
Vissen
Corydoras soorten: vijf pantsermeervallen vergeleken
De vijf bekendste corydoras worden 3 tot 7,5 cm (standaardlengte) en vragen elk iets anders. Reken voor kleine soorten op een bak van 60–80 cm en minstens tien dieren van één soort, houd 22–25 °C aan als je soorten combineert en geef eigen zinkend voer. Met per soort waterwaarden, bodemmaat en de nieuwe namen sinds 2024.
· 12 min lezen
In het kort
- De vijf bekendste corydoras worden 3 tot 7,5 cm standaardlengte, van Gastrodermus pygmaeus tot de bronzen pantsermeerval.
- Het LICG adviseert kleine soorten in groepen van minstens tien en grotere vanaf vijf dieren van dezelfde soort, in een bak van 60–80 cm.
- De temperatuurbereiken van alle vijf soorten overlappen tussen 22 en 25 °C; de panda heeft met 22–25 °C het smalste bereik.
- G. pygmaeus en G. hastatus zwemmen ook in het middenwater en hebben klein voer en rustige, kleine medebewoners nodig.
- Sinds de herziening van Dias et al. (2024) heten de vijf soorten Gastrodermus, Hoplisoma of Osteogaster.
- Corydoras zijn geen algeneters: ze hebben eigen, gevarieerd zinkend voer nodig.
Corydoras lijken op elkaar, maar de vijf bekendste soorten verschillen flink: van 3 cm standaardlengte bij Gastrodermus pygmaeus tot 7,5 cm bij de bronzen pantsermeerval. Reken voor kleine soorten op een aquarium van 60–80 cm en een groep van minstens tien dieren van één soort (LICG, z.d.). Hieronder vind je per soort de maat, waterwaarden, groepsgrootte en bodemmaat, plus de nieuwe wetenschappelijke namen.
Welke corydoras soorten zijn er?
De vijf soorten die je het vaakst tegenkomt zijn Corydoras pygmaeus, C. hastatus, C. habrosus, C. panda en C. aeneus, en sinds de herziening van 2024 heten ze Gastrodermus, Hoplisoma of Osteogaster. Pantsermeervallen vormen samen de Zuid-Amerikaanse familie Callichthyidae. Ze hebben geen zuigmond, anders dan harnasmeervallen zoals de antennemeerval (LICG, z.d.). Een overzicht van de andere groepen vind je bij meervallen.
Dias en collega's verdeelden de onderfamilie Corydoradinae in hun herziening (online 2024, tijdschriftnummer 2025) over zeven geslachten: Corydoras, Aspidoras, Scleromystax, Gastrodermus, Osteogaster, Brochis en Hoplisoma. Daardoor lopen winkelnaam en wetenschappelijke naam nu vaak uiteen. Zoek bij informatie over je vis dus altijd op beide namen.
| Oude naam (handel) | Nieuwe naam | Geslacht |
|---|---|---|
| Corydoras pygmaeus | Gastrodermus pygmaeus | Gastrodermus |
| Corydoras hastatus | Gastrodermus hastatus | Gastrodermus |
| Corydoras elegans | Gastrodermus elegans | Gastrodermus |
| Corydoras habrosus | Hoplisoma habrosum | Hoplisoma |
| Corydoras panda | Hoplisoma panda | Hoplisoma |
| Corydoras aeneus | Osteogaster aenea | Osteogaster |
Bron: Dias et al. (2024), taxonomische tabellen.
Over Corydoras elegans en Corydoras simulatus staan aparte soortprofielen op Alquarium. Bij de bronzen pantsermeerval speelt nog iets: Trinidad is de typeregio, maar waar de vele gekweekte handelsdieren vandaan komen, is niet opgehelderd. Ook de albino- en langvinvormen die onder deze naam verkocht worden, hebben die onduidelijke achtergrond (Seriously Fish, 2026).
Geen van deze vijf soorten staat op de Unielijst van invasieve exoten (NVWA, z.d.; Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1141, gecontroleerd op 18 oktober 2026).
