Naar de inhoud
ALQUARIUM Vraag het Alquarium
Kegelvlekbarbeel van opzij, met de zwarte wigvormige vlek op de achterste lichaamshelft.
Kegelvlekbarbeel, in de fotobron aangeduid als Trigonostigma heteromorpha. De brede donkere wig op de flank versmalt richting staartbasis. Stefan Maurer, CC BY-SA 2.0

Vissen

Aquariumvissen kiezen: zes zoetwatersoorten vergeleken

Kies aquariumvissen op volwassen formaat, groepsgrootte, waterhardheid en baklengte. Guppen en platy's passen bij hard water, kardinaaltetra's en kegelvlekbarbelen bij zacht water. Kegelvlekbarbelen vragen minstens 60 × 30 cm bodemvlak, zebradanio's 90 × 30 cm, en kardinaaltetra's houd je met minstens tien.

14 min lezen

60 × 30 cmMinimaal bodemvlak kegelvlekbarbeelSeriously Fish
90 × 30 cmMinimaal bodemvlak zebradanioSeriously Fish
≥ 10Groep kardinaaltetra'sLICG
30 dagenQuarantaine nieuwe vissenMerck Veterinary Manual

In het kort

  • Kies vissen op volwassen formaat, groep, waterhardheid en baklengte; een vast aantal vissen per liter is niet verantwoord.
  • Guppen (GH 9–20) en platy's (GH 10–25) passen bij hard water, kardinaaltetra's (tot circa 8 °dH) en kegelvlekbarbelen (GH 1–12) bij zacht water.
  • Zwemruimte zit in de lengte: kegelvlekbarbelen vragen minstens 60 × 30 cm bodemvlak, zebradanio's 90 × 30 cm.
  • Reserveer ruimte voor de hele school: minstens tien kardinaaltetra's, acht tot tien of meer kegelvlekbarbelen of zebradanio's.
  • Guppen en platy's planten zich makkelijk voort; regel vóór aankoop opvang voor tien tot zeventig of twintig tot veertig jongen per worp.
  • Draai het aquarium eerst in zonder vissen, houd nieuwe vissen minstens 30 dagen apart en bouw de bezetting geleidelijk op.

Wat betekent dit voor jouw bak?

Alquarium leest dit artikel mee en denkt met je mee over jouw aquarium. Gratis, geen account nodig.

Hoe lang en breed is jouw bak, en welke temperatuur, pH en GH meet je in het water?

  • Of begin hiermee:

Kies aquariumvissen op volwassen formaat, groepsgrootte, waterwaarden en zwemruimte, en pas daarna op kleur. Een school kegelvlekbarbelen vraagt minstens 60 × 30 cm bodemvlak, zebradanio's 90 × 30 cm, en kardinaaltetra's houd je met minstens tien. Hieronder vergelijk je zes zoetwatersoorten en maak je in zeven stappen een kandidatenlijst die bij jouw bak en jouw kraanwater past.

Welke aquariumvissen passen bij jouw aquarium?

Welke vissen passen, bepalen vier dingen: de lengte van je bak, de hardheid en temperatuur van je water, de groep die een soort nodig heeft en het gedrag tegenover medebewoners (LICG, z.d.). Guppen en platy's horen bij harder water, kardinaaltetra's en kegelvlekbarbelen bij zachter water, zebradanio's vragen vooral lengte en de kempvis wil warmte en rust. Een vast aantal vissen per liter is niet verantwoord; reken altijd vanuit het volwassen formaat en de leefwijze van iedere soort.

SL is de standaardlengte, gemeten van kop tot staartbasis, zonder staartvin. GH staat in Duitse hardheidsgraden (°dH) en geeft vooral de hoeveelheid calcium en magnesium weer.

