Vissen
Guppen niet loslaten: veilig herplaatsen en buiten houden
Laat guppen niet los in een sloot, gracht of ander buitenwater. Een aquariumvis herplaatsen is iets anders dan hem uitzetten: kou, onbekende omstandigheden en mogelijke verspreiding van ziekten maken dat geen verantwoorde oplossing voor een volle bak. Ook een tuinvijver is niet vanzelf geschikte opvang. Regel eerst een aquarium, winkel of ervaren houder die de dieren daadwerkelijk kan overnemen.
· 13 min lezen
In het kort
- Zet overtollige guppen niet uit. Zoek vooraf geschikte herplaatsing en zorg in de tussentijd voor passend aquariumwater en voldoende ruimte.
- Koudetolerantie in een korte proef is geen verzorgingsadvies. Een temperatuur waarbij vissen bewegingscontrole verliezen is geen veilige buitentemperatuur.
- Waarnemingen van guppen in buitenwater bewijzen geen blijvende populatie. Sommige beschreven Midden-Europese populaties hangen samen met warmwaterinvoer.
- Voor buitenhouden zijn beheersbare omstandigheden en een volledig uitvoerbaar terughaalplan nodig; “het is zomer”, achttien graden of een datum in oktober geeft geen garantie.
- Voor uitzetten kunnen vergunningen, vrijstellingen en andere regels gelden. Vraag het bevoegd gezag bij een concrete situatie; een eigen vijver of een uitzonderingszin over vis is geen algemene toestemming.
Waar kunnen overtollige guppen wél heen?
Laat de dieren in passende, verzorgde opvang totdat een volgende houder ze werkelijk overneemt. Vraag eerst je aquariumwinkel, een plaatselijke aquariumvereniging of een ervaren liefhebber. Vertel hoeveel dieren het zijn, welke geslachten je herkent en of er gezondheidsproblemen zijn. De mogelijkheden staan bij te veel jonge guppen. Voor andere aquariumdieren kan herplaatsen verboden zijn: bij een mogelijke Pomacea volg je de meldroute voor appelslakken.
Een sloot, gracht of vijver is geen vervanging voor die afspraak. RAVON beschrijft dat guppen onder normale Nederlandse omstandigheden niet kunnen overwinteren. Dat is geen voorspelling dat ieder losgelaten dier op dezelfde manier of dezelfde dag sterft; het is wél een belangrijke waarschuwing tegen uitzetten.
Kun je guppen in de zomer buiten houden?
Een tijdelijke buitenbak is een afzonderlijke huisvestingskeuze, geen manier om overtollige dieren kwijt te raken. Zorg dat je de omstandigheden kunt beheersen en alle dieren met hun eventuele nakomelingen kunt terughalen. Wie geen passende binnenopvang beschikbaar heeft, moet er niet aan beginnen.
| Controle | Waar je op let |
|---|---|
| Temperatuur | Meet het water over de dag en bij weersverandering; luchtvoorspelling en kalender zijn geen meting van de bak. |
| Zuurstof en filtering | Warmte, voer, groei en bezetting kunnen de belasting veranderen. |
| Ontsnappen | Voorkom dat vissen, planten of water met organismen via overloop of afvoer in oppervlaktewater terechtkomen. |
| Bescherming | Gebruik een veilige afdekking waar nodig; behoud ventilatie en voorkom verstrikking. |
| Terughalen | Regel vooraf voldoende opvang en een haalbare vangmethode, ook voor onverwachte jongen. |
Het LICG adviseert voor guppen 23–25 °C. Dat is een verzorgingsrichtlijn, geen harde overlevingsdrempel. Een zelfgekozen 15 of 18 °C is daarmee niet aangetoond veilig voor langdurig buitenhouden. Ook “minstens veertig centimeter diep” of “vóór oktober terug” levert zonder gemeten omstandigheden geen garantie. Zie temperatuur voor guppen en zuurstof en temperatuur.
De guppen zitten al buiten: wat nu?
Regel nu geschikte opvang en een uitvoerbaar terughaalplan; wacht niet op een vaste datum. Bij vissen die slecht zwemmen of zichtbaar in nood zijn, is direct deskundig advies nodig. Laat in eigen water zo nodig een ervaren vijver- of aquariumhouder helpen. Verlaag het waterpeil alleen als dat veilig kan voor alle aanwezige dieren en het systeem.
