Ziektes
Neonziekte: het wit zit in de spier, niet op de huid
Wat je op de flank van een neon ziet ligt niet op de vis maar eronder: spierweefsel dat door een gave huid heen schemert, kapotgemaakt door sporen die zich in de spiervezels hebben vermenigvuldigd. Er bestaat geen behandeling. En juist daarom is de diagnose zo belangrijk, want het alternatief is wél te behandelen.
In het kort
- Het letsel zit in de skeletspier. Hart- en gladde spier blijven aantoonbaar onaangetast.
- Er is geen behandeling. De parasiet zit binnen in een spiercel; niets wat je in het water doet komt daarbij.
- De belangrijkste vergissing is columnaris. Die zit óp de huid, gaat in een dag of twee, en reageert wel op behandeling.
- Overdracht loopt via het opeten van sporen. Een zieke vis die in de bak sterft en wordt aangevreten is de zwaarste besmettingsbron die er is.
- Het beloop is weken. Iets dat in achtenveertig uur gaat, is dit niet.
Waarom de diagnose ertoe doet als er niets te behandelen valt
Er valt niets te genezen. De handboeken noemen deze groep parasieten bij vis onbehandelbaar en adviseren ruimen en ontsmetten. Dat klinkt hard, en juist daarom is dit het hoofdstuk waarin de diagnose het meeste waard is: verreweg de meeste gevallen die in de hobby "neonziekte" heten zijn iets anders, en dat andere is vaak wél te behandelen.
Wie een neon met een bleke plek zonder meer afschrijft, gooit met enige regelmaat een vis weg die aan columnaris leed en met een antibacteriële behandeling was blijven leven.
De enige waarde van de diagnose is dus uitsluiten. Loop in deze volgorde: meet ammoniak en nitriet; doe het licht aan en wacht een kwartier; kijk of het wit óp of ónder de huid zit; kijk of alleen de gevoelige soorten meedoen; kijk of het beloop dagen of uren is.
Óp de huid of eronder
Bij neonziekte is de huid boven de plek glad, gaaf en glanzend. Er zit niets op. Het wit dat je ziet is de spier eronder: in de gedocumenteerde gevallen witgrijze, licht verheven gebieden met daaronder witte, zachte, opgezwollen spier.
Columnaris is het tegenovergestelde: een vezelige, wattige of zadelvormige aanslag óp het huidoppervlak, vaak met aangevreten mond- of vinranden, en het gaat in vierentwintig tot achtenveertig uur.
Onder de microscoop is het definitief. Een nat preparaat van de laesierand toont bij columnaris lange dunne staafjes in hooibergjes; bij neonziekte ovale sporen van ongeveer zeven bij vier micrometer met een duidelijke blaas aan de achterkant.
De goedkoopste controle die er is
Doe het licht aan en wacht een kwartier.
Neons dempen 's nachts en bij schrik hun blauw over het héle lichaam, en dat is binnen minuten omkeerbaar. Neonziekte geeft een plék die blijft staan en over dagen groeit. Deze controle wordt bijna altijd overgeslagen en scheelt veel onnodige paniek.
Wat er in de vis gebeurt
De vis eet sporen op, meestal uit een kadaver of een aangevreten zieke soortgenoot. In de maagdarmwand schiet uit de spore een opgerolde buis naar buiten die de inhoud rechtstreeks in een gastheercel spuit. Vanaf dat moment zit de parasiet binnen een cel.
Daar deelt hij zich, en in die fase is er nauwelijks ontsteking. De vis is dus al ver heen voordat zijn eigen afweer merkbaar aanslaat, en dat verklaart waarom een uiterlijk gezonde vis al zwaar besmet kan zijn. Pas als de spiervezels bezwijken komen de sporen vrij en ontstaat de chronische ontsteking.
Twee metingen uit het onderzoek dat dit uitzocht, zeggen hoe grondig dat gaat: in de aangetaste vezels zaten twee tot ruim dertig organismen per vezel, en vijftig tot tachtig procent van die vezels was volledig verweekt. Hart- en gladde spier bleven bij geen enkele onderzochte vis aangetast.
Waarom geen enkel middel kan werken
Dit is geen kwestie van de juiste stof nog niet gevonden hebben. Het is een bereikbaarheidsprobleem. Alles zit ofwel binnen een spiercel, ofwel al verpakt in een sporewand.
Hoe stevig die wand is, blijkt uit ontsmettingsonderzoek bij verwante vismicrosporidiën: vijfentwintig tot vijftig deeltjes per miljoen ongebufferd chloor gedurende tien minuten doodt de sporen niet, bij honderd wordt ongeveer tachtig procent geneutraliseerd, en volledige neutralisatie komt pas bij tweehonderd, of bij honderd gebufferd op pH 7.
Eén eerlijkheid daarbij, en die hoort erbij te staan: die cijfers zijn niet aan déze parasiet gemeten maar aan twee verwante soorten. Ze zijn richtinggevend, want ze laten zien dat de gangbare ontsmettingsconcentraties bij deze groep tekortschieten. Ze zijn geen bewijs over deze soort.
De enige handeling die aantoonbaar iets uitmaakt
Haal een zieke vis eruit, en laat hem in geen geval in de bak sterven.
De besmettingsweg is het opeten van sporen. Een kadaver of een aangevreten zieke soortgenoot is de sterkste sporenbron die het aquarium kent. Elke dag dat een stervende vis in het gezelschap ligt, is een dag waarop de rest wordt ingeënt.
Bij dit ziektebeeld is er geen kuur om te vroeg af te breken. Het equivalent daarvan, het moment waarop nalatigheid het meeste kost, ligt aan het eind: de dag dat je wegkijkt van een stervende vis.
Let op: garnalen en slakken
In de gebruikelijke zin is er geen risico, want er wordt niet behandeld en er komt dus geen middel in het water. Maar de aanpak die er wél is, saneren en ontsmetten, doet hetzelfde als een ongewervelden-toxisch middel: de chloorconcentraties hierboven doden alles wat leeft.
Wie gaat ontsmetten, haalt zijn garnalen en slakken er dus eerst uit. Dat het geen medicijn is, maakt voor hen geen verschil.
Niet alleen neons
De hobbynaam is misleidend. Het gastheerbereik omvat ongeveer twintig zoetwatervissoorten in vier ordes, en de handboeken noemen naast tetra's uitdrukkelijk ook maanvissen, kegelvlekbarbelen en barbelen als gastheer.
Praktisch het belangrijkste: het isolaat uit neons en dat uit zebravissen verschillen minder dan één procent. Het is dezelfde parasiet, en de onderzoekers bevelen daarom uitdrukkelijk aan zebravissen niet te mengen met andere aquariumvissen, tetra's in het bijzonder.
Dat het alleen de gevoelige soorten treft, is trouwens zelf een bruikbaar signaal. Een probleem dat álle vissen tegelijk raakt is water of vergiftiging, geen neonziekte.
Wat de aankoop betreft
Kijk vissen goed na voor je ze koopt, en koop niets uit een bak waar één dier bleek, krom of onrustig is. Een quarantaineperiode van enkele weken past bij de gevonden incubatietijd van twintig tot dertig dagen.
En vul de school niet aan terwijl het loopt. Verse, ongeblootgestelde dieren in een bak met sporen is de standaardfout.
Eén ding tot slot dat vaak beweerd wordt en niet onderbouwd is: dat kardinaaltetra's ongevoelig zouden zijn. Daar is geen experimenteel bewijs voor gevonden, en de kardinaaltetra staat wél in de literatuur als gastheer van een ánder microsporidium. Behandel het als onbewezen.