Soort Volwassen maat Temperatuur pH GH (°dH) Groep Zwemlaag Minimale bak
Gup (Poecilia reticulata) 3–6 cm 23–25 °C 7–8 9–20 Groep, 1 man op 2–5 vrouwen Vooral boven 60 cm lang
Platy (Xiphophorus maculatus) Vrouwtje circa 6 cm, mannetje kleiner Rond 24 °C 7–8 10–25 Groep, 1 man op 2–4 vrouwen Vooral midden 50–60 cm lang
Kardinaaltetra (Paracheirodon axelrodi) Circa 4 cm 23–28 °C 6–7 Tot circa 8 Minstens 10 Midden 60 cm lang
Kegelvlekbarbeel (Trigonostigma heteromorpha) Tot 4,5 cm SL 21–28 °C 5–7,5 1–12 8–10 of meer Midden en boven 60 × 30 cm bodemvlak
Zebradanio (Danio rerio) Tot 5 cm SL 18–25 °C 6–8 5–20 8–10 of meer Boven en midden 90 × 30 cm bodemvlak
Kempvis (Betta splendens) Circa 6 cm SL 24–30 °C 6,5–7,5 8–12 Eén mannetje Boven en midden 40–60 cm lang

Bron: LICG (z.d.) voor gup, platy, kardinaaltetra en kempvis; Seriously Fish (2026) voor kegelvlekbarbeel en zebradanio; zwemlaag kegelvlekbarbeel volgens NParks (2019), zwemlaag zebradanio volgens LICG (2022).

Geen van deze zes soorten staat op de Europese Unielijst van invasieve exoten (gecontroleerd op 18 oktober 2026).

Hoe kies je vissen die bij je bak en kraanwater passen?

Meet eerst de lengte en breedte van je bak en daarna de temperatuur, pH en GH van je water; pas dan kies je soorten. Een hoog aquarium bevat veel liters, maar een actieve schoolvis zwemt in de lengte, en bodem, stenen en planten nemen ook ruimte in (LICG, z.d.). Met de inhoudscalculator zet je je afmetingen om in liters. Noteer de bodemmaat er apart bij, want die bepaalt of een soort past.

Bovenaanzicht van een bodemvlak van 60 bij 30 cm voor kegelvlekbarbelen en van 90 bij 30 cm voor zebradanio's, op dezelfde schaal

Op een smal scherm kun je het schema horizontaal verschuiven. Bekijk schema op volledige grootte.

Lengte maakt het verschil. Twee schoolvissen van hooguit 5 cm SL, maar de zebradanio vraagt 30 cm meer baklengte dan de kegelvlekbarbeel (Seriously Fish, 2026).

De hardheid van Nederlands kraanwater verschilt per plaats en winningsgebied, omdat calcium en magnesium vanuit de bodem in het drinkwater terechtkomen (Vitens, z.d.). Zoek de waarde van je waterbedrijf op en meet daarnaast het water in je bak. Wat de waarden precies betekenen, lees je in de uitleg over pH, KH en GH.

Rekenvoorbeeld. Je bak is 60 cm lang en je meet 24 °C, pH 7,5 en GH 15. Gup en platy vallen dan binnen hun advies. De kardinaaltetra (tot circa 8 °dH, pH 6–7), de kegelvlekbarbeel (GH 1–12) en de kempvis (GH 8–12) vallen af op hardheid, de zebradanio op lengte. Je houdt twee kandidaten over. Of die samen in één bak passen, beslis je pas nadat je groepsgrootte, ruimte en de opvang van jongen hebt uitgewerkt.

Jouw situatie Kandidaten Waar je op let
Harder water, bijvoorbeeld GH 15 Gup of platy Verhouding mannetjes en vrouwtjes, ruimte, opvang van jongen
Zacht water en ruimte voor een school Kardinaaltetra of kegelvlekbarbeel De volledige school, temperatuur, geen grote medebewoners
Lange bak, koeler water Zebradanio Minstens 90 × 30 cm en gezelschap dat zijn tempo aankan
Rustige, warme bak voor één opvallende vis Kempvis Beschutting, weinig stroming, vrije toegang tot het oppervlak

Bron: LICG (z.d.) voor gup, platy, kardinaaltetra en kempvis; Seriously Fish (2026) voor kegelvlekbarbeel en zebradanio.

Gup en platy: regel eerst opvang voor de jongen

Guppen en platy's zijn levendbarende vissen voor harder water die zich makkelijk voortplanten, dus regel vóór aankoop waar de jongen terechtkunnen. Wie levendige vissen met veel variatie in kleur en vorm zoekt, zit bij deze twee goed, zolang de aanwas geen verrassing is.

