Hoe het werkt
Algen: een signaal, geen vijand
Algen zijn geen vuil dat je bak binnendringt. Het zijn organismen die overal aanwezig zijn en die gaan groeien zodra er meer licht en voeding is dan je planten opnemen. Ze bestrijden helpt zelden; de verhouding herstellen wel.
In het kort
- Algen zijn het gevolg van een onbalans tussen licht, voeding en plantengroei.
- Een algeneter pakt het beeld aan, niet de oorzaak.
- UV werkt alleen tegen zweefalg, dus tegen groen troebel water.
- Welke alg je hebt vertelt je meestal welke kant de balans op scheef staat.
- Kleur beslist niet; hoe hij LOSLAAT wel. Vingerproef voor de ruit, glas water tegen wit papier voor groen water.
- Een nieuwe bak heeft bijna altijd een algenfase. Die gaat over.
Waarom ze er zijn
Algensporen zitten in elk aquarium, altijd. Ze komen mee met planten, met vissen, met water, met de lucht. Je kunt ze er niet uit houden en dat hoeft ook niet.
Ze worden pas zichtbaar als er iets te halen valt: licht en voedingsstoffen die niet door planten worden opgenomen. Algen zijn daar sneller in dan planten, want ze hoeven geen wortels of bladeren te maken.
Dat maakt de vraag "hoe kom ik van mijn algen af" bijna altijd de verkeerde vraag. De bruikbare vraag is: waar zit het overschot?
Welke heb ik: de proef die beslist
Kleur is de eerste indruk en de slechtste maatstaf. Bruin op de ruit kan kiezelalg zijn en gewoon vuil. Donkere plukjes kunnen baardalg zijn en beginnende draadalg. Groen water kan zweefalg zijn en een groene film op de ruit die je van binnenuit ziet.
Wat wél beslist, is hoe iets loslaat. Dat kost je tien seconden en een vinger:
| Wat je ziet | De proef | Wat het is | Waar je knop zit |
|---|---|---|---|
| bruine waas op ruit en blad | veeg met je vinger: hij gaat er zo af | kiezelalg | jonge bak, gaat vaak vanzelf over |
| harde groene stippen op de ruit | veeg met je vinger: er gaat niets af, een mesje wel | puntalg | licht, meestal te lang of te sterk |
| korte donkere plukjes op bladranden en hardscape | zit muurvast, je moet het blad meenemen | baardalg | stroming en schommelende CO2 |
| lange losse slierten tussen de planten | je trekt hem er in een pluk uit | draadalg | licht en voeding tegenover te weinig plant |
| aaneengesloten laag die als een vel loslaat en muf ruikt | pak een hoekje: hij komt in één stuk mee | blauwalg, een bacterie | dode hoeken, weinig stroming, veel afval |
| het water zelf is groen | glas bakwater tegen wit papier | zweefalg | de enige waar UV tegen werkt |
Twee dingen uit die tabel zijn belangrijker dan de rest.
De vingerproef scheidt kiezelalg van puntalg, en dat is geen detail: de eerste hoort bij een bak die zich nog zet en verdwijnt vaak zonder ingrijpen, de tweede is een lichtvraag. Dezelfde ruit, twee tegengestelde conclusies.
De glasproef scheidt zweefalg van aanslag. Schep een glas bakwater en houd het tegen een wit vel. Is het water zelf groen, dan is het zweefalg en heeft een UV-filter zin. Is het glas helder terwijl de bak groen oogt, dan kijk je door een laagje op de ruit en doet UV helemaal niets.
Blauwalg is de enige in de tabel die geen alg is. Het is een bacterie, hij laat los als een vel in plaats van als plukjes, en hij ruikt muf. Dat verschil bepaalt wat er tegen werkt, dus het is de moeite waard om het zeker te weten voor je iets koopt.
Wat het type je verder vertelt
Grof gezegd, en met de kanttekening dat er uitzonderingen zijn:
Bruine aanslag op ruiten en blad, meestal in een jonge bak. Kiezelalg. Hoort bij de opstartfase en verdwijnt vaak vanzelf als de bak zich zet.
Groene aanslag op de ruiten, terwijl het water helder is. Meestal veel licht. Poetsen en de brandduur nakijken.
Groen troebel water. Zweefalg. Dit is de enige soort waar UV echt tegen werkt, want de algen zwemmen dan door het apparaat.
Draadalg, lange groene slierten. Vaak veel licht en voeding met te weinig plantengroei ertegenover.
Baardalg of penseelalg, donkere plukjes op bladranden en hardscape. Vaak samen met schommelende of te lage CO2 en veel stroming.
Blauwalg, een slijmerige laag die als een vel loslaat en muf ruikt. Dit is geen alg maar een bacterie. Slechte stroming en veel organisch afval spelen mee. Deze verdient een eigen aanpak.
Wat werkt
Kijk naar de drie knoppen: lichtduur en sterkte, hoeveel je voert, en hoeveel plantenmassa er staat. In die volgorde, want de eerste twee zijn gratis.
Snelgroeiende planten erbij zetten is de meest onderschatte maatregel. Die concurreren rechtstreeks om dezelfde stoffen, en anders dan een algeneter pakken ze wél de oorzaak.
Wat verder helpt: mechanisch weghalen wat je kunt pakken, want dat is voeding die de bak uit gaat. En geduld, vooral in een jonge bak.
Wat niet werkt
Een algeneter kopen. Die eet een deel van het beeld weg, verandert niets aan de oorzaak, en produceert zelf ook weer afval. Bovendien groeien de meeste uit tot flinke vissen die je daarna moet huisvesten.
UV bij aanslag. UV werkt alleen op wat er doorheen stroomt. Aanslag op ruiten en blad komt er nooit langs.
De lamp een week uitzetten tegen aanslag of draadalg. Dat helpt tijdelijk, maar het beschadigt ook je planten, en zodra het licht weer aan gaat is de verhouding onveranderd. Twee uitzonderingen, en het zijn precies de twee onderste rijen van de determinatietabel: bij groen zweefwater en bij blauwalg werkt een korte, volledige verduistering van een paar dagen wél. Daar houd je namelijk één organisme zonder licht, in plaats van dat je een verhouding probeert bij te sturen. Kort en volledig dus, bak afgedekt zodat er ook geen daglicht bij kan, en daarna alsnog de oorzaak aanpakken, want anders komt hij gewoon terug.
Chemische algendoders. Die doden algen, en de dode algen komen als voeding weer vrij in dezelfde bak. Vaak is de tweede golf erger dan de eerste.
En er zit een addertje onder dat zelden op de verpakking staat: veel algen- en slakkenmiddelen werken op koperbasis. Koper is voor garnalen en slakken dodelijk bij concentraties waar een vis niets van merkt. Zitten die in je bak, dan is een algenmiddel geen afweging tussen wel of niet werken, maar tussen algen houden of je garnalen kwijtraken.