Gaat het om openbaar water, overleg dan eerst met de waterbeheerder of rechthebbende. Ga niet zonder meer vissen of dieren verplaatsen. Een foto en precieze locatie helpen een melding bruikbaar te maken.
Breng buiten gehouden dieren niet rechtstreeks terug in een bestaande groep. Beoordeel gezondheid en verschillen in water, en volg wennen en quarantaine. Voeg geen roofvis toe als opruimmiddel voor jongen die je niet terugvangt.
Welke regels gelden voor uitzetten?
Volgens de op 11 september 2026 geraadpleegde uitleg van het Informatiepunt Leefomgeving geldt bij het uitzetten van dieren een vergunningplicht op grond van artikel 11.61 van het Besluit activiteiten leefomgeving. De uitzondering voor vissen verwijst naar soorten die de Visserijwet aanwijst; zij betekent niet automatisch dat iedere aquariumvis vrij mag worden uitgezet. Daarnaast kunnen landelijke of provinciale vrijstellingen gelden.
Voor een concrete buitenopstelling of uitzetting kunnen de precieze handeling, locatie, rechten en toepasselijke vrijstellingen verschil maken. Vraag daarom de gemeente of het bevoegd gezag via het Omgevingsloket, in plaats van toestemming af te leiden uit eigendom van een vijver. Voor invasieve exoten op de Unielijst noemt IPLO een afzonderlijk uitzetverbod.
Deze uitleg is geen vergunning en beoordeelt geen individueel perceel. Het verzorgingsadvies blijft: regel verantwoorde opvang en zet aquariumdieren niet als oplossing voor een overschot uit.
Je ziet er een zwemmen
Een waarneming in een duinplas of stedelijk water kan op uitzetting wijzen. Eén vis of één zomermelding bewijst niet wanneer het dier is losgelaten of dat er een zichzelf instandhoudende populatie bestaat.
De geraadpleegde Verspreidingsatlas toont meldingen per atlasblok, geen telling van alle individuele vissen. Zonder correctie voor waarnemersinspanning kun je zulke kaarten niet rechtstreeks als populatietrend lezen. Uit de eerder gebruikte gegevens is hier geen actuele landelijke telling afgeleid.
Doorgeven is nuttiger dan wegscheppen. RAVON wijst voor een losse waarneming zelf naar waarneming.nl of telmee.nl; na validatie door experts gaat de melding door naar de Nationale Databank Flora en Fauna. [literatuurrichtlijn] Een foto en een precieze locatie maken de melding pas bruikbaar.
Wil je een losgelaten vis laten opvangen, neem contact op met de waterbeheerder of rechthebbende en regel passende opvang. Een algemene webpagina kan niet vaststellen welke toestemming voor jouw vangactie nodig is. Zet een buitenvis niet rechtstreeks bij aquariumdieren; mogelijke ziekteoverdracht en verschillen in waterkwaliteit vragen aandacht.
De kou doodt niet meteen, en dat is het probleem
Onder die RAVON-zin ligt een meting. Onderzoekers koelden vrouwtjes van drie herkomsten af met 0,780 graad per minuut en noteerden wanneer het dier zijn bewegingscontrole verloor. Dieren uit een wildtype-lijn die via een aquariumbedrijf uit Venezuela werd ingevoerd hielden het tot 14,6 graden vol, dieren uit een verwilderde Duitse beek tot 12,4 en een gewone sierviskweeklijn tot 12,5. [gemeten, Jourdan e.a. 2014]
Dit is een acuut eindpunt bij snelle afkoeling, na voorafgaande gewenning op 25 °C. Het meet bewegingscontrole in die proef, niet langdurige gezondheid of de temperatuur waarop iedere guppy sterft. Gebruik de genoemde 12,4–14,6 °C niet als verzorgingsgrens.
Dezelfde auteurs verwijzen naar oudere proeven waarin bepaalde kweeklijnen 12 °C minstens 24 uur verdroegen. Dat illustreert juist dat blootstellingsduur en herkomst ertoe doen. Het maakt een koude nacht, een seizoen buiten of een plotselinge overgang niet veilig.
