Vissen
Zieke gup: eerst het water, dan de herkomst, dan een ziekte
Als er guppen doodgaan is de eerste reflex een ziektebeeld zoeken, en dat is meestal pas de laatste stap. Meet eerst het water. Tel dan hoeveel mannen er op hoeveel vrouwen zwemmen, want een scheve verhouding zet vrouwtjes onder blijvende druk zonder dat er een verwekker aan te pas komt. Kijk daarna waar de dieren vandaan komen en hoe lang de groep er al is. En pas dan naar een ziekte. Behandelen zonder te weten wat je bestrijdt kost geld en tijd, en het dier is intussen nog steeds ziek.
In het kort
- Meet eerst. Ammonium en nitriet horen bij een gezond draaiend aquarium niet meetbaar te zijn; staat er wel iets, dan is dat je eerste dader en los je dat op voordat je een middel pakt.
- De tweede vraag is geen ziekte maar de verhouding in de groep: een man op twee tot vijf vrouwen. Mannen blijven vrouwtjes opjagen; dat levert geen kadaver op, wel dieren die wegkruipen, minder eten en zieker ogen dan ze zijn.
- Het tempo scheidt de oorzaken: een hele groep die in een nacht verdwijnt wijst een andere kant op dan een dier per week.
- Vuistregel, niet gemeten: sterfte in de eerste weken wijst naar de herkomst, sterfte na ruim een jaar naar de leeftijd.
- De hobbybijnaam guppykiller slaat op de ciliaat Tetrahymena, die bij deze soort meestal niets laat zien; wat je er wel van ziet lijkt op een bacteriele huid- en kieuwontsteking (columnaris).
Wat je nu doet, voordat je verder leest
Bij zieke guppen loont een vaste volgorde, en die begint niet bij een ziektebeeld. Meet ammonium en nitriet. Ververs daarna een flink deel van het water, op temperatuur. En zet er geen middel bij zolang je niet weet wat je bestrijdt. [praktijkregel]
Tel er meteen bij hoeveel mannen en hoeveel vrouwen er zwemmen. Vallen er vooral vrouwtjes weg terwijl de mannen achter ze aan blijven zwemmen, dan zoek je geen verwekker maar opjagen bij guppen. Dat is de tweede stap, en hij wordt bijna altijd overgeslagen.
Daarna pas de rest. Hieronder staat een tabel om te zien waar jouw beeld thuishoort, en daarna de stappen om het uit te sluiten. Behandelen zonder te weten wat je bestrijdt kost geld en tijd, en het dier is intussen nog steeds ziek.
Elk beeld heeft een eerste verdachte
Je komt hier waarschijnlijk met een beeld in je hoofd. Zoek het hier op, en loop daarna alsnog de volgorde hierboven af. "Verderop" betekent verderop in dit stuk.
| Wat je ziet | Eerste verdachte | Waar het verder staat |
|---|---|---|
| Hangt stil aan het oppervlak, hapt, kieuwen gaan snel | temperatuur en beweging aan de waterlijn | verderop |
| Ligt op de bodem en eet niet | het water; bij een oppervlaktevis een laat teken | verderop |
| Vrouwtjes kruipen weg en komen niet aan het voer, mannen zwemmen erachteraan | te veel mannen op te weinig vrouwen | verderop |
| Schuurt langs planten en inrichting | eerst het water, dan een huid- of kieuwparasiet | verderop |
| Korrels zo groot als zoutkristallen op vinnen en flank | meegekomen met nieuwe vis | witte stip |
| Fijne goudkleurige, stoffige waas over het hele lijf | een andere parasiet dan die korrels | verderop |
| Rafelige vinnen die vanaf de rand korter worden | een bijter, of het water | vinrot |
| Witte of grijzige pluk op een wond | de beschadiging eronder | verderop |
| Bolle buik | bij een vrouwtje meestal drachtigheid; kijk naar de schubben | verderop |
| Rode draadjes uit de anus | een worm die is meegekomen | Camallanus |
| Vermagert, holle buik, spuugt voer uit | darmworm, herkomst, leeftijd, vissen-tbc | verderop |
| Rug met een knik of een bult, van opzij gezien | vijf mogelijke ingangen | verderop |
| Zwemt scheef of hangt kopstaand | wat en hoeveel er in de bak gaat | verderop |
| Wordt donker of zwart | eerst de vraag: is het een vrouwtje? | verderop |
| Vinnen dichtgeklapt tegen het lijf | een houding, geen diagnose | verderop |
Deze beelden zien er bij een gup niet anders uit dan bij welke vis dan ook, en de meeste hebben op deze site een eigen stuk. Hieronder staat alleen wat er bij deze soort anders aan is.
