Naar de inhoud
ALQUARIUM Vraag het Alquarium
Mannetje Pseudomugil furcatus van opzij, met een helder blauw oog, een gevorkte staart en gele randen aan de verlengde vinnen.
Mannetje van de vorkstaart-blauwoog (Pseudomugil furcatus) in een aquarium. De blauwe oogrand, gevorkte staart en gele vinranden zijn zichtbaar. Foto: © Dirk Godlinski, 2008, via Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0. Origineel onbewerkt overgenomen; deze foto toont geen volledige voorbeeldinrichting. Dirk Godlinski, CC BY-SA 3.0

Vissen

Pseudomugil furcatus: verzorging, voeding en kweek van de vorkstaart-blauwoog

Pseudomugil furcatus is een kleine, vreedzame blauwoog die pas echt tot leven komt in een groep van acht tot tien dieren. De vis vraagt een biologisch rijpe, dicht beplante bak met helder en zuurstofrijk water, plus klein voer dat hij uit de waterkolom opneemt. Wie een bodemoppervlak van 60×30 centimeter kan bieden en klein, passend voer gecontroleerd aanbiedt, krijgt een levendige school waarin mannetjes zichtbaar om de aandacht van de vrouwtjes pronken.

13 min lezen

Soortgids

Vispaspoort: Pseudomugil furcatus

De kerncijfers en aandachtspunten uit deze soortgids, compact bij elkaar.

Uit deze gidsKleinst te overwegen bodemoppervlak
60 × 30 cm

Houderijrichtlijn van Seriously Fish; de bron noemt daarbij ongeveer 54 liter. Dit is een advies, geen experimenteel vastgesteld minimum.

Uit deze gidsMinimale groepsgrootte volgens Seriously Fish
8–10

Advies voor een rustiger school en natuurlijker gedrag; of een kleinere groep agressie of nerveus gedrag veroorzaakt, is hier niet soortspecifiek gemeten.

Uit deze gidsAquariumtemperatuur volgens Seriously Fish
24–28 °C

FishBase geeft 24–26 °C. Dit zijn verzorgingsadviezen, geen gemeten sterfte- of tolerantiegrenzen.

Uit deze gidsIncubatietijd van de eieren
± 21 dagen

Temperatuurafhankelijke kweekopgave van Seriously Fish; geen zelf gelezen laboratoriummeting.

Voor je aanschaft

  • Houd Pseudomugil furcatus in een groep van minstens 8–10 dieren; dan wordt de school rustiger en tonen mannetjes hun natuurlijke competitiegedrag.
  • Bied een dicht beplante, biologisch rijpe bak van minimaal 60×30 cm bodemoppervlak met helder, zuurstofrijk water en enige stroming.
  • Voer klein zwevend voer; levend voer zoals Daphnia, Moina of Artemia-naupliën is een brongebonden advies en geen bewezen voorwaarde. Controleer dat elke vis werkelijk eet.
  • Wildvang is volgens Seriously Fish niet in de handel; de hobbydieren zouden commercieel nagekweekt zijn, maar de actuele herkomst van aangeboden dieren is niet onafhankelijk vastgesteld.
  • Verwar de soort niet met Pseudomugil connieae; de mannetjes verschillen onder meer in kleur van de rug- en aarsvin.

Bronnen en eventuele onzekerheden staan onder dit artikel.

Wat betekent dit voor jouw bak?

Alquarium leest dit artikel mee en denkt met je mee over jouw aquarium. Gratis, geen account nodig.

Past Pseudomugil furcatus bij mijn aquarium?

Identiteit en herkenning: een blauwoog met een diep gevorkte staart

Pseudomugil furcatus is de geldige wetenschappelijke naam. Eschmeyer's Catalog of Fishes bevestigt de status "Valid as Pseudomugil furcatus Nichols 1955" Fricke et al., 2026. De soort is in haar oorspronkelijke geslacht beschreven; daarom staat de auteursnaam zonder haakjes. In oudere aquariumliteratuur kom je nog Popondetta furcata en Popondichthys furcatus tegen, maar dat zijn eerdere combinaties en geen geldige namen meer Aquarist Atlas, z.d..