Uit deze korte proef volgt geen wekenlang ziekteverloop voor een losgelaten aquariumvis. Koude, voedselbeschikbaarheid, predatie en infecties kunnen allemaal relevant zijn. Zonder een dier te onderzoeken kun je niet stellen dat kou de oorzaak en een latere infectie het vaste eindpunt is.
Een jaargemiddelde is geen veilige watertemperatuur
Het Compendium voor de Leefomgeving houdt de metingen van Rijkswaterstaat bij. Het jaargemiddelde van de Rijn bij Lobith was over 2015 tot en met 2019 13,8 graden, de Maas bij Eijsden 14,2. Sinds 1910 is de Rijn bijna drie graden opgewarmd en de Maas ruim twee. [gemeten]
Een jaargemiddelde beschrijft geen winterminimum, zomermaximum of individuele locatie. Uit deze vijfjaarsgemiddelden kun je evenmin afleiden op welke dagen de watertemperatuur geschikt was voor guppen. Het zijn historische meetgegevens, geen actuele meting van je vijver en geen vergelijking met de acute koudetolerantieproef.
Een kleine vijver of kuip kan anders op weer reageren dan een rivier. Die reactie hangt niet alleen af van volume, maar ook van diepte, ligging, stroming en warmteaanvoer. Een ijsvrijhouder garandeert geen geschikte temperatuur voor tropische vissen. Meet de werkelijke omstandigheden en gebruik beschutting niet als bewijs van geschiktheid.
Verandert klimaatverandering het beeld? Jourdan en collega's nemen een projectie over uit Middelkoop e.a. (2001): tot 2050 maximaal 2,3 graden hogere luchttemperatuur in het laagland in de winter. Overwintering zonder warmwaterinvoer zou daarmee nog steeds niet mogelijk moeten zijn, concluderen ze. [literatuurrichtlijn] Zij noteren erbij dat de Rijn bij het meetstation Mainz-Wiesbaden in februari 2012 onder de 1 graad zakte. [gemeten] Twee kanttekeningen: het gaat over lucht en niet over water, en die projectie is uit 2001.
Waar het hier wél lukte, hing het aan een pijp
Nederland heeft ze gehad. Nijssen en De Groot, twee ichthyologen, schreven in 1987 een overzicht van in Nederlandse wateren ingevoerde of uitgezette vissoorten. Wij lazen die tekst niet in de publicatie zelf, maar in een gearchiveerde weergave op een hobbypagina, waar de soort nog onder haar oude naam Lebistes reticulatus staat. Daar staat dat ze sinds vele jaren vrij levend worden aangetroffen in verwarmd oppervlaktewater. Onder meer in het Noordzeekanaal bij de Hoogovens te IJmuiden en bij diverse elektriciteitscentrales, losgelaten door aquariumhouders die er genoeg van hadden. Normaal zouden die visjes in de winter zijn doodgegaan, maar in het met warmte vervuilde water konden ze blijven leven en zich voortplanten. [literatuurrichtlijn, secundaire weergave]
Eén detail uit diezelfde alinea verdient een waarschuwing. De dieren uit het Noordzeekanaal werden in IJmuiden bij het rijksvisserijinstituut voor experimenten gebruikt en bereikten volgens de auteurs lengten van 10 tot 12 centimeter [literatuurrichtlijn, secundaire weergave], het dubbele van wat normaal wordt waargenomen. Wat voor maat dat is staat er niet bij; FishBase geeft 5,0 centimeter standaardlengte voor mannen en 6,0 voor vrouwen, dus zonder staartvin. [literatuurrichtlijn] Wij vonden geen publicatie waarin dat voor die populatie is nagerekend. [hiaat] Neem het dus als een melding, niet als een maat. De Nederlandse Wikipedia vertelt hetzelfde met andere details: jaren zestig en zeventig, koelwater van de energiecentrale bij de hoogovens in Velsen-Noord, vrijwel kleurloze mannetjes, vrouwtjes tot twaalf centimeter, en sinds enkele jaren niet meer gevonden. [literatuurrichtlijn] Een tweede, onafhankelijke getuige is dat niet: die passage hangt daar aan twee hobbysites.
