Naar de inhoud
ALQUARIUM Vraag het Alquarium
Vrouwelijke guppy met een dun rood draadje dat onder de achterzijde van de buik uitsteekt.
De fotograaf beschrijft deze guppy als besmet met Camallanus cotti. Het rode draadje is zichtbaar, maar een foto alleen bevestigt niet welke parasiet of aandoening jouw vis heeft. Voor de website verkleind en omgezet naar WebP. BlueBreezeWiki, CC BY-SA 3.0

Vissen

Zieke guppy: water, gedrag en ziekte samen beoordelen

Een zieke guppy vraagt om controle van waterkwaliteit én ziekteverschijnselen. Noteer ook gedrag, herkomst en recente veranderingen: meerdere oorzaken kunnen tegelijk spelen. Dit artikel helpt je waarnemingen ordenen en herkennen wanneer snelle deskundige hulp nodig is, zonder uit één symptoom of testuitslag een diagnose te maken.

28 min lezen

niet meetbaarammonium/ammoniak en nitrietbeoogde uitslag in een goed draaiende bak, geen volledige gezondheidscontrole; controleer wat de test bepaalt, de eenheid en bij ammoniak ook pH en temperatuur (LICG, z.d.; Francis-Floyd et al., 2026)
Temperatuur metenBeoordeel het verloopControleer de werkelijke temperatuur én veranderingen door de tijd. Een adviesbereik is geen diagnose: beoordeel water, gedrag en ziekteverschijnselen samen. Meer uitleg staat in de temperatuurgids.
55 %besmet, van de zieke ingevoerde dieren43 van 78 dieren die waren uitgezocht op afwijkend zwemmen of een witachtige waas droegen ciliaten [gemeten, op verdachte dieren geselecteerd] - Imai et al. 2000
19 van 37drager, gezond ogende kwekerijviselk van de twee tests vond er 14 (37,8 %) en 9 dieren waren op beide positief; op minstens een van de twee dus 19, net boven de helft [eigen omrekening uit gemeten waarden] - Ponpornpisit et al. 2009

In het kort

  • Controleer direct waterkwaliteit, temperatuur en zuurstofvoorziening. Niet-meetbaar ammonium/ammoniak en nitriet sluiten andere waterproblemen of een infectie niet uit.
  • Observeer opjagen en voedselopname naast ziekteverschijnselen. De LICG-verhouding van één man op twee tot vijf vrouwen is een houderijrichtlijn, geen garantie dat een groep rustig of gezond is.
  • Noteer hoeveel dieren ziek worden of sterven en hoe snel dat gebeurt. Die informatie helpt bij onderzoek, maar wijst op zichzelf geen oorzaak aan.
  • Sterfte kort na aankoop of op hogere leeftijd geeft context, geen doodsoorzaak. Onderzoek transport, eigen bak en ziekte samen; vraag bij ademnood of aanhoudende sterfte snel deskundige hulp.
  • De hobbybijnaam guppykiller slaat op de ciliaat Tetrahymena, die bij deze soort meestal niets laat zien; wat je er wel van ziet lijkt op een bacteriele huid- en kieuwontsteking (columnaris).

Wat betekent dit voor jouw bak?

Alquarium leest dit artikel mee en denkt met je mee over jouw aquarium. Gratis, geen account nodig.

Wat zie je aan de guppen, hoeveel dieren hebben klachten en sinds wanneer? Welke waterwaarden en temperatuur heb je gemeten, en is er recent iets veranderd? Bij ademnood of aanhoudende sterfte is snelle deskundige hulp nodig.

  • Of begin hiermee:

Wat je nu doet, voordat je verder leest

Bij zieke guppen controleer je direct waterkwaliteit, temperatuur en zuurstofvoorziening, terwijl je ook symptomen en recente veranderingen noteert. Bij ademnood, ernstige afwijkingen of aanhoudende sterfte is snelle hulp van een visdeskundige of dierenarts nodig. Een meting en een noodzakelijke diagnose kunnen naast elkaar plaatsvinden; stel onderzoek niet uit tot ieder ander spoor is afgewerkt. Gebruik geen geneesmiddel op goed geluk. (LICG, z.d.; Francis-Floyd et al., 2026)

Tel ook hoeveel mannen en vrouwen er zwemmen en kijk wie achter wie aanzit. Opjagen kan voedselopname en rust verstoren, maar sluit een infectie of waterprobleem niet uit. Zie de groepsverhouding bij guppen.

De tabel hieronder helpt je waarnemingen ordenen, niet een ziekte vaststellen. Hetzelfde verschijnsel kan verschillende oorzaken hebben en meerdere problemen kunnen tegelijk spelen.

Koop geen nieuwe vissen bij zolang niet duidelijk is wat er speelt. Een quarantainebak voor nieuwe dieren moet zelf geschikt en ingedraaid zijn. Zie wennen en quarantaine.

Wat je bij deze verschijnselen controleert

Zoek hieronder wat je ziet en noteer de bijkomende klachten. De tabel helpt bij het verzamelen van informatie; ze stelt geen diagnose en vervangt geen deskundige beoordeling. ‘Verderop’ verwijst naar de uitleg in dit artikel.

Wat je ziet Wat je gericht controleert Waar het verder staat
Hangt stil aan het oppervlak, hapt, kieuwen gaan snel te warm water, te weinig beweging aan de waterlijn verderop
Vrouwtjes vallen een voor een uit Werkelijke temperatuur en verloop, overige waterkwaliteit, ademhaling en andere ziekteverschijnselen verderop
Ligt op de bodem en eet niet het water; en elk dier dat van gedrag verandert verderop
Vrouwtjes kruipen weg en komen niet aan het voer, mannen zwemmen erachteraan Of ieder dier rust en toegang tot voer heeft; beoordeel tegelijk conditie, water en ziekteverschijnselen verderop
Schuurt langs planten en inrichting eerst het water, dan een huid- of kieuwparasiet verderop
Korrels zo groot als zoutkristallen op vinnen en flank meegekomen met een pas gekochte vis witte stip
Fijne, stoffige waas over het hele lijf een andere parasiet dan die korrels verderop
Rafelige vinnen die vanaf de rand korter worden een bijter, of het water vinrot
Witte of grijzige pluk op een wond de beschadiging eronder waterschimmel
Bolle buik bij een vrouwtje meestal drachtigheid; staan de schubben af, dan niet buikwaterzucht
Rode draadjes uit de anus een worm die is meegekomen Camallanus
Vermagert, holle buik, spuugt voer uit een darmworm, de leeftijd, vissen-tbc, of waar de dieren vandaan komen verderop
Rug met een knik of een bult, van opzij gezien vijf mogelijke ingangen verderop
Zwemt scheef of hangt kopstaand Waterkwaliteit, bijkomende klachten en veranderingen in voer of voedselopname; bij aanhouden deskundig laten beoordelen verderop
Wordt donker of zwart eerst de vraag: is het een vrouwtje? verderop
Vinnen dichtgeklapt tegen het lijf een houding, geen diagnose verderop

Deze beelden zien er bij een gup niet anders uit dan bij welke vis dan ook, en de meeste hebben op deze site een eigen stuk. Hieronder staat alleen wat er bij deze soort anders aan is.

