | 6–16 °dH | 6–16 °dH |
| Ammoniak/ammonium en nitriet | Niet meetbaar | Niet meetbaar |
| Bodem | Kiezel van 5–8 mm | Afgeronde kiezel van 1–3 mm |
Bron: LICG, Goudvis en Sluierstaart (z.d.).
RSPCA Australia noemt voor alle goudvissen 20–24 °C en pH 6,5–7,5, OATA voor sierlijnen 15–23 °C. Wij volgen het LICG, omdat dat gewone goudvissen en sluierstaarten apart behandelt. Voor nitraat houdt OATA bij sierlijnen hooguit 20 mg NO₃/l boven het niveau van je kraanwater aan.
Stabiliteit weegt zwaarder dan het exacte getal: goudvissen kunnen slecht tegen sterke temperatuurschommelingen. Zet de bak niet in de zon, bij een warmtebron of in de tocht (OATA, 2022). In een woonkamer met een stabiele temperatuur is een aquariumverwarming overbodig, een thermometer niet. Helder water zegt niets over ammoniak en nitriet; meet ze. Wat de hardheidswaarden betekenen, staat bij pH, KH en GH.
Hoe richt je een goudvisaquarium in?
Een goudvisaquarium heeft een ruim filter met mechanische en biologische werking, een afgeronde bodem, planten als dekking en een open zwembaan. Goudvissen eten veel en produceren veel afval, dus het filter is het hart van de bak (RSPCA Australia, 2024). Kies een regelbare uitstroom en verdeel die over de bak, want sluierstaarten kunnen niet tegen sterke stroming. Beweegt de uitstroom het wateroppervlak niet, zet dan een luchtsteen bij. Het verschil tussen vuilafvang en biologische werking legt de filtergids uit.
Goudvissen woelen de bodem om, dus scherp grind valt af. Decoratie mag geen scherpe randen of kleine openingen hebben waarin een groeiende vis vast kan raken; voor vormen met uitpuilende ogen is dat extra belangrijk. Laat ongeveer de helft van de bak dekking bieden, met dichte plantengroepen en open stukken ertussen (RSPCA Australia, 2024). Levende planten nemen nitraat op en dienen als bijvoer, dus goudvissen eten er ook van. Haal planten nooit uit sloot of vijver, want daarmee kun je parasieten meenemen. Geef de bak minstens één afgedekte zijde, laat de verlichting hooguit tien uur per dag branden en zorg voor minstens acht uur echte duisternis.
Zo zet je een goudvisaquarium op:
- Kies de vorm (slank of sluierstaart) en het aantal volwassen vissen.
- Koop een bak van minstens 100 cm lang en zet hem uit de zon en weg van tocht en warmtebronnen.
- Breng bodem, decoratie en planten aan en installeer een filter met regelbare uitstroom.
- Laat de bak eerst zonder vissen indraaien tot ammoniak en nitriet weer op nul staan.
- Meet na het inzetten de eerste zes weken om de twee à drie dagen ammoniak en nitriet; daarna volstaat elke één tot twee weken (RSPCA Australia, 2024).
- Breid langzaam uit: elke extra vis en elke extra portie voer vraagt meer filterbacteriën (OATA, 2022).
Hoe vaak en hoeveel voer je een goudvis?
Voer een volwassen goudvis één keer per dag zoveel als hij binnen een minuut opeet (LICG); RSPCA Australia houdt minder dan twee minuten aan. Te veel voeren is volgens RSPCA het meest voorkomende probleem bij goudvissen: het maakt ze vet en het restvoer bederft het water. Een dag overslaan is geen probleem.
Gebruik een goudvisvoer als hoofdvoer, want goudvissen hebben meer koolhydraten nodig dan veel andere vissen (OATA, 2022). Vul aan met watervlooien, muggenlarven of artemia en met plantaardig voer zoals waterpest, algen of geblancheerde sla, spinazie en waterkers (LICG). Ontdooi diepvriesvoer eerst en geef geen vet vlees zoals runderhart. Meer over porties staat bij voeren.