Wat niemand betwist is het patroon, en RAVON schrijft het zonder locatie op: er zijn gevallen bekend dat guppenpopulaties zich tijdelijk stand hielden in het warme water bij lozingskanalen van industrie of elektriciteitscentrales. [literatuurrichtlijn] Tijdelijk, en bij een lozingskanaal. Dat zijn de twee woorden die tellen.
Duitsland heeft het uitgezocht. Bij Keulen ligt de best onderzochte verwilderde populatie: de Gillbach, een zijbeek van de Erft die het koelwater van een kolencentrale afvoert. Het water zakte daar in januari 2012 niet onder de 19 graden. Preciezer dan dat kan de bron zelf niet zijn: de meettabel geeft 19,0 voor die maand, de discussietekst van dezelfde publicatie noemt 19,2. Met 19,0 klopt de jaarspreiding van 4,2 graden die daar in dezelfde zin staat wel — de hoogste meting was 23,2 in september 2011 — en met 19,2 niet. Wij houden daarom de meettabel aan. De kernzone werd geschat op 4.305 volwassen dieren (95%-interval 2.963 tot 6.726), ofwel 3,6 dieren per vierkante meter. [gemeten, Jourdan e.a. 2014] En dan de zin die alles vertelt: twee kilometer stroomafwaarts was hetzelfde beekje in februari 2012 al gezakt naar 13,7 graden. [gemeten, Jourdan e.a. 2014] De populatie zit niet in Duitsland. Hij zit aan een pijp.
Een tweede vindplaats bevestigt dat. In de Kleine Erft bij Bergheim, een kilometer of tien van de Gillbach, komt warm water uit een nabijgelegen industriegebied door een buis van ongeveer een meter doorsnee. Tussen juli en september 2021 werd daar 18,8 graden gemeten vijf meter stroomopwaarts van die inlaat en 25,8 graden bij de inlaat zelf; over meer dan honderdvijftig meter stroomafwaarts bleef het water boven de koudere bovenstroomse waarden. [gemeten, Bierbach e.a. 2022] De schatting van 2.376 dieren heeft een marge van ruim 1.600 en berust op twee teruggevangen dieren van de vijfentwintig gemerkte; de auteurs noemen hun eigen schatting daarom erg ruw. [gemeten, zeer ruwe schatting, nog niet door vakgenoten beoordeeld] Hun conclusie: buiten warmwaterinlaten valt in Midden-Europa geen verspreiding te verwachten. [literatuurrichtlijn]
Hoe zeldzaam zulke plekken zijn is apart uitgezocht. Van vier aangeschreven Duitse aquariumtijdschriften plaatsten er drie een oproep, en dat leverde acht reacties op. Daaruit kwamen coördinaten van twee nog bestaande populaties: een thermale bron in Baden-Württemberg en een oude kolenmijn in Saarland die tot watertuin voor toeristen is omgebouwd, waar een aardwarmte-installatie het water opwarmt voordat het naar de beek ernaast terugloopt. Deze inventarisatie beschreef vier opgewarmde wateren met een levende (sub)tropische vispopulatie; dat is geen volledige actuele telling van heel Duitsland. [literatuurrichtlijn] Een oproep telt wat mensen melden, niet wat er is; de auteurs zetten in hun eigen titel al dat die aanpak kritisch gewogen moet worden.
De twee genoemde vindplaatsen illustreren dat warmte ook een andere bron kan hebben dan een fabriek. In deze gevallen hing het voortbestaan samen met warmwaterinvoer. Hoe dun dat draadje is, laten de verdwenen plekken zien. Toen na 1989 veel Oost-Duitse centrales het niet meer konden bolwerken en stilvielen of werden vervangen, stortten de guppen- en zwaarddragerpopulaties in hun uitstroom kort daarna in — Lübbenau en Trattendorf worden als voorbeeld genoemd. Bij de Wölfersheimer See ging het net zo toen de centrale daar in 1991 stopte. [literatuurrichtlijn] En warm water alleen is niet eens genoeg: bij de Zerkwitzer Kahnfahrt bij Cottbus hield een populatie het een jaar of tien vol en klapte toen alsnog in elkaar, door een combinatie van roofdruk — vermoedelijk kopvoorn, gevestigde zebracichliden en meerdere vogelsoorten — en een storing waardoor de centrale ernaast tijdelijk stillag. [literatuurrichtlijn]
Jourdan en collega’s vonden in hun test geen significant verschil in koudetolerantie tussen Gillbach-vissen en de onderzochte sierviskweeklijn (P = 0,842). Dat is geen bewijs dat de populaties in alle opzichten identiek zijn of dat tientallen jaren verwildering niets hebben veranderd. Het rechtvaardigt ook geen claim dat aanpassing nooit mogelijk is. Voorzorg bij uitzetten blijft nodig.