Hoe groot worden corydoras? Maat en waterwaarden per soort
De vijf soorten worden 3 tot 7,5 cm standaardlengte, en hun temperatuurbereiken overlappen tussen 22 en 25 °C bij een pH van 6,4–7,4. Standaardlengte (SL) is gemeten zonder staartvin; de totale lengte (TL) telt de staartvin wel mee (FishBase, z.d.). Leg dus nooit een SL-maat naast een TL-maat.
| Soort | Max. lengte (SL) | Temperatuur | pH | GH |
|---|---|---|---|---|
| G. pygmaeus | 3 cm | 22–26 °C | 6,4–7,4 | bij voorkeur onder 8 °dGH |
| G. hastatus | 3,2 cm | 20–26 °C | 6,0–7,5 | 2–12 °dGH |
| H. habrosum | 3,5 cm | 20–26 °C | 5,5–7,5 | 2–10 °dGH |
| H. panda | 5 cm | 22–25 °C | 6,0–7,4 | 1–12 °dGH |
| O. aenea | 7,5 cm | 21–27 °C | 6,0–8,0 | 2–15 °dGH |
Bron: Seriously Fish (2026), soortprofielen van de vijf soorten.
Op een smal scherm kun je het schema horizontaal verschuiven. Bekijk schema op volledige grootte.
Vergelijk de tabel met je eigen meting, niet met de cijfers van het waterbedrijf. Vitens wijst erop dat de samenstelling van drinkwater per gebied verschilt en dat gepubliceerde analyses momentopnamen zijn (Vitens, z.d.). Hoe pH, KH en GH van elkaar verschillen, lees je bij pH, KH en GH.
De vijf soorten: wat elke corydoras nodig heeft
Twee van de vijf zijn geen pure bodemvissen: G. pygmaeus en G. hastatus zwemmen ook veel in het middenwater, en dat bepaalt welk voer en welke medebewoners passen. De andere drie zoeken hun voer vooral op de bodem.
Gastrodermus pygmaeus (Corydoras pygmaeus)
G. pygmaeus is een kleine middenwaterzwemmer met een donkere lengteband over de flank. Hij komt uit het Madeira-stroomgebied in Brazilië, waar hij beschutting zoekt tussen wortels en planten in kleine zijwateren en overstroomd bos. Seriously Fish adviseert minstens zes, liever tien of meer soortgenoten, met kleine, rustige medebewoners, en een bodem van minstens 45 × 30 cm. De bek is klein: geef fijn droogvoer en klein levend of diepvriesvoer.

Gastrodermus hastatus (Corydoras hastatus)
G. hastatus herken je aan een donkere, ongeveer ruitvormige vlek op de staartwortel; ook deze soort gebruikt het middenwater. Hij leeft in ondiepe zijwateren en overstromingsvlakten in de stroomgebieden van de Amazone en de Paraguay. Seriously Fish noemt een bodem van minstens 60 × 30 cm en een groep van minimaal vier tot zes, liever tien of meer dieren. Grote of robuuste medebewoners concurreren met hem om voer. Klein zwevend dierlijk voer, zoals watervlooien en Artemia, past bij hoe hij eet.
Hoplisoma habrosum (Corydoras habrosus)
H. habrosum is een vreedzame groepsvis met donkere flankvlekken uit het bovenste Orinocogebied in Colombia en Venezuela, waar hij leeft in rustige, ondiepe wateren met beschutting. Ondanks zijn 3,5 cm vraagt hij volgens Seriously Fish minstens 60 × 30 cm bodem; de bron noemt hem ongeschikt voor moderne nanobakken. Houd minimaal vier tot zes dieren, liever tien of meer. Fijn zand of afgerond grind werkt goed, mits je de bodem schoon houdt, plus genoeg schuilplekken.

Hoplisoma panda (Corydoras panda)
De pandapantsermeerval heeft met 22–25 °C het smalste temperatuurbereik van de vijf. Hij komt uit heldere en donkere beken met zandbodems in het bovenste Amazonegebied van Peru. Seriously Fish adviseert minstens zes soortgenoten, geen zeer grote of agressieve medebewoners en 45 × 30 cm bodem voor een kleine groep; het LICG-advies van 60–80 cm is ruimer en voor een gezelschapsbak het betere vertrekpunt. Alles over deze soort lees je bij de pandapantsermeerval.
