Naar de inhoud
ALQUARIUM Vraag het Alquarium
Petitella bleheri van opzij: een zilverlichaam, rood tot achter het kieuwdeksel en zwarte en witte banden in de staartvin.
Roodkopzalm (Petitella bleheri), gefotografeerd in een aquarium. Het rood reikt op deze foto tot achter het kieuwdeksel. Foto: Soulkeeper, via Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0. Verkleind en omgezet naar WebP; niet bijgesneden of geretoucheerd. Soulkeeper, CC BY-SA 3.0

Vissen

Roodkopzalm (Petitella bleheri): schoolvis voor zacht water en gedempt licht

De roodkopzalm is een kleine, vreedzame schoolvis die je niet als solitair of in hard water moet houden. Petitella bleheri vraagt om een school van minstens 7 exemplaren, zacht en licht zuur water, en een bak met open zwemruimte, planten en gedempt licht. Wie rustige medebewoners kiest en de waterwaarden meet, krijgt een levendige school die vooral in de onderste en middelste waterlaag beweegt.

11 min lezen

Soortgids

Vispaspoort: Roodkopzalm (Petitella bleheri)

De kerncijfers en aandachtspunten uit deze soortgids, compact bij elkaar.

Uit deze gidsMaximumlengte volgens FishBase
3,6 cm SL

Standaardlengte zonder staartvin, overgenomen uit Ref. 38376. LICG noemt daarnaast 5 cm zonder maatdefinitie; de getallen zijn niet één-op-één te vergelijken.

Uit deze gidsMinimale baklengte volgens LICG
60 cm

Houderijrichtlijn, geen experimenteel minimum. Een lengte alleen beschrijft geen volume.

Uit deze gidsMinimum groepsgrootte volgens LICG
7

LICG adviseert 7 exemplaren, liever meer; een verzorgingsadvies, geen experimenteel vastgestelde gedragsgrens.

Uit deze gidsAquariumtemperatuur volgens LICG
23–28 °C

Houderijrichtlijn van LICG voor het aquarium, geen gemeten tolerantiegrens en geen veldmeting.

Voor je aanschaft

  • Houd minstens 7 roodkopzalmen, liever meer, met open zwemruimte, planten en gedempt licht.
  • Kies zacht, licht zuur water en meet GH, KH en pH apart; de bronnen verschillen over de hardheid.
  • Combineer alleen met rustige, niet te grote en niet agressieve vissen; waterwaarden alleen zijn niet genoeg.
  • Voer gevarieerd klein voer en controleer dat elke vis werkelijk eet; haal resten weg.

Bronnen en eventuele onzekerheden staan onder dit artikel.

Wat betekent dit voor jouw bak?

Alquarium leest dit artikel mee en denkt met je mee over jouw aquarium. Gratis, geen account nodig.

Past Petitella bleheri bij mijn aquarium?

Identiteit en herkenning

De roodkopzalm, Petitella bleheri, is in 1986 oorspronkelijk als Hemigrammus bleheri beschreven door Géry en Mahnert. Eschmeyer's Catalog of Fishes, z.d. registreert de soort nu als geldige combinatie Petitella bleheri en plaatst hem in de familie Acestrorhamphidae, onderfamilie Megalamphodinae. De typevindplaats is het midden Rio Negro-bekken in Brazilië, met de voorzichtige aanduiding "probably near Rio Jufaris"; het holotype draagt nummer MZUSP 37369 [Eschmeyer's Catalog of Fishes, z.d.]. Preciezer moet je die vindplaats niet maken dan de bron zelf doet.

De Nederlandse naamgeving is verwarrend: roodkopzalm en roodneuszalm worden door elkaar gebruikt. LICG, z.d. noemt dat H. bleheri, H. rhodostomus en P. georgiae sterk op elkaar lijken en dat de verzorgingsadviezen voor deze soorten grotendeels overeenkomen. Toch zijn er uiterlijke verschillen. FishBase, z.d. vat samen dat P. bleheri een intensievere en bredere rode kopkleur heeft die tot het schoudergebied doorloopt, dat de zwarte balk op de staartwortel niet naar voren doorloopt en dat de aarsvin doorzichtig is. Bij de verwante soorten is de rode kopkleur beperkter en reikt die niet tot het schoudergebied, loopt de zwarte staartwortelbalk door tot aan de aarsvin en draagt de aarsvin een zwarte balk op de basis van het voorste deel, die schuin doorloopt op de vertakte vinstralen [FishBase, z.d.].

