Naar de inhoud
ALQUARIUM Vraag het Alquarium
Rode vuurgarnaal tussen plantenbladeren op een grindbodem.
Het rood is een kweeklijn en geen soortkenmerk. Verschillende kleurlijnen kruisen ongehinderd en vallen binnen enkele generaties terug op gevlekt bruin. Pedro Doria Meunier, Public domain

Vissen

Vuurgarnaal: ons kraanwater is hier een voordeel

De enige garnaal in de hobby die zijn hele levenscyclus in zoet water doorloopt. Een handvol dieren wordt binnen een jaar een kolonie, zonder dat jij iets doet. En wie hier op osmosewater overstapt "omdat dat beter is voor garnalen", veroorzaakt precies de vervellingsproblemen die hij dacht te voorkomen.

5 min lezen

20-30eieren per legseltwee tot drie weken broedtijd
10dieren minimaalde LICG-eis voor dwerggarnalen
5per tien literhet bezettingsplafond dat LICG noemt
20-24gradeneen verwarmer is hier vaak niet nodig

In het kort

  • Geen larvale zwerffase en geen brak water: uit het ei komt een miniatuurgarnaal.
  • Het calcium en carbonaat in Nederlands kraanwater is precies wat hij na elke vervelling nodig heeft.
  • Koperhoudende medicijnen zijn dodelijk, en dat risico zit ook in je eigen leidingen.
  • Kleurvormen door elkaar zetten is een eenrichtingsstraat: binnen enkele generaties val je terug op gevlekt bruin.
  • Warmer is niet beter. Boven 28 graden loopt de voortplanting terug, bij 32 stopt hij effectief.

Wat betekent dit voor jouw bak?

Alquarium leest dit artikel mee en denkt met je mee over jouw aquarium. Gratis, zonder account.

Hier is Nederlands kraanwater juist een voordeel: het calcium en carbonaat is precies wat hij na elke vervelling nodig heeft. Gebruik jij kraanwater of osmosewater, en wie zwemmen er in de bak?

  • Of begin hiermee:

Waarom ons water hier meewerkt

Dit is de soort waarbij Nederlands kraanwater niet iets is om te overwinnen maar om dankbaar voor te zijn.

Onze hardheid van 3,7 tot 13,7 dH en de pH die overal boven 7,3 ligt vallen ruim binnen het gerapporteerde leefbereik van deze soort. Sterker nog: het opgeloste calcium en carbonaat in dat water is precies wat een garnaal nodig heeft om na elke vervelling zijn pantser opnieuw te mineraliseren.

Wie hier osmosewater gaat gebruiken omdat dat "beter is voor garnalen", verwart deze soort met de zuurwater-Caridina's uit Sulawesi, en veroorzaakt daarmee precies de vervellingsproblemen die hij dacht te voorkomen.

De pH zelf is over de hele band van 6 tot 8 vrijwel onbelangrijk, zolang hij stabiel is. Waar het echt om draait is de hardheid: onder ongeveer vier tot vijf dH treden vervellingsproblemen op omdat er te weinig calcium en carbonaat beschikbaar is om het nieuwe pantser te harden. En de carbonaathardheid mag niet naar nul zakken, want dan gaat de pH schommelen.

Eén aandachtspunt aan de zachte kant: in de zachtste leveringsgebieden, rond 3,7 tot 5 dH, zit je onder de door LICG geadviseerde acht tot twaalf dH en kan bijmineraliseren nodig zijn. Meet dus je eigen leidingwater in plaats van een landelijk gemiddelde aan te nemen, want dat gemiddelde bestaat officieel niet.

De koperval

Dit is de manier waarop kolonies verdwijnen, en hij is bijna altijd hetzelfde verhaal: de garnalen doen het maandenlang uitstekend, tot er een keer een vis met witte stip in de bak zit en er een standaardmiddel wordt gedoseerd. De vissen genezen en de garnalen zijn de volgende ochtend allemaal dood.

Alle kreeftachtigen zijn extreem gevoelig voor koper, omdat hun bloedpigment op koper is gebaseerd. Behandel dus nooit in de garnalenbak.

Er is een variant die specifiek in Nederland speelt en die zelden genoemd wordt. De wettelijke kopernorm voor drinkwater is twee milligram per liter, en die norm houdt geen rekening met stilstaand water in koperen leidingen. Ter kalibratie: voor de nauw verwante amanogarnaal is een acute waarde van 1,15 milligram per liter gemeten waarbij de helft van de dieren sterft.