De gup zwemt in alle lagen, maar vooral bovenin. Vrouwtjes worden groter dan mannetjes. Een mannetje herken je aan de aarsvin: die is omgevormd tot een paringsorgaan, het gonopodium (LICG, z.d.). Houd je beide geslachten, dan adviseert LICG één man op twee tot vijf vrouwen. Een vrouwtje krijgt tien tot zeventig jongen per worp en kan sperma opslaan en over meerdere bevruchtingen verdelen. Mannetjes weghalen stopt de aanwas dus niet meteen.

Gup met grijze romp en geelzwart getekende staart voor rode aquariumplanten, met andere guppen onscherp op de achtergrond
Levendbarend. Een guppyvrouwtje kan sperma bewaren en daarmee later opnieuw jongen krijgen. Foto: Jorge Correa / Wikimedia Commons · CC BY 2.0.

De platy zwemt vooral in de middenlaag en past al in een bak van 50–60 cm. Ook hier houd je meer vrouwtjes dan mannetjes: LICG adviseert één man op twee tot vier vrouwen. Een platyvrouwtje krijgt twintig tot veertig jongen per worp. Kies deze soorten dus alleen als je hun voortplanting wilt begeleiden, en met een vaste plek voor de jongen.

Kardinaaltetra en kegelvlekbarbeel: scholen voor zacht water

Kardinaaltetra's en kegelvlekbarbelen zijn vreedzame scholenvissen voor zachter water, en je reserveert ruimte voor de hele school: minstens tien kardinaaltetra's, acht tot tien of meer kegelvlekbarbelen.

De kardinaaltetra wordt ongeveer 4 cm en zwemt in de middenlaag. Bepalend voor de keuze is het water: vrij zacht tot circa 8 °dH, pH 6–7 en 23–28 °C (LICG, z.d.). Houd hem niet bij grote vissen, want die zien zo'n kleine tetra als voedsel. Verwar hem in de winkel niet met de neontetra: de kardinaaltetra heeft een rode buik en een rood achterlijf, de neontetra een witte buik. In het donker laat de kardinaaltetra zijn kleuren vervagen; zodra het licht aangaat, kleurt hij weer op.

Kardinaaltetra van opzij met blauwe lengtestreep en een rode onderzijde die tot aan de kop doorloopt
Rood tot onder de kop. Bij de kardinaaltetra loopt het rood over de hele onderzijde door; de neontetra heeft een witte buik. Foto: User:Lerdsuwa / Wikimedia Commons · CC BY-SA 3.0.

De kegelvlekbarbeel is volgens Seriously Fish zo vreedzaam dat hij zonder voorbehoud wordt aanbevolen aan wie net begint. Hij wordt tot 4,5 cm SL, leeft in de midden- en bovenlaag en vraagt minstens 60 × 30 cm bodemvlak, 21–28 °C en GH 1–12. Hij is makkelijk te voeren met klein voer. Kijk bij aankoop naar de hoge lichaamsvorm en de brede zwarte driehoek op de flank: daarmee onderscheid je hem van de verwante Trigonostigma espei. Controleer daarom ook de wetenschappelijke naam op het etiket.

Zebradanio en kempvis: klein, maar met heel andere eisen

De zebradanio is een actieve schoolvis die vooral lengte nodig heeft, de kempvis een warmteminnende solist die rust en een vrij wateroppervlak wil.

De zebradanio wordt hooguit 5 cm SL, maar omdat hij zo actief is, adviseert Seriously Fish al voor een kleine groep een bodemvlak van 90 × 30 cm. Houd er acht tot tien of meer bij elkaar, bij 18–25 °C. Hij is vreedzaam en sterk, maar zijn tempo telt mee bij de keuze van medebewoners. Extra hoogte maakt een korte bak niet langer. Heb je weinig ruimte, kijk dan bij de soorten voor kleine aquaria.