Een testset versnelt het, maar zonder kan het ook

Met een testset. De volgende uitslagen helpen de waterkwaliteit beoordelen. Ze sluiten andere oorzaken niet zelfstandig uit. [praktische toepassing]

Ammonium/ammoniak of nitriet meetbaar. Controleer direct de waterkwaliteit, het filter en de beluchting. De beoordeling van ammonium/ammoniak hangt ook af van pH, temperatuur en de eenheid op de test. Verwijder dode dieren en resten, gebruik passend ververswater en meet na een waterwissel opnieuw. Bij ademnood of aanhoudende sterfte zoek je dezelfde dag hulp van een deskundige of dierenarts. Eén vast wisselpercentage of aantal vastendagen past niet bij alle leeftijden en omstandigheden. Een waterprobleem kan samengaan met een infectie; stel een noodzakelijke diagnose niet uit. (LICG, z.d.; Francis-Floyd et al., 2026)

Ammonium/ammoniak en nitriet niet meetbaar, maar nitraat verhoogd. Vergelijk de uitslag met het ververswater, eerdere metingen en het onderhoud. Nitraat hangt samen met de netto stikstofbelasting; één meting bewijst niet hoelang er te weinig is ververst of wat de sterfte veroorzaakt. Ook plantenopname, bezetting en het nitraat in het bronwater tellen mee. Pak een ongunstige waarde aan zonder andere ziekte- of wateroorzaken uit te sluiten. (LICG, z.d.; Francis-Floyd et al., 2026)

Alle drie de stikstofmetingen gunstig. Daarmee is het water niet volledig beoordeeld. Controleer ook zuurstofvoorziening, temperatuur, pH, GH/KH en mogelijke verontreiniging of recente ingrepen. Onderzoek daarnaast gedrag, herkomst en ziekteverschijnselen; meerdere oorzaken kunnen tegelijk spelen.

Controleer ook de werkelijke watertemperatuur en het verloop ervan. LICG adviseert voor guppen 23–25 °C; Seriously Fish geeft 17–28 °C en FishBase 18–28 °C. Deze opgaven hebben niet automatisch hetzelfde doel of bewijsniveau. Een ontbrekende verwarming bewijst op zichzelf geen te lage temperatuur, en een afwijking van één adviesband stelt nog geen doodsoorzaak vast. Zie temperatuur voor guppen.

Langdurig warmer houden verdient aandacht. In een gecontroleerde proef stierven bij ongeveer 28 °C meer volwassen guppyvrouwtjes dan bij ongeveer 24 °C: 43 van 107 tegenover 1 van 109. De dieren waren vanaf hun geboorte aan die temperaturen toegewezen; de volwassen vrouwtjes werden zestien weken gevolgd. Dit bewijst niet dat 26 of 27 °C de oorzaak is wanneer in jouw aquarium vissen uitvallen. De proef vergelijkt ook geen behandelingen voor zieke vissen. Controleer omstandigheden en klachten samen. (Chung et al., 2026)

De bredere temperatuurbanden van naslagbronnen zijn niet vanzelf bewezen tolerantiegrenzen. Op de geraadpleegde overzichtspagina’s is niet steeds duidelijk hoe ze zijn onderbouwd. De warmtestudie stelt evenmin een exacte grens voor alle guppen vast. De bronvergelijking en proefopzet staan bij temperatuur voor guppen.

Zonder testset. Controleer direct temperatuur, filter en beluchting en laat zo snel mogelijk water testen. Gebruik voor een noodzakelijke waterwissel geschikt ververswater met passende temperatuur en samenstelling; controleer de actuele informatie van je leverancier en neem bij ernstige klachten deskundig contact op. Geen test hebben is geen reden om een willekeurig geneesmiddel toe te voegen of onderzoek uit te stellen. (LICG, z.d.; Francis-Floyd et al., 2026)

Zorg voor een test die de benodigde stoffen daadwerkelijk meet en een bruikbaar meetbereik heeft. Controleer houdbaarheid, afleesinstructie en eenheden; niet ieder strookje of iedere druppeltest bepaalt ammonium/ammoniak. Een uitslag onder de detectiegrens is geen volledige gezondheidscontrole. Behandeling op goed geluk kan een gerichte diagnose vertragen. (LICG, z.d.; Francis-Floyd et al., 2026)

Eén bron spreekt dit tegen, en dat hoort erbij. Aquarium Science stelt dat guppen bij lange na niet zo gevoelig zijn voor ammoniak en nitriet als hobbyisten denken, en ook niet voor wat daar aan het eind van de kringloop van overblijft, en dat hun enige echte zwakke plek de bacteriedruk in het water is. [praktijkregel] Dat is een hobbybron zonder toetsing door vakgenoten, en hij botst met LICG. Waar beide kanten het over eens zijn: meten kost niets en behandelen wel.

Opjagen bij guppen: beoordeel gedrag naast water en ziekte

LICG adviseert één mannetje op twee tot vijf vrouwtjes om de voortdurende toenadering van mannetjes over meer dieren te verdelen. Dat is een houderijrichtlijn, geen garantie op een rustige groep of een experimenteel vastgesteld welzijnsoptimum. Observeer of dieren elkaar kunnen ontwijken en ieder dier kan eten; de verhouding is één onderdeel van die beoordeling.

Vrouwtjes die zich verschuilen of niet aan het voer komen terwijl mannetjes hen blijven volgen, kunnen onder sociale druk staan. De gedragsexperimenten in het artikel over de groepsverhouding ondersteunen effecten van mannetjesdruk, maar bewijzen niet dat zulke dieren geen infectie hebben of dat opjagen geen ernstige gevolgen kan hebben. Beoordeel ook conditie, ademhaling, vinnen en waterwaarden. [gemeten gedrag en praktische toepassing; geen diagnose op uiterlijk alleen]

Een zwemproef met guppyvrouwtjes laat zien dat dieren uit groepen met meer mannetjes energiezuiniger konden zwemmen. Vóór de metingen verbleven zij achttien dagen zonder mannetjes. Die uitkomst stelt geen ziekte of doodsoorzaak vast en sluit ernstige gevolgen van sociale belasting niet uit. (Killen et al., 2016)

Wacht bij ernstige klachten niet eerst drie voerbeurten af. Beoordeel opjagen tegelijk met ademhaling, voedselopname en conditie; bij sterfte of duidelijke verslechtering is ook onderzoek naar andere oorzaken nodig.