Sluierstaarten krijgen zinkend voer: wie aan het oppervlak hapt, slikt lucht en kan daarna tijdelijk slecht op diepte blijven (OATA; RSPCA). Voer bij meerdere vissen op twee of meer plekken, zodat ook de langzame eters iets krijgen. Onder 10 °C eten gewone goudvissen minder of niets; pas de portie dan aan (LICG). Koop levend en diepvriesvoer bij een vertrouwde leverancier, want zelf gevangen larven kunnen ziekteverwekkers meebrengen.
Welke vissen passen bij een goudvis?
Houd minstens twee goudvissen en combineer alleen vissen met een vergelijkbaar zwem- en eetvermogen: slanke goudvissen bij slanke, sluierstaarten bij sluierstaarten. Snelle gewone goudvissen eten het voer weg voor de trage sluierstaarten, en hun drukte geeft sluierstaarten stress (LICG; OATA, 2022).
Andere medebewoners moeten te groot zijn om in de bek van een goudvis te passen. Zet langvinnige goudvissen nooit bij vinnenbijters, en houd sterk afwijkende vormen zoals de hemelkijker alleen met hun eigen variant, omdat ze anders het voer niet vinden (RSPCA Australia, 2024). Een goudvis die lang alleen in een te kleine bak zat, kan agressief zijn tegen nieuwkomers. De algemene regels staan bij gezelschap en agressie; andere soorten voor een onverwarmde bak vind je bij koudwatervissen.

Hoeveel water moet je verversen bij goudvissen?
Ververs wekelijks minstens 25% van het water en laat je metingen bepalen of het meer moet (OATA, 2022); RSPCA Australia houdt 10–25% per week aan.
| Moment | Wat je doet | Waarom |
|---|---|---|
| Dagelijks | Zwemgedrag, ademhaling, eetlust, temperatuur en apparatuur bekijken; voerresten weghalen | Afwijkingen vroeg zien |
| Wekelijks | Ammoniak, nitriet, nitraat, pH en hardheid meten; minstens 25% verversen en de bodem afhevelen | Bijhouden of het onderhoud de afvalproductie aankan |
| Als het filter dichtslibt | Filtermateriaal kort uitspoelen in afgetapt aquariumwater, nooit alles tegelijk | Doorstroming herstellen en bacteriën behouden |
| Na nieuwe vissen of meer voer | Tijdelijk vaker meten | Het filter moet de extra belasting nog inhalen |
Bron: OATA (2022); RSPCA Australia (2024); Francis-Floyd en Petty (2026).
Een rekenvoorbeeld laat zien waarom je kraanwater meetelt. Staat er 40 ppm nitraat in de bak en 10 ppm in het nieuwe water, dan geeft 25% verversen na menging 32,5 ppm en 50% verversen 25 ppm. De formule: nieuwe waarde = (1 − wisselfractie) × bakwaarde + wisselfractie × kraanwaarde. Reken je eigen situatie door met de waterwisselrekenhulp. Alleen verdampt water bijvullen haalt geen afvalstoffen weg.
Op een smal scherm kun je het schema horizontaal verschuiven. Bekijk schema op volledige grootte.
Spoel filtermateriaal nooit onder de kraan en nooit met zeep of heet water: daarmee dood je de bacteriën die ammoniak en nitriet omzetten (LICG; OATA). Gebruik een eigen emmer voor het aquarium en zuig een hevelslang nooit met je mond aan.
Hoe herken je een gezonde goudvis?
Een gezonde goudvis heeft heldere ogen, gave vinnen en schubben, zwemt zonder moeite en ademt rustig (OATA, 2022). Koop nooit uit een bak waarin zieke vissen zitten of die overvol is, en zet nieuwe vissen eerst apart volgens het quarantaineplan.
Let op deze signalen:
- niet eten of mager worden;
- snellere of juist tragere kieuwbewegingen;
- geknepen vinnen, wonden, bulten, witte stippen of watachtige plukken;
- schuren langs bodem of decoratie;
- scheef zwemmen, op de kop hangen, aan het oppervlak hangen of op de bodem liggen.