De kempvis houd je alleen: LICG noemt een bak van 40–60 cm lang voor één dier, met beschutting, rustige stroming en 24–30 °C. Twee mannetjes samen gaat niet, en ook een vast paar kan stress en agressie opleveren. Een kempvis hapt lucht aan het oppervlak, dus dat moet altijd bereikbaar zijn. Leg er een dekruit op: koudere lucht boven het water kan hem ziek maken. Zorg daarbij wel voor luchtverversing boven het wateroppervlak (LICG, z.d.).

Blauwrode mannelijke kempvis met lange vinnen onder een schuimnest aan het wateroppervlak
Leven aan het oppervlak. Een kempvismannetje bouwt een schuimnest en haalt lucht boven water; houd het oppervlak bereikbaar. Foto: ErgoSum88 / Wikimedia Commons · publiek domein.

Bodemvissen en voer: elke eter moet zijn deel krijgen

Elke vis moet voer krijgen op de plek waar hij eet, dus kies de vorm en zinksnelheid van het voer per waterlaag (RSPCA, z.d.). Oppervlakte-eters, middenzwemmers en bodemvissen vragen elk iets anders, en de hoeveelheid stem je af op het formaat en aantal vissen.

Een bodemvis zoals een pantsermeerval voer je zelf, met voer dat de bodem bereikt; restjes van de andere vissen zijn geen voerplan. Een scherpe bodem kan zijn mond en baarddraden beschadigen (LICG, z.d.). Kies eerst de exacte soort, want die bepaalt de verzorging. In de voergids lees je hoe je iedere laag bedient. Bewaar droogvoer niet op de lichtkap: daar wordt het te warm en gaan vitaminen verloren.

Inrichting en temperatuur: kijk naar wat je vissen doen

Meer planten en hout geven vissen meer te doen, maar kunnen ook meer gebijt opleveren, dus let op hoe je vissen eten, jagen en uitwijken. Manenti en collega's (2025) hielden guppen 55 dagen in vijftien proefbakken met geen, weinig of veel verrijking. In de sterk ingerichte bakken foerageerden de vissen meer op planten en hout, maar beten ze ook vaker; veel andere vormen van agressie verschilden niet. Tel dus niet alleen het aantal planten, maar kijk of ieder dier ruimte en voer bereikt. Hoe je soorten combineert zonder voerconcurrentie of agressie, lees je bij gezelschap en agressie.

Ook temperatuur vraagt een bewuste keuze. Warm water bevat minder opgeloste zuurstof dan koud water, en de afbraak van voerresten en ander organisch materiaal verbruikt extra zuurstof (USGS, 2026). Zet de verwarming dus niet op de bovengrens alleen omdat die nog net binnen het bereik van al je soorten valt.

Stappenplan: van kandidatenlijst naar gezonde vissen

Koop pas vissen als het filter is ingedraaid, en bouw de bezetting daarna geleidelijk op met wekelijkse metingen.

  1. Meet bak en water. Noteer lengte, breedte, temperatuur, pH en GH.
  2. Maak een kandidatenlijst. Streep met de tabel hierboven soorten weg die niet passen bij je lengte of hardheid, en reken met de volledige groep.
  3. Draai het aquarium in zonder vissen. Een nieuw biofilter moet zich ontwikkelen; tot die tijd kunnen ammoniak en nitriet schadelijk oplopen. Meet ammoniak, nitriet en nitraat herhaaldelijk (Petty et al., 2026). De stikstofkringloop legt uit wat er gebeurt.
  4. Kies gezonde vissen. Let op heldere ogen, intacte vinnen en een rustige ademhaling, en koop niet uit een bak waarin zieke dieren zwemmen (OATA, z.d.).
  5. Houd nieuwe vissen apart. Merck adviseert minstens 30 dagen quarantaine, met eigen netten en emmers. Quarantaine vangt niet alles: mycobacteriën en bepaalde virussen zijn lastig aan te tonen. Meer daarover in nieuwe vissen laten wennen.
  6. Bouw geleidelijk op. Voeg vissen in stappen toe zodat de filterbacteriën kunnen bijbenen, en test het water wekelijks (OATA, z.d.). Een groter watervolume houdt de waarden stabieler.
  7. Regel de vakantie. Zorg voor een verzorger, afgemeten porties en dagelijkse controle van vissen en apparatuur, ook als je een voerautomaat gebruikt (RSPCA, z.d.).