LICG adviseert stress te beperken en geen dieren samen te houden die elkaar lastigvallen. Pas een problematische groepssamenstelling of inrichting aan en beoordeel tegelijk of onderzoek of behandeling nodig is. Ook een groep met alleen mannetjes vraagt observatie en voldoende ruimte. Zie opjagen en groepsverhouding. (LICG, z.d.)

Herkomst en leeftijd van guppen: aanwijzingen, geen diagnose

Guppen voor de gewone winkel komen uit grootschalige kweek, en dat kleurt de eerste weken. Imai en collega's noemen in hun inleiding kwekerijschade in Zuidoost-Azië, met Singapore en Sri Lanka bij naam. [literatuurrichtlijn] Seriously Fish en Aquarium Science wijzen allebei naar dezelfde hoek, inteelt en overproductie, met verschillend gewicht: de een is een naslagbron [literatuurrichtlijn], de ander een hobbybron zonder toetsing door vakgenoten [praktijkregel]. Waar je dieren vandaan komen doet er bij deze soort dus meer toe dan bij de meeste. Welke bronnen dat precies zeggen, waar ze elkaar tegenspreken, en waar je bij de aanschaf van guppen naar kijkt, staat daar uitgezocht; ik zet het hier niet nog een keer neer, want een tweede opsomming die net iets anders uitvalt maakt deze gids alleen maar minder betrouwbaar.

Sterfte kort na aankoop is aanleiding om transport, herkomst, ziekteverschijnselen en de eigen bak samen te onderzoeken, niet om één oorzaak aan de hand van de kalender aan te wijzen. Nieuwe vissen vooraf apart observeren beperkt het risico voor bestaande bewoners; LICG raadt quarantaine aan. Een aparte bak moet zelf geschikt en ingedraaid zijn. Bij een al ziek dier weeg je de belasting van verhuizen af tegen de noodzaak van afzondering, onderzoek of behandeling. Zie wennen en quarantaine. [houderijrichtlijn en praktische toepassing]

Hoe oud zijn de dieren, voor zover bekend? LICG noemt ongeveer een half tot twee jaar, maar leeftijd alleen verklaart een doodsoorzaak niet. Ook bij een oudere groep blijven plotselinge uitval, vermagering of veranderde ademhaling reden voor onderzoek. Het artikel over levensduur van guppen onderscheidt houderijopgaven, laboratoriumreeksen en individuele variatie.

Vijf vragen die een laboratorium stelt en jij overslaat

Wat heb jíj de afgelopen week gedaan? De vragenlijst die een visziektenlaboratorium aan een inzender voorlegt begint niet bij symptomen maar hier. Is er iets veranderd aan het voer of het onderhoud? Wanneer is er voor het laatst water ververst? Zijn er dieren bijgekomen, en zaten die eerst apart? Welke soorten zijn wél ziek en welke niet? En hoeveel doden vielen er per dag? [literatuurrichtlijn] — Stilwell et al.

Vertaald naar een huiskamerbak: de spons uitgespoeld onder de kraan, de pomp een nacht uit, in één keer veel vis erbij, een spuitbus in de kamer. Die laatste vraag scheidt bovendien twee heel verschillende verhalen. Een hele groep die in één nacht verdwijnt wijst een andere kant op dan één dier per week. [praktijkregel]

Ammonium, ammoniak en pH: lees ook wat je test bepaalt

Bij waterkwaliteit horen óók de mineralensamenstelling en de zuurgraad. Passend kraanwater is een mogelijk uitgangspunt, geen garantie voor het aquarium. Beoordeel temperatuur, zuurstof, ammonium/ammoniak, nitriet, nitraat en pH, GH en KH in samenhang. De pH heeft een eigen betekenis voor de vissen en beïnvloedt bovendien het aandeel vrije ammoniak. (Francis-Floyd et al., 2026)

Veel aquariumtests bepalen totaal ammonium plus ammoniak; controleer wat jouw test precies rapporteert en in welke eenheid. Het aandeel van de giftigere vrije ammoniak neemt toe bij hogere pH en temperatuur. Een totaalwaarde is daarom niet zonder die context te beoordelen. Zie ammoniak en pH. (Francis-Floyd et al., 2026)

Nitriet werkt anders, en dat verklaart waarom hetzelfde beeld twee oorzaken kan hebben. Het lift mee op de route waarmee de vis in de kieuw chloride binnenhaalt: nitriet heeft affiniteit voor datzelfde opnamemechanisme, dus een deel van de chlorideopname wordt nitrietopname. In het bloed oxideert het vervolgens de rode bloedkleurstof tot een vorm die het gas niet meer vervoert. Een dier met gave kieuwen kan daardoor tóch naar lucht happen. [literatuurrichtlijn] — Kroupova et al. 2005.

In diezelfde review staat het enige nitrietgetal dat echt over deze soort gaat. Machova en collega's vonden een 96-uurs LC50 van natriumnitriet tussen 39 en 436 mg/l, afhankelijk van het chloridegehalte van het water (10 tot 190 mg/l). [gemeten, via de citerende review] — Machova et al. 2004, gerapporteerd in Kroupova et al. 2005.

Lees dat getal niet verkeerd, want het werkt precies andersom dan het lijkt. Een LC50 is de concentratie waarbij de hélft van de dieren het binnen vier dagen niet haalde. Het is geen veilige grens maar een dodelijke, en schade begint er ver onder. Bovendien gaat het over natriumnitriet en niet over de waarde die jouw testkaart aanwijst; die twee kun je niet naast elkaar leggen. De enige uitkomst die je wilt zien blijft: niet meetbaar. [praktijkregel] Wat het cijfer wél leert: hoe meer chloride, hoe meer nitriet een vis verdraagt. Daar telt de samenstelling van jouw eigen water dus mee.