Meet bij zulke signalen eerst het water en controleer filter en temperatuur. Houden de klachten aan of zijn ze ernstig, schakel dan een dierenarts met viskennis in. Een scheve zwemhouding heeft meerdere mogelijke oorzaken; begin daarom geen behandeling op basis van een foto. Was na het onderhoud je handen: sommige visziekten, zoals vissen-tbc, kunnen ook mensen besmetten (LICG).
Goudvissen kweken
Goudvissen paaien buiten in het late voorjaar en de zomer, in een aquarium in elk seizoen; het LICG noemt minstens 22 °C als beste kweektemperatuur. OATA ziet paaigedrag vaak na een waterwissel, wanneer de temperatuur weer stijgt, en adviseert twee mannetjes per vrouwtje. Het vrouwtje zet duizenden eitjes af tussen planten. Goudvissen kennen geen broedzorg en eten eieren en jongen op, dus haal de planten met eitjes naar een aparte bak.
De eitjes komen volgens het LICG na ongeveer vijf dagen uit, volgens OATA na ongeveer drie; de watertemperatuur bepaalt het tempo. Voer de jongen met algen, opfokvoer en klein dierlijk voer en houd de temperatuur stabiel. Ze zijn eerst donker en kleuren pas na een maand of acht oranje. Bedenk vooraf waar de jongen naartoe gaan.
Goudvissen in de vijver
Een vijver is voor gewone goudvissen een prima blijvende plek, mits een deel minstens 1 m diep is zodat ze er buiten kunnen overwinteren (LICG). Sluierstaarten kunnen niet tegen lage temperaturen en overwinteren niet buiten. Zet je ze in de zomer in de vijver, span dan een net tegen reigers en katten: als trage zwemmers zijn ze makkelijke prooi.

Laat goudvissen nooit los in een sloot, plas of natuurvijver. De USGS beschrijft verwilderde populaties die waterplanten loswoelen en het water troebel maken. Carassius auratus staat niet op de Unielijst van invasieve exoten (gecontroleerd op 18 oktober 2026), maar uitzetten blijft schadelijk voor de natuur.
Veelgemaakte fouten met goudvissen
- Een kom of te kleine startbak. Begin direct met minstens 100 cm baklengte.
- Kopen op het formaat in de winkel. Reken met 15–25 cm volwassen lengte.
- Gewone goudvissen bij sluierstaarten. De snelle vissen eten alles weg.
- Te veel of drijvend voeren. Eén keer per dag, binnen een minuut op; sluierstaarten krijgen zinkend voer.
- Het filter onder de kraan schoonmaken. Daarmee verdwijnen de nuttige bacteriën.
- Overtollige vissen loslaten. Zoek een nieuwe eigenaar of een opvang.
Veelgestelde vragen over goudvissen
Kan een goudvis in een kom?
Nee, een kom is ongeschikt voor elke goudvis. Het wateroppervlak is te klein voor voldoende zuurstofuitwisseling, er past nauwelijks een filter in en een goudvis groeit uit tot 15–25 cm. LICG en RSPCA raden een kom allebei af. Kies een aquarium van minstens 100 cm lang en verhuis je vis zo snel mogelijk.
Hoeveel goudvissen kun je in een aquarium houden?
Houd er minstens twee, en reken bij sluierstaarten met 100 liter voor de eerste vis plus 50 liter per extra vis (OATA, 2022). Twee volwassen sluierstaarten vragen dus 150 liter. Slanke goudvissen zwemmen meer en hebben een langere bak nodig. Zorg daarnaast dat de bak minstens vier keer zo lang is als de volwassen vis (RSPCA).
Hoe groot wordt een goudvis?