Begin je net, dan helpt aquariumvissen voor beginners je verder. Ligt de maat van je bak al vast, kijk dan bij vissen voor een aquarium van 60 liter.

Veelgemaakte fouten bij het kiezen van aquariumvissen

De meeste problemen ontstaan doordat vissen worden gekozen op winkelmaat en kleur in plaats van op volwassen formaat, groep en water.

  • Kiezen op het formaat in de winkel. Een zebradanio van 5 cm vraagt een bak van 90 cm lang.
  • Liters tellen in plaats van lengte. Een hoge bak met veel liters biedt een actieve schoolvis weinig zwemruimte.
  • Een halve school kopen. Kardinaaltetra's houd je met minstens tien, kegelvlekbarbelen en zebradanio's met acht tot tien of meer.
  • Levendbarenden zonder plan voor de jongen. Een guppy krijgt tien tot zeventig jongen per worp, een platy twintig tot veertig.
  • Kleine schoolvissen bij grote vissen. Een kardinaaltetra is voor grotere medebewoners voedsel.
  • Twee kempvismannetjes in één bak. Mannetjes horen niet samen; ook een vast paar kan stress en agressie opleveren.
  • Een bodemvis als opruimer. Een pantsermeerval leeft niet van restjes en heeft eigen voer nodig.
  • Alle vissen tegelijk in een nieuwe bak. Ammoniak en nitriet lopen dan op voordat het filter het bijhoudt.

Veelgestelde vragen over aquariumvissen

Welke aquariumvissen zijn het makkelijkst voor beginners?

De kegelvlekbarbeel is een van de makkelijkste keuzes: Seriously Fish beveelt hem zonder voorbehoud aan voor wie begint, omdat hij zeer vreedzaam is en makkelijk eet. Hij vraagt wel zacht water (GH 1–12), minstens 60 × 30 cm bodemvlak en een groep van acht tot tien of meer. Bij harder water liggen gup en platy meer voor de hand.

Hoeveel vissen kan ik in een aquarium van 60 liter houden?

Een vast aantal vissen per liter bestaat niet; het hangt af van het volwassen formaat, de groep en de lengte van je bak. Bij 60 cm lengte past bijvoorbeeld een school van minstens tien kardinaaltetra's of acht tot tien kegelvlekbarbelen, als je water zacht genoeg is. Een zebradanio past er niet in, want die vraagt 90 cm.

Welke vissen kunnen samen in een aquarium?

Vissen kunnen samen als ze dezelfde temperatuur en waterhardheid nodig hebben en elkaar niet opeten of verdrijven. Een warmteminnende kempvis (24–30 °C) past daardoor slecht bij een koeler gehouden zebradanio (18–25 °C). Zet kleine tetra's niet bij grote vissen en houd nooit twee kempvismannetjes samen. Controleer daarna of iedereen bij het voer komt.

Welke aquariumvissen passen bij hard water?

Guppen en platy's passen het best bij hard water: LICG adviseert voor de gup GH 9–20 en voor de platy GH 10–25, beide bij pH 7–8. Ook de zebradanio verdraagt met GH 5–20 vrij hard water, maar vraagt minstens 90 cm baklengte. Kardinaaltetra en kegelvlekbarbeel vallen bij hard water af.

Welke aquariumvissen passen bij zacht water?

Kardinaaltetra's en kegelvlekbarbelen zijn typische vissen voor zacht water. LICG adviseert voor de kardinaaltetra vrij zacht water tot circa 8 °dH en pH 6–7. Seriously Fish noemt voor de kegelvlekbarbeel GH 1–12 en pH 5–7,5. Beide houd je in een school: minstens tien kardinaaltetra's of acht tot tien en meer kegelvlekbarbelen.

Hoe groot moet een school aquariumvissen zijn?

Voor de meeste kleine scholenvissen in dit overzicht reken je op minstens acht tot tien dieren. LICG adviseert minstens tien kardinaaltetra's; Seriously Fish noemt voor kegelvlekbarbeel en zebradanio acht tot tien of meer. Reken de bakmaat altijd uit voor de volledige school, niet voor de paar vissen die je als eerste koopt.