Ademnood is eerst een ademhalingsvraag

Begin met de grens, want die scheelt veel onnodige zorg. Een gup eet en zwemt veel in de boven- en middenzone, maar hij hangt daar niet uitsluitend: FishBase noemt de soort benthopelagisch. [literatuurrichtlijn] Aan de waterlijn happen naar voer is dus gewoon gedrag, en een dier dat af en toe laag zit ook. Alarm is iets anders: stil hangen zonder te eten, met zichtbaar versneld kieuwtempo, en meerdere dieren tegelijk. [praktijkregel]

Controleer bij ademnood de temperatuur, filterwerking en beluchting. Bij dezelfde luchtdruk en hetzelfde zoutgehalte kan warmer water bij verzadiging minder zuurstof bevatten; de thermometer meet echter geen zuurstofgehalte. Ook nitriet en kieuwproblemen kunnen vergelijkbare klachten geven. Beoordeel die mogelijkheden samen en zoek bij ernstige ademnood snel deskundige hulp. (Francis-Floyd et al., 2026)

Zijn de kieuwen zelf aangetast, dan noemt LICG bij deze soort eencelligen als Trichodina en Ichthyobodo, en kieuwwormen als Dactylogyrus en Gyrodactylus, die zich met haakjes vastzetten. Het beeld staat er bij dezelfde bron bij: de vis schuurt langs oppervlakken, de kieuwdeksels staan verder open dan normaal, en de kieuwen zijn vlekkerig. [literatuurrichtlijn]

Bij schuren of ademhalingsproblemen controleer je het water én mogelijke kieuw- of huidaandoeningen. Noteer of recent vissen zijn toegevoegd. Een dierenarts of laboratorium kan gericht materiaal onderzoeken, bijvoorbeeld met microscopie; alleen het zichtbare gedrag stelt de verwekker niet vast. Welke test nodig is hangt af van het ziektebeeld. Start geen willekeurig middel omdat één verschijnsel bij een parasiet lijkt te passen. (LICG, z.d.; Francis-Floyd et al., 2026)

Dichtgeklapte vinnen zijn geen diagnose maar een signaal, dat LICG naast een doffe huid en afwijkend zwemmen noemt. Wordt dit na een waterwissel zichtbaar, controleer dan het ververswater en de omstandigheden; een uur klachten is niet automatisch normaal. Ook op de bodem liggen beoordeel je samen met ademhaling, reactie en ander gedrag. Bij verslechtering of meerdere zieke dieren is snelle deskundige beoordeling nodig. (LICG, z.d.)

Witte stippen en een stoffige waas zijn twee verschillende dingen

Het beeld eerst, want deze twee worden voortdurend verwisseld. Witte stip geeft losse korrels ter grootte van een zoutkristal, die je meestal het eerst op de vinnen ziet. Fluweelziekte, door LICG ook peperstip genoemd, wordt veroorzaakt door Piscinoodinium, een flagellaat; de infectie begint bij de kieuwen en breidt zich daarna uit over de huid, die daardoor een fluweelachtig uiterlijk krijgt. [literatuurrichtlijn] — LICG. Hoe dat er van dichtbij uitziet zegt die bron er niet bij; in de hobby wordt het beschreven als een fijne, stoffige waas van korrels die te klein zijn om te tellen. [praktijkregel] Korrels die je kunt tellen tegenover een waas die je niet kunt tellen: dat is het onderscheid. Hoe vaak fluweel bij deze soort voorkomt is niet apart onderzocht. [hiaat]

Bij de gup weegt de route naar binnen zwaarder dan bij de meeste soorten. De parasiet reist mee met vis, en een bak met veel dieren en dagelijks nieuwe aanvoer is het ideale doorgeefluik. Dat is precies wat een winkelbak is, en het maakt dit vaker een aanvoer- dan een verzorgingsprobleem. [praktijkregel]

Verander de temperatuur niet op grond van witte puntjes alleen. Het warmteonderzoek hierboven testte geen behandeling tegen witte stip. Laat eerst beoordelen welke aandoening aanwezig is en welke aanpak bij de vissen en de bak past; volg daarna de instructies voor die behandeling.

Pak in plaats daarvan de twee dingen die altijd gelden. Zet er geen nieuwe vissen bij zolang de kuur loopt, en maak die kuur af. Dat laatste is de fout die de meeste mensen maken, en LICG zegt het onomwonden: "Zorg er wel voor dat u lang genoeg doorgaat met behandelen, zodat alle ziekteverwekkers gedood worden." [literatuurrichtlijn] Hoe die kuur werkt, en waarom hij juist mislukt op het moment dat het beter lijkt te gaan, staat in het eigen stuk erover.

Een kapotte staart: een bijter, het water, of staartrot

De eerste ingang is mechanisch. Er zit een bijter in de bak. LICG noemt sumatraantjes met naam als beschadigers van guppenstaarten [literatuurrichtlijn], en waarschuwt op zijn pagina over de kempvis apart voor die soort: kies er geen medebewoners met lange siervinnen bij, zoals sommige guppy's, want de kempvis kan die als concurrent zien. [literatuurrichtlijn] — LICG, Betta. Je staat er zelden bij als het gebeurt, dus vaststellen doe je aan de schade: zijn alleen de langstaartige mannen beschadigd, dan wijst dat naar een bijter; is iedereen tegelijk rafelig, dan wijst dat naar het water. [praktijkregel] Er hoort een handeling bij die vaak uitblijft: de bijter eruit, of de gup eruit. Anders behandel je elke maand opnieuw. Welke soorten wel en niet naast deze vis passen, staat in het deel over het gezelschap van deze gids.

De tweede ingang is de waterkwaliteit, en dan ben je terug bij de eerste paragraaf. De derde is een gevolg van de eerste twee: een beschadigde rand raakt bezet. Rafelig van de rand naar binnen, vaak met een verkleurde zoom, en langzaam erger in plaats van elke dag anders. Een rand die weer strak en doorzichtig wordt is herstel; een rand die dag na dag verder inloopt niet. [praktijkregel]

Dat langvinnige kweekvormen kwetsbaarder zijn, is voor deze soort nooit gemeten [hiaat], al schrijft LICG in algemene zin dat verlengde vinnen vatbaar zijn voor infecties. [literatuurrichtlijn]

Wat de hobby guppykiller noemt, is een ciliaat

De bijnaam suggereert een bacterie. In de hobby slaat guppykiller op Tetrahymena, een eencellige met trilharen. Daar bestaat harde meting over. Japanse onderzoekers ontleedden 78 zieke guppen die tussen september 1998 en juni 1999 vanuit Singapore in Japan waren ingevoerd, uitgekozen omdat ze afwijkend zwommen of een witachtige waas op het lichaam hadden. 43 ervan, 55 procent, bleken besmet met ciliaten. [gemeten, op verdachte dieren geselecteerd] De soortbepaling stond daar los van en gebeurde op materiaal van twee Singaporese kwekerijen, met Tetrahymena corlissi als uitkomst. [gemeten] — Imai et al. 2000.