Osteogaster aenea (Corydoras aeneus)
De bronzen pantsermeerval is met 7,5 cm SL de grootste van de vijf en vraagt volgens Seriously Fish een bodem van minstens 80 × 30 cm. Hij verdraagt ook harder water: pH tot 8,0 en GH tot 15 °dGH. Houd minimaal vier tot zes dieren; het LICG adviseert voor grotere soorten vanaf vijf. Hij zoekt zijn voer op de bodem en heeft eigen zinkend voer nodig. Een albino is geen aparte soort maar een kweekvorm. Meer lees je bij de bronzen pantsermeerval.

Hoeveel corydoras houd je, en in welke bak?
Houd kleine corydoras in een groep van minstens tien soortgenoten en grotere soorten vanaf vijf, in een aquarium van ongeveer 60–80 cm lang (LICG, z.d.). Seriously Fish noemt per soort soms lagere minima en kleinere bodemmaten. Kies bij een gezelschapsbak het ruimere LICG-advies; voor de bronzen pantsermeerval geldt de bovenkant van die marge: 80 × 30 cm.
| Soort | Bodem (minimaal) | Groep | Waar in de bak |
|---|---|---|---|
| G. pygmaeus | 45 × 30 cm | ≥ 6, liever ≥ 10 | bodem en middenwater |
| G. hastatus | 60 × 30 cm | 4–6, liever ≥ 10 | bodem en middenwater |
| H. habrosum | 60 × 30 cm | 4–6, liever ≥ 10 | beschutte bodemzone |
| H. panda | 45 × 30 cm (kleine groep) | ≥ 6 | bodem, met schuilplekken |
| O. aenea | 80 × 30 cm | 4–6 | bodem |
Bron: Seriously Fish (2026), soortprofielen; het LICG (z.d.) adviseert daarnaast 60–80 cm en tien dieren voor kleine soorten.
Het groepsadvies geldt voor dieren van dezelfde soort. Vijf G. pygmaeus en vijf G. hastatus zijn dus twee halve groepen, geen groep van tien. Combineer je soorten, geef dan elke soort een eigen groep en lees ook gezelschap en agressie. Met de inhoudstool reken je het volume uit, maar voor corydoras telt vooral het bodemoppervlak.
Kies niet-scherp zand of kleine ronde kiezels en zorg voor schaduwrijke beschutting; scherp zand kan mond en baarddraden beschadigen (LICG, z.d.). Meer over materialen lees je bij aquariumbodems.
Corydoras hebben eigen, gevarieerd zinkend voer nodig met plantaardige en dierlijke bestanddelen. Ze zijn geen algeneters en leven niet van de restjes van andere vissen (LICG, z.d.). Kijk bij het voeren of ook de kleinste dieren aan hun beurt komen. Test het water wekelijks (OATA, z.d.) en controleer elke dag de dieren, de temperatuur en voedselresten (LICG, z.d.).
Stappenplan: zo kies je de juiste corydoras
- Meet de bodem. Noteer lengte en breedte. Onder 60 cm lengte valt een groep corydoras buiten het LICG-advies; voor de bronzen pantsermeerval heb je 80 × 30 cm nodig.
- Meet je water. Leg temperatuur, pH en GH naast de tabel met waterwaarden en schrap de soorten die niet passen.
- Kijk naar de medebewoners. Zeer grote of agressieve vissen passen niet bij de panda en zijn een voedselconcurrent voor de kleine middenwaterzwemmers.
- Plan de groep. Tien dieren van één kleine soort, of vijf of meer van een grotere soort.
- Richt de bodem in. Zacht zand of rond grind, met planten en schuilplekken.
- Zet nieuwe dieren eerst apart. Merck adviseert minstens dertig dagen quarantaine, met eigen netten en hevelmateriaal, en die bak verzorg je als laatste. Corydoras hebben stekels in hun vinnen: laat ze dubbel verpakken voor vervoer (OATA, z.d.) en verplaats ze met een plastic bakje in plaats van een net waarin ze vast kunnen komen te zitten (LICG, z.d.). Lees ook nieuwe vissen wennen en quarantaine.