Over de lengte bestaan twee getallen. FishBase geeft 3,6 cm SL, standaardlengte zonder staartvin [FishBase, z.d.]; LICG noemt maximaal vijf centimeter zonder maatdefinitie [LICG, z.d.]. Veldwerk van Beltrão et al. (2017) mat exemplaren van 21,3 tot 37,2 mm standaardlengte; dat past bij de 3,6 cm SL en bevestigt de 5 cm niet [Beltrão et al., 2017]. LICG noemt drie tot vijf jaar levensduur in gevangenschap [LICG, z.d.].

Herkomst en broncontext

Herkomst en ecologische plaats

De verspreiding wordt aangegeven als de stroomgebieden van de Rio Negro en de Rio Meta in Brazilië en Colombia [Eschmeyer's Catalog of Fishes, z.d.]. LICG beschrijft het natuurlijke water van H. bleheri als zwart water met veel bladafval en heel weinig mineralen, daardoor vrij zuur en zacht [LICG, z.d.]. Dat verklaart waarom de soort in het aquarium niet vanzelf past bij harder, mineraalrijker kraanwater.

FishBase classificeert de vis als zoetwater en benthopelagisch. Die term beschrijft een levenswijze die zowel het vrije water als de zone bij de bodem omvat; hij sluit incidenteel verblijf aan het oppervlak niet uit [FishBase, z.d.].

Vangstonderzoek in het veld

Dat beeld past bij een veldonderzoek: Beltrão et al., 2017 vingen van september 2002 tot september 2003 rond igarapé Zamula bij Barcelos (midden Rio Negro) 538 roodkopzalmen, de meeste in de periode van dalend en laag water (28,8% en 42,0%). Van 260 exemplaren werden morfometrie en voortplantingskenmerken geanalyseerd en van 177 exemplaren de maaginhoud [Beltrão et al., 2017]. Het zijn metingen van één vangstlocatie en één hydrologische cyclus, zonder vangsten in juni en juli.

Dieet

Uit de 177 eigen maaginhouden bleek de vis omnivoor. Twee categorieën waren het belangrijkst: filamenteuze algen (vooral diatomeeën en Desmidiaceae) en kleine kreeftachtigen (watervlooien, roeipoot- en mosselkreeftjes) [Beltrão et al., 2017]. De onderzoekers combineerden hoe vaak een item voorkwam met het ingenomen volume in één voedingsindex (IAi); daarin scoorden algen 37% en kleine kreeftachtigen 31,5%. Die index is geen massapercentage en geen aquariummenu [Beltrão et al., 2017]. Daarnaast vonden zij onder meer plantfragmenten en detritus, dierlijk materiaal (volgens de auteurs waarschijnlijk resten van andere vissen die door predatoren zijn gegeten), insectenfragmenten (vooral muggenlarven), zaden en eieren, en in kleinere hoeveelheden schubben, schimmelsporen en pollen. Dat is een opsomming van gevonden groepen, geen volledige aflopende rangorde, en geen bewijs dat de roodkopzalm zelf vissen vangt [Beltrão et al., 2017]. Het dieet wisselde met het waterpeil: kreeftachtigen waren belangrijker in stijgend en hoog water, algen, muggenlarven en plantfragmenten in dalend en laag water [Beltrão et al., 2017].

Waar de vis verblijft

De vissen zaten vooral op ondiepe, kalme, beschaduwde plekken met langzame stroming, bijna altijd dicht bij de bodem; in stijgend en hoog water verbleven ze vooral in het overstroomde bos met dicht bladerdak, op minder dan 1,5 meter diepte [Beltrão et al., 2017].

FishBase noteert Least Concern, beoordeeld op 4 maart 2021; CITES en CMS zijn niet geëvalueerd [FishBase, z.d.].

Grootte, school en bakruimte

FishBase geeft een maximumlengte van 3,6 cm SL, de standaardlengte zonder staartvin [FishBase, z.d.]. Daarmee is het een kleine schoolvis. Voor de inrichting betekent dat: geen grote solitaire blikvanger, maar een groep die open ruimte gebruikt.

Roodkopzalmen zijn scholenvissen. LICG is hier de praktische houderijbasis: minstens 7 exemplaren, liever meer, zodat de dieren hun natuurlijke schoolgedrag kunnen laten zien; ze gebruiken vooral de onderste en middelste waterlaag [LICG, z.d.]. Het getal 7 is een totaal aantal vissen uit die richtlijn, geen bewezen gedragsgrens. In een krappe of onrustige bak komt ook een grotere school niet tot rust.