Waar ze zaten is het interessantst. De meeste ciliaten zaten in de schubzakjes en tussen de spiervezels, en verder in de organen, de oogkas en het ruggenmerg. Het darmepitheel bleef onbeschadigd, terwijl er in het bindweefsel van de darm wél ciliaten zaten. Daaruit leiden de auteurs af dat de weg naar binnen van de schubben via de spier naar de organen loopt, en niet via de bek. De zwaarst aangetaste dieren hadden zichtbaar schubverlies en zweren. [gemeten]

Op het uiterlijk alleen kom je er niet uit

In de praktijk zie je er bij guppen vaak niets van. Aquarium Science schrijft het zo: bij guppen worden de verschijnselen zelden gezien, de dieren gaan gewoon plotseling dood, en de ciliaat wordt pas gevonden als een dood dier onder de microscoop gaat. [praktijkregel] Diezelfde bron schrijft dat de ciliaat vooral bij guppen en andere levendbarenden voorkomt; dát het beeld bij die andere levendbarenden wél zichtbaar zou zijn, staat er niet met zoveel woorden. [hiaat]

Diezelfde bron zet wel op een rij wat er dan te zien is. Grauwe of witachtige plekken die op afschilferende huid lijken, meestal boven op de kop of vlak voor de rugvin. Aangetaste of wit geworden ogen. En stipjes die op witte stip lijken maar grijzer en onregelmatiger zijn. Dat beeld lijkt bovendien op columnaris, en het is heel gewoon dat een dier allebei tegelijk heeft. [praktijkregel]

Die beelden beschrijft de bron voor vissen in het algemeen. Bij de gup zet hij er zelf bij dat je ze zelden ziet. De conclusie is daarmee even onhandig als hierboven: op het uiterlijk alleen maak je dit onderscheid niet. Dat lukt met een huidafstrijkje onder de microscoop, en verder niet.

Bacteriën gaan sneller, en ook daar zie je meestal niets

Aquarium Science noemt drie hoofdverwekkers naast elkaar: een darmworm, de ciliaat hierboven, en bacteriën. Binnen die derde groep wijst de bron vooral naar columnaris en Aeromonas. Ze gaan snel, nemen een groep soms in één nacht weg, en doden volgens diezelfde bron meestal inwendig zonder uiterlijk teken. Mannetjes zijn er gevoelig voor omdat afweer moeilijk tot in die lange staart komt, en hoogdrachtige vrouwtjes ook. [praktijkregel — één hobbybron, niet nagemeten]

LICG is concreter, en die beschrijving is bruikbaar, maar hij staat op twee verschillende pagina's. Op de guppenpagina zelf staat columnarisziekte zonder de naam van de bacterie: oppervlakkige aantasting van de huid en de kieuwen, die zich snel uitbreidt tot een ernstige ziekte, en lastig te behandelen. [literatuurrichtlijn] — LICG, Guppy. Op de aparte pagina over ziekten bij zoetwatervissen staat de verwekker er wél bij, Flavobacterium columnare, met oppervlakkige huid- en vinontstekingen en aantasting van de kieuwen, plus de aantekening dat de ziekte vooral voorkomt in warmer water, boven 24 graden. [literatuurrichtlijn] — LICG, Ziekten en aandoeningen.

Blijft één ding dat meestal wordt weggelaten. Aquarium Science beschrijft de ciliaat niet als iets wat van buiten komt, maar als een opportunist die in het slib van de meeste bakken al aanwezig is en pas gevaarlijk wordt als dat slib zich ophoopt of het aantal bacteriën in het water oploopt. [praktijkregel — één hobbybron, niet nagemeten] De aanpak zit dus aan twee kanten: aan de aanvoer én aan het onderhoud.

Vissen-tbc is het beeld dat je maanden niet ziet

Thaise en Japanse onderzoekers namen 37 uiterlijk gezonde guppen van drie kwekerijen in Nakhon Pathom, zonder huidwonden en zonder afwijkend gedrag. Elk van de twee gebruikte tests vond er 14, 37,8 procent, die tóch drager waren van een mycobacterie. [gemeten] — Ponpornpisit et al. 2009.

Let op de manier van tellen, want het getal is voorzichtiger dan het lijkt. Slechts 9 dieren waren op beide tests positief. Op minstens één van de twee waren dus negentien van de zevenendertig dieren positief, net boven de helft. [eigen omrekening uit gemeten waarden] Ruim een derde is daarmee hier een ondergrens. Bij zieke dieren uit hetzelfde onderzoek, afkomstig van bedrijven met een vermoede uitbraak, zaten in de organen van álle vissen granulomen: ophopingen van afweercellen met daarin staafvormige, zuurvaste bacteriën. [gemeten] Dat verklaart waarom een groep maandenlang af en toe een dier verliest zonder dat er ooit een beeld komt.

Eén precisering hoort erbij, want de hobby gooit hier twee dingen op één hoop. Het Thaise cijfer gaat over Mycobacterium gordonae; dat waren de isolaten, en daarop was de test gebouwd. De waarschuwing die je in het Nederlands tegenkomt gaat over Mycobacterium marinum en M. fortuitum, andere soorten uit dezelfde groep. [literatuurrichtlijn] — LICG. Vroeg zie je niets. Later worden dieren lusteloos, eten ze niet, vermageren ze, en komen benauwdheid, uitpuilende ogen en huidzweren erbij. [literatuurrichtlijn] — Ponpornpisit et al., naar Frerichs 1993 en Beran et al. 2006.

Thuis stel je dit niet vast. Alleen al het opkweken van de bacterie uit de lever van een stervende vis duurde in dat onderzoek veertien dagen. [gemeten] Een thuisbehandeling die hier aanbevolen kan worden is niet beschreven. [hiaat] Wat er wel uit volgt: kweek niet door op een lijn die langzaam uitdunt, en zet er niets bij zolang je niet weet wat er speelt.

En dan het deel dat over jou gaat in plaats van over de vis. Bij de mens kan M. marinum zwemmersgranuloom geven: chronische huidwondjes waarvoor een lange antibioticumkuur nodig is. [literatuurrichtlijn] — LICG. Vier dingen doe je vandaag. Was je handen met zeep na elke keer dat je in de bak bezig bent geweest. Werk niet met een open wondje of een schaafplek in het water. Gebruik emmer en schepnetje alleen voor het aquarium en niet voor andere huishoudelijke klussen; dat staat letterlijk op de guppenpagina van LICG. [literatuurrichtlijn] En over de hevelslang staat er iets anders: gebruik je die, zorg dan dat je geen water binnenkrijgt, want sommige visziekten zijn ook voor mensen besmettelijk. [literatuurrichtlijn] Gaat een wondje aan hand of onderarm na aquariumwerk niet dicht, meld dan bij je huisarts dat je een aquarium hebt. Dat is het gegeven waarmee hij aan deze groep bacteriën kan denken. [praktijkregel] Overdracht kan bovendien via bevroren voer, dus haal dat bij een vertrouwd adres. [literatuurrichtlijn] Voor de bak zelf lost leeggooien niets op, en waarom niet staat verderop.

