Naar de inhoud
ALQUARIUM Vraag het Alquarium
Poecilia reticulata, Sierra la Lagunas oeste, Baja California Sur, Mexico, 2018-12-20 (iNaturalist).
Bill Levine, CC BY 4.0

Vissen

Guppen loslaten: geen tweede kans, wel dierenleed

Loslaten wordt bijna altijd bedoeld als een gunst: liever de sloot of de vijver dan iets ergers. Bij de gup is het antwoord daarop geen mening maar een gemeten temperatuur, en die valt hard uit. Elke Nederlandse plek waar ze zich staande hielden hing aan een warmwaterlozing, en die beschrijvingen zijn dun: een overzicht uit 1987 en een zin van RAVON zonder locatie of jaartal.

17 min lezen

12,5graden waarbij hij omvaltde kritische minimumtemperatuur van een gewone sierviskweeklijn; wildvang uit Venezuela hield 14,6 vol, een verwilderde Duitse beekpopulatie 12,4. Een eindpunt onder snelle afkoeling, geen wintergrens [gemeten, Jourdan e.a. 2014]
18graden waaronder ze naar binnen gaangeen gemeten grens, maar de laagste ondergrens voor gezond houden die ergens circuleert, en die staat op twee hobbypagina's zonder bronvermelding [praktijkregel, hobbybron zonder bronvermelding]
13,8graden jaargemiddeld in de RijnLobith 2015-2019, het gemiddelde over zomer en winter samen [gemeten, Compendium voor de Leefomgeving]
19,2 en 13,7graden bij de pijp en twee kilometer verderde Gillbach bij Keulen in januari en februari 2012: de best onderzochte plek waar ze het uithouden, en de afstand waarop dat ophoudt [gemeten, Jourdan e.a. 2014]

In het kort

  • Een losgelaten gup gaat hier dood, en niet meteen. Hij verliest zijn bewegingscontrole pas rond de twaalf en een half graad, ruim tien graden onder de temperatuur waarbij hij gezond blijft, en die tien graden loopt een Nederlandse nazomer langzaam door.
  • Over 2015 tot en met 2019 was het jaargemiddelde van de Rijn bij Lobith 13,8 graden. Dat ligt over zomer en winter samen al onder de band waarin een gup gezond blijft.
  • Elke bekende populatie in Duitsland en Nederland hing aan een permanent warme plek: koelwater van een fabriek of centrale, of aardwarmte. Waar die warmte wegviel, stortte de populatie kort daarna in.
  • Van de enige verwilderde populatie die hierop is getoetst, is de koudegrens niet lager dan die van een gewone sierviskweeklijn. Dat is na veertig jaar in een Duitse beek.
  • Buiten in de zomer kan wel, maar alleen in een bak die je in oktober binnen een uur kunt leeghozen, en je haalt ze binnen zodra het water bij de ochtendmeting onder de achttien graden zakt.

Wat betekent dit voor jouw bak?

Alquarium leest dit artikel mee en denkt met je mee over jouw aquarium. Gratis, geen account nodig.

Een losgelaten gup haalt de Nederlandse winter niet, en dat gaat langzaam. Gaat het bij jou om een overschot, om een kuip buiten in de zomer, of zag je er ergens een zwemmen?

  • Of begin hiermee:

Sloot nee, vijver nee, kuip onder voorwaarden

Drie regels, voor wie het antwoord nu nodig heeft.

Een sloot, gracht of singel: nee. Het dier gaat er dood, het water is niet van jou, en er staat een verbod op.

Je eigen tuinvijver: ook nee. De wet zit er wél tussen — die staat verderop — maar de reden die praktisch de doorslag geeft is een andere. Kun je hem in oktober binnen een uur leegvissen of leeghozen? Dan is het een kuip. Zo niet, dan is het een vijver, en dan blijft er in oktober een deel achter dat je niet meer terugkrijgt.

Een losse kuip in de zomer: dat kan, onder voorwaarden.