Voor huisvesting adviseert LICG een aquarium van tenminste 60 centimeter lang, met open zwemruimte, planten als schuilplaats, een achterwand en drijfplanten voor gedempt licht omdat de vissen niet van fel licht houden [LICG, z.d.]. Een lengte alleen beschrijft geen volume: hoogte, diepte, filtercapaciteit en totale bezetting bepalen mee of de bak groot genoeg is. Kijk daarvoor ook naar de bezetting.

Water: zacht, licht zuur en stabiel

Voor het aquarium geeft LICG 23–28 °C, een pH van 6–6,5 en zacht water met een totale hardheid tot ongeveer 4 DH [LICG, z.d.]. FishBase vermeldt als naslagwaarden pH 5,0–6,0, dH 5–12 en 23–26 °C; de oorspronkelijke meetbasis van die getallen is niet gelezen [FishBase, z.d.]. Ze beantwoorden bovendien niet dezelfde vraag als een aquariumadvies: het zijn samengevoegde literatuurwaarden, geen houderijrichtlijn. Het hardheidsverschil met LICG is niet opgelost; gebruik voor de bak daarom de lage hardheid als richtlijn en meet eerst wat er bij jou uit de kraan komt.

GH, de totale hardheid, is iets anders dan KH, de carbonaathardheid of buffering. Een lage GH zegt nog niet hoeveel buffer het water heeft. Meet beide apart en stuur niet blind op één pH-getal. De basisuitleg staat in pH, KH en GH. Temperatuur is een adviesbereik, geen gemeten harde grens: LICG gebruikt 23–28 °C; FishBase noemt 23–26 °C als naslagwaarde waarvan de oorspronkelijke meetbasis niet is gelezen. Kies een stabiele temperatuur binnen het LICG-advies en voorkom onnodige schommelingen. Breng vers water op de juiste temperatuur en wissel passend; zie water verversen.

Sociaal gedrag en medebewoners

LICG noemt de roodkopzalm erg vreedzaam en geschikt voor een gezelschapsaquarium, maar adviseert geen te grote soorten die hem als voedsel kunnen zien en geen agressieve soorten die hem lastigvallen [LICG, z.d.]. Vreedzaamheid en passend water zijn voorwaarden, geen complete geschiktheidscheck: predatie, territorium, zwemruimte en voerconcurrentie tellen apart mee. De werkwijze staat in aquariumvissen combineren.

Gebruik onderstaande controlelijst bij elke kandidaat. Dit is geen ingevulde lijst van geschikte vissen, maar een manier om twee profielen eerlijk naast elkaar te leggen.

Vergelijk de voorwaarden, niet alleen de namen. Op een smal scherm kun je de tabel horizontaal verschuiven.

Vergelijkingspunt Waar je op let Leeslink
Water duurzame temperatuuroverlap, pH, GH en KH van de kandidaat; roodkopzalm wil zacht en licht zuur water pH, KH en GH
Volwassen maat en predatie vergelijk de volwassen maat en bekmaat van de kandidaat met de roodkopzalm; 3,6 cm SL is geen vaste veiligheidsgrens gezelschap en agressie
Gedrag en territorium rustige, niet-agressieve soorten; geen verdedigd bodemterritorium dat de school verdringt
Groepsbehoefte de kandidaat heeft een eigen schoolgrootte en zwemlaag; extra dieren zijn geen algemene oplossing bezetting
Voeropname kies voer dat zowel roodkopzalmen als medebewoners bereiken; kijk wie werkelijk eet voeren
Profielen vergelijken lees de profielen van kandidaatsoorten met kleine schoolzalmen; vergelijkingsmateriaal, geen garantie kardinaaltetra, neontetra, vuurneon

Dat een soort uit hetzelfde stroomgebied komt, is geen bewijs dat de aquariumzorg past; vergelijk de exacte profielen.

Voeding

LICG beschrijft dat roodkopzalmen droogvoer, diepvriesvoer en levend voer zoals watervlooien of Tubifex eten. Laat diepvriesvoer eerst ontdooien. Levend en diepvriesvoer kunnen soms ziektekiemen overbrengen; haal ze bij een vertrouwde leverancier [LICG, z.d.]. Voer hoeveel de vissen in één tot twee minuten op hebben en haal resten weg, want die belasten het water [LICG, z.d.]. Kijk daarbij niet alleen naar de klok: controleer dat ook de dieren in de onderste waterlaag werkelijk eten en dat er geen voer blijft liggen. Meer uitleg over gericht voeren staat in aquariumvissen voeren.