Een kromme rug is geen diagnose maar een beeld

Hetzelfde beeld heeft vijf ingangen, en aan de kromming alleen zie je niet welke. Je ziet het het beste van opzij: de rug loopt niet recht maar heeft een knik of een bult.

Erfelijk, maar dat stel je aan een winkelvis niet vast. Er bestaat een in kaart gebrachte, recessieve vorm die curveback heet, en het is een laboratoriumlijn: in 2003 opgezet uit een kromme man en een niet-verwante rechte vrouw, daarna doorgezet met broer-zusparingen en terugkruisingen. Van de nakomelingen was 48 procent aangedaan in de terugkruising en 22 procent in de tweede generatie, wat past bij één recessief hoofdlocus. Eén plek op koppelingsgroep 14 verklaarde in kruisingsgroep 2 82,6 procent van de spreiding in de ernst. In díé lijn gaat het om een doorbuiging naar beneden voorin en een bult naar boven achterin; de kromming ontstaat ná de geboorte en staat rond de geslachtsrijpheid stil, ongeveer een maand na de worp. [gemeten] — Gorman et al. 2011. Dat bewijst dat er een erfelijke vorm bestáát, niet dat jouw dier hem heeft: geen bron toont dit allel bij handelsguppen aan. [hiaat] Met zo'n dier kweek je in elk geval niet door.

Inteelt, met een vitaminetekort als uitsluitingscontrole. LICG noemt de kromme rug los van elk laboratorium, gewoon als gevolg van inteelt, in één adem met een verkort kieuwdeksel. Let op: dat schrijft LICG in algemene zin over vissen, niet over de gup. [literatuurrichtlijn] Diezelfde pagina voegt er een controle aan toe die je nergens anders tegenkomt. Bij een ruggengraatverkromming hoort een vitamine C-tekort te worden uitgesloten, want jonge vis kan daardoor kraakbeenvergroeiingen krijgen die niet meer terug te draaien zijn. [literatuurrichtlijn] Bij een soort uit massakweek die vaak op één soort droogvoer leeft, is dat geen theoretische kanttekening. [praktijkregel]

Tetrahymena, met een slag om de arm. De ciliaat werd aangetroffen tot in het ruggenmerg [gemeten], maar dát hij daar ook de kromming veroorzaakt legt geen enkele publicatie vast. [hiaat]

Mycobacteriose, met dezelfde slag om de arm. In de hobby is dit de standaardverklaring. De publicatie hierboven geeft granulomen en late verschijnselen als vermageren en uitpuilende ogen; een vervormde wervelkolom staat er niet bij. Hou het aan als mogelijkheid bij een dier dat óók vermagert, niet als vaststaand verband. [hiaat]

Een darmworm. Aquarium Science noemt bij Capillaria een holle buik, een gebogen rug, vermageren en voer uitspugen — dat is ook de rij in de tabel hierboven over een dier dat langzaam mager wordt. [praktijkregel] Dit is de enige van de vijf die thuis te behandelen is, maar niet blind. Je stelt hem vast door de ontlasting onder de microscoop te leggen, en pas daarna doseer je iets. Let op: deze gids heeft over deze worm geen eigen stuk, en de rode draadjes verderop zijn een ándere worm met een ánder beeld. Voor de kuur ben je hier dus aangewezen op je dierenarts en op het etiket van het middel dat hij of zij aanwijst.

Scheef zwemmen en zwart worden: hier houdt de kennis op

Scheef zwemmen of kopstaand hangen is een signaal dat er iets mis kan zijn. Alleen die houding vertelt je niet welk orgaan is aangetast of welke behandeling nodig is. LICG noemt afwijkend zwemmen als gezondheidsverschijnsel. Controleer het water en de overige klachten; noteer ook veranderingen in voer en voedselopname. (LICG, z.d.)

Een dag of twee niet voeren is geen bewezen onschadelijke behandeling voor deze zwemklachten. Guppyonderzoek naar herhaalde vastendagen gedurende zestien weken beantwoordt die behandelvraag niet. Ook voor een doperwt als behandeling ontbreekt hier passende onderbouwing. Laat bij aanhoudende klachten of verslechtering beoordelen wat er speelt. Of minder voeren passend is, hangt af van onder meer het waterprobleem, de conditie en de oorzaak. (Türkmen & Karadal, 2017; Francis-Floyd et al., 2026)

"Mijn gup wordt zwart" is een veelgestelde vraag zonder gepubliceerd antwoord. Er is voor deze soort geen publicatie gevonden die dit beeld beschrijft of aan een oorzaak koppelt, en dat geldt ook voor de variant met losse zwarte stipjes op lijf en vinnen. [hiaat] Wat wel helpt is onderscheiden wát er donker wordt. Een donkere vlek op het achterlijf van een volwassen vrouwtje hoort bij de voortplanting, en LICG noemt hem als het kenmerk waaraan je een dier met jongen op komst herkent. [literatuurrichtlijn] Dat is iets heel anders dan een vlek op de flank of de staartwortel.

Niet alles wat de hobby vraagt is ooit onderzocht, en dat opschrijven is eerlijker dan het gat vullen. In 270 wilde mannetjes uit 18 populaties in Trinidad telden onderzoekers 21 parasietsoorten, waarvan vijf nieuw voor het eiland; zuigwormen waren 57 procent van alle infecties, en op één na waren alle dertien soorten daarvan ingekapselde larvestadia. Huid- en kieuwwormen waren 42 procent. [gemeten] Wereldwijd zijn er van deze soort bijna tachtig beschreven, grotendeels in gevangenschap of in proefopstellingen. [literatuurrichtlijn] — Mohammed et al. 2020. Dat maakt hem geen ziekelijke vis. Het maakt hem de best onderzochte.