Een testset versnelt het, maar zonder kan het ook
Met een testset. Er zijn drie uitkomsten, en ze wijzen elk een andere kant op. [praktijkregel]
Ammonium of nitriet meetbaar, hoe weinig ook. Dat is je eerste dader. Ververs dagelijks ongeveer de helft van het water, op temperatuur, tot het twee metingen achter elkaar niet meetbaar is. Geef twee dagen geen voer, want minder eten is minder afval. [praktijkregel] Haal dode dieren er direct uit. En doe er in die dagen geen middel bij: je bestrijdt een chemisch probleem, geen ziekteverwekker. [praktijkregel]
Alles niet meetbaar, maar nitraat hoog. Dan is het probleem niet van vannacht. Nitraat is de maat voor hoeveel er ligt, en dus voor hoe lang er te weinig ververst is. Wat "hoog" precies is verschilt per bron; wat telt is het verschil met wat er uit je kraan komt, en of het getal maand op maand oploopt. [praktijkregel] LICG geeft voor guppen als richtlijn elke twee weken ongeveer een derde van het water. [literatuurrichtlijn] Loopt het getal steeds verder op, dan zit je probleem in het ritme en niet in een verwekker.
Alles niet meetbaar en het derde getal laag. Het water is hier niet de dader. Ga door naar stap twee.
Controleer in alle drie de gevallen ook de thermometer. LICG houdt voor guppen 23 tot 25 graden aan. [literatuurrichtlijn] Staat de jouwe daar duidelijk onder, of hangt er helemaal geen verwarming in de bak, dan heb je een tweede dader naast het water. Let er wel op dat die band verre van vast is: Seriously Fish geeft 17 tot 28 graden en FishBase 18 tot 28. [literatuurrichtlijn] Waarom die opgaven zo ver uiteenlopen, en welke kant je bij deze soort op moet kiezen, staat bij de temperatuur voor guppen.
Zonder testset. Doe hetzelfde, in dezelfde volgorde, en ga uit van het slechtste geval. Ontgiften hoeft hier meestal niet: het RIVM schrijft dat ons drinkwater geen chloor bevat. [literatuurrichtlijn] Eén uitzondering. Waterbedrijven chloreren tijdelijk na een leidingbreuk of een besmetting, en stellen de klanten die het raakt daar vooraf van op de hoogte. [literatuurrichtlijn] — Vitens. Staat zoiets op de storingspagina van jouw waterbedrijf, doe dan geen grote verversing zonder ontgifter.
Koop daarna alsnog een test, en dan een druppeltest en geen strookjes: juist voor deze twee waarden zijn strookjes het minst nauwkeurig. [praktijkregel] Een middel op goed geluk kan volgens de visziektenliteratuur meer kwaad dan goed doen. [literatuurrichtlijn] — Stilwell et al.
Eén bron spreekt dit tegen, en dat hoort erbij. Aquarium Science stelt dat guppen bij lange na niet zo gevoelig zijn voor ammoniak, nitriet en nitraat als hobbyisten denken, en dat hun enige echte zwakke plek de bacteriedruk in het water is. [praktijkregel] Dat is een hobbybron zonder toetsing door vakgenoten, en hij botst met LICG. Waar beide kanten het over eens zijn: meten kost niets en behandelen wel.
Stap twee: te veel mannen, en vrouwtjes die daardoor ziek lijken
Dit is de oorzaak die op geen enkele test terug te vinden is, en die vaak voor een ziekte wordt aangezien. LICG schrijft één mannetje per twee tot vijf vrouwtjes voor, precies omdat de mannen de vrouwtjes blijven opjagen om te paren. [literatuurrichtlijn] Bij drie mannen en drie vrouwen, de aankoop die iedereen doet, staat een vrouwtje vrijwel de hele dag onder druk.
Wat je ziet is geen beeld maar een patroon. Vrouwtjes houden zich schuil en komen niet aan het voer, wekenlang. Dat ze daaraan doodgaan is niet wat er gemeten is: onder hoge mannetjesdruk zwemt een vrouwtje juist zuiniger, en de schade zit in eten en rust, niet in een kadaver. [gemeten; zie het artikel over de verhouding] De dieren die het betreft blijven achter bij het voer, houden hun vinnen dicht tegen het lijf en hangen in een hoek terwijl er een of meer mannen omheen blijven draaien. Er komt geen wond aan te pas en geen verwekker. [praktijkregel]
LICG zet stress ook zelf bovenaan bij het gezond houden van deze soort: laat de vissen zoveel mogelijk met rust, houd een vast dagpatroon aan, en zet geen soorten bij elkaar die elkaar lastigvallen. [literatuurrichtlijn] Een schepnetje lost hier meer op dan een flesje. Wat de verhouding precies met een groep doet, en waarom een bak met alleen mannen vaak beter uitpakt, staat bij opjagen bij guppen.
