Naar de inhoud
ALQUARIUM Vraag het Alquarium
Lichtmicroscopische opname van Saprolegnia met een oogonium waarin meerdere ronde oosporen zichtbaar zijn.
De geslachtelijke fase, met de dikwandige oosporen die als overlevingsvorm dienen. De draden zijn ongeveer tien micrometer dik, tegen twee tot vijf bij echte schimmels. Jon Houseman, CC BY-SA 3.0

Ziektes

Waterschimmel: de pluk is het symptoom, de wond is de ziekte

De witte, wattige pluk op een vis is bijna nooit het eigenlijke probleem. Waterschimmel leeft van dood materiaal en komt pas een levende vis binnen waar de huid al open lag. Wie alleen de pluk behandelt, ziet hem terugkomen op dezelfde plek.

6 min lezen

15-25graden, snelste groeihet draadwerk groeit hier het hardst
6xopnieuw uitzwermeneen spore die geen plek vindt gaat niet dood
10micrometer draaddiktetegen 2 tot 5 bij echte schimmels
20 naar 10graden in een etmaalde val die in de kwekerij uitbraken uitlokt

In het kort

  • Het is geen echte schimmel maar een waterschimmel, evolutionair dichter bij kiezelwieren dan bij paddenstoelen. Middelen tegen echte schimmels grijpen hier niet vanzelf aan.
  • Vrijwel altijd een tweede infectie: op een wond, op dood weefsel, of op een vis die onder zijn temperatuuroptimum zit.
  • Van een meter afstand is dit niet te onderscheiden van columnaris, en die twee vragen tegengestelde behandelingen.
  • Het bruikbaarste veldkenmerk: waterschimmel steekt af van het lichaam en wappert mee met de stroming. Columnaris ligt er plat tegenaan.
  • De sporen kapselen zich tot zesmaal opnieuw in en zwermen opnieuw uit. Daarom is de pluk zien verdwijnen een tussenstand, geen eindpunt.

Wat betekent dit voor jouw bak?

Alquarium leest dit artikel mee en denkt met je mee over jouw aquarium. Gratis, zonder account.

De pluk is het symptoom; de wond eronder is de ziekte. Waar zit de pluk precies, en is daar eerder iets gebeurd — een beschadiging, gebeten vinnen, of een vis die te koud zit?

  • Of begin hiermee:

Eerst de vraag die vissen kost

Is die witte plek wel schimmel?

Columnaris, steelinfusoriën en een gewone slijmreactie zien er van een meter afstand identiek uit, en alleen bij één daarvan helpt een antischimmelmiddel. Columnaris met het verkeerde middel behandelen kost je de dagen die je had, en dat beeld kan snel dodelijk verlopen.

Het bruikbaarste kenmerk zonder microscoop is beweging. Waterschimmel staat rechtop van de vis af en wappert mee met de stroming als een sliert; uit het water valt hij in elkaar tot een slijmerig klontje. Columnaris ligt plat als een stukje vilt op de huid, vaak als een zadel over de rug of rond de bek.

Met een microscoop is het meteen beslist: brede vertakte draden zonder dwarswandjes is waterschimmel, lange dunne glijdende staafjes die zich in hooibergjes ophopen is columnaris, en bekertjes op steeltjes zijn steelinfusoriën.

Het is geen schimmel

Saprolegnia hoort bij de waterschimmels, een groep die evolutionair dichter bij kiezelwieren en bruinwieren staat dan bij paddenstoelen. De handboeken noemen ze schimmelachtige protisten.

Dat is niet alleen taxonomische muggenzifterij. Hun celwand bevat vrijwel geen chitine, en daar grijpen juist veel middelen tegen echte schimmels op aan. Wat in de tuin of in de apotheek tegen schimmel werkt, doet hier daarom niet vanzelf iets.

Onder de microscoop zie je het ook aan de maat: de draden zijn ongeveer tien micrometer dik, tegen twee tot vijf bij echte schimmels.

Waarom de wond de ziekte is

Een doorsnede met vijf banden onder elkaar: water, slijmlaag, opperhuid, lederhuid en spierweefsel. Op vier plekken zit een ziektebeeld op zijn eigen diepte, met daaronder een genummerde legenda. Een: waterschimmel groeit vanuit een wondje in het huidoppervlak rechtop het water in, als draden die meewapperen met de stroming; een middel in het water bereikt dat. Twee: columnaris ligt plat als een viltje in de slijmlaag op de huid, vaak als een zadel over de rug of rond de bek; ook daar komt een middel bij. Drie: de witte stip zit als cyste ingebed in onder de opperhuid, met een laag gastheerweefsel eroverheen, en daar bereikt geen middel in het water hem. Vier: neonziekte zit als bleke haard in het spierweefsel, met een gave, ongeschonden huid erboven, en ook daar komt geen middel bij. Onder de plaat staat: Van een meter afstand lijken deze vier op elkaar. De vraag die ze scheidt is niet hoe het eruitziet maar hoe diep het zit, want dat bepaalt of een middel in het water er überhaupt bij kan komen. Columnaris met een antischimmelmiddel behandelen kost je de dagen die je had.
Waar zit het wit. Vier ziektebeelden, vier verschillende dieptes. Deze doorsnede beslist het grootste deel van de verwarringen in dit hoofdstuk.

Waterschimmel leeft normaal van dood organisch materiaal. Hij komt een levende vis binnen waar de huid al kapot is: een schaafplek van het net, vechtschade, een parasietenbeet, een plek die door slecht water is aangetast.