Pasgeboren jongen zijn heel klein en krijgen zeer kleine voerdiertjes zoals pantoffeldiertjes of infusoriën [LICG, z.d.]. Dat is kweekvoer, geen dagelijks basisvoer voor volwassen vissen.

Kweek

Kweken is volgens LICG erg lastig. Wie het wil proberen, gebruikt een aparte, voorbereide kweek-/opkweekbak met 26–32 °C, pH 5,5–6,5 en een hardheid van hoogstens 4 DH, liefst lager; de eieren schimmelen snel. Zet de vissen langzaam over naar de hogere temperatuur [LICG, z.d.]. Dit is een kweekrecept, geen algemene verzorgingsgrens: de gewone bak hoeft niet op 32 °C te draaien. Maak de opkweek jongvisveilig. Een luchtgedreven sponsfilter is daarvoor een algemene praktische optie: een luchtpomp zuigt water door de spons aan en het stroomt via een uitstroombuis terug; zo'n filter werkt vooral biologisch. Aqueon, z.d. beschrijft dat veel kwekers zulke sponsfilters in opkweekbakken gebruiken omdat ze jonge visjes niet vangen en omdat de spons micro-organismen ondersteunt die als eerste voer voor pas uitgekomen jongen kunnen dienen. Het is een algemene praktijkbeschrijving, geen Petitella-kweekproef en geen veiligheidsgarantie; kies een filter dat bij jouw opstelling past.

De eieren worden afgezet tegen bladeren of boven Javamos; zwakke of afwezige verlichting stimuleert het vrouwtje tot afzetten en de eieren mogen niet te fel verlicht worden. Er is geen broedzorg; soms eten de ouders de eieren op, daarom worden ze weggevangen. Volgens LICG komen de eieren na één tot twee dagen uit en zwemmen de jongen ongeveer vier dagen ná het uitkomen vrij rond; ontwikkeltijden zijn bron- en temperatuurafhankelijk, geen gegarandeerde kalender [LICG, z.d.]. Zie het Javamos-profiel voor vastmaken en onderhoud. In het veld registreerden Beltrão et al. (2017) bij 260 exemplaren geslacht en geslachtsklieren; de helft was geslachtsrijp rond 28 mm standaardlengte (wijfjes) en 26 mm (mannetjes). Hun veldwerk is geen thuiskweekproef, en zonder vangsten in juni en juli blijft een verlengde paaiperiode een vermoeden [Beltrão et al., 2017].

Valkuilen en onzekerheden

Een praktische valkuil is de naamgeving. Koop je een "roodneuszalm", dan kan het om een andere soort gaan; controleer de kenmerken hierboven en vraag bij twijfel de exacte wetenschappelijke naam na.

Een bleke kop is geen watertest. LICG noemt dat de kop kan verbleken bij te veel nitriet of ammonium en ook bij stress; er zijn dus meerdere oorzaken [LICG, z.d.]. Meet bij kleurverlies zelf ammoniak, nitriet, pH en temperatuur en kijk naar het gedrag van de groep, in plaats van de kleur als diagnose te gebruiken. Zie ook ammoniak en pH en nitriet.

De hardheidsinformatie blijft onzeker: FishBase geeft dH 5–12 als samengevoegde naslagwaarde waarvan de oorspronkelijke meetbasis niet is gelezen, LICG adviseert tot ongeveer 4 DH als houderijrichtlijn [FishBase, z.d.; LICG, z.d.]. Houd voor de bak de lage hardheid aan; het verschil is niet opgelost. Ook de lengte is niet eenduidig (3,6 cm SL tegenover 5 cm zonder maatdefinitie).

Handel en lokale context

FishBase registreert commerciële visserij en aquariumhandel, zonder percentages [FishBase, z.d.]. De inleiding van Beltrão et al. (2017) noemt de lokale naam rodóstomo en verwijst voor het commerciële belang naar oudere gegevens: meer dan 6% van de 20–30 miljoen levende siervissen die jaarlijks uit de staat Amazonas werden geëxporteerd, na de kardinaaltetra met meer dan 80% (gegevens uit 2001 en 2009). In diezelfde inleiding staat dat de siervishandel voor meer dan 1600 gezinnen in Barcelos, midden Rio Negro, de belangrijkste inkomstenbron is, naar oudere publicaties [Beltrão et al., 2017]. Die cijfers zijn geen actuele meting; actuele wildvang- en nakweekaandelen zijn in de gelezen bronnen niet vastgelegd. Verdere lokale namen dan rodóstomo en culturele betekenis buiten de genoemde visserij-inkomsten beschrijven de gelezen bronnen niet.