Het typemateriaal komt uit Peria Creek, een zijrivier van de Kwagira River in oostelijk Papua New Guinea. Het holotype heeft nummer AMNH 20223; daarnaast zijn er vier paratypes onder AMNH 20148 en één exemplaar dat naar Port Moresby is gestuurd Fricke et al., 2026. De dieren zijn op 24 augustus 1953 verzameld door Hobart M. Van Deusen tijdens de vierde Archbold-expeditie ANGFA, z.d..

De Nederlandse naam is minder vast; meestal wordt de Engelse naam Forktail blue-eye of vorkstaart-blauwoog gebruikt. De naam verwijst naar de diep gevorkte staartvin. Mannetjes zijn helderder en kleurrijker dan vrouwtjes; bij het volwassen worden worden de ongepaarde vinnen duidelijk verlengd Seriously Fish, z.d.. ANGFA noemt bij mannetjes ook de langere en meer uitgerekte rugvin. Bij vrouwtjes zijn de staartvinlobben gelig, de borst- en buikvinnen doorzichtig en de buitenrand van de tweede rugvin gelig; de schubben hebben een lichte donkere rand ANGFA, z.d..

De maximale lengte wordt opgegeven als 5,0 cm standaardlengte (SL, dus zonder staartvin) voor mannetjes en 4,0 cm SL voor vrouwtjes FishBase, z.d.. Seriously Fish houdt 60 mm SL aan Seriously Fish, z.d.. Dat zijn maten uit naslagwerken, geen eigen meting.

Let bij aankoop ook op het verschil met Pseudomugil connieae. De twee soorten zijn op kleur van elkaar te onderscheiden; ANGFA meldt daarnaast duidelijke verschillen in de aantallen vinstralen van de tweede rugvin en aarsvin, maar de exacte modale aantallen zijn in de gelezen passage niet als getallen vermeld ANGFA, z.d.. Bij volwassen mannetjes van P. furcatus zijn de rug- en aarsvin vooral doorzichtig tot licht rokerig, met een relatief smalle gele buitenrand ANGFA, z.d.. Een handelsnaam of een felle kleur alleen is dus geen sluitende determinatie.

Herkomst en broncontext

Herkomst, leefgebied en ecologische rol

Pseudomugil furcatus is endemisch voor een relatief klein gebied in oostelijk Papua New Guinea. Seriously Fish noemt de Northern- en Milne Bay-provincies en de Musa- en Kwagila-bekkens, die afwateren naar Dyke Ackland Bay en Collingwood Bay; de soort komt vermoedelijk ook voor in de tussenliggende afwateringen Seriously Fish, z.d.. Eschmeyer's Catalog geeft als verspreiding Sufia Valley Fricke et al., 2026, FishBase noemt de laaglanden tussen beide baaien FishBase, z.d..

De vis leeft in laaggelegen, dicht begroeide bosstroompjes met helder water. Seriously Fish omschrijft de stroming als langzaam tot matig Seriously Fish, z.d., terwijl ANGFA de stroompjes juist relatief snelstromend noemt ANGFA, z.d.. FishBase spreekt van regenwoudstroompjes met dichte vegetatie FishBase, z.d.. De bronnen zijn het dus niet helemaal eens over de stroomsnelheid; voor de houderij is vooral van belang dat het om helder, zuurstofrijk water gaat met veel begroeiing.

Ecologisch is de soort vooral een eter van klein zwevend voedsel: in de natuur eet hij hoofdzakelijk zwevend of gesuspendeerd zoöplankton, fytoplankton en kleine ongewervelden Seriously Fish, z.d.. Een zelf gelezen maaginhoudstudie met seizoen en methode ontbreekt; het wilde dieet is via naslagprofielen bekend.

Grootte en ruimte: bodemoppervlak zegt meer dan liters

Voor een school van deze kleine vis noemt Seriously Fish een bodemoppervlak van 60×30 cm als het kleinste formaat om te overwegen, met een door de bron daarbij genoemd volume van ongeveer 54 liter Seriously Fish, z.d.. Het volume is een opgave van de bron, geen zelf berekende omrekening. Belangrijker dan een exact litertal is dat de bak lang genoeg is voor een actieve school. Aquarist Atlas beschrijft de vis als vooral in de bovenste waterkolom zwemmend Aquarist Atlas, z.d., terwijl FishBase het label benthopelagisch gebruikt FishBase, z.d.. Dat zijn zwemlaag- en habitataanduidingen; ze bewijzen geen afwezigheid van territoriumgedrag. Zorg daarom vooral voor lengte en voldoende structuur.