En dan de zin die de rest van dit stuk kleurt. RAVON brengt de Nederlandse vissen, amfibieën en reptielen in kaart. Die schrijft dat guppen hier sporadisch worden aangetroffen, dat het om uitgezette aquariumdieren gaat, en dat die onder normale omstandigheden de winter niet overleven. Ze zijn een exoot en genieten hier geen bescherming. [literatuurrichtlijn]

Die laatste zin gaat over de vis in het water, niet over jou. De Wet dieren verbiedt het benadelen van de gezondheid of het welzijn van een dier zonder redelijk doel, en dat verbod richt zich op iedereen — niet alleen op een houder.

Kun je hem in oktober leeghozen? Dan is het een kuip

Nederlandse liefhebbers zetten hun levendbarenden al jaren buiten. In een forumdraad uit 2015 gaat de openingsvraag over half mei, want dan vriest het officieel niet meer. Het antwoord dat volgt gaat over iets anders: het is te proberen zolang het 's zomers niet onder de vijftien graden komt. [praktijkregel, forumbron]

Zet die vuistregel in verhouding. Het LICG houdt 23 tot 25 graden aan [literatuurrichtlijn], en de gemeten grens waarop het dier de bewegingscontrole verliest ligt rond de 12,5 [gemeten]. Vijftien zit dus vlak boven het punt waar het misgaat, niet in de band waar het goed gaat.

Dezelfde draad laat beide kanten zien. Degene die de draad begon schrijft eind juni dat het weken achtereen koud was; ze hield haar dieren buiten en kon uitval eigenlijk niet vaststellen. Een ander meet begin juli veertig graden in een glazen buitenbak, met de aantekening dat de vissen er geen last van leken te hebben. [praktijkregel, forumbron] Neem dat laatste niet over. Wat die waarnemer niet kon zien zit binnenin: boven de dertig graden is schade aan het nageslacht gemeten. De getallen staan bij de temperatuur voor guppen.

Waar je dan op stuurt:

Wat Waarom
Alleen een bak die je in oktober binnen een uur kunt leeghozen Wat je niet terugvangt, laat je achter om dood te gaan
Overloop de tuin in, niet richting sloot, gracht of straatkolk, en de rand ruim boven de waterlijn Eén zomerbui maakt van een losse kuip alsnog een verbinding [redactionele vuistregel, geen bron]
Gaas of een net eroverheen Een reiger of een kat leegt een ondiepe kuip in een ochtend [redactionele vuistregel, geen bron]
Minstens veertig centimeter water, en eerder een paar honderd liter dan dertig Een ondiepe bak volgt de lucht binnen een halve dag, en dat is precies wat je hier niet wilt [redactionele vuistregel, geen bron]
Half ingegraven of beschaduwd Boven de dertig graden is er schade gemeten, niet pas ver daarboven
Naar buiten pas als het water boven de achttien graden blijft, naar binnen zodra het daar 's ochtends onder zakt Achttien is geen gemeten grens: die ondergrens staat op twee bronloze hobbypagina's en verder nergens [praktijkregel, hobbybron zonder bronvermelding]
Niet in de goudvissenvijver, ook niet achter een net Goudvissen eten guppen, en een goudvijver wordt bewust koel gehouden [redactionele vuistregel, geen bron]

Waarom dan achttien en niet die vijftien? Omdat vijftien vlak boven de omvalgrens ligt en achttien de laagste opgave is die überhaupt ergens als ondergrens voor gezond houden circuleert. Meet 's ochtends vroeg, want dan is het water op zijn koudst. Een datum in je agenda werkt niet: de koude week komt het ene jaar eind juni en het andere half september. [redactionele vuistregel, geen bron]

En dan het deel dat elke draad overslaat: eruit halen. Uit een kuip lukt dat. Planten en decoratie eruit, het peil met een emmer tot de helft omlaag, scheppen met een fijn net, en reken op twee ronden op twee dagen. [redactionele vuistregel, geen bron] Uit een ingerichte vijver van duizend liter vang je ze niet allemaal, en de rest zit er in oktober nog. Dat is de hele reden dat het antwoord bij een vijver nee is. Reken bovendien niet op het aantal dat je in mei uitzette: in diezelfde draad werd er in de buitenbak gewoon gejongd. [praktijkregel, forumbron] Waar dat overschot heen kan staat bij de overtollige guppen.