Stap drie: de eerste weken wijzen naar de winkel, het tweede jaar naar de leeftijd
Guppen voor de gewone winkel komen uit grootschalige kweek. Imai en collega's noemen in hun inleiding kwekerijschade in Zuidoost-Azië, met Singapore en Sri Lanka bij naam. [literatuurrichtlijn] Twee andere bronnen wijzen naar dezelfde hoek. Seriously Fish schrijft dat veel commercieel gekweekte guppen door inteelt en overproductie niet sterk zijn en gevoelig voor ziekte en vroege sterfte. [literatuurrichtlijn] Aquarium Science wijt de zwakke afweer van veel lijnen aan honderden generaties broer-zusteelt. [praktijkregel] Waar je dieren vandaan komen doet er bij deze soort dus meer toe dan bij de meeste, en dat verhaal staat bij de herkomst van guppen.
Wat er verder ligt is een waarneming van twee ervaren kwekers: het lukte geen van beiden om mannetjesguppen langer dan twee weken na de winkel in leven te houden, terwijl de vrouwtjes het gewoon deden. "In beauty lies death," schrijft de een erbij. [praktijkregel] Een meting is dat niet, en onderzoek dat de uitval van winkelguppen in de eerste weken vastlegt bestaat niet. [hiaat]
Twee vuistregels, allebei ongemeten. Een groep die drie dagen na aankoop begint uit te dunnen wijst eerder naar de winkel dan naar jouw onderhoud; de enige serieuze concurrent is een bak die nog niet klaar is om vissen te dragen. [praktijkregel] En nieuwe dieren een aantal weken apart zetten is geen overdreven voorzorg [praktijkregel]: het is de enige plek waar je een probleem ziet zonder je hele bak eraan te wagen, en LICG raadt die quarantaine ook aan. [literatuurrichtlijn] Iets anders is een dier verhuizen dat al ziek ís. Dat is zelf een belasting, en heeft alleen zin als je er iets mee gaat doen.
Dan het deel dat bij "mijn guppen gaan een voor een dood" vrijwel altijd wordt overgeslagen: hoe oud is de groep? LICG geeft voor deze soort een half tot twee jaar. [literatuurrichtlijn] Een groep die na ruim een jaar begint uit te dunnen, zonder ander beeld en zonder dat het water iets laat zien, is waarschijnlijk gewoon oud. [praktijkregel] Hoe oud wordt een gup is trouwens een verhaal apart, want geen twee bronnen geven hetzelfde getal.
Vier vragen die een laboratorium stelt en jij overslaat
Wat heb jíj de afgelopen week gedaan? De vragenlijst die een visziektenlaboratorium aan een inzender voorlegt begint niet bij symptomen maar hier. Is er iets veranderd aan het voer of het onderhoud? Wanneer is er voor het laatst water ververst? Zijn er dieren bijgekomen, en zaten die eerst apart? Welke soorten zijn wél ziek en welke niet? En hoeveel doden vielen er per dag? [literatuurrichtlijn] — Stilwell et al.
Vertaald naar een huiskamerbak: de spons uitgespoeld onder de kraan, de pomp een nacht uit, in één keer veel vis erbij, een spuitbus in de kamer. Die laatste vraag scheidt bovendien twee heel verschillende verhalen. Een hele groep die in één nacht verdwijnt wijst een andere kant op dan één dier per week. [praktijkregel]
Je test meet ammonium, giftig is de ammoniak
Met "het water" is hier niet de hardheid bedoeld. Dat het water uit onze kraan voor deze vis juist meewerkt, is het hele punt van het hoofdartikel. Het gaat om drie andere dingen: ammonium, nitriet en de temperatuur. Plus de pH, niet als eigen probleem maar omdat die meebepaalt hoe zwaar het ammonium weegt.
Je test meet ammonium. Giftig is de vrije vorm ervan, en welk deel van je meetwaarde dat is hangt af van pH en temperatuur: hoe hoger die twee, hoe zwaarder hetzelfde getal weegt. Waarom het getal op je test dus niet het hele verhaal is, staat in het eigen stuk daarover. In een bak op de pH van zeven tot acht die LICG voor guppen adviseert, telt dat mee. [literatuurrichtlijn] — LICG.
Nitriet werkt anders, en dat verklaart waarom hetzelfde beeld twee oorzaken kan hebben. Het lift mee op de route waarmee de vis in de kieuw chloride binnenhaalt: nitriet heeft affiniteit voor datzelfde opnamemechanisme, dus een deel van de chlorideopname wordt nitrietopname. In het bloed oxideert het vervolgens de rode bloedkleurstof tot een vorm die het gas niet meer vervoert. Een dier met gave kieuwen kan daardoor tóch naar lucht happen. [literatuurrichtlijn] — Kroupova et al. 2005.
