Naar de inhoud
ALQUARIUM Vraag het Alquarium
Close-up van de kop van een mannelijke ancistrus, met de vertakte tentakels op de snuit.
Alleen mannetjes dragen deze vertakte tentakels, en pas als ze volwassen worden. Het dier op deze foto is bij aankoop nog geen derde van deze maat. Richard Bartz, Munich Makro Freak, CC BY-SA 2.5

Vissen

Ancistrus: hij eet geen hout, en hij wordt veel groter dan je denkt

De enige harnasmeerval die je zonder voorbehoud aan een beginner kunt aanraden, en tegelijk de soort met de grootste naamsverwarring in de hobby. Het dier in de winkel is genetisch waarschijnlijk helemaal geen Ancistrus cirrhosus, en hij wordt drie keer zo groot als de maat waarop je hem koopt.

5 min lezen

13-15cm eindmaatgekocht op drie tot vijf
<33%houtcellulose verteerdgemeten bij de échte houtknagers
21-26gradenboven 30 wordt hij broos
1volwassen manper bak onder ongeveer 150 liter

In het kort

  • De naam op het etiket klopt vermoedelijk niet. Genetische data spreken de koppeling aan A. cirrhosus tegen; het is een gekweekte lijn zonder geldige soortnaam.
  • Je koopt hem op drie tot vijf centimeter en hij wordt dertien tot vijftien. Dat is de meest onderschatte maat van de bodemvissen.
  • Hij eet geen hout, ook al knaagt hij eraan. Hout is graasoppervlak en ruwvoer, geen voedsel.
  • Mannetjes zijn territoriaal onderling. In een normale huiskamerbak past er één.
  • Opvallend koudtolerant, en juist boven dertig graden kwetsbaar. Dat maakt hem ongeschikt voor discusbakken.

Wat betekent dit voor jouw bak?

Alquarium leest dit artikel mee en denkt met je mee over jouw aquarium. Gratis, zonder account.

Hij wordt drie keer zo groot als de maat waarop je hem koopt, en hij eet geen hout maar heeft het wel nodig. Hoe groot is jouw bak, en ligt er kienhout in?

  • Of begin hiermee:

Twee vissen die door elkaar lopen

De échte Ancistrus cirrhosus komt uit het Paraná-bekken en wordt volgens FishBase 9,1 cm standaardlengte. Let op de herkomst van dat getal: het komt uit FishShapes, een morfometrische vormdataset, en is dus de lengte van de gemeten exemplaren.

Maar dat is niet de vis in jouw bak. Seriously Fish schrijft over de handelsvis onomwonden dat de genetische data die koppeling tegenspreken en dat de identiteit een raadsel blijft. Wat je koopt is een al decennia gekweekte lijn van onduidelijke afkomst, in de literatuur aangeduid als Ancistrus sp. '3'.

En die wordt honderd tot honderdvijfentwintig millimeter standaardlengte, dus met staart dertien tot vijftien centimeter.

Je koopt hem op drie tot vijf centimeter en hij bereikt zijn eindmaat pas na anderhalf tot twee jaar. Precies de termijn waarop de eerste eigenaar denkt dat het goed zit.

Dat verschil van 9 naar 13 centimeter is geen meetfout maar een soortverschil, en het is de reden dat ik hier de houderijbron aanhoud in plaats van de wetenschappelijke: die beschrijft het dier dat je daadwerkelijk koopt.

Hij eet geen hout

Dit klinkt als een detail en het is er geen. De gedachte is logisch: je ziet hem er letterlijk op knagen en er komen houtvezels in zijn ontlasting.

Maar onderzoek aan de échte houtknagende harnasmeervallen laat iets anders zien. Minder dan een derde van de houtcellulose bleek verteerbaar, dieren op een houtdieet vielen af, en de passagetijd was minder dan vier uur. De conclusie van de auteurs: zelfs die geslachten zijn geen echte houteters zoals bevers en termieten, maar detrituseters.

Dat onderzoek ging over Panaque en verwanten, niet over Ancistrus. De doorredenering — als díe het niet kunnen, kan Ancistrus het waarschijnlijk ook niet — is mijn eigen gevolgtrekking en geen bevinding van de auteurs. Maar hij is sterk, want het waren juist de geslachten die als houteters bekendstaan.

Praktisch: hout hoort in de bak als graasoppervlak, schuilplaats en ruwvoer, maar reken het niet als voedingswaarde. Een Ancistrus die alleen hout en algen krijgt verhongert langzaam, en het eerste zichtbare symptoom is dat hij je planten begint te slopen. Dat wordt dan aangezien voor lastig gedrag in plaats van voor honger.