Doet het schade als hij het toch niet overleeft?
Twee redenen om te denken van wel, en twee bronnen die de andere kant op wijzen. Die horen er meteen bij.
De eerste is de kans die klein is maar niet nul. De Duitse inventarisatie noemt de vestigingsdruk van deze soort bijzonder hoog en vat dat samen met de zin dat er maar één drachtig vrouwtje nodig is om een hele populatie te stichten; zij ontlenen die twee punten aan Lindholm e.a. (2005) en Deacon e.a. (2011). [literatuurrichtlijn, citaat uit tweede hand] Dat is een conclusiezin en geen meting, maar hij rekent door: een vrouwtje slaat sperma op en werpt maandenlang door zonder man.
Één getal dat hier vaak als steun bij wordt gehaald, hoort er juist niet bij. FishBase geeft de soort de veerkrachtklasse hoog, met een minimale populatieverdubbelingstijd van minder dan vijftien maanden. Dat is een productiviteitsklasse voor visserijbeheer waarvan die vijftien maanden de bóvengrens is, geen verwachting voor deze soort in een sloot. [literatuurrichtlijn, met bronkritiek] Hoe die klasse wordt afgeleid, staat bij de overtollige guppen.
De tweede is de bagage. Diezelfde inventarisatie roept op tot doorlopende bewaking van opgewarmde wateren, uitdrukkelijk vanwege de overdracht van ziekten en parasieten naar de inheemse fauna. [literatuurrichtlijn] In de Kleine Erft bleken twee van de meegenomen mannetjes een Camallanus-rondworm bij zich te dragen. [gemeten, in dezelfde nog niet beoordeelde publicatie] Een uitgezette vis kan ziekteverwekkers meebrengen, ook als hij zelf niet blijvend overleeft. Aanwezigheid van een parasiet bewijst nog niet dat die zich op elke Nederlandse inheemse soort kan vestigen.
En dan de eerlijkheid die erbij hoort. De onderzoekers van de Gillbach concluderen zelf dat de soort daar waarschijnlijk geen bedreiging vormt voor de lokale fauna in Midden-Europa. [literatuurrichtlijn] RAVON noemt het effect op andere soorten in Nederland verwaarloosbaar, juist omdat de tropische gup hier geen stand houdt in de koude winters. [literatuurrichtlijn] Twee bronnen wijzen dus dezelfde kant op. Die beoordelingen zijn geen garantie van nul effect op iedere locatie. Parasietenoverdracht en directe ecologische effecten moeten elk binnen hun eigen context worden beoordeeld.
FishBase bespreekt wereldwijde introducties voor muggenbestrijding en mogelijke negatieve effecten op inheemse vissen. Dat is geen nieuwe meting voor Nederland en bewijst niet dat iedere introductie uitsluitend schade en nergens enig effect op muggen had. Voor een aquariumoverschot is er geen reden dit risico te nemen.
De uitweg ligt bij de hobby, niet bij het water
Maak afspraken vóór je met een emmer op pad gaat. Een winkel, aquariumvereniging of ervaren houder kan soms helpen, maar niemand heeft onbeperkte opvangruimte. Bekijk de mogelijkheden voor overtollige guppen en meld eventuele ziekteverschijnselen eerlijk.
Voorkom een overschot al bij de aankoop. Een correct gesekste groep met alleen mannetjes krijgt geen jongen. Alleen vrouwtjes kopen sluit nakomelingen niet uit wanneer zij eerder gepaard hebben: zie dracht en spermaopslag bij guppen.
Wat je in elk geval niet doet, is het dier een uitweg noemen die alleen voor jou een uitweg is.