De bak kan het best dicht beplant zijn. Drijfplanten en kienhoutwortels of -takken breken het licht en geven een rustiger beeld; de vis waardeert dat volgens dezelfde houderijbron Seriously Fish, z.d.. Het water moet goed zuurstofrijk zijn en enige stroming hebben; het verband tussen zuurstof en temperatuur lees je in Zuurstof en temperatuur: het stille verband. Seriously Fish waarschuwt expliciet: plaats deze vis niet in een biologisch onrijp aquarium, omdat hij gevoelig kan zijn voor schommelingen in de waterchemie Seriously Fish, z.d.. Dat sluit aan bij het principe dat een nieuw filter eerst moet laten zien dat het ammoniak en nitriet aankan; lees daarvoor De stikstofkringloop: waar het afval blijft.

Wie jonge vis bij de volwassenen wil laten opgroeien, kan fijnbladig mos zoals Taxiphyllum toevoegen Seriously Fish, z.d.. In de handel wordt dat vaak javamos genoemd; let bij aankoop op de juiste plantnaam Javamos: niet de plant die op het etiket staat. Reken voor de bezetting met het aantal volwassen vissen en hun gedrag, niet alleen met de verkoopmaat; zie Bezetting: hoeveel vissen passen er echt in.

Water: warm, helder en zonder onnodige schommelingen

De praktische richtlijn van Seriously Fish voor het aquarium is 24–28 °C, pH 7,0–8,0 en een hardheid van 15–30 dGH; buiten 24–28 °C presteren de vissen volgens deze bron in aquaria vaak minder goed Seriously Fish, z.d.. FishBase geeft een afwijkend overzicht: pH 6,0–8,0, dH 5–12 en 24–26 °C FishBase, z.d.. Deze bronnen moet je naast elkaar lezen en niet tot één zelfbedachte band smelten. De 15–30 dGH van Seriously Fish is een houderijband, geen gemeten natuurlijke hardheid; de gerapporteerde veldmeting luidt 90–180 ppm. Omdat de chemische referentiebasis van die doorgegeven ppm-opgave niet is vastgesteld, blijven de veldopgave en het houderijadvies afzonderlijke bronwaarden; leid daaruit geen nieuwe doelband of dosering af.

Grootheid Natuurlijke meting (1981) Seriously Fish aquariumadvies FishBase-overzicht
Temperatuur 24–28,5 °C 24–28 °C 24–26 °C
pH 7,0–8,0 7,0–8,0 6,0–8,0
Hardheid 90–180 ppm 15–30 dGH 5–12 dH

De kolommen zijn afzonderlijke bronopgaven: de veldmeting uit Seriously Fish, z.d. en ANGFA, z.d., het aquariumadvies uit Seriously Fish, z.d. en het overzicht uit FishBase, z.d..

Voor de houder betekent dit: meet je eigen pH, GH en KH afzonderlijk en kies liever dieren die bij je beschikbare water passen dan dat je met middelen gaat bijsturen. Vraag bij aangeboden dieren na in welke omstandigheden ze zijn gehouden en bespreek of jouw water daarbij aansluit voordat je gaat aanpassen. Wat GH, KH en pH van elkaar scheidt, lees je in pH, KH en GH: hardheid, buffer en zuurgraad. Warmte is hier belangrijk, maar een eindpunt van een verzorgingsadvies is geen gemeten sterfte- of tolerantiegrens. Houd de temperatuur rustig binnen een passend bereik en vermijd snelle wisselingen; breng vers water bij het verversen eerst op temperatuur en vergelijk de samenstelling met de bak, zoals uitgelegd in Water verversen: wat het doet en wat het niet doet.