In diezelfde review staat het enige nitrietgetal dat echt over deze soort gaat. Machova en collega's vonden een 96-uurs LC50 van natriumnitriet tussen 39 en 436 mg/l, afhankelijk van het chloridegehalte van het water (10 tot 190 mg/l). [gemeten, via de citerende review] — Machova et al. 2004, gerapporteerd in Kroupova et al. 2005.
Lees dat getal niet verkeerd, want het werkt precies andersom dan het lijkt. Een LC50 is de concentratie waarbij de hélft van de dieren het binnen vier dagen niet haalde. Het is geen veilige grens maar een dodelijke, en schade begint er ver onder. Bovendien gaat het over natriumnitriet en niet over de waarde die jouw testkaart aanwijst; die twee kun je niet naast elkaar leggen. De enige uitkomst die je wilt zien blijft: niet meetbaar. [praktijkregel] Wat het cijfer wél leert: hoe meer chloride, hoe meer nitriet een vis verdraagt. Daar telt de samenstelling van jouw eigen water dus mee.
Ademnood is eerst een ademhalingsvraag
Begin met de grens, want die scheelt veel onnodige zorg. Een gup is een oppervlaktevis. Aan de waterlijn eten en daar rondzwemmen is gewoon gedrag. Alarm is iets anders: stil hangen zonder te eten, met zichtbaar versneld kieuwtempo, en meerdere dieren tegelijk. [praktijkregel]
Dan de oorzaken. Te warm water, want warm water houdt minder zuurstof vast. Te weinig beweging aan de waterlijn. Een bak die juist te koud staat, want een dier dat structureel onder zijn band leeft levert weerstand in en gaat de vinnen dichthouden. [praktijkregel] En kieuwen die al zijn aangetast. Wat je doet is simpel: de uitstroom van de pomp omhoog richten of er een luchtsteen bij zetten, en de thermometer controleren. [praktijkregel]
Zijn de kieuwen zelf aangetast, dan noemt LICG bij deze soort eencelligen als Trichodina en Ichthyobodo, en kieuwwormen als Dactylogyrus en Gyrodactylus, die zich met haakjes vastzetten. Het beeld staat er bij dezelfde bron bij: de vis schuurt langs oppervlakken, de kieuwdeksels staan verder open dan normaal, en de kieuwen zijn vlekkerig. [literatuurrichtlijn]
En dan de vraag die de tabel hierboven openliet: wat doe je eraan? Eerst het water uitsluiten, want schuren hoort net zo goed bij ammonium- en nitrietschade. Dan de vraag of er recent vis bij is gekomen. Daarna houdt het op het oog op. Dit stel je vast met een huidafstrijkje onder de microscoop en anders niet, en daarvoor is de dierenarts of het laboratorium onderaan dit stuk het adres. Een middel op goed geluk is hier juist de verkeerde zet. [praktijkregel]
Twee houdingen horen ook in deze paragraaf. Dichtgeklapte vinnen zijn geen diagnose maar een houding, die LICG in één adem noemt met een doffe huid en afwijkend zwemmen. [literatuurrichtlijn] Een uur na een verversing is dat normaal, een dag niet. [praktijkregel] En op de bodem liggen is bij een oppervlaktevis juist een laat teken in plaats van een vroeg. Kijk of het dier nog reageert als je nadert, loop dezelfde stappen af, en verwacht van een middel hier weinig. [praktijkregel]
Witte stippen en een goudkleurige waas zijn twee verschillende dingen
Het beeld eerst, want deze twee worden voortdurend verwisseld. Witte stip geeft losse korrels ter grootte van een zoutkristal, die je meestal het eerst op de vinnen ziet. Fluweelziekte, door LICG ook peperstip genoemd, wordt veroorzaakt door Piscinoodinium, begint op de kieuwen en breidt zich daarna over de huid uit als een fijne, stoffige waas die het dier een fluwelen aanblik geeft. [literatuurrichtlijn] — LICG. Korrels die je kunt tellen tegenover een waas die je niet kunt tellen: dat is het onderscheid. Hoe vaak fluweel bij deze soort voorkomt is niet apart onderzocht. [hiaat]
Bij de gup weegt de route naar binnen zwaarder dan bij de meeste soorten. De parasiet reist mee met vis, en een bak met veel dieren en dagelijks nieuwe aanvoer is het ideale doorgeefluik. Dat is precies wat een winkelbak is, en het maakt dit vaker een aanvoer- dan een verzorgingsprobleem. [praktijkregel]
Eén gangbaar advies schuurt hier met de soort. Opstoken versnelt de cyclus van de parasiet, maar de band waarin LICG deze vis zet loopt maar tot 25 graden. Geen enkele bron weegt die twee bij guppen tegen elkaar af, en er is ook geen bron die vastlegt hoeveel langer een kuur bij 23 tot 25 graden dan duurt. [hiaat] Alquarium houdt daarom aan: bij een gup niet opstoken als eerste zet. Er is een tweede reden. Het beeld waar dit op lijkt, de ciliaat verderop, staat bij Aquarium Science in een lijstje waarin opstoken bij huidprotozoën met zoveel woorden wordt afgeraden — waarom staat er niet bij. [praktijkregel]
Pak in plaats daarvan de twee dingen die altijd gelden. Zet er geen nieuwe vissen bij zolang de kuur loopt, en maak die kuur af. Dat laatste is de fout die de meeste mensen maken, en LICG zegt het onomwonden: "Zorg er wel voor dat u lang genoeg doorgaat met behandelen, zodat alle ziekteverwekkers gedood worden." [literatuurrichtlijn] Hoe die kuur werkt, en waarom hij juist mislukt op het moment dat het beter lijkt te gaan, staat in het eigen stuk erover.