- AquaForum. (2015, 30 april). Guppen buiten houden in de zomer [Forumdiscussie]. https://aquaforum.nl/threads/guppen-buiten-houden-in-de-zomer.87447/
- Bierbach, D., Schutz, C., Weimar, N., Escurra Alegre, A., Francisco, F. A., Wersing, S., O’Connor, O. L., Kempkes, M., Rose, U., Miesen, F. W., Habedank, M., Jourdan, J., Kabus, J., Hof, D., Hornung, S., Emde, S., Rüffert, L., & Lukas, J. (2022). Discovery of a new but established population of the guppy in Germany [Preprint]. bioRxiv. https://doi.org/10.1101/2022.02.01.478389
- Compendium voor de Leefomgeving. (z.d.). Temperatuur oppervlaktewater, 1910–2019. https://www.clo.nl/indicatoren/nl056605-temperatuur-oppervlaktewater-1910-2019
- FishBase. (z.d.). Poecilia reticulata. https://www.fishbase.se/summary/Poecilia-reticulata.html
- Informatiepunt Leefomgeving. (z.d.). Vergunningplicht bijvoeren of uitzetten van dieren of eieren. https://iplo.nl/regelgeving/regels-voor-activiteiten/activiteiten-natuur/flora-en-fauna-activiteit/omgevingsvergunning-flora-fauna-activiteit/vergunningplicht-bijvoeren-uitzetten/
- Jourdan, J., Miesen, F. W., Zimmer, C., Gasch, K., Herder, F., Schleucher, E., Plath, M., & Bierbach, D. (2014). On the natural history of an introduced population of guppies (Poecilia reticulata Peters, 1859) in Germany. BioInvasions Records, 3(3), 175–184. https://www.reabic.net/journals/bir/2014/3/BIR_2014_Jourdan_etal.pdf
- Landelijk InformatieCentrum Gezelschapsdieren. (z.d.). Guppy. https://www.licg.nl/aquariumdieren/guppy/
- Lukas, J., Kalinkat, G., Kempkes, M., Rose, U., & Bierbach, D. (2017). Feral guppies in Germany: A critical evaluation of a citizen science approach as biomonitoring tool. Bulletin of Fish Biology, 17(1/2), 13–27. https://www.ichthyologie.de/wp-content/uploads/2021/03/Lukas-et-al-2018-Feral-guppies-in-Germany-Bull-Fish-Biol-17-S.-13-27.pdf
- NDFF Verspreidingsatlas. (z.d.). Poecilia reticulata [Verspreidingskaart]. https://www.verspreidingsatlas.nl/V154400
- Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. (z.d.). Unielijst invasieve exoten. https://www.nvwa.nl/onderwerpen/invasieve-exoten/unielijst-invasieve-exoten
- Nijssen, & De Groot. (1987). In de Nederlandse wateren ingevoerde of uitgezette vissoorten [Gearchiveerde webweergave]. https://web.archive.org/web/20130513013559/http://members.casema.nl/b.zoetemeyer/exoten.htm
- RAVON. (z.d.). Gup (Poecilia reticulata). https://www.ravon.nl/vissen/gup/
- RAVON. (z.d.). Waarnemingen doorgeven. https://www.ravon.nl/Meedoen/Waarnemingen-doorgeven
- Rijksoverheid. (z.d.). Besluit activiteiten leefomgeving, artikel 11.61. https://wetten.overheid.nl/BWBR0041330
- Rijksoverheid. (z.d.). Uitvoeringsregeling visserij, bijlage 1. https://wetten.overheid.nl/BWBR0024539
- Rijksoverheid. (z.d.). Visserijwet 1963, artikelen 1, 17 en 21. https://wetten.overheid.nl/BWBR0002416
- Rijksoverheid. (z.d.). Wet dieren, artikelen 2.1 en 2.2. https://wetten.overheid.nl/BWBR0030250
- Tropischevissengids.nl. (z.d.). Guppy [Hobbyartikel]. https://tropischevissengids.nl/vissen/levendbarende-tandkarpers/levendbarende-tandkarpers-2/guppy
- Wikipedia-bijdragers. (z.d.). Gup [Encyclopedieartikel]. https://nl.wikipedia.org/wiki/Gup

