Vissen
Maanvis verzorgen: aquarium, groep, voer en medebewoners
De maanvis (Pterophyllum scalare) vraagt een hoge, ruime bak en een plan voor paarvorming. LICG adviseert minstens 120 cm baklengte en 50 cm bakhoogte. Beoordeel ook de breedte, volwassen vinnen en uitwijkruimte. Deze gids helpt je passend voeren, medebewoners kiezen en ingrijpen als een vis wordt belaagd.
Vanaf 120 cmaquariumlengteLICG-richtlijn. Breedte, inrichting en groepssamenstelling bepalen mede of de bak past.
Vanaf 50 cmaquariumhoogteLICG en Seriously Fish. Controleer hoeveel vrije waterhoogte boven de bodem overblijft.
24–28 °CtemperatuuradviesLICG voor het houden; meet in de bak en stem de hele bezetting daarop af.
Groep en parensociaal planPaarvorming kan de verhoudingen veranderen. Houd passende uitwijkhuisvesting beschikbaar.
In het kort
- Kies het aquarium voor volwassen dieren inclusief vinnen. LICG noemt minstens 120 cm lengte en 50 cm hoogte; controleer ook breedte en vrije waterhoogte.
- Een groep jonge maanvissen kan later paren en territoria vormen. Twee dieren of een even aantal garanderen geen harmonieuze koppels.
- Zorg voor vrije zwemruimte, beschutting en een gebruiksklare uitwijkmogelijkheid. Grijp in bij langdurig vastzetten, voedseluitsluiting of beschadiging.
- Volg tijdens het voeren ieder individu. Dominante vissen kunnen anders eten dan ondergeschikte dieren; genoeg voer voor de groep bewijst geen opname per vis.
- Kleine vissen kunnen worden opgegeten en vinnenbijters kunnen maanvissen beschadigen. Vergelijk ook temperatuur, waterwaarden en ruimte per soort.
- Meet temperatuur, pH, GH en KH en controleer waterkwaliteit. Bij aanhoudend niet eten of ziekteverschijnselen onderzoek je zowel de omgeving als de vis.