Terugzetten doe je zoals je een nieuwe vis zou acclimatiseren, met hetzelfde tempo: negen graden verschil tussen een kuip van zestien en een bak van vijfentwintig overbrug je niet in een kwartier. Behandel ze als aanvoer van buiten en niet als bekende vis — dus quarantaine, niet meteen terug in het gezelschap.

Wat kan er dan wél permanent buiten? Dat is geen guppenvraag maar een vijvervissenvraag, en de gup valt daar per definitie buiten: hij valt om bij 12,5 graden.

Ze zitten er al. Wat nu?

Wie dit in september leest omdat ze al in de vijver zitten, heeft aan "niet doen" niets. Vier dingen. [redactionele vuistregel, geen bron]

Begin nu, niet in oktober. Zolang het water boven de achttien graden is zijn ze actief en te lokken; bij tien graden hangen ze onderin en komen ze nergens meer op af.

Voer een week lang op één vast punt, altijd dezelfde plek, en schep daar met een fijn net. Laat het peil zakken als dat kan, en reken op meerdere ronden over meerdere dagen.

Wat je niet vangt, vang je niet. Dat is geen reden om het te laten, maar het is wel precies waarom hierboven nee staat bij een vijver: het is een ingreep met een rest.

En zet er niets bij om het op te lossen. Een roofvis erbij is geen opruiming, maar een tweede dier in hetzelfde probleem.

Drie regelingen, en welke van de drie op jouw water slaat

Kort vooraf. Op openbaar water gelden ze alle drie. In je eigen, afgesloten tuinvijver blijven er twee over: de vergunningplicht en de Wet dieren.

Het Besluit activiteiten leefomgeving stelt het uitzetten van dieren vergunningplichtig (artikel 11.61, eerste lid). Daar staat een uitzondering voor vis in, en die wordt vaak gelezen als "vissen mogen dus". Dat klopt niet. De uitzondering geldt alleen voor vis als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de Visserijwet 1963. Dat zijn de soorten uit bijlage 1 van de Uitvoeringsregeling visserij: aal, alver, baars, barbeel, brasem en zo verder. Deze soort staat daar niet op. [literatuurrichtlijn, wettekst] Het IPLO vat die uitzondering op zijn voorlichtingspagina samen als "vissen of hun eieren", zonder die verwijzing erbij, en daar komt de misvatting vandaan.

Die vergunningplicht hangt aan de handeling, niet aan het water. Hij geldt dus ook in je eigen vijver. Het derde en vierde lid laten toe dat gevallen bij omgevingsverordening worden vrijgesteld; of jouw provincie dat voor siervis heeft gedaan, hebben wij niet nagelopen. [hiaat] Praktisch verandert dat weinig: zo'n vergunning vraag je aan bij het bevoegd gezag via het Omgevingsloket, en dat is geen route die voor een handvol aquariumvissen is bedoeld.

De Visserijwet laat hem er evenmin doorheen glippen. Artikel 17, eerste lid verbiedt het uitzetten van vis in een binnenwater waarop een ander het visrecht heeft, tenzij je diens schriftelijke toestemming hebt. Het tweede lid rekent daar uitdrukkelijk ook de soorten onder die niet als vis zijn aangewezen. [literatuurrichtlijn, wettekst] Bij een openbare sloot, singel of gracht ben jij die rechthebbende zelden zelf. In je eigen, afgesloten vijver houdt niemand anders het visrecht, en daar raakt dit artikel je dus niet.

Wat er dan overblijft is de Wet dieren. Die verbiedt om zonder redelijk doel de gezondheid of het welzijn van een dier te benadelen, en dat verbod richt zich tot iedereen. Daarnaast is het houders verboden hun dieren de nodige verzorging te onthouden. [literatuurrichtlijn, wettekst] Wat je in oktober niet terugvangt, laat je achter om dood te gaan. Daar gaan die twee bepalingen precies over.