Veelgestelde vragen

Hoeveel roodkopzalmen moet ik minimaal houden?

Minstens 7 exemplaren, liever meer [LICG, z.d.], met open zwemruimte en voldoende planten. Het is een verzorgingsadvies, geen harde biologische grens.

Is mijn Nederlandse kraanwater geschikt?

Meet eerst pH, GH en KH. LICG adviseert pH 6–6,5 en een totale hardheid tot ongeveer 4 DH [LICG, z.d.]; bij harder water past de soort minder goed. Zie pH, KH en GH.

Waarom verliest mijn roodkopzalm zijn rode kop?

Dat kan bij stress of slechte waterkwaliteit, maar het is geen specifieke test. Meet ammoniak, nitriet, pH en temperatuur, kijk naar de groep en ververs passend. Zie nitriet.

Met welke vissen kan ik roodkopzalmen samenhouden?

Gebruik de controlelijst hierboven en vermijd te grote en agressieve soorten [LICG, z.d.]. Een gelijke pH of gedeelde herkomst bewijst op zichzelf geen rustige combinatie; zie aquariumvissen combineren.

Wat nog onzeker is

  • Het hardheidsverschil tussen FishBase (dH 5–12 als samengevoegde naslagwaarde) en LICG (tot ongeveer 4 DH als houderijadvies) is niet opgelost.
  • De maximale lengte is niet eenduidig: FishBase geeft 3,6 cm SL, LICG noemt 5 cm zonder SL/TL-definitie; het veldwerk mat tot 37,2 mm SL.
  • Het dieetonderzoek van Beltrão et al. (2017) beslaat 177 maaginhouden van één vangstlocatie en één hydrologische cyclus; de plaats in het bredere voedselweb en natuurlijke predatoren zijn niet gedocumenteerd.
  • Actuele wildvang- en nakweekaandelen zijn niet gedocumenteerd; de handelscijfers die de veldstudie noemt verwijzen naar oudere gegevens en zijn geen actuele meting.

Deze soortgids is met AI samengesteld op basis van de vermelde bronnen. Bronnenonderzoek: 2026-09-11. Het artikel beschrijft algemene kennis; de omstandigheden in jouw aquarium kunnen verschillen.

Bronnen
  1. aqueon.com. (z.d.). Everything You Need To Know About Filtration. Geraadpleegd op 14 september 2026, van https://www.aqueon.com/articles/filtration
  2. FishBase. (z.d.). Petitella bleheri summary page. Geraadpleegd op 10 september 2026, van https://www.fishbase.se/summary/SpeciesSummary.php?ID=12365&AT=Rummy-nose+tetra
  3. Hélio Daniel BELTRÃO dos Anjos; Kedma Cristine YAMAMOTO; Esner Robert Santos MAGALHÃES (2017). BIOLOGIA REPRODUTIVA E HÁBITOS ALIMENTARES DO RODÓSTOMO (Hemigrammus bleheri) UM PEIXE ORNAMENTAL DA BACIA DO MÉDIO RIO NEGRO, ESTADO DO AMAZONAS, BRASIL. B. Inst. Pesca, 43(1), 65–77. https://doi.org/10.20950/1678-2305.2017v43n1p65 Bewaarbestand opgehaald op 11 september 2026; opnieuw uitgelezen op 14 september 2026, niet opnieuw online opgehaald.
  4. LICG. (z.d.). LICG - Roodkopzalm. licg.nl. Geraadpleegd op 10 september 2026, van https://www.licg.nl/aquariumdieren/roodkopzalm/
  5. researcharchive.calacademy.org. (z.d.). CAS - Eschmeyer's Catalog of Fishes. Geraadpleegd op 10 september 2026, van https://researcharchive.calacademy.org/research/ichthyology/catalog/fishcatget.asp?genus=Petitella&tbl=species

Wat betekent dit voor jouw bak?

Alquarium leest dit artikel mee en denkt met je mee over jouw aquarium. Gratis, geen account nodig.

Je hebt het stuk uit. Wat wil je weten over jouw eigen bak?

Verder lezen

Alles over vissen