Hoe het werkt
Zuurstof en temperatuur: het stille verband
Hoe warmer het water, hoe minder zuurstof erin kan, terwijl je vissen bij hogere temperatuur juist meer verbruiken. Die schaar is de reden dat de meeste problemen op de warmste dagen van het jaar ontstaan.
In het kort
- Warm water houdt minder zuurstof vast, en dieren verbruiken er dan juist meer.
- Zuurstof komt binnen aan het oppervlak, niet uit een luchtsteen zelf.
- Boven de 28 graden wordt het krap voor een gewone gezelschapsbak.
- Beluchting is de eerste maatregel bij vrijwel elk probleem, want hij kan nooit schaden.
- Vissen die aan het oppervlak happen zijn een alarmsignaal, behalve bij labyrintvissen.
De schaar
Zuurstof lost slechter op naarmate water warmer wordt. Dat is geen vuistregel maar een natuurconstante, en je kunt hem uitrekenen.
Tegelijk gaat bij een koudbloedig dier de stofwisseling omhoog als het warmer wordt. Je vissen verbruiken dus juist méér op het moment dat er minder is. Ook je filterbacteriën werken harder en verbruiken meer.
Die twee lijnen bewegen tegen elkaar in, en dat is de reden dat er in een hittegolf ineens van alles misgaat in bakken die het de rest van het jaar prima doen.
Hoeveel het precies scheelt
Hier is de tabel die je zelden ziet, omdat hij meestal wordt samengevat als "warm water bevat minder zuurstof". Dit zijn de verzadigingswaarden voor zoet water bij normale luchtdruk [literatuurrichtlijn]:
| Temperatuur | Zuurstof bij verzadiging | Ten opzichte van 22 °C |
|---|---|---|
| 20 °C | 9,1 mg/l | +4% |
| 22 °C | 8,7 mg/l | ijkpunt |
| 24 °C | 8,4 mg/l | −4% |
| 26 °C | 8,1 mg/l | −7% |
| 28 °C | 7,8 mg/l | −10% |
| 30 °C | 7,6 mg/l | −13% |
Kijk je alleen naar die rechterkolom, dan valt het mee. Tien procent minder aanbod tussen 22 en 28 graden klinkt niet als een ramp, en dat is precies waarom mensen de waarschuwing negeren.
De klem zit in de andere helft, en die staat nooit in dezelfde tabel. Bij een koudbloedig dier stijgt de stofwisseling met de temperatuur, en in de fysiologie wordt daar een vuistregel voor gebruikt: per tien graden erbij gaat het verbruik ruwweg twee tot drie keer omhoog [literatuurrichtlijn]. Vertaald naar diezelfde stap van 22 naar 28 graden komt dat neer op ergens tussen de vijftig en negentig procent méér zuurstofvraag.
Het aanbod zakt met een tiende. De vraag stijgt met de helft tot bijna het dubbele. Dat is de schaar, en hij sluit veel sneller dan het aanbod alleen doet vermoeden.
Daar komt bij dat verzadiging een bovengrens is en geen toestand. Een bak met weinig oppervlaktebeweging en een dicht deksel zit dáár nog onder, en een bak vol rottend voer haalt hem al helemaal niet omdat de afbraak zelf zuurstof kost.
Waar zuurstof vandaan komt
Niet uit de bellen. Een luchtsteen werkt vooral doordat de opstijgende bellen water in beweging brengen en het oppervlak laten rimpelen. De uitwisseling gebeurt aan dat oppervlak.
Dat betekent dat je hetzelfde effect krijgt door de filteruitstroom naar boven te richten of een spraybar net onder de waterlijn te hangen. Wat je zoekt is beweging van het oppervlak, niet zichtbare bellen.
Een afgesloten deksel op een warme dag werkt tegen je: de lucht boven het water raakt verzadigd en de uitwisseling stopt vrijwel.
Wanneer het krap wordt
- tot 26 graden — voor de meeste tropische gezelschapsvissen prima.
- 26 tot 28 — nog te doen, maar zet de oppervlaktebeweging omhoog.
- boven 28 — krap. Beluchting omhoog, deksel open, minder voeren.
- boven 30 — voor de meeste soorten schadelijk bij langere blootstelling.
Koelen doe je met een ventilator over het wateroppervlak; verdamping haalt er een paar graden af. IJsblokjes erin gooien geeft een schok en werkt averechts.
Het beeld dat je moet herkennen
Vissen die aan het oppervlak hangen te happen betekent zuurstoftekort, en dat is een van de weinige dingen in deze hobby waar je meteen op moet handelen.
Twee uitzonderingen. Labyrintvissen zoals goerami's en kempvissen ademen atmosferische lucht en komen daar gewoon voor boven; dat hoort. En bij nitrietvergiftiging zie je hetzelfde gedrag terwijl het water genoeg zuurstof bevat, want dan kan het bloed het niet vervoeren.
In alle gevallen is de eerste maatregel dezelfde: meer oppervlaktebeweging. Dat helpt bij elke oorzaak en kan er geen enkele erger maken.