Het aparte verbod op invasieve exoten van de Unielijst raakt deze soort niet. Twee verwanten uit dezelfde familie staan erop, de muskietenvisjes Gambusia affinis en Gambusia holbrooki, de gup zelf niet. [literatuurrichtlijn]

Je ziet er een zwemmen

Dat kan, en het is precies wat RAVON beschrijft: sporadisch, veelal in de zomer, onder meer in duinwateren en stedelijk gebied. Let op het verschil tussen gezien en gevestigd. Een duinplas is geen warme plek; wat daar in juli zwemt is een pas losgelaten dier, geen populatie.

Hoeveel van zulke waarnemingen er zijn staat nergens als getal. De Verspreidingsatlas waar RAVON naar doorverwijst telt atlasblokken van vijf bij vijf kilometer, geen dieren. Eén losgelaten vis vult al een blok, en de site tekent er zelf bij aan dat de cijfers niet gecorrigeerd zijn voor waarnemersinspanning. De download van de onderliggende cijfers kwam bij ons leeg terug. [hiaat]

Doorgeven is nuttiger dan wegscheppen. Losse waarnemingen gaan via waarneming.nl of telmee.nl; RAVON noemt die twee zelf als de aangewezen route. [literatuurrichtlijn] Een foto en een precieze locatie maken de melding pas bruikbaar.

En dan het ongemak dat blijft hangen, want dat hoort erbij: het dier gaat dood en je mag hem niet weghalen. In een binnenwater waarop een ander het visrecht heeft is vissen verboden zonder schriftelijke toestemming van die rechthebbende. Wat wél kan is de waarneming doorgeven, en bij een water waarvan je de rechthebbende kunt achterhalen — gemeente, waterschap, hengelsportvereniging — die toestemming vragen. Eén dier meenemen naar je eigen bak raden wij niet aan: dan haal je buitenvis binnen, met alles wat daarin is komen wonen.

De kou doodt niet meteen, en dat is het probleem

Onder die RAVON-zin ligt een meting. Onderzoekers koelden vrouwtjes van drie herkomsten af met 0,780 graad per minuut en noteerden wanneer het dier de bewegingscontrole verloor. Nakomelingen van wildvang uit Venezuela hielden het tot 14,6 graden vol, dieren uit een verwilderde Duitse beek tot 12,4 en een gewone sierviskweeklijn tot 12,5. [gemeten]

Weet wat dat getal is en wat het niet is. Het is een eindpunt onder snelle afkoeling, gemeten aan dieren die vooraf minstens twee weken op 25 graden waren gewend: het punt waarop de vis omvalt, niet het punt waarop hij nog gezond leeft. Een gup bij twaalf graden is dus geen taaie gup. Het is een gup die net nog niet is omgevallen.

Dezelfde auteurs zetten er zelf een tweede meting naast: sommige gedomesticeerde kweeklijnen houden 12 graden minstens vierentwintig uur vol. [gemeten, Fujio e.a. 1990, geciteerd in Jourdan e.a. 2014] Een koude nacht is dus niet meteen dodelijk. Een koud seizoen wel. Precies dat verschil maakt een nazomer buiten onbetrouwbaar: het gaat goed tot het een week lang niet meer goed gaat.

Tussen goed houden en omvallen zit ruim tien graden, en die worden in een Nederlandse nazomer langzaam doorlopen. Daartussen gaat hij niet dood. Hij eet minder, beweegt minder, en zijn weerstand zakt mee. Reken dus op weken in plaats van dagen — een redenering op een gemeten grens, geen gemeten termijn. [redactionele afleiding, geen meting] Wat daarna komt is nooit gemeten; niemand houdt in een sloot bij hoe het afloopt. Uit de aquariumpraktijk is wel bekend dat een verzwakt dier de aanval van buitenaf krijgt, van ziekteverwekkers die bij een dier met weerstand op de achtergrond blijven. Welke dat bij deze soort zijn, staat bij de guppenziekten. De kou is dan de oorzaak, de infectie het eindpunt.