Sociaal gedrag en samenhouden: een schoolvis, geen eenling

Pseudomugil furcatus is een scholenvormer. Seriously Fish adviseert een groep van ten minste 8–10 exemplaren Seriously Fish, z.d.. In zo'n groep is de vis minder nerveus, geeft de school een natuurlijker beeld en laten mannetjes hun beste kleuren zien terwijl ze onderling om de aandacht van vrouwtjes concurreren Seriously Fish, z.d.. Beoordeel bij een kleinere groep of er stress of weggejaagd gedrag ontstaat; de algemene observatiepunten staan in Passen ze bij elkaar: vier manieren waarop het misgaat.

De soort is vreedzaam en volgens Seriously Fish geschikt voor zorgvuldig samengestelde gezelschapsaquaria met vissen van vergelijkbare grootte, aard en eisen; de bron noemt veel karperachtigen, grondels, eleotriden en kleinere regenboogvissen als passend Seriously Fish, z.d.. De eleotride Tateurndina ocellicauda, waarmee de soort in de natuur voorkomt, wordt door Seriously Fish in het bijzonder geschikt genoemd Seriously Fish, z.d.. Dat is een houderijadvies van één bron; waterbehoeften, volwassen maat, gedrag en voederconcurrentie moeten per kandidaat kloppen.

Vergelijk de voorwaarden, niet alleen de namen. Op een smal scherm kun je de tabel horizontaal verschuiven.

Wat je toetst Bij Pseudomugil furcatus Bij elke kandidaat controleren
Temperatuur 24–28 °C (Seriously Fish) Ligt de kandidaat binnen hetzelfde werkbare bereik?
Volwassen maat tot 5,0 cm SL (mannetje) Is de kandidaat geen roofrisico en niet zo groot dat hij de school verdringt?
Gedrag en ruimtegebruik vreedzame schoolvis; zwemlaaglabels verschillen per bron Claimt de kandidaat dezelfde zwemzone of een territorium dat met de school overlapt?
Voedselopname klein zwevend voer Is de kandidaat geen snelle eter die al het voer wegkaapt?

Dit is een checklist, geen ingevulde lijst van gegarandeerd geschikte vissen. Gebruik daarbij de principes uit Passen ze bij elkaar en Bezetting.

Voeding: klein, zwevend en bij voorkeur levend

In de natuur eet Pseudomugil furcatus hoofdzakelijk zwevend of gesuspendeerd zoöplankton, fytoplankton en kleine ongewervelden Seriously Fish, z.d.. Daarom moet het aquariumvoer van passend kleine afmeting zijn. Seriously Fish adviseert dat idealiter een groot deel van het dieet uit levend voer bestaat, zoals Daphnia, Moina, Artemia-naupliën en microworm; klein of gekneusd drijvend droogvoer wordt ook geaccepteerd Seriously Fish, z.d..

"Geaccepteerd" betekent niet dat droogvoer alleen per definitie ontoereikend is. Het praktische werk is: bied kleine porties aan en controleer dat elke vis werkelijk opeet, zonder dat er resten blijven liggen. De principes daarvoor staan in Aquariumvissen voeren: passende porties voor iedere eter. Omdat de vis een kleine bek heeft, is de deeltjesgrootte belangrijker dan de merknaam. Ongegeten resten belasten bovendien het water; ook dat is een reden om porties op de werkelijke opname af te stemmen.

Voortplanting en kweek: eieren strooien zonder broedzorg

Pseudomugil furcatus is een eiersproeier zonder broedzorg die eigen eieren en jongen eet wanneer de kans zich voordoet Seriously Fish, z.d.. Een mannetje kan op één dag met meerdere vrouwtjes paren en het paaien zet zich in warmere perioden gedurende de daglichturen voort Seriously Fish, z.d.. Het paaien is waarschijnlijker bij temperaturen richting de bovenkant van het door Seriously Fish geadviseerde bereik Seriously Fish, z.d..