Daarnaast telt de temperatuur zwaar mee, en hier moet het handboek nauwkeurig geciteerd worden. Merck zegt dat vissen ónder hun optimale temperatuurbereik bijzonder vatbaar zijn, en dat een verkeerde temperatuur als voorbeschikkende factor weggenomen hoort te worden. Dat is iets anders dan de veelgehoorde bewering dat een paar graden erbij de behandelrespons verbetert. De richting is goed onderbouwd, de belofte niet.

In de kwekerij volgen uitbraken op scherpe temperatuurvallen: een daling van vijf tot negen graden in twaalf uur, of van twintig naar tien graden in een etmaal. Wie een vis met waterschimmel ziet en geen voorgeschiedenis kan bedenken, heeft die voorgeschiedenis meestal gemist, niet gehad.

Waarom stoppen zodra de pluk weg is te vroeg is

Het zichtbare draadwerk is maar één fase. Als de voeding opraakt, maakt dat draadwerk sporen. De eerste zwermspore is een slechte zwemmer en kapselt zich snel in. Daaruit komt een tweede zwermspore, en dát is de fase die ertoe doet: hij reageert op signalen van de gastheer en draagt haakvormige haartjes waarmee hij zich aan huid en schubben vastgrijpt.

En hier zit het punt. Vindt zo'n spore geen geschikte plek, dan gaat hij niet dood. Hij kapselt zich opnieuw in en zwermt opnieuw uit, tot zes keer achter elkaar.

Het water is na één behandeling niet leeg. De middelen raken het draadwerk en de sporen die op dat moment zwemmen; de ingekapselde voorraad levert de dagen erna gewoon nieuwe.

Merck houdt hier overigens een genuanceerder standpunt aan dan je zou verwachten, en het is eerlijk om dat erbij te zetten: is de omgeving schoon, klopt de temperatuur voor de soort en zijn de huidziekteverwekkers weg, dan is één behandeling vaak al voldoende voor een uitwendige besmetting. De opeenvolgende uitzwermgolven zijn de reden dat het etiket meerdere behandelingen voorschrijft; ze zijn geen reden om eindeloos door te doseren op een vis waarvan de wond dicht is.

Garnalen en slakken

Hier is de gangbare hobbyredenering ongeveer goed en de onderbouwing ervan verkeerd, en dat is het waard om recht te zetten.

Voor malachietgroen bestaat wel degelijk gepubliceerde data over zoetwatergarnalen: een 96-uurswaarde van zes tiende milligram per liter voor een zoetwatergarnaal, met een daaruit afgeleide veilige concentratie van zevenentwintig duizendste. Dat ligt ónder de orde van grootte waarop malachietgroen doorgaans gedoseerd wordt, niet ruim erboven zoals wel eens beweerd wordt.

De conclusie blijft dus staan, nu met de juiste reden: haal garnalen, slakken en andere ongewervelden eruit, of behandel de vis in een aparte bak. En haal ze er ook uit voordat je gaat oxideren, want kaliumpermanganaat en waterstofperoxide oxideren alles wat organisch is.

Schubloze soorten, meervallen en palingachtigen voorop, nemen alles sneller op via de huid. Het etiket noemt daar bijna altijd een aparte instructie, en die staat er niet voor de sier.

Op eieren gaat het anders

Op een legsel begint het altijd op de troebel-witte, onbevruchte of afgestorven eieren, en van daaruit slaat het over naar de eieren ernaast, die het door overwoekering laten stikken. Een legsel dat "in één nacht wit werd" is bijna altijd een legsel waar de dode eieren niet uit gehaald zijn.

De dode eieren zijn de bron. Wie die er consequent uithaalt en voor stroming langs het legsel zorgt, heeft het grootste deel van het probleem al opgelost.

Twee dingen die in Nederland niet kloppen

Chloorschade bestaat hier niet. Nederlands kraanwater bevat geen chloor en er wordt geen chlooramine gebruikt. "Te snel bijgevuld met kraanwater" verklaart hier hooguit een temperatuur- of pH-schok, geen chloorverbranding.

Er is geen geregistreerd antischimmelmiddel voor siervis. Van de middelen die in het Nederlandse register staan is er geen enkele tegen schimmel; het zijn antiparasitaire producten. Wat wél in de winkel ligt, loopt via de Europese vrijstellingsroute. Niet-geregistreerd betekent hier niet verboden, maar ook niet beoordeeld, en het zegt niets over werkzaamheid.

Eén ding dat je niet moet lezen als uitbraak

Saprolegnia overgroeit een kadaver binnen uren. Een vis die 's ochtends dood en beschimmeld in de bak ligt, is meestal niet aan schimmel gestorven.

De schimmel is dan een gevolg van het sterven en niet de oorzaak ervan, en dat maakt uit voor wat je vervolgens doet: wie op zo'n vondst een bakbrede kuur start, behandelt de verkeerde vraag. De vraag is waaraan die vis is gestorven.

BronnenMerck Veterinary Manual, Mycotic Diseases of Fish · Lindholm-Lehto 2024, Aquaculture Fish and Fisheries, Saprolegniosis in aquaculture · PLOS Pathogens, How Saprolegniales became successful parasites · PMC5771568, aanhechtingsstructuur van Saprolegnia parasitica · Acute toxiciteit van malachietgroen bij Macrobrachium dayanum

Wat betekent dit voor jouw bak?

Alquarium leest dit artikel mee en denkt met je mee over jouw aquarium. Gratis, zonder account.

Je hebt het stuk uit. Wat wil je weten over jouw eigen bak?

  • Of begin hiermee:

Verder lezen

Alles over ziektes