Leeggooien lost hier niets op

Opnieuw beginnen helpt zelden. De ciliaat zit volgens Aquarium Science sowieso in het slib van de meeste bakken, en een verse bak heeft juist het probleem dat er nog geen bacteriecultuur staat die het afval wegwerkt. Wat wél helpt is het slib uit de bodem halen, en nadrukkelijk niet uit de spons. In de bruine laag van een ingedraaide, "rijpe" spons zit volgens dezelfde bron een grote populatie van diezelfde ciliaat. Die eet de bacteriën uit het water weg, en juist daardoor houdt de ciliaat op de vis niets over om van te leven. [praktijkregel — één hobbybron, niet nagemeten]

De tweede knop is zuiniger omgaan met het voer. Dat is dezelfde knop als bij stap één, en de enige die bij zowel de ciliaat als bij bacteriën de goede kant op draait. Aanvullen kan pas als je weet wat er speelde, anders koop je hooguit dezelfde partij nog een keer. Of de andere bewoners gevaar lopen is per verwekker verschillend, en voor guppen niet apart onderzocht. [hiaat]

Een dosering hoort op de verpakking, niet in een artikel

Bewust geen dosering hier. Middelen verschillen per merk in concentratie, in wachttijd en in wat ze met planten en garnalen doen; de enige juiste dosering staat op de verpakking die jij in handen hebt. Dit stuk gaat over de stap ervoor: niet doseren tegen iets wat je nog niet hebt vastgesteld.

Moet er dan zout bij, de vraag die in Nederland als eerste valt? Als algemene eerste stap bij een zieke gup niet. Het bezwaar zit niet bij de vis maar bij de rest van de bak, want planten en garnalen kunnen er structureel slechter tegen. Wat zout bij deze soort wel en niet doet, staat in datzelfde deel over temperatuur van deze gids.

De generieke beelden hebben elk hun eigen stuk: witte stip, vinrot, waterschimmel bij een pluk op een wond, buikwaterzucht bij afstaande schubben, en Camallanus bij een rode draad uit de anus.

Stopt het niet, dan is er in Nederland een adres

Stopt de sterfte niet, dan houdt het niet op bij de winkel. Er zijn in Nederland dierenartsen die in vissen gespecialiseerd zijn, en LICG zet de route erbij: vraag je eigen dierenarts om een doorverwijzing. Voor laboratoriumonderzoek is het adres het visziektenlaboratorium van Wageningen Bioveterinary Research in Lelystad. [literatuurrichtlijn] Dat laboratorium vraagt je eerst contact op te nemen, je als klant te laten registreren en een ondertekend inzendformulier mee te sturen. De tarieven zijn openbaar en doorzoekbaar per diersoort; algemeen histologisch onderzoek stond er bij het schrijven van dit stuk op 276,50 euro per monster, en op 211,50 euro per monster vanaf vijf monsters. Er wordt dus per monster gerekend en niet per inzending; één inzending kan er meerdere bevatten. [literatuurrichtlijn] — WBVR.

Eén ding scheelt daarbij veel. Zo'n laboratorium heeft het meest aan een levend, stervend dier. Een vis die langer dan zes uur dood is, is voor de meeste bepalingen niet meer bruikbaar; op ijs blijft hij langer wél te gebruiken. [literatuurrichtlijn] — Stilwell et al.

En dan de vraag die bij een chronisch beeld onvermijdelijk komt: wanneer houdt het op? Twee van de beelden hierboven kun je thuis niet behandelen: vissen-tbc en een kromme rug. Wormen zijn wél te behandelen, maar niet blind, en het zijn er twee die je uit elkaar moet houden. Rode draadjes uit de anus horen bij Camallanus, en daar staat de hele gang van zaken. De darmworm achter de holle buik en de gebogen rug is een andere: die stel je vast op de ontlasting, hij heeft in deze gids geen eigen stuk, en de kuur loopt via de dierenarts en het etiket van het middel. Bij een dier dat niet meer eet, niet meer zwemt en waarvoor geen behandeling beschreven is, is doorbehandelen geen neutrale keuze. Bespreek dat met dezelfde dierenarts die je toch al belt. [praktijkregel]