Voor de kweek zijn er twee routes. In de ene werk je met apart paaimateriaal, zoals mos of een nylonmoppen, en breng je de eieren dagelijks gecontroleerd naar een eigen opgroeibak. In de andere houd je een dicht beplante koloniebak waarin een deel van de jongen tussen de volwassen dieren kan overleven. De eieren hebben volgens Seriously Fish een incubatietijd van ongeveer 21 dagen, afhankelijk van de temperatuur. Regel in beide gevallen passend klein startvoer, een filter dat jonge vis niet aanzuigt en schoon water; oud water kan in de opkweek tot hoge sterfte leiden en voerresten mogen niet ophopen Seriously Fish, z.d.. Dit is doorgegeven houderijervaring, geen hier zelf gelezen experiment.

Een bijzonder punt: volgens Seriously Fish lijken alle aquariumdieren van één verzameling uit 1981 af te stammen Seriously Fish, z.d.. ANGFA vermeldt dat Gerald Allen en Barry Crockford in 1981 levende exemplaren hebben verzameld en naar Australië gebracht, waarna ze zijn nagekweekt ANGFA, z.d.. Seriously Fish koppelt daaraan inteeltproblemen zoals verminderde vruchtbaarheid, kortere levensduur en een hoog percentage misvormde jongen Seriously Fish, z.d.. Dat verband is niet met een onafhankelijke genetische studie geverifieerd; houd het daarom als een gerapporteerde zorg in je achterhoofd, niet als een bewezen wereldwijde eigenschap van elke nakweeklijn.

Handel, bescherming en valkuilen

Seriously Fish meldt dat wilde exemplaren niet in de aquariumhandel beschikbaar zijn en dat de in de hobby gehouden dieren commercieel nagekweekt zouden zijn, vermoedelijk uit één verzameling in 1981 Seriously Fish, z.d.. FishBase registreert de aquariumhandel alleen als "commercial" FishBase, z.d.. Dat is een door deze naslagbronnen gerapporteerde handelsbeschrijving; de actuele herkomst van een aangeboden dier is hiermee niet onafhankelijk vastgesteld en "commercial" bewijst geen kweekherkomst.

De IUCN Rode Lijst beoordeelde de soort in 2020 als Data Deficient (DD): er is te weinig informatie over populatie, verspreiding en trends om het uitstervingsrisico te beoordelen. FishBase noemt als beoordelingsdatum 3 juni 2020 FishBase, z.d.; ook Aquarist Atlas beschrijft de DD-status Aquarist Atlas, z.d.. FishBase vermeldt CITES en CMS als "Not Evaluated" FishBase, z.d.. Voor de houder betekent dit: de soort is niet als bedreigd of niet-bedreigd ingedeeld. Volgens Seriously Fish zouden de beschikbare handelsdieren commercieel nagekweekt zijn, maar de actuele herkomst van een aangeboden dier is niet onafhankelijk vastgesteld.

De grootste praktische valkuilen liggen dan ook thuis: een te kleine groep, een biologisch onrijpe bak, te grof voer dat niet wordt opgenomen, en het verwisselen van deze soort met een gelijkende blauwoog. Wie die punten controleert, heeft de belangrijkste keuzevragen voor deze vis beantwoord.

Wat niet is vastgesteld in de geraadpleegde bronnen: de oorspronkelijke beschrijving van Nichols (1955) is niet zelf leesbaar gebleken, evenmin als een eigen voedselecologische of voortplantingsstudie met methode, aantallen en seizoen. Lokale namen of plaatselijk gebruik zijn in de geraadpleegde bronnen niet aangetroffen; dat laten we dus leeg in plaats van in te vullen.

Veelgestelde vragen

Hoeveel Pseudomugil furcatus moet ik minimaal houden?

Seriously Fish adviseert een groep van ten minste 8–10 exemplaren. In zo'n groep wordt de school rustiger en laten mannetjes hun natuurlijke competitiegedrag zien Seriously Fish, z.d..

Welk voer is geschikt voor deze kleine vis?

Klein zwevend voer. Idealiter bestaat een groot deel uit levend voer zoals Daphnia, Moina, Artemia-naupliën en microworm; klein of gekneusd drijvend droogvoer wordt ook geaccepteerd Seriously Fish, z.d.. Levend voer is een brongebonden advies en geen bewezen voorwaarde; controleer dat elke vis werkelijk opeet.

Hoe herken ik het verschil met Pseudomugil connieae?