De basis is dagelijks plantaardig voer: algenwafels en spirulinatabletten, plus verse groente zoals courgette, komkommer, spinazie en gekookte aardappel. Daarnaast met mate dierlijk voer.

Nederlands kraanwater

Zonder ingrijpen te houden, en dat is stelliger dan de literatuurcijfers op het eerste gezicht suggereren.

Seriously Fish geeft pH 5,5 tot 7,5 en ongeveer 1 tot 15 dH. Nederlands kraanwater komt overal boven pH 7,3 uit de kraan met een mediaan van 7,84. De gepubliceerde bovengrens van 7,5 ligt dus ónder onze mediaan — de hardheid past ruim, de pH niet.

Toch is dat in de praktijk een non-issue, en de reden is de herkomst van het dier. De handels-Ancistrus is geen wildvang maar een sinds decennia gekweekte lijn die in Europese en Aziatische kwekerijen in hard, alkalisch water wordt vermeerderd. Deze vissen paaien routinematig bij pH 7,5 tot 8,0.

Dit is een goed voorbeeld van iets waar je als houder wat aan hebt: een literatuurbereik beschrijft het natuurlijke habitat van een soort, niet de tolerantie van de specifieke gekweekte populatie in de winkel.

Concreet: geen osmosewater, geen turf, geen pH-verlagers. Vers kraanwater op temperatuur kan er rechtstreeks in.

Eén Nederlands aandachtspunt wél serieus nemen: pas op met koperhoudende middelen tegen slakken of algen, iets wat in tuincentra vlot wordt meeverkocht. LICG stelt voor harnasmeervallen expliciet dat ze slecht tegen koper en zout kunnen.

Waarom de bak groter mag dan de bron zegt

Seriously Fish noemt een basis van zestig bij dertig centimeter voor één exemplaar of een kweekpaar, ongeveer 54 liter. Dat is een verdedigbaar absoluut minimum voor een soortbak met stevige filtering.

Ik kom hoger uit, op honderd tot honderdtwintig liter, om drie redenen die ik als eigen afweging benoem:

  1. Eindmaat. Een vis van dertien tot vijftien centimeter heeft een bak nodig waarin een hol, een stuk hout en vrije bodem naast elkaar passen.
  2. Belasting. Een continu grazende, plantaardig etende meerval van dit formaat produceert veel vast afval, en dat is bij deze soort de bindende factor.
  3. Territorium. Eén mannetje claimt een hol en de directe omgeving, en in een krappe bak betekent dat structurele stress voor bodemgenoten.

LICG komt met tachtig tot honderd centimeter baklengte voor middelgrote harnasmeervallen tot vijftien centimeter dichter bij die aanbeveling.

Temperatuur, en waarom dat hier een pluspunt is

Seriously Fish geeft 21 tot 26 graden. Ervaren houders melden dat 21 geen enkel probleem is en dat er zelfs op 18 succesvol gehouden wordt, terwijl dieren onder ongeveer 16 graden in een soort verdoving raken. Boven de dertig wordt hij over langere periodes brozer.

Dat zijn forumrapportages en geen gepubliceerd onderzoek, dus behandel ze als bruikbare praktijkindicaties.

Wat er wel uit volgt is een echt bruikbaar gegeven dat vaak over het hoofd wordt gezien: dit is een uitstekende bewoner voor een koelere gezelschapsbak rond 21 tot 23 graden, en een slechte keuze voor een discusbak. Een bak op 28 tot 30 graden is voor een Ancistrus een langzame slijtageslag.

Eén hardnekkig verhaal dat waarschijnlijk niet klopt

Dat harnasmeervallen slijmvlies raspen bij trage, hoogruggige vissen zoals discus en maanvissen, wordt voor Ancistrus incidenteel gemeld. Het is vooral gedocumenteerd bij veel grotere geslachten en bij de Chinese algeneter, en meerdere ervaren houders melden juist nooit problemen.

Ik beschouw het voor deze soort als onbewezen, en waarschijnlijk gekoppeld aan onderbevoedering in plaats van aan een soorteigenschap. Wat opnieuw uitkomt bij hetzelfde punt: voer hem behoorlijk.

BronnenSeriously Fish, Ancistrus sp. '3' · FishBase, Ancistrus cirrhosus · German 2009, J Comp Physiol B 179:1011-1023 · LICG, Harnasmeervallen

Wat betekent dit voor jouw bak?

Alquarium leest dit artikel mee en denkt met je mee over jouw aquarium. Gratis, zonder account.

Je hebt het stuk uit. Wat wil je weten over jouw eigen bak?

  • Of begin hiermee:

Verder lezen

Alles over vissen