Bronnen
  1. Imai, S., Tsurimaki, S., Goto, E., Wakita, K. & Hatai, K., 2000, Tetrahymena Infection in Guppy, Poecilia reticulata, Fish Pathology 35(2):67-72 - https://www.jstage.jst.go.jp/article/jsfp1966/35/2/35_2_67/_article
  2. Ponpornpisit, A., Areechon, N., Kono, T., Kitao, Y., Sakai, M., Katagiri, T. & Endo, M., 2009, Detection of Mycobacteriosis in guppy, Poecilia reticulata, by loop-mediated isothermal amplification method, Bulletin of the European Association of Fish Pathologists 29(1):3-9 - https://eafp.org/download/2009-Volume29/Issue%201/29_003.pdf
  3. Chung, M.-H. J., Zang, C., Moura-Campos, D., Jennions, M. D., & Head, M. L. (2026). Does early-life food shortage alter female life history at elevated temperatures? The American Naturalist, 207(4), 546–563. https://doi.org/10.1086/739304 — definitieve publicatie; laboratoriumproef met langdurige temperatuurbehandeling vanaf de geboorte, geen individuele diagnose of behandelproef.
  4. Gorman, K.F., Christians, J.K., Parent, J., Ahmadi, R., Weigel, D., Dreyer, C. & Breden, F., 2011, A major QTL controls susceptibility to spinal curvature in the curveback guppy, BMC Genetics 12:16 - https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC3039624/
  5. Mohammed, R.S., King, S.D., Bentzen, P., Marcogliese, D., van Oosterhout, C. & Lighten, J., 2020, Parasite diversity and ecology in a model species, the guppy (Poecilia reticulata) in Trinidad, Royal Society Open Science 7:191112 - https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC7029902/
  6. Kroupova, H., Machova, J. & Svobodova, Z., 2005, Nitrite influence on fish: a review, Veterinarni Medicina 50(11):461-471 - deze review rapporteert ook de guppy-meting van Machova et al. 2004 (96-uurs LC50 van NaNO2 tussen 39 en 436 mg/l bij 10-190 mg/l chloride); het origineel konden wij niet zelf openen - https://vetmed.agriculturejournals.cz/pdfs/vet/2005/11/01.pdf
  7. Stilwell, N.K., Yanong, R.P.E. & Francis-Floyd, R., Submission of Fish for Diagnostic Evaluation, EDIS FA55, University of Florida IFAS Extension - https://ask.ifas.ufl.edu/pdf/FA/FA05500.pdf
  8. LICG (Landelijk InformatieCentrum Gezelschapsdieren), Guppy - onder meer “Een voorbeeld is columnaris ziekte. Dit lijdt tot oppervlakkige aantasting van de huid en kieuwen, die zich snel uitbreidt tot een ernstige ziekte. Het is lastig te behandelen”, “Vissen-TBC wordt veroorzaakt door de bacterie Mycobacterium marinum”, “Bij de mens kan deze bacterie zwemmersgranuloom veroorzaken”, “Eén mannetje per twee tot vijf vrouwtjes werkt het beste”, 23-25 graden, pH tussen zeven en acht, “Ze leven ongeveer een half tot twee jaar”, “sommige andere soorten (zoals sumatraantjes) de staarten van uw guppen kunnen beschadigen”, “Gebruik attributen die voor het aquarium bestemd zijn, zoals een emmer en schepnetje, alleen voor het aquarium en niet voor andere huishoudelijke activiteiten” en “Gebruikt u een hevelslang, zorg er dan voor dat u geen water binnen krijgt” - https://www.licg.nl/aquariumdieren/guppy/
  9. LICG, Ziekten en aandoeningen bij zoetwatervissen - onder meer “Columnarisziekte wordt veroorzaakt door de bacterie Flavobacterium columnare. Deze veroorzaakt oppervlakkige huid- en vinontstekingen en tast de kieuwen aan”, “De ziekte komt vooral voor in warmer water (boven 24 graden)”, “Fluweelziekte, ook wel peperstip genoemd, wordt bij zoetwatervissen veroorzaakt door Piscinoodinium, een flagellaat. De infectie start bij de kieuwen en breidt zich uit over de huid van de vis, die hierbij een fluweelachtig uiterlijk krijgt” en “Vissentuberculose wordt veroorzaakt door Mycobacterium marinum of M. fortuitum” - https://www.licg.nl/aquariumdieren/ziekten-en-aandoeningen-bij-zoetwatervissen/
  10. LICG, Betta - “U kunt eventueel wel andere soorten bij de betta houden, maar kies geen soorten met lange siervinnen zoals sommige guppy’s want de kempvis kan deze als concurrent zien en kan dan met hen vechten” - https://www.licg.nl/aquariumdieren/betta/
  11. LICG, Overzicht erfelijke aandoeningen bij vissen - https://www.licg.nl/aquariumdieren/overzicht-erfelijke-aandoeningen-bij-vissen/
  12. OATA (Ornamental Aquatic Trade Association), How to look after guppies and mollies - “Nitrate: Not to exceed 20 mg per litre above normal tap water levels” en “At least once every week, a partial water change of 25% is strongly recommended” - https://ornamentalfish.org/what-we-do/advice-information/care-sheets/caresheets-tropical-freshwater-fish/how-to-look-after-guppies-and-mollies/
  13. Seriously Fish, Poecilia reticulata - temperatuur 17-28 graden, pH 7,0-8,5, 8-30 dGH, en de waarschuwing dat veel commercieel gekweekte guppen door inteelt en overproductie niet sterk zijn - https://www.seriouslyfish.com/species/poecilia-reticulata/
  14. FishBase, Poecilia reticulata - “Freshwater; brackish; benthopelagic”, temperatuur 18-28 graden, pH 7,0-8,0, dH 9-19 - https://www.fishbase.se/summary/Poecilia-reticulata.html
  15. RIVM, Drinkwater - “Het bevat geen chloor en de kwaliteit behoort tot de beste van de wereld” - https://www.rivm.nl/drinkwater
  16. Vitens, Begrippenlijst, lemma chloride - “Chloor wordt alleen gebruikt in het uiterste geval als desinfectiemiddel bij een bacteriele verontreiniging na bijvoorbeeld een leidingbreuk. We stellen de desbetreffende klanten altijd van tevoren op de hoogte” - https://www.vitens.nl/over-water/begrippenlijst
  17. Wageningen Bioveterinary Research, Diagnostiek vis en schaal- en schelpdieren - inzenden gaat via contact vooraf, registratie als klant en een ondertekend inzendformulier - https://www.wur.nl/en/research/products-services/diagnostics-fish-and-shellfish
  18. Wageningen Bioveterinary Research, Tarievenlijst - openbaar en doorzoekbaar per diersoort; algemeen histologisch onderzoek (artikel VIS04, maximaal drie coupes) 276,50 euro per monster en 211,50 euro per monster vanaf vijf monsters - https://tarievenlijst.wbvr.wur.nl/
  19. Aquarium Science (D. Bogert), 17.6 Guppies and Livebearers - hobbybron met praktijkwaarnemingen, geen toetsing door vakgenoten; onder meer “The three major pathogens are capillaria, tetrahymena and bacteria”, “Bacteria that kill guppies are numerous. They are chiefly columnaris and aeromonas, but others take their toll”, “Capillaria typically has the following symptoms: hollow belly, arched back, wasting, spitting out food and intestines popping out” en de toeschrijving van de zwakke afweer van veel handelslijnen aan honderden generaties broer-zusteelt - https://aquariumscience.org/index.php/17-6-guppies-and-livebearers/
  20. Aquarium Science (D. Bogert), 10.2.6 Tetrahymena - hobbybron met praktijkwaarnemingen, geen toetsing door vakgenoten; onder meer “With guppies the symptoms of tetrahymena are rarely seen. The guppies just suddenly die” en “Do not raise the temperature of the tank” - https://aquariumscience.org/10-2-6-tetrahymena/
  21. Francis-Floyd, R., Yanong, R. P. E., & Petty, B. D. (2026, juni). Environmental diseases of aquatic animals in aquatic systems. Merck Veterinary Manual. https://www.merckvetmanual.com/exotic-and-laboratory-animals/aquatic-systems/environmental-diseases-of-aquatic-animals-in-aquatic-systems — laatste update juni 2026; volledige beoordeling mei 2023. Onderscheid totale hardheid en alkaliniteit, pH en ammoniak, en meerdere mogelijke oorzaken van sterfte. Algemene veterinaire naslag, geen guppyproef. Geraadpleegd 10 september 2026.
  22. Killen, S. S., Croft, D. P., Salin, K., & Darden, S. K. (2016). Male sexually coercive behaviour drives increased swimming efficiency in female guppies. Functional Ecology, 30(4), 576–583. https://doi.org/10.1111/1365-2435.12527 — zwemfysiologie na verschillende sociale omstandigheden, geen uitsluiting van ziekte of sterfte.
  23. Türkmen, G., & Karadal, O. (2017). Effects of cycled starvation feeding regimes and gender on growth performance and cost analysis of guppy (Poecilia reticulata). Ege Journal of Fisheries and Aquatic Sciences, 34(4), 423–430. https://doi.org/10.12714/egejfas.2017.34.4.09 — herhaalde voer- en vastenregimes gedurende zestien weken; geen behandeling van scheefzwemmende vissen.

Wat betekent dit voor jouw bak?

Alquarium leest dit artikel mee en denkt met je mee over jouw aquarium. Gratis, geen account nodig.

Je hebt het stuk uit. Wat wil je weten over jouw eigen bak?

  • Of begin hiermee:

Verder lezen

Alles over vissen