De soorten zijn vooral op kleur en vinpatroon te onderscheiden. Bij volwassen mannetjes van P. furcatus zijn rug- en aarsvin vooral doorzichtig tot licht rokerig met een relatief smalle gele buitenrand ANGFA, z.d.. Eén kleur of een handelsnaam is geen sluitende determinatie; vergelijk bij twijfel levende volwassen mannetjes en vraag de soortnaam na, in plaats van af te gaan op een enkele foto of onbekend geslacht.

Kan deze vis in een pas ingericht aquarium?

Nee, volgens Seriously Fish hoort hij niet in een biologisch onrijp aquarium, omdat hij gevoelig kan zijn voor schommelingen in de waterchemie Seriously Fish, z.d.. Laat de bak eerst aantoonbaar ammoniak en nitriet verwerken; zie De stikstofkringloop: waar het afval blijft.

Wat nog onzeker is

  • De oorspronkelijke beschrijving van Nichols (1955) is niet zelf gelezen; de taxonomische gegevens komen uit Eschmeyer's Catalog en naslagwerken.
  • Er is geen zelf gelezen voedselecologische studie met methode en seizoen; het wilde dieet is alleen via naslagprofielen bekend.
  • Er is geen zelf gelezen gedrags- of voortplantingsstudie met aantallen en omstandigheden; kweekgegevens komen uit Seriously Fish.
  • Er is geen officiële handelsstatistiek over wildvang versus nakweek gelezen; het aandeel nakweek is niet in percentages vastgesteld.

Deze soortgids is met AI samengesteld op basis van de vermelde bronnen. Bronnenonderzoek: 2026-09-11. Het artikel beschrijft algemene kennis; de omstandigheden in jouw aquarium kunnen verschillen.

Bronnen
  1. Aquarist Atlas. (z.d.). Pseudomugil furcatus (Forktail Blue-eye) Care, Habitat & Breeding | Aquarist Atlas. Geraadpleegd op 11 september 2026, van https://www.aquaristatlas.com/rainbowfish/pseudomugil-furcatus/
  2. FishBase. (z.d.). Pseudomugil furcatus summary page. Geraadpleegd op 11 september 2026, van https://fishbase.se/summary/Pseudomugil-furcatus.html
  3. Fricke, R., Eschmeyer, W. N., & Van der Laan, R. (Eds.). (2026). Eschmeyer’s catalog of fishes: Genera, species, references. Geraadpleegd op 11 september 2026, van https://researcharchive.calacademy.org/research/ichthyology/catalog/fishcatget.asp?spid=14185
  4. rainbowfish.angfa.org.au. (z.d.). Pseudomugil furcatus — Home of the Rainbowfish. Geraadpleegd op 11 september 2026, van https://rainbowfish.angfa.org.au/blue_eye_species/pseudomugil_furcatus.html
  5. Seriously Fish. (z.d.). Pseudomugil furcatus (Forktail Blue-eye). Geraadpleegd op 11 september 2026, van https://www.seriouslyfish.com/species/pseudomugil-furcatus/

Wat betekent dit voor jouw bak?

Alquarium leest dit artikel mee en denkt met je mee over jouw aquarium. Gratis, geen account nodig.

Je hebt het stuk uit. Wat wil je weten over jouw eigen bak?

Verder lezen

Alles over vissen
Guppy's boven bodembewonende vissen in een aquarium met grind en beplanting. Vissen Guppengezelschap: de bekendste combinatie is de slechtste De bekendste combinatievraag bij een gup gaat over de kempvis, en dat is meteen de slechtste combinatie. Niet omdat het water knelt — op de opgaven van Seriously Fish overlappen die twee juist ruim — maar omdat een kempvismannetje een lange, slepende staart aanziet voor een rivaal, en omdat hij erg kleine vissen opeet. De vinvorm beslist dus of het tussen de volwassen dieren misgaat; over de jongen beslist hij niet. En voor wie een eigen kweeklijn wil houden, doet de combinatie zonder één beet de meeste schade: endlers erbij, en beide lijnen lossen in elkaar op. Hoeveel generaties dat kost, staat in geen enkele bron; het tempo pér generatie staat wel uitgerekend bij de endlers.