Gedrag: luchthappen en duwtjes
Een corydoras die af en toe naar het oppervlak schiet, doet iets normaals: pantsermeervallen kunnen naast hun kieuwen ook lucht via hun darmen benutten (LICG, z.d.). Pineda en collega's (2020) volgden groepen van zeven bronzen pantsermeervallen bij 100, 60 en 20% zuurstofverzadiging en bij 25 en 30 °C. Hoe minder zuurstof, hoe vaker de vissen lucht haalden, maar de groep beïnvloedde het patroon mee. De zuurstofbehoefte van een individuele vis hing niet samen met hoe vaak juist die vis lucht hapte. Gaat de hele groep ineens veel vaker naar boven, meet dan het water en lees zuurstof en temperatuur.
Ook korte duwtjes tussen groepsgenoten horen erbij. Riley en collega's (2019) onderzochten 26 paren en 19 drietallen bronzen pantsermeervallen. Korte aanrakingen gingen samen met gezamenlijk bewegen; vissen die elkaar niet kenden, duwden vaker, en een onbekende vis in een drietal bewoog minder samen met de rest. Een nieuwkomer heeft dus even tijd nodig om aan te sluiten.
Veelgemaakte fouten bij corydoras
- Een corydoras kopen als opruimer. Ze hebben eigen zinkend voer nodig en eten geen algen weg.
- Van elke soort er twee of drie nemen. Het groepsadvies geldt per soort: tien van één kleine soort is beter dan drie keer drie.
- Een kleine soort in een nanobak zetten. Ook de 3,5 cm kleine H. habrosum vraagt minstens 60 × 30 cm bodem.
- Scherp zand gebruiken. Dat kan de mond en baarddraden beschadigen.
- Maten door elkaar halen. Een lengte met staartvin (TL) is altijd groter dan dezelfde vis in SL.
- Een albino als aparte soort zien. Albino en langvin zijn kweekvormen die onder de naam van de bronzen pantsermeerval worden verkocht.
- Eieren bij de ouders laten liggen. Volwassen vissen kunnen hun eieren opeten.
- Nieuwe dieren direct bij de groep zetten. Quarantaine van minstens dertig dagen verkleint de kans dat je ziektes in je groep binnenhaalt.
Veelgestelde vragen over corydoras soorten
Hoeveel corydoras moet je samen houden?
Houd kleine corydoras in een groep van minstens tien dieren van dezelfde soort, en grotere soorten zoals de bronzen pantsermeerval vanaf vijf, adviseert het LICG. Seriously Fish noemt per soort lagere minima van vier tot zes, maar heeft ook voor de kleine soorten een voorkeur voor tien of meer. Tel alleen soortgenoten: drie panda's en drie bronzen vormen samen geen groep.
Kun je verschillende corydoras soorten bij elkaar houden?
Ja, als elke soort een eigen volledige groep krijgt en de waterwaarden overlappen. Het groepsadvies geldt voor soortgenoten, dus twee soorten betekent twee groepen en meer bodemruimte. De temperatuurbereiken van de vijf soorten in dit artikel overlappen tussen 22 en 25 °C. Zet de kleine middenwaterzwemmers G. pygmaeus en G. hastatus niet bij grote of robuuste vissen.
Welke temperatuur hebben corydoras nodig?
Houd 22–25 °C aan als je soorten combineert, want daar overlappen de bereiken van alle vijf. Seriously Fish geeft 22–26 °C voor G. pygmaeus, 20–26 °C voor G. hastatus en H. habrosum, 22–25 °C voor de panda en 21–27 °C voor de bronzen pantsermeerval. De panda heeft daarmee het smalste bereik en bepaalt in een gemengde bak de marge.
Wat eten corydoras?
Corydoras hebben eigen, gevarieerd zinkend voer nodig met plantaardige en dierlijke bestanddelen; restjes van andere vissen zijn niet genoeg en algen eten ze niet weg. Kleine soorten hebben een kleine bek: geef G. pygmaeus fijn droogvoer en klein levend of diepvriesvoer, en G. hastatus ook klein zwevend voer zoals watervlooien en Artemia.
Hoe zie je of een corydoras man of vrouw is?
Kijk van bovenaf naar volwassen dieren: vrouwtjes zijn vaak groter en ronder dan mannetjes. Dat beschrijven zowel het LICG als Seriously Fish voor de panda. Bij jonge vissen werkt dit nog niet, en ook bij volwassen dieren is het een aanwijzing. Vergelijk daarom altijd meerdere dieren van dezelfde soort en ongeveer dezelfde leeftijd naast elkaar.
Hoe kweek je corydoras?