Een kapotte staart: een bijter, het water, of staartrot
De eerste ingang is mechanisch. Er zit een bijter in de bak. LICG noemt sumatraantjes met naam als beschadigers van guppenstaarten, en waarschuwt apart voor het mannetje van de kempvis, dat lange siervinnen als concurrent kan zien. [literatuurrichtlijn] Je staat er zelden bij als het gebeurt, dus vaststellen doe je aan de schade: zijn alleen de langstaartige mannen beschadigd, dan wijst dat naar een bijter; is iedereen tegelijk rafelig, dan wijst dat naar het water. [praktijkregel] Er hoort een handeling bij die vaak uitblijft: de bijter eruit, of de gup eruit. Anders behandel je elke maand opnieuw. Welke soorten wel en niet naast deze vis passen staat bij de medebewoners voor guppen.
De tweede ingang is de waterkwaliteit, en dan ben je terug bij de eerste paragraaf. De derde is een gevolg van de eerste twee: een beschadigde rand raakt bezet. Rafelig van de rand naar binnen, vaak met een verkleurde zoom, en langzaam erger in plaats van elke dag anders. Een rand die weer strak en doorzichtig wordt is herstel; een rand die dag na dag verder inloopt niet. [praktijkregel]
Dat langvinnige kweekvormen kwetsbaarder zijn, is voor deze soort nooit gemeten [hiaat], al schrijft LICG in algemene zin dat verlengde vinnen vatbaar zijn voor infecties. [literatuurrichtlijn]
Wat de hobby guppykiller noemt, is een ciliaat
De bijnaam suggereert een bacterie. In de hobby slaat guppykiller op Tetrahymena, een eencellige met trilharen. Daar bestaat harde meting over. Japanse onderzoekers ontleedden 78 zieke guppen die tussen september 1998 en juni 1999 vanuit Singapore in Japan waren ingevoerd, uitgekozen omdat ze afwijkend zwommen of een witachtige waas op het lichaam hadden. 43 ervan, 55 procent, bleken besmet met ciliaten. De soortbepaling stond daar los van en gebeurde op materiaal van twee Singaporese kwekerijen, met Tetrahymena corlissi als uitkomst. [gemeten] — Imai et al. 2000.
Waar ze zaten is het interessantst. De meeste ciliaten zaten in de schubzakjes en tussen de spiervezels, en verder in de organen, de oogkas en het ruggenmerg. Het darmepitheel bleef onbeschadigd, terwijl er in het bindweefsel van de darm wél ciliaten zaten. Daaruit leiden de auteurs af dat de weg naar binnen van de schubben via de spier naar de organen loopt, en niet via de bek. De zwaarst aangetaste dieren hadden zichtbaar schubverlies en zweren. [gemeten]
Op het uiterlijk alleen kom je er niet uit
In de praktijk zie je er bij guppen vaak niets van. Aquarium Science beschrijft het zo: de dieren gaan plotseling dood, vaak de hele groep binnen een week, en de ciliaat wordt pas gevonden als een dood dier onder de microscoop gaat. Platy's, zwaarddragers en mollies laten het beeld wél zien. [praktijkregel]
Diezelfde bron zet op een rij wat er dan wél te zien is. Grauwe of witachtige plekken die op afschilferende huid lijken, meestal boven op de kop of vlak voor de rugvin. Aangetaste of wit geworden ogen. En stipjes die op witte stip lijken maar grijzer en onregelmatiger zijn. Dat beeld lijkt bovendien op columnaris, en het is heel gewoon dat een dier allebei tegelijk heeft. [praktijkregel]
Die beelden beschrijft de bron voor vissen in het algemeen. Bij de gup zet hij er zelf bij dat je ze zelden ziet. De conclusie is daarmee even onhandig als hierboven: op het uiterlijk alleen maak je dit onderscheid niet. Dat lukt met een huidafstrijkje onder de microscoop, en verder niet.