Ons water is jaarrond te koud, niet alleen in de winter

Het Compendium voor de Leefomgeving houdt de metingen van Rijkswaterstaat bij. Het jaargemiddelde van de Rijn bij Lobith was over 2015 tot en met 2019 13,8 graden, de Maas bij Eijsden 14,2. Sinds 1910 is de Rijn bijna drie graden opgewarmd en de Maas ruim twee. [gemeten]

Dat gemiddelde over zomer en winter samen ligt al onder de band waarin een gup gezond blijft. Verder gaat de vergelijking niet: een kritische minimumtemperatuur is een acuut eindpunt na gewenning op 25 graden, en die mag je niet zomaar naast een veldmeting leggen. Wat het punt wél is: tussen november en maart blijft het water hier wekenlang ver onder de 23 tot 25 graden waarin hij gezond is. Een afzonderlijk warm jaar staat niet apart in die reeks, dus die vergelijking kunnen wij niet maken. [hiaat]

En de tuinvijver, die is toch beschut? Die is juist ongunstiger. Een bak van een paar honderd liter volgt de lucht sneller dan een rivier, hij vriest dicht waar de Rijn dat niet doet, en een ijsvrijhouder houdt een gat open, geen temperatuur. Daar is geen meting voor nodig: dat volgt uit het verschil in watermassa. Voor een sloot of gracht geldt hetzelfde sterker — ondieper en stilstaand, dus zowel eerder koud als 's zomers warmer.

Verandert klimaatverandering het beeld? Jourdan en collega's nemen een projectie over uit Middelkoop et al. (2001): tot 2050 maximaal 2,3 graden hogere luchttemperatuur in het laagland in de winter. Overwintering zonder warmwaterinvoer zou daarmee nog steeds niet mogelijk moeten zijn, concluderen ze. [literatuurrichtlijn] Zij noteren erbij dat de Rijn bij het meetstation Mainz-Wiesbaden in februari 2012 onder de 1 graad zakte. [gemeten] Twee kanttekeningen: het gaat over lucht en niet over water, en die projectie is uit 2001.

Waar het hier wél lukte, hing het aan een pijp

Nederland heeft ze gehad. Nijssen en De Groot, twee ichthyologen, schreven in 1987 een overzicht van in Nederlandse wateren ingevoerde of uitgezette vissoorten. Wij lazen die tekst niet in de publicatie zelf maar in een gearchiveerde weergave op een hobbypagina. Daar staat dat ze sinds vele jaren vrij levend worden aangetroffen in verwarmd oppervlaktewater. Onder meer in het Noordzeekanaal bij de Hoogovens te IJmuiden en bij diverse elektriciteitscentrales, losgelaten door aquariumhouders die er genoeg van hadden. Normaal zouden die visjes in de winter zijn doodgegaan, maar in het met warmte vervuilde water konden ze blijven leven en zich voortplanten. [literatuurrichtlijn, secundaire weergave]

Eén detail uit diezelfde alinea verdient een waarschuwing. De dieren uit het Noordzeekanaal werden in IJmuiden voor experimenten gebruikt en bereikten volgens de auteurs lengten van 10 tot 12 centimeter [literatuurrichtlijn, secundaire weergave], het dubbele van wat normaal wordt waargenomen. Wat voor maat dat is staat er niet bij; FishBase geeft 5,0 centimeter standaardlengte voor mannen en 6,0 voor vrouwen, zonder staartvin. [literatuurrichtlijn] Wij vonden geen publicatie waarin dat voor die populatie is nagerekend. [hiaat] Neem het dus als een melding, niet als een maat. De Nederlandse Wikipedia vertelt hetzelfde met andere details. Jaren zestig en zeventig, koelwater bij de hoogovens in Velsen-Noord, kleurloze mannetjes, vrouwtjes tot twaalf centimeter, en sinds enkele jaren niet meer gevonden. [literatuurrichtlijn] Een tweede, onafhankelijke getuige is dat niet: die twaalf centimeter hangt daar aan twee hobbysites.