Een gewone goudvis wordt gemiddeld 15–20 cm lang en kan in een vijver doorgroeien tot ongeveer 40 cm (LICG). Sluierstaarten worden gemiddeld 15–25 cm, maar OATA verwacht dat sierlijnen zelden boven 20 cm uitkomen. Let bij het vergelijken op de meetmethode: met of zonder staartvin scheelt bij sluierstaarten veel.
Hoe oud wordt een goudvis in een aquarium?
Een goudvis kan 15–20 jaar oud worden en soms ouder, al halen veel vissen dat in een aquarium niet (LICG). RSPCA Australia noemt gemiddeld 10–15 jaar, met uitschieters tot 30 jaar bij goede zorg. Ruimte, waterkwaliteit en voer maken het verschil. Meer daarover staat in de gids over de leeftijd van goudvissen.
Heeft een goudvis een verwarming nodig?
Nee, in een woonkamer met een stabiele temperatuur heeft een goudvis geen verwarming nodig. Gewone goudvissen doen het best bij 10–21 °C, sluierstaarten bij 18–22 °C (LICG). Staat de bak in een koude ruimte, dan kan een verwarming sluierstaarten helpen. Een thermometer is altijd nodig, want sterke schommelingen geven stress.
Hoe zie je of een goudvis een mannetje of vrouwtje is?
Je ziet het verschil pas als goudvissen geslachtsrijp zijn, bij gewone goudvissen meestal vanaf twee jaar en bij sluierstaarten tussen één en drie jaar (LICG). In de paaitijd krijgen mannetjes witte stipjes op de kieuwdeksels en soms op de borstvinnen. Vrouwtjes hebben dan een vollere buik. Buiten de paaitijd is het verschil lastig te zien.
Hoe lang moet een nieuwe goudvis in quarantaine?
Houd een nieuwe goudvis 30–60 dagen apart in een eigen quarantainebak met eigen materiaal, zoals de Merck Veterinary Manual adviseert. Voeg je in die periode nog een vis toe, dan begint de termijn opnieuw. Zo voorkom je dat een ziekte die nog niet zichtbaar is je hele groep besmet. Kijk in die tijd dagelijks naar eetlust en ademhaling.
- LICG. (z.d.). Goudvis. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.licg.nl/aquariumdieren/goudvis/
- LICG. (z.d.). Sluierstaart. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.licg.nl/aquariumdieren/sluierstaart/
- RSPCA Australia. (2024, 1 mei). How should I care for my goldfish? Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://kb.rspca.org.au/categories/companion-animals/fish/how-should-i-care-for-my-goldfish
- Ornamental Aquatic Trade Association. (2022, september). How to care for fancy goldfish. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://ornamentalfish.org/wp-content/uploads/Fancy-Goldfish-Jan-2023.pdf
- Francis-Floyd, R., & Petty, B. D. (2026, april). Routine health care of fish. Merck Veterinary Manual. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.merckvetmanual.com/all-other-pets/fish/routine-health-care-of-fish
- U.S. Geological Survey. (z.d.). Goldfish (Carassius auratus). Nonindigenous Aquatic Species. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://nas.er.usgs.gov/queries/factsheet.aspx?speciesid=508
- NCBI Taxonomy. (z.d.). Carassius auratus (taxon 7957). Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.ncbi.nlm.nih.gov/Taxonomy/Browser/wwwtax.cgi?command=show&id=7957&lvl=&mode=node
- Chen, D., Zhang, Q., Tang, W., et al. (2020). The evolutionary origin and domestication history of goldfish (Carassius auratus). Proceedings of the National Academy of Sciences, 117(47), 29775–29785. https://doi.org/10.1073/pnas.2005545117
- Blake, R. W., Li, J., & Chan, K. H. S. (2009). Swimming in four goldfish Carassius auratus morphotypes: understanding functional design and performance employing artificially selected forms. Journal of Fish Biology, 75(3), 591–617. https://doi.org/10.1111/j.1095-8649.2009.02309.x
- NVWA. (z.d.). Unielijst invasieve exoten. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.nvwa.nl/onderwerpen/plant/invasieve-exoten/unielijst-invasieve-exoten