Bacteriën gaan sneller, en ook daar zie je meestal niets
Aquarium Science noemt daarnaast bacteriën, vooral columnaris en Aeromonas, als de belangrijkste doodsoorzaak bij deze soort. Ze gaan snel, nemen een groep soms in één nacht weg, en doden volgens diezelfde bron meestal inwendig zonder uiterlijk teken. Mannetjes zijn er gevoelig voor omdat afweer moeilijk tot in die lange staart komt, en hoogdrachtige vrouwtjes ook. [praktijkregel — één hobbybron, niet nagemeten]
LICG is concreter, en die beschrijving is bruikbaar. Flavobacterium columnare geeft oppervlakkige aantasting van huid en vinnen die zich snel uitbreidt, tast de kieuwen aan en is lastig te behandelen. Diezelfde pagina schrijft dat columnaris vooral voorkomt boven 24 graden. [literatuurrichtlijn] De band die LICG voor deze soort aanhoudt loopt van 23 tot 25, dus wie ruimte wil zoekt die aan de onderkant — met de kanttekening bij die band die hierboven al stond. [praktijkregel]
Blijft één ding dat meestal wordt weggelaten. Aquarium Science beschrijft de ciliaat niet als iets wat van buiten komt, maar als een opportunist die in het slib van de meeste bakken al aanwezig is en van de bacteriën in het water leeft. Hij wordt pas gevaarlijk als dat slib zich ophoopt of de bacteriedruk oploopt. [praktijkregel — één hobbybron, niet nagemeten] De aanpak zit dus aan twee kanten: aan de aanvoer én aan het onderhoud.
Vissen-tbc is het beeld dat je maanden niet ziet
Thaise en Japanse onderzoekers namen 37 uiterlijk gezonde guppen van drie kwekerijen in Nakhon Pathom, zonder huidwonden en zonder afwijkend gedrag. Elk van de twee gebruikte tests vond er 14, 37,8 procent, die tóch drager waren van een mycobacterie. [gemeten] — Ponpornpisit et al. 2009.
Let op de manier van tellen, want het getal is voorzichtiger dan het lijkt. Slechts 9 dieren waren op beide tests positief. Op minstens één van de twee was dus ruim de helft positief, en is ruim een derde hier een ondergrens. Bij de zieke dieren uit diezelfde uitbraak zaten in de organen van álle vissen granulomen: ophopingen van afweercellen met daarin staafvormige, zuurvaste bacteriën. [gemeten] Dat verklaart waarom een groep maandenlang af en toe een dier verliest zonder dat er ooit een beeld komt.
Eén precisering hoort erbij, want de hobby gooit hier twee dingen op één hoop. Het Thaise cijfer gaat over Mycobacterium gordonae; dat waren de isolaten, en daarop was de test gebouwd. De waarschuwing die je in het Nederlands tegenkomt gaat over Mycobacterium marinum en M. fortuitum, andere soorten uit dezelfde groep. [literatuurrichtlijn] — LICG. Vroeg zie je niets. Later worden dieren lusteloos, eten ze niet, vermageren ze, en komen benauwdheid, uitpuilende ogen en huidzweren erbij. [literatuurrichtlijn] — Ponpornpisit et al., naar Frerichs 1993 en Beran et al. 2006.
Thuis stel je dit niet vast. Alleen al het opkweken van de bacterie uit de lever van een stervende vis duurde in dat onderzoek veertien dagen. [gemeten] Een thuisbehandeling die hier aanbevolen kan worden is niet beschreven. [hiaat] Wat er wel uit volgt: kweek niet door op een lijn die langzaam uitdunt, en zet er niets bij zolang je niet weet wat er speelt.
En dan het deel dat over jou gaat in plaats van over de vis. Bij de mens kan deze bacterie zwemmersgranuloom geven: chronische huidwondjes waarvoor een lange antibioticumkuur nodig is. [literatuurrichtlijn] — LICG. Drie dingen doe je vandaag. Was je handen met zeep na elke keer dat je in de bak bezig bent geweest. Werk niet met een open wondje of een schaafplek in het water. En gebruik emmer, schepnetje en slang alleen voor het aquarium en niet voor het huishouden; dat staat letterlijk op de guppenpagina van LICG. [literatuurrichtlijn] Gaat een wondje aan hand of onderarm na aquariumwerk niet dicht, meld dan bij je huisarts dat je een aquarium hebt. Dat is het gegeven waarmee hij aan deze bacterie kan denken. [praktijkregel] Overdracht kan bovendien via bevroren voer, dus haal dat bij een vertrouwd adres. [literatuurrichtlijn] Voor de bak zelf lost leeggooien niets op, en waarom niet staat verderop.