Wat niemand betwist is het patroon, en RAVON schrijft het zonder locatie op: er zijn gevallen bekend dat guppenpopulaties zich tijdelijk staande hielden in het warme water bij lozingskanalen van industrie of elektriciteitscentrales. [literatuurrichtlijn] Tijdelijk, en bij een lozingskanaal. Dat zijn de twee woorden die tellen.

Duitsland heeft het uitgezocht. Bij Keulen ligt de best onderzochte verwilderde populatie: de Gillbach, een zijbeek van de Erft die het koelwater van een bruinkoolcentrale afvoert. Het water zakte daar in januari 2012 niet lager dan 19,2 graden, en de spreiding over het hele jaar was maar 4,2 graden. De kernzone werd geschat op 4.305 volwassen dieren (95%-interval 2.963 tot 6.726), ofwel 3,6 dieren per vierkante meter. [gemeten] En dan de zin die alles vertelt: twee kilometer stroomafwaarts was hetzelfde beekje in februari 2012 al gezakt naar 13,7 graden. [gemeten] De populatie zit niet in Duitsland. Hij zit aan een pijp.

Een tweede vindplaats bevestigt dat. In de Kleine Erft bij Bergheim werd in juli 2021 18,8 graden gemeten vijf meter stroomopwaarts van de warmwaterinlaat en 25,8 graden bij de inlaat zelf, over een traject van minstens honderdvijftig meter stroomafwaarts. [gemeten] De schatting van 2.376 dieren [gemeten, zeer ruwe schatting, nog niet door vakgenoten beoordeeld] heeft een marge van ruim 1.600 en berust op twee teruggevangen dieren; de auteurs noemen hem zelf erg ruw. Hun conclusie: buiten warmwaterinlaten valt in Midden-Europa geen verspreiding te verwachten. [literatuurrichtlijn]

Hoe zeldzaam zulke plekken zijn is apart uitgezocht. Een oproep in drie Duitse aquariumtijdschriften leverde acht reacties op. Daaruit kwamen twee nieuwe locaties met levende tropische vis: een thermale bron in Baden-Württemberg en een oude kolenmijn in Saarland die met aardwarmte tot watertuin is omgebouwd. Daarmee komt het totaal in heel Duitsland op vier opgewarmde wateren met een levende (sub)tropische vispopulatie. [literatuurrichtlijn] Een oproep telt wat mensen melden, niet wat er is; de auteurs zetten in hun eigen titel al dat die aanpak kritisch gewogen moet worden. Let ook op wat die twee nieuwe plekken zijn: geen fabriek maar aardwarmte. Permanent warm is de eis. Hoe dun dat draadje is laten de verdwenen plekken zien. Toen na 1989 de Oost-Duitse centrales bij Lübbenau en Trattendorf sloten, stortten de guppen- en zwaarddragerpopulaties daar kort daarna in. Bij de Wölfersheimer See ging het net zo toen de centrale in 1991 stopte. [literatuurrichtlijn]

Blijft het argument dat in elke forumdraad opduikt: ze passen zich toch aan? Dat is getoetst — één keer, aan één populatie. De verwilderde Gillbach-dieren verschilden in koudetolerantie niet van een gewone sierviskweeklijn (P = 0,842), en de auteurs vonden geen aanwijzing voor aanpassing aan lagere temperaturen. [gemeten] De lage grens die die dieren hebben zat al in de kweeklijnen. Veertig jaar in een Duitse beek heeft er niets aan toegevoegd. Dat bewijst niet dat verwildering nooit iets doet; het is wel het enige geval waarin iemand het heeft gemeten.

Doet het schade als hij het toch niet overleeft?

Twee redenen om te denken van wel, en twee bronnen die de andere kant op wijzen. Die horen er meteen bij.