Welke bodemvissen zijn geschikt voor een aquarium?

Een pantsermeerval is de bekendste bodemvis, maar kies eerst de exacte soort, want die bepaalt de verzorging. Geef hem een bodem zonder scherpe korrels, omdat die zijn mond en baarddraden kan beschadigen, en voer hem apart met zinkend voer. Restjes van andere vissen zijn voor een bodemvis geen voerplan (LICG, z.d.).

Hoe onderscheid ik een kardinaaltetra van een neontetra?

Kijk naar de buik: bij de kardinaaltetra lopen buik en achterlijf helemaal rood door, bij de neontetra is de buik wit. Beide hebben een felle blauwe lengtestreep, dus de onderkant is het snelste kenmerk. Controleer ook de wetenschappelijke naam op het etiket: de kardinaaltetra is Paracheirodon axelrodi. Houd hem in een groep van minstens tien.

Bronnen
  1. LICG. (z.d.). Het tropisch zoetwateraquarium. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.licg.nl/aquariumdieren/het-tropisch-zoetwateraquarium/
  2. LICG. (z.d.). Guppy. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.licg.nl/aquariumdieren/guppy/
  3. LICG. (z.d.). Platy. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.licg.nl/aquariumdieren/platy/
  4. LICG. (z.d.). Kardinaaltetra. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.licg.nl/aquariumdieren/kardinaaltetra/
  5. LICG. (z.d.). Betta. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.licg.nl/aquariumdieren/betta/
  6. LICG. (z.d.). Pantsermeervallen (vissengroep). Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.licg.nl/aquariumdieren/pantsermeervallen-vissengroep/
  7. LICG. (2022, mei). Barbelen, danio's en rasbora's [Huisdierenbijsluiter]. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.licg.nl/media/5207/barbelen_danios_rasboras_bijsluiter6_2tr.pdf
  8. Seriously Fish. (2026). Trigonostigma heteromorpha. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.seriouslyfish.com/species/trigonostigma-heteromorpha
  9. Seriously Fish. (2026). Danio rerio. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.seriouslyfish.com/species/danio-rerio
  10. National Parks Board. (2019, 21 augustus). Trigonostigma heteromorpha. Flora & Fauna Web. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.nparks.gov.sg/florafaunaweb/fauna/2/8/283
  11. Petty, B. D., Francis-Floyd, R., & Yanong, R. P. E. (2026, juni). Management of aquarium fish. Merck Veterinary Manual. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.merckvetmanual.com/exotic-and-laboratory-animals/aquarium-fish/management-of-aquarium-fish
  12. RSPCA. (z.d.). What to feed your fish. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.rspca.org.uk/adviceandwelfare/pets/fish/diet
  13. OATA. (z.d.). How to look after rasboras. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://ornamentalfish.org/what-we-do/advice-information/care-sheets/caresheets-tropical-freshwater-fish/how-to-look-after-rasboras/
  14. Vitens. (z.d.). Waterhardheid. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.vitens.nl/service/waterkwaliteit/waterhardheid
  15. USGS. (2026, 24 augustus). Dissolved oxygen and water. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.usgs.gov/water-science-school/science/dissolved-oxygen-and-water
  16. Manenti, I., Sicuro, B., Macchi, E., Ponzio, P., Crosetto, R., Cavallari, S., Tarantola, M., & Mugnai, C. (2025). Effect of different levels of environmental enrichment on the welfare of guppy (Poecilia reticulata). Frontiers in Fish Science. https://doi.org/10.3389/frish.2025.1581493
  17. NVWA. (z.d.). Unielijst invasieve exoten. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.nvwa.nl/onderwerpen/plant/invasieve-exoten/unielijst-invasieve-exoten
  18. Europese Commissie. (2025). Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1141, geconsolideerde versie van 7 augustus 2025. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:02016R1141-20250807

Wat betekent dit voor jouw bak?

Alquarium leest dit artikel mee en denkt met je mee over jouw aquarium. Gratis, geen account nodig.

Je hebt het stuk uit. Wat wil je weten over jouw eigen bak?

  • Of begin hiermee:

Verder lezen

Alles over vissen