Water dat legaal aan de kraan mag komen kan dus in dezelfde orde van grootte zitten als een dodelijke concentratie voor garnalen. Laat de kraan altijd goed doorlopen voor een waterwissel, zeker na een vakantie, en gebruik een middel dat zware metalen bindt. Dat laatste adviseert LICG ook expliciet bij garnalen, en het is iets anders dan een ontchloringsmiddel: chloor zit er hier niet in, zware metalen kunnen er wel bij komen.

Hoeveel er in een bak passen

LICG stelt voor zoetwatergarnalen minimaal dertig liter, met een onderbouwing die niet over ruimte gaat maar over stabiliteit: in een kleinere bak is het moeilijk om de waterwaarden constant te houden. Dat is de juiste redenering. Een garnaal van drie centimeter heeft geen zwemruimte nodig; wat hem doodt is een schommeling.

Maar er staat op diezelfde pagina een tweede getal dat vrijwel nooit geciteerd wordt en dat je nodig hebt: maximaal vijf dwerggarnalen per tien liter water.

Dat maakt de rekensom concreet. In de genoemde ondergrens van dertig liter zitten er maximaal vijftien, terwijl LICG tegelijk een groep van minimaal tien voorschrijft en een startgroep van tien tot vijftien binnen zes tot negen maanden uitgroeit tot enkele tientallen.

Met andere woorden: dertig liter is de ondergrens waarop je begint, niet de bak waarin de kolonie past. Vijfenveertig tot zestig liter is comfortabeler, en dan nog moet je overtollige dieren wegdoen.

Waar ze heen moeten, en waar niet

Overtollige nakomelingen gaan naar een andere liefhebber of een winkel. Nooit in de sloot.

Deze soort heeft zich gevestigd in thermisch belaste wateren in Duitsland, Polen, Japan, Frankrijk en de Verenigde Staten. Of hij zich in Nederlands oppervlaktewater kan handhaven weet ik niet — de gedocumenteerde Europese vestigingen zitten allemaal in opgewarmd water, en "niet gevonden" is niet hetzelfde als "bestaat niet". Het voorzorgsadvies staat los van die onzekerheid.

Temperatuur stuurt de voortplanting, niet de overleving

In een gecontroleerd experiment bij 24, 28 en 32 graden lag de overleving tussen 63 en 85 procent met de hoogste waarden bij 28, dat als kweekoptimum werd aangewezen. Maar bij 32 graden verloren álle vrouwtjes die paarden hun eieren.

LICG houdt voor zoetwatergarnalen 20 tot 24 graden aan als beste band, en waarschuwt dat boven de 28 graden dodelijk kan zijn.

Werkadvies: 20 tot 24 graden in een garnalenbak, 22 tot 25 als ze bij vissen zitten. Onder ongeveer 18 graden leven ze door maar planten ze zich nauwelijks voort. Een verwarmer is in een Nederlandse woonkamer vaak niet nodig.

De kleurval

Iemand koopt tien rode en later tien blauwe omdat het mooi staat, en ziet twee generaties verder een bak vol doorschijnend gevlekt bruin.

Dat is geen ziekte en geen verkeerd voer. Rood, geel, blauw, oranje en violet zijn kweeklijnen van dezelfde soort en kruisen ongehinderd; de nakomelingen vallen binnen enkele generaties terug op het wildtype. Het is niet terug te draaien zonder de hele populatie te vervangen.

Kies één kleurlijn per bak.

Wat ze nodig hebben aan inrichting

Ze grazen elk oppervlak af en eten geen vaatplanten, alleen de aangroei erop. Mos verdrievoudigt het begraasbare oppervlak plus de schuilruimte.

Die schuilruimte is geen decoratie: direct na een vervelling is het dier enkele uren zacht en kwetsbaar en trekt het zich terug. Het afgeworpen pantser wordt opgegeten om de mineralen terug te winnen, dus laat dat liggen.

Gebruik een sponsfilter; een gewoon binnenfilter zuigt jonge garnalen op. En voer met mate: LICG waarschuwt nadrukkelijk niet te veel te geven, omdat de waterkwaliteit daaronder lijdt en waterkwaliteit nu juist is wat deze dieren doodt.

BronnenLICG, Zoetwatergarnaal · Tropea, Stumpf & López Greco 2015, PLoS ONE · Acute kopertoxiciteit bij Caridina multidentata · Drinkwaterplatform, chloor en hardheid in Nederlands kraanwater

Wat betekent dit voor jouw bak?

Alquarium leest dit artikel mee en denkt met je mee over jouw aquarium. Gratis, zonder account.

Je hebt het stuk uit. Wat wil je weten over jouw eigen bak?

  • Of begin hiermee:

Verder lezen

Alles over vissen