De eerste is de kans die klein is maar niet nul. De soort heeft een uitzonderlijk hoge vestigingsdruk, en de invasieliteratuur vat dat samen met de zin dat er maar één drachtig vrouwtje nodig is om een hele populatie te stichten. [literatuurrichtlijn] Dat is een conclusiezin en geen meting, maar hij rekent door. Een vrouwtje slaat sperma op en werpt maandenlang door zonder man. FishBase noemt de veerkracht van de soort hoog, met een minimale populatieverdubbelingstijd van minder dan vijftien maanden. [literatuurrichtlijn]

De tweede is de bagage. De Duitse inventarisatie roept op tot doorlopende bewaking van opgewarmde wateren, uitdrukkelijk vanwege de overdracht van ziekten en parasieten naar de inheemse fauna. [literatuurrichtlijn] In de Kleine Erft bleken twee van de meegenomen mannetjes een Camallanus-rondworm bij zich te dragen. [gemeten, in dezelfde nog niet beoordeelde publicatie] De vis zelf gaat in een Nederlandse sloot dood. Wat hij bij zich droeg komt intussen wel in het water terecht.

En dan de eerlijkheid die erbij hoort. De onderzoekers van de Gillbach concluderen zelf dat de gup daar waarschijnlijk geen bedreiging vormt voor de lokale fauna in Midden-Europa. [literatuurrichtlijn] RAVON noemt het effect op andere soorten in Nederland verwaarloosbaar, juist omdat de soort hier geen stand houdt in de koude winters. [literatuurrichtlijn] Twee bronnen wijzen dus dezelfde kant op. Wat er aan risico overblijft zit in wat de vis meebrengt, niet in de vis.

Eén argument wordt zelden gemaakt. FishBase zet in het veld over gevaar voor de mens ("Threat to humans") de waarde potential pest, mogelijke plaagsoort. Elders op dezelfde pagina staat dat de soort wereldwijd vooral is uitgezet om muggen te bestrijden, met een zeldzaam tot niet-bestaand effect op muggen en negatieve tot hooguit neutrale effecten op inheemse vissen. [literatuurrichtlijn] Uitzetten mét een doel en een budget erachter leverde dus niets op behalve schade. Dan is uitzetten zonder doel geen betere gok.

De uitweg ligt bij de hobby, niet bij het water

De uitwegen voor een overschot staan bij elkaar in het stuk over de overtollige guppen, met van elke route de prijs erbij. Kort: bel de winkel voordat je met een emmer aankomt, en probeer daarnaast de hobby zelf — de vereniging voor levendbarenden en een plaatselijke aquariumclub openen dezelfde deur.

De goedkoopste ingreep ligt trouwens een half jaar eerder, bij de kassa: wie dit hele stuk niet nodig wil hebben, koopt dieren van één geslacht.

Wat je in elk geval niet doet, is het dier een uitweg noemen die alleen voor jou een uitweg is.