Haal de eieren weg of geef ze een eigen bak, want corydoras zetten hun eieren af op bladeren en de ruit en volwassen vissen kunnen ze opeten. Panda-eieren komen volgens Seriously Fish na drie tot vijf dagen uit. Zodra de jongen hun dooierzak hebben opgenomen, eten ze microwormen en Artemia-naupliën; lees ook Artemia kweken.
Hoe oud worden corydoras?
Pantsermeervallen worden volgens het LICG ongeveer drie tot ruim vijftien jaar oud, afhankelijk van de soort. Voor de vijf soorten in dit artikel is geen goed onderbouwde levensduur per soort bekend; reken op vele jaren. Kies daarom vanaf het begin een bak en een groepsgrootte waar de vissen hun hele leven in passen.
Welke corydoras blijven klein?
De kleinste zijn G. pygmaeus (3 cm SL), G. hastatus (3,2 cm) en H. habrosum (3,5 cm), vaak dwergcorydoras genoemd. Klein betekent geen nanobak: Seriously Fish raadt H. habrosum af voor moderne nanobakken en adviseert voor hastatus en habrosum 60 × 30 cm bodem. Het LICG gaat voor kleine soorten uit van 60–80 cm en tien soortgenoten.
- Dias, A. C., Tencatt, L. F. C., Roxo, F. F., Silva, G. de S. da C., Santos, S. A., Britto, M. R., Taylor, M. I., & Oliveira, C. (2024). Phylogenomic analyses in the complex Neotropical subfamily Corydoradinae (Siluriformes: Callichthyidae) with a new classification based on morphological and molecular data. Zoological Journal of the Linnean Society, 203(3), zlae053. https://doi.org/10.1093/zoolinnean/zlae053
- Landelijk InformatieCentrum Gezelschapsdieren. (z.d.). Pantsermeervallen (vissengroep). Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.licg.nl/aquariumdieren/pantsermeervallen-vissengroep/
- Seriously Fish. (2026). Gastrodermus pygmaeus. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.seriouslyfish.com/species/gastrodermus-pygmaeus/
- Seriously Fish. (2026). Gastrodermus hastatus. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.seriouslyfish.com/species/gastrodermus-hastatus/
- Seriously Fish. (2026). Hoplisoma habrosum. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.seriouslyfish.com/species/hoplisoma-habrosum/
- Seriously Fish. (2026). Hoplisoma panda. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.seriouslyfish.com/species/hoplisoma-panda/
- Seriously Fish. (2026). Osteogaster aenea. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.seriouslyfish.com/species/osteogaster-aenea/
- FishBase. (z.d.). List of symbols and abbreviations. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.fishbase.se/manual/english/fishbaselist_of_symbols_and_abbreviation.htm
- Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. (z.d.). Unielijst invasieve exoten. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.nvwa.nl/onderwerpen/plant/invasieve-exoten/unielijst-invasieve-exoten
- Europese Commissie. (2025). Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1141, geconsolideerde versie 7 augustus 2025. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:02016R1141-20250807
- Vitens. (z.d.). Waterkwaliteit. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.vitens.nl/Zakelijk/Relatiemanagement/Waterkwaliteit
- Petty, B. D., Francis-Floyd, R., & Yanong, R. P. E. (2026). Management of aquarium fish. Merck Veterinary Manual. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://www.merckvetmanual.com/exotic-and-laboratory-animals/aquarium-fish/management-of-aquarium-fish
- Ornamental Aquatic Trade Association. (z.d.). How to look after freshwater catfish. Geraadpleegd op 18 oktober 2026, van https://ornamentalfish.org/what-we-do/advice-information/care-sheets/caresheets-tropical-freshwater-fish/how-to-look-after-freshwater-catfish/
- Pineda, M., Aragao, I., McKenzie, D. J., & Killen, S. S. (2020). Social dynamics obscure the effect of temperature on air breathing in Corydoras catfish. Journal of Experimental Biology, 223(21), jeb222133. https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC7673363/
- Riley, R. J., Gillie, E. R., Horswill, C., Johnstone, R. A., & Boogert, N. J. (2019). Coping with strangers: how familiarity and active interactions shape group coordination in Corydoras aeneus. Royal Society Open Science, 6(9), 190587. https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC6774991/