Een kromme rug is geen diagnose maar een beeld
Hetzelfde beeld heeft vijf ingangen, en aan de kromming alleen zie je niet welke. Je ziet het het beste van opzij: de rug loopt niet recht maar heeft een knik of een bult.
Erfelijk, maar dat stel je aan een winkelvis niet vast. Er bestaat een in kaart gebrachte, recessieve vorm die curveback heet, en het is een laboratoriumlijn: in 2003 opgezet uit een kromme man en een niet-verwante rechte vrouw, daarna doorgezet met broer-zusparingen en terugkruisingen. Van de nakomelingen was 48 procent aangedaan in de terugkruising en 22 procent in de tweede generatie, wat past bij één recessief hoofdlocus. Eén plek op koppelingsgroep 14 verklaarde in kruisingsgroep 2 82,6 procent van de spreiding in de ernst. In díé lijn gaat het om een doorbuiging naar beneden voorin en een bult naar boven achterin; de kromming ontstaat ná de geboorte en staat rond de geslachtsrijpheid stil, ongeveer een maand na de worp. [gemeten] — Gorman et al. 2011. Dat bewijst dat er een erfelijke vorm bestáát, niet dat jouw dier hem heeft: geen bron toont dit allel bij handelsguppen aan. [hiaat] Met zo'n dier kweek je in elk geval niet door.
Inteelt, met een vitaminetekort als uitsluitingscontrole. LICG noemt de kromme rug los van elk laboratorium, gewoon als gevolg van inteelt, in één adem met een verkort kieuwdeksel. Let op: dat schrijft LICG in algemene zin over vissen, niet over de gup. [literatuurrichtlijn] Diezelfde pagina voegt er een controle aan toe die je nergens anders tegenkomt. Bij een ruggengraatverkromming hoort een vitamine C-tekort te worden uitgesloten, want jonge vis kan daardoor kraakbeenvergroeiingen krijgen die niet meer terug te draaien zijn. [literatuurrichtlijn] Bij een soort uit massakweek die vaak op één soort droogvoer leeft, is dat geen theoretische kanttekening. [praktijkregel]
Tetrahymena, met een slag om de arm. De ciliaat werd aangetroffen tot in het ruggenmerg [gemeten], maar dát hij daar ook de kromming veroorzaakt legt geen enkele publicatie vast. [hiaat]
Mycobacteriose, met dezelfde slag om de arm. In de hobby is dit de standaardverklaring. De publicatie hierboven geeft granulomen en late verschijnselen als vermageren en uitpuilende ogen; een vervormde wervelkolom staat er niet bij. Hou het aan als mogelijkheid bij een dier dat óók vermagert, niet als vaststaand verband. [hiaat]
Een darmworm. Aquarium Science noemt bij Capillaria een holle buik, een gebogen rug, vermageren en voer uitspugen — dat is ook de rij in de tabel hierboven over een dier dat langzaam mager wordt. [praktijkregel] Dit is de enige van de vijf die je thuis kunt behandelen, maar niet blind. Je stelt hem vast door de ontlasting onder de microscoop te leggen, en pas daarna doseer je iets.
Scheef zwemmen en zwart worden: hier houdt de kennis op
Scheef of kopstaand hangen, in de hobby "zwemblaasontsteking", is een symptoom en geen diagnose. LICG noemt scheef zwemmen gewoon als teken van gezondheidsproblemen, zonder er een oorzaak aan te verbinden. [literatuurrichtlijn] Loop het na langs dezelfde stappen, met bij de eerste iets extra's: wat en hoeveel er in de bak gaat. De onschadelijke proef is een dag of twee geen voer geven. [praktijkregel]
Het bekendste hobbyadvies, een geplette doperwt, is een praktijkregel waarvoor bij deze soort geen meting bestaat. [praktijkregel] / [hiaat] Wat eronder zit is minder en lichter eten, en dat bereik je met vasten net zo goed en zonder risico. Kijk bij een vrouwtje ook naar de buik: een drachtige gup kan zich vlak voor de worp anders gaan houden. Gemeten is dat bij deze soort niet. [hiaat]
"Mijn gup wordt zwart" is een veelgestelde vraag zonder gepubliceerd antwoord. Er is voor deze soort geen publicatie gevonden die dit beeld beschrijft of aan een oorzaak koppelt, en dat geldt ook voor de variant met losse zwarte stipjes op lijf en vinnen. [hiaat] Wat wel helpt is onderscheiden wát er donker wordt. Een donkere vlek op het achterlijf van een volwassen vrouwtje hoort bij de voortplanting, en LICG noemt hem als het kenmerk waaraan je een dier met jongen op komst herkent. [literatuurrichtlijn] Dat is iets heel anders dan een vlek op de flank of de staartwortel.