BronnenRAVON, Gup (Poecilia reticulata) - https://www.ravon.nl/vissen/gup/ · RAVON, Waarnemingen doorgeven (waarneming.nl en telmee.nl als route voor losse waarnemingen; na validatie naar de NDFF) - https://www.ravon.nl/Meedoen/Waarnemingen-doorgeven · Verspreidingsatlas.nl (NDFF en RAVON), Poecilia reticulata - toont atlasblokken van 5x5 km per periode, niet gecorrigeerd voor waarnemersinspanning; de download van de onderliggende cijfers kwam leeg terug - https://www.verspreidingsatlas.nl/V154400 · LICG (Landelijk InformatieCentrum Gezelschapsdieren), Guppy - https://www.licg.nl/vissen/guppy/ · Jourdan, Miesen, Zimmer, Gasch, Herder, Schleucher, Plath & Bierbach, 2014, On the natural history of an introduced population of guppies (Poecilia reticulata Peters, 1859) in Germany, BioInvasions Records 3(3):175-184 - https://www.reabic.net/journals/bir/2014/3/BIR_2014_Jourdan_etal.pdf · Fujio, Nakajima & Nagahama, 1990, over gedomesticeerde guppenlijnen die 12 graden minstens 24 uur verdragen - door ons niet zelf ingezien, geciteerd in Jourdan et al. 2014, blz. 182 · Bierbach, Francisco, Lukas, Landgraf, Krause, Romanczuk & Rittscher, 2022, Discovery of a new but established population of the guppy in Germany, bioRxiv 2022.02.01.478389 - preprint, niet door vakgenoten beoordeeld - https://www.biorxiv.org/content/10.1101/2022.02.01.478389v1.full · Lukas, Kalinkat, Kempkes, Rose & Bierbach, Feral guppies in Germany - a critical evaluation of a citizen science approach as biomonitoring tool, Bulletin of Fish Biology 17(1/2):13-27 (uitgave 30-12-2017, ook geciteerd als 2018) - https://www.ichthyologie.de/wp-content/uploads/2021/03/Lukas-et-al-2018-Feral-guppies-in-Germany-Bull-Fish-Biol-17-S.-13-27.pdf · Compendium voor de Leefomgeving (CBS, PBL, RIVM, WUR), Temperatuur oppervlaktewater 1910-2019, op basis van dagelijkse metingen van Rijkswaterstaat - https://www.clo.nl/indicatoren/nl056605-temperatuur-oppervlaktewater-1910-2019 · Nijssen & De Groot, 1987, In de nederlandse wateren ingevoerde of uitgezette vissoorten, paragraaf 8 (Gup) - gelezen in een gearchiveerde webweergave van de tekst, niet in de publicatie zelf - https://web.archive.org/web/20130513013559/http://members.casema.nl/b.zoetemeyer/exoten.htm · Wikipedia (Nederlands), Gup, paragraaf Invasieve soort - de passage over Velsen-Noord steunt daar op twee hobbysites (fishinginfo.eu en zoetwatervissen-nederland.nl) - https://nl.wikipedia.org/wiki/Gup · FishBase, Poecilia reticulata (velden Threat to humans, Size en Resilience, en de tekst over uitzetten tegen muggen) - https://www.fishbase.se/summary/Poecilia-reticulata.html · Besluit activiteiten leefomgeving, artikel 11.61 (eerste lid: vergunningplicht voor het uitzetten van dieren; tweede lid: uitzondering voor vis als bedoeld in artikel 1, tweede lid, Visserijwet 1963; derde en vierde lid: vrijstelling bij omgevingsverordening mogelijk) - https://wetten.overheid.nl/BWBR0041330 · Uitvoeringsregeling visserij, bijlage 1 (de vissen, schaal- en schelpdieren die de Visserijwet 1963 als vis aanwijst; Poecilia reticulata staat er niet op) - https://wetten.overheid.nl/BWBR0024539 · Visserijwet 1963, artikel 1 (tweede, derde en vierde lid), artikel 17 en artikel 21 - https://wetten.overheid.nl/BWBR0002416 · Wet dieren, artikel 2.1, eerste lid (verbod dat zich tot iedereen richt) en artikel 2.2, achtste lid (verzorgingsplicht voor houders) - https://wetten.overheid.nl/BWBR0030250 · Informatiepunt Leefomgeving (IPLO), Vergunningplicht bijvoeren of uitzetten van dieren of eieren - vat de uitzondering samen als 'vissen of hun eieren' - https://iplo.nl/regelgeving/regels-voor-activiteiten/activiteiten-natuur/flora-en-fauna-activiteit/omgevingsvergunning-flora-fauna-activiteit/vergunningplicht-bijvoeren-uitzetten/ · NVWA, Unielijst invasieve exoten (Gambusia affinis en Gambusia holbrooki staan erop, Poecilia reticulata niet) - https://www.nvwa.nl/onderwerpen/invasieve-exoten/unielijst-invasieve-exoten · Tropischevissengids.nl, Guppy - hobbysite zonder bronvermelding; hier vandaan komt de ondergrens 'niet lager dan 15 - 18 graden' - https://tropischevissengids.nl/vissen/levendbarende-tandkarpers/levendbarende-tandkarpers-2/guppy · AquaForum, draad Guppen buiten houden in de zomer, 2015 - hobbybron, praktijkervaring - https://aquaforum.nl/threads/guppen-buiten-houden-in-de-zomer.87447/

Wat betekent dit voor jouw bak?

Alquarium leest dit artikel mee en denkt met je mee over jouw aquarium. Gratis, geen account nodig.

Je hebt het stuk uit. Wat wil je weten over jouw eigen bak?

  • Of begin hiermee:

Verder lezen

Alles over vissen