Niet alles wat de hobby vraagt is ooit onderzocht, en dat opschrijven is eerlijker dan het gat vullen. In 270 wilde mannetjes uit 18 populaties in Trinidad telden onderzoekers 21 parasietsoorten, waarvan vijf nieuw voor het eiland; ingekapselde stadia van zuigwormen waren 57 procent van alle infecties en huid- en kieuwwormen 42 procent. [gemeten] Wereldwijd zijn er van deze soort bijna tachtig beschreven, grotendeels in gevangenschap of in proefopstellingen. [literatuurrichtlijn] — Mohammed et al. 2020. Dat maakt hem geen ziekelijke vis. Het maakt hem de best onderzochte.
Leeggooien lost hier niets op
Opnieuw beginnen helpt zelden. De ciliaat zit volgens Aquarium Science sowieso in het slib van de meeste bakken, en een verse bak heeft juist het probleem dat er nog geen bacteriecultuur staat die het afval wegwerkt. Wat wél helpt is het slib uit de bodem halen, en nadrukkelijk niet uit de spons. In de bruine laag van een spons die twee maanden of langer draait zit volgens dezelfde bron een grote populatie van diezelfde ciliaat. Die eet de bacteriën uit het water weg, en juist daardoor houdt de ciliaat op de vis niets over om van te leven. [praktijkregel — één hobbybron, niet nagemeten]
De tweede knop is zuiniger omgaan met het voer. Dat is dezelfde knop als bij stap één, en de enige die bij zowel de ciliaat als bij bacteriën de goede kant op draait. Aanvullen kan pas als je weet wat er speelde, anders koop je hooguit dezelfde partij nog een keer. Of de andere bewoners gevaar lopen is per verwekker verschillend, en voor guppen niet apart onderzocht. [hiaat]
Een dosering hoort op de verpakking, niet in een artikel
Bewust geen dosering hier. Middelen verschillen per merk in concentratie, in wachttijd en in wat ze met planten en garnalen doen; de enige juiste dosering staat op de verpakking die jij in handen hebt. Dit stuk gaat over de stap ervoor: niet doseren tegen iets wat je nog niet hebt vastgesteld.
Moet er dan zout bij, de vraag die in Nederland als eerste valt? Als algemene eerste stap bij een zieke gup niet. Het bezwaar zit niet bij de vis maar bij de rest van de bak, want planten en garnalen kunnen er structureel slechter tegen. Wat zout bij deze soort wel en niet doet, staat bij de temperatuur voor guppen.
De generieke beelden hebben elk hun eigen stuk: witte stip, vinrot, waterschimmel bij een pluk op een wond, buikwaterzucht bij afstaande schubben, en Camallanus bij een rode draad uit de anus.
Stopt het niet, dan is er in Nederland een adres
Stopt de sterfte niet, dan houdt het niet op bij de winkel. Er zijn in Nederland dierenartsen die in vissen gespecialiseerd zijn, en LICG zet de route erbij: vraag je eigen dierenarts om een doorverwijzing. Voor laboratoriumonderzoek is het adres het visziektenlaboratorium van Wageningen Bioveterinary Research in Lelystad. [literatuurrichtlijn] Dat laboratorium vraagt je eerst contact op te nemen, je als klant te laten registreren en een ondertekend inzendformulier mee te sturen. De tarieven zijn openbaar en doorzoekbaar per diersoort; algemeen histologisch onderzoek stond er bij het schrijven van dit stuk op 276,50 euro per inzending, en op 211,50 euro per stuk vanaf vijf inzendingen. [literatuurrichtlijn] — WBVR.
Eén ding scheelt daarbij veel. Zo'n laboratorium heeft het meest aan een levend, stervend dier. Een vis die langer dan zes uur dood is, is voor de meeste bepalingen niet meer bruikbaar; op ijs blijft hij langer wél te gebruiken. [literatuurrichtlijn] — Stilwell et al.
En dan de vraag die bij een chronisch beeld onvermijdelijk komt: wanneer houdt het op? Twee van de beelden hierboven kun je thuis niet behandelen: vissen-tbc en een kromme rug. Een wormbesmetting is wél te behandelen, maar niet blind; die stel je eerst vast, en de kuur staat bij Camallanus. Bij een dier dat niet meer eet, niet meer zwemt en waarvoor geen behandeling beschreven is, is doorbehandelen geen neutrale keuze. Bespreek dat met dezelfde dierenarts die je toch al belt. [praktijkregel]


